Virale infecties en effecten op het brein

Onderzoekers van de University of Geneva (UNIGE) en het Geneva University Hospital (HUG) analyseerden 931 wetenschappelijke studies om beter te begrijpen hoe virale infecties cognitieve functies beïnvloeden, zoals geheugen, aandacht en concentratie. De studie werd uitgevoerd omdat infecties zoals SARS-CoV-2 opnieuw aandacht hebben gevestigd op langdurige cognitieve klachten na ziekte. Naast COVID-19 werden ook andere virussen onderzocht, waaronder HIV, herpes en hepatitis.

De analyse laat zien dat aanhoudende ontsteking in het lichaam een belangrijke rol kan spelen bij cognitieve problemen na een infectie. Het immuunsysteem reageert normaal op virussen met ontstekingsprocessen, maar wanneer deze reactie langdurig actief blijft kan dit samenhangen met verminderd geheugen en tragere informatieverwerking. In de studies werden hogere niveaus van geactiveerde monocyten en pro-inflammatoire cytokinen in verband gebracht met slechtere prestaties bij episodisch geheugen en cognitieve snelheid.

Tegelijkertijd identificeerden de onderzoekers ook immuunmarkers die juist samenhangen met beter behoud van cognitieve functies. Zo bleken geactiveerde CD4+ T-cellen en bepaalde anti-inflammatoire cytokinen vaker aanwezig bij mensen met relatief stabiele cognitieve prestaties. Volgens de onderzoekers lijkt vooral de balans tussen pro- en anti-inflammatoire signalen van het immuunsysteem bepalend te zijn voor de lange-termijn stabiliteit van cognitieve functies.

De resultaten helpen verklaren waarom sommige mensen na een virusinfectie langdurige problemen ervaren met concentratie of geheugen, terwijl anderen volledig herstellen. De studie biedt daarnaast een wetenschappelijke basis voor toekomstig onderzoek naar post-infectieuze cognitieve klachten, waaronder de neurologische en neuropsychologische effecten die worden gezien bij long COVID.