Een nieuwe studie met deelname van het Deutsches Zentrum für Diabetesforschung (DZD) levert overtuigend bewijs dat suikerhoudende frisdranken niet alleen een negatieve invloed hebben op de stofwisseling, maar ook op de mentale gezondheid – vooral bij vrouwen. Deze effecten lijken te worden gemedieerd door veranderingen in het darmmicrobioom.
Bekend is dat regelmatige consumptie van frisdrank het risico op obesitas, type 2 diabetes, hart- en vaatziekten en kanker verhoogt. Nu laten steeds meer onderzoeken zien dat frisdrank ook samenhangt met psychische aandoeningen. Tot nu toe was echter onduidelijk of er een directe relatie is met een depressieve stoornis (MDD) en welke biologische processen hierbij een rol spelen.
Onderzoekers analyseerden gegevens van de Marburg-Münster Affective Cohort (MACS), een studie met 932 volwassenen (18–65 jaar), waarvan 405 mensen met een depressieve stoornis en 527 gezonde controles. De analyses toonden een duidelijk verband tussen frisdrankconsumptie en zowel de diagnose als de ernst van depressieve symptomen. Dit effect was het sterkst bij vrouwen: hoge consumptie ging samen met een 17% hoger risico op depressie en ernstigere klachten.
Rol van het microbioom
Bij vrouwen die regelmatig frisdrank dronken, vonden onderzoekers een duidelijke toename van de darmbacterie Eggerthella. Eerdere studies koppelden deze bacterie al aan depressie. Dit onderzoek levert nu de eerste sterke aanwijzingen dat Eggerthella als biologische schakel kan dienen tussen frisdrankgebruik en depressieve klachten.
“Onze data wijzen erop dat de relatie tussen frisdrank en depressie via het microbioom verloopt,” zegt studiehoofd PD Dr. Sharmili Edwin Thanarajah (Universitair Ziekenhuis Frankfurt & Max-Planck-Instituut voor Metabolismeonderzoek, Keulen). Opvallend genoeg werd dit verband niet gevonden bij mannen. Waarom het effect geslachtsafhankelijk is, blijft nog onduidelijk; hormonale verschillen of geslachtsgebonden immuunreacties zouden een rol kunnen spelen.
Deze resultaten openen nieuwe perspectieven voor de preventie en behandeling van depressieve stoornissen,” zegt Rachel Lippert (DZD/DIfE). “Microbioom-gebaseerde therapieën, zoals gerichte voedingsstrategieën of probiotica, zouden in de toekomst kunnen bijdragen aan verlichting van depressieve symptomen.” De onderzoekers benadrukken dat voedingsgewoonten – en daarmee het microbioom – beïnvloedbaar zijn. Zelfs kleine aanpassingen, zoals minder frisdrank drinken, kunnen al een groot effect hebben, zeker gezien de brede consumptie.
