doodmoe


logo.jpg (7231 bytes)

Google

Deze pagina is verouderd - ontvang onze nieuwtjes per email

 
Low battery

De dodelijk vermoeide voorbode van een haperend hart
 
Door Melchior Meijer
 
Alles, letterlijk alles, is je te veel. Als de wekker gaat, trek je je dekbed over je hoofd en vraag je je vertwijfeld af ‘hoe kom ik m’n bed uit en de dag door’. Niet alleen op zondagochtend, dagelijks. Kleine akkefietjes – waar je vroeger je schouders voor zou ophalen – brengen je volledig uit je evenwicht. Soms staat het janken je nader dan het lachen. En je bent voortdurend moe, moe, moe. Zo verschrikkelijk, onbeschrijflijk moe. Herken je je in deze vrolijke omschrijving?

Heb je er al een poosje last van zonder dat er noemenswaardige verbetering optreedt? Verdwijnt het niet zodra de dagen gaan lengen? Dan wordt het tijd dat je professionele hulp zoekt. Mogelijk heb je last van ‘vitale uitputting’. Onderzoeker Gert Schuitemaker promoveerde onlangs aan de Universiteit van Maastricht op een studie naar dit fenomeen. Vijf jaar lang volgde hij bijna 2500 volwassen inwoners van het dorp Mierlo bij Eindhoven. In ‘The Mierlo Project’ toont hij voor het eerst aan dat een voortdurend lege batterij een onafhankelijke risicofactor voor hart- en vaatziekten is.

“Wie zich structureel moe, lusteloos, prikkelbaar of moedeloos voelt, loopt een aanzienlijk verhoogd risico op een hartinfarct of beroerte, ook als andere risicofactoren als verhoogde bloeddruk, roken, suikerziekte en afwijkende cholesterolwaarden ontbreken,” zegt hij. Dr. Schuitemakers onderzoek ligt in de lijn van het pionierswerk van de Amerikaanse cardiologen Meyer Friedman en Ray Rosenman. Zij namen in de jaren ’60 een verband waar tussen persoonlijkheidskenmerken en het risico op hartproblemen.

Ze deelden mannen op in twee categorieŽn, type A en type B, waarbij A stond voor competitiedrang, ongeduld, agressie en kortaangebondenheid, terwijl B de kalmere, reflecterende broeders vertegenwoordigde. Vijandigheid en ongeduld (‘hurry sickness’) kwamen in grote studies inderdaad uit de bus als forse risicofactoren. Bovendien leverde gedragsverandering door cognitieve gedragstherapie steevast een risicovermindering van zo’n 70 procent op.

Doordat Friedman en Rosenman’s grootste en meest overtuigende studie destijds tot hun ontzetting niet volledig werd afgedrukt in het Journal of the American Medical Association (en dus niet correct door collega’s kon worden getoetst), werd type A gedrag (zie kader) nooit geaccepteerd als officiŽle risicofactor. Dr. Schuitemaker blijft een dergelijke tragedie bespaard. Ook jouw huisarts moet sinds februari in actie komen als uit het Maastricht Interview Vital Exhaustion blijkt dat jij vitaal uitgeput bent. Dat ben je gelukkig niet zo maar. ‘Een beetje moe’ is niet genoeg. Dit zijn de twee belangrijkste rode vlaggen:
 
Dagelijks uitgeput ontwaken. “Het allerbelangrijkste kenmerk van vitale uitputting is dat je normale veerkracht volledig is verdwenen,” zegt Schuitemaker. “Hoewel nog niet helemaal vast staat wat er eerst is, de kip of het ei, hebben de meeste vitaal uitgeputten een gestoorde slaap, overigens vaak zonder zich daarvan bewust te zijn. Ze ontwaken aanzienlijk vaker dan de normale drie ŗ vier keer per nacht en pakken minder diepe slaap. Met als gevolg dat ze vooral ’s ochtends gebroken zijn.”
 
Wat zijn de consequenties? Dr. Eve van Cauter, een slaaponderzoekster uit Chicago, deed onlangs in The Lancet uit de doeken hoe gezonde jonge mannen al na drie etmalen met vijf uur slaap per nacht een forse glucoseintolerantie ontwikkelden. “Het centraal zenuwstelsel reageert op slaapgebrek door overactief te worden,” aldus Van Cauter in het vakblad. “Dit compensatiemechanisme trekt een zware wissel op onder andere de alvleesklier, zodat die uitputtingsverschijnselen gaat vertonen. Binnen een week hadden we een groep kerngezonde jonge kerels in een pre-diabetisch stadium, iets wat we beslist niet hadden verwacht.” Een verstoorde glucosehuishouding is een krachtige risicofactor voor een hartinfarct. Van Cauter stelde ook vast haar proefpersonen allerlei cognitieve taken slecter uitvoerden en dat ze mentaal labiel werden, verschijnselen die ook bij vitale uitputting horen.
 
Dit is je wapen: De Zweedse slaapdeskundige ThorbjŲrn Ňkersted stelt bij doorslaap problemen in eerste instantie forse lichamelijke inspanning voor. Zijn onderzoek onder burn-out patiŽnten (vitale uitputting is niet arbeidsgerelateerd, maar wel verwant aan burn-out) laat zien dat een uur hardlopen aan het eind van de middag een verstoorde slaapcurve kan normaliseren. “Voor iemand die zich dodelijk vermoeid voelt, is het extra moeilijk een trainingsprogramma op te pakken,” zegt hij. “Toch kan even doorbijten juist voldoende zijn om een neerwaartse spiraal te stoppen. Bij langdurige uitputtingsklachten is de nachtrust per definitie gestoord. Herstel de slaap en je bent op de goede weg, zelfs als de externe factoren die de problemen veroorzaken, blijven bestaan.”
 
‘Low Battery’. “Mensen met vitale uitputting vergelijken zichzelf vaak met een batterij die vrijwel leeg is en die een nieuwe lading maar heel kort vasthoudt,” zegt Gert Schuitemaker. Ruim 40 procent van de Nederlanders zegt ‘moe’ te zijn. Bij 7 procent is het energieniveau zo laag dat je kunt spreken van vitale uitputting. Uiteindelijk is deze toestand het gevolg van een gebrekkige aanpassing aan ‘ongewone’ omstandigheden. Volgens wijlen endocrinoloog Dr Hans Seyle is het lichaam niet in staat onderscheid te maken tussen verschillende stressoren.

Zodra we worden geconfronteerd met iets dat ons dwingt tot aanpassing, beginnen onze bijnieren catecholamines te produceren, in eerste instantie voornamelijk adrenaline. “Of we nu te maken krijgen met een gifslang, een nare baas of een financieel probleem, als we de informatie als bedreigend ervaren, is de fysieke reactie hetzelfde,” zegt de Britse sportpsycholoog Costas Kerageorghis. “Een stoot adrenaline stuwt onder meer de hartslag en bloeddruk omhoog en bereidt ons voor op een gevecht of een sprint. Verdwijnt de stressor vervolgens, of vinden we een manier om er mee mee om te gaan, dan is er niets aan de hand. Het lichaam keert terug naar een ontspannen toestand. Verdwijnt de stressor niet, dan gaat de alarmfase over in een weerstandsfase. In deze fase gaan we vooral corticosteroÔden produceren.”
 
Wat zijn de consequenties? Gert Schuitemaker: “Duurt die weerstandsfase voort, dan leidt de overdreven cortisolproductie op termijn tot een verhoogde bloeddruk, een verzwakt immuunsysteem en tot een algemeen verhoogde vatbaarheid voor ziekte. Als we er vervolgens nog niet in slagen de stressor te elimineren, dan glijden we in de laatste stressfase, die van de uitputting. De bijnieren kunnen niet meer, de aanmaak van glycogeen wordt zo goed als onmogelijk, we krijgen problemen met de glucosehuishouding en ons energieniveau bereikt een dieptepunt. In deze kwetsbare toestand ontstaan gemakkelijk ontstekingen in de vaatwanden. Het wordt steeds duidelijker dat het ‘dichtslibben’ van bloedvaten voor een belangrijke deel op sluimerende onstekingsprocessen berust.”
 
Dit is je wapen: Reken actief af met frustraties en neem altijd een beslissing. Handel. Als iets je zwaar op de maag ligt, verander het dan, of loop er voor weg. Liever ‘laf’ dan aan de monitor. Zeg ‘nee’ als iets je niet uitkomt en heb een gezonde portie lak aan de mening van anderen. Aanhoudende, als overweldigend ervaren stress is nog slechter dan tot nog toe werd aangenomen. Een onderzoek onder wedstrijdzeilers bracht aan het licht dat jonge, gezonde mannen binnen 48 uur zogenoemde transient diabetes ontwikkelen als ze worden geconfronteerd met een overweldigend, ogenschijnlijk onoplosbaar probleem. De toestand verdwijnt volledig zodra de stressor is geŽlimineerd. Gert Schuitemaker: “Het is in het dagelijks leven niet altijd even duidelijk wat nou precies je stress veroorzaakt. Als je er niet zelf uitkomt, kan cognitieve gedragstherapie een uitstekend hulpmiddel zijn.”
 
Mr. Ongeduld, pas op je hart!
 
Opvliegerig, ongeduldig, vijandig ‘type A gedrag’ is door een serie blunders nooit de officiŽle risicofactor voor hart- en vaatziekten geworden die het naar alle waarschijnlijkheid wel degelijk is. De cardiologen Meyer Friedman en Ray Rosenman hoorden eind jaren ’50 van de huismeester in hun ziekenhuis dat het meubilair in de cardiologie-wachtkamer veel en veel sneller sleet dan dat in de wachtkamers van andere specialismen. Gefascineerd door die waarneming begonnen ze het gedrag van hun patiŽnten te bestuderen en ontwikkelden 20 jaar later de zogenoemde Videotaped Clinical Examination (VCE), een gefilmd gesprek van 20 minuten, waarin een aantal gedragskenmerken die worden geassocieerd met een verhoogd cardiovasculair risico genadeloos worden blootgelegd.

In de 8,5 jaar lange Western Collaborative Group Study onder 3154 gezonde mannen van 39 tot 59 jaar, toonden Friedman en Rosenman aan dat met behulp van de VCE pijnlijk nauwkeurig kan worden voorspeld welke mannen ‘op de rol’ voor een infarct staan. Dat leidde tot een vervolgstudie onder mensen die juist een infarct hadden doorgemaakt, om te kijken of gedragsverandering invloed heeft op het ziekteverloop. Na 4,5 jaar bleken in de groep die cognitieve gedragstherapie onderging zo veel minder tweede infarcten op te treden, dat de National Institutes of Health, financier van het onderzoek, het niet ethisch verantwoord vond om de placebogroep nog langer therapie te onthouden.

Vijf behoorlijke studies bewezen nadien het enorme nut van VCE als diagnostisch instrument en gedragstherapie als ‘medicijn’.  Het ging mis toen door de farmaceutische industrie ingehuurde wetenschappers het fenomeen met een aanzienlijk grovere methode – de Cook Medley Hostility Scale – gingen ‘debunken’. Nu werd geen enkel verband gevonden. Friedman en Rosenman probeerden nog van alles om de redacteuren van de medische tijdschriften te laten inzien dat de Cook Medly schaal vergeleken bij VCE een beperkt meetinstrument is, maar konden niet voorkomen dat hun belangrijke ontdekking officieel werd afgevoerd. We kunnen alleen maar hopen dat het Maastricht Interview Vital Exhaustion niet een zelfde lot wacht.
 
Jij weet nu beter. Ben jij een type A? Het antwoord luidt ‘ja’ als je jezelf herkent in drie van de volgende eigenschappen:

  • Neiging luid te praten en sleutelwoorden te benadrukken.
  • Nooit stil kunnen zitten.
  • Neiging om voortdurend aan het eigen lichaam te frunniken.
  • Voortdurend bezeten van eigen gedachten.
  • Neiging om elke conversatie in de richting van eigen interessegebied te sturen.
  • Voortdurend gevoel van tijdsdruk.
  • Neiging snel te lopen, spreken en eten.
  • Snel op de tenen getrapt.
  • Vijandige instelling.
  • Niet goed naar anderen kunnen luisteren.
  • Geen stiltes kunnen verdragen in een gesprek. Neiging om wanneer
    iemand naar een woord of uitdrukking zoekt, snel zelf ‘in te vullen’.
  • Competitieve obsessie met cijfers (tijd, hoeveelheid, afstand) en
    altijd sneller, groter en verder willen dan anderen.
  • Overdreven agressieve reactie op ‘getreuzel’ van anderen.
  • Onvermogen te genieten van de omgeving en het ‘hier en nu’.

Heb je het idee dat je in een glasheldere spiegel kijkt? Probeer dan tot inkeer te komen vÚÚr je met zwaailicht en sirene wordt afgevoerd. OriŽnteer je in de uigebreide ‘selfhelp’ literatuur of praat eens met een psycholoog.

Vitale uitputting heeft natuurlijk nog veel meer kenmerken. Het Maastricht Interview Vital Exhaustion speurt naar de volgende factoren:

  • Vermoeidheid
  • Lusteloosheid
  • Energiegebrek
  • Prikkelbaarheid
  • Gevoel afgewezen te worden
  • Gevoel tekort te komen
  • Moeite met kleine tegenslagen
  • Gevoel van apathie
  • Afgenomen libido
  • Concentratieproblemen
  • Gevoel van uitzichtloosheid
  • Neiging te huilen
  • Hopeloosheid
  • Doodswens

Dit artikel verscheen eerder in Men’s Health magazine, speciale dank aan Melchior voor deze bijdrage aan de site

 

 

 


 


View My Stats