Vitamine C dossier
AD Magazine
Datum: 16 april 2005
Item: Vitamine C
Auteur: Melchior Meijer
Is vitamine C wellicht méér dan een vitamine? Vrijwel alle zoogdieren maken het zelf,
klokje rond, in de lever en de nieren. Mensen, apen en cavias verloren dat vermogen.
Koppige dokters beweren al jaren dat een spuit vitamine C iedere virusinfectie in de kiem
smoort. En dat de ADH fors omhoog moet. Kwakzalvers?
Broodje Aap?
Om tien over acht in de avond van 23 januari 1948 buigt Frederick Klenner, plattelandsarts
uit Reidsville, North Carolina, zich over het ziekbed van een vierjarig joch. Hij ziet de
typische verschijnselen van een virale hersenvliesontsteking. Het kind is een week flink
verkouden en hangering geweest. Die middag klaagde het over hoofdpijn, ontwikkelde
plotseling hoge koorts en werd doodziek. Hij heeft het bewustzijn verloren. Verkeert in
shock. Klenner aarzelt geen moment. Hij haalt een injectiespuit uit zijn tas en trekt de
spuit vol met een oplossing van 3000 milligram natrium-ascorbaat: vitamine C in een vorm
die je kunt injecteren.
Zo snel als het hart van het mannetje
toelaat, jast hij de oplossing in zijn bloedbaan. Het resultaat is onmiddellijk en
verbluffend. De hartslag zakt van 180 naar 100. De koorts daalt. Om tien voor half negen
reageert de kleine patiënt op zijn ouders. Een uur later kan hij zitten en drinkt hij.
Klenner geeft hem nog een injectie, nu in het spierweefsel en instrueert de ouders het
kind elke twee uur een gram ascorbinezuur te geven, opgelost in limonade. Vier dagen later
is de peuter volledig hersteld.
Klenner, zo blijkt uit een artikel dat hij in 1949 publiceerde in het weinig prestigieuze
vakblad Southern Medicine & Surgery, wist wat hij deed. Op het moment dat hij dit
jongetje terughaalde, had hij al succes geboekt in honderden soortgelijke
gevallen. Tijdens een polio-epidemie had hij zelfs alle zestig patiënten die onder zijn
hoede kwamen binnen drie dagen zonder restverlammingen op de been geholpen. Op een congres
van de American Medical Association in 1953 drukte hij zijn sprakeloze collegas op
het hart: Als je niet meteen weet wat het is en het niet vertrouwt, onmiddellijk
intraveneus natrium-ascorbaat toedienen en dan pas verder gaan met diagnosticeren.
Klenner werd volkomen genegeerd.
Alle hoop en aandacht waren gericht op
een vaccin, dat elk moment werd verwacht. Klenner publiceerde driftig, maar uitsluitend in
onbeduidende tijdschriften als Southern Medicine & Surgery en het Journal of
Preventive Medicine. Zijn verzoeken om een grote studie op te zetten, werden consequent
afgewezen.
Vitamine C is een bijzonder molecule. Hoewel de Schotse scheepsarts James Lind al in 1747
overtuigend aantoonde dat een substantie in citrusfruit scheurbuik (scorbut) voorkomt en
geneest, werd de stof ascorbinezuur (anti-scheurbuik-zuur) pas in 1928 geïsoleerd door de
Hongaars-Amerikaanse biochemicus Albert von Szent-Gyorgyi. Zijn ontdekking werd als zo
belangrijk beschouwd, dat hij er in 1937 een Nobelprijs voor kreeg. Al snel werd duidelijk
dat de mens een van de heel weinige zoogdieren is die zelf geen ascorbinezuur kunnen
maken.
Zon veertig miljoen jaar geleden
verloren mensen, de meeste apen, cavias en een zeldzame vleermuissoort een enzym dat
de laatste schakel vormt in de omzetting van glucose (bloedsuiker) in vitamine C. Het gen
voor het enzym zit er nog, maar het is defect. Niemand weet waarom we een zo belangrijke
functie (vitamine C is noodzakelijk voor meer dan driehonderd vitale processen) verloren.
Sommige wetenschappers nemen aan dat ons oerwoudmenu zoveel vitamine C leverde dat we de
eigen aanmaak konden missen, anderen menen dat een virus het genetische defect
veroorzaakte. Feit is dat wij mensen het spul dagelijks met de voeding tot ons moeten
nemen om gezond te blijven, net zoals een suikerzieke insuline moet gebruiken.
Het verhaal van de inmiddels overleden dokter Fred Klenner heeft alles weg van een broodje
aap. Een mooie, maar onware en potentieel gevaarlijke anekdote. Toch zetten artsen ook
anno 2005 intraveneus toegediende megadoses vitamine C in bij virale crisissituaties.
Noodgedwongen zonder er veel ruchtbaarheid aan te geven. Ze rapporteren dezelfde
dramatische effecten als Klenner. Hoe kan dat nou? Gezien de totale afwezigheid van
serieuze berichten, lijkt er maar één verklaring mogelijk: deze uit de pas lopende
dokters zijn pathologische leugenaars. De Britse biochemicus Dr Steve Hickey, auteur van
het onlangs verschenen boek Ascorbate, the Science of Vitamin C, onderzocht de
claims.
Zijn conclusie is verbijsterend.
Óf deze artsen en de ouders van hun patiëntjes liegen de hele boel bij elkaar, óf
ze nemen een placebo-effect waar dat zich op magische wijze beperkt tot ascorbinezuur, óf
het medische establishment maakt een onvergeeflijke fout. Eén ding is zeker: zolang het
niet eerlijk is onderzocht, is het onwetenschappelijk om dit soort consistente
waarnemingen van ervaren dokters blind af te serveren. Klenner en vele anderen hebben
extreme resultaten geboekt bij alle denkbare virusinfecties, van polio en griep tot
hepatitis. Die resultaten zijn gedocumenteerd, maar niet in de juiste
tijdschriften. Het is bovendien aangetoond dat acsorbinezuur in de reageerbuis de meeste
virussen blokkeert. Anticiperend op de griep-pandemie die onherroepelijk zal uitbreken, is
het wellicht handig dat overheden snel eerlijk laten uitzoeken of intensieve
ascorbinezuurtherapie inderdaad alle virale brandhaarden in de kiem smoort, zoals de
biochemische logica voorspelt.
Vanaf het moment dat zon pandemie
uitbreekt, duurt het een half jaar voor een vaccin beschikbaar is. Een gemene griep à la
1918-1919 roeit in zon tijdsbestek ook anno 2005 miljoenen mensen uit. Onlangs
adviseerde de Gezondheidsraad minister Hoogervorst Nederland op een epidemie voor te
bereiden door voldoende virusremmers in te slaan. Kosten: 50 miljoen Euro. De
effectiviteit van deze medicijnen wordt door kritische deskundigen als matig aangemerkt.
Hickey: Als een simpel en spotgoedkoop infuus met ascorbinezuur het brandje blijkt
te blussen, stel ik voor dat we alle financiële belangen even vergeten en het
inzetten.
Biochemische logica? Het brandje blussen? Dr Thomas Levy, internist, cardioloog en auteur
van het boek Vitamin C, Infectious Diseases & Toxins, legt het duidelijk
uit. In de eerste plaats is goed aangetoond dat vitamine C in therapeutische doses
antibiotische en antivirale capaciteiten bezit. Hoge concentraties blokkeren zelfs HIV, in
de zelfde mate als farmacologische aidsremmers. Verder is het immuunsysteem volkomen
afhankelijk van het spul. Maar de rappe levensreddende werking bij acute infectieziekten
berust op het vermogen van ascorbinezuur om elektronen te doneren aan zogenoemde vrije
radicalen.
Elke infectieziekte gaat gepaard met een
gigantisch oxidatieproces. Het is dat proces, die brand zo je wilt, die het organisme
uiteindelijk de das om doet. Ascorbinezuur doet in feite weinig anders dan het stabiel
maken van die vrije radicalen. Als er voldoende elektronen worden aangeboden, in de vorm
van massas ascorbinezuur, dooft de infectie en krijgt het immuunsysteem een faire
kans om af te rekenen met de ziekmaker. Is de infectie mild, dan heb je betrekkelijk
weinig ascorbinezuur nodig. Is de infectie heftig, dan moet je véél meer gebruiken.
Infuusflessen tegelijk. Je kunt het uitstekend vergelijken met een uit de hand lopend
houtvuur. Niemand bestrijdt een flinke fik met een waterpistooltje.
Je gooit er een paar emmers water op, of
roept de brandweer erbij en dan pas dooft het. Dit is brugklas-scheikunde, geen
ingewikkelde geneeskunde. Het is weinig sexy, je kunt er geen stoere referaten over houden
en je verdient er geen Mercedes mee. Misschien dat collega-artsen er daarom zo moeilijk
over doen.
Wat een verbluffende onzin, is de unanieme reactie van Nederlandse deskundigen.
Heeft u wat meer reclame-uitingen over deze onzinnige therapie, vraagt Dr Cees
Renckens, voorzitter van de Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij. Er zijn
vast enkele artsen in Nederland die gek genoeg zijn om vitamine C intraveneus te geven,
maar in de ziekenhuizen zal het niet voorkomen. Daarvoor hebben we in Nederland gelukkig
te veel sociale controle en collegiale toetsing.
Zijn collega Prof Dr Rob Koene,
nierspecialist in ruste, mist ook maar het geringste bewijs. Er zijn
geen gecontroleerde, klinische studies. Dat hoeft ook niet, want de zogenaamde observaties
van deze artsen zijn pertinente nonsens. Het is ze niet gelukt om er in respectabele
tijdschriften over te publiceren. Dat betekent dat er iets niet deugt. Pas als een
waarneming door de collegas serieus wordt genomen, als er een zekere logica aan ten
grondslag ligt, verdient hij aandacht.
Dit is kwakzalverij. Gepropageerd door
goedbedoelende individuen, maar toch, onzin. Veronderstel dat we alle evident waanzinnige
observaties in grote onderzoeken zouden gaan toetsen! Dan zou het eind zoek zijn.
Biochemicus Hickey: Koenes standpunt getuigt niet van wetenschappelijk denken. Het
is waar dat er alleen observaties van dokters zijn. Maar het is veel te gemakkelijk om die
observaties eenvoudig weg te wuiven of af te doen als placebo-effect. Bewusteloze, ten
dode opgeschreven peuters met hersenvliesontsteking komen bij en genezen. Niet één keer,
niet twee keer, maar telkens als een dokter op tijd voldoende ascorbinezuur inspuit. De
zestig poliopatiënten die Klenner binnen 72 uur weer op de been hielp, hebben zonder
restverlammingen verder geleefd.
Kon Klenner geen diagnoses stellen en
mankeerde die mensen niks? Zag Klenner het Pak Uw Bed Op En Wandel effect? Zijn al zijn
opvolgers geschifte fantasten? De enige wetenschappelijk correcte reactie op
dit soort observaties is onderzoek het grondig.
Vast staat dat dat zestig jaar lang niet is gebeurd. Het is nauwelijks voor te stellen dat
een eenvoudige, goedkope behandeling met zulke spectaculaire resultaten en vrij van
bijwerkingen al die tijd over het hoofd kan worden gezien door intelligente, bonafide
artsen en onderzoekers. Hebben Renckens en Koene gelijk? Staart het vitamine C
kamp zich blind op een fata morgana? Internist en cardioloog Levy meent dat er veel
banalere mechanismen in het spel zijn. Hooggeschoolde professionals met veel status
vertonen de neiging als groep te denken en niet als individu, zegt hij. Alleen
medische informatie die de leerboeken haalt en door hoogleraren wordt gedoceerd, is
waar. Waarnemingen, hoe evident en relevant ook, die niet onmiddellijk
doordringen tot de collegezalen, zijn gedoemd om enkele generaties lang te worden
geridiculiseerd.
De geschiedenis van de geneeskunde is
geplaveid met voorbeelden. De angst voor kwakzalver te worden versleten, wordt er vanaf
het eerste medische college ingeramd. Het gekke is, hoe voor de hand liggender en
logischer een nieuw idee, hoe meer weerstand het ondervindt. Dokter Semmelweis was de
kwakzalver van zijn tijd, omdat hij zijn collegas wees op het belang van handen
wassen tussen lijkschouwing en verlossing.
Omgekeerd geldt de coronaire bypass
operatie vandaag de dag als onbetwist symbool van medisch kunnen, terwijl er in de
literatuur geen bewijs is dat het huzarenstukje beter werkt dan niet ingrijpen. Niemand
die dáár een probleem van maakt. In het geval van vitamine C gaat het om veel meer dan
gekrenkte eer en de kleren van de keizer. Aan de ziekten die het spul geneest, valt
verschrikkelijk veel te verdienen. Aan ascorbinezuur niets.
Steve Hickey vult aan: Laat het duidelijk zijn dat reproductie van Klenners
resultaten ten overstaan van de wereld catastrofaal zou zijn voor de farmaceutische
industrie en voor het aanzien van een aantal invloedrijke wetenschappers. Individuele
dokters hebben echter ook zelf ogen en oren en zijn dus deels verantwoordelijk voor
ontbrekende kennis en eventueel daaruit voortvloeiend leed. Levy verwijst in zijn boek
naar 1200 relevante studies. Ik heb er ook honderden opgediept. De kennis ligt op straat.
Toediening van hoge doses vitamine C is bovendien volstrekt veilig. Ik zou het door Koene
gebruikte argument dan ook willen omdraaien. Tot gecontroleerde klinische studies hebben
bewezen dat het niet werkt, moet het afzien van massieve natrium-ascorbaatbehandeling bij
potentieel dodelijk verlopende infectieziekten als hersenvliesontsteking, SARS, ebola of
vogelgriep als medische nalatigheid, als kwakzalverij worden bestempeld.
Ook bij chronische aandoeningen speelt vitamine C, of een gebrek er aan, volgens sommige
wetenschappers een sleutelrol. In de jaren 90 oogste Linus Pauling, een van de
grootste scheikundigen die de vorige eeuw heeft voortgebracht, de hoon van de medische
stand toen hij verkondigde dat hart- en vaatziekten niets anders zijn dan een uiting van
milde scheurbuik. Hij stelde dat het probleem volledig zou worden uitgebannen als iedereen
van kindsbeen af dagelijks enkele grammen vitamine C zou nemen. Ook meende hij zeker te
weten dat angina pectoris pijn op de borst als gevolg van vernauwde kransslagaderen
kan worden genezen met megadoses vitamine C en de aminozuren lysine, proline en
arginine.
Een verhandeling waarin hij deze boude
bewering staafde, werd aanvankelijk gretig geaccepteerd door het wetenschappelijke
tijdschrift Science, maar op het laatste moment zonder opgaaf van reden niet gepubliceerd.
In een radio-interview vertelde Pauling hoe enkele bejaarde vrienden met hartproblemen
(onder wie een natuurkundige met een Nobelprijs) bypass-operaties hadden afgezegd toen ze
na een paar weken vitamine C therapie van hun pijn en beperkingen bleken te zijn verlost.
Over de weigering van die publicatie zei hij: Ach, wie heeft er nog behoefte aan een
dubbelblinde, gerandomiseerde, placebo-gecontroleerde studie als hij bewijs van dit
kaliber ziet.
Biochemius Steve Hickey: Ook deze
spannende hypothese en waarnemingen van een man die twee keer eerder onverwacht gelijk
kreeg, zijn nooit eerlijk getoetst. Op het Internet gonst het van de anecdotische gevallen
van mensen met verstopte kransslagaderen en angina pectoris die zonder chirurgisch
ingrijpen beter worden, maar zolang er geen klinische studies zijn, zijn die getuigenissen
niets waard. Pauling was niet de eerste wetenschapper die chronisch vitamine
C-gebrek als voornaamste oorzaak van het hartinfarct zag. In 1940 toonde de Canadese
patholoog Paterson aan dat hartinfarctpatiënten zonder uitzondering veel lagere vitamine
C spiegels hebben dan gezonde mensen. De plaques in aangetaste slagaders worden
gevoed door haarvaatjes, schreef Paterson, een observatie die vijftig jaar later
werd bevestigd. Bij gebrek aan ascorbinezuur worden die vaatjes zwak, gaan kapot en
veroorzaken een bloedprop.
Is er voldoende vitamine C, dan blijven
de vaatjes en de plaque stabiel en zullen ze geen infarct veroorzaken. Patersons
landgenoot Willis, een cardioloog, bevestigde die waarneming in 1953. Eerst toonde hij aan
dat cavias die net als wij geen vitamine C kunnen aanmaken zonder
uitzondering verstopte bloedvaten ontwikkelen als ze het cavia-equivalent van de ADH voor
mensen krijgen. Bij cavias die omgerekend naar menselijke verhoudingen een gram of
vier per dag krijgen, is de aandoening echter onmogelijk op te wekken. Toen hij dat had
vastgesteld, ging Willis, niet gehinderd door ethische commissies, experimenteren met zijn
hartpatiënten. Eén groep gaf hij drie maal daags 500 milligram vitamine C (een dosis die
Pauling overigens als verwaarloosbaar laag zou hebben bestempeld), de andere
groep kreeg alleen normale voeding.
Het resultaat: in de vitamine C groep
groeiden de bloedvaten niet verder dicht en namen de symptomen af, in de
onbehandelde groep schreed het ziekteproces onverminderd voort. Hickey:
Er is van alles aan te merken op Willis aanpak, maar de man verkeerde terecht
in de overtuiging dat zijn pilotstudie een aanzet zou vormen voor gedegen
vervolgonderzoek. Willis is vergeten.
Cardiologen kennen de man noch zijn werk.
Het is alsof zijn onderzoek nooit is gedaan. En op onderzoek dat nooit is gedaan, kun je
niet voortborduren. Het enige solide materiaal dat we nu hebben, zijn epidemiologische
studies die hardnekkig suggereren dat mensen met veel vitamine C in hun bloed veel minder
kans hebben te overlijden aan een heel spectrum van kwalen.
Aanbevolen Dagelijks Hoeveelheid
Leidt extra slikken alleen tot een
dure plas?
Mensen maken zelf geen ascorbinezuur aan. Chemicus Linus Pauling (1901-1994) was ervan
overtuigd dat we tenminste drie gram (3000 milligram) per dag nodig hebben. Zelf was hij
met 18 gram een echte grootverbruiker. Hij baseerde die nog altijd controversiële
opvatting op de observatie dat de meeste dieren dagelijks het menselijke equivalent van
tussen de 5 en 13 gram aanmaken en een veelvoud daarvan wanneer hun organisme door
ziektekiemen wordt bedreigd of anderszins stress ondervindt. Hij noemde de Aanbevolen
Dagelijkse Hoeveelheid (internationaal variërend van 60 tot 200 milligram) in
strijd met de logica en funest voor de volksgezondheid.
Geen dierenverzorger die het in
zijn hoofd haalt om gorillas de vierenhalve gram vitamine C per dag die ze in het wild bij
elkaar plukken te onthouden, zei Pauling. Ze weten dat ze anders ziek worden
en dat kost geld. Hoe kunnen we zo naief zijn te denken dat wij mensen genoeg hebben aan
de 60 milligram waarmee je acute scheurbuik voorkomt. Het antwoord van de
gezondheidsautoriteiten: zodra we meer dan 60 milligram per dag binnenkrijgen, plassen we
het uit. Het bloed en andere weefsels zijn dan verzadigd en nog meer slikken levert
slechts een dure plas op. Steve Hickey noemt dit pseudowetenschappelijke
prietpraat.
Ten eerste plassen ook zoogdieren
die zelf ascorbinezuur aanmaken grote hoeveelheden uit, zegt hij. Dat wil niet
zeggen dat het spul geen werk heeft verricht. Ten tweede zijn bij de onderzoeken naar de
verzadiging van weefsels fundamentele fouten gemaakt. Er is bijvoorbeeld geen rekening
gehouden met de halfwaardetijd van vitamine C. Die bedraagt slechts dertig minuten. Elke
dosis is na een uur verbruikt, wat impliceert dat mensen vanwege hun genetische defect
regelmatig wat vitamine C moeten gebruiken.
Dr Mark Levine, de onderzoeker van de
National Institutes of Health op wiens studies ook de Europese Aanbevolen Dagelijkse
Hoeveelheid is gebaseerd, heeft plasmaconcentraties gemeten 12 uur na de inname van een
enkele dosis vitamine C. Natuurlijk krijg je dan de indruk dat het geen zin heeft. Elke
dosis is dan immers lang en breed verwerkt en uitgeplast. Verder heeft Levine zelf
bevestigd dat de maximale bloedconcentraties na orale inname vier keer hoger liggen dan
hij aanvankelijk dacht. Dat laatste is netjes gedocumenteerd in een recent nummer van The
Annals of Internal Medicine, maar ondanks de implicaties voor de volksgezondheid wordt het
niet vertaald naar nieuwe adviezen.
Hickey heeft zijn collega aangesproken op
de onvolkomenheden in zijn werk en de mogelijke consequenties daarvan. Uit de e-mail
correspondentie blijkt dat de aanvankelijk communicatieve Levine niet meer reageert sinds
Hickey hem confronteert met de evidente fouten in zijn onderzoek.
Vitamine C of ascorbinezuur komt voor in talloze vruchten en gewassen en het wordt
synthetisch vervaardigd uit vooral maiszetmeel. Er is geen verschil tussen natuurlijke of
synthetische vitamine C, het gaat om exact hetzelfde molecule, met dezelfde opneembaarheid
en dezelfde effecten. De kostprijs van synthetische vitamine C is iets hoger dan die van
druivensuiker (glucose, dextrose). Op de meeste pillen zit dus een winstmarge die in elke
andere branche als schandalig zou worden bestempeld. Pure vitamine C is verkrijgbaar in
poedervorm. In Zweden en Denemarken ligt het voor luttele centen per zakje (Knorr) in de
supermarkt, bij de bakproducten. Huisvrouwen gebruiken het om appelmoes te conserveren.
Pure ascorbinezuur laat zich uitstekend
oplossen in allerlei koude dranken. Vitamine C in tabletvorm is meestal deels gebonden aan
een mineraal, zoals calcium, magnesium, kalium of natrium. Alleen die laatste vorm,
natriumascorbaat, is geschikt voor intraveneuze toediening. Ondanks sterke aanwijzingen
dat vitamine C levens kan redden bij infectieziekten, vergiftigingen, slangenbeten en
shock, is intraveneuze toediening van natriumascorbaat in Nederland niet toegestaan. De
Amerikaanse arts en vitamine C specialist Robert Cathcart behandelt patiënten volgens het
zogenoemde darmtolerantie-principe.
Hij geeft zoveel ascorbinezuur tot de
patiënt diarree krijgt. Het blijkt dat zieken veel meer ascorbinezuur opnemen dan
gezonden (afhankelijk van de ernst van de kwaal tot wel 100 gram per dag) voor er diarree
ontstaat. Cathcart: Ziekte vreet ascorbinezuur. Ik praat daarom wel over een
50-grams griep of een 100-grams longontsteking. De gedachte dat hoge doses over een
langere periode vitamine C nierstenen zouden veroorzaken, blijkt op bakerpraat te
berusten. Wetenschappelijk onderzoek laat juist zien dat een hoge inname de kans op
nierstenen vermindert. Hoewel vitamine C de ijzeropname bevordert en dus potentieel
gevaarlijk is voor mensen met ijzerstapeling, blijkt uit onderzoek dat grote doses
vitamine C overvloedig ijzer binden en het lichaam uit helpen. Cathcart: Ik zet het
met succes in bij ijzerstapeling, maar ook bij vergiftiging met zware metalen. Er is maar
één risico en dat is dat je te laag doeert.
Bloedvaatjes in het netvlies zijn met een retinoscoop goed zichtbaar en kunnen gemakkelijk
worden gefotografeerd. De toestand van die vaatjes weerpspiegelt de conditie van de rest
van het bloedvatstelsel. Deze relatie is zo sterk, dat oogartsen en optometristen kunnen
zien of iemand hoge bloeddruk heeft of aan het ontwikkelen is. Ruim vóór de bloeddruk
gaat stijgen, vertonen de vaatjes in het netvlies vernauwingen. Vernauwde vaatjes in het
netvlies vormen ook een goede indicatie of iemand een hartinfarct zal krijgen. Volgens
sommige oogartsen is een plaatje van het netvlies zelfs net zon betrouwbare
graadmeter als een angiogram, een directe foto van de kransslagaderen.
Ofthalmoloog Dr Sydney Bush uit het
Britse Hull ontdekte bij toeval dat het gebruik van 2 tot 10 gram vitamine C per dag
vaatvernauwing in het netvlies voorkomt en bestaande bloedvatafwijkingen herstelt.
Ik merkte in mijn contactlenspraktijk dat mensen die mooie vaten hebben, veel
groenten en fruit zeggen te eten, terwijl mensen met atherosclerotische vaten vaker zeggen
dat knakworst hun favoriete groente is. Na een forse literatuurstudie kreeg ik de indruk
dat die slechte bloedvaatjes in de ogen een uiting zijn van latente scheurbuik, een
chronisch gebrek aan vitamine C. Een nu zeven jaar lopend experiment heeft die gedachte
bevestigd.
Vaatafwijkingen in het netvlies
herstellen binnen enkele maanden wanneer patiënten 2 tot 10 gram ascorbinezuur per dag
gaan slikken. Bush beschikt over honderden voor en na
fotos van netvliezen, waarop duidelijk is te zien dat vernauwingen zijn verdwenen.
Er was echter geen sprake van een placebogecontroleerde, dubbelblinde studie. Bush
publiceerde over zijn experiment in het British Medical Journal, maar een aanvraag voor
een (dure) vervolgstudie werd niet gehonoreerd.
Bush: Het is om gek van te worden.
Je ziet dat iets werkt en je mag het niet eerlijk onderzoeken. Ik troost me met de
wetenschap dat ik een beperkte groep mensen kan helpen.
Ik wil de auteur bedanken voor deze
bijdrage
Ron