
Wat hebben wij aan het Zwitserse
ETH [1] onderzoek :
Blootstelling aan UMTS-achtige velden, welbevinden en cognitieve prestatie?
Eindredactie M.P. Verheuvel, 06-09-2006
met bijdragen van Ch. Claessens en G.Teule
Onderzoek naar gezondheidseffecten van RF-straling:
COFAM I en COFAM II
In 2003 voerde TNO onderzoek uit naar het
welbevinden en cognitief functioneren van proefpersonen o.i.v. radiofrequente straling in
een stralingsvrije ruimte. Volgens een van te voren vastgestelde dubbelblinde proefopzet
werden de personen blootgesteld aan veldsterkten van ongeveer 1 V/m van de frequenties 900
en 1800 MHz (=GSM) en 2100 MHz (=UMTS). Dit werd het COFAM onderzoek genoemd, hier verder
COFAM I genoemd.
Er is in dit onderzoek onder andere een
statistisch significante relatie gevonden tussen de aanwezigheid van radiofrequente velden
die lijken op die van een UMTS-zendmast en het ervaren welzijn van de proefpersonen,
ongeacht of deze zichzelf als gevoelig of niet gevoelig voor straling beoordeelden.
[2] De gevoelige proefpersonen werden
geselecteerd uit het bestand van het MeldpuntenNetwerk Gezondheid en Milieu (MNGM) en
werden ook door het MNGM benaderd. Het resultaat staafde het vermoeden van een groeiend
deel van de bevolking, dat de steeds toenemende mix van radiofrequente straling, in het
bijzonder die van UMTS, toch wel slecht zou kunnen zijn voor de gezondheid. Veel gemeenten
(ongeveer 60) weigerden daarna de plaatsing van UMTS-masten. Zowel TNO als de
Gezondheidsraad raadde aan om een replicatie van het TNO-onderzoek te laten uitvoeren door
een onafhankelijke onderzoeksgroep. Dit werd het Zwitserse ETH-onderzoek, verder COFAM II
genoemd.
Over dit onderzoek, dat had moeten dienen als een replicatie van het COFAM I onderzoek van
TNO, is tot dusver alleen een artikel verschenen in het tijdschrift Environmental
Health Perspectives, een Amerikaans blad van het Department of Health and Human
Services, juni 2006. (UMTS Base Station-Like Exposure, Well Being and Cognitive
Performance). [1]
Is COFAM II werkelijk een replicatie van COFAM I geworden?
Ons inziens is dit niet het geval, want:
1. TNO gebruikte evenveel gevoelige proefpersonen (MNGM-ers) als niet-gevoelige. (36
om 36) ETH gebruikte 33 self-reported sensitive en 84 niet-gevoelige
proefpersonen.
2. In Zwitserland kwam men aan de gevoelige proefpersonen via adverteren in een lokale
krant, via folders en uit databases van gevoelige mensen die al eerder aan een onderzoek
hadden deelgenomen. Door een gebrek aan maatstaven voor EM-sensitivity, ging men uit van
mensen die zeiden gevoelig te zijn voor RF EMF. In Nederland kwamen de gevoelige mensen
uit de databank van het MNGM. Dit waren mensen, die al geruime tijd gezondheidsklachten
dachten te hebben door masten in hun buurt of op hun dak. Zij kwamen uit alle uithoeken
van Nederland.
3. De proefpersonen van COFAM I waren tussen 18 en 75 jaar, van COFAM II tussen 20 en 60
jaar.
4. In het COFAM I onderzoek namen de proefpersonen deel aan vier sessies van 20 min. op
één dag. In het schema op blz.33 is te zien dat er 4 sessies zijn, dus 4x 20 min.
(waarvan de eerste de oefensessie is). In de overige 3 sessies kon men blootgesteld zijn
aan 900 MHz, 1800 MHz (GSM) of 2100 MHz (UMTS) met veldsterkte 1 V/m of aan placebo
(0V/m). Gedurende de sessies moest men testen uitvoeren. Letterlijk staat in het TNO
rapport op blz. 11 : During the first session the subjects filled out a
questionnaire and performed the cognitive function test for training reasons only. It is
stressed that during that first session none of the subjects have been exposed to
EMfields. The subjects were informed on the absence of GSM or UMTS-like fields. During the
second, third and fourth session the real comparison took place under double-blind
randomized conditions.
Verder werden twee vragenlijsten ingevuld, waarvan het invullen 20 min. resp.10 min. in
beslag nam.
In het COFAM II onderzoek werden de sessies wekelijks gedaan:Letterlijk staat op blz
10: It consisted of three experimental sessions at one-week intervals (+ of -
1 day), that were preceded by a training session 7 (+ or - 1 day) ahead and that
were always scheduled at the same time of day ( + or - 1 h) . ......... Each exposure
session lasted 45 min, during which subjects performed two series of cognitive tasks
starting at the beginning and after 22 min. of exposure, respectively. Between sessions
(NB.: hiermee worden de twee testen per sessie bedoeld!), subjects remained in front of
the computer and were allowed to read magazines. Ook zij vulden voor en na
vragenlijsten in. Eén van de vragenlijsten was dezelfde die TNO gebruikt had.
5. In het COFAM II onderzoek vond alleen blootstelling aan UMTS-achtige straling plaats
(2100MHz) en wel in twee verschillende veldsterkten, nl. 1 of 10 V/m. In het COFAM I
onderzoek was de blootstelling bovendien meer plaatselijk.
6. In COFAM II werden zwaardere eisen gesteld aan de gezondheid en ziektegeschiedenis van
de proefpersonen. Uitsluitingscriteria die anders waren dan die van COFAM I hadden
betrekking op vóórkomen van slaapstoornissen, roken, consumptie van cafeïnerijke
dranken, consumptie van alcohol, het hebben van een chronische ziekte en nog andere
parameters, die ervoor zorgden dat de onderzochte populatie van COFAM II veel gezonder was
dan die van COFAM I.
We mogen dus concluderen dat COFAM II onderzoek geen replicatie-, maar een
vervolgonderzoek is geworden, toegespitst op UMTS. Aangezien men in het COFAM I onderzoek
op één dag blootstond aan meerdere soorten straling vaak na een lange reis, was die
blootstelling meer te vergelijken met die in het dagelijks leven dan die van het COFAM II
onderzoek.
De conclusie van het COFAM II onderzoek
De conclusie van het COFAM II onderzoek was letterlijk: In contrast to a recent
Dutch study, we could not confirm a short-term effect of UMTS base station-like exposure
on well being. The reported effects on brain functioning were marginal and may have
occurred by chance. Peak spatial absorption in brain tissue was considerably smaller than
during usage of a mobile phone. No conclusions can be drawn regarding short term-effects
of cell phone exposure or the effects of long-term base station-like exposure on human
health.
Het komt er dus op neer dat het korte- termijn- effect van UMTS-achtige straling (1 V/m)
op het welzijn, dat gevonden werd in het COFAM I onderzoek in het COFAM II onderzoek niet
bevestigd kon worden. De effecten op de hersenfuncties waren marginaal en zouden op toeval
kunnen berusten. De maximale ruimtelijke absorptie in het hersenweefsel was veel minder
dan gedurende het gebruik van een mobieltje. De conclusie was dan ook: er kunnen geen
conclusies getrokken worden m.b.t. de korte termijn effecten van mobiel bellen of de
lange termijn effecten van UMTS-achtige stralingsblootstelling op de menselijke
gezondheid.
Effecten van blootstelling op de lange termijn
Een cruciale en na het COFAM I en COFAM II onderzoek nog steeds onbeantwoorde vraag is de
vraag of deze zwakke niet-ioniserende RF straling (op straatniveau meestal niet meer dan
ca. 3 Volt/meter) op de lange termijn schadelijk zou kunnen zijn voor onze gezondheid en
waarom dit zo is (de vraag dus naar het biologische mechanisme). Wij hebben
het dan over de combinatie van frequenties, zoals we die in het dagelijks leven
tegenkomen: UMTS-, GSM-, DECT-, WiFi-, TV-, Radio-, C2000-zenders, etc.
In 2004 publiceerde het RIVM in zijn
rapport Gezondheidskundige Advieswaarden Binnenmilieu op blz. 29 [7] de
volgende conclusie:
Op dit moment kunnen volgens RIVM voor niet-ioniserende straling, zowel in het
laagfrequente gebied als in het radiofrequente gebied, geen waarden voor de blootstelling
worden afgeleid waaronder het risico voor bewoners bij levenslange blootstelling afwezig
of verwaarloosbaar is. De belangrijkste redenen hiervoor zijn:
1. De
momenteel gebruikte basisrestricties en referentieniveaus zijn gebaseerd op acute effecten
na relatief korte blootstelling;
2. De gevolgen van langdurige blootstelling aan waarden
onder deze basisrestricties en referentieniveaus zijn niet duidelijk.
Alle onderzoeken ten spijt is deze conclusie nog steeds geldend.
Inventarisaties en epidemiologisch onderzoek
Verreweg de meeste meldingen van gezondheidsklachten komen van mensen, die langdurig wonen
(slapen) en/of werken in/met verschillende RF-stralingsbronnen. Acute klachten worden ook
wel gemeld, maar veel minder. Bovendien kan een acuut optredende klacht ook het gevolg
zijn van een langdurige blootstelling.
Inventarisaties van klachten, zoals die
door het MNGM [10], de Mainzer Wachhund [4]en Santini [3] uitgevoerd werden of worden,
suggereren dat de bestraling op langere termijn een scala van aspecifieke
gezondheidsklachten zou kunnen veroorzaken, zoals slapeloosheid, hoofdpijn, onwel voelen,
vermoeidheid, irritaties, tinnitus, concentratieverlies, etc. Daarbij komt nog dat lang
niet iedereen even gevoelig is. Dat kan opgemaakt worden uit de ervaringen van vier
proefpersonen van het COFAM II onderzoek, die aangaven dat zij wel degelijk
gezondheidsklachten overhielden na de exposities. Van de 117 personen zouden er
4 gerapporteerd hebben, dat hun gezondheid er behoorlijk zwaar onder geleden heeft,
tijdens en vooral na de proefbestraling. ¨
Ook bij het COFAM I onderzoek waren enkele proefpersonen die na afloop zieker werden of de
sessies niet uithielden. Dit is ons bekend uit een later gehouden enquête onder de
melders bij het MNGM, die meegedaan hadden aan het onderzoek. In het COFAM II artikel werd
evenwel gesteld, dat geen enkele van de proefpersonen de kortdurende elektromagnetische
velden kon bespeuren. In strikt technische zin (het voelen van zwakke stralingen) is dat
correct. Rechtstreeks en bewust voelen is één ding, de gevolgen ervan gewaarworden, ook
na verloop van enige tijd, is heel iets anders. In feite zeggen de studieresultaten dan
ook, dat een mens geen zintuig heeft waarmee hij of zij hoogfrequente straling van UMTS
bewust kan waarnemen.
Bevolkingsonderzoeken over blootstelling aan RF-straling op langere termijn bij mensen die
in de omgeving van een GSM of UMTS zender wonen en leven, geven een uitslag die een
statistische waarschijnlijkheid uitdrukt dat klachten zullen optreden door een bepaalde
milieufactor. Om dit te vinden, moeten storende factoren worden uitgesloten. Er werden
verschillende onderzoeken gedaan in het buitenland, waarbij nogal wat kritiek was op de
uitvoering. In het tijdschrift Occupational and Environmental Medicine werd echter recent
een epidemiologisch onderzoek gepubliceerd, dat er voor zover nu bekend wel gedegen
uitziet.
Dit onderzoek uitgevoerd door het Instiute of Environmental Health te Wenen is getiteld:
Subjective symptoms, sleeping problems and cognitive performance in subjects living near
mobile phone base stations.[11] De conclusie daarvan was: Despite very low exposure
to HF-EMF, effects on wellbeing and performance cannot be ruled out, as shown by recently
obtained experimental results; however mechanisms of action at these low levels are
unknown.
Vertaald: Ondanks erg lage RF
blootstellingswaarden kunnen effecten op welzijn en prestatie niet uitgesloten worden,
zoals recent verkregen resultaten van experimenteel onderzoek laten zien; echter de
mechanismen bij deze lage blootstellingen zijn niet bekend. Er werd in dit onderzoek een
significante relatie gevonden tussen mate van blootstelling en voorkomen van hoofdpijn. De
waarnemingssnelheid nam toe, terwijl de nauwkeurigheid afnam. Op de kwaliteit van de slaap
werd geen effect gevonden. Dit onderzoek zou door deskundigen eens nader bekeken en
beoordeeld moeten worden.
Onderzoek naar de biologische mechanismen
Om biologische mechanismen te kunnen aantonen zijn weer andere onderzoeken nodig. Er zijn
veel onderzoeken gedaan aan verschillende soorten dieren, organen, weefsels en cellen.
(zie de twee literatuuronderzoeken van de Utrechtse Wetenschapswinkel Biologie [8] [9]).
Daaruit bleek dat helaas geen enkel onderzoek precies hetzelfde is gedaan, waardoor de
resultaten verschillend zijn. Sommige onderzoeken tonen iets aan, andere weer niet.
Wanneer wel iets wordt aangetoond bij mensen, bijvoorbeeld de verstoring van het
slaappatroon, dan wordt daarbij aangetekend dat men zich wel kan herstellen, dus dat het
eigenlijk niet erg is. Dit gaat natuurlijk alleen op als het herstellend vermogen nog
optimaal is.
Aantasting van het regulerend mechanisme van een levend organisme kan op meerdere manieren
gebeuren en in de praktijk zal het een gevolg zijn van een cumulatie van factoren,
waarvan, naast blootstelling aan chemische stoffen, chronische blootstelling aan RF
straling er één is. Vooral mensen met een toch al zwak of verkeerd werkend
immuunsysteem, bijvoorbeeld na ziekte, na een operatie, bij ouderdom of aangeboren zwakte,
bij gebruik van medicijnen die het immuunsysteem onderdrukken of met afwijkingen aan hun
zenuwstelsel, zullen meer last hebben van deze factoren. Ook chronische ontstekingen al
dan niet door pathogene organismen moeten niet vergeten worden in deze context! Een
individueel persoon wordt in onze maatschappij meestal getroffen door combinaties.
Het is erg onverstandig om bij de bestrijding van deze cocktail één van de componenten
te bagatelliseren en lange termijn onderzoek op dit gebied te frustreren. De econoom John
Maynard Keynes mag dan ooit gezegd hebben: In the long run we are all dead,
maar dat betekent nog niet, dat alleen korte termijn wetenschap nog nastrevenswaard is.
De kosten en rapportage van COFAM II
Het COFAM II onderzoek kostte 723.000 CHF (Zwitserse franken) waarvan 40% betaald werd
door de industrie en 60% door overheden, Zwitserse zowel als Nederlandse. In Nederland
waren dat de ministeries van EZ, VWS, VROM en SZW. [15]
Het lijkt erop, dat geen enkel ministerie ondanks haar financiële bijdrage
geïnteresseerd is in een volledige wetenschappelijke rapportage. Zij kunnen de conclusies
van het onderzoek namelijk niet zelf controleren op dit moment. In het artikel zijn wel
cijfers gegeven, er valt echter niet uit op te maken, hoe de testen zijn verlopen en in
hoeverre het onderzoek is gemanipuleerd in de richting van een door de sponsors gewenste
uitkomst.
Zowel het RIVM als verontruste burgers, die zich met de problematiek bezighouden zijn daar
wél in geïnteresseerd. Het RIVM laat in zijn beoordeling van het Zwitsers
onderzoek van 6 juni 2006 meerdere malen blijken, dat zij het onderzoek door
het ontbreken van een gedetailleerd rapport niet goed kunnen beoordelen. RIVM stelt dat
door de wijze van presentatie van de Zwitserse gegevens niet getoetst kan worden of
de resultaten van de TNO-resultaten afwijken.[6] Ook de gerechtelijke eis het uitgebreide
rapport ter beschikking te stellen aan advocatenbureau BAWA, leverde niets op.[12]
Door de onderzoeksleider, prof. Achermann, werd zelfs bevestigd dat er geen rapportage is
behalve het peer reviewd artikel. Zelfs Prof. Zwamborn, die in het expertpanel
zitting had en die de leiding had over het COFAM I onderzoek, heeft aangegeven niet te
weten hoe de beoordeling van de resultaten heeft plaatsgevonden en vooral, welke
correctiefactoren daarbij golden.¨
Wij kunnen ons niet voorstellen, dat dit "peer review" uitgevoerd is aan de hand
van het artikel zoals het nu voorligt. Het zou erg zijn als er geen uitgebreid
wetenschappelijk rapport is voor al het geld dat het onderzoek gekost heeft.
Straling en politiek
De minister, de Gezondheidsraad (de Commissie Elektromagnetische Velden) en de World
Health Organization vinden niet dat er voldoende redenen zijn om aan te nemen dat de
milieufactor Elektromagnetische Velden bij veldsterkten onder de huidige
normen ernstige of onherstelbare schade aan de gezondheid of het milieu kan veroorzaken.
Daarom mogen de telecomproviders doorgaan met de installatie van tienduizenden pittige
zenders op elke plaats die hun goeddunkt.
Een interessant aspect hiervan is de timing van dit hele spel. Na de verkoop van de UMTS
zendlicenties (voor ca. 7 miljard gulden) kwamen de overheid en de providers overeen, dat
er in 2004 begonnen zou worden met de rollout van de UMTS zenders. Na het
COFAM I onderzoek (2003) en de technische afsluiting van het COFAM II onderzoek (2005)
duurde het nog een vol jaar, voordat het resultaat, een artikel in een wetenschappelijk
tijdschrift, naar buiten kwam. De reden voor het uitstel zou zijn, dat er peer
review uitgevoerd werd, hetgeen wat lang duurde. ¨
Ongeveer op hetzelfde moment van de openbaarmaking van de conclusie van het COFAM II
onderzoek deed de Commissie Elektromagnetische Velden van de Nederlandse Gezondheidsraad
voorstellen in haar rapport voor verdere studies m.b.t. kunstmatige elektromagnetische
straling en gezondheid. [13] Voor de sleep van nieuwe onderzoeken moeten de budgetten nog
worden aangevraagd en bovendien is de diversiteit van de gevraagde onderzoeken zodanig,
dat de Gezondheidsraad geen kans ziet er een prioritering in aan te geven. De door de
Gezondheidsraad gevraagde studies suggereren, dat er nog een wereld aan onderzoeken gedaan
moeten worden. Dit gaat nog lang duren. Hierbij moet worden aangetekend dat voorlichting
en onderzoek door de overheid wordt beschouwd als het hanteren van het voorzorgprincipe.
De gretigheid, waarmee de politiek (staatssecretaris Pieter van Geel) en de media de
onderzoeksresultaten aanpakten en meteen onjuist weergaven, zowel naar het Nederlandse
publiek als naar het parlement, is weinig vertrouwenwekkend. De heer van Geel verspreidde
namelijk al voor het verstrijken van het embargo op 6 juni jl. het onjuiste bericht, dat
de studie aantoont dat zowel korte als lange termijn bestraling met UMTS velden van een
basis station volstrekt ongevaarlijk is. Van Geel: "Ik begrijp dat mensen zich zorgen
maken, maar er is geen effect, ook niet een beetje".
Het cruciale deel over de effecten van de lange-termijn bestralingen, hetgeen in feite een
antwoord op de belangrijke openstaande vraag zou zijn, maakte hij er zelf bij.
In het bovengenoemde artikel staat namelijk uitdrukkelijk: Regarding the
implications for public health due to widespread exposure in the living environment, no
conclusions about long-term effects of UMTS base station-like EMF[2] can be drawn from the
present study, as only a short term exposure was applied. Vertaald: Betreffende de
gevolgen voor de publieke gezondheid toe te schrijven aan de wijdverspreide blootstelling
aan UMTS-basisstation-achtige velden in de leefomgeving, kunnen uit dit onderzoek geen
conclusies getrokken worden over lange termijn effecten, daar slechts korte termijn
blootstelling werd toegepast.
Wat nu?
De belangrijke vraag naar de lange termijn effecten van blootstelling aan lage
veldsterkten van UMTS, GSM, WiFi, DECT, C2000, radar, TV, radio en miljoenen draadloze
telefoons en andere toepassingen, blijft voorlopig nog onbeantwoord. Geregeld lezen we dat
de ene frequentie de andere stoort en wij zitten daar als levende elektromagnetische
wezens tussenin.
Ook de vraag wat de draadloze telefoon na jarenlang gebruik doet, vooral bij kinderen en
tieners, die uren kunnen praten met de zender vlak bij het hoofd of het lichaam, is nog
onbeantwoord. Zonder daarover in kennis te zijn gesteld, fungeert de hele bevolking als
proefkonijn voor een grootschalige medisch experiment, waarvan de gevolgen niet te
overzien zijn. Een massale aantasting van het menselijke regulatiesystemen leidt
logischerwijze tot een massale stijging van het aantal onbegrepen ziekten en ziektedagen.
Tegenwoordig zien we deze massale stijging overal om ons heen gebeuren, met in het kielzog
een explosieve toename van de ziektekosten.[14] Onze overheid weigert de verbanden met
kunstmatige elektromagnetische velden te leggen, omdat de wetenschappers nog niet
begrijpen hoe het werkt (hoewel ze dit bij hoogspanning wel gedaan heeft op grond van
epidemiologische onderzoeken). Ook kan natuurlijk heel veel worden verklaard door ander
milieufactoren of leefwijze. Ziekteverschijnselen worden als losstaande gevallen
behandeld. De installatie van tienduizenden zenders gaat ondertussen gewoon door. Daarom
is het zeer belangrijk dat gezondheidsklachten, waarvan men denkt dat ze door EMF komen,
bij het MNGM worden geregistreerd. Hoe meer meldingen, hoe sterker de signalen richting
overheid.
Ook activiteiten van groepen, die in actie komen tegen de plaatsing van zendmasten, kunnen
veel bereiken. Zo heeft de groep STS (Spijkenisse tegen Straling) bereikt dat Spijkenisse
geen toestemming meer geeft voor plaatsing van nieuwe UMTS-masten en dat de reeds
geplaatste masten verwijderd moeten worden.
Referenties
1. UMTS Base Station-like Exposure, Well Being and Cognitive Performance, Sabine J.
Regel, Sonja Negovic, Martin Röösli, Veronica Berdinas, Jürgen Schudeler, Anke Huss,
Urs Lott, Niels Kuster and Peter Achermann; Environmental Health Persectives, Vol 114 nr.
8, aug 2006; 1270-1275. www.ehponline.org/docs/2006/8934/abstract.html
2. TNO-COFAM, Effects of Global Communication system radio-frequency fields on
Well Being and Cognitive Functions of human subjects with and without subjective
complaints, FEL-03-C148, A.P.M..Zwamborn, S.H.T.A. Vossen, B.J.A.M. van
Leersum, M.A. Ouwens and W.N. Mäkel; TNO-report sept. 3003; 89 blz.. www.tno.nl
3. Symptoms experienced by people living in the vicinity of cellular phone base
stations, influences of distance and sex; R. Santini et al, La Presse Medicale, 10
septembre 2001.
4. Johannes Gutenberg Universität, Mainz , Zwischenbericht Mainzer EMF-Wachund. okt.
2003.
5. Mobilfunk und Gesundheit, Bewertung des wissenschaftichen Erkenntnisstanden unter
dem Gesichtspunkt des vorsorgenden Gesundheitsschutzes; Kerstin Hennies, H.-Peter
Neitzke en Hartmut Voigt, ECOLOG Institut, 27 april 2001
6. Blootstelling aan elektromagnetische velden van UMTS basisstations: welbevinden en
cognitieve functies, beoordeling van het Zwitserse onderzoek; M.J.M. Pruppers,
I.van Kamp, J.F.B. Bolte, C.M.A. Schipper, O.R.P. Breugelmans en H. Slaper.
RIVM/LSO-briefrapport, 6 juni 2006 www.rivm.nl/digitaaldepot/blootstellingUMTS.pdf
7. Gezondheidskundige Advieswaarden Binnenmilieu; A. Dusseldorp, M.van Bruggen,
J.Douwes, P.J.C.M. Janssen en G. Kelfkens, 2004, RIVM-rapport 609021029, 88 blz.
www.rivm.nl/bibliotheek/rapporten/609021029.html
8. Niet-thermische Effecten van radiofrequente straling; Inge Verhoef, 1999,
Rapportnr. P-UB-99-11; 60 blz. www.bio.uu.nl/wetenschapswinkel/
9. Biologische Effecten van radiofrequente straling; Natalie Vijftigschild, 2001,
Rapportnr. P-Ub-2001-06; 60 blz. www.bio.uu.nl/wetenschapswinkel/
10. Elektromagnetische Invloeden in en om de Woning; Meldpuntennetwerk Gezondheid en
Milieu, Nieuwsbrief Plus jaargang 4 nr.1 , jan. 2006. www.gezondmilieu.nl
11. Subjective symptoms, sleeping problems, and cognitive performance in subjects living
near mobile phone base stations; H-P. Hutter, H.Moshammer, P.Wallner and M.Kundi;
Occupational and Environmental Medicine 2006, 63; 307-313 www.BMJ_Publishing_Group_Ltd
12. Rechtspraktijk BAWA in Haaksbergen. UMTS-jurist Paul Baakman. www.bawa.nl
13. Voorstellen voor onderzoek naar effecten van elektromagnetische velden (0 Hz tot
300 GHz) op de gezondheid. Den Haag: Gezondheidsraad, 2006, Publicatienr. 2006/11.
www.GR.nl
14 A Curious Year in Sweden; O. Hallberg en O. Johansson, Eur. Journal
of Cancer Prevention 2004, Vol. 13: 535-538 http://home.swipnet.se/~w-78067/
15. Samenvatting, over het Zwitsers UMTS-onderzoek, afkomstig van de onderzoeksgroep
onderleiding van de Universiteit van Zürich; Vertaling onder verantwoordelijkheid van het
ministerie van VROM. De Duitstalige versie is als uitgangspunt genomen. 2006.
www.vrom.nl
[1] ETH: Eidgenössische Technische Hochschule
¨ informatie van Ch. Claessens en G. Teule
¨ informatie van Ch. Claessens en G. Teule
¨ informatie van Ch. Claessens en G. Teule
[2] EMF = Electro Magnetic Fields