Quinoa
Quinoa is een 'pseudo-graan', de zaadjes, het meel en alle andere afgeleide producten van
quinoa bevatten geen gluten.
QUINOA, het graan van de toekomst?
Eigenlijk mogen de kleine, plat-ronde, geel-witte zaadjes geen 'graan' heten, quinoa is
een andere naam voor gierstmelde, in de verte familie van de suikerbiet. Al 5000 jaar voor
het begin van onze jaartelling werd quinoa op de hoogvlaktes van de Andes verbouwd door de
Inca's. Het werd gegeten vooral als begeleider van en aanvulling op de
aardappelmaaltijden. En die oude Inca's hadden het blijkbaar nog niet zo slecht bekeken.
Toen de NASA op zoek was naar geschikt eten voor astronauten kwam al snel de quinoa op het
menu te staan.
Hier in Nederland is quinoa nog vrij onbekend, alhoewel de supermarkten en
natuurvoedingszaken het in het schap hebben staan. In Amerika is het verbruik flink
groeiend door de gezondheidstrend waar quinoa prima in past.
Quinoa is een uiterst voedzaam product. De korrel bevat veel hoogwaardige aminozuren en er
zit zeer veel voor de industrie goed bruikbaar zetmeel in. Dat zetmeel is toepasbaar als
vetvervanger in de slasaus of bijvoorbeeld als smaakversterker in de vla.
[Bron: Keac Weert]
Quinoa (Chenopodium quinoa
Willd.), is een van oorsprong Zuid-Amerikaanse plant. De zaden worden als graan gebruikt,
hoewel het geen echt graan is. Het wordt al eeuwenlang gebruikt om brood van te bakken of
pap van te maken. De plant kan één tot drie meter hoog worden en de groeicyclus duurt
120 tot 160 dagen. Quinoa kan groeien in de koude, droge hooglanden van Zuid-Amerika en
geeft een hoge opbrengst zonder dat het land er intensief voor bewerkt moet worden. Quinoa
is resistent tegen nachtvorst en kan op een zeer arme bodem groeien.
Tijdens de verwerking is het van belang dat de beschikbaarheid van ijzer vergroot wordt.
Quinoa bevat namelijk een remmende factor hiervoor: phytaat.
Door ontkieming, weken en
fermentatie worden endogene phytases geactiveerd. Deze breken phytaat af en door deze
afbraak wordt de biobeschikbaarheid van ijzer vergroot. Fermentatie levert het beste
resultaat (97-98% phytaat-hydrolyse). Ook moeten tijdens de verwerking saponines
verwijderd worden. Dit zijn glycosides die een bittere smaak veroorzaken en waarvan
sommige typen toxisch kunnen zijn. Ze bevinden zich vooral in de zaadhuid. Het verwijderen
van saponines kan gebeuren door de zaadhuid mechanisch te verwijderen of door de zaden te
spoelen met water. Deze laatste is de meest effectieve methode, aangezien dan ook de
saponines die zich in het vruchtvlees bevinden verwijderd worden. Quinoazaden bevatten
grofweg 15% eiwit, 6% vet, 60% zetmeel, 4% as, 3% vezel en 12% water.
Quinoa is een gewas met
zowel buiten als binnen Europa vele toekomst mogelijkheden. Het is een gewas dat weinig
eisen stelt aan bodem, klimaat en boer. Tevens kan quinoa in de toekomst nog verder
veredeld worden waardoor het beter geschikt wordt voor de Europese omstandigheden, zowel
wat teelt als markt betreft. Quinoa kent vele toepassingsmogelijkheden in levensmiddelen,
die zorgen voor smakelijke producten, rijk aan nutriënten.
[Bron:
Food-info.net]
Herkomst: Voornamelijk Peru, Colombia,
Bolivia, Ecuador, Chili en Argentinië en Canada
De 'oersoort' van quinoa is al 3000 jaar
als voedsel bekend en kan alleen in het specifieke microklimaat van het Andesgebergte
geteeld worden.
Doordat quinoa kwalitatief hoogwaardig
voedsel is zijn er in Amerika en Canada variëteiten ontwikkeld die minder specifieke
eisen aan het klimaat stellen en ook buiten Zuid Amerika verbouwd kunnen worden.
[Bron: De kook tips]
Quinoa is een Zuid-Amerikaanse plant.
De quinoa (Chenopodium quinoa) is een aan
de spinazie verwante plant uit de Andes in Zuid Amerika. De plant is ongeveer 0.7-3.0 m
hoog met wit-gele bloemen. Quinoa en quinoa producten worden al duizenden jaren gebruikt
door de verschillende Indiaanse bevolkingsgroepen in de Andes. De zaden worden gemalen en
als brood gebruikt, of worden met behulp van bacterien gefermneteerd tot een soort zure
pap. In het huidige Bolivia wordt ongeveer 5% quinoa meel toegevoegd aan het standaard
meel voor het bakken van brood. Op kleinere schaal wordt quinoa meel gemengd in meel
bestemd voor pasta en koekjes, met name in Peru.
[Bron: Voedsel.net]
Quinoa, trots van de indianen
Dicht bij de koffiebonen van de
Illimani-koffie in het Andesgebergte van Bolivia groeit de quinoaplant. De Indianen
verbouwen quinoa al meer dan 5000 jaar. De Spaanse kolonisten verboden het verbouwen en
het gebruik van quinoa omdat zij dachten dat de Indianen speciale krachten uit dit voedsel
haalden. Daardoor werd het alleen nog hoog in de Andes op afgelegen plekken verbouwd. Aan
deze moedige Indianen en het feit dat het een zeer sterke plant is hebben we te danken dat
quinoa nog steeds bestaat. Quinoa betekent: 'graan dat groeit waar gras niet kan groeien'
Het kan op zeer arme grond groeien en zelfs vrieskou heeft geen invloed op de groei. De
plant is familie van de spinazie, de bladeren worden in Bolivia als groente gegeten. De
kleine witte graanbolletjes (vergelijkbaar met couscous) worden gekookt.
Wat overblijft wordt gevoerd aan de
dieren. Quinoa is nooit meer het volksvoedsel geworden dat het was voordat de Spanjaarden
voet aan wal zetten. Tarwe is goedkoper doordat de overheid de import hiervan uit Europa
en de Verenigde Staten subsidieert. Voor een groot deel van de Boliviaanse bevolking is
quinoa hierdoor te duur en de rijken willen het niet eten omdat zij het 'Indianenvoer'
vinden. De lokale voedselproductie wordt nog verder verstoord door de buitenlandse
voedselhulp.
Quinoa is een zeer voedzaam gewas. Met
meer eiwit, mineralen, vitaminen en plantaardige vetten dan graansoorten als rijst, gerst,
tarwe, haver en mas. Vooral het aandeel eiwit is hoog en het bevat zelfs vitamine C.
Quinoa is eenvoudig te bereiden, snel klaar en veelzijdig.
[Bron: Speercatering]
Literatuur over Quinoa
Becker, R., Hanners, G.D. 1990. Compositional and Nutritional Evaluation of Quinoa Whole
Grain Flour and Mill Fractions. Lebensmittel Wissenschaft und Technology, 23, 441-444.
Chauhan, G.S., Eskin, N.A.M., Tkachuk, R.
1992. Nutrients and Antinutrients in Quinoa Seed. Cereal Chemistry, 69, 85-88.
Oshodi, A.A., Ogungbenle, H.N.,
Oladimeji, M.O. 1999. Chemical composition, nutritionally valuable minerals and functional
properties of benniseed (Sesamum radiatum), pearl millet (Pennistum typhoides) and quinoa
(Chenopodium quinoa) flours. International Jounal of Food Sciences and Nutrition, 50,
325-331.
Prakash, D., Pal, M. 1998. Chenopodium
quinoa: changes in amino acid composition in seed during maturity. International Journal
of Food Sciences and Nutrition, 49, 285-288.
Ranthora, G.S., Gelroth, J.A., Glaser,
B.K., Lorenz, K.J., Johnson D.L. 1993. Composition and Protein Nutritional Quality of
Quinoa. Cereal Chemistry, 70, 303-305.
Chauhan, G.S., Zillman, R.R., Eskin,
N.A.M. 1992. Dough mixing and breadmaking properties of quinoa-wheat flour blends.
International Journal of Food Science and Technology, 27, 701-705.
Coulter, L., Lorenz, K. 1990. Quinoa
Composition, nutritional value, food applications. Lebensmittel Wissenschaft und
Technology, 23, 203-207.
Lorenz, K., Coulter, L. 1991. Quinoa
flour in baked products. Plant Foods for Human Nutrition, 43, 213-223.
Ridout, C., Price, K., Fenwick, R. 1990.
Quinoa. Nutrition and Food Science, 120, 5-7.
Ruales, J. 1992. Development of an infant
food from quinoa. Technical aspects and nutritional consequences. University of Lund,
Sweden.
Ruales, J. Grijalva, Y., Lopez-Jaramillo,
P., Nair, B.M. 2002. The nutritional quality of an infant food from quinoa and its effect
on the plasma level of insulin-like growth factor-1 (IGF-1) in undernourished children.
International Journal of Food Sciences an Nutrition, 53, 143-154.
Bruin, A. de. 1964. Investigation of the
food value of quinoa and cañihua seed. Journal of Food Science, 29, 872-876.
Caperuto, L.C., Amaya-Farfan, J. Camargo,
C.R.O. 2000. Performance of quinoa (Chenopodium quinoa Willd) flour in the manufacture of
gluten-free spaghetti. Journal of the Science of Food and Agriculture, 81, 95-101.
Jacobsen, S.-E., Jørgensen, I., Stølen,
O. 1992. Cultivation of quinoa (Chenopodium quinoa) under temperate climatic conditions in
Denmark. Journal of Agricultural Sciences, 122, 47-52.
Jacobsen, S.-E., Stølen, O. 1993. Quinoa
Morphology, phenology and prospects for its production as a new crop in Europe.
European Journal of Agronomy, 2, 19-29.
Koziol, M.J. 1992. Chemical Composition
and Nutritional Evaluation of Quinoa (Chenopodium quinoa Willd.). Journal of Food
Composition and Analysis, 5, 35-68.
Ruales, J., Nair, B.M. 1993. Content of
fat, vitamins and minerals in quinoa (Chenopodium quinoa, Willd) seeds. Food Chemistry,
48, 131-136.
Valencia, S., Svanberg, U., Sandberg,
A.-S., Ruales, J. 1999. Processing of quinoa (Chenopodium quinoa, Willd): effects on in
vitro iron availability and phytate hydrolysis. International Journal of Food Sciences and
Nutrition, 50, 203-211.
Terug
naar het hoofdmenu