Anti-oxidanten:
Belofte voor onsterfelijkheid?
Auteur: Erik Hermkens
Wie de
laatste jaren de korte berichten in kranten over wetenschappelijke ontwikkelingen
regelmatig heeft gelezen, kan de vele heilzame werkingen van anti-oxidanten niet ontgaan
zijn. Er zijn veel studies verricht naar het verband tussen de aanwezigheid van
anti-oxidanten in onze voeding en het ontstaan van hart- en vaatziekten en sommige vormen
van kanker.
Dit soort onderzoeken is erg ingewikkeld en het is moeilijk om er goede conclusies uit
te trekken. Toch wijzen de meeste onderzoeken in de richting dat anti-oxidanten zeer
waarschijnlijk een rol spelen bij het voorkomen van genoemde ziekten. Maar wat zijn
anti-oxidanten eigenlijk? Om de rol van anti-oxidanten in ons lichaam goed te kunnen
begrijpen is meer kennis nodig over het oxidatieproces en de gevolgen daarvan.
Oxidatie
Oxidatie is een chemisch proces dat in gang kan worden gezet door diverse factoren waarvan
zuurstof er één van is. Eigenlijk gaat het om een potentiaalverschil dat ontstaat door
bijvoorbeeld warmte, UV-licht, elektrische lading, zuurstof, enz. Indien oxidatie snel en
met vergaande degradatie van de beginstof gepaard gaat, wordt over verbranding gesproken.
Na verbranding blijven meestal eenvoudige stoffen over zoals kooldioxide en water.
Verloopt het proces langzaam dan wordt de term oxidatie gebruikt. In vergelijking met
verbranding blijven vrijwel altijd moleculen over die enigszins lijken op de uitgangsstof.
De chemische en fysische eigenschappen zijn meestal wel volledig veranderd. Een voorbeeld:
de verbranding van ethanol (alcohol) levert kooldioxide en water op, als ethanol wordt
geoxideerd ontstaat azijnzuur en water! Er zijn veel verschillende oxidatiereacties; de
bekendste is ongetwijfeld de oxidatie van ijzer: roest. Maar niet alleen ijzer is
onderhevig aan de destructieve werking, van zuurstof ook vetten en oliën worden door
zuurstof aangetast; we zeggen dan dat het vet of de olie ranzig is geworden. Welbeschouwd
is zuurstof een erg reactief molecuul. Chemisch is dat te verklaren doordat zuurstof
steeds de neiging heeft elektronen van andere moleculen te stelen. Het zuurstofatoom is
een erg instabiel atoom. Welke gevolgen dat heeft blijkt hieronder.
De zegeningen van oxidatie
Soms zijn oxidatiereacties absoluut noodzakelijk voor de instandhouding van onze
gezondheid. We gebruiken bijvoorbeeld zuurstof om ons voedsel te oxideren zodat we daar de
benodigde energie uit kunnen halen. De benodigde zuurstof ademen we constant in via de
longen. Speciale onderdelen van de cel (mitochondriën) gebruiken de zuurstof om energie
vrij te maken uit ingewikkelde moleculen (bijvoorbeeld suikers), die we via het voedsel
binnen gekregen hebben. De vrijgekomen energie wordt in een speciaal molecuul opgeslagen:
het ATP (adenosinetrifosfaat). Dit molecuul kan snel door de cel verplaatst worden en daar
waar energie nodig is wordt ATP omgezet tot ADP waarbij de opgeslagen energie weer
vrijkomt. ATP functioneert dus als een accu voor de cel.
Een ander voorbeeld waaruit de onmisbaarheid van zuurstof blijkt vinden we bij het
afweersysteem (fagocytose). Speciale cellen van het afweersystemen ruimen indringers op.
Daarbij wordt waterstofperoxide gemaakt. Waterstofperoxide heeft een ontsmettende werking
en doodt de schadelijke indringers. Nog een ander voorbeeld waaruit blijkt hoe onmisbaar
zuurstof voor de mens is: het zogenaamde MFO systeem. De afkorting MFO staat voor Mixed
Function Oxydase. MFO is een systeem in de lever dat tot taak heeft giftige stoffen om
te zetten in niet giftige stoffen. Daarbij zijn honderden verschillende enzymen betrokken
en speelt zuurstof een centrale rol. Ook bij de bloeddrukregulatie zijn oxidatie reacties
nodig om dit proces goed te laten verlopen. In het lichaam zijn nog wel meer voorbeelden
te vinden waarbij zuurstof een onmisbare rol vervult.
De keerzijde van de medaille
Maar lang niet altijd zijn oxidatiereacties gewenst. De reden van deze impopulariteit zijn
de zogenaamde vrije radicalen. Vrije radicalen hebben de vervelende eigenschap met erg
veel stoffen te reageren en om te zetten in schadelijke stoffen voor het lichaam. Vrije
radicalen kunnen schade berokkenen aan eiwitten, nuttige vetten en zelfs ons erfelijk
materiaal is niet veilig voor de vernietigende werking van vrije radicalen.
De vrije radicalen, die ontstaan als gevolg van oxidatiereacties in ons lichaam, hebben
hetzelfde effect als een rotte appel in de mand: er volgt een kettingreactie waarbij het
schadelijke effect over gaat van het ene molecuul op het andere. Dat verklaart de enorme
schade die vrije radicalen kunnen aanrichten. Om goed te kunnen begrijpen hoe vrije
radicalen ontstaan is het belangrijk eens goed naar het zuurstofmolecuul te kijken. Het
zuurstofmolecuul is opgebouwd uit twee zuurstofatomen. We hadden al gezien dat een
zuurstofatoom erg instabiel is door het elektronen tekort. Een zuurstofatoom zal steeds
proberen dit tekort aan te vullen door ergens anders elektronen te jatten. Het
zuurstofatoom is zo instabiel dat het in deze vorm niet kan bestaan. Een iets stabielere
vorm is het zuurstofmolecuul (O2) dat bestaat uit twee zuurstofatomen.
Weliswaar komt het dan vier elektronen tekort, maar door de elektronen te paren vormt het
een redelijk stabiel molecuul. Soms paren de elektronen niet volledig en blijft één
elektron alleen zitten. Het vrije radicaal is geboren (O2-). Het vrije radicaal
reageert net zoals het zuurstofatoom en probeert overal elektronen weg te halen. Het vrije
radicaal wordt ook wel het superoxide anion (SOA) genoemd en komt in vrijwel elke cel
voor. Het SOA is zó reactief dat het maar een kort zelfstandig leven kent namelijk
0.0000000001 sec.! In die tijd vult het vrije radicaal het elektron aan, gevolg is dat het
molecuul weer een elektron tekort komt: er ontstaat een kettingreactie want het molecuul
dat een elektronentekort heeft zal ook weer ergens anders het elektronentekort aanvullen.
Kortom: het ene gat wordt met het andere gevuld. Net zolang totdat een anti-oxidant de
kettingreactie stopt!
Zuurstof heeft dus twee gezichten: een onmisbare functie en een erg schadelijke kant
doordat het zo graag elektronen steelt en daardoor allerlei stoffen in het lichaam
verandert.
De schade veroorzaakt door radicalen
Voordat we beter gaan kijken naar anti-oxidanten kijken we nog even naar de schadelijke
effecten van vrije radicalen in ons lichaam. De bekendste schade is de zogenaamde
lipide-peroxidatie. Onverzadigde vetzuren vervullen allerlei belangrijke functies in ons
lichaam. Door het onverzadigde karakter zijn dit type vetzuren erg gevoelig voor reacties
met zuurstof. Er ontstaan veranderde vetzuren (de zogenaamde trans-vetzuren) die nadelige
eigenschappen voor onze gezondheid hebben. Het vervelende is dat de oxidatie niet beperkt
blijft tot één molecuul, maar zich als de bekende kettingreactie verplaatst waardoor de
schade erg snel toeneemt. Vrije radicalen tasten niet alleen de onverzadigde vetten aan,
ook ons erfelijk materiaal (DNA) ondervindt schade. Als we echt pech hebben dan vindt de
oxidatie plaats in belangrijke cellen waardoor kanker zou kunnen ontstaan.
Ook celmembranen kunnen beschadigd raken door oxidatie van de vetzuren in het membraan.
Nog een ander voorbeeld van de schaduwzijde van oxidatie in ons lichaam is de oxidatie van
cholesterol. Hierdoor ontstaat het oxy-cholesterol dat gemakkelijk aan de wanden van onze
bloedvaten blijft plakken. Gebleken is dat cholesterol dient als een soort noodrem om de
vrije radicaal-kettingreactie te stoppen! We moeten er dus voor zorgen dat de noodrem niet
gebruikt hoeft te worden.
Er zijn nog veel meer schades in het lichaam bekend als gevolg van ongewenste oxidatie.
Een belangrijk voorbeeld is de schade aan eiwitten als gevolg van oxidatie. Met name
eiwitten en enzymen die de aminozuren methionine en/of cysteïne bevatten zijn gevoelig
voor oxidatieschade. Bekend voorbeeld is een enzym dat in onze longen voorkomt en van
invloed is op de elasticiteit van de longen. Aantasting van dit enzym zorgt ervoor dat op
den duur de elasticiteit van de longen terugloopt. In extreme gevallen leidt dat tot
longemfyseem.
Het uiteindelijk gevolg van de vernietigende werking van vrije radicalen is schade aan
allerlei moleculen in mens en dier. Een aantal ziekten die kunnen ontstaan door de vrije
radicalen is bekend. Cataract (staar) of schade aan aders kan het gevolg zijn. Vrije
radicalen kunnen onschadelijk gemaakt worden door anti-oxidanten. We kennen twee typen
anti-oxidanten:
1) anti-oxidant enzymen
2) nutritieve anti-oxidanten

klik op de afbeelding voor een grotere versie
Oxidatie kan schade aan richten in een cel.
Afhankelijk van welk orgaan de oxidatie schade optreedt kunnen een aantal ziekten
optreden. Genoemde anti-oxidanten kunnen het proces tijdig stoppen zodat genoemde ziekten
niet op zullen treden. (Afkortingen: curcum-=curcumine; flavon=flavonoïde; vit=vitamine).
Anti-oxidant enzymen
Bij de bestrijding van vrije radicalen maakt het lichaam onder andere gebruik van een
aantal enzymen. De bekendste is het superoxide-dismutase (SOD). Dit enzym wordt in cellen
gemaakt en heeft daar ook de belangrijkste taak. In de cel vindt veel oxidatie plaats in
de mitochondriën (energiecentrales van de cel). Als een soort bijproduct ontstaan ook
veel vrije radicalen. Het SOD kan de vrije radicalen direct bij de bron aanpakken en zet
deze om in waterstofperoxide. Het waterstofperoxide is ook niet geheel onschadelijk en
wordt weer afgebroken door het enzym katalase. Kenmerk van een enzym is dat het fungeert
als een soort tussenstap waarbij het zelf niet verbruikt wordt. Met andere woorden: een
enzym kan duizenden vrije radicalen onschadelijk maken. Er zijn verschillende soorten SOD
zoals het koper-zink SOD en het mangaan-SOD.
De eerste verdedigingslinie tegen vrije radicalen wordt dus gevormd door dit soort
anti-oxidant enzymen. Mocht dit niet voldoende zijn of aan de aandacht van de enzymen
ontglippen dan volgt een tweede barrière van anti-oxidanten de zogenaamde nutritieve
anti-oxidanten.
Nutritieve anti-oxidanten
Dit zijn anti-oxidanten die we via het voedsel binnen krijgen. Een anti-oxidant is een
stofje dat gemakkelijk een elektron kan afstaan. Zodoende wordt de kettingreactie gestopt
doordat het elektronentekort wordt opgeheven (het gat wordt gevuld). Een andere
belangrijke eigenschap van een goede anti-oxidant moet zijn dat het anti-oxidant zo dicht
mogelijk bij het vrije radicaal kan komen. Met andere woorden de anti-oxidant moet in het
medium waarin de vrije radicalen zitten, op kunnen lossen. Het wateroplosbaar vitamine C
is een slechte anti-oxidant voor vrije radicalen die in oliën voorkomen. Voor waterige
oplossingen kan vitamine C wel een goede anti-oxidant zijn, maar is bijvoorbeeld vitamine
E een slechte anti-oxidant omdat deze niet in water oplost. Groot verschil met de enzym
anti-oxidanten is dat nutritieve anti-oxidanten wel een verandering ondergaan en hun
werking maar één keer kunnen verrichten. Er worden drie groepen nutritieve
anti-oxidanten onderscheiden: mineralen, vitaminen en een groep met allerlei andere
verbindingen die een anti-oxidant werking hebben.
intermezzo
Anti-oxidanten en de rol in ons lichaam
1 Beschermende werking tegen oxidatie van LDL (cholesterol verbinding).
2 Beschermen van de endotheelcellen waarmee onze aders bedekt zijn.
3 Voorkomen dat bloedplaatjes samenklonteren in ons lichaam.
4 Vertragen van de oxidatie stimulerende werking van stress hormonen (catecholamines).
5 Verminderen van de hoeveelheid vrije radicalen.
6 Bescherming van de beschadigende werking als gevolg van Diabetes type II.
7 Bescherming van beschadigingen als gevolg van het verouderingsproces.
8 Beschermende werking tegen de schadelijke effecten als gevolg van arthritis of
Alzheimer.
9 Bescherming tegen degeneratieve processen in de hersenen die leiden tot Parkinson of
Alzheimer.
einde intermezzo
De vitamine anti-oxidanten
Bekendste is ongetwijfeld vitamine C (ascorbinezuur). De anti-oxidant werking berust op
het afstaan van waterstofatomen. Elk vitamine C molecuul kan twee vrije radicalen
onschadelijk maken. Vitamine C is wateroplosbaar en werkt dus alleen goed in waterige
milieus. Een variant die op vitamine C lijkt het zogenaamde ascorbylpalmitaat is
vergelijkbaar met vitamine C, alleen lost deze goed op in vetachtige omgevingen en niet in
waterige omgevingen. De andere bekende vitamine met anti-oxidant eigenschappen is vitamine
E (tocoferolen). Vitamine E is een vetoplosbaar vitamine en beschermt dus vooral de
vetzuren in het lichaam (anti-lipide oxidatie). De anti-oxidatieve werking is gelijk aan
die van vitamine C.
Een andere waardevolle vitamine is provitamine A (bètacaroteen) waaruit het lichaam
vitamine A kan maken. Men vermoedt dat provitamine A een belangrijke factor speelt in het
voorkomen van sommige typen kanker. Ook de vitamines van het B-complex dragen hun steentje
bij om de oxidatieve schade te beperken. Met name vitamine B2 is belangrijk omdat deze
vitamine ertoe bijdraagt dat glutathion-reductase gevormd kan worden. Glutathion-reductase
helpt geoxideerd glutathion te regenereren. Glutathion is een anti-oxidant en is ook nog
eens in staat giftige stoffen te binden. Een belangrijke bescherming voor ons lichaam.
De minerale anti-oxidanten
Eigenlijk zijn de mineralen helemaal geen anti-oxidanten, maar belangrijk voor de
stabilisatie van anti-oxidatieve enzymsystemen. De drie belangrijkste mineralen die een
rol spelen bij het anti-oxidatie proces zijn: selenium, chroom en zink. Selenium is een
onderdeel van het eerder genoemde glutathion-anti-oxidant systeem. Zonder selenium
functioneert het enzym niet goed. Zink is belangrijk voor een goed functioneren van het
SOD (superoxide dismutase). En ook chroom speelt een rol bij het voorkomen van oxidatie
van cholesterol in het bloed.
intermezzo
Op weg naar onsterfelijkheid
Enkele maanden geleden wisten enkele Amerikaanse wetenschappers te melden dat wormen
gevoed met anti-oxidanten anderhalf keer langer leefden dan wormen zonder het speciale
dieet. Ook wormen die genetisch zodanig veranderd waren dat ze normaal veel korter zouden
leven, waren geholpen met het anti-oxidant dieet. Ze bereikten ondanks de afwijking weer
de gemiddelde normale leeftijd als de genetisch intacte wormen. Volgens de onderzoekers
was dit de eerste keer dat aangetoond is dat anti-oxidanten verouderingsprocessen
vertragen. Kortom: de worm is al op weg naar onsterfelijkheid!
einde intermezzo
Andere anti-oxidanten
Een bekende groep van stoffen met een anti-oxidatieve werking is de groep van de
bioflavonoïden. Er zijn duizenden verschillende flavonoïden bekend. Enkele voorbeelden:
flavonoïden in groene thee; afkomstig van de theeplant Camellia sinesis. Flavonoïden in
citrus of soja. Elke groep heeft zijn eigen kenmerkende flavonoïden met ook specifieke
werking. Bronnen van flavonoïden zijn citrusvruchten, tomaten, uien, groene thee, rode
wijn, kool, peterselie, etc. De flavonoïden in wijn werden enkele jaren geleden zelfs
wereldnieuws.
In 1991 werd de Franse paradox wereldnieuws door een reportage van een uur uitgezonden
door CBS. De reportage ging over het verband tussen levensstijl en het aantal hart- en
vaatziekten in Frankrijk. Ondanks dat de Fransen veel meer vet, eieren, vette sauzen enz.
naar binnen werken dan Amerikanen is het aantal hart- en vaatziekten in Frankrijk 40%
lager dan in de V.S. Het leek een paradox: veel vet eten en toch minder hart- en
vaatziekten. De verklaring werd gevonden in een andere typisch Franse gewoonte: rode wijn
drinken. De vraag was uiteraard wat de beschermende component was? Al snel kwam de groep
van de bioflavonoïden om de hoek kijken. Tot de groep van bioflavonoïden behoren de
proanthocyanides die ook bekend staan als goede anti-oxidanten. Bovendien bestaat het
vermoeden dat bioflavonoïden de gladde spieren van aderen tot rust brengt.
De ophef was groot na de reportage en nog steeds duiken regelmatig berichten op van
onderzoeken die de Franse paradox bevestigen maar soms ook niet bevestigen. Zoals zo vaak
met dit soort onderzoeken is het de vraag hoe het onderzoek is uitgevoerd, daarover later
meer. Definitief bewijs dat rode wijn de oorzaak is van het lagere aantal hart- en
vaatziekten onder de Franse bevolking, laat nog wel even op zich wachten. Misschien maken
de Fransen zich ook wel minder druk over allerlei aardse zaken en hebben ze de werking van
bioflavonoïden minder nodig!?
Anthocyaniden
Andere stoffen die tot de groep van de bioflavonoïden behoren zijn de (al eerder
genoemde) anthocyaniden. Anthocyaniden zijn vooral belangrijk bij de bescherming van de
haarvaten. Bekend voorbeeld is pycnogenol dat veel in pijnbomen voorkomt. Pycnogenol is
een wateroplosbaar anti-oxidant die zelfs een nog krachtiger anti-oxidant is dan vitamine
C. Ook silymarine behoort tot de bioflavonoïden en komt van nature veel voor in
Mariadistel. Ook quercetine en rutine beschermen het lichaam (met name de membranen) tegen
oxidatieve schade.
Aminozuren
Ook enkele aminozuren bezitten een anti-oxidant werking met name methionine, cysteïne,
tryptofaan en tyrosine. Het al eerder genoemde glutathion is opgebouwd uit drie aminozuren
namelijk cysteïne, glycine en glutaminezuur. Co-enzym-Q10 (bekend van de reclame) heeft
een functie als elektronentransporteur bij de energie overdracht van ingewikkelde
moleculen, naar het energierijke molecuul ATP. Q10 bezit bovendien een anti-oxidatieve
werking, dat komt erg mooi uit omdat als nevenproduct vaak vrije radicalen ontstaan
tijdens de productie van ATP.
intermezzo
Schade door vrije radicalen veroorzaakt:
- Reactie van vrije radicalen met vet. Het vet wordt ranzig en wordt ook reactief door een
elektronen tekort.
- Vrije radicalen reageren met eiwitten en DNA moleculen
- Vrije radicalen reageren met membraan componenten waardoor cellen niet meer goed hun
stoffen kunnen aanvoeren en afvoeren.
- Vrije radicalen beschadigen de lysosomen. Lysosomen bevatten allerlei agressieve enzymen
die in de cel veel schade aan kunne richten. Lysosomen zijn de chemische fabrieken van de
cel.
- Ophoping van een pigment in cellen (lipofuscine) dat allerlei noodzakelijke chemische
reacties in de cel hindert.
einde intermezzo
De schade blijft
Het is belangrijk te realiseren dat eenmaal geoxideerde voedingsbestanddelen of eiwitten
in het lichaam niet meer "gedeoxideerd" (voor de chemici: gereduceerd) kunnen
worden, door het toevoegen van anti-oxidant. Met andere woorden: eenmaal geoxideerd blijft
geoxideerd. De consequentie is dat een anti-oxidant alleen schade door oxidatie kan
voorkomen en niet schade kan herstellen zoals veel mensen foutief veronderstellen. Dus de
ontstane schade blijft bestaan! Tot nu toe hebben we allerlei anti-oxidanten gezien die in
het lichaam van nature voorkomen. Naast deze natuurlijke anti-oxidanten heeft de mens ook
nog tal van kunstmatige anti-oxidanten ontwikkeld die vooral toepassing vinden in
levensmiddelen. Zo moeten de anti-oxidanten die in boter worden gebruikt, er voor zorgen
dat de vetzuren niet oxideren. De boter wordt dan ook niet ranzig.
Kunstmatige anti-oxidanten
Er is een hele waslijst van niet natuurlijke anti-oxidanten. Dat wil niet zeggen dat de
natuurlijke anti-oxidanten niet kunstmatig gemaakt kunnen worden! Slechts enkele zijn in
voedingswaren toegestaan. Het gaat om butyl hydroxy anisol (BHA; E320), butyl
hydroxytolueen (BHT; E321 ), propylgallaat (PG; E310 ). Maar er zijn nog meer
anti-oxidanten die in levensmiddelen gebruikt mogen worden. Ook zijn er een aantal stoffen
die als synergist (1+1=3) gebruikt worden om de anti-oxidatieve werking van een
anti-oxidant te versterken.
Veroudering en anti-oxidanten
Niet alleen op het gebied van de hart- en vaatziekten hebben de anti-oxidanten zich
geprofileerd, ook bij het populaire onderzoeksthema veroudering doen anti-oxidanten het
goed. Over het proces van veroudering en de (biochemische) gevolgen van veroudering,
begint binnen de wetenschappelijke wereld langzaam maar zeker consensus te ontstaan. Het
is bij iedereen bekend wat het lichamelijk gevolg van ouder worden betekent: het hart kan
minder lang op topsnelheid werken met het vorderen van de leeftijd, het immuunsysteem
reageert steeds minder alert op indringers, enz. De processen die hierbij een rol spelen,
worden langzaam maar zeker ontdekt. Hoe het verouderingsproces precies in elkaar zit is
nog niet bekend. Dat anti-oxidanten een rol spelen bij veroudering wordt steeds
duidelijker.
Diersoorten die relatief lang leven - zoals schildpadden en mensen - bevatten hoge
concentraties anti-oxidant. Ook fruitvliegjes die meer SOD (superoxide dismutase;
anti-oxidant enzym) aanmaken, blijven langer leven dan de soortgenoten die dat niet
kunnen. De nieuwste inzichten lijken er op te wijzen dat regelmatig vasten een gezonde
aangelegenheid is voor het lichaam, mits natuurlijk alle noodzakelijk voedingsstoffen in
voldoende mate ingenomen worden. Ook dierexperimenten ondersteunen deze gedachte; zowel
voor muizen, wormen als ratten hebben diverse studies uitgewezen dat een sterk verminderde
calorie opname een verlenging van het leven betekende. Van zeer recente datum is het
onderzoek waarbij een gemuteerd fruitvliegje twee keer langer bleef leven, dan zijn niet
gemuteerde soortgenoten. Het gen kreeg de naam Indy ("Im not dead yet")
en zorgde ervoor dat het fruitvliegje constant op dieet stond. Waarom vasten de levensduur
verlengt kan indirect uit de anti-oxidant theorie verklaard worden: hoe minder er te
verbranden valt, hoe minder vrije radicalen er ontstaan. Ook al heeft hongeren bij veel
dieren een effect op het verhogen van de gemiddelde maximale leeftijd, dat wil nog niet
zeggen dat dit ook voor mensen geldt. De tijd zal dat leren.
Hoeveel nodig?
Door jarenlang onderzoek weten we dat anti-oxidanten op vele fronten een nuttige en
belangrijke strijd leveren voor de instandhouding van een gezond lichaam. De vraag is
alleen hoeveel en welke anti-oxidanten moeten we tot ons nemen? Een antwoord hierop is nog
niet te geven. Er zijn al diverse kunstmatige modellen in het leven geroepen, maar ze
zeggen eigenlijk allemaal niet zoveel. Een andere vraag die gesteld moet worden is, of een
teveel aan anti-oxidanten ook schadelijk kan zijn? Recente onderzoeken wijzen ook in de
richting dat hoe meer anti-oxidanten we slikken hoe minder het lichaam zelf aan
anti-oxidant werking gaat doen. Er zal een optimum bestaan waarbij de goede eigenschappen
van anti-oxidanten opwegen tegen de nadelige effecten. Waar dit optimum ligt is, zoals
gezegd, niet bekend.
Conclusie
In de huidige samenleving zien we dat veel mensen steeds minder groente en fruit eten.
Daardoor krijgen ze ook veel minder anti-oxidanten binnen. Een suppletie van
anti-oxidanten kan voor sommige mensen heilzaam werken (denk aan ouderen). Bovendien is
het raadzaam niet te kiezen voor één anti-oxidant maar voor zoveel mogelijk
verschillende vanwege de mogelijk synergetische werking van anti-oxidanten in ons lichaam.
Het beste advies lijkt ook hier: eet met mate, maar gezond (groente en fruit) en
gevarieerd.
Geraadpleegde bronnen:
- Graat, J. antioxidanten in de voeding; Tijdschrift: voeding, december 1999. nr 12
- Waterhouse, A. What are anti-oxidants and what do they do?
- Sissingh-Blok, L.G. Wetenschappelijk onderzoek op gebied van vitamines, bewezen van A
tot F. Orthomoleculaire 1993
- Linnemans, WAM. Leven met zuurstof. Folia Orthica. 1994
- Den Hartog, Nieuwe voedingsleer. 1992
- Felten D., Bioflavonoids, natural anti oxidants. 2000
- Vermij P., Hongeren voor een lang leven. Intermediair. december 2000
- Nieuwenhuis, R. Anti-oxidanten, effectieve beschermers van onze gezondheid. 1994
- Nieuwenhuis, R., Vrije radicalen: schakels tussen voeding en ziekte. 1992
Mens en Wetenschap (nr.6-2001)
Links