
Gezondheidseffecten van kleine
bestanddelen van olijfolie
Deel I
Auteurs:
Prof.dr. Gerd Assmann
Prof.dr. Ursel Wahrburg
Institute for Arteriosclerosis Research, Universiteit van Münster, Duitsland
1 Inleiding
Het kenmerkende aan olijfolie is de verfijnde en unieke smaak. Deze unieke smaak en het
aroma zijn te danken aan een aantal bestanddelen, die in zeer lage concentraties voorkomen
in olijfolie. Terwijl het grootste gedeelte (>95%) van de olie bestaat uit aan
glycerine gebonden vetzuren, de zg. trigliceryden, bestaat er ook nog een groot aantal
bestanddelen dat alleen in kleine hoeveelheden voorkomt. Niettemin zijn deze kleine
componenten zeer belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat sommige bestanddelen een gunstige
werking hebben op de gezondheid, andere verbeteren de stabiliteit van de olie en wéér
andere deeltjes zorgen voor het unieke aroma van de olie.
De kleinere bestanddelen van olijfolie kunnen worden onderverdeeld in tocoferolen,
fenolen, smaakdragers, hydrocarbonaten en sterolen. In dit Fact Sheet zullen de
belangrijkste samenstellingen van de eerste drie categorieën worden besproken met
betrekking tot hun effect op de gezondheid en bijdrage aan de stabiliteit en smaak van de
olie. In een aparte brochure 'Gezondheidseffecten van kleine bestanddelen van olijfolie
(Deel II)' worden de koolwaterstoffen en sterolen besproken.
2 De kleinere componenten in olijfolie
2.1 Tocoferolen
Olijfolie bevat a-tocoferol, de tocoferol met het hoogste gehalte vitamine E, variërend
in hoeveelheden van 1,2 tot 43 mg/100gr (1-3). Volgens bepaalde wetenschappers is de
gemiddelde hoeveelheid in de olie ongeveer 12 tot 25 mg/100gr (3). Anderen hebben zelfs
hogere waarden van 24 tot 43 mg/100gr (2) gevonden. Het is duidelijk dat de in de olie
aanwezige hoeveelheden afhankelijk zijn van verscheidene factoren. Hoewel het
wetenschappelijk materiaal over dit onderwerp betrekkelijk schaars is, is gebleken dat
zowel de cultivar, de rijpheid van de vrucht, alsook de omstandigheden en de duur van
opslag een belangrijke rol hierbij spelen. Andere tocoferolen (ß en ã) zijn alleen in
net meetbare hoeveelheden aanwezig (1;3).
2.2 Fenolen
Het vruchtvlees van de olijf bevat fenolen die hoofdzakelijk in water oplosbaar zijn, maar
waarvan ook kleine hoeveelheden in de olie worden gevonden. De groep fenolen omvat een
verscheidenheid aan stoffen. Hiertoe behoren de eenvoudige fenolen, zoals vanilline,
galluszuur, coumarine zuur, cafeïne zuur, tyrosol of hydroxytyrosol. Gemiddeld zijn deze
eenvoudige fenolen met 4,2mg/100gr aanwezig in extra vierge olijfolie en met 0,47mg/100gr
in geraffineerde olijfolie. Verder bevat olijfolie secoiridoïn, zoals oleuropeïne en
ligstroside (respectievelijk 2,8mg/100gr in extra vierge olie en 0,93mg/100gr in
geraffineerde olie), of de meer complexe moleculen zoals lignines (4,15mg/100gr in olie
van eerste persing en 0,73mg/100gr in geraffineerde olie respectievelijk) en flavonoïden,
zoals apigenine of luteoline (4). Het gehalte aan fenolische bestanddelen in de olie hangt
af van de kweek en rijpheid van de olijf tijdens de oogst. De concentratie van
hydroxytyrosol, tyrosol en luteoline bijvoorbeeld, neemt toe naarmate de vrucht rijper is
(5), terwijl de totale hoeveelheid van fenolen en a-tocoferol juist afneemt in een rijpere
vrucht (2). Totnogtoe is slechts op kleine schaal de biochemische bruikbaarheid van deze
substanties onderzocht. Visioli et al. hebben vastgesteld dat tyrosol en hydroxytyrosol,
afhankelijk van de dosering, van 60 tot 80% worden geabsorbeerd van de totale opgenomen
hoeveelheid.
2.3 Smaakdragers
Men denkt dat meer dan 70 bestanddelen een aandeel hebben in de unieke geur en smaak van
olijven en olijfolie. Daartoe behoren onder andere producten met een oxidatieve werking
van onverzadigde vetzuren, zoals de aldehyden; bijvoorbeeld hexanal, nonanal, 1-hexanol of
2,4-decadienal. Bovendien dragen de alifatische en aromatische koolwaterstoffen
aanzienlijk bij aan de geur en de smakelijkheid van de olie (1), net als alcoholen,
ketonen, ether, esters, furan en thioterpene derivaten.
3 De effecten van de kleine bestanddelen op de gezondheid
3.1 Tocoferolen
Men neemt aan dat oxidatieve schade een cruciale rol speelt bij de ontwikkeling van
verschillende aandoeningen, zoals hart- en vaatziekten en kanker. De afgelopen jaren is
daarentegen steeds meer bewijs gevonden dat anti-oxidanten zouden kunnen beschermen tegen
deze oxidatieve schade en LDL-oxidatie.
Sinds de jaren 80 zijn verscheidene epidemiologische studies verricht om het verband vast
te stellen tussen het gebruik van vitamine E en hart- en vaatziekten. In plaats van een
vitamine E-rijke voeding, werden hoge doses vitamine E als supplement gegeven. Enerzijds
is darbij geconstateerd dat inname van supplementen met een hoge dosering vitamine E
(>67 mg a-tocoferol/d) gedurende minstens twee jaar het risico op hart- en vaatziekten
aanzienlijk vermindert ( risico afname 31-65%) (overzicht in (7)). Anderzijds hadden noch
een kortere termijn-, noch een lagere dosering (<67 mg/d) een significant effect op
hart- en vaatziekten (8).
In tegenstelling tot de uitkomsten van deze waarnemende studies, hebben interventie
onderzoeken tot op heden geen duidelijke resultaten opgeleverd. In de Cambridge Heart
Antioxidant Study (CHAOS) heeft het toedienen van 268 of 536 mg a-tocoferol per dag geleid
tot een aanzienlijke afname in niet-fatale myocardinfarcten. Daarentegen is een afname in
het sterftecijfer door hart- en vaatziekten of in het totale sterftecijfer niet
waargenomen (9). In een tweede preventie onderzoek, uitgevoerd door een groep Italiaanse
wetenschappers, heeft toediening van 300 mg a-tocoferol per dag gedurende drie en een half
jaar, de kans op sterfte of een myocard infarct evenmin kleiner gemaakt (10). In het jaar
2000 is nog een studie afgerond, waarin is aangetoond dat een dagelijkse toediening van
268 mg a-tocoferol gedurende vier en een half jaar geen duidelijk effect heeft op
cardiovasculaire uitkomsten bij patiënten met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten
(11). Concluderend leveren de tot nu uitgevoerde studies geen overtuigend bewijs dat een
vitamine E supplement als gezondheidsmaatregel zou moeten worden aanbevolen.
Er bestaat echter, met betrekking tot bepaalde ziekten, veel informatie over de heilzame
effecten van vitamine E op het stofwisselingsproces. Boscoboinik et al. hebben aangetoond
dat a-tocoferol in fysiologisch relevante concentraties de toename van glad spierweefsel
in de vaatwand verhindert, een proces dat een rol speelt bij de vorming van de zogenaamde
intermediaire atherosclerose laesie (12). Een andere groep heeft een afname waargenomen in
het vrijkomen van reactieve zuurstof, lipide peroxidatie, de afscheiding van
interleukine-1ß en adhesie van de monocyten aan het endotheel van gezonde personen, na
een acht weken lange toediening van een 800 mg/d supplement (13). Ook werd de
bloedplaatjesaggregatie verhinderd bij een vitamine E inname van 268 tot 804 mg
a-tocoferol/d (14). Deze resultaten houden geen verband met de anti-oxidatieve werking van
vitamine E, omdat deze niet te zien zijn bij andere lipide-oplosbare anti-oxidanten. Het
lijkt er meer op dat a-tocoferol een directe uitwerking heeft op de uitdrukking van genen,
zoals de genen die coderen voor adhesie moleculen (15), of op de activiteit van enzymen
zoals 5-lipoxygenium (16) of proteïne kinase C (14).
Deze resultaten tonen dat vitamine E een heilzaam effect kan hebben op hart- en
vaatziekten door verscheidene mechanismen. Echter, omdat deze onderzoeken zijn uitgevoerd
met hoge doses vitamine E supplementen, moet nog worden onderzocht of een zelfde effect
kan worden verkregen bij gebruik van vitamine E dat natuurlijk in voedsel aanwezig is,
zoals in olijfolie. Een van de redenen waarom de hierboven vermelde interventie
onderzoeken niet een overtuigend beschermend effect hebben aangetoond, zelfs niet bij hoge
doses vitamine E supplementen, kan liggen in het feit dat atherogenese een langdurig
proces is, waarvan de oxidatieve verandering van lipoproteïnen slechts een van de eerste
stappen is bij het ontstaan van de atherosclerotischelaesie. Zodoende kan het werkelijke
nut van het in onze voeding aanwezige vitamine E niet worden aangetoond totdat meer
langdurig preventief onderzoek is verricht (17).
Dergelijk primair preventief onderzoek is al uitgevoerd in dier modellen met
atherosclerose. Pratico et al. hebben kunnen aantonen dat oxidatieve belasting van
functioneel belang is bij de ontwikkeling van atherosclerose bij dieren. Daarbij is tevens
aangetoond dat deze oxidatieve belasting en ook de vorming van atherosclerotische laesies
in de aorta kan worden geremd door orale toediening van vitamine E (18). Ook is in het
jaar 2000 een publicatie verschenen van Terasawa et al., waarin wordt beschreven dat in
hetzelfde muismodel een kunstmatig opgewekt vitamine E tekort atherosclerose doet toenemen
(19).
Naast de eventuele heilzame werking op hart- en vaatziekten, is vitamine E een effectief
wapen in de strijd tegen kanker. Bij talrijke modellen met proefdieren is geconstateerd
dat vitamine E bescherming biedt tegen verschillende soorten kanker (overzicht in 20).
Voorts hebben onderzoeken bij mensen aangetoond dat een laag vitamine E gehalte in het
serum of plasma in verband wordt gebracht met een verhoogde kans op long-, baarmoederhals-
en prostaatkanker. Tot nu toe hebben ook de interventie onderzoeken bij mensen
veelbelovende vroege resultaten opgeleverd. Heinonen et al. hebben ontdekt dat een
toediening van 50 mg a-tocoferol per dag gedurende meerdere jaren (tussen de 5 en 8 jaar),
de incidentie van (-32%) en het sterftecijfer (-41%) bij prostaatkanker in mannelijke
rokers aanmerkelijk deed afnemen (21). In een onderzoek naar het effect van vitamine E op
vroegtijdig vastgestelde pre-kwaadaardige laesies in de slokdarm en in de luchtwegen is
geconstateerd dat toediening van hoge doses a-tocoferol (268 mg/d) gunstige klinische en
histologische effecten heeft (22). Op het Chinese platteland van Linxian, waar kanker in
hoge mate voorkomt, heeft het toedienen van 30 mg a-tocoferol per dag, in combinatie met
selenium (50 mg/d) en ß-caroteen (15 mg/d) het totale sterftecijfer teruggebracht met 9%.
Deze reductie is hoofdzakelijk toe te schrijven aan het lagere aantal kankergevallen,
vooral maagkanker. Die verkleinde kans is opgetreden één tot twee jaar nadat men is
gestart met de toediening (23).
Samengevat, de tot nu toe uitgevoerde onderzoeken naar het effect van vitamine E op de
gezondheid, tonen aan dat dit micronutriënt in verschillende opzichten heilzaam kan zijn.
Wellicht zullen sommige resultaten alleen worden verkregen, wanneer vitamine E in grote
doses wordt toegediend. Niettemin is het nog steeds aannemelijk dat de in olijfolie
aanwezige hoeveelheid vitamine E bevorderlijk is voor de gezondheid. Bovendien is het zeer
waarschijnlijk, en sommige van de in dit Fact Sheet voorgelegde onderzoeken (zie ook
alinea 3.2) steunen deze veronderstelling, dat, dankzij de synergistische effecten , de
combinatie van vitamine E en de andere kleine bestanddelen in extra vierge olijfolie
heilzamer is dan de som van die bestanddelen.
3.2 Fenolen
Over de krachtige anti-oxidatieve werking van fenolen is herhaaldelijk geschreven. Owen et
al. hebben het anti-oxidatieve vermogen van verschillende fenolen in olijfolie
geëvalueerd. Zij hebben tevens geconstateerd dat een grote reeks van deze bestanddelen,
zoals hydroxytyrosol, tyrosol, cafeïnezuur, vanillezuur, (+)-1- acetoxypinoresionol en
oleuropeïne, anti-oxidatieve eigenschappen bezitten (24). Het is interessant, dat
extracten van extra vierge olijfolie, niet van geraffineerde olijfolie, die een combinatie
van bekende en onbekende fenolen bevatten bij veel lagere concentraties reeds effect
sorteren dan de individueel geteste bestanddelen. Dit geeft aan dat er een synergistisch
effect bestaat tussen de individuele bestanddelen dat de anti-oxidatieve werking van die
combinatie vergroot. Ook is gebleken dat extracten van extra vierge olijfolie een sterk
remmende werking hebben op de xanthine oxidase activiteit. Xanthine oxidase is een enzym
dat betrokken is bij de carcinogenese en xanthine oxidase remmers hebben een
chemotherapeutisch effect op kankercellen (24). Soortgelijke waarnemingen zijn gedaan met
betrekking tot de ontvankelijkheid van LDL voor oxidatie. Oleuropeïne en tyrosol remmen,
naar verluidt, LDL-oxidatie in vitro, een veel sterker effect is echter bereikt met een
combinatie van fenolen uit extra vierge olijfolie in vergelijkbare concentraties (25;26).
Daarbij is ook aangetoond dat proto-catechuzuur en 3,4-hydroxyfenylethanol (DHPE) zeer
effectief zijn bij de bescherming van LDL tegen in vitro oxidatie (27). Bij dit onderzoek
is het LDL geïsoleerd en de fenolen zijn aan de LDL preparaten in vitro toegevoegd.
Bonanome et al., echter, hebben maaltijden rijk aan extra vierge olijfolie toegediend aan
gezonde vrijwilligers en hebben geconstateerd dat direct na de maaltijd fenolen, waarbij
het tyrosol- en hydroxytyrosolgehalte is gemeten, in alle categorieën plasma
lipoproteïnen aanwezig waren, behalve in VLDL (very low-density lipoprotein), hetgeen
vergezeld ging met een verhoging van hun anti-oxidatieve werking (28). Ook is vastgesteld
dat DHPE het cytotoxische effect van reactieve zuurstof metabolieten op cellen kan
neutraliseren, waarmee celbeschadiging wordt voorkomen (29). Deiana et al. hebben
vastgesteld dat hydroxytyrosol een remmende werking heeft op DNA schade door peroxinitriet
(30).
Naast deze anti-oxidatieve werking hebben fenolen van extra vierge olijfolie een duidelijk
ontstekingsremmend effect. Petroni et al. hebben aangetoond dat hydroxytyrosol,
afhankelijk van de dosering, de vorming onderdrukt van het ontstekingsbevorderende
eicosanoïde, leukotrine B4 (31). De la Puerta heeft geconstateerd dat niet alleen
hydroxytyrosol, maar ook tyrosol, oleuropeïne en cafeïnezuur, de vorming van leukotrine
B4 onderdrukken door de activiteit van het katalyserende enzym 5-lipoxygenase te remmen
(32). Ook is gebleken dat het extract van de olijfvrucht remmend werkt op dit enzym en dat
de stoffen die dit effect teweeg brengen DHPE, oleuropeïne en cafeïnezuur zijn (33).
Petroni et al. hebben nog een interessante en mogelijk heilzame werking van fenolen in
olijfolie op de gezondheid gevonden. Het is mogelijk dat door een belemmerend effect op
5-lipozygenase van DHPE, en in mindere mate ook oleuropeïne, luteoline, apigenine en
quercitine, bloedplaatjes aggregatie en de vorming van bloedplaatjes eicosanoïde in vitro
wordt onderdrukt (34).
3.3 Smaakdragers
Van het blad en de vrucht van de olijfboom is bekend dat zij een natuurlijke resistentie
tegen 'aanvallen' van bacteriën en insecten hebben. Een reden hiervoor is door Kubo et
al. aangetoond. Zij hebben antimicrobiële activiteiten van moleculen bestudeerd, die tot
de grote groep van smaakdragers behoren (35). Hieronder bevonden zich a-cyclische
bestanddelen, zoals hexanal, nonanal, hexanol 1 en 3 en heptanal 2, of nonenal 2 en
cyclische mono- en sesquiterpene hydrocarbonaten, zoals careen 2 of ß-farneseen. De
meeste van deze bestanddelen oefenden antimicrobiële activiteiten uit tegen een reeks van
verschillende micro-organismen, waaronder Staphylococcus aureus, Streptococcus mutans,
Escherichia coli, Candida utilis en Aspergillus niger (35). Het is nog niet duidelijk wat
de consequenties van deze vondst zullen zijn, maar aangezien een aantal van de bacteriën
en schimmels of toxines die door hen worden gevormd schadelijk zijn voor de mens, is deze
antimicrobiële beschermende werking nog een aspect, dat zou kunnen bijdragen aan de
geneeskrachtige eigenschappen van olijfolie.
4 De invloed van de kleine bestanddelen op de duurzaamheid van olijfolie
De hierboven genoemde kleine bestanddelen van olijfolie hebben niet alleen gunstige
effecten op de gezondheid van de mens, maar zijn ook belangrijk voor de houdbaarheid en
duurzaamheid van de olie. Verscheidene teams hebben onafhankelijk van elkaar
geconstateerd, dat de hoeveelheid fenolen in extra vierge olijfolie in nauw verband staat
met de duurzaamheid daarvan (2;36;37). Men is echter minder eensgezind of ook tocoferol
daaraan bijdraagt. Terwijl Baldioli et al. geen enkel verband hebben aangetoond tussen de
oxidatieve duurzaamheid van de olie en de aanwezigheid van a-tocoferol (36), anderen
daarentegen hebben wel een kleine bijdrage van a-tocoferol gevonden(37), en een Spaans
team heeft zelfs een sterk verband tussen de oxidatieve duurzaamheid van de olie en het
a-tocoferolgehalte gevonden (2).
5 Samenvatting en conclusie
Olijfolie, en met name de extra vierge olijfolie, bevat een groot aantal structureel
heterogene bestanddelen, in zeer kleine concentraties. Deze zogenaamde minder belangrijke
bestanddelen omvatten vitamines zoals tocoferolen (vitamine E), fenolen, koolwaterstoffen,
sterolen en smaakdragers. Deze stoffen zorgen voor de unieke smaak en geur van de olie en
verhogen de duurzaamheid ervan. Tevens zijn zij goed voor de gezondheid door hun
preventieve werking op schadelijke of ongezonde processen, zoals oxygeen radicaal
opgewekte oxidatie van vetten. Op grond daarvan is de aanwezigheid van deze bestanddelen
in olijfolie, met daarbij de gunstige vetzurensamenstelling, een extra reden om olijfolie
aan te bevelen als een belangrijke bron van vet in ons dagelijks dieet.
6 Referenties
- Kiritsakis A, Markakis P. Olive oil: a
review. Adv. Food Res. 1987;31:453-82.:453-82.
- Gutierrez F, Jimenez B, Ruiz A, Albi
MA. Effect of olive ripeness on the oxidative stability of virgin olive oil extracted from
the varieties picual and hojiblanca and on the different components involved. J Agric.
Food Chem 1999;47:121-7.
- Psomiadou E, Tsimidou M, Boskou D.
alpha-tocopherol content of Greek virgin olive oils. J Agric. Food Chem. 2000;48:1770-5.
- Owen RW, Mier W, Giacosa A, Hull WE,
Spiegelhalder B, Bartsch H. Phenolic compounds and squalene in olive oils: the
concentration and antioxidant potential of total phenols, simple phenols, secoiridoids,
lignansand squalene. Food Chem. Toxicol. 2000;38:647-59.
- Brenes M, Garcia A, Garcia P, Rios JJ,
Garrido A. Phenolic compounds in Spanish olive oils. J Agric.Food Chem. 1999;47:3535-40.
- Visioli F, Galli C, Bornet F et al.
Olive oil phenolics are dose-dependently absorbed in humans. FEBS Lett. 2000;468:159-60.
- Jha P, Flather M, Lonn E, Farkouh M,
Yusuf S. The antioxidant vitamins and cardiovascular disease: a critical review of
epidemiologic and clinical trial data. Ann.Intern.Med. 1996;124:934.
- Stampfer MJ, Rimm EB. Epidemiologic
evidence for vitamin E in prevention of cardiovascular disease. Am.J.Clin.Nutr.
1995;62:S1365-S1369.
- Stephens NG, Parsons A, Schofield PM,
Kelly F, Cheeseman KH, Mitchinson MJ. Randomised controlled trial of vitamin E in patients
with coronary disease: Cambridge Heart Antioxidant Study (CHAOS). Lancet 1996;347:781-6.
- Dietary supplementation with n-3
polyunsaturated fatty acids and vitamin E after myocardial infarction: results of the
GISSI-Prevenzione trial. Gruppo Italiano per lo Studio della Sopravvivenza nell'Infarto
miocardico. Lancet 1999;354:447-55.
- Yusuf S, Dagenais G, Pogue J, Bosch J,
Sleight P. Vitamin E supplementation and cardiovascular events in high-risk patients. The
Heart Outcomes Prevention Evaluation Study Investigators. N Engl J Med 2000;20;342:154-60.
- Boscoboinik D, Szewczyk A, Hensey C,
Azzi A. Inhibition of cell proliferation by alpha-tocopherol. Role of protein kinase C. J
Biol.Chem 1991;266:6188-94.
- Devaraj S, Li D, Jialal I. The effects
of alpha tocopherol supplementation on monocyte function. Decreased lipid oxidation,
interleukin 1 beta secretion, and monocyte adhesion to endothelium. J Clin.Invest
1996;98:756-63.
- Freedman JE, Farhat JH, Loscalzo J,
Keaney JF. alpha-tocopherol inhibits aggregation of human platelets by a protein kinase
C-dependent mechanism. Circulation 1996;94:2434-40.
- Islam KN, Devaraj S, Jialal I.
alpha-Tocopherol enrichment of monocytes decreases agonist-induced adhesion to human
endothelial cells. Circulation 1998;98:2255-61.
- Devaraj S, Jialal I. Alpha-tocopherol
decreases interleukin-1 beta release from activated human monocytes by inhibition of
5-lipoxygenase. Arterioscler.Thromb.Vasc.Biol. 1999;19:1125-33.
- Steinberg D. Clinical trials of
antioxidants in atherosclerosis - are we doing the right thing? Lancet 1995;346:36-8.
- Pratico D, Tangirala RK, Rader DJ,
Rokach J, FitzGerald GA. Vitamin E suppresses isoprostane generation in vivo and reduces
atherosclerosis in ApoE-deficient mice. Nat.Med 1998;4:1189-92.
- Terasawa Y, Ladha Z, Leonard SW et al.
Increased atherosclerosis in hyperlipidemic mice deficient in alpha -tocopherol transfer
protein and vitamin E. Proc.Natl.Acad.Sci.U.S.A 2000;97:13830-4.
- Shklar G, Oh SK. Experimental basis
for cancer prevention by vitamin E. Cancer Invest 2000;18:214-22.
- Heinonen OP, Albanes D, Virtamo J et
al. Prostate cancer and supplementation with alpha-tocopherol and beta-carotene: incidence
and mortality in a controlled trial. J Natl.Cancer Inst. 1998;90:440-6.
- Benner SE, Winn RJ, Lippman SM et al.
Regression of oral leukoplakia with alpha-tocopherol: a community clinical oncology
program chemoprevention study. J Natl.Cancer Inst. 1993;85:44-7.
- Blot WJ, LI JY, Taylor PR et al.
Nutrition intervention trials in Linxian, China: supplementation with specific
vitamin/mineral combinations, cancer incidence, and disease-specific mortality in the
general population. J Natl.Cancer Inst. 1993;85:1483-92.
- Owen RW, Giacosa A, Hull WE, Haubner
R, Spiegelhalder B, Bartsch H. The antioxidant/anticancer potential of phenolic compounds
isolated from olive oil. Eur.J Cancer 2000;36:1235-47.
- Visioli F, Galli C. Oleuropein
protects low density lipoprotein from oxidation. Life Sci. 1994;55:1965-71.
- Caruso D, Berra B, Giavarini F,
Cortesi N, Fedeli E, Galli G. Effect of virgin olive oil phenolic compounds on in vitro
oxidation of human low density lipoproteins. Nutr.Metab Cardiovasc.Dis. 1999;9:102-7.
- Masella R, Cantafora A, Modesti D et
al. Antioxidant activity of 3,4-DHPEA-EA and protocatechuic acid: a comparative assessment
with other olive oil biophenols. Redox.Rep. 1999;4:113-21.
- Bonanome A, Pagnan A, Caruso D et al.
Evidence of postprandial absorption of olive oil phenols in humans. Nutr.Metab
Cardiovasc.Dis. 2000;10:111-20.
- Manna C, Galletti P, Cucciolla V,
Moltedo O, Leone A, Zappia V. The protective effect of the olive oil polyphenol
(3,4-dihydroxyphenyl)-ethanol counteracts reactive oxygen metabolite-induced cytotoxicity
in Caco-2 cells. J Nutr. 1997;127:286-92.
- Deiana M, Aruoma OI, Bianchi ML et al.
Inhibition of peroxynitrite dependent DNA base modification and tyrosine nitration by the
extra virgin olive oil-derived antioxidant hydroxytyrosol. Free Radic.Biol.Med
1999;26:762-9.
- Petroni A, Blasevich M, Papini N,
Salami M, Sala A, Galli C. Inhibition of leukocyte leukotriene B4 production by an olive
oil-derived phenol identified by mass-spectrometry. Thromb.Res. 1997;87:315-22.
- de la Puerta R, Ruiz Gutierrez V,
Hoult JR. Inhibition of leukocyte 5-lipoxygenase by phenolics from virgin olive oil.
Biochem.Pharmacol. 1999;57:445-9.
- Kohyama N, Nagata T, Fujimoto S,
Sekiya K. Inhibition of arachidonate lipoxygenase activities by
2-(3,4-dihydroxyphenyl)ethanol, a phenolic compound from olives.
Biosci.Biotechnol.Biochem. 1997;61:347-50.
- Petroni A, Blasevich M, Salami M,
Papini N, Montedoro GF, Galli C. Inhibition of platelet aggregation and eicosanoid
production by phenolic components of olive oil. Thromb.Res. 1995;78:151-60.
- Kubo A, Lunde CS, Kubo I.
Antimicrobial activity of the olive oil flavor compounds. J Agric.Food Chem
1995;43:1629-33.
- Baldioli M, Servili M, Perretti G,
Montedoro GF. Antioxidant activity of tocopherols and phenolic compounds of virgin olive
oil. JAOCS 1996;73:1589-93.
- Aparicio R, Roda L, Albi MA, Gutierrez
F. Effect of various compounds on virgin olive oil stability measured by Rancimat. J
Agric.Food Chem 1999;47:4150-5.
Source: europa.eu.int/comm/agriculture/prom/olive/medinfo/index.htm
Olijfolie alternatief voor
ibuprofen en andere pijnstillers
Naast de smaak blijkt er nog een reden te
zijn om elke dag goede, extra vergine olijfolie te eten. Je wordt er gezond oud mee,
dankzij de stof oleocanthal.Oleocanthal heeft dezelfde werking als ibuprofen, een veel
gebruikte pijnstiller.
http://www.elsevier.nl/nieuws/wetenschap/artikel/asp/artnr/62292/index.html
http://noorderlicht.vpro.nl/artikelen/23912279/
Het persbericht
Olive oil contains natural
anti-inflammatory agent Throaty sting provides new clues to health benefits of
Mediterranean diet PHILADELPHIA A naturally occurring chemical found in
extra-virgin olive oils is a non-steroidal anti-inflammatory agent, report scientists from
the Monell Chemical Senses Center and collaborators at the University of Pennsylvania, The
University of the Sciences in Philadelphia, and Firmenich, Inc. Named oleocanthal by the
researchers, the compound inhibits activity of cyclooxygenase (COX) enzymes, a
pharmacological action shared by ibuprofen.
The finding is significant because
inflammation increasingly is believed to play a key role in a variety of chronic diseases.
Some of the healthrelated effects of the Mediterranean diet may be due to the
natural anti-COX activity of oleocanthal from premium olive oils, observes Monell
biologist Gary Beauchamp, PhD. The findings are described in the September 1 issue of the
journal Nature. The scientists were led to the discovery by the serendipitous observation
that fresh extra-virgin olive oil irritates the back of the throat in a unique and unusual
manner. I had considerable experience swallowing and being stung in the throat by
ibuprofen from previous studies on its sensory properties, explains Beauchamp.
So when I tasted newly-pressed olive oil while attending a meeting on molecular
gastronomy in Sicily, I was startled to notice that the throat sensations were virtually
identical.
Taking their lead from the cues provided by
olive oils throaty bite, the scientists systematically evaluated the sensory
properties of an unnamed chemical compound thought to be responsible for the throat
irritating property of premium olive oils. When results confirmed that the irritating
intensity of a given extra-virgin olive oil was directly related to how much of the
chemical it contained, the researchers named the compound oleocanthal (oleo=olive;
canth=sting; al=aldehyde). To rule out the possibility that any other compound was
involved, chemists at Monell and Penn created a synthetic form of oleocanthal identical in
all respects to that found naturally in olive oil, and showed that it produced exactly the
same throat irritation. Co-author Amos Smith, PhD, explains, Only by de novo
synthesis could we be absolutely certain that the active ingredient was oleocanthal.
The sensory similarities between oleocanthal and ibuprofen led scientists at Monell and
the University of the Sciences to investigate potential common pharmacological properties.
Studies revealed that, like ibuprofen, oleocanthal inhibits activity of COX-1 and COX-2
enzymes.
Because inhibition of COX activity
underlies the anti-inflammatory actions of ibuprofen and other non-steroidal
anti-inflammatory drugs (NSAIDs), the new findings suggest oleocanthal is a natural
anti-inflammatory agent. Monell sensory scientist Paul Breslin, PhD, who directed the
research together with Beauchamp remarks, The Mediterranean diet, of which olive oil
is a central component, has long been associated with numerous health benefits, including
decreased risk of stroke, heart disease, breast cancer, lung cancer, and some dementias.
Similar benefits are associated with certain NSAIDs, such as aspirin and ibuprofen.
Now that we know of oleocanthals
anti-inflammatory properties, it seems plausible that oleocanthal plays a causal role in
the health benefits associated with diets where olive oil is the principal source of
fat. Beauchamp said future research will aim to identify how oleocanthal inhibits
COX enzymes and how this is related to throat sting. According to Breslin, This
study is the first to make the case for pharmacological activity based on irritation and
furthers the idea originally proposed decades ago by Fischer that a compounds
orosensory qualities might reflect its pharmacological potency.
Olive oil may hinder cancer process
People who use plenty of olive oil in their diets may be helping to prevent damage to
body cells that can eventually lead to cancer, new research suggests. In a study of 182
European men, researchers found evidence that olive oil can reduce oxidative damage to
cells' genetic material, a process that can initiate cancer development. They say the
findings may help explain why rates of several cancers are higher in Northern Europe than
in Southern Europe, where olive oil is a dietary staple.
http://www.chinadaily.com.cn/lifestyle/2006-12/23/content_766084.htm
The Effect of Polyphenols in Olive
Oil on Heart Disease Risk Factors
Olive oil is more than a monounsaturated fat. Its phenolic content can also provide
benefits for plasma lipid levels and oxidative damage.
http://www.annals.org/cgi/content/abstract/145/5/333
The effect of olive oil consumption
on oxidative damage in european populations
Euro live is a European multi-centre clinical nutritional trial concerning the effect of a
traditional Mediterranean antioxidant-rich food, olive oil, on oxidative stress and damage
to lipids and DNA in humans. EUROLIVE also aims at studying the bioavailability and the
binding of olive oil phonemics compounds to low-density lipoproteins. Our study will focus
on whether a reasonable supplemental amount of affianced (without phonemics), common (with
low phenol content) and extra virgin (with high phenol content) olive oil would reduce
lipid per oxidation and DNA oxidation in 180 humans from 3 European populations (Northern,
Central and Southern), and whether there are differences) in effect according to the
olive-oil phenol concentration. The market prices of olive oil differs being affianced and
common olive oil cheaper than virgin olive oil.
http://cordis.europa.eu/search/index.cfm?fuseaction
Olive oil 'acts like painkiller'
Freshly pressed olive oil is the most rich
in the key ingredient Good quality olive oil contains a natural chemical that acts in a
similar way to a painkiller, a US study says.
http://news.bbc.co.uk/1/hi/health/4204076.stm
Prevent cancer, use olive oil
Prevent cancer, use olive oil.Innovative research article in the FASEB Journal
suggests olive oil has a significant impact on cancer ratesIf you want to avoid developing
cancer, then you might want to add eating more olive oil to your list of New Year's
resolutions. In a study to be published in the January 2007 issue of The FASEB Journal,
scientists from five European countries describe how the anti-cancer effects of olive oil
may account for the significant difference in cancer rates among Northern and Southern
Europeans.
The authors drew this conclusion based on the outcomes of volunteers from Denmark,
Finland, Germany, Italy, and Spain, who consumed 25 milliliters (a little less than a
quarter cup) of olive oil every day for three weeks. During this time, the researchers
examined urine samples of the subjects for specific compounds known to be waste
by-products of oxidative damage to cells, a precursor to cancer. At the beginning of the
trial, the presence of these waste by-products was much higher in Northern European
subjects than their Southern European counterparts. By the end of three weeks, however,
the presence of this compound in Northern European subjects was substantially reduced.
"Determining the health benefits of any particular food is challenging because of it
involves relatively large numbers of people over significant periods of time," said
lead investigator Henrik E. Poulsen, M.D. of Rigshospitalet, Denmark. "In our study,
we overcame these challenges by measuring how olive oil affected the oxidation of our
genes, which is closely linked to development of disease. This approach allows us to
determine if olive oil or any other food makes a difference. Our findings must be
confirmed, but every piece of evidence so far points to olive oil being a healthy food. By
the way, it also tastes great."
Another interesting finding in the study suggests that researchers are just beginning to
unlock the mysteries of this ancient "health food." Specifically, the
researchers found evidence that the phenols in olive oil are not the only compounds that
reduced oxidative damage. Phenols are known antioxidant compounds that are present in a
wide range of everyday foods, such as dark chocolate, red wine, tea, fruits, and
vegetables. Despite reducing the level of phenols in the olive oil, the study's subjects
still showed that they were receiving the same level of health benefits.
"Every New Year people make resolutions that involve eating less fat to improve their
health," said Gerald Weissmann, MD, Editor-in-Chief of The FASEB Journal. "This
academically sound, practically useful study shows that what you eat is just as important
as how much you eat. No wonder Plato taught wisdom in an olive grove called Academe."
http://www.eurekalert.org/pub_releases/2006-12/foas-nyr121106.php
Terug
naar het hoofdmenu
|
|