Sinds gisteren is het niet meer mogelijk
voor Wanadoo (Ziggo) klanten een email te sturen naar hotmail klanten. Deze krijgen nl de
melding dat mail wordt geblokkeerd door Windows Live hotmail:
550 SC-001 Mail rejected by Windows
Live Hotmail for policy reasons
Men wijst op mogelijke oorzaken als spam/IP
nummers.
Geen idee of Hotmail een hele IP groep
blokkeert of gewoon een serie email adressen. Mail naar gewone adressen zoals Gmail etc
gaan wel gewoon door
ADHD: Life Course Outcomes and
Treatment Implications
Russell Barkley, Ph.D., focuses on what he
terms the Milwaukee Study, which tracks the life course outcomes of individuals with ADHD,
as well as covering issues that are to be studied in future ADHD studies.
David Wolfe Unleashed
David Wolfe is the world's TOP expert on
raw food nutrition and conducts nearly 100 health lectures, seminars, and hosts at least 6
raw adventure retreats each year. More information can be found on www.thebestdayever.com
Localization begins at home. When we grow
and nurture our own food we consume the ultimate in fresh food using the barest minimum of
fossil fuels. David "Avocado" Wolfe Shares his intimate relationship with
growing food from childhood to now and how this journey can provide a beautiful heaven on
earth reality.
Futurologen Robbert en Rudolf Das komen met
verrassende oplossingen in hun nieuwe boek: Energie en onze toekomst. Evenals in hun
vorige publicaties zindert dit boek weer van de ideeën en maken de auteurs de lezer met
deze blik in de toekomst deelgenoot van hun visies en begaanheid met het lot van de mens,
vandaag én overmorgen. Dit is geen sciencefiction, maar hedendaagse problematiek waarvoor
de oplossingen in de toekomst liggen. Daarbij richten de gebroeders Das zich in dit boek
op het onderwerp energie. Wat zijn de oplossingen voor de overbelasting van het milieu
door de luchtvaart? En hoe zorgen we ervoor dat de luchtvaart desondanks kan blijven
groeien? Wat zijn de ontwikkelingen binnen de scheepvaart? Wat moeten we doen om aan
voldoende brandstof voor automobilisten te komen? En hoe moeten we het hoofd bieden aan
het fileprobleem? Bij de aanpak van deze dilemma's speelt in alle gevallen energie de
hoofdrol. Zo spreken de gebroeders over natte luchthavens en blended wing vliegtuigen,
offshore-ontwikkelingen, getijdencentrales en windenergie met opslag. Maar ook over
dubbeldekswegen rond de grote steden die het verkeer moeten structureren. De
auteurs, de tweelingbroers Robbert en Rudolf Das, hebben een carrière van veertig jaar
technisch illustreren en ontwerpen achter de rug. Al in 1953 vestigden zij in één klap
hun naam door een opengewerkte tekening van een geheim straalvliegtuig te presenteren.
Door historische ruimtevaarttekeningen in de bladen van Elsevier en vele toekomstgerichte
opdrachten uit het bedrijfsleven, ontwikkelden zij zich tot bekende futurologen. Vanaf 3
oktober verkrijgbaar via boekhandel, warenhuis en webwinkel
Televisie
Fataal
Afl.: Oirsbeek, 12 juni 1989. Na een
eindexamenfeest besluit een groep vrienden de taxi naar huis te nemen. De taxi neemt de
snelle route binnendoor. Diezelfde nacht zijn Marco en Marion het weekend aan het vieren.
Op weg naar de volgende kroeg rijden ze een gevaarlijke kruising op. Tegelijk met de
taxi... Herman Wegter test zijn reactiesnelheid op de baan bij een testcircuit. Hij praat
met Roger die het ongeval heeft overleefd. Presentatie: Herman Wegter.
Serie reportages over de passie, schoonheid
en smaak van natuur in Nederland! LLiNK in Natura bewondert opmerkelijke landschappen en
dierensoorten en inspireert tot uitstapjes in eigen land. Presentatie: Bas Westerweel.
Serie documentaires over waterdreiging en
waternatuur in Nederland. In zes watergebieden zien we de kracht en emotie die gepaard
gaan met overstromingen, zoeken we naar de oplossingen voor waterdreiging in de toekomst
en zien we de prachtige waternatuur met haar vaak bewogen watergeschiedenis.
Afl.: Joke en Theo Thijssen. Joke Thijssen
leeft gezond. Ze rookt niet en gaat zelfs sinds lange tijd weer fitnessen. Ze heeft er zin
in, maar het valt tegen. Ze heeft aanhoudende klachten in haar bovenrug. Daarom gaat ze
naar de fysiotherapeut. Maar die kan haar pijn niet verlichten en verwijst haar naar de
arts. Zo komt Joke terecht in de medische molen. Joke: 'Ik zag het niet zwaar in, maar het
zou meevallen. De longarts was ook niet negatief; ik rookte niet en viel dus niet in een
risicogroep.' Op 12 juli moeten Joke en Theo op gesprek komen voor de definitieve uitslag.
Dan krijgt ze te horen: 'U heeft longkanker, niet operabel, met uitzaaiingen in de lever.
Mevrouw Thijssen, het spijt ons verschrikkelijk, maar u kunt nooit meer beter worden.'
Even later stonden ze buiten. Theo: 'Op dat moment moesten we naar huis, naar de kinderen
die vol spanning zaten te wachten op de uitslag. Zo'n bericht aan je kinderen brengen is
de moeilijkste klus ooit. Het sloeg in als een bom.'
De Nationale 'Ga voor CAM'
Handtekeningenactie is een initiatief van Stichting IOCOB, Stichting voor innovatief
onderzoek en onderwijs van complementaire behandelwijzen in Nederland
Ik weet nog vroeger dat ik niet mocht
plassen in een wc die met chloor behandeld was dus chloor alleen is al belastend voor de
huid, ogen, luchtwegen en longen maar gooi je daar nog wat urine bij dan krijg je een nog
ongezondere variant.
Gasvormig chloor is irriterend aan ogen en
luchtwegen en kan brandwonden veroorzaken op de huid. Bij een concentratie van slechts 3,5
ppm is chloor al te herkennen aan de geur; chloor kan acuut dodelijk zijn bij 1000 ppm
maar langdurige blootstelling (40 uur per week) moet niet hoger zijn dan 0,5 ppm.
Bij het mengen van chloor met urine,
ammoniak of andere schoonmaakmiddelen kunnen zich giftige mengsels vormen van chloorgas en
stikstoftrichloride, daarom moeten deze combinaties vermeden worden. Combinatie van chloor
en urine vermijden in zwembad vol met kinderen?
Astrid Joosten zit VET
nodig!-congres voor Publicatietijd:
Op 3 oktober is Astrid Joosten
dagvoorzitter op de eerste dag van het congres 'VET nodig!' Dit tweedaagse congres gaat
over het ketogeen dieet als behandelmethode voor kinderen met moeilijk instelbare
(refractaire) epilepsie. Als medicijnen geen vermindering geven van epileptische aanvallen
of veel bijwerkingen geven, is het ketogeen dieet een behandeling die overwogen moet
worden bij kinderen met moeilijk instelbare epilepsie. Het ketogeen dieet geeft een
relatief grote kans op vermindering van het aantal epileptische aanvallen. Dat is van
belang voor de kwaliteit van leven van deze groep kinderen, die veelal meervoudig beperkt
zijn. Het congres vindt plaats in het Educatorium (Universiteitscentrum de Uithof) in
Utrecht.
Congresdag voor professionals en ouders
Het congres op 3 oktober is bedoeld voor professionals, zoals (kinder)neurologen,
kinderartsen, artsen verstandelijk gehandicapten, diëtisten, epilepsieverpleegkundigen en
-consulenten. Op 4 oktober is het congres voor ouders met een kind met epilepsie. De
sprekers gaan in op vragen als: Welke vormen zijn er van het ketogeen dieet? Hoe is het
werkingsmechanisme? Wat hebben ouders nodig om het dieet succesvol toe te passen? Wat
moeten de verschillende betrokken artsen weten van het dieet?
Epilepsie en het ketogeen dieet
Ongeveer één op de 150 mensen in Nederland heeft epilepsie. Epilepsie is een
hersenaandoening die zich uit in de vorm van aanvallen. Een epileptische aanval ontstaat
door overmatige elektrische activiteit in de hersenen. Er zijn meer dan zeventig soorten
aanvallen.Van de patiënten met epilepsie kan het merendeel (70 - 80%) effectief worden
behandeld met medicijnen (anti-epileptica): zij worden aanvalsvrij. Als ondanks de
gangbare therapie epileptische aanvallen blijven optreden, spreekt men van refractaire
epilepsie (20 - 30%). Het ketogeen dieet kan dan een belangrijke behandeloptie zijn. Het
ketogeen dieet bestaat uit een zeer vetrijke en tevens koolhydraatbeperkte voeding. Het
doel van het dieet is de vorming van ketonen te stimuleren, zodat een ketose ontstaat. Een
ketose lijkt epileptische aanvallen te verminderen, maar het exacte werkingsmechanisme is
nog niet bekend. Het instellen van kinderen op een ketogeen dieet is een complexe zaak.
Het vergt specifieke expertise van betrokken neurologen, diëtisten en andere disciplines
en vraagt veel inzet en kennis van ouders. Een projectgroep van het Multidisciplinair
Samenwerkingsverband Ketogeen Dieet Nederland heeft een dieetbehandelingsrichtlijn
opgesteld. Het uitbrengen van deze richtlijn is een belangrijke stap om de kwaliteit van
de geboden zorg in Nederland te optimaliseren.
Innovatie RWE noodzakelijk voor
windenergie op zee
RWE gaat voor haar windparken op de
Noordzee een voor Nederland nieuwe techniek gebruiken. Het gaat om een innovatieve
betonnen voetconstructie voor op de zeebodem. Deze constructie is nodig om de stabiliteit
en veiligheid van de tot nu toe grootste windmolens op de Noordzee te waarborgen. De
windmolens zijn 90 meter hoog en hebben wieken met een doorsnede van 126 meter. De in
totaal 400 molens staan in twee parken op circa 75 kilometer uit de Hollandse kust in
waterdieptes tot 30 meter. Alleen hier is nog ruimte om bij te dragen aan de Nederlandse
duurzaamheiddoelstellingen van 6000 MW in 2020. De twee parken "Tromp" en
"De Ruyter" van RWE leveren in totaal 2000 MW groene stroom. Daarnaast wordt
waardevolle ervaring opgedaan voor verdere ontwikkelingen. Het vermogen van 2000 MW komt
overeen met het jaarverbruik van 2,5 miljoen huishoudens.
Primeur
Voor de plaatsing van de molens op de
Noordzee gaat RWE een innovatieve techniek gebruiken. Het betreft een betonnen
voetconstructie in de vorm van een omgekeerde trechter met een doorsnede van 30 meter. De
trechter wordt gevuld met zand. Alleen op deze voetconstructie is het mogelijk om onder de
meest extreme weersomstandigheden de stabiliteit en veiligheid van de molens te
waarborgen. De betonnen voetconstructie heeft het kwaliteitskeurmerk van
certificeringinstituut 'Det Norske Veritas' (DNV) verkregen en is een primeur voor
Nederland. De betonnen voetconstructie is ook gunstig voor het onderwaterleven omdat, in
tegenstelling tot de gebruikelijke stalen palen, niet hoeft te worden geheid. Daarnaast is
beton duurzamer en zijn de kosten lager en stabieler dan staal.
De Vereniging tegen de kwakzalverij streeft
volgens eigen inzichten een nobel doel na, en daarbij roert zij zich publiekelijk met
grote regelmaat. Reden om haar invalshoek eens nader te bezien. Op de website van de
Vereniging vinden we de volgende definitie van kwakzalverij: "Onder kwakzalverij
verstaan we het toepassen van behandelmethoden en/of onderzoeksmethoden waarvan het nut
niet wetenschappelijk is aangetoond." Deze vereniging beseft echter niet dat op basis
van haar eigen definitie huisartsen, neurologen, orthopeden en chirurgen, om maar een paar
te noemen, dan als kwakzalvers moeten worden beschouwd. We zullen dat toelichten en
aangeven dat deze definitie van kwakzalverij kant noch wal raakt. Vrijwel alle artsen
voeren namelijk dagelijks onbewezen behandelingen uit, en/of zetten behandelingen in,
waarvan het nut zelfs duidelijk betwijfeld wordt!
Bepaalde vormen van complementaire
behandelwijzen zijn effectiever en goedkoper dan de standaard behandeling. Dit is in een
toonaangevend overzichtsartikel beschreven. Vanaf 1999 tot 2004 zijn 56 kosten
effectiviteitsstudies gevonden in de literatuur op het gebied van complementaire
behandelwijzen.
Open brief aan alle leden van de
Tweede Kamer der Staten-Generaal:
Geacht Lid van de Tweede Kamer der
Staten-Generaal,
Er bestaat een scala van niet-reguliere
behandelingen dat duidelijk bewezen effectief en veilig is en dat bovendien de kosten in
de gezondheidszorg verlaagt. Er is anderzijds een veelheid van reguliere
behandelwijzen die weliswaar frequent worden ingezet, maar die integendeel niet bewezen
effectief zijn. Directeur beleid van de KNMG, de arts Lode Wigersma, vatte dat
wetenschappelijke gegeven voor
IOCOB als volgt pregnant samen:
"...wij artsen verrichten binnen dat
algemeen geaccepteerde medische domein vaak handelingen die niet door bewijsvoering
ondersteund worden en ook niet strikt medisch zijn, maar wel zinvol en
professioneel."
Volgens deze directeur KNMG is zelfs meer
dan de helft van de reguliere geneeskunde niet EBM (= niet Evidence Based Medicine). De
ontwikkeling van het overheidsbeleid kan dan ook niet worden gebaseerd op de weliswaar
veelvuldige gehoorde, maar niettemin apert onjuiste stelling dat niet-reguliere therapie
niet wetenschappelijk bewezen zou zijn, maar reguliere therapie wel. Ter adstructie
hiervan wordt U hierna tevens naar de volgende artikelen verwezen:
1.Toelichting van dr. L. Wigersma,
directeur beleid over het standpunt van de KNMG
2.Voorbeelden van niet-reguliere therapie die kostenbesparend zijn voor de gezondheidszorg
3.De benadering van de Amerikaanse ziektekostenverzekeraars t.a.v. niet-reguliere therapie
4.Tenniselleboog behandelen: regulier werkt niet, niet-regulier wel
5.Werkzaam plantenmiddel bij bronchitis
6.Acupunctuur beter en goedkoper dan regulier bij lage rugpijn
7.Voorbeelden van reguliere geneeskunde die niet werkzaam zijn.
Op onze site zijn honderden artikelen te
vinden - en dat is nog maar een kleine selectie uit het geheel - die aantonen dat veel
niet-reguliere behandelwijzen effectief en veilig zijn, en in bepaalde gevallen
bovendien kosteneffectief.
DNA-volgorde van penicilline
schimmel volledig ontrafeld
Biologen van DSM, Rijksuniversiteit
Groningen en de TU Delft hebben de volledige DNA-volgorde van de
schimmel Penicillium chrysogenum geanalyseerd, de schimmel die het antibioticum
penicilline
produceert. De resultaten van het onderzoek, waaraan in het totaal zeven internationale
onderzoeksgroepen deelnamen, worden gepubliceerd in het oktober nummer van het
wetenschappelijke vakblad Nature Biotechnology. Sir Alexander Fleming ontdekte in 1928 -
deze maand precies 80 jaar geleden dat de vergelijkbare schimmel Penicillium
notatum verschillende afweerstoffen maakt die de bacteriën doden in de omgeving van de
schimmel. Een van die stoffen is penicilline, volgens velen het belangrijkste geneesmiddel
van de twintigste eeuw.
Veredeling
De oorspronkelijke schimmelstam van Fleming
maakte slechts vrij kleine hoeveelheden penicilline aan.
Inmiddels zijn de stammen door de farmaceutische industrie zodanig veredeld dat de
productie enorm is
toegenomen. Dat is bereikt door steeds verder te kweken met mutanten van de
schimmelstammen die een
hoge productie hadden, zegt de Groningse moleculair bioloog prof. dr. Arnold
Driessen, een van auteurs
van het Nature-artikel. Nu de volledige DNA-volgorde bekend is, kunnen we nagaan hoe
dat
veredelingsproces op moleculair niveau is verlopen. We kunnen kijken naar de genen die bij
de productie
van de antibiotica in de schimmelcel zijn betrokken en nagaan hoe die tijdens het verder
kweken zo zijn
veranderd dat de productie van penicilline hoger werd.
Nieuwe inzichten
Ook werden de schimmelstammen geschikt
gemaakt voor de productie van andere antibiotica zoals
cefalosporines. Driessen verricht onderzoek naar de biologische processen waarmee deze
stoffen vanuit de
cel naar buiten worden getransporteerd. Dat transportmechanisme is moeilijk te
ontrafelen, maar met
behulp van de DNA-sequentie kunnen we nu antwoorden vinden op onopgeloste kwesties. In het
verschiet
liggen nieuwe inzichten, die met behulp van synthetische biologie zullen leiden tot de
ontwikkeling van nog
betere productieprocessen.
Topje van de ijsberg
Ook ontdekten de onderzoekers dat het DNA
49 slapende genenclusters bevat, waarmee de schimmel
mogelijk stoffen kan maken die ook als antibioticum kunnen dienen. Driessen:
Penicilline is misschien
alleen het topje van de ijsberg, die schimmel kan wellicht nog veel meer dan wij nu weten.
En het mooie van
dit onderzoek is dat we het samen met de industrie hebben gedaan, het heeft al tot heel
wat patenten geleid.
Met deze Nature-publicatie zetten we de kroon op die samenwerking.
Stimuleer groen ondernemerschap
De Raad voor het Landelijk Gebied
constateert dat veel rapporten en onderzoeken de waarde van groen onderschrijven. Ook zijn
er veel goede plannen voor uitbreiding en bescherming van natuur en landschap. Maar
analyses en rapporten laten ook steeds weer zien dat de realisatie van groen achterblijft
bij de ambities. Dit is het gevolg van de lage prioriteit van groen op de (lokale)
politieke agenda en de geringe opbrengstpotentie. Maar er zijn ook voorbeelden van
succesvolle arrangementen voor de ontwikkeling en het beheer van groen in de woonomgeving.
Het blijkt dat groen juist wél succesvol tot stand kan komen met inbreng van private
partijen en betrokkenheid van burgers. De raad heeft de randvoorwaarden voor die successen
bestudeerd en beschreven in het advies 'ondernemend in groen'. Dit advies is vandaag
aangeboden aan minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Voorbeelden van
succesvolle ontwikkeling en beheer van groen in de woonomgeving zijn weliswaar voorhanden,
maar veel beleidsmakers op lokaal en regionaal niveau weten niet van het bestaan van deze
voorbeelden. Er valt nog een wereld te winnen met het intensiveren van de kennisoverdracht
van bekende en reeds in de praktijk toegepaste arrangementen. Bijvoorbeeld door gebruik te
maken van het kennisnetwerk 'groen en de stad'. Private partijen redeneren vanuit het
eigen welbegrepen commercieel belang. Zij realiseren groen wanneer daar echt geld mee te
verdienen valt. Zij vinden groen traditioneel iets van de overheid, terwijl zij dat ook
zelf uitstekend zouden kunnen doen. Groen is niet langer een zaak van overheden alleen,
maar dan moeten deze het ook aan private partijen vragen. Overheden moeten private
partijen uitdagen, verleiden en hen de goede vragen stellen. De raad acht het dan ook
gewenst, dat overheden zich ontwikkelen tot professionele opdrachtgevers. Hij adviseert de
ministeries van LNV en VROM te investeren in vergroting van de kennis op het gebied van
financiële regelingen en constructies ten aanzien van aanleg van groenvoorzieningen
(cursussen, kennisinfrastructuur). Deze kennis is al voorhanden maar wordt door een groot
aantal overheden nog niet gekend en toegepast. Groen is niet de ultieme oplossing voor de
40 Krachtwijken, maar kan wel een bijdrage leveren aan de leefbaarheid, gezondheid en
sociale cohesie. De raad adviseert corporaties, verenigingen van eigenaren en gemeenten
samen na te gaan in hoeverre beheersarrangementen en betrokkenheid van bewoners opties
zijn. Daarbij moeten deze partijen bewoners uitdagen en verleiden om zelf
verantwoordelijkheid te nemen. De echte verbetering in de wijken komt immers niet vanuit
het stadhuis tot stand maar vanuit bewoners die zelf het heft in handen nemen.
Internationaal nieuws &
informatie
Don't ask, don't tell doesn't work
in prenatal care
While obstetrical care providers are doing
a good job working with their patients on smoking cessation, they are not doing as well on
abuse of other substances that can harm a woman's unborn baby. A new study appearing in
the September 2008 issue of the journal Patient Education and Counseling reports that
patients don't volunteer information about substance abuse unless specifically queried.
During the course of the study, actual conversations between the doctors or midwives and
their pregnant patients were audiotaped. Listening to the tapes, the researchers found
that prenatal care providers were not comfortable talking with their patients about
dealing with drug and alcohol abuse in spite of routinely mentioning health risks of such
behavior on the unborn infant. "The methodology of this study is important,"
said Richard Frankel, Ph.D, a co-author of the study. "Studies that simply rely on
questionnaires for data may not get to the level of specificity needed to understand the
mechanisms by which physicians and patients communicate. We were able to describe in
detail the moment by moment communication behaviors involved in the prenatal conversations
we studied. That's good news because previous studies have shown that one minute of a
doctor's time for tobacco counseling has a measureable effect on attempts to quit
smoking." Dr. Frankel is professor of medicine at the Indiana University School of
Medicine, a research scientist with the Regenstrief Institute, Inc. and an investigator at
the Roudebush VA Center of Excellence for Implementing Evidence Based Practice.
Study finds young children can
develop full-blown OCD
A new study by researchers at the Bradley
Hasbro Children's Research Center has found that children as young as four can develop
full-blown obsessive compulsive disorder (OCD) and often exhibit many of the same OCD
characteristics typically seen in older kids. The study, published online by the Journal
of Psychopathology and Behavioral Assessment, is the largest sample of young children with
OCD published to date. "There have been very few studies focusing on early childhood
OCD, even though we know that OCD, if left untreated, can significantly disrupt a child's
growth and development and can worsen as the child gets older," says lead author Abbe
Garcia, PhD, director of the Bradley Hasbro Children's Research Center (BHCRC) Pediatric
Anxiety Research Clinic. "That's why we need to understand more about OCD in very
young children, since early diagnosis and intervention are critical to reducing the
severity of symptoms and improving quality of life." OCD is an anxiety disorder
characterized by recurrent, unwanted thoughts (obsessions) and/or repetitive behaviors
(compulsions). Repetitive behaviors such as handwashing, counting, checking, or cleaning
are often performed with the hope of preventing obsessive thoughts or making them go away.
Performing these so-called "rituals," however, provides only temporary relief,
and not performing them markedly increases anxiety. According to the American Academy of
Child and Adolescent Psychiatry, as many as 1 in 200 children and adolescents struggle
with OCD.
Restless nights put older adults at
risk for depression recurrence
Nearly 60 percent of the nation's elderly
have trouble sleeping, whether it's a lot of tossing and turning or outright bouts of
insomnia. While for most people sleeplessness can be annoying at best or unhealthy at
worst, for elderly individuals who have suffered from depression in the past, poor sleep
may be the first sign that a new bout of depression is coming on. In a study to be
published in an upcoming issue of the American Journal of Psychiatry and currently
available online, UCLA professor of psychiatry Dr. Michael Irwin and his colleagues posed
three hypotheses: risk for depression would be higher among older people with a prior
history of the disorder; among those with prior depression, sleep disturbance could
predict a relapse or recurrence; and sleep disturbances could act as a risk factor for
depression recurrence separate from other depressive symptoms. The study confirmed all
three hypotheses. "Insomnia is the most frequent sleep disturbance in depressed
patients and is viewed as a symptom of current depression," said Irwin, who also
directs the Cousins Center for Psychoneuroimmunology at UCLA's Semel Institute for
Neuroscience and Human Behavior. "But when sleep disturbances begin to emerge in an
otherwise healthy adult who has experienced depression in the past, we found that it may
serve as a precursor to another attack of depression." The study looked at 351
adults, age 60 and older. Of that number, 145 had a prior history of major or non-major
depression that was in full remission, while 206 had no prior history of depression or
other mental illness. The participants were assessed at four different times over a
two-year period for depressive episodes, depressive symptoms, sleep quality and chronic
medical disease. The researchers found that of the subjects with prior depression, 23 had
a relapse, compared with only one person in the group without prior mental illness. With
the first group, researchers were able to predict depression recurrence based on
individuals' sleep disturbance. Irwin noted that this association was established
independently of other depressive symptoms, chronic medical disease or any use of
antidepressants.
TB bacterium uses its sugar coat to
sweeten its chances of living in lungs
Common strains of tuberculosis-causing
bacteria have hijacked the human bodys immune response to play tricks on cells in
the lungs, scientists say. The results of this takeover are mixed. The cells essentially
welcome the bacteria into the lungs and invite them to stay a while, meaning the human
host becomes infected with the TB bacterium. But in about 90 percent of these cases, the
infection remains latent and the infected person never has any symptoms of illness.
Study finds association between
hepatitis B and pancreatic cancer
A new study has shown that evidence of past
hepatitis B infection was twice as common in people with pancreatic cancer than in healthy
controls. This study is the first to report an association between past exposure to the
hepatitis B virus and pancreatic cancer, but researchers cautioned that more studies are
necessary to evaluate the nature of the link. "While our findings indicate that past
exposure to hepatitis B is associated with the development of pancreatic cancer, more
research is needed to determine whether this relationship is one of cause and
effect," said lead author Manal M. Hassan, MD, PhD, assistant professor at The
University of Texas M. D. Anderson Cancer Center. "If these findings can be confirmed
by other studies, hepatitis B could be another risk factor for pancreatic cancer that is
readily modifiable with treatment, and even preventable with a vaccine." In this
study, Dr. Hassan and her colleagues compared evidence of hepatitis B and C infection (as
determined by blood tests assessing antibodies to these viruses) between 476 patients with
pancreatic cancer and 879 matched healthy individuals. Evidence of past exposure to
hepatitis B was found in 7.6 percent of patients with pancreatic cancer versus 3.2 percent
of controls. The association between hepatitis B exposure and pancreatic cancer remained
statistically significant even after controlling for other risk factors, such as smoking.
People with both diabetes (an established risk factor for pancreatic cancer) and hepatitis
B exposure had a 7-fold increase in pancreatic cancer risk, compared to controls. No
association was observed between hepatitis C exposure and pancreatic cancer. The authors
noted that past studies have reported the presence of hepatitis B antigens in pancreatic
fluids; others have identified impaired pancreatic function in people with chronic
hepatitis B infection. These findings suggest that the hepatitis B virus may cause
inflammation or DNA damage in the pancreas, which could increase cancer risk.
The researchers also indicated that there may be an increased risk of liver failure after
chemotherapy treatment among patients with pancreatic cancer who have a history of
hepatitis B infection. Dr. Hassan noted that if their findings are confirmed, oncologists
may want to consider checking the hepatitis B status of their patients with pancreatic
cancer before beginning chemotherapy.
Penn Study Shows Immune System Can
Hurt As Well As Help Fight Cancer
Researchers at the University of
Pennsylvania School of Medicine have found that some proteins of the immune system can
promote tumor growth. Investigators found that instead of fighting tumors, the protein
C5a, which is produced during an immune response to a developing tumor, helps tumors build
molecular shields against T-cell attack. These findings appeared online this week in
Nature Immunology.
C5a is part of the complement system, one of the bodys immune defenses against
pathogens. When activated, the systems proteins rid the body of microbes and foreign
cells. Many cancer treatments are aimed at boosting the immune system to kill tumors.
Until now, everyone thought that the complement system was there to eliminate tumor
cells. We found that in some conditions, the complement system can promote tumor growth,
depending on the specific tumor and the specific environment in which the tumors are
developing, says John Lambris, PhD, the Dr. Ralph and Sallie Weaver Professor of
Research Medicine.
Financial risk-taking behavior is
associated with higher testosterone levels
Higher levels of testosterone are
correlated with financial risk-taking behavior, according to a new study in which men's
testosterone levels were assessed before participation in an investment game. The findings
help to shed light on the evolutionary function and biological origins of risk taking. The
study was jointly led by Anna Dreber, of the Program in Evolutionary Dynamics at Harvard
University and the Stockholm School of Economics, and Coren Apicella, of Harvard's
Department of Anthropology. The results are available online in Evolution and Human
Behavior. "These findings help us to understand the motivations for risk-taking
behavior, which is a major component of economic theory," says Dreber. "Risk
preferences are one of the most important preferences in economics, and yet no one knows
why they differ between men and women, why they change over age, or what makes men trade
more in the financial market." Previous studies have shown that on average, men are
more likely than women to take risks, and the researchers theorized that these differences
could be explained by the role of testosterone. Another recent study also demonstrated
that stock market traders experienced greater profits on days their testosterone was above
its median level. However, this is the first study to directly examine the relationship
between testosterone and financial risk-taking.
"Although our findings do not address causality, we believe that testosterone may
influence how individuals make risky financial decisions," says Apicella. In the
study, saliva samples were taken from 98 males, ages 18 to 23, who were mostly Harvard
students. The samples were taken before participation in the investment game, so the
researchers were certain that testosterone levels were not elevated as a result of the
game. The researchers also assessed facial masculinity, associated with testosterone
levels at puberty.
Birth size is a marker of
susceptibility to breast cancer later in life
The findings from a study by a team based
at the London School of Hygiene & Tropical Medicine (LSHTM) are published today in
PLoS Medicine. Associations between birth size, perhaps as a marker of the pre-natal
environment, and subsequent breast cancer risk have been identified before, but the
findings from epidemiological studies have been inconsistent. The team re-analysed data
from published and unpublished studies to obtain more precise estimates of the extent to
which birth size affects the risk of breast cancer later in life and to investigate
whether they could be explained by associations with other risk factors.
They examined 32 studies, comprising 22,058 breast cancer cases among a total of more than
600,000 women, the large majority of whom lived in developed countries. They found that
birth weight was positively associated with breast cancer risk in studies where the size
at birth information was based on birth records (although not in those based on adult
self-reports, which tend to be less accurate). Analyses of women with data from birth
records showed that a 0.5 kg increment in birth weight was associated with an estimated 7%
increase in the risk of breast cancer. Birth length and head circumference were also
positively associated with breast cancer risk when studies with data from birth records
were analysed. Of the three birth size measures examined, birth length appeared to be the
strongest independent predictor of risk. The estimated magnitude of the birth size
association with breast cancer risk was not affected when the effects of established
breast cancer risk factors were accounted for. Isabel dos Santos Silva, Professor of
Epidemiology at LSHTM and lead author of the study, commented Our study indicates
that birth size is a marker of susceptibility to breast cancer in adulthood, at least in
developed countries. The birth size - breast cancer association appeared to be largely
independent of known risk factors. Little is known on how the pre-natal environment may
affect breast cancer risk later in life. Further research is needed to unravel the
biological mechanisms underlying the birth size - breast cancer association.