gezondheidsnieuws - gezonde voeding - het geheim om af te vallen en een betere weerstand te krijgen


logo.jpg (7231 bytes)

Terug naar het hoofdmenu

Google

Direct dotteren niet beter dan medicijnen bij dreigend hartinfarct

Patiënten met een dreigend hartinfarct zijn vaak net zo goed af met medicijnen als met dotteren of een bypass-operatie. Dat blijkt uit een studie waaraan 42 Nederlandse ziekenhuizen en 1200 patiënten hebben meegedaan. Volgens de leider van het onderzoek, AMC-cardioloog dr. Rob de Winter, kunnen de bevindingen aanleiding zijn om de internationale richtlijn voor de behandeling van deze patiënten – in Nederland jaarlijks twintigduizend - aan te passen. Dat kan er toe leiden dat in de toekomst een kwart van de dotterprocedures bij dreigende hartinfarcten achterwege blijft. De onderzoeksresultaten verschijnen vrijdag in The New England Journal of Medicine.

Dat dotteren de aangewezen behandeling is bij een acuut hartinfarct, is een uitgemaakte zaak. Dat leek ook het geval voor de behandeling van patiënten met een dreigend hartinfarct. Volgens de Amerikaanse en Europese richtlijnen moeten deze patiënten binnen 48 uur worden gedotterd of een bypass-operatie krijgen. Nederlandse cardiologen hadden echter hun bedenkingen tegen deze richtlijn, temeer daar direct dotteren nieuwe problemen kan opleveren: losgekomen deeltjes van de bloedprop kunnen elders in de kransslagaders weer voor problemen zorgen. Reden voor AMC-cardioloog Rob de Winter om samen met een groot aantal collega’s de invasieve behandelingen in een grote studie te vergelijken met medicijntherapie.

In deze ICTUS-trial werden patiënten die zich met een dreigend hartinfarct bij het ziekenhuis melden, verdeeld over twee groepen. De helft kreeg binnen 48 uur een invasieve behandeling: een dotterbehandeling of een bypass-operatie. Bij de andere helft werd een intensieve medicijnbehandeling ingezet bestaande uit een combinatie van bloedverdunners en cholesterolremmers. Boden de medicijnen geen soelaas, dan volgde na een week alsnog een dotterprocedure. Dat gebeurde bij de helft van de patiënten in de medicijngroep.

‘Er blijkt een jaar na de behandeling nauwelijks verschil in uitkomst tussen de twee benaderingen’, concludeert onderzoeksleider De Winter. De sterfte is gelijk, zo’n 2,5 procent. In de invasieve groep is de kans op een echt hartinfarct iets groter, in de medicijngroep werden de patiënten wat vaker opnieuw opgenomen in het ziekenhuis. Tevens zagen we dat een week wachten met de dotterprocedure in het geval dat de medicijnen niet genoeg aansloegen, geen gevaar oplevert voor de patiënt. Het gaat eigenlijk nooit fout.’

Eind van dit jaar vergaderen de Europese cardiologen over een nieuwe behandelrichtlijn voor patiënten met een dreigend hartinfarct. De Winter: ‘Daar is met belangstelling gewacht op het resultaat van deze studie.’ Ook het commentaar in The New England Journal of Medicine roept op om de huidige richtlijn nu maar eens kritisch tegen het licht te houden. Terecht vindt De Winter: ‘Als je bij gelijkblijvend resultaat kunt kiezen uit twee opties, moet je gaan voor de minst invasieve ingreep.‘

Bron: AMC Amsterdam

Quercetine mikt op de longen

Een hoge inname van thee, appels en uien beschermt tegen longkanker, beweren sommige studies. Dat klopt precies met wat Vincent de Boer ontdekte op onderzoeksinstituut Rikilt van Wageningen UR. Volgens zijn studie hoopt de stof die het beschermende effect waarschijnlijk veroorzaakt, quercetine, zich op in de longen.

In de jaren tachtig ontdekten biochemici dat stoffen uit groenten, fruit, granen en thee proefdieren beschermen tegen injecties met kankerverwekkende verbindingen. Sindsdien onderzoeken voedingswetenschappers die beschermende verbindingen. Zo ook Vincent de Boer. Hij bestudeert quercetine, een flavonoïde. Flavonoïden zijn polyfenolische verbindingen met antioxidante eigenschappen, die in planten voorkomen. Het hardste verband tussen flavonoïden en gezondheid dat onderzoekers tot nu toe hebben gevonden, is dat mensen die veel flavonoïden consumeren minder vaak hart- en vaatziekten krijgen.

‘Quercetine is de flavonoïde waarover het meeste bekend is’, zegt De Boer. ‘Maar toch weten we nauwelijks wat het precies in het lichaam doet. De vorm die je vindt in voeding wordt in de spijsvertering omgezet in andere vormen. Komt quercetine via het bloed bij de cellen, dan neemt de verbinding misschien weer zijn originele vorm aan. De enzymen die quercetine kunnen terugvormen hebben we trouwens gevonden.’

De Boer publiceerde deze zomer in de Journal of Nutrition een experiment waarin hij quercetine voerde aan ratten en varkens, en na elf weken keek in welke weefsels de concentratie het hoogste was. Het hoogste scoorden de longen, de testes en de nieren. In de longen was de concentratie van het mogelijk beschermende stofje tien procent van de concentratie in het bloed.

De Boers publicatie is een deel van zijn aio-project, dat in 2006 moet zijn voltooid. Samen met vier andere aio’s probeert De Boer de mechanisms of action van quercetine te achterhalen.

[Bron: Universiteit Wageningen]

Eiwitdieet mogelijk slecht voor hart

Er zouden wel eens haken en ogen kunnen zitten aan de nieuwste trend op het gebied van afslankdiëten; het eiwitdieet. De trendy eiwitrijke diëten die in de tijdschriften opduiken verhogen de concentratie van het intensief onderzochte aminozuur homocysteïne, dat in verband wordt gebracht met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. Dat schrijven onderzoekers van het Wageningen Centre for Food Sciences (WCFS) in de American Journal of Clinical Nutrition.

Twee, drie jaar geleden was het Atkinsdieet nog dé manier waarop westerlingen hun overgewicht te lijf gingen. Dit dieet, waarbij afslankers zonder beperkingen vetten en eiwitten mogen eten maar voorzichtig aan moeten doen met koolhydraten, maakt op dit moment ruimte voor dieetvormen met veel eiwitten. Levensmiddelen met weinig vet en veel eiwitten, zoals mager vlees en magere zuivel, vervangen hierbij voor een deel producten die veel koolhydraten bevatten, zoals brood of aardappels. Daardoor is het makkelijker om zonder hongergevoelens de inname van kilocalorieën terug te schroeven.

In hun artikel vertellen de Wageningers van het Wageningen Centre for Food Sciences hoe ze bij TNO Quality of Life in Zeist twintig gezonde mannen een week lang op een dieet zetten waarin twintig procent van de energie werd geleverd door eiwitten. Dat is ongeveer de hoeveelheid die je vindt in de minder extreme versies van het eiwitdieet. De voeding van de doorsnee Nederlander bestaat voor ongeveer vijftien procent uit eiwitten. Dezelfde mannen kregen daarna een week lang een dieet dat maar voor negen procent uit eiwitten bestond.

‘In de groep die weinig eiwitten at daalde de concentratie homocysteïne met een kleine twintig procent’, zegt dr. Petra Verhoef van de afdeling Humane Voeding. ‘In de groep die veel eiwitten kreeg gebeurde het tegenovergestelde. Het homocysteïnegehalte steeg juist met twintig procent.’ Dat gebeurde overdag, nadat de proefpersonen hadden gegeten. Metingen op de nuchtere maag lieten niets van een verhoging zien. ‘Blijkbaar verwerkt het lichaam het overtollige homocysteïne gedurende de nacht.’

Voedingsonderzoekers studeren intensief op homocysteïne. Hoge concentraties gaan samen met hartinfarcten en andere hart- en vaatziekten, terwijl de concentratie door zoiets eenvoudigs als wat extra B-vitamines is te verlagen.

‘We weten eerlijk gezegd nog steeds niet of het verlagen van het homocysteïnegehalte zin heeft’, zegt Verhoef. ‘Als homocysteïne zelf de kans op hart- en vaatziekten verhoogt, dan wel. Maar het zou ook kunnen dat homocysteïne alleen maar een symptoom is van de werkelijke oorzaak van hart- en vaatziekten. Het is zelfs mogelijk dat een hoog homocysteïnegehalte een onschuldig gevolg is. Als dat zo is, dan valt het met de risico’s van eiwitrijke diëten wel mee. En dan zal het slikken van extra B-vitamines ook niet helpen om hart- en vaatziekten te voorkomen.’ Over twee, drie jaar zijn de uitkomsten beschikbaar van grote onderzoeken naar de effecten van de verlaging van het homocysteïne door B-vitamines. Dan weten we ook meer over de risico’s van een dieet met veel eiwitten.

Voor wie het antwoord op die vraag niet wil afwachten deden Verhoef en haar collega’s eerder een interessante ontdekking. Niet alle soorten eiwitten verhogen het homocysteïne evenveel. ‘Eiwitten uit zuivel bevatten bijvoorbeeld naar verhouding veel van het aminozuur methionine, en methionine verhoogt het homocysteïnegehalte’, zegt Verhoef. De aminozuren serine en cystine doen juist het tegenovergestelde. In eiwitten uit bijvoorbeeld pinda’s zit naar verhouding wat meer serine en cystine en wat minder methionine. Misschien heeft het zin om kaas op brood te vervangen door pindakaas?’

[Bron: Universiteit Wageningen]


Internationaal symposium over cannabis als medicijn

Op 9 en 10 september 2005 vindt aan de Universiteit Leiden een internationaal symposium plaats over de nieuwste inzichten in het medicinale gebruik van cannabis. De conferentie is onderverdeeld in klinische studies, sociaal-economische aspecten, en fundamenteel onderzoek.

De laatste ontwikkelingen op het gebied van de medische toepassingen van cannabis zullen worden gepresenteerd: nieuwe toedieningsvormen en mogelijke nieuwe toepassingen, bijvoorbeeld als medicijn tegen kanker.

Ook zal de positie van medicinale cannabis in verschillende landen aan de orde komen, zoals Nederland, Canada en de VS. De positie van Nederland is bijzonder, omdat de Nederlandse overheid de eerste is geweest die cannabis op recept bij de apotheek mogelijk heeft gemaakt (2003). Naast Nederland heeft alleen Canada het gebruik van medicinale cannabis gelegaliseerd, maar op een andere manier. In Nederland overweegt de minister van Volksgezondheid uit kostenoverwegingen de legalisering weer in te trekken. Een besluit hierover wordt binnenkort verwacht.

Het symposium wordt georganiseerd door de International Association for Cannabis as Medicine (IAMC), het Bureau voor Medicinale Cannabis van het Ministerie van VWS en de afdeling Farmacognosie, IBL, Universiteit Leiden.

IACM 3rd Conference on Cannabinoids in Medicine, 9-10 September 2005


Nieuwe techniek beperkt risico vaatoperatie

Een nieuwe techniek voor operaties aan verwijde buikslagaders geeft veel minder risico op overlijden. Volgens de nieuwe methode wordt via de lies geopereerd en niet meer via de buik van de patiënt. In minder dan één procent van de gevallen sterft de patiënt tijdens of kort na de operatie. Het sterftecijfer bij de klassieke methode is ongeveer vijf keer hoger. Dit blijkt uit onderzoek van vaatchirurg EricVerhoeven van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Verhoeven promoveert op 7 september aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Een operatie aan een verwijde buikslagader (aneurysma van de abdominale aorta oftewel AAA) komt in Nederland ongeveer 2500 keer per jaar voor. De zieke slagader wordt hierbij vervangen door een kunststofprothese. Deze ingreep is noodzakelijk om te voorkomen dat de buikslagader springt, waardoor levensgevaarlijke bloedingen ontstaan. Begin jaren '90 ontstond de nieuwe operatietechniek via de lies. Sinds 1996 wordt de techniek ook in het UMCG toegepast. Hierbij wordt via de lies een 'binnenband' aangebracht in de zieke slagader om deze te verstevigen. Belangrijk bijkomend voordeel van de nieuwe techniek voor patiënten is dat er niet een groot litteken op de buik ontstaat. De vaatoperatie via de lies kan echter niet bij iedere patiënt uitgevoerd worden; dit is afhankelijk van de toegankelijkheid via de liesvaten en de omvang van het AAA.

Meer mensen te behandelen

Door de nieuwe operatietechniek kunnen meer mensen in aanmerking komen voor een behandeling, concludeert Verhoeven. Hij onderzocht eveneens of de nieuwe techniek is toe te passen bij acute bloedingen. `De resultaten van de toepassing van de endovasculaire techniek bij een acute AAA zijn veelbelovend. De mortaliteit ligt ook hier aanmerkelijk lager dan bij de open operatie'. Uit het onderzoek blijkt verder dat door de evolutie van de ingebrachte protheses een nieuwe groep patiënten behandeld kan worden. Recent zijn namelijk protheses ontwikkeld met zijtakken of met `zij-ingangen'. Deze zorgen ervoor dat de bloedtoevoer naar vitale organen als de nieren gegarandeerd blijft. Met deze nieuwe protheses kunnen nu mensen via de lies behandeld worden, die anders niet in aanmerking kwamen voor een behandeling met de nieuwe techniek. Ook bij de nieuwe techniek zijn complicaties mogelijk, maar door de snelle ontwikkeling van de protheses lijkt dit aantal geleidelijk af te nemen.

Lokale verdoving

Verhoeven onderzocht ook de mogelijkheid om de nieuwe operatietechniek onder lokale verdoving toe te passen. In het UMCG wordt meer dan negentig procent van de patiënten niet meer in slaap gebracht of met een ruggenprik verdoofd. Opereren onder lokale verdoving blijkt goed mogelijk. Dit is voor de veelal wat oudere patiënten een duidelijk voordeel. Bij zeer zware patiënten of bij te zenuwachtige patiënten is lokale verdoving niet goed toe te passen.

Curriculum vitae

Drs. E.L.G. Verhoeven (Arlon, België, 1960) deed zijn onderzoek bij de afdeling Heelkunde van de disciplinegroep Chirurgie van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Verhoeven promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. R. van Schilfgaarde en prof. dr. J.D. Blankensteijn. De titel van zijn proefschrift luidt: `Endovascular aneurysm repair. Results and exploration of new frontiers'.


 

Terug naar het hoofdmenu



 

 

Thema sites
Glycemische index
Plaatsnaam
Romantiek
Spijsvertering
Vindplaats
Winkelen
Zoekgids

 


View My Stats