Nieuws nov 2005
Beter praten zonder stembanden
Mensen die hun stembanden hebben verloren
beter laten praten met een prothese, dat was het doel van KNO-arts Marein van der Torn. In
een STW-project onderzocht hij de mogelijkheden van een nieuw soort stemprothese die zelf
stemgeluid maakt. Het concept zou nuttig kunnen zijn voor vrouwelijke patiënten met een
erg zwakke stem: hun stem wordt er krachtiger door en bereikt weer een vrouwelijke
toonhoogte. Wegens praktische problemen kan de stemprothese voorlopig echter nog niet in
gebruik genomen worden. Van der Torn promoveert op 19 december aan de Vrije Universiteit.
Bij patiënten met keelkanker is het soms
nodig om het strottenhoofd met daarin de stembanden operatief te verwijderen. Sinds de
jaren 80 leren vrijwel al deze patiënten weer te spreken met behulp van een klein
siliconenrubberen ventiel dat tussen hun luchtpijp en slokdarm in geplaatst wordt.
Door dit ventiel kunnen zij de bovenste
sluitspier van hun slokdarm als een soort stemband gebruiken. Deze alternatieve stem
klinkt rauw en veel lager dan de natuurlijke stem. De lage toonhoogte is vooral voor
vrouwelijke patiënten bezwaarlijk. Als de bovenste sluitspier van de slokdarm te slap is,
wordt de stem bovendien te zwak om goed verstaanbaar te zijn.
De Amsterdamse groep van VU-onderzoeker
Van der Torn ontwikkelde samen met de Rijksuniversiteit Groningen een nieuw soort ventiel
dat zelf stemgeluid maakt. Dat geluid wordt geproduceerd door een klein siliconenrubberen
lipje in het ventiel, een soort kunststembandje.
Voor mannenstemmen werd een ander lipje
ontwikkeld dan voor vrouwen. Het trillingsgedrag van deze lipjes, de luchtweerstand en het
voortgebrachte geluid werden uitgebreid onderzocht buiten patiënten. Ook werden deze
nieuwe stemprotheses uitgeprobeerd door een groep patiënten van het VU Medisch Centrum en
vergeleken met hun stem zonder het siliconenrubberen lipje.
Hieruit kwam naar voren dat voorlopig
alléén vrouwelijke patiënten met een erg zwakke stem baat zouden kunnen hebben bij de
nieuwe stemprothese: hun stem wordt krachtiger en bereikt weer een vrouwelijke toonhoogte.
De nieuwe stemprothese kan voorlopig nog niet in gebruik genomen worden, omdat het
siliconenrubberen lipje slecht bestand bleek tegen taai slijm dat opgehoest wordt door de
meeste patiënten.
Nierfalen en mondgezondheid
Casper Bots deed onderzoek naar het
effect van dialysebehandeling bij nierpatiënten op de mondgezondheid, de dorstbeleving en
de speekselsamenstelling. Wanneer sprake is van terminaal nierfalen, kunnen dialyse en
transplantatie als behandeling worden toegepast. Aangezien de meeste nierpatiënten geen
urine meer kunnen produceren, moet overtollig vocht tijdens de dialyse worden onttrokken,
wat een grote belasting vormt voor het lichaam. Veel van deze patiënten moeten daarom een
vochtbeperkend dieet volgen, waarbij zij slechts een halve liter vocht (2 kopjes) per dag
mogen drinken. Het overgrote deel van de dialysepatiënten heeft mede hierdoor last van
dorst en een droge mond.
Uit Bots' onderzoek blijkt dat dorst en
monddroogte samenhangen met de hoeveelheid vocht die tussen de dialyses wordt
geconsumeerd. Opmerkelijk is bovendien dat tijdens de dialyse de hoeveelheid speeksel
toeneemt, terwijl vocht aan het lichaam onttrokken wordt. Uit experimenten blijkt dat
kauwgum en kunstspeeksel de dorst en monddroogte verminderen, wat een vochtbeperkend dieet
draaglijker kan maken. Daarnaast stimuleert het gebruik van kauwgum de aanmaak van
speeksel, wat bijdraagt aan een beschermend mondmilieu.
Bots liet zien dat bij een groot deel van
de dialysepatiënten de mondgezondheid wel stabiel is. Er wordt er wel meer tandsteen
aangetroffen dan bij een controlegroep. Na een niertransplantatie normaliseert de
hoeveelheid speeksel, wat een positieve bijdrage levert aan het handhaven van de
mondgezondheid en de kwaliteit van het leven.
Hielprik bij babys wordt
uitgebreid
De hielprik bij pasgeboren babys
wordt gebruikt om meer ziekten op te sporen. Binnenkort wordt op vijftien extra
aandoeningen gescreend.
Staatssecretaris Ross schrijft dit in een
brief aan de Tweede Kamer. Ze neemt hiermee het advies over van de Gezondheidsraad. Het
gaat om ziekten die behandeld kunnen worden als ze vroeg zijn opgespoord, zoals de
sikkelcelziekte. Voor onderzoek naar taaislijmziekte wordt nog gezocht naar een betere
opsporingsmethode.
Ross schrijft in haar brief dat het
huidige onderzoek succesvol is; meer dan 99 procent van alle ouders van pasgeborenen doet
mee. Ze vindt het daarom belangrijk dat ouders de uitbreiding ondersteunen.
Krachtiger statines voorkomen
veel infarcten
Patiënten met hart- en vaatziekten
kunnen het beste worden behandeld met veel krachtiger cholesterolverlagende medicijnen
(statines) dan tot nu toe gebruikelijk is. Dit blijkt uit een grote multicenter studie in
vijf Noord-Europese landen, waarin ook het AMC participeerde. De resultaten verschenen 15
november in het gezaghebbende medisch wetenschappelijke tijdschrift JAMA (Journal of the
American Medical Association). Het gebruik van 80 mg atorvastatine resulteerde in een
forse verlaging van het slechte LDL-cholesterol en daarmee ook van de kans op
hart- en vaatziekten of een herseninfarct. Lower is better, concludeert JAMA
dan ook in een redactioneel commentaar. De onderzoekers pleiten voor aanpassing van de
huidige behandelrichtlijnen.
Mensen met hart- en vaatziekten die reeds
een hartinfarct hebben doorgemaakt, worden onder andere behandeld met statines. Deze
medicijnen moeten de concentratie van het slechte LDL-cholesterol in het bloed
omlaag brengen en daarmee het risico op een nieuw infarct. Volgens de Nederlandse
richtlijnen mag het LDL-cholesterol bij patiënten met hart- en vaatziekten niet hoger
zijn dan 3 millimol/liter. Al langer bestond het vermoeden dat nieuwere en krachtiger
statines het LDL-cholesterol nog veel verder kunnen verlagen, maar tot nu toe ontbrak het
definitieve bewijs. Dat wordt nu geleverd door de IDEAL-studie (Incremental Decrease in
End Points Through Aggressive Lipid Lowering). Gebruik van 80 mg van het krachtig werkende
atorvastatine resulteerde in een daling van het LDL-cholesterol naar onder de 2 mmol/l, en
dat zorgt weer voor een forse reductie van daaraan gerelateerde hart- en vaataandoeningen.
Een aggressiever behandelbeleid zou naar schatting elke vijf jaar een kleine 70 nieuwe
hartaanvallen, beroertes en open hartoperaties per 1000 inwoners kunnen voorkomen. Een
aanpassing van de behandelrichtlijnen lijkt dan ook wenselijk.
In de IDEAL-studie participeerden 190
cardiologische centra uit Zweden, Noorwegen, Finland, Denemarken en Nederland. Het
Nederlandse deel van het onderzoek stond onder leiding van prof.dr. John Kastelein,
hoogleraar Vasculaire geneeskunde in het AMC. In de studie participeerden in totaal 8888
patiënten die gemiddeld bijna vijf jaar werden gevolgd. De helft van hen kreeg de normale
dosis van een oudere statine (simvastatine), de andere helft de hoogste dosis van een
nieuwe statine (atorvastatine). Die laatste groep had iets meer last van bijwerkingen,
maar deze waren doorgaans niet ernstig.
Een op de vijf volwassenen lijdt
aan chronische pijn
Nationaal Pijnfonds is opgericht om dit
onderschat probleem te belichten!
Leiden - In Nederland hebben meer dan
drie miljoen mensen chronische pijn en dat soms al langer dan zeven jaar. Bijna 40% van
deze mensen heeft nog nooit adequate pijnbestrijding gekregen. Het is duidelijk dat pijn
een onderschat probleem is in onze samenleving. Daarom is onlangs het Nationaal Pijnfonds
opgericht. Het Pijnfonds is dé vraagbaak voor pijnlijders en het werft fondsen voor
onderzoek naar pijnbestrijding. Pijn schreeuwt om
een oplossing.
Pijn is in principe een goede zaak; de
pijnprikkel fungeert als een waarschuwing en geeft aan dat er iets mis is in onze directe
omgeving of in het lichaam zelf. Als we geen pijn zouden voelen zou ongemerkt onze hand
kunnen verbranden, onze voet tussen de deur klemzitten of zouden we niets merken van een
blindedarmontsteking. Is pijn echter chronisch dan is het een ander verhaal. Het kan
iedereen overkomen; pijn bepaalt voor meer dan drie miljoen mensen in Nederland in grote
mate hun dagelijks leven. Pijn, vaak
onzichtbaar, tast ook de kwaliteit van leven in het bijzonder aan.
Pijnpatiënten weten hoe belangrijk het is een luisterend oor te vinden, ervaring en
kennis te kunnen uitwisselen, zegt Hannie van Leeuwen, Eerste Kamerlid CDA en
ervaringsdeskundige.
Afgezien van het menselijk lijden zijn de
kosten van chronische pijn voor de samenleving enorm: alleen al de behandeling van
patiënten met lage rugpijn betekent een kostenpost van miljarden euro per jaar.
Mede om deze problemen het hoofd te
bieden is onlangs het Nationaal Pijnfonds opgericht. Het fonds komt op voor iedereen die
pijn heeft; fungeert als vraagbaak en wil pijnlijders laten weten dat ze er niet alleen
voor staan. Het fonds brengt deze mensen in contact brengen met pijnbestrijders, door
middel van met name informatie-uitwisseling, bijeenkomsten, congressen, onderzoek en de
uitgave van het blad de Pijnperiodiek. Een tweede belangrijke taak van de Pijnfonds is het
faciliteren van onderzoek naar
pijnbestrijding.
Om het publiek bekend te maken met de
pijnproblematiek, wil het Pijnfonds de aandacht vestigen op de documentaire PIJN, dat
donderdag 24 november om 23.00 uur wordt uitgezonden op Nederland 1. In deze documentaire
worden zes mensen geportretteerd die dagelijks pijn hebben, van een bejaarde vrouw met
hoofdpijn tot een jonge bouwvakker met last van zijn knieën. Wat doen zij met hun pijn en
wat doet de pijn met hen? Ondanks
hun moedeloosheid proberen zij een zo normaal mogelijk leven te leiden.
Verantwoord frituren wint
aanmoedigingsprijs van Voedingscentrum
De Campagne Verantwoord Frituren heeft de
aanmoedigingsprijs gewonnen van de 'Jaarprijs Voedingscentrum 2005'. Dit heeft het
Voedingscentrum bekend gemaakt. De jury spreekt haar waardering uit over de campagne, die
een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de consumptie van verzadigd
vet en transvet.
De Jaarprijs Voedingscentrum 2005 wordt
jaarlijks uitgereikt aan een product of initiatief dat een gezond voedingspatroon
gemakkelijker maakt voor de consument. Onder het motto: 'maak de gezonde keuze, de
gemakkelijke keuze' nomineerde de jury 4 inzendingen voor het winnen van de prijs en kende
1 aanmoedigingsprijs toe. In de beoordeling weegt dit jaar het aspect van innovativiteit
minder zwaar, maar wordt vooral gelet op de effectiviteit van de inzending met betrekking
tot het stimuleren van een gezond voedingspatroon.
Met de toekenning van de
aanmoedigingsprijs aan de campagne Verantwoord Frituren geeft het Voedingscentrum aan dat
zij een voortzetting van de campagne aanmoedigt en dat zij de boodschap van de campagne
ondersteunt.
De 4 inzendingen die door de jury zijn
genomineerd voor de Jaarprijs Voedingscentrum 2005 zijn:
* Balance Food, verantwoorde schoolcatering van Cormet Schoolcatering
Balance Food is een innovatieve schoolcateringformule die zorgt voor een gezond en
gevarieerd aanbod op middelbare scholen. Door middel van een uniek systeem maakt zij de
gezonde keuze gemakkelijker voor de jeugd.
* Basiq, eten met gezond verstand van
DekaMarkt Basiq is een uitgebreide voorlichtingscampagne over gezonde voeding in de
supermarkten van de DekaMarkt. Een goed initiatief om de klant te helpen bij het maken van
een bewuste keuze in de supermarkt.
* Frico Halfvoller van Friesland Foods
Cheese Benelux Frico Halfvoller heeft een verrassend en creatief marketingconcept, waarbij
halfvol wordt neergezet als de norm. Dit stimuleert de keuze voor een minder vette
kaassoort.
* Iglo Stoomvis van Unilever Nederland
Iglo Stoomvis kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de visconsumptie,
waarbij tevens voldoende groente wordt aangeboden. Het product is innovatief, makkelijk te
bereiden en gezond.
De prijsuitreiking van de jaarprijs en de
aanmoedigingsprijs vindt plaats op 30 november door minister Hoogervorst van het
ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De campagne Verantwoord Frituren en de
winnaar van de Jaarprijs mogen een jaar lang exclusief gebruikmaken van het beeldmerk
'Aanmoedigingsprijs Jaarprijs Voedingscentrum 2005' respectievelijk 'Winnaar Jaarprijs
Voedingscentrum 2005'.
Steun leidinggevende leidt niet
tot korter ziekteverzuim
Werknemers die veel steun van hun
leidinggevenden ervaren, hervatten minder snel hun werk. Steun van rechtstreekse collega's
zorgt wel voor een snellere terugkeer. Dit concludeert Maaike Post van het Universitair
Medisch Centrum Groningen in haar proefschrift over werkhervatting door werknemers die
onder de Wet verbetering poortwachter vallen. Zij promoveert op 23 november 2005 op haar
onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.
In april 2002 is de Wet verbetering poortwachter geïntroduceerd. De belangrijkste doelen
van de wet zijn het stimuleren van reïntegratie in het eerste ziektejaar en het
versterken van de verantwoordelijkheid van zowel werkgever als werknemer. In de wet staan
termijnen aangegeven waarbinnen een probleemanalyse van het verzuim en een plan van aanpak
voor de reïntegratie moeten zijn gemaakt. Ook dienen arbodienst, werkgever en werknemer
het reïntegratieproces te bewaken. Post onderzocht de werkhervatting door werknemers die
onder de Wet verbetering poortwachter vallen. Voor haar onderzoek volgde zij bijna duizend
werknemers tot tien maanden na hun ziektemelding.
Bepalende factoren voor werkhervatting
Post concludeert dat zowel factoren die met het werk te maken hebben als het type klacht
van een werknemer, bepalen wanneer een langdurig zieke werknemer zijn werk weer hervat. De
werkgerelateerde factoren zijn de sector waar de betrokkene werkt, de steun van zijn
leidinggevende en de steun van zijn collega's. Het type klacht is te onderscheiden in
klachten aan het houding- en bewegingsapparaat, andere fysieke klachten als hart- en
vaatziekten en psychische klachten. Werknemers met klachten aan houding- en
bewegingsapparaat gaan relatief het snelste weer aan het werk. Zij die psychische klachten
hebben, hebben de meeste tijd nodig voor hervatting van hun werk.
Sector en steun bepalen moment van
terugkeer
Werknemers uit de sector onderwijs hervatten hun werk het minst snel. Dit kan komen
doordat in het onderwijs minder alternatieve taken beschikbaar zijn. De steun van de
leidinggevende blijkt een omgekeerd effect te hebben: hoe minder steun, des te sneller de
werknemer het werk weer hervat. Een mogelijke verklaring hiervoor is een combinatie van de
economische neergang en een mogelijk slechte verhouding met de leidinggevende. Steun van
collega's beïnvloedt werkhervatting in positieve zin. Als zij de werknemer meer steunen,
hervat deze eerder het werk.
Reïntegratieproces
Reïntegratie kan plaatsvinden via een vooropgesteld tijdschema, dan wel op basis van het
verloop van klachten. Uit het onderzoek blijkt dat deze laatste vorm het meest wordt
toegepast. Dit ondanks dat al eerder is aangetoond dat het tijdschema er juist voor zorgt
dat werknemers sneller weer aan het werk gaan. Verder blijkt uit het onderzoek dat de
termijnen die in de Wet verbetering poortwachter zijn opgenomen voor de verschillende
acties in het reïntegratieproces, in veel gevallen niet worden gehaald. Post ontdekte dat
deze meestal wel worden gehaald bij werknemers die snel reïntegreren.
Oordeel over arbodiensten
Post onderzocht eveneens het oordeel van de werknemer over de inzet van de arbodienst
tijdens het reïntegratieproces. Dit oordeel blijkt te zijn gebaseerd op verschillende
aspecten van arbodienstverlening, waaronder de advisering, de professionaliteit van de
bedrijfsarts en de opzet van het spreekuurbezoek.
Curriculum Vitae:
Maaike Post (Almelo, 1973) studeerde Gezondheidwetenschappen in Maastricht. Zij deed haar
promotieonderzoek bij het Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Zij promoveert
tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. J.W. Groothoff. De titel van haar
proefschrift is: 'Return to work in the first year of sickness absence: an evaluation of
the Gatekeeper Improvement Act'. Haar onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiële
ondersteuning van Arbo Unie Nederland. Momenteel werkt zij als adviseur reïntegratie bij
het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag.
Longkanker patiëntenprijs voor
nieuwe bestralingtechniek bij bewegende tumoren
Radiotherapeut prof. dr. Suresh Senan van
het VU medisch centrum heeft de longkanker patiënten prijs 2005 gekregen voor het
toepassen van een nieuwe bestralingstechniek bij bewegende tumoren. De techniek:
stereotactische radiotherapie met behulp van een 4 dimensionale CT scanner is succesvol
bij patiënten met longtumoren terwijl hun kwaliteit van leven niet verslechterd.
Senan ontvangt de prijs op 3 november,
tijdens de global lung cancer awareness month. De 4D CT-scantechniek wordt vooral
toegepast bij patiënten met niet-kleincellig longkanker in stadium I. Omdat de tumoren
bewegen onder invloed van de ademhaling kon tot nu toe slechts een beperkte
bestralingsdosis worden toegediend. Anders zou te veel gezond weefsel worden aangetast.
Met behulp van hoge precisie stereotactische radiotherapie kan een veel hogere
bestralingsdosis worden gegeven, waardoor de kans op het onder controle krijgen van de
tumor meer dan verdubbelt.
Tijdens het maken van een 4D CT- scan
wordt de ademhaling van de patiënt geregistreerd, waardoor de beweging van de tumor en
het gezonde weefsel tijdens de ademhaling zichtbaar worden. Hierdoor kan worden volstaan
kleinere veiligheidsmarges, waardoor de bestralingsvelden klein zijn en in drie tot
vijfmaal veel hogere doses kunnen worden toegediend. Een ander voordeel van de techniek is
dat de bestraling kan worden beperkt tot een bepaalde fase van de ademhaling, zodat de
tumor tijdens de bestraling als het ware stilstaat.
Sinds de introductie van de techniek in
2003 in het VU medisch centrum zijn 115 patiënten behandeld. Uit tussentijdse analyse
blijkt dat de resultaten uitstekend zijn en dat de behandeling nauwelijks ernstige
bijwerkingen oplevert. Deze resultaten zijn onlangs op internationale congressen
gepresenteerd.
Voorzitter van het Longkanker
Informatiecentrum longarts Ernst Lammers, die de prijs uitreikt: Voor de patiënten
in stadium I die niet geopereerd kunnen worden is dit een heel belangrijke vooruitgang.
Ontwikkelingen zoals deze zien we helaas zelden in de behandeling van longkanker. Senan
heeft op internationaal gebied een voortrekkersrol gehad in de ontwikkeling van deze
behandeling. Reden om de prijs aan hem uit te reiken.
De Longkanker Patiënten Prijs wordt
jaarlijks uitgereikt tijdens de lung cancer awareness month door het longkanker
Informatiecentrum. www.longkanker.info. De prijs is bedoeld voor een persoon, team of
instelling die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de kwaliteit van leven van
mensen met longkanker.
Leverkanker door voeding in
West-Afrika eenvoudig te reduceren
Prof. Chris Wild (University of Leeds),
bekend van zijn onderzoek naar de rol van omgevingsfactoren bij het ontstaan van kanker,
zal op 15 november 2005 de jaarlijkse Catharina Pijls Lezing verzorgen bij de Universiteit
Maastricht, Faculteit der Gezondheidswetenschappen. De lezing draagt de titel Dietary
aflatoxins and health in West Africa: from genes to public health. Prof. Wild geeft hierin
een overzicht van het onderzoek naar door schimmels geproduceerde gifstoffen. Deze
gifstoffen veroorzaken leverkanker, waaraan tien procent van de volwassen mannelijke
West-Afrikanen overlijdt.
De schimmels die de gifstoffen
(Aflatoxines) produceren ontstaan in, in ontwikkelingslanden veel gegeten
voedingsmiddelen, zoals pindas en maïs. De groei van deze schimmels wordt veroorzaakt
door warmte, vochtigheid en slechte opslag. Dit resulteert in een wijdverspreide en
levenslange blootstelling in de meeste delen van Afrika en Zuid-oost Azië. Aflatoxines
zijn een oorzaak van leverkanker, maar worden bij blootstelling van kinderen ook
gerelateerd aan groeiachterstand en verminderde afweer. Dit draagt mogelijk bij aan de
hoog sterftecijfers aan infectiezieken in deze regios. Het ontstaan van aflatoxines is met
relatief eenvoudige en goedkope methodes te reduceren met zon vijftig procent. Prof. Wild
gaat eveneens in op de effecten op de hoge kindersterfte in deze gebieden.
Na afloop van de lezing neemt dr. Anne
Roefs de Catharina Pijls Prijs 2005 ( 10.000,-) in ontvangst, voor haar excellente
proefschrift op het brede terrein van de Gezondheidswetenschappen. Anne Roefs ontvangt de
prijs voor haar proefschrift getiteld The pleasure of food in abnormal eating: a cognitive
approach. Kort samengevat staat in dit proefschrift de smakelijkheid van voeding bij
abnormaal eetgedrag centraal. De smakelijkheid van voeding heeft grote invloed de
voedingskeuze. In dit proefschrift werd onderzoek gedaan naar spontane associaties met
voeding, vanuit diverse invalshoeken.
Tot slot ontvangen twee recent
afgestudeerde gezondheidswetenschappers de Catharina Pijls Aanmoedigingsprijs 2005. Deze
aanmoedigingsprijs is de jaarlijkse bekroning voor een excellent afstudeerwerkstuk van de
opleiding Gezondheidswetenschappen. De afstudeeronderzoeken worden beoordeeld op hun
praktische en maatschappelijke relevantie, creativiteit en vernieuwende inzichten. Drs.
Stijn Soenen en drs. Adrian Loerbroks zijn de winnaars van 2005.
Stijn Soenen (afstudeerrichting
Biologische Gezondheidskunde) bestudeerde spiervezels van mannen met een normale en mannen
met een verstoorde glucose-tolerantie om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van
Diabetes Mellitus 2. Belangrijk resultaat was dat na gewichtsreductie, bij de mannen met
een verstoorde glucosetolerantie een significantie verbetering van de insulinegevoeligheid
zichtbaar was. Stijn Soenen ontvangt de prijs onder meer voor de innovatieve techniek die
hij gebruikte bij zijn onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn door Stijn
beschreven in zijn afstudeerwerkstuk getiteld: Intramyocellular lipid accummulation and
early symptoms of the insulin resistant condition.
Adrian Loerbroks (afstudeerrichting
Gezondheidsvoorlichting) onderzocht in zijn scriptie 'Alcohol Consumption, Cigarette
Smoking and Risk of Endometrial Cancer: Results from the Netherlands Cohort Study' de
invloed van een aantal leefstijlfactoren op het ontstaan van baarmoederlichaamkanker. Naar
verwachting zal Adrian Loerbroks op basis van zijn onderzoek twee artikelen publiceren in
gerenommeerde tijdschriften.
Werkbelasting risico voor
zwangerschap
Zwangeren die in ploegendienst werken,
veel staan, een hoge werkdruk kennen of zwaar tillen, hebben een verhoogd risico op een
vroeggeboorte en een baby met een laag geboortegewicht, zo blijkt uit het
Signaleringsrapport Beroepsziekten 2005 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten
(NCvB). Het centrum, dat gevestigd is in het AMC, adviseert dan ook het werk van zwangeren
in deze beroepsgroepen vroegtijdig te verlichten, ruim vóór de vierentwintigste week van
de zwangerschap.
Daarnaast vraagt het NCvB meer aandacht voor de psychische gevolgen van pesten, geweld en
intimidatie op de werkplek en stelt het preventieve maatregelen voor in sectoren met
levende lawaaibronnen zoals de varkenshouderij, zwembaden en kinderdagverblijven. Het
rapport wordt donderdag 3 november aangeboden aan H.A.L. van Hoof, staatssecretaris van
Sociale Zaken en Werkgelegenheid.
Het aantal gemelde beroepsziekten is het
afgelopen jaar nauwelijks veranderd, wel zijn er verschuivingen zichtbaar. Zo stijgt het
aantal psychische werkgebonden aandoeningen, mede als gevolg van reorganisaties en
toenemende agressie en geweld op de werkplek. Vooral in de dienstensector en bij de
overheid ervaren werknemers vaker agressief of intimiderend gedrag. Het NCvB signaleert
ook positieve tendensen. Door preventieve maatregelen nemen beroepsziekten als OPS door
oplosmiddelen en latexallergie af. Ook aandoeningen van het houding- en bewegingsapparaat
komen minder vaak voor door een verminderde lichamelijke werkbelasting.
Het is al langer bekend dat geluid van
mechanische bronnen zoals machines, verkeer en muziek hardhorendheid kan veroorzaken. Het
NCvB pleit echter ook voor een gehoorbeschermingsprogramma voor medewerkers die langdurig
worden blootgesteld aan levend lawaai. Zo lopen zweminstructeurs, medewerkers
van kinderdagverblijven en varkenshouders ook risico. Door gehoorbeschermende of
akoestische maatregelen kunnen ook deze werknemers beschermd worden tegen deze
beroepsziekte.
Het NCvB benadrukt het belang van een
beter vaccinatiebeleid tegen beroepsziekten zoals hepatitis-B in branches en beroepen
buiten de gezondheidszorg, met name bij politie, brandweer, plantsoenendiensten en
afvalverwerkers. En bij de uitbraak van nieuwe infectieziekten bijvoorbeeld bij het
ruimen van een besmette veestapel - moeten de betrokken instanties nauw
samenwerken om het risico op infecties met soms ernstige gevolgen te voorkomen.
Het Signaleringsrapport Beroepsziekten besteedt voorts aandacht aan de risicos van
fijn stof. Bekend is dat inademing van fijn stof kan leiden tot longaandoeningen. Steeds
duidelijker wordt echter dat opname van fijn stof uit bijvoorbeeld dieseluitlaatgassen
tevens stollingsafwijkingen en hart- en vaatziekten kan veroorzaken.
Wat de gezondheidszorg betreft komt het
NCvB tot de conclusie dat veel prikincidenten zijn te voorkomen door gerichte preventieve
maatregelen op de werkvloer. Voor werknemers kan een prikincident grote gevolgen hebben
zoals besmetting met ernstige ziekten als HIV, hepatitis-B of -C. Het NCvB stelt dat nog
lang niet alle risicogroepen vaccinatie wordt aangeboden tegen hepatitis-B. Bovendien
worden na prikincidenten lang niet altijd de juiste acties ondernomen.
Het NCvB brengt jaarlijks het
Signaleringsrapport Beroepsziekten uit in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. De gegevens zijn gebaseerd op meldingen van de Arbo-diensten en
individuele bedrijfsartsen, die verplicht zijn beroepsziekten te melden aan het NCvB. Het
rapport geeft per branche een overzicht van de gemelde beroepsziekten. Daarnaast worden
trends beschreven binnen beroepsziekten en zogenaamde alerts, zaken die volgens het NCvB
hoge prioriteit moeten krijgen bij professionals in de Arbopraktijk, werkgevers en
werknemersorganisaties en overheid.