gezonde voeding


logo.jpg (7231 bytes)

Terug naar het hoofdmenu

Google

Nieuws nov 2005


Beter praten zonder stembanden

Mensen die hun stembanden hebben verloren beter laten praten met een prothese, dat was het doel van KNO-arts Marein van der Torn. In een STW-project onderzocht hij de mogelijkheden van een nieuw soort stemprothese die zelf stemgeluid maakt. Het concept zou nuttig kunnen zijn voor vrouwelijke patiënten met een erg zwakke stem: hun stem wordt er krachtiger door en bereikt weer een vrouwelijke toonhoogte. Wegens praktische problemen kan de stemprothese voorlopig echter nog niet in gebruik genomen worden. Van der Torn promoveert op 19 december aan de Vrije Universiteit.

Bij patiënten met keelkanker is het soms nodig om het strottenhoofd met daarin de stembanden operatief te verwijderen. Sinds de jaren 80 leren vrijwel al deze patiënten weer te spreken met behulp van een klein siliconenrubberen ventiel dat tussen hun luchtpijp en slokdarm in geplaatst wordt.

Door dit ventiel kunnen zij de bovenste sluitspier van hun slokdarm als een soort stemband gebruiken. Deze alternatieve stem klinkt rauw en veel lager dan de natuurlijke stem. De lage toonhoogte is vooral voor vrouwelijke patiënten bezwaarlijk. Als de bovenste sluitspier van de slokdarm te slap is, wordt de stem bovendien te zwak om goed verstaanbaar te zijn.

De Amsterdamse groep van VU-onderzoeker Van der Torn ontwikkelde samen met de Rijksuniversiteit Groningen een nieuw soort ventiel dat zelf stemgeluid maakt. Dat geluid wordt geproduceerd door een klein siliconenrubberen lipje in het ventiel, een soort kunststembandje.

Voor mannenstemmen werd een ander lipje ontwikkeld dan voor vrouwen. Het trillingsgedrag van deze lipjes, de luchtweerstand en het voortgebrachte geluid werden uitgebreid onderzocht buiten patiënten. Ook werden deze nieuwe stemprotheses uitgeprobeerd door een groep patiënten van het VU Medisch Centrum en vergeleken met hun stem zonder het siliconenrubberen lipje.

Hieruit kwam naar voren dat voorlopig alléén vrouwelijke patiënten met een erg zwakke stem baat zouden kunnen hebben bij de nieuwe stemprothese: hun stem wordt krachtiger en bereikt weer een vrouwelijke toonhoogte. De nieuwe stemprothese kan voorlopig nog niet in gebruik genomen worden, omdat het siliconenrubberen lipje slecht bestand bleek tegen taai slijm dat opgehoest wordt door de meeste patiënten.

Nierfalen en mondgezondheid

Casper Bots deed onderzoek naar het effect van dialysebehandeling bij nierpatiënten op de mondgezondheid, de dorstbeleving en de speekselsamenstelling. Wanneer sprake is van terminaal nierfalen, kunnen dialyse en transplantatie als behandeling worden toegepast. Aangezien de meeste nierpatiënten geen urine meer kunnen produceren, moet overtollig vocht tijdens de dialyse worden onttrokken, wat een grote belasting vormt voor het lichaam. Veel van deze patiënten moeten daarom een vochtbeperkend dieet volgen, waarbij zij slechts een halve liter vocht (2 kopjes) per dag mogen drinken. Het overgrote deel van de dialysepatiënten heeft mede hierdoor last van dorst en een droge mond.

Uit Bots' onderzoek blijkt dat dorst en monddroogte samenhangen met de hoeveelheid vocht die tussen de dialyses wordt geconsumeerd. Opmerkelijk is bovendien dat tijdens de dialyse de hoeveelheid speeksel toeneemt, terwijl vocht aan het lichaam onttrokken wordt. Uit experimenten blijkt dat kauwgum en kunstspeeksel de dorst en monddroogte verminderen, wat een vochtbeperkend dieet draaglijker kan maken. Daarnaast stimuleert het gebruik van kauwgum de aanmaak van speeksel, wat bijdraagt aan een beschermend mondmilieu.

Bots liet zien dat bij een groot deel van de dialysepatiënten de mondgezondheid wel stabiel is. Er wordt er wel meer tandsteen aangetroffen dan bij een controlegroep. Na een niertransplantatie normaliseert de hoeveelheid speeksel, wat een positieve bijdrage levert aan het handhaven van de mondgezondheid en de kwaliteit van het leven.

Hielprik bij baby’s wordt uitgebreid

De hielprik bij pasgeboren baby’s wordt gebruikt om meer ziekten op te sporen. Binnenkort wordt op vijftien extra aandoeningen ‘gescreend’.

Staatssecretaris Ross schrijft dit in een brief aan de Tweede Kamer. Ze neemt hiermee het advies over van de Gezondheidsraad. Het gaat om ziekten die behandeld kunnen worden als ze vroeg zijn opgespoord, zoals de sikkelcelziekte. Voor onderzoek naar taaislijmziekte wordt nog gezocht naar een betere opsporingsmethode.

Ross schrijft in haar brief dat het huidige onderzoek succesvol is; meer dan 99 procent van alle ouders van pasgeborenen doet mee. Ze vindt het daarom belangrijk dat ouders de uitbreiding ondersteunen.

Krachtiger statines voorkomen veel infarcten

Patiënten met hart- en vaatziekten kunnen het beste worden behandeld met veel krachtiger cholesterolverlagende medicijnen (statines) dan tot nu toe gebruikelijk is. Dit blijkt uit een grote multicenter studie in vijf Noord-Europese landen, waarin ook het AMC participeerde. De resultaten verschenen 15 november in het gezaghebbende medisch wetenschappelijke tijdschrift JAMA (Journal of the American Medical Association). Het gebruik van 80 mg atorvastatine resulteerde in een forse verlaging van het “slechte” LDL-cholesterol en daarmee ook van de kans op hart- en vaatziekten of een herseninfarct. ‘Lower is better’, concludeert JAMA dan ook in een redactioneel commentaar. De onderzoekers pleiten voor aanpassing van de huidige behandelrichtlijnen.

Mensen met hart- en vaatziekten die reeds een hartinfarct hebben doorgemaakt, worden onder andere behandeld met statines. Deze medicijnen moeten de concentratie van het “slechte” LDL-cholesterol in het bloed omlaag brengen en daarmee het risico op een nieuw infarct. Volgens de Nederlandse richtlijnen mag het LDL-cholesterol bij patiënten met hart- en vaatziekten niet hoger zijn dan 3 millimol/liter. Al langer bestond het vermoeden dat nieuwere en krachtiger statines het LDL-cholesterol nog veel verder kunnen verlagen, maar tot nu toe ontbrak het definitieve bewijs. Dat wordt nu geleverd door de IDEAL-studie (Incremental Decrease in End Points Through Aggressive Lipid Lowering). Gebruik van 80 mg van het krachtig werkende atorvastatine resulteerde in een daling van het LDL-cholesterol naar onder de 2 mmol/l, en dat zorgt weer voor een forse reductie van daaraan gerelateerde hart- en vaataandoeningen. Een aggressiever behandelbeleid zou naar schatting elke vijf jaar een kleine 70 nieuwe hartaanvallen, beroertes en open hartoperaties per 1000 inwoners kunnen voorkomen. Een aanpassing van de behandelrichtlijnen lijkt dan ook wenselijk.

In de IDEAL-studie participeerden 190 cardiologische centra uit Zweden, Noorwegen, Finland, Denemarken en Nederland. Het Nederlandse deel van het onderzoek stond onder leiding van prof.dr. John Kastelein, hoogleraar Vasculaire geneeskunde in het AMC. In de studie participeerden in totaal 8888 patiënten die gemiddeld bijna vijf jaar werden gevolgd. De helft van hen kreeg de normale dosis van een oudere statine (simvastatine), de andere helft de hoogste dosis van een nieuwe statine (atorvastatine). Die laatste groep had iets meer last van bijwerkingen, maar deze waren doorgaans niet ernstig.

Een op de vijf volwassenen lijdt aan chronische pijn

Nationaal Pijnfonds is opgericht om dit onderschat probleem te belichten!

Leiden - In Nederland hebben meer dan drie miljoen mensen chronische pijn en dat soms al langer dan zeven jaar. Bijna 40% van deze mensen heeft nog nooit adequate pijnbestrijding gekregen. Het is duidelijk dat pijn een onderschat probleem is in onze samenleving. Daarom is onlangs het Nationaal Pijnfonds opgericht. Het Pijnfonds is dé vraagbaak voor pijnlijders en het werft fondsen voor onderzoek naar pijnbestrijding. Pijn schreeuwt om
een oplossing.

Pijn is in principe een goede zaak; de pijnprikkel fungeert als een waarschuwing en geeft aan dat er iets mis is in onze directe omgeving of in het lichaam zelf. Als we geen pijn zouden voelen zou ongemerkt onze hand kunnen verbranden, onze voet tussen de deur klemzitten of zouden we niets merken van een blindedarmontsteking. Is pijn echter chronisch dan is het een ander verhaal. Het kan iedereen overkomen; pijn bepaalt voor meer dan drie miljoen mensen in Nederland in grote mate hun dagelijks leven. Pijn, vaak
onzichtbaar, tast ook de kwaliteit van leven in het bijzonder aan.

Pijnpatiënten weten hoe belangrijk het is een luisterend oor te vinden, ervaring en kennis te kunnen uitwisselen, zegt Hannie van Leeuwen, Eerste Kamerlid CDA en ervaringsdeskundige.

Afgezien van het menselijk lijden zijn de kosten van chronische pijn voor de samenleving enorm: alleen al de behandeling van patiënten met lage rugpijn betekent een kostenpost van miljarden euro per jaar.

Mede om deze problemen het hoofd te bieden is onlangs het Nationaal Pijnfonds opgericht. Het fonds komt op voor iedereen die pijn heeft; fungeert als vraagbaak en wil pijnlijders laten weten dat ze er niet alleen voor staan. Het fonds brengt deze mensen in contact brengen met pijnbestrijders, door middel van met name informatie-uitwisseling, bijeenkomsten, congressen, onderzoek en de uitgave van het blad de Pijnperiodiek. Een tweede belangrijke taak van de Pijnfonds is het faciliteren van onderzoek naar
pijnbestrijding.

Om het publiek bekend te maken met de pijnproblematiek, wil het Pijnfonds de aandacht vestigen op de documentaire PIJN, dat donderdag 24 november om 23.00 uur wordt uitgezonden op Nederland 1. In deze documentaire worden zes mensen geportretteerd die dagelijks pijn hebben, van een bejaarde vrouw met hoofdpijn tot een jonge bouwvakker met last van zijn knieën. Wat doen zij met hun pijn en wat doet de pijn met hen? Ondanks
hun moedeloosheid proberen zij een zo normaal mogelijk leven te leiden.

Verantwoord frituren wint aanmoedigingsprijs van Voedingscentrum

De Campagne Verantwoord Frituren heeft de aanmoedigingsprijs gewonnen van de 'Jaarprijs Voedingscentrum 2005'. Dit heeft het Voedingscentrum bekend gemaakt. De jury spreekt haar waardering uit over de campagne, die een belangrijke bijdrage kan leveren aan het verminderen van de consumptie van verzadigd vet en transvet.

De Jaarprijs Voedingscentrum 2005 wordt jaarlijks uitgereikt aan een product of initiatief dat een gezond voedingspatroon gemakkelijker maakt voor de consument. Onder het motto: 'maak de gezonde keuze, de gemakkelijke keuze' nomineerde de jury 4 inzendingen voor het winnen van de prijs en kende 1 aanmoedigingsprijs toe. In de beoordeling weegt dit jaar het aspect van innovativiteit minder zwaar, maar wordt vooral gelet op de effectiviteit van de inzending met betrekking tot het stimuleren van een gezond voedingspatroon.

Met de toekenning van de aanmoedigingsprijs aan de campagne Verantwoord Frituren geeft het Voedingscentrum aan dat zij een voortzetting van de campagne aanmoedigt en dat zij de boodschap van de campagne ondersteunt.

De 4 inzendingen die door de jury zijn genomineerd voor de Jaarprijs Voedingscentrum 2005 zijn:
* Balance Food, verantwoorde schoolcatering van Cormet Schoolcatering
Balance Food is een innovatieve schoolcateringformule die zorgt voor een gezond en gevarieerd aanbod op middelbare scholen. Door middel van een uniek systeem maakt zij de gezonde keuze gemakkelijker voor de jeugd.

* Basiq, eten met gezond verstand van DekaMarkt Basiq is een uitgebreide voorlichtingscampagne over gezonde voeding in de supermarkten van de DekaMarkt. Een goed initiatief om de klant te helpen bij het maken van een bewuste keuze in de supermarkt.

* Frico Halfvoller van Friesland Foods Cheese Benelux Frico Halfvoller heeft een verrassend en creatief marketingconcept, waarbij halfvol wordt neergezet als de norm. Dit stimuleert de keuze voor een minder vette kaassoort.
* Iglo Stoomvis van Unilever Nederland
Iglo Stoomvis kan een belangrijke bijdrage leveren aan het verhogen van de visconsumptie, waarbij tevens voldoende groente wordt aangeboden. Het product is innovatief, makkelijk te bereiden en gezond.

De prijsuitreiking van de jaarprijs en de aanmoedigingsprijs vindt plaats op 30 november door minister Hoogervorst van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. De campagne Verantwoord Frituren en de winnaar van de Jaarprijs mogen een jaar lang exclusief gebruikmaken van het beeldmerk 'Aanmoedigingsprijs Jaarprijs Voedingscentrum 2005' respectievelijk 'Winnaar Jaarprijs Voedingscentrum 2005'.

Steun leidinggevende leidt niet tot korter ziekteverzuim

Werknemers die veel steun van hun leidinggevenden ervaren, hervatten minder snel hun werk. Steun van rechtstreekse collega's zorgt wel voor een snellere terugkeer. Dit concludeert Maaike Post van het Universitair Medisch Centrum Groningen in haar proefschrift over werkhervatting door werknemers die onder de Wet verbetering poortwachter vallen. Zij promoveert op 23 november 2005 op haar onderzoek aan de Rijksuniversiteit Groningen.

In april 2002 is de Wet verbetering poortwachter geïntroduceerd. De belangrijkste doelen van de wet zijn het stimuleren van reïntegratie in het eerste ziektejaar en het versterken van de verantwoordelijkheid van zowel werkgever als werknemer. In de wet staan termijnen aangegeven waarbinnen een probleemanalyse van het verzuim en een plan van aanpak voor de reïntegratie moeten zijn gemaakt. Ook dienen arbodienst, werkgever en werknemer het reïntegratieproces te bewaken. Post onderzocht de werkhervatting door werknemers die onder de Wet verbetering poortwachter vallen. Voor haar onderzoek volgde zij bijna duizend werknemers tot tien maanden na hun ziektemelding.

Bepalende factoren voor werkhervatting
Post concludeert dat zowel factoren die met het werk te maken hebben als het type klacht van een werknemer, bepalen wanneer een langdurig zieke werknemer zijn werk weer hervat. De werkgerelateerde factoren zijn de sector waar de betrokkene werkt, de steun van zijn leidinggevende en de steun van zijn collega's. Het type klacht is te onderscheiden in klachten aan het houding- en bewegingsapparaat, andere fysieke klachten als hart- en vaatziekten en psychische klachten. Werknemers met klachten aan houding- en bewegingsapparaat gaan relatief het snelste weer aan het werk. Zij die psychische klachten hebben, hebben de meeste tijd nodig voor hervatting van hun werk.

Sector en steun bepalen moment van terugkeer
Werknemers uit de sector onderwijs hervatten hun werk het minst snel. Dit kan komen doordat in het onderwijs minder alternatieve taken beschikbaar zijn. De steun van de leidinggevende blijkt een omgekeerd effect te hebben: hoe minder steun, des te sneller de werknemer het werk weer hervat. Een mogelijke verklaring hiervoor is een combinatie van de economische neergang en een mogelijk slechte verhouding met de leidinggevende. Steun van collega's beïnvloedt werkhervatting in positieve zin. Als zij de werknemer meer steunen, hervat deze eerder het werk.

Reïntegratieproces
Reïntegratie kan plaatsvinden via een vooropgesteld tijdschema, dan wel op basis van het verloop van klachten. Uit het onderzoek blijkt dat deze laatste vorm het meest wordt toegepast. Dit ondanks dat al eerder is aangetoond dat het tijdschema er juist voor zorgt dat werknemers sneller weer aan het werk gaan. Verder blijkt uit het onderzoek dat de termijnen die in de Wet verbetering poortwachter zijn opgenomen voor de verschillende acties in het reïntegratieproces, in veel gevallen niet worden gehaald. Post ontdekte dat deze meestal wel worden gehaald bij werknemers die snel reïntegreren.

Oordeel over arbodiensten
Post onderzocht eveneens het oordeel van de werknemer over de inzet van de arbodienst tijdens het reïntegratieproces. Dit oordeel blijkt te zijn gebaseerd op verschillende aspecten van arbodienstverlening, waaronder de advisering, de professionaliteit van de bedrijfsarts en de opzet van het spreekuurbezoek.

Curriculum Vitae:
Maaike Post (Almelo, 1973) studeerde Gezondheidwetenschappen in Maastricht. Zij deed haar promotieonderzoek bij het Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken. Zij promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof. dr. J.W. Groothoff. De titel van haar proefschrift is: 'Return to work in the first year of sickness absence: an evaluation of the Gatekeeper Improvement Act'. Haar onderzoek is mede mogelijk gemaakt door financiële ondersteuning van Arbo Unie Nederland. Momenteel werkt zij als adviseur reïntegratie bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te Den Haag.

Longkanker patiëntenprijs voor nieuwe bestralingtechniek bij bewegende tumoren

Radiotherapeut prof. dr. Suresh Senan van het VU medisch centrum heeft de longkanker patiënten prijs 2005 gekregen voor het toepassen van een nieuwe bestralingstechniek bij bewegende tumoren. De techniek: stereotactische radiotherapie met behulp van een 4 dimensionale CT scanner is succesvol bij patiënten met longtumoren terwijl hun kwaliteit van leven niet verslechterd.

Senan ontvangt de prijs op 3 november, tijdens de global lung cancer awareness month. De 4D CT-scantechniek wordt vooral toegepast bij patiënten met niet-kleincellig longkanker in stadium I. Omdat de tumoren bewegen onder invloed van de ademhaling kon tot nu toe slechts een beperkte bestralingsdosis worden toegediend. Anders zou te veel gezond weefsel worden aangetast. Met behulp van hoge precisie stereotactische radiotherapie kan een veel hogere bestralingsdosis worden gegeven, waardoor de kans op het onder controle krijgen van de tumor meer dan verdubbelt.

Tijdens het maken van een 4D CT- scan wordt de ademhaling van de patiënt geregistreerd, waardoor de beweging van de tumor en het gezonde weefsel tijdens de ademhaling zichtbaar worden. Hierdoor kan worden volstaan kleinere veiligheidsmarges, waardoor de bestralingsvelden klein zijn en in drie tot vijfmaal veel hogere doses kunnen worden toegediend. Een ander voordeel van de techniek is dat de bestraling kan worden beperkt tot een bepaalde fase van de ademhaling, zodat de tumor tijdens de bestraling als het ware stilstaat.

Sinds de introductie van de techniek in 2003 in het VU medisch centrum zijn 115 patiënten behandeld. Uit tussentijdse analyse blijkt dat de resultaten uitstekend zijn en dat de behandeling nauwelijks ernstige bijwerkingen oplevert. Deze resultaten zijn onlangs op internationale congressen gepresenteerd.

Voorzitter van het Longkanker Informatiecentrum longarts Ernst Lammers, die de prijs uitreikt: “Voor de patiënten in stadium I die niet geopereerd kunnen worden is dit een heel belangrijke vooruitgang. Ontwikkelingen zoals deze zien we helaas zelden in de behandeling van longkanker. Senan heeft op internationaal gebied een voortrekkersrol gehad in de ontwikkeling van deze behandeling. Reden om de prijs aan hem uit te reiken.”

De Longkanker Patiënten Prijs wordt jaarlijks uitgereikt tijdens de lung cancer awareness month door het longkanker Informatiecentrum. www.longkanker.info. De prijs is bedoeld voor een persoon, team of instelling die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de kwaliteit van leven van mensen met longkanker.

Leverkanker door voeding in West-Afrika eenvoudig te reduceren

Prof. Chris Wild (University of Leeds), bekend van zijn onderzoek naar de rol van omgevingsfactoren bij het ontstaan van kanker, zal op 15 november 2005 de jaarlijkse Catharina Pijls Lezing verzorgen bij de Universiteit Maastricht, Faculteit der Gezondheidswetenschappen. De lezing draagt de titel Dietary aflatoxins and health in West Africa: from genes to public health. Prof. Wild geeft hierin een overzicht van het onderzoek naar door schimmels geproduceerde gifstoffen. Deze gifstoffen veroorzaken leverkanker, waaraan tien procent van de volwassen mannelijke West-Afrikanen overlijdt.

De schimmels die de gifstoffen (Aflatoxines) produceren ontstaan in, in ontwikkelingslanden veel gegeten voedingsmiddelen, zoals pindas en maïs. De groei van deze schimmels wordt veroorzaakt door warmte, vochtigheid en slechte opslag. Dit resulteert in een wijdverspreide en levenslange blootstelling in de meeste delen van Afrika en Zuid-oost Azië. Aflatoxines zijn een oorzaak van leverkanker, maar worden bij blootstelling van kinderen ook gerelateerd aan groeiachterstand en verminderde afweer. Dit draagt mogelijk bij aan de hoog sterftecijfers aan infectiezieken in deze regios. Het ontstaan van aflatoxines is met relatief eenvoudige en goedkope methodes te reduceren met zon vijftig procent. Prof. Wild gaat eveneens in op de effecten op de hoge kindersterfte in deze gebieden.

Na afloop van de lezing neemt dr. Anne Roefs de Catharina Pijls Prijs 2005 ( 10.000,-) in ontvangst, voor haar excellente proefschrift op het brede terrein van de Gezondheidswetenschappen. Anne Roefs ontvangt de prijs voor haar proefschrift getiteld The pleasure of food in abnormal eating: a cognitive approach. Kort samengevat staat in dit proefschrift de smakelijkheid van voeding bij abnormaal eetgedrag centraal. De smakelijkheid van voeding heeft grote invloed de voedingskeuze. In dit proefschrift werd onderzoek gedaan naar spontane associaties met voeding, vanuit diverse invalshoeken.

Tot slot ontvangen twee recent afgestudeerde gezondheidswetenschappers de Catharina Pijls Aanmoedigingsprijs 2005. Deze aanmoedigingsprijs is de jaarlijkse bekroning voor een excellent afstudeerwerkstuk van de opleiding Gezondheidswetenschappen. De afstudeeronderzoeken worden beoordeeld op hun praktische en maatschappelijke relevantie, creativiteit en vernieuwende inzichten. Drs. Stijn Soenen en drs. Adrian Loerbroks zijn de winnaars van 2005.

Stijn Soenen (afstudeerrichting Biologische Gezondheidskunde) bestudeerde spiervezels van mannen met een normale en mannen met een verstoorde glucose-tolerantie om meer inzicht te krijgen in het ontstaan van Diabetes Mellitus 2. Belangrijk resultaat was dat na gewichtsreductie, bij de mannen met een verstoorde glucosetolerantie een significantie verbetering van de insulinegevoeligheid zichtbaar was. Stijn Soenen ontvangt de prijs onder meer voor de innovatieve techniek die hij gebruikte bij zijn onderzoek. De resultaten van dit onderzoek zijn door Stijn beschreven in zijn afstudeerwerkstuk getiteld: Intramyocellular lipid accummulation and early symptoms of the insulin resistant condition.

Adrian Loerbroks (afstudeerrichting Gezondheidsvoorlichting) onderzocht in zijn scriptie 'Alcohol Consumption, Cigarette Smoking and Risk of Endometrial Cancer: Results from the Netherlands Cohort Study' de invloed van een aantal leefstijlfactoren op het ontstaan van baarmoederlichaamkanker. Naar verwachting zal Adrian Loerbroks op basis van zijn onderzoek twee artikelen publiceren in gerenommeerde tijdschriften.

Werkbelasting risico voor zwangerschap

Zwangeren die in ploegendienst werken, veel staan, een hoge werkdruk kennen of zwaar tillen, hebben een verhoogd risico op een vroeggeboorte en een baby met een laag geboortegewicht, zo blijkt uit het Signaleringsrapport Beroepsziekten 2005 van het Nederlands Centrum voor Beroepsziekten (NCvB). Het centrum, dat gevestigd is in het AMC, adviseert dan ook het werk van zwangeren in deze beroepsgroepen vroegtijdig te verlichten, ruim vóór de vierentwintigste week van de zwangerschap.
Daarnaast vraagt het NCvB meer aandacht voor de psychische gevolgen van pesten, geweld en intimidatie op de werkplek en stelt het preventieve maatregelen voor in sectoren met levende lawaaibronnen zoals de varkenshouderij, zwembaden en kinderdagverblijven. Het rapport wordt donderdag 3 november aangeboden aan H.A.L. van Hoof, staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Het aantal gemelde beroepsziekten is het afgelopen jaar nauwelijks veranderd, wel zijn er verschuivingen zichtbaar. Zo stijgt het aantal psychische werkgebonden aandoeningen, mede als gevolg van reorganisaties en toenemende agressie en geweld op de werkplek. Vooral in de dienstensector en bij de overheid ervaren werknemers vaker agressief of intimiderend gedrag. Het NCvB signaleert ook positieve tendensen. Door preventieve maatregelen nemen beroepsziekten als OPS door oplosmiddelen en latexallergie af. Ook aandoeningen van het houding- en bewegingsapparaat komen minder vaak voor door een verminderde lichamelijke werkbelasting.

Het is al langer bekend dat geluid van mechanische bronnen zoals machines, verkeer en muziek hardhorendheid kan veroorzaken. Het NCvB pleit echter ook voor een gehoorbeschermingsprogramma voor medewerkers die langdurig worden blootgesteld aan ‘levend’ lawaai. Zo lopen zweminstructeurs, medewerkers van kinderdagverblijven en varkenshouders ook risico. Door gehoorbeschermende of akoestische maatregelen kunnen ook deze werknemers beschermd worden tegen deze beroepsziekte.

Het NCvB benadrukt het belang van een beter vaccinatiebeleid tegen beroepsziekten zoals hepatitis-B in branches en beroepen buiten de gezondheidszorg, met name bij politie, brandweer, plantsoenendiensten en afvalverwerkers. En bij de uitbraak van nieuwe infectieziekten – bijvoorbeeld bij het ‘ruimen’ van een besmette veestapel - moeten de betrokken instanties nauw samenwerken om het risico op infecties met soms ernstige gevolgen te voorkomen.
Het Signaleringsrapport Beroepsziekten besteedt voorts aandacht aan de risico’s van fijn stof. Bekend is dat inademing van fijn stof kan leiden tot longaandoeningen. Steeds duidelijker wordt echter dat opname van fijn stof uit bijvoorbeeld dieseluitlaatgassen tevens stollingsafwijkingen en hart- en vaatziekten kan veroorzaken.

Wat de gezondheidszorg betreft komt het NCvB tot de conclusie dat veel prikincidenten zijn te voorkomen door gerichte preventieve maatregelen op de werkvloer. Voor werknemers kan een prikincident grote gevolgen hebben zoals besmetting met ernstige ziekten als HIV, hepatitis-B of -C. Het NCvB stelt dat nog lang niet alle risicogroepen vaccinatie wordt aangeboden tegen hepatitis-B. Bovendien worden na prikincidenten lang niet altijd de juiste acties ondernomen.

Het NCvB brengt jaarlijks het Signaleringsrapport Beroepsziekten uit in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De gegevens zijn gebaseerd op meldingen van de Arbo-diensten en individuele bedrijfsartsen, die verplicht zijn beroepsziekten te melden aan het NCvB. Het rapport geeft per branche een overzicht van de gemelde beroepsziekten. Daarnaast worden trends beschreven binnen beroepsziekten en zogenaamde alerts, zaken die volgens het NCvB hoge prioriteit moeten krijgen bij professionals in de Arbopraktijk, werkgevers en werknemersorganisaties en overheid.

 

 

 

 


 


View My Stats