Nieuws maart 2006
60% van mensen met diabetes hebben
tekort aan vitamine D
Onderzoekers van het Sacro Cuore Hospital
in Negrar (Italië) onderzochten 459 patiënten met Diabetes II en controleerden hun
vitamine D levels. Hieruit bleek maar liefst 60% van hen een tekort aan vitamine D te
hebben. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor oa de botdichtheid. Ook speelt vitamine D
een cruciale rol bij de preventie van borstkanker, prostaatkanker en darmkanker. Suppletie
van vitamine D wordt door steeds meer onderzoekers geadviseerd.
Vitamine D komt ook voor in vette vis,
oesters, melk en levertraan en uit zonlicht en is ook belangrijk voor het gezond houden
van je longen.
Ginseng zorgt voor grotere
overlevingskans bij borstkanker
Vrouwen die het kruid Ginseng gebruiken
hebben een grotere kans om borstkanker te overleven en een beter kwaliteit van leven te
hebben na de behandeling blijkt uit een nieuwe Chinese studie.
De studie volgde gedurende 6 jaar 1455
Chinese vrouwen die behandeld waren voor borstkanker. De vrouwen die reeds Ginseng
gebruikten hadden een 30% kleinere kans op te overlijden tijdens de 6 jaar die zij gevolgd
werden.
De vrouwen die Ginseng pas na de diagnose
gingen gebruiken voelden zich emotioneel beter en hadden een aktiever sociaal leven dan de
vrouwen die geen Ginseng gebruikten.
http://today.reuters.com/news/newsArticle.aspx?type=healthNews
Aluminium de echte oorzaak van
Alzheimer?
De Amerikaan Harold D. Foster beweert dat
de echte oorzaak van Alzheimer wordt veroorzaakt door aluminium, met name bij een groep
mensen die meer gevoelig zijn voor dit toxische metaal. Hij schreef hier een gratis boek
over met een onderbouwing en informaties mbt vele studies die je kunt downloaden op zijn
site. Ik ben helaas niet in staat om alle informatie die ik vind te vertalen maar alle
hulp is welkom......
There is currently a global
Alzheimers pandemic involving tens of millions of victims. In the USA alone, the
number of those affected is expected to reach 14 million by 2050.1 This suffering and the
financial costs associated with it are unnecessary. Alzheimers disease is caused by
aluminum and is particularly common in those carrying the APO E4 allele(s), who are more
susceptible to this toxic metal because they are less capable
than the general population of removing brain beta-amyloid and tau proteins. As a
consequence, such individuals are at higher risk of developing Alzheimers disease,
as these abnormal proteins build up in the brain and form neuritic plaques and
neurofibrillary tangles.
Naturally, this process occurs more
often and most rapidly in regions that promote the deposition of beta-amyloid and tau.
Such harmful environments are those in which drinking water is acidic, high in
monomeric aluminum, and lack magnesium, calcium, and silicic acid. Under these
circumstances, aluminum enters the brain and impairs
various enzymes, including choline acetyltransferase, calcium/calmodulin kinase II,
alkaline phosphatase, and phospholipase A2. The result of this process is the abnormal
brain pathology seen in Alzheimers disease patients and the disrupted biochemistry
associated with it. In an earlier publication,2 I called this explanation of the downward
spiral, known as Alzheimers disease, Fosters Multiple Antagonist Hypothesis.
http://www.hdfoster.com/Foster_Alzheimers.pdf
Aluminium in deodorant en
borstkanker
Ik roep al een jaar om uit te kijken voor
deodorants met aluminium zouten op mijn voorpagina maar krijg nu toch wat onverwachte
bijval:
Kan deodorant de kans op borstkanker
vergroten?
Wetenschappers geloven dat aluminium zouten
in deodoranten de kans op borstkanker kunnen verhogen maar vinden het wel wenselijk dat
deze theorie verder wordt onderzocht. Volgens een artikel in de komende april uitgave van
het Journal of Applied Toxicology kunnen chemicaliën die het het hormoon oestrogeen nabootsen de kans op borstkanker vergroten.
Verder komt er steeds meer bewijs dat deze zouten door de huid heendringen en in het
lichaam terechtkomen en daar oestrogeen kunnen nabootsen.
http://www.forbes.com/lifestyle/health/feeds/hscout/2006/03/06/hscout531342.html
Ik heb nog even verder gespit en ook een
artikel gevonden over planten die voor hetzelfde probleem kunnen zorgen. Met name
patiënten met verhoogd risico op kanker moeten dus voorzichtig zijn met deze planten.
Researchers have found that several
botanicals can mimic the action of the female hormone estrogen -- a potentially dangerous
situation for women with, or at risk for, cancers such as breast cancer or cancer of the
uterus that grow in response to female hormones.
http://www.webmd.com/content/article/24/1825_50376
Verder kunnen chemische oestrogenen zorgen
voor een aandoening "Dysmenorrhea" die te behandelen is door het Progesterone
level te verhogen: Deze aandoening zorgt bij vrouwen voor pijnlijke menstruele krampen.
http://www.nodysmenorrhea.com/
Vrouwen met osteoporose kunnen baat hebben
bij oestrogeen suppletie maar moeten wel beseffen dat ze daarmee de kans op borstkanker
kunnen vergroten.
http://www.rivm.nl/vtv/object_document/o1800n18373.html
Farmaceutische bedrijven bereiden
zich voor op kritische film
van Michael Moore
De Amerikaanse farmaceutische sector reageert nu al paniekerig op de nieuwe documentaire
van Michael Moore die pas in september verschijnt. Moore die eerder furore maakte met
Fahrenheit 9/11 neemt in zijn nieuwste film Sicko de winsthonger van de
geneesmiddelensector in het vizier. De farmaceutische bedrijven vrezen een nieuwe deuk in
hun imago. Documentairemaker Michael Moore verbrak vorige maand de stilte die rond zijn
nieuwe project heerst. Op zijn site roept hij slachtoffers van de hebzuchtige
gezondheidssector op om te getuigen. Al wat we nodig hebben, zijn een paar van
jullie getuigenissen zodat we de wereld kunnen laten zien wat het grootste land in de
geschiedenis van het universum haar eigen mensen aandoet alleen maar omdat ze het ongeluk
hebben om ziek te worden. Want ziek zijn is tenzij je rijk bent een misdaad
waarvoor je soms met je eigen leven moet betalen.
http://www.indymedia.be/en/node/1592
UM onderzoekt kankerverwekkende
stoffen bij kinderen
Welke kankerverwekkende stoffen komen voor
in het bloed van pasgeborenen en waar komen die vandaan? Veroorzaken ze schade aan cellen
en kan dat op termijn tot kanker leiden? Welke relatie is er tussen de voeding die moeder
tot zich neemt en zelfs de voeding die vader gebruikt en deze aangetroffen stoffen? Vragen
van levensbelang die de komende vijf jaar onderzocht worden door 25 instituten uit zestien
Europese landen, onder aanvoering van prof. dr. Jos Kleinjans van de Universiteit
Maastricht. Door gebruik te maken van de gegevens van zo'n 300.000 moeder-kindparen in
heel Europa, hoort het onderzoek tot de grootste in zijn soort. Het doel is bij te dragen
aan de gezondheid van kinderen door onderzoeksresultaten te boeken die het beleid ten
aanzien van voeding verbeteren.
Het aantal kinderen dat aan kanker (voornamelijk leukemie) lijdt stijgt de laatste
decennia in de EU. Ook het aantal chronische aandoeningen aan met name de longen neemt
toe. Dat is niet slechts terug te voeren op het feit dat de diagnostische technieken
verbeterd zijn. En kinderen zijn genetisch niet anders dan vroeger. Meer waarschijnlijk is
het volgens prof. Kleinjans dat er chemicaliën voorkomen in de omgeving van kinderen die
deze ziektes veroorzaken. Dat is dan ook de hypothese van het project NewGeneris, dat
staat voor 'Newborns and Genotoxic Exposure Risks'. De EU stelt 13,6 miljoen euro ter
beschikking voor vijf jaar onderzoek.
Voedsel
Het vermoeden bestaat dat we kankerverwekkende stoffen via ons voedsel binnenkrijgen.
Hetzij omdat de stoffen in dat voedsel zitten, hetzij omdat we het eten bereiden, waarbij
schadelijke stoffen ontstaan. Denk aan het verbrande randje zwart vlees. 'Het ligt voor de
hand om te veronderstellen dat kinderen gevoeliger zijn voor dergelijke invloeden dan
volwassenen. Kanker ontstaat niet van vandaag op morgen', aldus prof. Kleinjans. 'Daar
gaat soms tien jaar overheen. Om toch binnen vijf jaar redelijke uitspraken te kunnen
doen, gaan we vooruit kijken aan de hand van onderzoek bij pasgeborenen. Zij eten nog niet
van de supermarkt, maar hebben in de baarmoeder gegeten van wat moeder binnen krijgt. In
Europa is een aantal grote databanken met gegevens over bijvoorbeeld voedingsgedrag van
moeder gecombineerd met navelstrengbloed van haar kind. Dat navelstrengbloed is het goud
in dit onderzoek, want daarin kun je met zogenaamde biomarkers de biologische, potentiëel
kwaadaardige, processen vroeg opsporen en interpreteren.' Opmerkelijk is dat bij dit
onderzoek ook de blootstelling van vader aan schadelijke stoffen onderzoekt. Het is bekend
dat chemicaliën de vorming van spermacellen beïnvloedt, maar welke gevolgen dat kan
hebben voor het kind is niet bekend.
Grapefruit extract kan helpen bloeddruk
te verlagen
Hoge bloeddruk? Een dagelijks grapefruit
extract supplement dat rijk is aan polyphenolen kan volgens wetenschappers van de
University of California, helpen uw bloeddruk te verlagen. Dit blijkt uit de eerste
klinische studie naar de werking van dit extract bij mensen die leiden aan het metabool
syndroom (40% vd volwassenen in de States).
Het metabool syndroom is een verzameling van risicofactoren die kunnen leiden tot hart- en
vaatziekten en diabetes type 2. Overgewicht en gebrek aan beweging zijn de belangrijkste
factoren die kunnen leiden tot de verstoringen in het lichaam die het metabool syndroom
wordt genoemd. In Nederland leidt een kwart van de 55 plussers aan dit syndroom, veelal
zonder dit te weten.
http://www.nutraingredients-usa.com/news/
Nieuwe technologie vermindert
glutamaat, zout en suiker in industrie voeding
Het Amerikaanse biotech bedrijf Senomyx
heeft meerdere patenten in huis voor de voedingsindustrie waarmee producenten de
hoeveelheden zout, suiker en Monosodium Glutamaat (E621, Vetsin) kunnen verminderen zonder
smaak/geurverlies. De Amerikanen richten zich met name op de werking van smaakreceptoren
en smaakstoffen terwijl de Belgen (ChemCom) zich meer richten op geurreceptoren en
geurstoffen. De Senomyx onderzoekers hebben al medicijnen, dieetdrankjes en koffie van hun
bittere smaak verlost.
http://www.fonteine.com/nieuws/senomyx.html
Eiwit (aequorin) van kwal
(jellyfish) kan mogelijk helpen bij Alzheimer/Parkinson
Volgens onderzoekers uit Amerika is er bij
neuro-degeneratieve ziektes zoals Parkinson en Alzheimer een probleem met calcium ionen
(Impaired calcium homeostasis) oftewel een verstoorde calciumhuishouding.
Het biotech bedrijf doet nu onderzoek naar
het eiwit Aequorin dat een calcium bindend eiwit is dat voorkomt in kwallen. Het doel is
nu produkten te ontwikkelen die op basis van dit eiwit een oplossing zouden kunnen worden
voor ziektes zoals Parkinson en Alzheimer.
The role of calcium in human physiology
has been extensively researched throughout the last century. Disruptions in calcium
homeostasis are known to cause and to correlate with a large number of diseases, syndromes
and conditions. Following much investigation, calcium-binding proteins (CaBPs) have been
recognized as protective factors in neuronal populations susceptible to toxicity via
calcium and calcium-mediated actions. Aequorin is from the family of calcium-binding
proteins known as the EF-hand family. Several CaBPs endogenous to the human body are also
of the EF-hand family and have been found to serve protective roles in certain cellular
populations. Quincy Bioscience intends to apply the technology developed from the aequorin
molecule to develop products that fight neurodegenerative diseases such as Alzheimer's and
Parkinson's diseases, by supplementing calcium binding proteins in an effort to restore
calcium ion homeostasis.
Filmpje!
http://www.quincybioscience.com/videos/aequorin.mov
Website bedrijf
http://www.quincybioscience.com
Schriftelijke vragen aan EU
parlement door klokkenluider mbt aspartaam en belangenverstrengeling van onderzoekers
Klokkenluider Paul van Buitingen stelt
schriftelijke vragen over de mogelijke belangen verstrengeling van EFSA wetenschappers die
een veiligheidsevaluatie uitvoeren van de carcinoge werking van aspartaam.
Volledige brief hier:
http://www.europarl.eu.int/omk/
Vitamine C kan belangrijke rol
spelen bij kanker therapie
In Nederland wordt er vaak door de medici
laagdunkend gedaan over de mogelijke rol van hoge dosis vitamine C bij kanker. Maar
wetenschappers zoals Linus Pauling zeggen dit al vele jaren. Ook natuurartsen blijven vaak
hameren op hogere dosis vitamine C dan de armzalige 70mg die het Nederlands
Voedingscentrum voorschrijft als dagelijkse dosis.
Maar nu blijkt uit een studie door
onderzoekers van de McGill Universiteit in Montreal en het Nationale Instituut Gezondheid
in Canada dat hoge dosis Vitamine C direct ingespoten in de aderen en oraal gebruikt toch
verbeteringen van symptomen kan geven en zelfs levensverlengend kan werken bij mensen met
een terminal vorm van kanker. Deze studie beschrijft de effecten van hoge dosis vitamine C
bij een drietal patiënten die blaaskanker, nierkanker en lymfkliekanker hadden. De
resultaten waren dusdanig positief dat er nu meerdere vervolgstudies zullen worden gedaan.
Vitamin C could have a role in cancer
therapy
Researchers at McGill University and
the National Institutes of Health have found in preliminary studies that high-dose vitamin
C given by intravenous and oral routes may improve symptoms and prolong life in patients
with terminal cancer. Several clinical trials of the procedure are set to begin, including
one at McGill.
The study, published in the March 28
issue of the Canadian Medical Association Journal, detailed case reports of three
individual patients with different types of cancer. The patients had unexpectedly long
survival times after receiving high-dose intravenous vitamin C therapy. McGill
University's Dr. L. John Hoffer, of the Faculty of Medicine and Project Director at the
Lady Davis Institute for Medical Research, Jewish General Hospital, co-authored the
article with researchers from the NIH.
Dr. Hoffer said the case reports
indicate that the role of high-dose intravenous vitamin C therapy in cancer treatment
should be explored further. "Our findings are important because they provide
significant grounds to continue this research on vitamin C and cancer therapy," he
said.
Source: University Relations Office
(URO)
For more information: McGill University
- http://www.mcgill.ca/
Canadian Medical Association Journal - http://www.cmaj.ca/
Interne links
Waarschuwing voor Plavix + Aspirine
bij patiënten met verhoogd risico op hartproblemen door suikerziekte of hoge bloeddruk
Uit onderzoek door de Cleveland Clinic USA
blijkt dat het geneesmiddel Plavix in combinatie met een lage dosis aspirine niet
effectiever is dan alleen goedkope aspirine op zich is voor preventie van hartaanvallen en
dood door hartproblemen bij risicovolle patiënten.
Maar nog verontrustender is het feit dat
uit deze studie blijkt dat patiënten met een verhoogd risico op hartproblemen (diabetici,
hoge bloeddruk) die Plavix nemen in combinatie met aspirine en die nog geen hartaanval
hebben gehad een bijna dubbele kans hebben om te overlijden door hartproblemen hebben.
Al eerder is gebleken dat Plavix een extra
risico is voor mensen die eerder een maagzweer hebben gehad. Deze zouden beter gewone
aspirine kunnen nemen.
Speciale bijeenkomst in België
voor Fybromyalgie en CVS patiënten
SOS II Werelddag - CVS en fybromyalgie 2006
Zaterdag 13 mei van 14 tot 17 uur, deuren open om 13u30
Waar? Antwerp Expo (bouwcentrum)
Jan Van Rijswijcklaan 191
Antwerpen
Een groots festijn waarin ze ME en
fibromyalgie een gezicht willen geven.
Er komen allerlei artsen, patienten, pers, muziek, etc.
Ook Nederlanders zijn welkom.
Teflon zonder perfluoroctaanzuur,
Dupont haalt bakzijl
Na veel druk van de Amerikaanse
milieubescherming hebben 8 grote bedrijven in de VS besloten de komende 4 jaar de
hoeveelheid perfluoroctaanzuur tot 95% te reduceren. De Amerikaanse chemie lobby die maar
liefst 21 miljoen dollar meebetaalde aan de Bush verkiezingscampagne heeft voor het eerst
het onderspit moeten delven. Dezelfde lobby heeft nog succesvol de Europese plannen
(Reach) voor nieuwe chemie wetgeving kunnen ondermijnen maar heeft nu bakzijl moet halen.
Studies naar PFOA toonden verbanden tussen de stof en kanker en geboorteafwijkingen aan.
Teflon chemical to be phased out 95
percent by 2010
Eight US chemical companies agreed at
the end of January to a partial phase-out of a harmful chemical used to make Teflon and
other non-stick products.
The deal to reduce the use of
perfluorooctanoic acid (PFOA) resulted from pressure from the US Environmental Protection
Agency, an extremely rare example of government muscle applied to big business in an
otherwise regulation-averse Bush era. DuPont, which was fined $16m in December for hiding
evidence of PFOAs health dangers, and seven other companies have agreed to
voluntarily reduce use of PFOA in products by 95 percent by 2010, with a full phase-out by
2015.
Studies have linked PFOA to cancer and
birth defects in animals; studies have also determined that the chemical is present in the
blood of 95 percent of Americans, including pregnant women. The phase-out of PFOA will
affect the lives of millions of Americans, eliminating or significantly reducing the
amount of the chemical in countless household products including stain-resistant finishes,
weatherproofing materials, waterproof clothing, phone cables and even pizza boxes and
microwave-popcorn bags. How many Britons have the chemical in their blood and the number
that will ultimately be affected is difficult to discover.
The settlement is unfortunately only a
small victory for consumers, who are faced with an ever-expanding list of inadequately
tested chemicals in common consumer products.
The settlement announcement was
especially surprising in light of the Bush administrations close ties to the
chemical industry. The American Chemistry Council, the main industry lobby group, has
donated $21m to Bushs election campaign since the start of the 2000 election.
More predictably, the administration
has broadly opposed regulation of environmental health issues and is currently trying to
halt comprehensive legislation on chemical policy in Europe. In December, European health
advocates suffered a serious blow when REACH - a progressive chemical policy reform bill
pending in the European Parliament - was significantly watered down after heavy lobbying
by the US chemical industry. As secretary of state, Colin Powell did the industrys
bidding to help fight REACH, instructing diplomatic posts in Europe to oppose REACH
regulation. His communication to them essentially paraphrased industry statements opposing
the legislation.
Bron: http://www.i-c-m.org.uk/news/default.htm
Meer info over Teflon risico's
90% van kankerpatiënten zijn niet
op de hoogte van anti-angiogenesis
De makers van het kanker medicijn Avastin
claimen dat het grootste deel van de kankerpatiënten niet op de hoogte is van de
zogenaamde anti-angiongenesis therapie die al meer dan 1 jaar beschikbaar is. Deze
behandeling zorgt ervoor dat de bloedtoevoer van de tumor wordt afgesneden waardoor de
tumor niet verder kan groeien. De grootste winsten zijn te behalen bij darmkanker,
borstkanker en non-small cell longkanker. Het onderzoek stelt dat zeker de mensen die niet
tevreden zijn over de mogelijkheden van chemotherapie op de hoogte moeten worden gehouden
van nieuwe mogelijkheden zoals deze vorm van kankerbehandeling.
Meer info
Aantal navelstrengwindingen
voorspelt zwangerschapsproblemen
Bij babies met te veel of te weinig
windingen in hun navelstreng is de kans vergroot dat er iets mis gaat voor of tijdens de
geboorte. Een afwijkend aantal windingen houdt verband met zwangerschapscomplicaties en
aangeboren afwijkingen. Het meten van het aantal windingen vóór de geboorte kan helpen
kinderen met een verhoogd risico op te sporen. Via een echo is het aantal
navelstrengwindingen goed zichtbaar te maken. Dit concludeert gynaecoloog in opleiding
Monique de Laat op basis van haar onderzoek in Universitair Medisch Centrum (UMC) Utrecht.
Alle aanvoer van zuurstof en
voedingsstoffen en afvoer van afvalstoffen verloopt via de navelstreng. De
navelstrengwindingen, in een spiraal lopende bloedvaten, maken de navelstreng sterk en
tegelijkertijd flexibel, net als een telefoonsnoer. In twee studies analyseerde De Laat
885 en 565 zwangerschappen op het verband tussen navelstrengwindingen en complicaties. Als
de streng te veel of te weinig windingen heeft, hangt dat samen met meer gevallen van
sterfte van het kind voor de geboorte; zuurstofgebrek tijdens de geboorte; vroeggeboorte;
chromosomale afwijkingen zoals het syndroom van Down; en een lager geboortegewicht.
Het meten van het aantal windingen vóór
de geboorte kan helpen kinderen op te sporen met een verhoogd risico op een laag
geboortegewicht en problemen tijdens de bevalling. Via een echo is het aantal
navelstrengwindingen goed zichtbaar te maken. Momenteel loopt een vervolgonderzoek dat
moet uitwijzen hoe goed de navelstrengwindingen het syndroom van Down voorspellen. Het
meten van navelstrengwindingen zou net als de nekplooimeting en de triple test gebruikt
kunnen worden om te bepalen of een vruchtwaterpunctie nodig is. Bij een vruchtwaterpunctie
worden foetale cellen onderzocht op chromosoomafwijkingen.
Prostaatkankercellen dood door rode
pepers
Rode pepers bevatten een stof (capsaicin)
die voor het brandende gevoel zorgen. Uit een studie gepubliceerd in de maart editie van
het Cancer Reseach journal blijkt nu dat deze stof bij muizen met ingebrachte P53
prostaatkankercellen er ongeveer 80% van deze cellen werden gedood (celdood, apoptosis).
In andere studies ging ook al de PSA waarde (een eiwit geproduceerd door kankertumoren)
omlaag. Een volwassen man van 100 kilo zou ongeveer 1200 milligram van deze stof nodig
hebben, zo'n 3-8 rode pepers per week.
Ook is gebleken uit onderzoek van Fred
Penninkhof (Erasmus Universiteit) dat prostaatkankercellen geslachtshormonen nodig hebben
om te overleven.
- Capsaicin is the major pungent ingredient in
red peppers. Here, we report that it has a profound antiproliferative effect on prostate
cancer cells, inducing the apoptosis of both androgen receptor (AR)-positive (LNCaP) and
-negative (PC-3, DU-145) prostate cancer cell lines associated with an increase of p53,
p21, and Bax. Capsaicin down-regulated the expression of not only prostate-specific
antigen (PSA) but also AR. Promoter assays showed that capsaicin inhibited the ability of
dihydrotestosterone to activate the PSA promoter/enhancer even in the presence of
exogenous AR in LNCaP cells, suggesting that capsaicin inhibited the transcription of PSA
not only via down-regulation of expression of AR, but also by a direct inhibitory effect
on PSA transcription. Capsaicin inhibited NF- activation by preventing its nuclear
migration. In further studies, capsaicin inhibited tumor necrosis factor-stimulated
degradation of IB in PC-3 cells, which was associated with the inhibition of proteasome
activity. Taken together, capsaicin inhibits proteasome activity which suppressed the
degradation of IB, preventing the activation of NF-B. Capsaicin, when given orally,
significantly slowed the growth of PC-3 prostate cancer xenografts as measured by size [75
± 35 versus 336 ± 123 mm3 (±SD); P = 0.017] and weight [203 ± 41 versus 373 ± 52 mg
(±SD); P = 0.0006; capsaicin-treated versus vehicle-treated mice, respectively]. In
summary, our data suggests that capsaicin, or a related analogue, may have a role in the
management of prostate cancer. (Cancer Res 2006; 66(6): 3222-9)
http://cancerres.aacrjournals.org/cgi/content/abstract/66/6/3222
- Prostaatcellen en ook prostaatkankercellen
hebben androgenen (geslachtshormonen, bij de man geproduceerd door de testikels) nodig om
te overleven en te groeien. Androgeen-onttrekking (zoals kan worden bewerkstelligd door
verwijderen van de testikels) heeft een remmende invloed op de groei van
androgeen-afhankelijke prostaatkankercellen en kan dus goed als therapie worden toegepast.
Echter, na een bepaalde periode, in lengte verschillend per patiënt, worden
prostaatkankercellen ongevoelig voor onttrekking van androgenen. Deze verdere ontwikkeling
van prostaatkanker resulteert in de zogenoemde androgeen-onafhankelijke prostaatkanker. De
kankercellen hebben zich blijkbaar aangepast en kunnen overleven; ze groeien ook tijdens
androgeen-onttrekkings-therapie. Het REPS2 eiwit, het eiwit dat Penninkhof tijdens zijn
promotieonderzoek heeft onderzocht, speelt mogelijk een rol bij deze aanpassing.
http://www.eur.nl/perskamer/persberichten/archief05/augustus2005/penninkhof/
Regelmatig Ecstasy gebruik sloopt
geheugen en leervermogen
Onderzoekers van de Universiteit van
Toronto hebben aangetoond dat regelmatige gebruikers van XTC (Ecstasy) hun geheugen en
leervermogen blijvend beschadigen.
Memory impairment in abstinent MDMA
("Ecstasy") users: A longitudinal investigation
Konstantine K. Zakzanis, PhD; and
Donald A. Young, PhD
From the Division of Life Sciences (Dr. Zakzanis), University of Toronto; and Centre for
Addiction and Mental Health (Dr. Young), Archway Clinic, Toronto, Ontario, Canada.
To examine the neurotoxic potential of
continued MDMA ("Ecstasy") use in humans and its functional consequences over
the course of 1 year, 15 MDMA users participated in a longitudinal study in which they
completed a brief neuropsychological test battery composed mainly of retrospective and
prospective memory tasks. Subjects were abstinent for 2 weeks on initial and 1-year
testing. Continued use of MDMA was associated with progressive decline in terms of
immediate and delayed recall.
http://www.neurology.org/cgi/content/abstract/56/7/966
NKI-AVL vindt twee nieuwe miRNAs
die sleutelrol spelen bij ontstaan kanker
Methode ontwikkeld voor ontrafeling
functies nieuwe miRNA-moleculen
Onderzoekers van Het Nederlands Kanker
Instituut - Antoni van Leeuwenhoek Ziekenhuis (NKI-AVL) hebben als eerste een methode
ontworpen die snel functies van nieuwe microRNAs ontrafelt. MiRNAs zijn op DNA lijkende
moleculen die met name een sleutelrol spelen bij het ontstaan van kanker. De klinische
betekenis voor kiemceltumoren is aangetoond in samenwerking met het Erasmus MC- Daniel den
Hoed-Josephine Nefkens Instituut (JNI) in Rotterdam. Een coververhaal hierover verschijnt
24 maart in het wetenschappelijk tijdschrift Cell.
MicroRNAs (miRNAs) zijn kleine stukjes
RNA-moleculen. Door genen uit te schakelen spelen ze een cruciale rol bij celdeling en bij
de ontwikkeling van embryonale cellen. Sinds enkele jaren vermoeden onderzoekers dat als
deze moleculen ontregeld raken, ze celgroei kunnen stimuleren en zo kanker veroorzaken.
miRNAs staan onder grote aandacht. Inmiddels zijn er circa vijfhonderd geïdentificeerd.
Onderzoekers zijn erop gebrand functies van miRNAs te ontrafelen die mogelijk een
aangrijpingspunt zijn voor antikankertherapieën. Omdat de moleculen ongeveer 20
basenparen klein zijn, zijn ze makkelijk uit te schakelen.
NKI-AVL-onderzoekers Mathijs Voorhoeve,
Carlos le Sage en onderzoeksleider Reuven Agami hebben nu als eerste een manier gevonden
om snel nieuwe functies van miRNAs te ontdekken. De celdeling van normale cellen wordt in
balans gehouden door twee typen genen: oncogenen, die de groei stimuleren, en
tumorsuppressorgenen die de groei remmen.
Agami en zijn collega's ontwikkelden een
laboratoriummodel waarin zij oncogenen in normale cellen activeerden. Deze cellen staan
dan als het ware op scherp. Alhoewel tumorsuppressogenen deze cellen in balans houden,
hebben de cellen enkel de prikkel van het juiste miRNA-molecuul nodig om te veranderen in
een kankercel.
Om te onderzoeken welke miRNAs deze
eigenschappen hebben, testte Agami een verzameling van bijna alle bekende humane miRNAs.
Met de zogeheten microarray-techniek bekeek hij de groei-effecten van iedere afzonderlijke
miRNA op de cellen. Zo ontdekten de onderzoekers twee onbekende miRNAs die betrokken zijn
bij het ontstaan van kanker.
Bovendien ontdekte dr. Agami samen met
prof. Leendert Looijenga van het Erasmus MC- JNI dat deze twee miRNAs betrokken zijn bij
het ontstaan van kiemceltumoren doordat ze de bekende p53-kankerroute omzeilen. Dat
verklaart waarom kiemceltumoren erg gevoelig zijn voor bestraling en chemotherapie, en dus
goed behandelbaar zijn.
Antidepressiva verbeteren
De meest voorgeschreven antidepressiva, de
selectieve serotonine heropname remmers (SSRI's, bijvoorbeeld Prozac), zijn slechts bij
zon zeventig procent van de patienten effectief en dan nog maar matig. Ook duurt het
een aantal weken voordat ze werkzaam zijn. Minke Jongsma onderzocht manieren om deze
antidepressiva te verbeteren.
Depressie wordt vaak in verband gebracht
met een tekort aan de signaalstof serotonine in de hersenen. Het antidepressief effect van
SSRI's wordt dan ook verklaard met het feit dat ze serotonine in de hersenen verhogen. Uit
onderzoek bij proefdieren bleek dat serotonine receptoren eerst minder gevoelig moeten
worden om de verhoging te bereiken. De receptoren remmen namelijk de afgifte van
serotonine. Dit minder gevoelig worden duurt echter enkele weken. Door de receptoren
meteen te blokkeren, zullen antidepressiva sneller werken. Gelijktijdig een blokker
toedienen verbetert dus de werking van een SSRI. Ook het extra toedienen van een bouwstof
van serotonine versterkt de werking van serotonine. Een toename van tien procent van
zon bouwstof (tryptofaan) in het bloed kan het effect van SSRIs in de hersenen
al verdubbelen.
Minke Jongsma: Serotonergic augmentation
strategies, possibilities and limitations
Promotoren: prof. dr. J.A. den Boer en prof.dr. B.H.C. Westerink
Bron: UMC Groningen
In kankercel ingebracht gen nog
moeilijk te volgen
Uitgezaaide vormen van kanker zijn veelal nog
onvoldoende te behandelen met de huidige standaardtherapieën. Een nieuwe behandelmethode
is gentherapie. Bij een bepaalde vorm van gentherapie, wordt een stukje erfelijk materiaal
van een herpes virus, het herpes simplex virus thymidine kinase (HSVtk) gen, in
kankercellen gebracht. In deze kankercellen wordt een eiwit aangemaakt dat niet in andere
lichaamscellen voorkomt. Nadat het eiwit is aangemaakt, krijgt de patiënt het antivirale
medicijn ganciclovir. Dit medicijn zorgt ervoor dat de kankercellen waarin het HSVtk-eiwit
voorkomt en omliggende cellen worden gedood. Om deze vorm van gentherapie te kunnen
verbeteren is het van belang om te weten hoe efficiënt het gen in de tumor wordt
gebracht. Anne Rixt Buursma onderzocht de mogelijkheden om het HSVtk-gen met een
radioactieve tracer te volgen. Uit haar onderzoek blijkt dat de gevoeligheid van de
methode moetverbeteren voor deze klinisch toepasbaar is. De studies met het HSVtk gen die
in dit proefschrift staan beschreven kunnen ook ondersteuning bieden aan onderzoek naar
andere vormen van gentherapie.
Anne Rixt Buursma: Monitoring transgene
expression with positron emission tomography; a preclinical evaluation
Promotor: prof. dr. W.Vaalburg
Bron: UMC Groningen
Wereldprimeur: Nieuwe bloedtest
voorspelt hartaandoeningen
De faculteit Geneeskunde van de K.U.Leuven heeft een bloedtest ontwikkeld waarmee het
risico op hartziekten vroeger ontdekt kan worden. Professor Paul Holvoet en zijn
onderzoeksteam van de afdeling Atherosclerose en Metabolisme ontwierpen een test waarmee
men voor het eerst geoxideerd LDL-cholesterol in het bloed kan opsporen. Aan de hand van
deze bloedtest bewezen ze vervolgens dat verhoogde waarden van geoxideerd LDL in het bloed
een toekomstig hartinfarct voorspellen.
Professor Holvoet en zijn team pasten de
nieuwe bloedtest toe op meer dan drieduizend bloedstalen. Daaruit bleek dat mensen met
verhoogd geoxideerd LDL-cholesterol een groot risico lopen om binnen de tien jaar een
hart- en vaatziekte te krijgen, zelfs al zijn hun gewone LDL- en HDL-cholesterolwaarden
volledig normaal. Het onderzoek bevestigt daarmee het vermoeden dat LDL-cholesterol (de
zogenaamde slechte cholesterol) zéker schadelijk wordt wanneer het geoxideerd
is.
Er is een duidelijk verband tussen een
ongezonde levenswijze en verhoogde waarden van geoxideerd LDL-cholesterol in het bloed.
Risicogroepen zijn onder meer personen met obesitas en rokers. Zelfs bij heel jonge obese
personen ongeveer vijftien jaar waren de bloedwaarden van geoxideerd LDL
verhoogd. Goed nieuws is dat vermageren of een gezondere levenswijze leidt tot een
verlaging van het geoxideerd LDL. De bloedtest heeft dan ook een belangrijke preventieve
rol op het vlak van hart- en vaataandoeningen.
http://www.kuleuven.ac.be/ck/2005_06/10/ck17-10-hart.php
Verhoogde kans op hersentumor bij
gebruik van gsm en draadloze telefoon
Uit een Zweedse studie van de afdeling
Oncologie van het Universiteit
Ziekenhuis in Orebro blijkt dat er een verhoogde kans is op een hersentumor
bij het gebruik van een gsm of draadloze telefoon. De studie duurde totaal
vijf jaar (1997-2003).
Pooled analysis of two case-control
studies on the use of cellular and cordless
telephones and the risk of benign brain tumours diagnosed during 1997-2003
Int J Oncol. 2006 Feb;28(2):509-18.
Hardell L, Carlberg M, Hansson Mild K.
Department of Oncology, University Hospital, SE-701 85 Orebro, Sweden.
lennart.hardell@orebroll.se.
The use of cellular and cordless telephones and the risk of brain tumours is of
concern since the brain is a high exposure area. We present the results of a pooled
analysis of two case-control studies on benign brain tumours diagnosed during
1997-2003 including answers from 1,254 (88%) cases and 2,162 (89%) controls
aged 20-80 years. For acoustic neuroma, the use of analogue cellular phones gave
an odds ratio (OR) of 2.9 and a 95% confidence interval (CI) of 2.0-4.3; for
digital cellular phones, OR=1.5; 95% CI=1.1-2.1; and for cordless telephones,
OR=1.5, 95% CI=1.04-2.0. The highest OR was found for analogue phones with
a latency period of >15 years; OR=3.8, 95% CI=1.4-10. Regarding meningioma,
the results were as follows: for analogue phones, OR=1.3, 95% CI=0.99-1.7; for
digital phones, OR=1.1, 95% CI=0.9-1.3; and for cordless phones, OR=1.1,
95% CI=0.9-1.4. In the multivariate analysis, a significantly increased risk of
acoustic neuroma was found with the use of analogue phones.
PMID: 16391807
Studies geven meer duidelijkheid
over oorzaak van astma
Onderzoekers van de Southern Illinois
University School of Medicine in Springfield, USA onderzochten "markers" in
6,000 volwassenen. Hun doel was het meten van de hoeveelheid leptine in de deelnemers.
Leptine is een eiwit dat door vetweefsel wordt geproduceerd en in verband wordt gebracht
met astma. Mensen met astma bleken inderdaad hogere hoeveelheden leptine te hebben, met
name bij de vrouwen. Onderzoekers van de Children's Hospital in Boston ontdekten dat niet
de type 2 helper cellen een belangrijke rol bij astma spelen maar de natural-killer T
cellen.
http://www.ivanhoe.com/channels/p_channelstory.cfm?storyid=13349
Link tussen antibiotica gebruik bij
babies en astma op latere leeftijd
Uit een Canadese studie door de
universiteit van British Columbia onder 12,082 kinderen is er overtuigend bewijs gevonden
voor een relatie tussen het gebruik van antibiotica bij babies en astma op latere
leeftijd. Antibiotica doden namelijk ook de goede bacteriën in de maag waardoor het
immuunsysteem anders kan gan reageren op ziektes.
http://news.bbc.co.uk/2/hi/health/4801118.stm
Steeds meer kinderen in de US
krijgen antipsychotische medicijnen tegen oa ADD en gedragsproblemen
In de periode 1995-2002 is het aantal
kinderen dat dit soort medicijnen krijgt vervijfvoudigd tot 2.5 miljoen kinderen. Dit is
een stijging van 8.6 op de 1000 kinderen naar 40 op de 1000 in 2002. Meer dan de helft van
deze medicijnen waren voor ADD en verwante stoornissen.
http://apnews.myway.com/article/20060317/D8GD0O2OA.html
Rel in Amerika, aantal autistische
kinderen daalt na daling van kwik in vaccins
Dankzij de speciale "Freedom of
information act" komt er nu informatie vrij over de rol van de CDC (Centers for
Disease Control) bij het Thimerosal schandaal. Dit op kwik gebaseerde conserveer middel
wordt in verband gebracht met veel neurologische aandoeningen, inclusief autisme in
kinderen die na 1989 zijn geboren.
Nadat er een verband bleek tussen hoge
dosis kwik en gezondheidsproblemen bij kinderen heeft de CDC al in juli 1999 vaccinmakers
geadviseerd om niet langer de stof Thimerosal te gebruiken.
Omdat er grote voorraden vaccins voorhanden
waren en een verbod te kostbaar voor de industrie zou zijn zijn er dus nog miljoenen
kinderen met deze stof ingeent. De CDC heeft zelfs nog een voorstel van Smithkline Beecham
of Thimerosal vrije vaccins afgewezen.
Studies op basis van twee databases van de
overheid laten een duidelijke stijging zien van autisme gevallen bij stijgend gebruik van
Thimerosal en een zeer duidelijke daling wanneer dit middel niet meer wordt gebruikt.
Links
Time for CDC to Come Clean. Correspondence
newly obtained under the Freedom of Information Act raises troubling new questions about
CDC's role in the Thimerosal scandal. Thimerosal is the mercury-based vaccine preservative
that has been linked to epidemics of neurological disorders, including autism, in American
children born after 1989. Responding to scientific studies linking dangerous levels of
mercury to a range of health disorders, the CDC in July 1999 recommended that the nation's
vaccine makers eliminate Thimerosal as a preservative, "as soon as possible." http://www.huffingtonpost.com/robert-f-kennedy-jr/
Early Downward Trends in Neurodevelopmental
Disorders Following Removal of Thimerosal-Containing Vaccines
http://www.jpands.org/vol11no1/geier.pdf
Analysis of two independent government
databases shows that the alarming increase in reported cases of autism not only slowed but
actually reversed since thimerosal was removed from childhood vaccines, according to the
lead article in the spring 2006 issue of the Journal of American Physicians and Surgeons.
http://www.aapsonline.org/nod/newsofday265.php
Nederlanders leven iets gezonder
In 2005 is voor het eerst in jaren het
percentage volwassenen met overgewicht gedaald. Dit geldt zowel voor mannen als voor
vrouwen. Ook voldeden meer Nederlanders aan de norm voor gezond bewegen. Het percentage
rokers en zware alcoholgebruikers onder jongeren was in 2005 iets lager dan in vorige
jaren. Dit blijkt uit cijfers van het CBS.
Geen verdere toename van mensen met overgewicht
In 2005 is een eind gekomen aan de sinds
1981 gestage toename van het aantal volwassenen met overgewicht. Vorig jaar kampte 45
procent van de volwassenen met overgewicht. Dat is iets minder dan in de twee jaren
daarvoor. In 1981 was het percentage mensen met overgewicht 33 procent. Vooral bij de
jongvolwassenen in de leeftijdsgroep 20-35 jaar zijn in 2005 minder mensen met overgewicht
geteld. Bij de 55-plussers is het aandeel met overgewicht wel verder toegenomen. Bij een
op de tien volwassenen was in 2005 sprake van ernstig overgewicht. Dat is vrijwel evenveel
als in de voorgaande twee jaren.
Meer Nederlanders voldoen aan norm gezond
bewegen
Vorig jaar had 55 procent van de bevolking
van 12 jaar en ouder voldoende lichaamsbeweging volgens de Nederlandse Norm van Gezond
Bewegen. Dat is iets meer dan gemiddeld in de periode 2001-2004. Het percentage lag bij
jongeren van 12 tot 18 jaar beduidend lager dan gemiddeld. Slechts 33 procent van de
jongens en 22 procent van de meisjes voldeed aan de norm van gezond bewegen voor hun
leeftijdsgroep.
Minder rokers en zware drinkers onder
jongeren
Net als een jaar eerder rookte in 2005
bijna 30 procent van de personen van 12 jaar en ouder. Daarmee is het percentage rokers
niet verder gedaald. De dalende trend zette wel door onder jongeren, zowel bij meisjes als
jongens, van 12 tot 25 jaar. In 2005 rookte hiervan 23 procent, in 2004 was dat nog 25
procent. Onder personen van 25 jaar en ouder veranderde het percentage rokers nauwelijks.
De meeste rokers, ruim 35 procent, zijn te vinden in de leeftijdsgroep 25-44 jaar. Een op
de vijf personen van 12 jaar en ouder was geheelonthouder, terwijl 11 procent tot de zware
drinkers behoorde. Het merendeel van de zware drinkers is man. Het overmatige
alcoholgebruik was in 2005 procentueel iets lager dan in de voorgaande jaren. Vooral
jongeren van 12 tot 25 jaar zijn minder vaak zware drinker.
Bron: CBS.nl
Chemicaliën in het milieu spelen
volgens experts grotere rol bij kanker
Nieuw onderzoek van de universiteit van
Liverpool toont aan dat milieuverontreinigende stoffen zoals pesticiden een grotere rol
spelen bij het veroorzaken van kanker dan gedacht. Tot nu toe waren in eerdere studies
kankerverwekkende en hormoon verstorende chemicaliën (zoals in pesticides en plastic) in
kleine hoeveelheden geen echte belangrijke faktor bij het krijgen van kanker. Deze studie
toont echter aan dat babies en jonge kinderen wel degelijk een verhoogde kans lopen op
kanker door bijvoorbeeld dioxine in moedermelk en organochlorines in vlees en zuivel.
Meer
Dalende bloeddruk niet door
medicijnen volgens experts
Experts van de universiteit van Dundee (UK)
concluderen dat niet medicijnen er voor hebben gezorgd dat de bloeddruk bij de Engelse
bevolking is gedaald tussen 1980 en 2000. De bloeddruk daalt nog steeds in Westerse landen
maar het mechanisme daarachter is nog steeds niet duidelijk.
Meer
Gen ontdekt dat droge huid
veroorzaakt en tot astma en eczeem leidt
Experts van de universiteit van Dundee (UK)
hebben een gen ontdekt dat huidproblemen bij miljoenen mensen veroorzaakt. Samen met
onderzoekers uit Dublin, Glasgow, Seattle en Kopenhagen zijn zij tot de ontdekking dat dit
gen zorgt voor een droge huid wat uiteindelijk tot eczeem kan leiden evt gevolgd door
astma. Dit gen reguleert met name het eiwit filaggrin dat de vochthuishouding regelt van
de huid en het vocht binnenhoudt en andere organismes buitensluit.
Meer
Artsen en de farmacie
Geneesmiddelenfabrikanten zijn al jaren
opmerkelijk creatief bij het aan de man brengen van hun producten. Spiegeltjes en
kraaltjes ofwel presentjes en gratis vakanties raken uit de tijd.
De industrie pakt het tegenwoordig slimmer
aan. Zij betaalt artsen riante vergoedingen voor advieswerk, wetenschappelijk onderzoek en
nascholingsactiviteiten. Het valt op zijn minst te betwijfelen of deze artsen dan nog
onafhankelijk genoeg zijn om altijd de beste pillen voor te schrijven, ongeacht wie die
pillen maakt.
Ernstiger is dat fabrikanten zich ook
bemoeien met de behandelrichtlijnen van huisartsen en medisch specialisten. Die
protocollen zijn de vertaling van de jongste wetenschappelijke inzichten over de beste
behandelingen. Er staat in welke geneesmiddelen bij welke kwaal eerste keus zijn. Dat
biedt artsen houvast, en patiënten zekerheid dat hun behandelaar niet zomaar wat doet.
Als de industrie ergens geen greep op mag krijgen is het hierop. Zelfs de schijn van
belangenverstrengeling brengt deze richtlijnen in diskrediet.
Meer: http://www.trouw.nl/deverdieping/dossiers/article243112.ece/
Nieuwe wachttijdnormen voor
kankerpatiënten
Bestaande normen voor wachttijden in de
gezondheidszorg zijn niet toereikend voor
patiënten met een levensbedreigende ziekte als kanker. Lange wachttijden kunnen
de kans op genezing van kankerpatiënten verlagen en ze vergroten bovendien
de psychische belasting. De Signaleringscommissie Kanker van KWF
Kankerbestrijding heeft daarom striktere wachttijdnormen voor kankerpatiënten
opgesteld.
De kans op genezing bij kanker is groter
naarmate de tumor in een vroeger stadium wordt ontdekt en behandeld. Tijdens de wachttijd
kan een tumor groeien en zich verspreiden, waardoor de kans op genezing afneemt. Lange
wachttijden bij kankerpatiënten leiden bovendien tot stress en tot een verdere
achteruitgang van gezondheid, conditie en welzijn.
Treeknormen
Nederland kent sinds 2000 de zogenoemde Treeknormen. Deze normen geven voor niet-acute
aandoeningen de maximaal aanvaardbare wachttijd aan. De normen zijn echter gebaseerd op
maatschappelijke aanvaardbaarheid en houden geen rekening met medische urgentie. De
Treeknormen zijn daarom voor de kankerzorg niet toereikend. Dit stelt de werkgroep
'Wachtlijstenproblematiek' van de Signaleringscommissie Kanker in het Signalement 'Advies
inzake wachttijdnormen in de kankerzorg'. De werkgroep baseert haar advies onder meer op
literatuurstudie.
Nieuwe wachttijdnormen
De Signaleringscommissie stelt daarom striktere normen voor wachttijden in de kankerzorg
voor. Het gaat om normen voor wachttijden vanaf het ontdekken van de eerste symptomen die
op kanker kunnen wijzen tot de laatste behandeling. Deze normen moeten in de toekomst in
detail worden uitgewerkt per kankersoort en voor de verschillende stappen in de
diagnostiek en behandeling.
Om voor elkaar te krijgen dat de zorgsector
specifieke wachttijdnormen voor de kankerzorg gaat ontwikkelen, zal KWF Kankerbestrijding
het initiatief nemen tot een eerste overleg met de Nederlandse Federatie van
Kankerpatiëntenorganisaties en vertegenwoordigers van de medische beroepsgroepen. Verder
plaatsen we de normtijden met een toelichting op onze website www.kwfkankerbestrijding.nl
en zullen we informatie uit het Signalement vertalen naar praktisch gebruik voor
patiënten in de brochure 'In gesprek met je arts'.
Helft werknemers wil afvallen
Meer dan de helft van de werknemers in ons land zou wel willen afvallen, maar slechts een
minderheid ziet kans daar ook werkelijk iets voor te doen. Eén op de vijf mensen loopt
echt een gezondheidsrisico doordat hun vetpercentage hoger is dan goed voor hen is. Oudere
werknemers zijn gemiddeld fysiek fitter dan jongere collega's, met wie zij bovendien wat
minder goed kunnen opschieten.
Dit blijkt uit cijfers van LifeGuard, een
bedrijf dat sinds 2002 de gezondheid van
werknemers van een groot aantal Nederlandse organisaties en bedrijven onderzoekt.
LifeGuard brengt jaarlijks een overzicht van zijn bevindingen uit, en koppelt daaraan een
'BedrijfsGezondheidsIndex', een cijfer dat de gemiddelde gezondheid in bedrijven
aanduidt. In 2005 kwam dit cijfer opnieuw uit op 7.0, net als in 2004.
In de onderzoeken die LifeGuard uitvoert
bij werknemers komen meerdere aspecten van de gezondheid aan de orde: leefstijl,
werkbeleving, klachten aan houdings- en
bewegingsapparaat, psychische klachten, arbeidsvermogen en tot slot de fittest.
De gegevens over 2005 wijzen uit dat oudere werknemers relatief fysiek fitter zijn dan hun
jongere collega's. Wel zeggen zij vaker dan jongeren dat hun werk te weinig voldoening
geeft. Oudere werknemers hebben bovendien vaker klachten over de samenwerking met
collega's, met name met de jongeren.
Korte samenvatting LifeGuard
BedrijfsGezondheidsIndex 2005
Uit de LifeGuard gezondheidsonderzoeken van 2005 blijkt dat meer dan de helft van de
werknemers (57 procent) wil afvallen. Relatief gezien zijn dit iets vaker vrouwen (60
procent) dan mannen (55 procent). Maar: 'willen afvallen' is nog iets anders dan daar
iets voor over hebben. Slechts 12 procent van de vrouwen en 7 procent van de mannen die
zelf zeggen te willen afvallen, doen al het mogelijke om gezond te blijven. Eveneens een
meerderheid (van 47 procent) van de werknemers zou eigenlijk wel wat meer
willen bewegen. Ongeveer één op de vijf werknemers wil het liefst iets doen
aan voeding of stresshantering om de eigen gezondheid te verbeteren.
Fittest
Voor het samenstellen van de BedrijfsGezondheidsIndex neemt LifeGuard bij alle deelnemers
ook een fittest af. Deze test wordt op locatie afgenomen en geeft goede objectieve data.
- 18 procent van de deelnemers heeft een te
hoog vetpercentage. Dat is lager dan in 2004, toen was dit percentage 24 procent.
- 44 procent heeft een zeer stijve onderrug, dit is vergelijkbaar aan het percentage uit
2004 (46 procent)
- 33 procent heeft een te hoge bloeddruk en ook dat komt overeen met 2004, toen was dit
percentage 32 procent.
- bij 16 procent van de werknemers is de conditie zo slecht dat dit een risico voor hun
gezondheid vormt.
Werkbeleving
Liefst 94 procent van de werknemers geeft aan met plezier naar het werk te gaan (2003: 93
procent; 2004: 88 procent). 96 procent van de werknemers zegt te kunnen lachen met
collega's. 9 procent echter vindt het moeilijk om samen te werken met collega's en 3
procent heeft ernstige conflicten op het werk. Dit is vergelijkbaar met eerdere jaren.
36 procent van de werknemers werkt vaak of altijd onder tijdsdruk, 9 procent hiervan geeft
aan problemen te hebben met deze werkdruk.
Klachten aan houdings- en bewegingsapparaat
en psychische aandoeningen
45 procent van de werknemers geeft aan klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat
(2004: 47 procent) Van deze groep ondervindt ruim 42 procent klachten bij de uitvoering
van hun werk en 18 procent moet zelfs langzamer of anders werken als gevolg van
gezondheidsklachten. Klachten aan het houdings- en bewegingsapparaat hebben dus een
behoorlijke invloed op de productiviteit.
18 procent van de werknemers geeft aan te
kampen met psychische aandoeningen zoals
depressieve klachten, gespannenheid en slapeloosheid. Dat is gelijk aan het percentage in
2004.
De LifeGuard BedrijfsGezondheidsIndex
De BGI is opgebouwd uit verschillende onderdelen, onder andere uit metingen van het
mentaal en lichamelijk welbevinden van werknemers, leefstijl, werkbeleving (o.a. werkdruk,
samenwerking, leermogelijkheden, agressie, fysieke belasting) en arbeidsvermogen.
Daarnaast wordt de lichamelijke fitheid van werknemers gemeten en tellen feitelijke
cijfers zoals het ziekteverzuim mee.
Het principe van de
bedrijfsgezondheidsindex (BGI) is dat de gezondheid van de werknemers dé maat is voor de
gezondheid van elk bedrijf of organisatie als geheel.
Gezondheid wordt binnen de BGI opgevat als de toestand van het geestelijk, lichamelijk en
sociaal welbevinden van het individu in zijn totale context. Bij de beroepsbevolking maakt
de werkomgeving daarvan vanzelfsprekend een groot gedeelte uit.
LifeGuard publiceert jaarlijks de BGI en de
opvallendste resultaten van het voorgaande
jaar. Zij hoopt op die manier een trend te signaleren die gekoppeld kan worden aan
gemaakte inspanningen in de gezondheidszorg.
LifeGuard werkt onder andere voor
overheden, telecombedrijven, schoonmaakbedrijven,
callcenters, banken, distributiecentra, ziekenhuizen, stomerijen en ICT-bedrijven. De
onderzoeksgegevens die LifeGuard gebruikt voor het berekenen van de BGI representeren een
goede afspiegeling van de Nederlandse beroepsbevolking.
Het volledige onderzoeksverslag van de BGI
2005 is te vinden op www.LifeGuard.nl.
Hewlett-Packard bant gifstoffen
onder druk van Greenpeace
Computergigant Hewlett-Packard heeft
besloten geen schadelijke stoffen meer te gebruikenin haar producten. Het gaat om
schadelijke stoffen die moeilijk afbreekbaar zijn, zich ophopen in vetweefsel en vaak
hormoonverstorende eigenschappen hebben. HP maakte dit besluit bekend in haar 'Global
Citizens' rapport (1). Het besluit is tot stand gekomen onder druk van Greenpeace. De
milieuorganisatie hield diverse gesprekken met het elektronicaconcern en voerde wereldwijd
acties. In Nederland blokkeerde Greenpeace de hoofdingang van het concern met een muur van
oude HP-computers.
'HP is het zoveelste bedrijf dat zelf op
zoek gaat naar alternatieven voor schadelijke
stoffen en niet wacht op de nieuwe Europese chemicaliënwetgeving REACH (2)', zegt
Marietta Harjono, campagneleider giftige stoffen van Greenpeace Nederland. Eerdere
bedrijven in de elektronicasector die overstapten zijn LGE, Motorola, Nokia, Samsung,
Sony and Sony Ericsson. Ook in andere sectoren hebben veel concerns deze stap al gezet. De
bedrijven geven daarmee aan dat het heel goed mogelijk is om door innovatie
schadelijke stoffen te vervangen voor veilige stoffen (subsititutie). REACH is daarmee
niet iets van de toekomst, maar wordt nu al toegepast.
Helaas zijn lang niet alle bedrijven bereid
over te gaan op betere alternatieven. Daarom
eist Greenpeace van de politiek zich hard te maken voor een strenger Europees
chemicaliënbeleid met een verbod op de productie, het gebruik van schadelijke
stoffen en de verplichte vervanging van schadelijke stoffen. Een goede
chemicaliënwetgeving is belangrijk omdat schadelijke stoffen in mens en milieu
terechtkomen met grote risico's voor kwetsbare groepen zoals ongeboren kinderen.
Het door Nederland gesteunde voorstel voor
chemicaliënwetgeving dat de Europese raad
van ministers dit najaar op tafel heeft gelegd, is veel te slap. De ministers verwerpen
bijvoorbeeld het principe van het verplicht vervangen van schadelijke stoffen door
veilige alternatieven, terwijl het Europese parlement zich nog uitsprak
vóór dit principe. De raad verwacht dat de chemische industrie uit eigen
beweging alternatieven voor schadelijke chemische stoffen zoekt. Europese instanties
zullen daarmee toestemming blijven geven voor het gebruik van schadelijke stoffen, zelfs
wanneer er een veiliger alternatief voorhanden is. 'Bedrijven zoals HP laten zien dat
substitutie van schadelijke stoffen mogelijk is. Waar wacht de wetgever nu nog op? Alleen
met een strenge chemicaliënwetgeving zal de blootsteling van mens en milieu aan
schadelijke stoffen verdwijnen', zegt Marietta Harjono.
Het huidige REACH-voorstel gaat mede door
druk van Nederland goedkoper uitvallen voor
bedrijven. Dit werd eergisteren als een overwinning gepresenteerd bij de aftrap van een
landelijke voorlichtingscampagne van onder andere EZ en VROM over de nieuwe
chemicaliënwetgeving. Het milieu en onze gezondheid moeten echter de prijs betalen
voor deze goedkopere en minder strenge wetgeving. Hoopvol is het dat minister Brinkhorst
erkende dat milieuwetgeving tot innovatie bij bedrijven kan leiden. HP is daar het levende
voorbeeld van. Naast innovatie zijn er andere voordelen van een goede
REACH-wetgeving. Het zou de kosten voor bijvoorbeeld waterzuivering en gezondheidszorg
drastisch omlaag brengen.
In het najaar wordt er voor het laatst over
REACH gestemd, dit geeft Nederland de kans om alsnog voor het milieu én innovatie te
kiezen. Greenpeace eist dat Nederland zich
sterk maakt voor verplichte substitutie van schadelijke stoffen voor veilige
alternatieven.
Greenpeace: illegale verspreiding
van gentech-gewassen neemt wereldwijd toe
Genetisch gemanipuleerde gewassen
verspreiden zich steeds vaker illegaal in het milieu.
Dit blijkt uit een gezamenlijk rapport van Greenpeace en GeneWatch UK, die een volledig
overzicht hebben samengesteld over besmetting van normale gewassen met gentech-gewassen.
Niet eerder werd zo onomstotelijk vastgesteld dat gentech-besmettingen geen incidenten
zijn. Gentechnologie is onlosmakelijk verbonden met milieuschandalen.
In dit Contamination report zijn de
belangrijkste voorvallen opgenomen die verzameld zijn
in het online register van Greenpeace en GeneWatch UK. Dit zou wel eens het topje van de
ijsberg kunnen zijn. Er is tot dusverre geen officieel besmettingsregister, niet op
nationaal niveau, en niet wereldwijd, aldus Jeroen Scharroo van Greenpeace Nederland.
Zowel bedrijven als nationale regeringen houden de meeste voorvallen van besmetting
geheim onder het mom van vertrouwelijke bedrijfsinformatie.
Enkele van de meest verontrustende
voorvallen uit het rapport zijn:
- In de Verenigde Staten wordt varkensvlees van genetisch gemanipuleerde varkens illegaal
verkocht aan consumenten;
- In onder andere Duitsland en Nederland worden verschillende gentech-soorten lukraak met
elkaar gemengd, zelfs in belangrijke veldproeven;
- In Brazilië worden onwettige gentech-gewassen geteeld die het land zijn
binnengesmokkeld;
- Niet-goedgekeurde gentech-gewassen worden gemengd met voedsel, ook voor voedselhulp naar
onder andere Bolivia;
- In landen als de Verenigde Staten zijn normale gewassen besmet met genetisch
gemanipuleerde gewassen met farmaceutische bestanddelen.
Het rapport onthult 113 besmettingsgevallen
vanaf 1996, het jaar dat gentech-gewassen voor het eerst commercieel beschikbaar kwamen.
De voorvallen spelen wereldwijd, in 39 landen. In slechts de helft van deze gevallen is
het officieel toegestaan genetisch
gemanipuleerde gewassen te telen. Greenpeace vindt het zorgwekkend dat de frequentie van
de voorvallen toeneemt. Alleen al in 2005 speelden in elf landen besmettingsschandalen.
Besmetting komt zelfs voor in landen zoals Groot-Brittannië, waar belangrijke en
zogenaamd zorgvuldig gecontroleerde evaluaties van gentech-gewassen plaatsvinden.
Verder belicht het rapport uitgebreid de
fouten die zijn gemaakt rondom de maïssoort
Bt10. Vorig jaar bleek dat deze illegale gentech-maïs jarenlang geplant was in de
Verenigde Staten en van daaruit verspreid naar onder meer Europa en Japan. Het rapport
concludeert na een uitgebreide analyse dat herhaling van dergelijke besmettingen in de
toekomst nauwelijks is uit te sluiten.
Zoals blijkt uit het rapport is genetische
manipulatie oncontroleerbaar en onomkeerbaar.
De veiligheid van gentech voor mens en milieu is nog allerminst aangetoond. Greenpeace
voert dan ook campagne om verspreiding van genetisch gemanipuleerde gewassen in het
milieu te voorkomen.
Het Contamination Register is online
beschikbaar op www.gmcontaminationregister.org
Natalizumab zeer effectief maar
risicovol middel tegen multipele sclerose
Het moleculair antilichaam natalizumab is
een zeer effectief maar risicovol middel tegen multipele sclerose. Dit concluderen
neurowetenschappers van onder andere VU medisch centrum in drie artikelen in de New
England Journal of Medicine (NEJM) van deze week. Natalizumab bleek het aantal aanvallen
bij een specifieke groep MS-patiënten met tweederde te verminderen en de progressie van
de ziekte tegen te gaan. Bij de nu gangbare middelen interferon-beta en glatirameracetaat
worden de aanvallen bij een derde van de patiënten onderdrukt.
Vanwege deze vermoede effectiviteit was
natalizumab een jaar geleden onder de merknaam Tysabri door de Federal Drug Association
(FDA) in een spoedprocedure voor de Amerikaanse markt geregistreerd. Hierna hebben drie
patiënten progressieve multifocale leukencephalopathie (PML ) gekregen. Dit is een
zeldzame, vaak dodelijke virale aandoening in de hersenen. Vanwege het aangetoonde verband
tussen PML en het gebruik van Tysabri is de toediening van het middel destijds wereldwijd
stopgezet. Over het mechanisme dat aan dit ontstaan van PML ten grondslag ligt, is nog
onvoldoende inzicht verkregen.
In het eerste artikel wordt de werking van
Tysabri beschreven bij MS-patiënten die geen ander middel tegen MS gebruikten. De
controlegroep werd een placebo voorgeschreven. Het onderzoek vond plaats onder 942
patiënten uit 99 klinieken over de hele wereld. Tysabri bleek de hoeveelheid aanvallen
(exacerbaties) met 68% te verminderen. Uit interpretatie van de MRI-scans bleek dat ook de
MS-afwijkingen in de hersenen afnamen. De studie werd uitgevoerd onder leiding van
MS-deskundige
prof. dr. Chris Polman van VU medisch centrum.
In het tweede onderzoek werd de werking van
Tysabri onderzocht onder 1171 patiënten die het middel interferon-beta al gebruikten en
desondanks nog ziekte-activiteit hadden. 124 Klinieken namen wereldwijd deel aan de
studie. Uit het onderzoek bleek dat de combinatie van Tysabri en interferon-beta de
activiteit van de ziekte meer remt dan gebruik van interferon alleen.
In het derde onderzoek werden bloed en
hersenvocht onderzocht en hersenscans geïnterpreteerd van meer dan 3000 patiënten met MS
of auto-immuunaandoeningen als de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis die met Tysabri
waren behandeld. Dit onderzoek werd mede uitgevoerd door MRI-deskundige prof. dr. Frederik
Barkhof van VUmc. Er werden geen additionele gevallen van PML aangetoond, het onderzoek
leverde goede richtlijnen op voor monitoring van patiënten met MS aan wie Tysabri wordt
voorgeschreven en bood inzicht in het diagnosticeren van PML.
Multipele sclerose is een moeilijk te
behandelen progressieve neurologische aandoening. Het is een auto-immuunziekte van het
centraal zenuwstelsel, waarin de combinatie van ontsteking, demyelinisatie en axonale
schade leidt tot progressieve neurologische invaliditeit. Het is nog onduidelijk hoe
verdere registratie van Tysabri in Europa zal verlopen.
Bron: VU Medisch centrum
Fijnstofcijfers positief, maar
Europese regels nog overschreden'
PvdA-europarlementariër Dorette Corbey, in
het Europees Parlement rapporteur over luchtvervuiling, reageert positief op de vandaag
gepubliceerde fijnstofcijfers van het landelijke Milieu en Natuur Planbureau (MNP).
"De cijfers bevestigen het vorige week door Van Geel naar buiten gebrachte beeld dat
de lucht in Nederland schoner is dan werd aangenomen. Maar het is onzin om te denken dat
we er al zijn."
'Fijnstofcijfers positief, maar Europese
regels nog steeds overschreden'
Reactie PvdA-EP op fijnstofcijfers MNP
PvdA-europarlementariër Dorette Corbey, in
het Europees Parlement rapporteur over luchtvervuiling, reageert positief op de vandaag
gepubliceerde fijnstofcijfers van het landelijke Milieu en Natuur Planbureau (MNP).
"De cijfers bevestigen het vorige week door Van Geel naar buiten gebrachte beeld dat
de lucht in Nederland schoner is dan werd aangenomen. Maar het is onzin om te denken dat
we er al zijn."
De nieuwe meetgegevens van het MNP tonen
aan dat de concentraties fijnstof in grote delen van Nederland lager zijn dan eerder werd
aangenomen, waardoor het aantal knelpunten waar Nederland problemen ondervindt bij het
halen van de Europese normen voor luchtkwaliteit gehalveerd wordt. In stedelijke gebieden,
langs snelwegen en rond veestallen worden de Europese normen echter nog grootschalig
overschreden.
Ook de dramatische ziekte- en
sterftecijfers als gevolg van blootstelling aan fijnstof blijven volgens het MNP een bron
van zorg. Daarom stellen de cijfers Corbey niet gerust: "Fijnstof kost in Nederland
ieder jaar ongeveer 180.000 levensjaren, ofwel ongeveer 18.000 mensen die 10 jaar
voortijdig sterven. Er is dus geen reden de champagne te ontkurken."
Corbey wil dan ook dat er initiatieven
komen om de gevaren van luchtvervuiling Europees aan te pakken: "Nieuwe ambitieuze
Europese normen zijn nodig om dit grensoverschrijdende probleem op te lossen. In het
Europees Parlement maak ik me hier sterk voor. Europa heeft nu zwakkere normen voor
fijnstof dan de VS. Dit is onaanvaardbaar."
Het Europees Parlement beslist dit voorjaar
over de invoering van een nieuwe norm voor fijnstof. Corbey wil hierbij hoog inzetten
omdat de gezondheidswinst de kosten ruimschoots overtreft . Daarnaast wil de
PvdA-europarlementariër dat Nederland de mogelijkheid krijgt om roetfilters voor
dieselauto's verplicht te stellen. Roetdeeltjes behoren tot de meest schadelijke binnen de
cocktail van fijne stofdeeltjes.
Nederlandse jeugd snel steeds
dikker
Nederlandse kinderen zijn de afgelopen jaren beduidend dikker geworden. Ook worden ze op
steeds jongere leeftijd te dik. Dit blijkt uit onderzoek van TNO Kwaliteit van Leven en
het VUmc onder meer dan 80.000 schoolkinderen. Gemiddeld is veertien procent van de
jongens en zeventien procent van de meisjes te dik. Op sommige leeftijden is het
percentage kinderen dat te dik is verdubbeld ten opzichte van eerdere metingen in 1997.
Het percentage kinderen dat veel te dik is (obesitas), is op sommige leeftijden zelfs
verdriedubbeld.
TNO Kwaliteit van Leven en het Kenniscentrum Overgewicht van het VUmc hebben in opdracht
van het Ministerie van VWS van 2002 tot 2004 gegevens verzameld van meer dan 80.000
kinderen in de leeftijd van vier tot vijftien jaar. Het gewicht en de lengte van de
kinderen zijn vergeleken met de cijfers van de Vierde Landelijke Groeistudie uit 1997.
Snelle stijging verontrustend
Het percentage van de kinderen dat overgewicht of obesitas heeft, neemt snel toe. Had in
1980 bijvoorbeeld 1 op de 15 negenjarige meisjes overgewicht, in 1997 was dit al 1 op 7.
In de zes jaar daarna is dit verder toegenomen en heeft 1 op 4 negenjarige meisjes
overgewicht. Met name de toename van het percentage kinderen met obesitas is
verontrustend, vindt Hoogleraar Jeugdgezondheidszorg Prof.dr. Remy HiraSing, één van
onderzoekers en verbonden aan TNO en het VUmc. Deze kinderen lopen een groter risico op
het krijgen van ouderdoms-diabetes en hart- en vaatziekten. Hij raadt aan aparte
interventieprogrammas voor jongens en meisjes te ontwikkelen, aangezien veel meer meisjes
dan jongens op jongere leeftijd te zwaar worden. Ook pleit hij voor een uniforme
landelijke registratie door de Jeugdgezondheidszorg aan de hand van ontwikkelde
standaarden van de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid.
Medicijn tegen botontkalking lijkt
marketingtruc
Patiënt is duur uit met nieuw
combinatiemedicijn
Afgelopen december lanceerde MSD een nieuw
combinatiemedicijn met vitamine D voor de behandeling van osteoporose. Het nieuwe middel,
met de naam Fosavance, lijkt een marketingtruc die de gemeenschap én de individuele
patiënt op kosten jaagt. De dosis vitamine D is te gering om fracturen te kunnen
voorkomen, zo meldt het tijdschrift Ortho vandaag.
Geneesmiddelenfabrikant MSD, de Nederlandse dochter van farmagigant Merck & Co,
verdiende de afgelopen jaren veel geld met alendroninezuur (Fosamax). Dit populaire middel
om osteoporose te bestrijden en te voorkomen behoorde jarenlang tot de onbetwiste toppers
van Merck. In 2000 ging wereldwijd voor 1,8 miljard euro aan Fosamax over de toonbank. In
ons land bedroeg de omzet in 2004 nog 36 miljoen euro.
Inmiddels mag alendroninezuur in verschillende landen ook als (goedkoop) generiek middel
worden verkocht, waaronder Nederland. Dit gaat niet zonder slag of stoot. Zo voert MSD
rechtzaken tegen een producent van generiek alendroninezuur. Afgelopen december probeerde
MSD haar marktpositie te verstevigen met de lancering van Fosavance: een combinatie van
alendroninezuur en vitamine D. De hoeveelheid vitamine D in Fosavance komt overeen met een
dagdosis van 400 internationale eenheden (IE). Sindsdien wordt uitgebreid campagne gevoerd
om de trouwe voorschrijvers van alendroninezuur te laten overstappen op het nieuwe
Fosavance.
De patiënt lijkt hier echter niet bij gebaat. Een combinatie van alendroninezuur met
vitamine D kan goedkoper én effectiever. Goedkoper door generiek alendroninezuur voor te
schrijven en effectiever door dit te combineren met een hogere dosis vitamine D. Volgens
Nederlandse deskundigen en Amerikaanse onderzoekers van de gerenommeerde Harvard
University leidt een dagdosis van 400 IE niet tot minder osteoporotische fracturen. Dit
effect is wel overtuigend aangetoond voor een dubbele dagdosis (700-800 IE).
Hoge kosten
Fosavance jaagt niet alleen de collectieve kosten op, maar kan ook negatieve gevolgen
hebben voor het individuele bestedingspatroon. Met Fosavance is de no-claim van de
basisverzekering ( 255,-) eerder besteed dan met generiek alendroninezuur in
combinatie met een effectieve dagdosis van 800 IE vitamine D (drie keer per jaar 100.000
IE). MSD bestrijdt in een reactie dat sprake is van een marketingtruc. Zo zou het bedrijf
al ruim voordat generiek alendroninezuur op de markt kwam, zijn gestart met de
ontwikkeling van Fosavance. Ook zou MSD nooit hebben gesteld "dat vitamine D in
Fosavance fracturen reduceert". Deze uitlating staat echter haaks op het persbericht
dat MSD eind december liet uitgaan en waarin wordt gemeld dat met Fosavance nu een
medicijn beschikbaar is "om fracturen van de heup en de wervelkolom te voorkomen met
een wekelijkse dosis vitamine D in één tablet".
Belangstellenden kunnen het nieuwe nummer
van Ortho bestellen via www.ortho.nl.
Bewegend beeldscherm uitvinding die
RSI moet bestrijden
De TU Delft heeft in samenwerking met
onafhankelijke onderzoekers een innovatieve
beeldschermarm onderzocht. Deze techniek is een Nederlandse ontwikkeling en vermindert de
klachten als gevolg van langdurige statische nekbelasting bij beeldschermwerk.
Een door een elekromotor aangedreven
mechanisme zorgt ervoor dat het beeldscherm een continue heen en weer gaande draaiing van
ongeveer 2 graden maakt. Als gevolg hiervan zal de persoon die achter het beeldscherm
werkzaam is het hoofd duidelijk meer gaan bewegen tijdens het uitvoeren van
beeldschermtaken, dan zonder deze uitvinding, zoals blijkt uit dit pilot-onderzoek. Meer
bewegen zal RSI-klachten vermoedelijk doen verminderen en het gebruik werd door de
proefpersonen bovendien als zeer prettig ervaren.
De Kinetic-xs zal op de ARBO-beurs, die op
8 en 9 maart in de RAI wordt gehouden, als
nieuwe uitvinding voor een gezondere beeldschermwerkplek worden gepresenteerd.
UMCG start spreekuur voor slechte
adem
Patiënten met een slechte adem (halitose)
kunnen binnenkort terecht op een speciaal spreekuur bij de Polikliniek Tandheelkunde en
Mondzorgkunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Hier kunnen zij aan de hand
van een vragenlijst, mondonderzoek en eventueel bacteriologisch onderzoek van de tong, de
oorzaak van de halitose laten vaststellen en behandelen. Het halitosespreekuur start in
maart 2006 en is zonder verwijsbrief van de tandarts toegankelijk.
Halitose is een serieuze aandoening die in
meer dan één opzicht het leven van een patiënt negatief kan beïnvloeden. Mensen in de
omgeving van een persoon met halitose hebben vaak grote problemen met de slechte adem,
waardoor zij de persoon in kwestie mijden. Patiënten met halitose lijden dan ook vaak aan
een grote mate van onzekerheid en sociale isolatie.
Een veel voorkomende en min of meer
geaccepteerde vorm van halitose wordt veroorzaakt door roken, alcoholgebruik of het eten
van sterk gekruid voedsel. Daarnaast heeft vrijwel iedereen s ochtends last van
halitose, veroorzaakt door de lage speekselproductie tijdens de slaap en de afbraak van
zwavelhoudende eiwitten in de mond. Een andere vorm van halitose is pathologische
halitose, veroorzaakt door een stoornis in de stofwisseling van de nieren of de lever. Ook
infecties en kwaadaardige aandoeningen van de luchtwegen dragen bij aan de geur van de
adem.
Tongcoating
Echter, bij meer dan negentig procent van de patiënten met een slechte adem ligt de
oorzaak in de mond (orale halitose) en niet in de maag, zoals vaak wordt gedacht. Orale
halitose ontstaat door bacteriële tandplak bij tandvleesontsteking of bacteriële plak op
de tongrug (tongcoating).
In de mond komen bacteriën voor die sterk ruikende gassen produceren zoals
zwavelwaterstof (rotte eierengeur) en methylmercaptaan. Onder bepaalde condities zijn de
aantallen bacteriën sterk verhoogd. Hierdoor neemt ook de hoeveelheid sterk ruikende
gassen toe, die mensen in de omgeving kunnen waarnemen.
Orale halitose wordt onder andere
vastgesteld door de ademgassen te analyseren met behulp van diverse apparaten en is goed
te behandelen. De behandeling bestaat - afhankelijk van de oorzaak - uit een goede
mondhygiëne en professionele gebitsreiniging en/of een combinatie van het gebruik van een
tongschraper en een gorgelmiddel.
DNA pil ontmaskerd
Op de site van Boemerang van de KRO stond
deze oproep mbt de DNA afslankpil
De Polite Haaglanden roept gedupeerden op
om aangifte te doen van oplichting. Zij kunnen aangifte doen bij een politiebureau in de
buurt. De bovenregionale recherche wordt pas ingeschakeld als er voldoende aangiften zijn
gedaan
NVI tekent contract voor vaccins
grieppandemie
Het Nederlands Vaccin Instituut (NVI) heeft
vandaag in opdracht van VWS een contract getekend voor de levering van vaccins tijdens een
grieppandemie.
Pas als bekend is welk virus de pandemie
veroorzaakt kan een vaccin gemaakt worden. Dat duurt gemiddeld zes maanden. Het contract
met het bedrijf Solvay Pharmaceuticals B.V garandeert dat er daarna binnen acht weken
voldoende vaccins beschikbaar zijn voor de hele Nederlandse bevolking voor het geval er
een grieppandemie uitbreekt.
VWS bereidt zich goed voor op de mogelijke
uitbraak van een pandemie. Naast het contract voor vaccin, heeft minister Hoogervorst
vorig jaar 5 miljoen kuren antivirale middelen besteld. Er liggen draaiboeken klaar die
aangeven hoe de zorg wordt georganiseerd tijdens een pandemie.
Natalizumab zeer effectief maar
risicovol middel tegen multipele sclerose
Het moleculair antilichaam natalizumab is
een zeer effectief maar risicovol middel tegen multipele sclerose. Dit concluderen
neurowetenschappers van onder andere VU medisch centrum in drie artikelen in de New
England Journal of Medicine (NEJM) van deze week. Natalizumab bleek het aantal aanvallen
bij een specifieke groep MS-patiënten met tweederde te verminderen en de progressie van
de ziekte tegen te gaan. Bij de nu gangbare middelen interferon-beta en glatirameracetaat
worden de aanvallen bij een derde van de patiënten onderdrukt.
Vanwege deze vermoede effectiviteit was
natalizumab een jaar geleden onder de merknaam Tysabri door de Federal Drug Association
(FDA) in een spoedprocedure voor de Amerikaanse markt geregistreerd. Hierna hebben drie
patiënten progressieve multifocale leukencephalopathie (PML ) gekregen. Dit is een
zeldzame, vaak dodelijke virale aandoening in de hersenen. Vanwege het aangetoonde verband
tussen PML en het gebruik van Tysabri is de toediening van het middel destijds wereldwijd
stopgezet. Over het mechanisme dat aan dit ontstaan van PML ten grondslag ligt, is nog
onvoldoende inzicht verkregen.
In het eerste artikel wordt de werking van
Tysabri beschreven bij MS-patiënten die geen ander middel tegen MS gebruikten. De
controlegroep werd een placebo voorgeschreven. Het onderzoek vond plaats onder 942
patiënten uit 99 klinieken over de hele wereld. Tysabri bleek de hoeveelheid aanvallen
(exacerbaties) met 68% te verminderen. Uit interpretatie van de MRI-scans bleek dat ook de
MS-afwijkingen in de hersenen afnamen. De studie werd uitgevoerd onder leiding van
MS-deskundige
prof. dr. Chris Polman van VU medisch centrum.
In het tweede onderzoek werd de werking van
Tysabri onderzocht onder 1171 patiënten die het middel interferon-beta al gebruikten en
desondanks nog ziekte-activiteit hadden. 124 Klinieken namen wereldwijd deel aan de
studie. Uit het onderzoek bleek dat de combinatie van Tysabri en interferon-beta de
activiteit van de ziekte meer remt dan gebruik van interferon alleen.
In het derde onderzoek werden bloed en
hersenvocht onderzocht en hersenscans geïnterpreteerd van meer dan 3000 patiënten met MS
of auto-immuunaandoeningen als de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis die met Tysabri
waren behandeld. Dit onderzoek werd mede uitgevoerd door MRI-deskundige prof. dr. Frederik
Barkhof van VUmc. Er werden geen additionele gevallen van PML aangetoond, het onderzoek
leverde goede richtlijnen op voor monitoring van patiënten met MS aan wie Tysabri wordt
voorgeschreven en bood inzicht in het diagnosticeren van PML.
Multipele sclerose is een moeilijk te
behandelen progressieve neurologische aandoening. Het is een auto-immuunziekte van het
centraal zenuwstelsel, waarin de combinatie van ontsteking, demyelinisatie en axonale
schade leidt tot progressieve neurologische invaliditeit. Het is nog onduidelijk hoe
verdere registratie van Tysabri in Europa zal verlopen.
Omvang fijnstofprobleem kleiner dan
eerder aangenomen
Er zijn sterke aanwijzingen dat de huidige
fijnstofconcentratie in Nederland 10-15% lager
is dan eerder werd aangenomen. De laatste jaren worden lagere concentraties gemeten, maar
de Europese norm wordt in steden en langs snelwegen nog steeds overschreden.
Mede doordat de emissies verder dalen,
halveert het aantal knelpunten waar in 2010 de
Europese norm nog wordt overschreden ruim ten opzichte van de eerdere inzichten. Het
aantal knelpunten neemt relatief sterk af doordat op veel locaties de
fijnstofconcentratie net boven de norm lag. De gezondheidseffecten door fijn stof
veranderen nauwelijks door deze nieuwe inzichten. Dit concludeert het Milieu- en
Natuurplanbureau (MNP) in een rapport over nieuwe inzichten in de omvang van de
fijnstofproblematiek.
Achtergrond
Het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP)
brengt jaarlijks de actuele en toekomstige
concentratieniveaus van fijn stof in kaart. Deze kaarten geven het grootschalige
achtergrondniveau van fijn stof weer en zijn gebaseerd op zowel metingen als
modelberekeningen. De fijnstofmetingen van het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (dat
wordt beheerd door het RIVM) vertonen de afgelopen twee jaren in de landelijke omgeving
een relatief sterke concentratiedaling van circa 15%. De oorzaak van deze daling is nog
niet met zekerheid vastgesteld. Wel is duidelijk dat de daling niet volledig kan worden
verklaard uit de verandering in weersomstandigheden of de verandering van de emissie van
fijn stof in binnen- of buitenland.
Overige conclusies
De belangrijkste vermindering van het
aantal knelpunten ten opzichte van de eerdere
inzichten zijn te vinden in het landelijk gebied in zuidelijk Nederland en met name
Noord-Brabant. In 2010 liggen de resterende knelpunten vooral in de grote steden in de
Randstad en zuidelijk Nederland, en langs een aantal drukke snelwegen.
De effectiviteit van het tot nu toe gevoerde nationale beleid (Prinsjesdagpakket Aanpak
Luchtkwaliteit) blijft, zeker wat betreft het verkeersgerichte deel, even kosteneffectief
als eerder werd aangegeven. Momenteel wordt de Europese norm nog op grote schaal
overschreden. Het oorspronkelijke beeld was dat dit in de komende 20 jaar nauwelijks zou
veranderen. Deze verwachting is nu bijgesteld: realisatie van de Europese norm komt eerder
binnen bereik. Met extra lokaal, nationaal en Europees beleid kan het fijnstofprobleem
tegen 2015 zijn opgelost.
Een samenvatting van de resultaten en de
belangrijkste oorzaken van de verschillen ten
opzichte van de eerdere inzichten zijn beschreven in een korte MNP-rapportage die vandaag
via de website (www.mnp.nl) is gepubliceerd. Een volledig rapport met uitgebreide
berekeningen en gevoeligheidsanalyses zal binnenkort naar buiten worden gebracht.
GGD-en pakken overgewicht jeugd aan
Voorkomen van overgewicht heeft een hoge
prioriteit bij GGD-en. Alle kinderen worden
regelmatig gecontroleerd door de schoolartsen van de GGD. Tijdens deze controle is het
gewicht een belangrijk onderwerp. Nu al lopen bij veel GGD-en lokale projecten ter
voorkoming van overgewicht. Het voorkomen van overgewicht bij jeugd is één
van de belangrijkste taken van GGD-en. Nu en in de komende jaren, aldus Trudy Prins,
directeur van GGD Nederland.
Uit het TNO-onderzoek onder 80.000 kinderen
blijkt dat gemiddeld 14 procent van de jongens en 17 procent van de meisjes te dik is. Op
sommige leeftijden is het percentage kinderen dat te dik is ver(drie)dubbeld ten opzichte
van eerdere metingen in 1997.
Dat het voorkomen van overgewicht bij
kinderen een hoge prioriteit heeft voor GGD-en,
blijkt onder meer uit het grote aantal lokale projecten voor het voorkomen van
overgewicht. Zo is GGD Gelre IJssel eind 2005 gestart met het project Okido(Overgewicht
bij Kinderen In De Ontwikkeling) en een project overgewicht: cursus evenwicht en GGD
Rotterdam voert het gemeentelijke Actieprogramma Voeding en Beweging uit. De themas gezond
eten en meer bewegen staan daarbij steeds centraal.
Alle GGD-en registeren van alle kinderen
die zij zien lengte en gewicht. Deze standaard
vraagstelling maakt deel uit van de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheidszorg. GGD
Nederland zal in deze monitor volgend jaar standaardvragen ontwikkelen om te
inventariseren welke interventies worden gedaan bij kinderen met overgewicht. In
2006/2007 zal GGD Nederland werkafspraken ontwikkelen met alle bij de
jeugdgezondheidszorg betrokken organisaties voor de vroegtijdige signalering en aanpak
van overgewicht bij jongeren.
De GGD-en voeren in opdracht van de
gemeenten en in samenwerking met de
thuiszorgorganisaties de Nederlandse jeugdgezondheidszorg uit. Vrijwel iedere jeugdige
tussen de 0-19 jaar wordt door de GGD of thuiszorgorganisatie gezien. Naast overgewicht en
diabetes zijn psychosociale problematiek en het breed inzetten van het Elektronisch
Kinddossier de belangrijkste speerpunten binnen het jeugdgezondheidszorgbeleid van GGD
Nederland in 2006 en 2007.
GGD Nederland is de landelijke vereniging
voor de 36 GGD'en. De GGD-en voeren in opdracht van hun gemeenten taken uit in de openbare
gezondheidszorg voor alle inwoners van Nederland. GGD Nederland ondersteunt die
werkzaamheden door collectieve belangenbehartiging van de GGD'en, het bieden van een
platform voor (beleids)afstemming voor de GGD'en onderling en het verwerven en uitvoeren
van projecten ter ondersteuning van GGD'en.
Nederlandse jeugd steeds sneller
steeds dikker
1 op 4 negenjarige meisjes heeft
overgewicht
Nederlandse kinderen zijn de afgelopen
jaren beduidend dikker geworden. Ook worden ze op steeds jongere leeftijd te dik. Dit
blijkt uit onderzoek van TNO uit Leiden en het VUmc onder meer dan 80.000 schoolkinderen.
Gemiddeld is veertien procent van de jongens en zeventien procent van de meisjes te dik.
Op sommige leeftijden is het percentage kinderen dat te dik is verdubbeld ten opzichte van
eerdere metingen in 1997. Het percentage kinderen dat veel te dik is (obesitas), is op
sommige leeftijden zelfs verdriedubbeld.
TNO en het Kenniscentrum Overgewicht van
het VUmc hebben in opdracht van het Ministerie van VWS van 2002 tot 2004 gegevens
verzameld van meer dan 80.000 kinderen in de leeftijd van vier tot vijftien jaar. Het
gewicht en de lengte van de kinderen zijn vergeleken met de cijfers van de Vierde
Landelijke Groeistudie uit 1997.
Snelle stijging verontrustend
Het percentage van de kinderen dat overgewicht of obesitas heeft, neemt snel toe. Had in
1980 bijvoorbeeld 1 op de 15 negenjarige meisjes overgewicht, in 1997 was dit al 1 op 7.
In de zes jaar daarna is dit verder toegenomen en heeft 1 op 4 negenjarige meisjes
overgewicht. Met name de toename van het percentage kinderen met obesitas is
verontrustend, vindt Hoogleraar Jeugdgezondheidszorg Prof.dr. Remy HiraSing, een van
onderzoekers en verbonden aan TNO en het VUmc. Deze kinderen lopen een groter risico op
het krijgen van ouderdoms-diabetes en hart- en vaatziekten. Hij raadt aan aparte
interventieprogramma's voor jongens en meisjes te ontwikkelen, aangezien veel meer
meisjes dan jongens op jongere leeftijd te zwaar worden. Ook pleit hij voor een uniforme
landelijke registratie door de Jeugdgezondheidszorg aan de hand van ontwikkelde
standaarden van de Lokale en Nationale Monitor Jeugdgezondheid.
Lees de samenvatting van de belangrijkste
resultaten of download het volledige rapport.
www.tno.nl/overgewicht
Internationaal
Enzastaurin Study Enrolling
Patients with Glioblastoma
One of the deadliest and rarest forms of
cancer is the focus of a Phase III study
initiated by Eli Lilly and Company today. Enzastaurin, an investigational, targeted, oral
agent, will be evaluated at more than 100 sites worldwide for the treatment of relapsed
glioblastoma multiforme (GBM), an aggressive and malignant form of brain cancer.
"Glioblastoma is a devastating disease
for patients often slowly impacting their
cognitive thinking and emotional responses," said Richard Gaynor, M.D., vice
president,
cancer research and global oncology platform leader for Eli Lilly and Company.
"Through
its distinct mechanism of action, preclinical studies suggest that enzastaurin attacks
the tumor in multiple ways. While there have been some recent advances in treating this
devastating disease, survival rates are still low. Enzastaurin is a promising agent, and
we look forward to further investigating its ability to treat this disease."
The enzastaurin glioblastoma Phase III
trial (STEERING - Study Evaluating Enzastaurin
in Recurrent Glioblastoma) is a randomized, open label registration study in recurrent
GBM, which will compare the efficacy, safety and tolerability of enzastaurin, taken
orally, versus CeeNU(R) (lomustine[CCNU]), a common oral chemotherapy used to treat this
disease. Dr. Howard Fine, chief of Neuro-Oncology at the National Cancer Institute, will
be the principal investigator for this study that will enroll 397 patients. The primary
endpoints of this study will be progression-free survival and overall survival. In this
study, Lilly will analyze tissue samples to identify potential biomarkers as a basis for
correlating patient response to clinical trial outcomes. More details on the study design
and information on global recruitment sites may be found at www.clinicaltrials.gov ,
www.lillytrials.com or by calling +1-877-CTLilly (+1-877-285-4559).
Enzastaurin is an oral serine-threonine
kinase inhibitor that is designed to suppress
tumor growth through multiple mechanisms. Preclinical data indicate it may reduce the
cell's ability to reproduce (cell proliferation), increase the natural death of the tumor
cells (apoptosis), and inhibit tumor-induced blood supply (angiogenesis). Enzastaurin has
been shown to inhibit signaling through the PKC-B and PI3K/AKT pathways. These pathways
have been shown to be activated in a wide variety of cancers. In addition to
glioblastoma, enzastaurin is also being studied in multiple other tumor types, including
non-Hodgkin's lymphoma, colorectal cancer, non-small cell lung cancer, pancreatic cancer,
and mantle cell lymphoma.
Orphan Drug Status
Enzastaurin has been granted orphan drug
designation by the European Agency for the
Evaluation of Medicinal Products (EMEA) and by the United States Food and Drug
Administration's Office for Orphan Products Development for the treatment of
glioblastoma.
Glioblastoma
Glioblastoma is the most aggressive and
malignant form of glioma, a type of primary
brain cancer. In the early stages, glioblastoma tumors often grow quickly and without
symptoms, becoming quite large before signs of altered brain function arise. Surgery is
generally the first line of treatment, followed by radiation and/or chemotherapy.
Although primary treatment is often successful in temporarily stopping the progression of
the tumor, glioblastomas almost always recur and survival rates remain low.