gezondheidsnieuws - gezonde voeding - het geheim om af te vallen en een betere weerstand te krijgen


logo.jpg (7231 bytes)

Terug naar het hoofdmenu

Google

Kool maakt na snijden extra gezondheidsstoffen

Kool 'denkt' dat mes insect is

Het industriële snijden van koolsoorten als broccoli, spruitjes, witte en rodekool tot panklare producten blijkt de aanmaak van gezondheidsbeschermende stoffen in deze groenten te bevorderen. Onderzoekers van Wageningen Universiteit constateren dat de gehaltes van sommige zgn. glucosinolaten één of twee dagen na het snijden aanzienlijk zijn toegenomen.

Na het snijden tot reepjes van enkele millimeters dik of tot kleine roosjes, zoals bij broccoli, blijven de gehaltes aan de glucosinolaten aanvankelijk veelal gelijk. Maar deze nemen na een dag sterk toe, zo stellen de levensmiddelentechnologen Ruud Verkerk en Matthijs Dekker van Wageningen Universiteit vast. Na twee dagen is bij sommige koolsoorten de aanvankelijke hoeveelheid glucosinolaten verdubbeld en voor sommige glucosinolaten zelfs vertienvoudigd. Matthijs Dekker: "We vermoeden dat het snijden van de groente voor de plant lijkt op insectenvraat. Hierdoor gaat de plant, net als in de natuur, extra glucosinolaten aanmaken voor bescherming van zichzelf". Uit onderzoek naar glucosinolaten blijkt ook dat de verschillende koolrassen en soorten in ongesneden vorm een variatie van meer dan honderdvoud in de gehaltes glucosinolaten laten zien.

Glucosinolaten zijn een verzamelnaam voor zwavelhoudende stoffen in planten van de familie van de kruisbloemigen. De stoffen hebben bij proefdieren laten zien dat ze aanzienlijke bescherming kunnen bieden tegen het ontstaan van kanker Bij humane studies is aangetoond dat deze stoffen het natuurlijke ontgiftingssysteem van het lichaam kunnen versterken, wat ook voor de mens een zekere mate van bescherming kan bieden tegen ouderdomsziekten. Maar er zijn ook nog andere werkingsmechanismen gepubliceerd waarlangs deze bescherming mogelijk plaatsvindt.

De industriële verwerking van groente kan bestaan uit milde behandelingen zoals het wassen, snijden en verpakken van de groente. Snijden van kool heeft dus een gunstig effect op de gehaltes glucosinolaten. De meeste industriële processen waarbij hitte wordt gebruikt geven echter verliezen van glucosinolaten. Bij conserveren tot groente in blik en pot blijkt het grootste gedeelte van deze stoffen afgebroken te worden. Bij mildere verhittingsstappen zoals blancheren voordat de groente ingevroren wordt, blijft het grootste deel van de glucosinolaten wel intact.

Ook de consument thuis bepaalt hoeveel van de gezonde stofjes er uiteindelijk in het voedsel op het bord terechtkomen. Bij koken kunnen de stoffen voor een groot deel uitlekken in het kookvocht. Lang koken met veel water geeft dan ook de meeste verliezen. Kort koken of koken in de magnetron zonder of met weinig water geeft het beste behoud", zeggen de onderzoekers.

Naast de bekende vitaminen, mineralen en vezels in groente en fruit zijn er nog vele andere stoffen waarvan aangenomen wordt dat ze een beschermend effect hebben op de menselijke gezondheid. Veel van dergelijke bio-actieve stoffen zoals flavonoïden, carotenoïden en glucosinolaten worden momenteel onderzocht. Hoewel er vele componenten zijn die in het laboratorium en bij proefdieren interessante resultaten laten zien, is bij mensen nog niet onomstotelijk vastgesteld welke componenten nu het meeste effect hebben bij het verkleinen van de kans op ouderdomsziekten als kanker en hart- en vaatziekten.

De kwaliteit van groente en fruit zoals we die in de winkel aantreffen is vooral gericht op een lange houdbaarheid, een mooi uiterlijk en een goede smaak. "Bij de supermarkt of groenteboer kan de consument wel kiezen welk ras appels of peren men koopt, maar bij de aankoop van groente heeft men deze keuzemogelijkheid niet", aldus Dekker.

Het ontwikkelen van nieuwe groenterassen en nieuwe producten met een betrouwbaar en optimaal gehalte aan gezondheidsbeschermende stoffen kan een belangrijke bijdrage leveren aan zowel het onderzoek naar de gezondheidseffecten als aan de gezondheid van de consument. Hierbij is het wel belangrijk dat de consument ook goede informatie krijgt over de optimale bereidingswijze van de producten. Ook betrouwbare informatie over de gezondheidsbeschermende werking is essentieel om de consumenten te beschermen tegen al te hoge verwachtingen, zo waarschuwen de Wageningse onderzoekers. "Het blijven kansen op ernstige ziekten, die weliswaar behoorlijk kleiner te maken zijn met goede voeding, maar een volledige bescherming zal niet haalbaar zijn."


Universiteit Leiden zoekt kinderen voor hersenonderzoek

Eveline Crone start in augustus aan de Universiteit Leiden een onderzoek naar hoe hersenen zich ontwikkelen bij opgroeiende kinderen. Ze zoekt 200 kinderen tussen 8 en 18 jaar uit Leiden en omgeving die haar hierbij willen helpen.

Eveline Crone
Eveline Crone Eveline Crone is psychologe en ze is vooral geïnteresseerd in het voorste deel van de hersenen. Daar worden allerlei denktaken, maar ook de emoties geregeld. Tot nu toe heeft nog niemand in kaart gebracht hoe dit gebied zich bij opgroeiende kinderen ontwikkelt. Crone vermoedt dat het emotionele deel ervan pas vrij laat volgroeid is. Dit deel verwerkt signalen die het lichaam afgeeft bij risicovolle beslissingen, dat zijn beslissingen die stress veroorzaken, bijvoorbeeld als kinderen moeten kiezen tussen één koekje nu of drie koekjes morgen.
Signalen die worden opgeroepen door zulke beslissingen zijn bijvoorbeeld een vertraagde hartslag, zweten en een snellere ademhaling. Kinderen voelen deze signalen wel, maar ze laten ze geen rol spelen bij de keuze die ze maken . Ze zijn daardoor eerder geneigd om keuzes te maken die ongunstig zijn voor de lange termijn. Ze gaan bijvoorbeeld roken omdat ze daarmee scoren bij hun vrienden. Voor de gevolgen op lange termijn een nicotineverslaving - zijn ze blind.

'Ik wil er alles aan doen om het onderzoek voor de kinderen zo leuk en leerzaam mogelijk te maken, vertelt Eveline Crone. Ik maak een website waarop ze van tevoren al kunnen zien wat we precies gaan doen. En na afloop krijgen ze een foto van hun eigen hersenen mee. De kinderen moeten taakjes uitvoeren op de computer. Ze krijgen bijvoorbeeld getallen te zien en moeten raden of het volgende getal hoger of lager is. Tijdens het onderzoek liggen ze met hun hoofd in een hersenscanner, zodat de onderzoekers kunnen zien

Onderzoek
Crone en Amerikaanse collegas geven
kinderen uitleg over hun onderzoek
welke delen van hun hersenen bij een bepaalde taak in actie komen. Tegelijkertijd worden hun hartslag, hun ademhaling en hun zweetproductie gemeten.

Al die apparaten zijn best spannend voor ze en daarom bouwen we een soort oefenscanner, vertelt de onderzoekster. Deze ziet er precies hetzelfde uit als de echte scanner, alleen werkt hij niet echt. De kinderen mogen ermee spelen, zodat ze kunnen wennen aan de bewegingen en geluiden die het apparaat maakt. In Amerika heb ik op deze manier heel veel onderzoek gedaan en nog nooit ben ik een kind tegen gekomen dat het niet leuk vond. Om te zien hoe de hersenen zich ontwikkelen, wil Crone elk kind op drie verschillende leeftijden onderzoeken.

Eveline Crone werkt op dit moment bij het Center for Mind and Brain in de Verenigde Staten. De wetenschapster heeft in maart een zogenaamde Veni-subsidie gewonnen. Dat betekent dat ze van NWO (de Nederlandse Organisatie van Wetenschappelijk Onderzoek) 200.000 euro krijgt om drie jaar lang onderzoek te doen. Ze kreeg de prijs van NWO, omdat die haar onderzoek belangrijk en vernieuwend vindt. Een Veni-subsidie is bedoeld voor jonge, veelbelovende onderzoekers die nog niet zo lang geleden gepromoveerd zijn. Aan de Universiteit Leiden hebben afgelopen voorjaar elf onderzoekers zon Veni-subsidie gekregen.

Crone zoekt kinderen voor onderzoek

Eveline Crone zoekt voor haar onderzoek kinderen die geboren zijn tussen 1987 en 1997 en die zich normaal ontwikkelen. Het eerste onderzoek zal plaatsvinden in 2005-2006. Het is de bedoeling dat de kinderen na 3 tot 4 jaar nog een keer terug komen.


EuSalt: 'Geen sluitend bewijs om beperking zoutinname te rechtvaardigen'

In een reactie op de mededeling van de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA) eind juni, houdt de Vereniging van Europese Zoutproducenten , kortweg EuSalt, vast aan haar standpunt dat de huidige wetenschappelijke ideeën geen aanleiding vormen om de dagelijkse zoutinname van gezonde mensen te beperken. In een nieuwe risicobeoordeling is de Europese Voedselveiligheid Autoriteit (EFSA) tot de conclusie gekomen dat de huidige zoutinname bloeddrukverhogend is, een belangrijke risicofactor voor hartziekten en vroegtijdig overlijden. EuSalt houdt vast aan de conclusies van het door haar georganiseerde Internationale Congres dat eerder dit jaar plaatsvond, namelijk dat de bestaande medische richtlijnen achterhaald zijn en dat de gezonde bevolking geen baat heeft bij het beperken van de zoutinname.

Wetenschappelijk onderzoek

EuSalt houdt om verschillende redenen vast aan haar standpunt. Vanuit wetenschappelijk oogpunt verwijst EuSalt naar de Jürgens & Graudal Study uit 2004 1). In deze meta-analyse wordt al het beschikbare wetenschappelijk onderzoek vanaf 1966 geanalyseerd, en wordt geconcludeerd dat mensen met een normale bloeddruk geen baat hebben bij een beperkte zoutinname. Beperkte zoutinname heeft bij mensen met een verhoogde bloeddruk een positief effect op het verlagen van de bloeddruk op de korte termijn. Langlopende trials met betrekking tot het effect van een beperkte natriuminname via voedsel op de bloeddruk, zijn echter noodzakelijk om vast te stellen of dit een bruikbare behandelstrategie is.

EuSalt verwijst ook naar de Hooper et al Study 2), waarin wordt gesteld dat, hoewel een zoutarm dieet helpt bij het voorkomen van een verhoogde bloeddruk na staking van het gebruik van bloeddrukverlagende middelen, een langdurende lage natriuminname moeilijk vol te houden is. De algehele klinische voordelen (of nadelen) van een zoutarm dieet zijn onduidelijk; nader onderzoek is dringend nodig om dit verder te bestuderen.

De He & MacGregor Study 3) laat bij gezonde mensen die gedurende vier weken hun zoutinname met 4g/dag verlagen ook een minimale verlaging van de bloeddruk zien.

Verder verwijst EuSalt naar de Nederlandse Professor Dr. Diederick Grobbee die - ter gelegenheid van het EuSalt Congres - de resultaten van de Rotterdam Study presenteerde en benadrukte dat er geen reden is om aan te nemen dat er een causaal verband bestaat tussen zoutinname enerzijds en sterfte en cardio-vasculaire problemen anderzijds. De resultaten van Grobbees onderzoek worden later dit jaar gepubliceerd.

Maximale verdraagbare natriuminname

EFSA beweert dat de beschikbare gegevens niet toereikend zijn om een maximale inname van natrium uit voedingsbronnen vast te stellen. EuSalt heeft vastgesteld dat er een dringende noodzaak is om betrouwbare databanken en volgsystemen samen te stellen in alle Europese landen. Om verdere wetenschappelijke discussies te voeren en politieke besluiten te nemen, is een betrouwbare basis nodig van gegevens over de zoutinname, veranderingen in de zoutinname en de uitkomsten op het gebied van de gezondheid en dan vooral met betrekking tot de bloeddruk.

Risico's verbonden aan verlaging zoutinname

EuSalt is van mening dat de conclusies van EFSA ten aanzien van een beperkte zoutinname tot nog meer misverstanden over de natriuminname (zout) kunnen leiden. EuSalt benadrukt het belang van zoutinname voor zwangere vrouwen, meervoudig zieke oudere patiënten en sporters. Deze groepen hebben hun zoutinname nodig; een beperkte zoutinname kan een serieus gezondheidsrisico vormen voor deze mensen.

Het is duidelijk dat zout voor iedereen een onmisbare voedingsstof is en dat gezonde mensen geen baat hebben bij een beperkte zoutinname.

Naslagwerken

1) Jürgens G, Graudal NA Effects of low sodium diet versus high sodium diet on blood pressure, renin, aldosterone,catecholamines, cholesterols, and triglyceride (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 1, 2004. Chichester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.

2) Hooper L, Bartlett C, Davey Smith G, Ebrahim S - Advice to reduce dietary salt for prevention of cardiovascular disease (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 1, 2004. Chichester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.

3) He FJ, MacGregor GA. Effect of longer-term modest salt reduction on blood pressure (Cochrane Review). In: The Cochrane Library, Issue 3, 2004. Chichester, UK: John Wiley & Sons, Ltd.


Grote therapeutische mogelijkheden voor de moleculen die T-cellen versterken

Het stimuleren van T-cellen tijdens een afweerreactie kan de immuunrespons verbeteren. Lianne Wassink onderzocht de functie van ICOS-moleculen, die de werking van T-cellen versterken. Deze moleculen werden in verband gebracht met de afweerreactie van Th2-cellen, en zouden daarom een goed aangrijpingspunt vormen voor ziekten waarbij dergelijke cellen een rol spelen, zoals allergieën. ICOS-moleculen blijken echter eveneens betrokken bij Th1- en regulatoire T-cel afweerreacties. De mogelijkheden voor therapeutische toepassing zijn dus groter dan gedacht.

Universiteit van Amsterdam


Fysiotherapie weer in het pakket?

Volgens de voorlichtingscampagne over het nieuwe zorgverzekeringsstelsel, komt fysiotherapie weer in het ziektekostenpakket. SP-Kamerlid Kant vindt dat 'een heel goed plan van de minister'. 'Uit onderzoek van de SP onder fysiotherapeuten blijkt dat 11 procent van de patiënten afziet van noodzakelijke fysiotherapie. In achterstandswijken lig dat aantal zelfs op 14 procent. Sinds fysiotherapie uit het pakket is kunnen de patiënten de zorg niet meer betalen, of ze zijn onvoldoende verzekerd,' aldus Kant.

Kant: 'Ik vrees helaas dat minister Hoogervorst niet ineens tot inkeer is gekomen. Hij zal zich het lot van deze patiënten niet plotseling aantrekken. Het is een kanjer van een fout in de voorlichting.' Op de website www.denieuwezorgverzekerering.nl staat fysiotherapie in het overzicht van de aanspraken uit het basispakket opgesomd.

'Fysiotherapie, oefentherapie, logopedie, ergotherapie en diëetadvisering. Fysiotherapie of oefentherapie omvat zorg zoals fysiotherapeuten en oefentherapeuten die bieden. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar en ouder de eerste negen behandelingen.'

Kant: 'Was dit maar waar! Blijkbaar is het allemaal zo ingewikkeld dat het ministerie het zelf ook niet meer begrijpt. Het ernstige van deze verkeerde voorlichting is dat mensen niet beseffen, dat ze zich hiervoor moeten bijverzekeren. Het leidt tot nog meer verwarring bij de bevolking, voor wie het allemaal sowieso al niet te volgen is. Het is onmogelijk om op deze korte termijn een wet zorgvuldig in te voeren. Je kunt er dan niet ook nog voor zorgen dat iedereen goed wordt voorgelicht. Dat blijkt wel,' zegt Kant. Het Kamerlid pleit nu voor een jaar uitstel.

De fout op de VWS site:
http://www.denieuwezorgverzekering.nl/Zorgverzekering/nieuwewet/
Volledig+overzicht+Basispakket.htm

Het onderzoek van de SP onder fysiotherapeuten:
http://www.sp.nl/nieuws/kamernieuws/div/
stop_uitverkoop_fysiotherapie.pdf


Hartproblemen zijn voornaamste doodsoorzaak bij diabetes

Bron: Universiteit Maastricht

Hartproblemen zijn de voornaamste doodsoorzaak bij diabetes. Een verstoorde vetzuurhuishouding in het hart draagt mogelijk bij aan het ontstaan hiervan. Gezonde hartspiercellen halen hun energie voornamelijk uit het verbranden van vetzuren. FAT/CD36, een vetzuurtransporteiwit, reguleert de vetzuuropname door hartspiercellen. Dit proefschrift beschrijft hoe de vetzuurhuishouding tijdens het samentrekken gereguleerd is in het rattenhart. Daarnaast toont het aan dat tijdens insulineresistentie de FAT/CD36-gemedieerde vetzuuropname door hartspiercellen toegenomen is. Hierdoor vindt er een nadelige stapeling van vetten in het rattenhart plaats. Nieuwe therapieën die zich richten op het voorkomen van deze stapeling kunnen leiden tot een verbetering van de hartfunctie bij diabetes.


Geen immuniteit tegen kinkhoest

Bron: Vrije Universiteit Amsterdam
Promotor: prof.dr. J.J. Roord

Vaccinatie tegen kinkhoest, of het doormaken van een kinkhoestinfectie, beschermt niet tegen het opnieuw krijgen van kinkhoest. Dat heeft Florens Versteegh voor het eerst bewezen, bij vier patiënten. Versteegh ontwikkelde een methode om met één bloedmonster de diagnose kinkhoest te kunnen stellen. Kinkhoest is een besmettelijke luchtwegziekte, veroorzaakt door de kinkhoestbacterie, Bordetella pertussis. Een gehalte in het bloed van 100 eenheden per ml of hoger van immunoglobuline-G tegen pertussis toxine (IgG-PT), bewijst een recente kinkhoestinfectie, aldus de promovenda. In de loop van de tijd verdwijnen alle afweerstoffen volledig.

Dit is zo bij alle leeftijdsgroepen, al lijkt het er op dat bij ouderen een snellere stijging, een hogere piek en een snellere daling plaatsvindt. Dit kan wijzen op een vorm van immunologisch geheugen. Met het verdwijnen van de afweerstoffen neemt de gevoeligheid voor een nieuwe kinkhoestinfectie toe. Versteegh berekende met de 'verdwijncurve' IgG-PT van een doorsnede van de Nederlandse bevolking, dat jaarlijks ruim zes procent van alle 3- tot 79-jarigen kinkhoest doormaken. Dit heeft consequenties voor het aanpassen van de vaccinatieschema's; niet alleen voor kinderen maar ook voor volwassenen, aangezien volwassenen waarschijnlijk de belangrijkste bron zijn voor kinkhoestinfecties bij jongere kinderen.

Tijdens het onderzoek bij kinderen met kinkhoest, heeft Versteegh waargenomen dat er bij eenderde van de kinderen tegelijkertijd ook een infectie was met een andere ziekteverwekker.


TU Delft werpt licht op gedrag kankercellen

Dankzij beeldvormende en analysetechnieken gebruikt door de TU Delft, heeft een internationale groep van wetenschappers meer inzicht gekregen in het gedrag van kankercellen. De Delftenaren brachten als eersten de onderlinge posities en bewegingen van de uiteinden van chromosomen (telomeren) in kaart. In kankercellen blijken deze telomeren zich anders te gedragen dan in gezonde cellen. Online is een publicatie over het onderzoek verschenen in het belangrijke Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift PNAS.

Volgens de Delftse onderzoeker Dr. Yuval Garini is het onderzoek gefocust op de structuur en organisatie van het genetische materiaal in de celkern en hoe deze organisatie verandert in kankercellen. In dit onderzoek verstoorde men één specifiek gen in een cel waardoor deze veranderde in een kankercel en vervolgens keek men naar het gedrag van de chromosomen in de celkern, meer specifiek naar de uiteinden ervan, de zogenaamde telomeren. In een eerder onderzoek hadden de wetenschappers al ontdekt dat deze telomeren zich in gezonde cellen in een goed gedefinieerde structuur bevinden, dat verandert tijdens de celcyclus.

Uit het meest recente onderzoek blijkt nu dat deze organisatie bij kankercellen is verstoord: de telomeren klitten na een celdeling samen. De onderzoekers, behalve uit Delft afkomstig uit Canada, Duitsland en Frankrijk, hebben gezien hoe telomeren, en dus chromosomen, in kankercellen aan elkaar vast gaan zitten. Bij de volgende celdeling breken deze samengesmolten chromosomen vervolgens op willekeurige posities af. Doordat de uiteinden van de chromosomen daarna niet meer beschermd zijn, gaan ze op zoek naar andere chromosomen om mee samen te smelten. Op deze manier ontstaan combinaties van chromosomen die nooit bedoeld zijn.

De rol van de TU Delft in dit onderzoek betrof het getalsmatig in kaart brengen en analyseren van de veranderende posities van de telomeren en chromosomen, zowel in gezonde cellen als in kankercellen. Om de telomeren te kunnen volgen, worden ze eerst chemisch verbonden met fluorescerende moleculen. De gelabelde telomeren zijn vervolgens te volgen met een zogenaamde fluorescentiemicroscoop.

De Delftse onderzoekers (dr. Yuval Garini en promovendus Bart Vermolen, afkomstig uit de groep van prof.dr. Ian Young) hebben speciaal voor telomeren een analysemethode ontwikkeld die hun posities en bewegingen gedurende de ontwikkeling van een cel getalsmatig en geometrisch vastleggen.

Door de positie van telomeren in de celkern te bestuderen kan men op een nieuwe en wellicht makkelijkere manier bepalen of een cel een kankercel is. Verder kan het inzicht in het gedrag van telomeren in kankercellen misschien nieuwe aanknopingspunten bieden voor het bestrijden van kanker. Volgens professor Ian Young is het onderzoek slechts een van de velen aan de TU Delft waarbij technologische methoden worden gebruikt voor medisch onderzoek. Hij verheugt zich met name op een steeds intensievere samenwerking met de universiteiten van Leiden en Rotterdam op dit gebied.

Technische Universiteit Delft


EMEA/CHMP geeft definitief advies inzake COX-2-remmers

Als conclusie van de herbeoordeling van de geneesmiddelenklasse van de COX-2-remmers heeft de EMEA/CHMP* geadviseerd om de handelsvergunning van Bextra (valdecoxib) te schorsen. Tevens zijn nieuwe contra-indicaties en waarschuwingen opgesteld voor de andere COX-2-remmers die nog wel verkrijgbaar zijn in de Europese Unie (EU). Deze adviezen worden toegevoegd aan de maatregelen die al in februari 2005 genomen zijn (zie het nieuwsbericht van 17 februari 2005).

COX-2-remmers behoren tot de klasse van de zogenaamde niet-steroïde ontstekingsremmers (NSAID's), waarvan het veiligheidsprofiel nu is onderzocht.

Op de vergadering van 20 tot 23 juni 2005 heeft de CHMP besloten dat voor alle COX-2-remmers additionele waarschuwingen en contra-indicaties noodzakelijk zijn vanwege het risico op hart- en vaatziekten. Echter, gezien het bijkomende risico op ernstige en mogelijk dodelijke huidreacties bij gebruik van Bextra lijkt de balans werkzaamheid-schadelijkheid voor dit middel negatief. Deze schorsing van de handelsvergunning voor Bextra wordt binnen een jaar herbeoordeeld. Gedurende dit jaar heeft Pfizer de gelegenheid om nadere veiligheidsgegevens en andere relevante data aan te leveren voordat de CHMP de herintroductie van het geneesmiddel in de EU kan overwegen. Op verzoek van de EMEA heeft Pfizer al in april 2005 vrijwillig toegestemd met het staken van de verkoop van dit middel op de Europese markt.

De CHMP heeft geconcludeerd dat de beschikbare gegevens voor de overige COX-2-remmers (celecoxib, etoricoxib, lumiracoxib en parecoxib) wijzen op een verhoogde kans op trombotische reacties op cardiovasculair gebied, zoals een hartinfarct of een beroerte. De CHMP bevestigde de bevindingen van februari 2005 dat er een verband is tussen dosis en duur van de behandeling en de kans op deze cardiovasculaire bijwerkingen. De CHMP heeft verder vastgesteld dat bij andere COX-2-remmers ook ernstige huidreacties voorkomen, maar dat er een lagere frequentie gemeld is dan bij Bextra. Als eindconclusie van de herbeoordeling heeft de CHMP het volgende advies opgesteld wat betreft contra-indicaties en waarschuwingen voor het gebruik van deze producten:

* COX-2-remmers mogen niet gebruikt worden door patiënten met aangetoonde ischemische hartziekte en/of cerebrovasculaire aandoeningen (beroerte) en tevens niet door patiënten met perifeer arterieel vaatlijden.

* Aangescherpte waarschuwingen voor artsen worden opgenomen om voorzichtigheid in acht te nemen bij het voorschrijven van COX-2-remmers aan patiënten met risicofactoren voor hart- en vaatziekten zoals hypertensie (hoge bloeddruk), hyperlipidemie (verhoogd cholesterolgehalte in het bloed), diabetes en roken.
* Gezien het verband tussen het risico op hart- en vaatziekten en het gebruik van COX-2-remmers wordt artsen aangeraden om de laagst mogelijke effectieve dosis voor een zo kort mogelijke tijd voor te schrijven.

* In de product informatie en bijsluiter worden aanvullende of aangescherpte waarschuwingen opgenomen dat
overgevoeligheidsreacties en zeldzame, maar ernstige en soms dodelijke huidreacties op kunnen treden bij alle COX-2-remmers. De meerderheid van deze gevallen treedt op in de eerste maand van het gebruik. De voorschrijvend arts moet zich bewust zijn dat patiënten met een voorgeschiedenis van geneesmiddelenallergie mogelijk een verhoogd risico hebben.

De CHMP heeft geconcludeerd dat de balans
werkzaamheid-schadelijkheid voor de COX-2-remmers celecoxib, etoricoxib, lumiracoxib en parecoxib positief blijft wanneer deze worden voorgeschreven aan de juiste doelgroep met inachtneming van de nieuwe contra-indicaties en voorzorgen voor het gebruik. De CHMP benadrukte het belang van voortdurend en zorgvuldig monitoren van cardiovasculaire bijwerkingen en ernstige huidreacties door de registratiehouders van de COX-2-remmers in de EU (Merck Sharp & Dohme, Novartis en Pfizer) naast reeds lopende onderzoeken.

De CHMP heeft als onderdeel van de herbeoordeling van de COX-2-remmers de veiligheidsgegevens over COX-2-remmers beoordeeld in vergelijking met de gegevens van een aantal conventionele NSAID's. Op grond van deze gegevens en op verzoek van de Europese Commissie heeft de CHMP nu besloten het veiligheidsprofiel van de conventionele NSAID's nader te onderzoeken om de noodzaak tot eventuele verdere stappen te onderzoeken. Als basis hiervoor zal dienen een reeds gestart onderzoek door de Pharmacovigilance Working Party over de veiligheid van de meest gebruikte NSAID's.

Het is onduidelijk of de bevindingen over COX-2-remmers ook van toepassing zijn op de conventionele NSAID's. In afwachting van toekomstige aanbevelingen is het zeer belangrijk dat artsen en patiënten nauwkeurig de productinformatie en bijsluiter van NSAID's en COX-2-remmers volgen. Patiënten die zich zorgen maken wordt aangeraden contact op te nemen met hun arts of apotheker.


 

Terug naar het hoofdmenu



 

 

Thema sites
Glycemische index
Plaatsnaam
Romantiek
Spijsvertering
Vindplaats
Winkelen
Zoekgids

 


View My Stats