Nieuws feb 2006
Antipsychotica kunnen suikerziekte
veroorzaken
Geneesmiddelen tegen psychose kunnen
suikerziekte veroorzaken, zo concludeert psychiater Dan Cohen in onderzoek dat hij bij het
UMC Utrecht uitvoerde. Daarbij komt suikerziekte bij mensen met schizofrenie vaker voor.
Omdat zij meestal ook antipsychotica gebruiken, zijn zij dubbel vatbaar voor suikerziekte.
Cohen baseert zijn conclusie op
epidemiologisch onderzoek onder een half miljoen inwoners van de regio Utrecht en op een
onderzoek onder 3000 patiënten met diabetes mellitus (suikerziekte). Hij vond onder
gebruikers van antipsychotica vaker suikerziekte, ongeacht de psychiatrische diagnose. Bij
patiënten met schizofrenie komt diabetes gemiddeld twee keer zoveel voor, in de leeftijd
van 30 tot 40 jaar zelfs tien keer zoveel.
Schizofrenie blijkt een risicofactor
voor diabetes, stelt Cohen, los van gewicht, leeftijd en de invloed van
geneesmiddelen. Cohen deed ook literatuuronderzoek naar het ontstaan van diabetes
door de nieuwe, zogenoemde atypische antipsychotica. In de eerste zes maanden kunnen deze
middelen bij mensen onder de vijftig jaar een ernstige en soms dodelijke ontregeling van
de suikerspiegel veroorzaken.
Cohen vond in de wetenschappelijke
literatuur 73 gevallen van acute diabetes door antipsychotica, waardoor twee van deze
patiënten overleden. Het voorschrijven van antipsychotica is een medische
handeling, stelt hij. Om suikerziekte tijdig op te sporen en een dodelijke
ontregeling te voorkomen, moet je bij patiënten nuchter het bloedsuikergehalte bepalen
gedurende de eerste drie maanden van behandeling met een antipsychoticum, ongeacht de
leeftijd van de patiënt en ongeacht de soort antipsychotische medicatie. Cohen
promoveert op 16 februari aan de Universiteit Utrecht.
Behandeling van paniekklachten via
Internet
Psychologen van de Universiteit van
Amsterdam en Interapy hebben een methode ontwikkeld om paniekklachten te behandelen via
Internet. In een omgeving die voor hen vertrouwd is - meestal gewoon thuis achter de
eigen computer - worden mensen met paniekklachten en met straatvrees in een volwaardige
behandeling van elf weken met succes geholpen. De aanpak is gebaseerd op wetenschappelijk
onderzoek en maakt gebruik van de ervaringen die Interapy op deed met
internetbehandelingen bij 'stress door schokkende ervaring','stress door werk' en
'depressie'.
Hartkloppingen, een droge keel, te weinig
lucht, zweet in je handen, misselijkheid, licht
in het hoofd, onwerkelijke waarneming en een aanzwellende angst om gek te worden of zelfs
dood te gaan. Dat is een paniekaanval. Een intens angstige ervaring die mensen op
onvoorspelbare momenten overvalt. Zo'n 10 % van de Nederlandse bevolking heeft wel eens
een paniekaanval. Volgens het Trimbos-instituut, heeft 3,4 % van de bevolking er zo vaak
last van dat het hun functioneren ernstig belemmert. Angst voor aanvallen beheerst hun
leven en bemoeilijkt de uitoefening van beroep of het genieten van vrije tijd. Om
nervositeit of paniek te controleren, slikken bijna twee miljoen Nederlanders door de arts
voorgeschreven kalmeringsmiddelen. Niet minder dan 480.000 Nederlanders geven aan
afhankelijk te zijn van deze middelen.
De recent ontwikkelde internetbehandeling
'Paniek' van Interapy duurt in de regel elf
weken. In die tijd wordt een cliënt begeleid door een persoonlijke, speciaal voor
internetbehandelingen opgeleide psycholoog. De cliënt communiceert met deze
psycholoog op een eigen, beveiligde internetsite. Dat gebeurt volgens een strikt
protocol. De cliënt volgt de behandeling in zijn eigen vertrouwde omgeving en op
zelf gekozen en met de behandelaar afgesproken tijdstippen. De behandeling neemt ongeveer
twee uur per week in beslag. Er zijn geen wachtlijsten, dus een cliënt kan na
verwijzing direct beginnen.
Wetenschappelijk onderzoek heeft uitgewezen
dat de internetbehandeling 'Paniek' uitstekend werkt. Personen die de behandeling volgden,
ervaren een duidelijke vermindering van het aantal en van de hevigheid van hun aanvallen.
Ze krijgen meer vertrouwen in zichzelf en in hun lichaam. Bij de cliënten die een
internetbehandeling volgden, daalde het gemiddeld aantal paniekaanvallen met bijna 75%. Na
de behandeling gaf ruim een derde van hen aan in de laatste drie weken helemaal geen
aanval meer te hebben gehad. 60% van de cliënten beoordeelt de aanvallen als 'niet
ernstig meer'. Vóór de behandeling zei 27% van de cliënten te lijden aan ernstige
paniekaanvallen. Na de
behandeling beschreef geen van de cliënten de paniekaanvallen nog als 'ernstig'.
Cliënten zijn bovendien tevreden over de
kwaliteit van de behandeling en van hun
persoonlijke behandelaar. Ontwikkelaar prof. dr. A. Lange van de Universiteit van
Amsterdam: 'Cliënten waarderen de zelfwerkzaamheid in het protocol en de anonimiteit
waarin de behandeling kan plaatsvinden.'
Start landelijk depressie
initiatief
Vandaag start het Trimbos-instituut het
Depressie Initiatief, een driejarig landelijk programma gericht op preventie en
behandeling van depressie. Deze aanpak loont omdat preventie en de adequate behandeling
van psychische stoornissen een positieve impact op de volksgezondheid hebben. Mensen zijn
minder lang ziek, plegen minder vaak zelfmoord en gaan sneller weer aan het werk. Het
Depressie Initiatief is een project waarbij zowel de hulpverlener als patiënt betrokken
worden. Een groot deel van de WAO instroom wordt bepaald door psychische stoornissen, met
depressie als grootste categorie. De maatschappelijke kosten van depressie bedragen 1,3
miljard euro per jaar. Deze instroom is met de helft te reduceren door een gecombineerde
aanpak gericht op preventie, vroegdiagnostiek en doelmatige behandeling in de hele
gezondheidszorg. Hierdoor is op jaarbasis 600 miljoen euro te besparen. Het project wordt
uitgevoerd door het Trimbos-instituut in samenwerking met ruim 30 GGZ-instellingen, 80
huisartspraktijken, het VUmc, het EMGO-instituut, het iMTA en het NESDA consortium. Het
wordt gefinancierd door het Centraal Fonds RVVZ van de zorgverzekeraars.
Bij patiënten die de huisarts bezoeken
lijdt 20% aan een, vaak niet onderkende,
depressie. Indien een antidepressivum wordt voorgeschreven maakt slechts 50% van de
patiënten de behandeling af. Door een goede diagnostiek en behandeling volgens het
stepped care principe (psychotherapie als het kan, medicatie als het moet) bij zowel de
huisarts als de patiënt te bevorderen is de efficiëntie van behandeling vermoedelijk met
10% te verbeteren. Het Depressie Initiatief bestaat uit drie onderdelen.
Ten eerste preventie door betere
vroegsignalering, screening en diagnostiek. Ten tweede
het landelijk implementeren van de multidisciplinaire richtlijn voor depressie middels de
doorbraakmethode. Ten derde de kosteneffectiviteit evalueren van de stepped care aanpak
bij ziekenhuispatiënten die ook depressieve klachten hebben, bij depressieve
patiënten in de huisartspraktijk en in de bedrijfsgeneeskundige setting. Daarnaast
is het de bedoeling dat patiënten informatie krijgen over de hulp die zij kunnen
verwachten voor de behandeling van hun depressie. Artsen en andere hulpverleners worden
voorzien van efficiënte middelen voor de behandeling van depressie, afgeleid van de
multidisciplinaire richtlijn. En de zorgverzekeraars worden geïnformeerd over de
doelmatigheid van deze interventie.
Deze nieuwe aanpak sluit aan bij de
doelstellingen van de European Alliance Against
Depression, waarin goede behandeling van depressie met het oog op suicidepreventie
centraal staat. Preventie loont om milde depressieve klachten te verminderen en het
optreden van ernstige depressie te voorkomen. Het Trimbos-instituut juicht dan ook toe
dat psychische stoornissen mede zullen worden opgenomen in de nieuwe preventienota die
momenteel in voorbereiding is, en streeft ernaar door doelmatige behandeling en
preventieve maatregelen het grote maatschappelijke probleem depressie terug te dringen.
www.trimbos.nl
SP na zoveelste echec rond gifstort
Shell: Van Geel grijp in
De SP wil dat minister Van Geel een einde
maakt aan het rondschuiven van de
verantwoordelijk voor de sanering van de Stort van Troost. Tweede-Kamerlid Krista van
Velzen is kwaad op de gemeente Dordrecht die vandaag bekend maakte dat de gifdump midden
in de Biesbosch niet schoongemaakt hoeft te worden. Eerder al schoof het Rijk de
verantwoordelijkheid naar de provincie, die op zijn beurt het probleem bij de gemeente op
het bordje legde.
De gemeente Dordrecht, die amper budget
heeft voor een dergelijke sanering, besloot
vandaag om de handen van het verontreinigde natuurgebied af te trekken. De bodem is
doordrenkt met onder meer met olie, katalysatorafval en kwik van Shell. Staatssecretaris
Van Geel noemde de sanering zeer urgent en stelde dat het grootste risico de verspreiding
van het gif in het kwetsbare gebied was. Onlangs heeft de SP nog een deel van de zwaar
verontreinigde grond op de stoep van Shell gedropt. Met de actie 'Gif van Shell: retour
afzender' hebben mensen in het hele land gifgrond van Shell teruggestuurd naar het
bedrijf. Deze actie loopt nog steeds met als doel Shell te overtuigen haar
maatschappelijke verplichting na te komen.
Van Velzen: 'Ik kan niet geloven dat de
gemeente Dordrecht tot de conclusie komt dat de vervuiling van dit unieke natuurgebied
geen enkel probleem is. Het afschuifbeleid van dit kabinet, waarbij het aan lagere
overheden wordt overgelaten om bodem te saneren, leidt amper tot sanering van
natuurgebieden. Dat wordt ook hier weer bewezen.'
De sanering zou 12-16 miljoen euro kosten
en moest in 2004 afgerond zijn. De gemeente
Dordrecht concludeert dat de sanering 80 miljoen euro kost en overbodig is. Van Velzen
vraagt Van Geel met spoed om de tafel te gaan zitten met alle betrokkenen en een
oplossing af te dwingen. 'Van Geel is nu aan zet om een doorbraak te forceren. In de
tussentijd blijft de SP pakketje na pakketje gifgrond van Troost terug sturen naar Shell,
want uiteindelijk zou moeten gelden: de vervuiler betaalt.'
Uit nieuw onderzoek blijkt dat de
symptomen van allergie bij Europeanen het ergst zijn 's morgens
- Onderzoek toont aan dat AERIUS(TM)
[NEOCLARITYN] (desloratadine) een belangrijke, niet-verdovende verlichting brengt van de
ochtendlijke symptomen
Uit onderzoek bij meer dan 3.000
allergielijders afkomstig uit het Verenigd
Koninkrijk, Frankrijk, Duitsland, Italië en Spanje is gebleken dat de symptomen 's
morgens het ergst zijn. Hoewel allergie vaak door zelfdiagnose wordt vastgesteld,
beroepen de deelnemende allergielijders uit deze vijf landen zich het vaakst op de raad
van een dokter voor de keuze van de behandeling van de symptomen.
De respondenten uit Italië en Spanje
vonden het vaakst dat allergiesymptomen 's
morgens het ergste waren (bij het ontwaken of op een ander moment in de ochtend), dit was
zo voor 58 procent van de respondenten met allergieën uit elk land Eenenvijftig
procent van de respondenten in Frankrijk vond dat de ergste symptomen 's morgens
optreden, naast 48 procent in Duitsland en 46 procent in het Verenigd Koninkrijk.
Bovendien gaf 39 procent van de respondenten in Spanje aan dat erge symptomen vooral bij
het ontwaken optreden. In Italië en Frankrijk werd eveneens vastgesteld dat ongeveer
een derde van de respondenten de ergste symptomen ervaren bij het ontwaken.
De symptomen van allergische rhinitis, die
variëren naargelang het tijdstip van
de dag, kunnen worden beïnvloed door circadiaanse variatie van metabolische en
immunologische factoren.(1) Bovendien is de pollenconcentratie meestal het hoogst tussen
5 en 10 uur 's morgens, (2) wat de hoge prevalentie en ernst van de ochtendlijke
allergiesymptomen kan verklaren. "Buitenallergieën", of seizoensgebonden
allergische
rhinitis, vormen in de vijf landen de belangrijkste oorzaak van de symptomen, gevolgd door
"binnenallergieën", of permanente allergische rhinitis. Niezen,
jeukende/waterige
ogen, verstopte neus en een lopende neus waren de meest voorkomende symptomen die de
patiënten bij het ontwaken gewaar werden.
"Dit onderzoek heeft aangetoond dat
patiënten een niet-verdovende
allergiebehandeling verkiezen waarmee de symptomen bij het ontwaken onder controle
zijn," aldus David Forbes, Ph.D., voorzitter van Forbes Consulting Group. "Het
is ook belangrijk dat de dokters intens samenwerken met de patiënten, omdat deze het
vaakste
vertrouwen op wat de dokter aanraadt als behandeling."
Bijkomende resultaten van het onderzoek
De meerderheid van de respondenten stelde
dat het optreden van de symptomen 's morgens een "behoorlijke" of
"grote" invloed heeft op de rest van de dag (Duitsland, 70 procent; Frankrijk,
66 procent; Italië, 64 procent; Spanje, 64 procent en V.K., 62 procent). Respondenten in
het Verenigd Koninkrijk en in Italië gaven aan dat ze het vaakst sneller geïrriteerd
raken ten gevolge van de ochtendlijke allergiesymptomen
(respectievelijk 53 procent en 58 procent). Allergielijders in Frankrijk, Duitsland en
Spanje gaven "vermoeidheid" op als belangrijkste gevolg van de symptomen bij het
ontwake (respectievelijk 59 procent, 42 procent en 44 procent).
Wanneer werd gevraagd waarom ze de vaakst
gebruikte behandeling de eerste keer hebben gebruikt, waren de meest frequente antwoorden
een dokteradvies of
-voorschrift (Spanje, 76 procent; Frankrijk, 69 procent; Italië, 60 procent; V.K., 42
procent en Duitsland, 42 procent). De resultaten tonen aan dat, hoewel allergieën
vaak door zelfdiagnose worden vastgesteld, patiënten vertrouwen op medische experts
om te helpen hun symptomen onder controle te krijgen.
"Schering-Plough wil tendensen bij
patiënten onderzoeken om de impact van
allergieën in de E.U. beter te kunnen beoordelen," aldus Hans M. Vemer, arts en dr.
in de geneeskunde, senior vice-president, Global Medical Affairs, Schering-Plough.
"Naast dit patiëntenonderzoek, heeft Schering-Plough het Global Allergy and Asthma
European Network of Excellence, of GA2LEN een onbeperkte subsidie verleend om de
onderzoeksinitiatieven van deze organisatie te steunen."
GA2LEN bestaat uit 25 universitaire
ziekenhuizen verspreid over Europa, evenals de
Europese Academie voor Allergologie en Klinische Immunologie (EAACI) en de Europese
Federatie voor Verenigingen van Patiënten met Allergieën en Aandoeningen van de
Luchtwegen (EFA). De doelstelling van GA2LEN is de onderzoekskwaliteit en -integratie te
verbeteren, alle aspecten van de ziekte te onderzoeken en eventueel om het aantal
gevallen van allergie en astma over heel Europa te doen afnemen.
Over het onderzoek
Voor dit onderzoek hebben 3.036
allergielijders in het Verenigd Koninkrijk (n=615),
Frankrijk (n=595), Duitsland (n=676), Italië (n=575) en Spanje (n=575) een korte
vragenlijst beantwoord. Forbes Consulting Group heeft de respondenten gescreend, het
onderzoek geleid en de gegevens verzameld. De respondenten werden gescreend als
patiënten met "buitenallergieën", "binnenallergieën", urticaria
(netelroos) en/of huisdierallergieën.
Over allergieën
In Europa lijden 80 miljoen mensen aan
allergische aandoeningen, volgens gegevens van
de Europese Federatie voor Verenigingen van Patiënten met Allergieën of
Aandoeningen van de Luchtwegen.(3) De symptomen, waaronder niezen, een lopende neus, een
verstopte neus, een geïrriteerde keel, of jeukende en waterige ogen, kunnen een
belangrijke impact hebben op alledaagse activiteiten op het werk, op school en in de
vrije tijd. Er zijn ook steeds meer bewijzen die een verband aantonen tussen
allergieën en ernstiger aandoeningen, zoals astma.
Chronische idiopathische urticaria (CIU)
heeft betrekking op langdurige aanvallen van
netelroos die langer dan zes weken aanslepen, zonder dat de oorzaak bekend is. Ze kunnen
overal op het lichaam ontstaan en gaan gewoonlijk gepaard met jeuk. De jeukende, rode
plekken verschijnen snel, verdwijnen meestal binnen de 24 uur en kunnen elders op het
lichaam opnieuw opduiken.
Geneesmiddelenwet: Te veel
marketing, te weinig veiligheid
Vandaag bespreekt de Tweede Kamer de nieuwe
geneesmiddelenwet. SP-Kamerlid Kant: 'In het wetsvoorstel wijken kwaliteit en veiligheid
voor de markt. Daarnaast blijft een
belangrijk punt liggen: de minister pakt de agressieve marketingtactieken van de
farmaceutische industrie niet aan.'
Kant: 'Nu al sterven jaarlijks honderden,
misschien zelfs duizenden, mensen onnodig door verkeerd medicijngebruik of bijwerkingen.
Met dit wetsvoorstel dreigt de noodzakelijke en zorgvuldig opgebouwde kwaliteitsbewaking
ook nog te moeten wijken voor concurrentie.'
Veiligheid
De SP zal vandaag een aantal voorstellen
doen om de veiligheid van geneesmiddelen beter te waarborgen. Kant: 'Apothekers mogen niet
in meer dan één apotheek werken,
zodat er altijd een apotheker aanwezig is. Het zorgverlenerschap van een apotheker wordt
zwaar onderschat. Dagelijks worden door alle apothekers gezamenlijk bijna duizend recepten
gecorrigeerd die tot gezondheidsschade zouden kunnen leiden. De controle moet echt op de
werkvloer plaatsvinden, het gaat om specifieke patiënten in specifieke situaties.'
Als het aan de SP ligt mogen
zelfzorgmiddelen zoals pijnstillers niet verkocht worden in
supermarkten en benzinestations. 'Verkoop van zelfzorgmiddelen moet alleen worden
toegestaan in apotheken en drogisterijen. Deze drogisterijen moeten gecertificeerd zijn
en de verkoop hier moet vanachter de toonbank plaatsvinden. Geneesmiddelen zijn geen
snoepjes. De verkoop moet onder toezicht plaatsvinden. In de Verenigde Staten, waar de
verkoop al lang vrij is, is de consumptie enorm gestegen en sterven twee maal zo veel
mensen vanwege verkeerd gebruik of misbruik van NSAID's als in Nederland.'
Een derde voorstel vraagt om beter zich op
bijwerkingen: 'Er moet een goed onafhankelijk
systeem komen voor de bewaking van bijwerkingen en zo nodig onafhankelijk onderzoek naar
geneesmiddelen die al op de markt zijn. De problemen rondom VIOXX en de moderne
antidepressiva voor kinderen, tonen de noodzaak hiertoe aan.'
Marketing
Naast een goede bewaking van kwaliteit en
veiligheid zal Kant voorstellen doen om de
agressieve marketing van de industrie aan te pakken. Kant: 'In de geneesmiddelenwet wordt
verzuimd de agressieve marketing harder aan te pakken. We zijn hier al jaren over bezig.
Het is schandalig hoe artsen zich soms laten fêteren met luxe bijeenkomsten in
tropische oorden. Enkele jaren terug deed de Inspectie voor de Volksgezondheid aan
actieve opsporing, daar ging ook een preventieve werking van uit. Dat is allemaal
teruggedraaid en overgelaten aan zelfregulering. De minister bestendigt deze praktijk in
het wetsvoorstel.' Kant wil voorstellen doen om de directe en actieve opsporing weer over
te laten aan de Inspectie. Het SP-Kamerlid wil nadere regels stellen aan gunstbetoon en
commerciële artsenbezoekers verbieden.
Daarnaast wil Kant meer duidelijkheid in de
wet over de zogenaamde symptoomreclame: 'De industrie brengt het als voorlichting, maar de
reclame dient vooral om een middel in de markt te zetten. Bekende voorbeelden zijn de
radiospotjes over het erectieplein en meer recent de reclame over plaspleisters.'
Wetenschappelijk onderzoek
Kant maakt zich niet alleen zorgen over
beïnvloeding van het voorschrijfgedrag door
de industrie, maar ook over beïnvloeding van medisch wetenschappelijk onderzoek.
Afgelopen maandag bleek tijdens een door de SP georganiseerd symposium, dat vele
wetenschappers de zorgen delen. Een groot deel van de symposiumbezoekers onderschrijven
een manifest waarin gevraagd wordt de onafhankelijkheid te bewaken. De SP stelde een
initiatiefnota op met 25 voorstellen ter versterking van de onafhankelijkheid van medisch
onderzoek en een beperking van de invloed van de farmaceutische industrie op het
voorschrijfgedrag van artsen.
www.sp.nl/partij/theorie/standpunten/25medicijnen.pdf
Studie wijst op gevaar van
combinatie van klonteroplossend geneesmiddel met mechanische ingreep bij acuut hartinfarct
Als je mensen met een acuut hartinfarct een
klonteroplossend geneesmiddel geeft in afwachting van een angioplastiek, ondervinden ze
daar vooral nadelen van. Dat blijkt uit een grootschalige studie die gecoördineerd werd
aan de K.U.Leuven. De resultaten verschijnen vandaag met voorrang in het medische
tijdschrift The Lancet.
Een acuut hartinfarct ontstaat doordat een
bloedklonter een bloedvat verstopt. Dat kun je proberen te verhelpen op twee manieren:
ofwel de bloedklonter oplossen met geneesmiddelen ofwel het bloedvat op een mechanische
manier vrijmaken. Bij de laatste techniek spreken we van primaire angioplastiek: er wordt
een ballonnetje door het bloedvat gehaald en vaak wordt ook een buisje (stent) geplaatst
om het bloedvat open te houden. Uit studies is al gebleken dat primaire angioplastiek
doorgaans betere resultaten geeft dan het gebruik van geneesmiddelen.
Het probleem met primaire angioplastiek is
dat het een tijd kan duren voor de patiënt behandeld wordt: transport naar het
ziekenhuis, oproepen van de nodige cardiologen en verpleegkundigen, bezette
catheterisatiezalen
Daarom leek het logisch om patiënten die op een ingreep moeten
wachten alvast een klonteroplossend middel te geven.
In het kader van de internationale
ASSENT-4-PCI-studie ging men na of de combinatie van een klonteroplossend geneesmiddel
voorafgaand aan een primaire angioplastiek die pas met een vertraging 1 tot 3 uur
uitgevoerd kon worden, inderdaad betere resultaten geeft. Het tegendeel blijkt waar te
zijn: bij patiënten die voorafgaand het klonteroplossend geneesmiddel gekregen hadden,
werden meer overlijdens en ernstige complicaties vastgesteld, zoals hartzwakte, shock,
hersenbloedingen en recidiefinfarcten.
De studie, die in 24 landen liep, werd na
de eerste resultaten bij 1667 van de geplande 4000 patiënten dan ook stopgezet. De groep
gaat nu op zoek naar de oorzaken van de negatieve resultaten. De resultaten van deze
studie werden met voorrang gepubliceerd, zodat hartcentra in ziekenhuizen hun dagelijkse
klinische praktijk zouden kunnen aanpassen.
Bron: Universiteit Leuven
Netvliesschade heeft relatie met het
optreden van hart- en vaatziekten
Patiënten met (diabetische) netvliesschade,
hebben een verhoogd risico op het ontstaan van hart- en vaatziekten en sterfte aan deze
ziekten. Daarom moet bij patiënten met netvliesschade extra gelet worden op
risicofactoren van hart- en vaatziekten zoals hoge bloedsuikerwaarden, diabetesduur, hoge
bloeddruk en een afwijkende vetstofwisseling. Dit concludeerde Manon van Hecke in haar
onderzoek waarop zij op vrijdag 10 februari promoveerde aan VU medisch centrum te
Amsterdam.
Diabetespatiënten met complicaties aan de
kleine bloedvaatjes (bijvoorbeeld netvliesschade) hebben ook een verhoogd risico op
complicaties aan de grote vaten (hart- en vaatziekten). Een oorzaak hiervoor is dat
complicaties aan de kleine en de grote bloedvaten een aantal gemeenschappelijke
risicofactoren heeft zoals hoge bloedsuikerwaarden, diabetesduur, hoge bloeddruk en
afwijkende vetstofwisseling. In de behandeling betekent dit dat bij patiënten met
netvliesschade extra gelet moet worden op de aanwezigheid van risicofactoren die hart- en
vaatziekten veroorzaken. Behandeling hiervan leidt tot langere overleving met betere
visuele functie. Kortom een betere kwaliteit van leven.
Van Hecke heeft ook een aantal relatief
nieuwe risicofactoren aangetoond, die een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van
netvliesschade: ontstekingsactiviteit en dysfunctie van de vaatwand, dysfunctie van het
autonome zenuwstelsel en een afwijkend homocysteine metabolisme. Herkenning van deze tot
nu toe relatief onbekende risicofactoren draagt bij aan een beter begrip van de
ontstaanswijze van netvliesschade en is basis voor verder onderzoek en de ontwikkeling van
nieuwe behandelings strategieën. Netvliesschade is een frequent voorkomende
microvasculaire complicatie van diabetes mellitus en is een van de hoofdoorzaken van
blindheid bij volwassenen in de Westerse wereld.
Bron: Vumc
Na zaadbalkanker goed en zinvol
leven
Mannen die genezen zijn van zaadbalkanker, ervaren een goede kwaliteit van
leven. Zij hebben een positieve kijk op hun leven en ervaren weinig problemen
in hun dagelijks leven. Dit is vergelijkbaar met Nederlandse mannen die geen
kanker gehad hebben. Een op de acht mannen die genezen is van
zaadbalkanker, heeft echter wel last van de angst dat de kanker zal
terugkeren. Dit blijkt uit onderzoek van Joke Fleer van het Universitair Medisch
Centrum Groningen. Zij promoveert 1 maart 2006 op haar onderzoek aan de
Rijksuniversiteit Groningen.
Zaadbalkanker wordt meestal vastgesteld bij jonge mannen in de
leeftijd van 15 tot 45 jaar. Op dit moment overleeft ongeveer
negentig procent van de patiënten. Dit betekent dat zij na het
beëindigen van de behandeling nog een lang leven voor zich hebben.
Hierin kunnen ze te maken krijgen met de lichamelijke en
psychosociale gevolgen van de diagnose en de behandeling. Hierbij
is te denken aan vermoeidheid, onvruchtbaarheid en de angst voor
het terugkomen van de ziekte. Deze gevolgen kunnen de
levensplannen van de jonge mannen doorkruisen en daarmee de
kwaliteit van hun leven beïnvloeden. Fleers onderzoek is het eerste
onderzoek naar de kwaliteit van leven bij overlevers van
zaadbalkanker in Nederland. Voor haar onderzoek ondervroeg zij 354
genezen zaadbalkankerpatiënten.
Positieve kijk
Mannen die genezen zijn van zaadbalkanker geven aan een goede
kwaliteit van leven te hebben. Dit ongeacht of zij recent of langer
geleden behandeld zijn en ongeacht of zij ook chemotherapie hebben
gehad of bestraald zijn. Dit duidt er op dat de overlevers goed in
staat zijn zich aan te passen aan hun leefomstandigheden, ook als
deze door kanker zijn veranderd. Ook beschouwen zij hun leven als
zinvol; zij streven in dezelfde mate belangrijke levensdoelen na als
mannen die geen kanker hebben gehad. Liefst tweederde van de
mannen gaf aan juist een meer positieve kijk op het leven te hebben
gekregen. Vermoeidheid blijkt niet een langdurig probleem te zijn.
Direct na de behandeling geven patiënten aan erg vermoeid te zijn.
Een jaar na de behandeling verschilt die vermoeidheid echter niet
meer van mannen die geen kanker hebben gehad.
Stempel
Fleer constateert echter ook dat bij ongeveer een op de acht mannen
die genezen is, de ervaring met kanker nog steeds een stempel op
hun leven drukt. De belangrijkste oorzaken hiervoor zijn dat ze een
negatieve invloed van de ziekte op hun dagelijks leven ervaren en
bang zijn om opnieuw ziek te worden. Hierbij maakt het niet uit,
hoeveel jaar geleden zij zijn behandeld; sommige mannen hebben
hier zelfs tien jaar later nog last van. Volgens Fleer zijn deze
mannen het meest gebaat bij specifieke psychosociale begeleiding.
Curriculum Vitae
Drs. Joke Fleer (Niehove, 1974) studeerde psychologie aan de
Universiteit van Utrecht. Zij deed haar promotieonderzoek bij de
afdeling Chirurgische Oncologie van het Universitair Medisch Centrum
Groningen. Haar onderzoek is financieel mede mogelijk gemaakt door
KWF Kankerbestrijding. Zij promoveert tot doctor in de Medische
Wetenschappen bij prof. dr. H.J. Hoekstra, prof. dr. D.T. Sleijfer en
prof. dr. E.C. Klip. De titel van haar proefschrift is: Quality of life of
testicular cancer survivors
Minisymposium: Invloed
farmaceutische industrie onder de loep
Maandag 13 februari organiseert de SP een
minisymposium in Den Haag over de invloed van de farmaceutische industrie op
geneesmiddelenonderzoek en het voorschrijfgedrag van artsen. Tweede-Kamerlid Agnes Kant
zal eeen initiatiefnota presenteren met voorstellen die de macht van de industrie kunnen
indammen. Te gast zijn onder andere professoren Treffers en Hardon, en vertegenwoordigers
van toezichthoudende instanties, patiëntenorganisaties en de farmaceutische industrie.
Tot slot wordt een manifest gepresenteerd en ondertekenen waarin wordt gepleit voor
onafhankelijker medisch onderzoek en voorschrijfgedrag.
Professor Treffers uit Leiden analyseert de
invloed van de industrie op wetenschappelijk
onderzoek. Professor Hardon uit Amsterdam spreekt over de laksheid van overheden en
controlerende instanties met betrekking tot geneesmiddelen. Tweede-Kamerlid en
epidemiologe Agnes Kant presenteert haar initiatiefnota 'Vijfentwintig medicijnen tegen
te grote macht van de farmaceutische industrie'.
Er is een forumdiscussie met onder meer:
- dr. R.W. van Olden, medisch directeur farmaceutisch bedrijf Eli Lily
- Froukje Bos, patiëntenvereniging Pandora
- Dick Bijl, hoofredacteur Geneesmiddelenbulletin
- drs. Ruud Coolen, Nederlands instituut verantwoord medicijngebruik DGV
- prof Jos van der Meer, KNAW
- Martin Buijsen, METC Rijnmond
Tot slot zal een manifest worden
gepresenteerd en ondertekend waarin wordt gepleit voor:
- Meer geld voor medisch wetenschappelijk
onderzoek van de overheid
- Versterking van de onafhankelijke positie wetenschappelijke onderzoekers
- Openbaarmaking van de onderzoeksresultaten
- Terugdringen van geneesmiddelenmarketing
Het minisymposium gaat vooraf aan het debat
die week in de Tweede Kamer over de
Geneesmiddelenwet. Een aantal voorstellen uit de initiatiefnota van de SP zal dan aan de
orde komen. De SP hoopt met het minisymposium het debat over goede borging van de
onafhankelijkheid van wetenschap inhoudelijk te versterken.
13 februari 2006, 16.00 - 18.00 uur
Oude Zaal van de Tweede Kamer, Den Haag
Insuline kan veel levens redden op
intensive care en ook veel euros sparen in ziekteverzekering
Een eenvoudig middel als insuline,
toegediend om de bloedsuikerwaarden normaal te houden, kan wereldwijd duizenden levens
redden van patiënten op de afdelingen intensieve zorg. Bovendien kost een behandeling met
insuline aan het ziekenhuis en de ziekteverzekering een fractie van wat de gangbare
behandelingen op intensieve zorg kosten, en worden er andere dure behandelingen mee
overbodig gemaakt. Een onderzoeksgroep van de K.U.Leuven publiceert daarover in The New
England Journal of Medicine, het hoogst gewaardeerde medische tijdschrift ter wereld.
Patiënten op intensieve zorg hebben, net
als diabetespatiënten, een verhoogde bloedsuikerspiegel, of ze nu op de afdeling zijn na
een erg zware operatie, na een ongeval met ernstige verwondingen of door een
levensbedreigende ziekte. De voorbije 50 jaar werd die verhoogde bloedsuikerwaarde
beschouwd als een gunstige reactie. Het lichaam zou de suiker aanmaken als extra brandstof
voor de hersenen en het afweersysteem.
Maar een onderzoeksgroep van de afdeling
Intensieve Geneeskunde van de K.U.Leuven onder leiding van professor Greet Van den Berghe
heeft het bewijs voor het tegendeel geleverd. Als je er met insuline voor zorgt dat de
bloedsuikerspiegel op zijn normale waarde blijft, hebben patiënten duidelijk meer kans om
te overleven. In 2001 toonde de groep dat al aan voor de afdeling heelkundige intensieve
zorg; daar daalde de sterftegraad met bijna de helft. Nu zijn er nieuwe resultaten voor de
afdeling medische intensieve zorg, waar ernstig zieke patiënten met een heel hoge kans op
overlijden verzorgd worden. Ook daar lag de sterftegraad éénvijfde lager na een
insulinebehandeling.
Een lagere bloedsuikerwaarde verbetert de
bloedvoorziening van levensbelangijke organen en weefsels, en voorkomt beschadiging van de
energiefabriekjes in de cellen. Een belangrijke ontdekking is dus ook de
manier waarop dit resultaat gehaald wordt: door gewoon zoals bij diabetespatiënten
insuline te geven. Dat is heel eenvoudig en goedkoop in vergelijking met de meeste
behandelingen voor kritiek zieke patiënten. Niet alleen kunnen daardoor wereldwijd
duizenden levens gered worden; door het voorkómen van complicaties die normaal erg dure
en langdurige behandelingen vragen, zou het zou ook een verlichting zijn voor de steeds
zwaarder belaste sociale zekerheid.
Wereldwijd beginnen afdelingen voor
heelkundige intensieve zorg het zogenoemde Leuvense protocol voor strikte
bloedsuikercontrole toe te passen. Door de nieuwe onderzoeksresultaten zal de
techniek waarschijnlijk ook navolging vinden bij afdelingen voor medische intensieve zorg.
De onderzoekers wijzen er ook op dat deze
resultaten bekomen zijn door een klinisch toegepaste wetenschappelijke studie. Dat soort
studies is moeilijk te realiseren, omdat er in ons land geen structurele financiering voor
bestaat. De onderzoekers willen dan ook meteen pleiten bij de overheid voor een aangepaste
financiële strategie, zodat de doorstroming van fundamenteel onderzoek naar
maatschappelijk relevante toepassingen mogelijk blijft.
Bron: Universiteit Leuven
Parkinson lang niet altijd herkend
Ruim één op de drie nieuwe gevallen van
de ziekte van Parkinson wordt niet altijd als zodanig herkend. Dit betekent een
aanzienlijke mate van onderdiagnose en waarschijnlijk van onderbehandeling in de algemene
bevolking. Hogere innames van onverzadigde vetzuren en van vitamine B6 lijken de kans op
het ontstaan van Parkinson te verminderen. Deze conclusies trekt Lonneke de Lau van het
Erasmus MC in haar proefschrift waarop zij op 1 februari 2006 promoveert.
Volgens de huidige cijfers telt Nederland
zo'n 50.000 patiënten met de ziekte van Parkinson. Jaarlijks komen daar zo'n 8.000 nieuwe
patiënten bij. De exacte oorzaak van de ziekte is niet bekend. De klinische
verschijnselen ervan, zoals het trillen bij rust en gestoorde houdingreflexen, ontstaan
door het afsterven van dopamine- producerende zenuwcellen in de hersenstam. Cijfers tot nu
toe zijn vooral gebaseerd op gecontroleerde patiëntengroepen in ziekenhuizen, of op
bestaande registratiesystemen. De Lau deed voor het eerst onderzoek naar de ziekte van
Parkinson in de algemene bevolking in een dermate grote omvang en uitgebreide opzet, dat
de resultaten ook daadwerkelijk zijn te vertalen naar de algemene bevolking.
De Lau vond ook dat personen die nog geen
lichamelijke verschijnselen van Parkinson vertoonden, maar wel subjectieve klachten hadden
als stijfheid, trillen, traagheid en een onvast gevoel of vallen, een significant verhoogd
risico hadden om later de ziekte van Parkinson te ontwikkelen. Mogelijk heeft het gebrek
aan dopamine dus al subtiele verschijnselen tot gevolg vóórdat de kenmerkende
Parkinson-afwijkingen optreden. Een vragenlijst over subjectieve klachten zou in de
toekomst dan ook kunnen helpen om vroege gevallen van de ziekte op te sporen.
Bron: Erasmus universiteit
Nieuwe vondst in aanpak hart- en vaatziekten
Een belangrijke doodsoorzaak van hart- en
vaatziekten is het scheuren van een zogenaamd onstabiele vorm van aderverkalking. Een
bepaald eiwit, fractalkine, blijkt de aderverkalking onstabieler te maken, wat de kans op
scheuren vergroot. Om deze specifieke vorm van aderverkalking te behandelen, zouden er
medicijnen ontwikkeld kunnen worden die de werking van dit eiwit blokkeren. Dit
concludeert Caroline Cheng in haar proefschrift The Sheer Stress of Shear Stress waarop
zij woensdag 1 februari 2006 promoveert aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.
In Nederland sterven naar schatting zo'n
vijfduizend mensen per jaar als gevolg van het scheuren van deze onstabiele vorm van
aderverkalking, ook wel vulnerabele plaques genoemd, te vergelijken met een rijpe puist
die openspringt. Wanneer dit vet in de bloedbaan terecht komt, ontstaat een chemische
reactie in het bloed met een acute hart- of herseninfarct tot gevolg, al dan niet fataal.
Enige tijd geleden ontwikkelde een andere
onderzoeker van het Erasmus MC een methode om dergelijke plaques op te sporen. Hoe deze
vulnerabele plaques ontstaan was echter nog niet duidelijk. In haar onderzoek vond
Caroline Cheng dat de schuifkracht van de bloedstroom op de vaatwand hierbij een
belangrijke rol speelt. Veranderingen in de vaten, zoals bochten en aftakkingen, verlagen
de snelheid van de bloedstroom waardoor de schuifkracht over de vaatwand afneemt. Op deze
plekken ontstaat aderverkalking. Hoe lager de schuifkracht, hoe groter en hoe onstabieler
de aderverkalkingplekken.
Bovendien ontdekte de promovenda dat in deze
vulnerabele plaques een hoge productie plaatsvond van het eiwit fractalkine. Dit eiwit
trekt witte bloedcellen uit de bloedbaan aan, waardoor het ontstekingsproces in de
vulnerabele plaque verergert en de plaque onstabieler maakt. Dit maakt de plaque
gevaarlijker, omdat de kans op scheuren groter wordt. Door de functie van het eiwit te
blokkeren, vond Cheng dat de ontwikkeling van de vulnerabele plaque werd gestopt. Op basis
hiervan en van wetenschappelijke literatuur, pleit Cheng voor het ontwikkelen van
medicijnen die gericht zijn op het blokkeren van de functie van dit eiwit ter behandeling
van deze specifieke en gevaarlijke vorm van aderverkalking.
Promotor: prof.dr.ir. A.F.W. van der Steen,
Biomedische technologie in de cardiologie
Erasmus universiteit
Schadelijke effecten van
hormoontherapie op borstkanker verklaard
Hormoontherapie tegen overgangsklachten
remt de afname van klierweefsel in de borst, die normaal rond en na de overgang
plaatsvindt. Dit kan de toename in borstkankerrisico verklaren als deze hormonen lang
worden gebruikt. Epidemioloog Fränzel van Duijnhoven, werkzaam bij het Universitair
Medisch Centrum Utrecht, promoveerde op 31 januari 2006 op dit onderzoek.
De afgelopen jaren bleek uit verschillende
onderzoeken dat hormoontherapie de kans op borstkanker vergroot. Dit risico is hoger
naarmate vrouwen de hormonen langer slikken. Het precieze mechanisme daarachter is echter
niet opgehelderd. Het onderzoek van Van Duijnhoven maakt aannemelijk dat een deel van het
ongunstige effect van de hormoontherapie komt door het effect op het borstklierweefsel.
Hoe meer klierweefsel in de borst, hoe groter de kans op borstkanker.
Via de borstkankerscreening verzamelde Van
Duijnhoven mammogrammen (röntgenfotos van de borst) van 800 vrouwen die hormonen
gebruikten en 800 vrouwen die geen hormonen gebruikten. Bij beide groepen vrouwen werd na
verloop van tijd een afname in het klierweefsel gemeten, die overeenstemt met de
gebruikelijke afname rond en na de overgang. De afname was echter kleiner bij vrouwen die
hormonen gebruikten dan bij de vrouwen die geen hormonen gebruikten. De resulterende
hogere hoeveelheid klierweefsel bij hormoongebruik kan de toename in het borstkankerrisico
verklaren. Van Duijnhoven vond ook aanwijzingen dat variaties in bepaalde genen vrouwen
gevoeliger maken voor de effecten van hormoontherapie op het borstklierweefsel. Misschien
zijn in toekomstig onderzoek vrouwen te selecteren die vanwege een grotere kans op
borstkanker deze hormonen beter niet kunnen gebruiken.
Internationaal
New Osteoarthritis Therapy Approved in the
EU
After the successful completion of clinical
studies, the German biotech company Orthogen AG (Dusseldorf) intends to build up a
Europe-wide distribution of Orthokine(R).
Orthokine(R) is a medical device for the production of autologous conditioned serum;
containing anti-inflammatory cytokine antagonists and growth factors. Two universities
performed randomized double-blind studies demonstrating its high efficacy and safety in
the therapy of osteoarthritis of the knee and low back pain. "Due to its beneficial
side
effect profile, Orthokine(R) therapy represents an efficient alternative to steroids,
hyaluronic acids and analgesics like cox-II inhibitors,", said Prof. Dr. Peter
Wehling,
CEO of Orthogen, today.
After the build up of the Germany-wide
sales in the last year, the molecular
orthopedics specialist company intends to extend its activities to the EU market. FDA
application for the sales in the US market is filed.
Orthogen AG works currently on a novel stem
cell technology for the regeneration of
cartilage from non-embryonic stem cells. First clinical results on humans demonstrate
feasibility of the method. It is intended to replace time-consuming autologous
chondrocyte implantation (ACI) by this new procedure.
A new immune-modulatory therapeutic
approach for the treatment of rheumatoid arthritis
with so-called exosomes is also under development. Exosomes are highly efficient
anti-inflammatory nano-particles. Clinical studies demonstrated feasibility and safety of
the method. Further clinical studies are intended to show long-term-efficacy. This method
could become a highly efficient and safe alternative to cytokine antagonists produced
with recombinant techniques (e.g. Anti-TNF).
Orthogen AG is a biopharmaceutical group of
companies which works since twelve years
in the field of molecular orthopedics.
Avian Influenza: Highly pathogenic
H5N1 virus confirmed in Bulgaria
The European Commission has been informed today that test results from the EU Reference
Laboratory for Avian Influenza in Weybridge confirm that the recent case of avian
influenza in wild swans in Bulgaria was caused by the highly pathogenic H5N1 virus. The
disease was detected in wild swans in the Bulgarian wetland region of Vidin, close to the
Romanian border, last week. The Bulgarian authorities have also informed the Commission of
other suspected cases in wetlands close to the Black sea. The Commission is preparing a
decision banning imports of live poultry and birds, wild feathered game meat and meat
products, eggs and unprocessed feathers from the affected areas in Bulgaria, and this
decision is expected to be endorsed by the Standing Committee on the Food Chain and Animal
Health (SCFCAH) on 16 February. Currently, no Bulgarian poultry or poultry products can be
imported into the EU, as restrictive measures are already in place due to recent Newcastle
disease outbreaks in Bulgaria. However, as the Newcastle Disease restrictions are expected
to be reviewed and possibly eased in the near future, it is necessary to also adopt this
regionalised import ban for the areas affected with avian influenza.
Combining Western And Chinese
Medicine Provides Menopause Solutions
Dr. Laurie Steelsmith appeared on the
Access to Health Experts interview series on February 16th and presented her findings that
the integration of Chinese and Western Naturopathic techniques bring significant health
benefits for womens health and menopause.
Naturopathic Doctor Laurie Steelsmith
appeared February 16, 2006 as a special guest as a guest on Dr. Liz Lipskis Access
to Health Experts interview series and
discussed her book, Natural Choices for Women's Health: How the Secrets of Natural
and Chinese Medicine can Create a Lifetime of Wellness. Dr. Steelsmith explained her
findings that women can create a lifetime of optimal health and wellbeing by blending the
extraordinary benefits of natural medicine from both the Western tradition and ancient
Chinese teachings. The presentation had a special focus on women's health and menopause
issues.
During the free one-hour teleseminar Dr.
Steelsmith covered the following topics:
Five Element Theory and how it keeps
womens health in balance
Balancing Yin and Yang
Orchestrating womens hormonal dance: natural solutions to menopausal
symptoms, Perimenopause, and PMS
Restoring womens liver health and essential vitality
Creating optimal breast health
As a strong advocate of prevention and the
natural power of the human body to heal itself, Dr. Steelsmith uses therapies that are
primarily natural and non-toxic to address womens health and menopause. She
prescribes medicines and lifestyle changes which stimulate the patient's healing process,
rather than drugs which simply suppress the symptoms and may have multiple unhealthy
side-effects. It is vital in her training and practice to diagnose and treat the
underlying cause of disease. Here are some of Dr. Steelsmiths recommendations:
Eat three meals a day, with snacks
such as fruits between meals if youre hungry.
Eat moderate amounts of lean protein, such as low-mercury fish, skinless poultry,
or
eggs; if you are vegetarian, consume adequate quantities of plant-based protein.
Use quality fats in your diet, such as olive oil for cooking and flax oil in salad
dressings.
Eat ten servings of low-glycemic fruits and vegetables each day.
Keep your Qi strong by eating a balance of hot, cold, warming, and cooling foods.
Access to Health Experts interviews are
available through http://innovativehealing.com or through
http://www.accesstohealthexperts.com