Instructie van afweercellen tegen
leukemie
Vaccinatie van leukemiepatiënten met
afweercellen die buiten het lichaam zijn aangepast, helpen mogelijk voorkomen dat de
ziekte opnieuw de kop opsteekt. Dat blijkt uit onderzoek van Maria Westers. In twee van de
drie patiënten die herhaaldelijk vaccinatie ontvingen (met zogeheten
antigeenpresenterende dendritische cellen), kon het afweersysteem de leukemiecel
herkennen. Na chemotherapie wordt een deel van de leukemiepatiënten opnieuw ziek, omdat
de overlevende leukemiecellen onzichtbaar zijn voor het immuunsysteem en weer kunnen
uitgroeien. Westers zocht daarom een methode die de leukemiecellen zichtbaar maakt voor
T-cellen (een specifiek soort afweercel).
Een mogelijkheid is vaccinatie met
dendritische cellen (DC's) die een zogenaamd leukemisch antigeen dragen. DC's hebben de
functie T-cellen te activeren en te instrueren; dat doen ze door antigenen (deeltjes van
ongewenste elementen in het lichaam) te presenteren. Het lukte Westers de meerderheid van
patiënten-DC's leukemisch te maken in het laboratorium. Die DC's hebben dezelfde
eigenschappen als gezonde DC's en zijn in staat de T-cellen op te zoeken en te stimuleren.
Westers ontwikkelde daarop ook een analysemethode om in het lab te kunnen testen of de
T-cellen van de patiënt leukemiecellen kunnen doden.
Een kleine groep leukemiepatiënten
ontving daarop vaccinatie met leukemische DC's. Voorafgaand daaraan was bij deze
patiënten geen afweer tegen de leukemiecellen aantoonbaar. Na vier vaccinaties was het
afweersysteem van twee van de drie patiënten wel in staat de leukemiecel te herkennen.
Dat wijst erop, concludeert Westers, dat leukemische DC-vaccinatie na afronding van de
traditionele chemotherapie de uitgroei van kleine hoeveelheden leukemiecellen kan
voorkomen.
Bron: Vrije Universiteit Amsterdam
Nieuw apparaat voorspelt hart- en
vaatziekten bij diabetici
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Lichtgevendheid huid maat voor
versuikerde eiwitten
Een nieuw ontwikkeld apparaat kan op een
snelle manier van buiten af bepalen of een patiënt een hoge mate van versuikerde eiwitten
in zijn lichaam heeft. Versuikerde eiwitten spelen een belangrijke rol bij het ontstaan
van hart- en vaatziekten, vooral bij patiënten met suikerziekte of nierziektes. Door de
lichtgevendheid van de huid te meten kan de mate van aanwezigheid van versuikerde eiwitten
aangetoond worden. Tot nu toe was dit niet mogelijk zonder huidbiopten van patiënten te
nemen. Dit blijkt uit onderzoek van Robbert Meerwaldt van de vakgroep Vasculaire Ziekten
en Endocrinologie van het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG). Meerwaldt
promoveert op 7 september 2005 aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Het apparaat, een autofluorescentie meter
(AGE reader), meet de hoeveelheid licht die de huid uitstraalt. Een patiënt hoeft slechts
enkele seconden zijn arm op het apparaat te leggen en de mate van lichtgevendheid is al
bepaald. Uit het onderzoek blijkt dat deze lichtgevendheid de hoeveelheid versuikerde
eiwitten in het lichaam aangeeft. `Het blijkt dat de versuikerde eiwitten zelf licht
uitzenden. Die kunnen we nu op een heel patiëntvriendelijke manier meten. Het nemen van
bijvoorbeeld huidbiopten om deze waarden te bepalen is dus niet nodig', concludeert
Meerwaldt.
Vroege indicatie
De aanwezigheid van versuikerde eiwitten in het menselijk lichaam kan het ontstaan van
hart- en vaatziekten en van nierziektes voorspellen. De stapeling van de versuikerde
eiwitten leidt verder tot een versnelde aderverkalking, lekkende bloedvaten, hoge
bloeddruk en zenuwstoornissen. De lichtgevendheid van de huid bleek het ontstaan van deze
problemen en de kans om hieraan te overlijden te voorspellen. Door al in een vroeg stadium
de indicatoren aan te tonen kan het ontstaan van de ziektes voorkomen worden, of kan het
aantal complicaties kleiner worden of in ernst afnemen.
Op de autofluorescentie meter is
inmiddels een patent verstrekt. Het bedrijf Diagnoptics BV brengt de AGE reader op de
markt.
Nieuwe techniek beperkt risico
vaatoperatie
Een nieuwe techniek voor operaties aan
verwijde buikslagaders geeft veel minder risico op overlijden. Volgens de nieuwe methode
wordt via de lies geopereerd en niet meer via de buik van de patiënt. In minder dan één
procent van de gevallen sterft de patiënt tijdens of kort na de operatie. Het
sterftecijfer bij de klassieke methode is ongeveer vijf keer hoger. Dit blijkt uit
onderzoek van vaatchirurg EricVerhoeven van het Universitair Medisch Centrum Groningen
(UMCG). Verhoeven promoveert op 7 september aan de Rijksuniversiteit Groningen.
Een operatie aan een verwijde
buikslagader (aneurysma van de abdominale aorta oftewel AAA) komt in Nederland ongeveer
2500 keer per jaar voor. De zieke slagader wordt hierbij vervangen door een
kunststofprothese. Deze ingreep is noodzakelijk om te voorkomen dat de buikslagader
springt, waardoor levensgevaarlijke bloedingen ontstaan. Begin jaren '90 ontstond de
nieuwe operatietechniek via de lies. Sinds 1996 wordt de techniek ook in het UMCG
toegepast. Hierbij wordt via de lies een 'binnenband' aangebracht in de zieke slagader om
deze te verstevigen. Belangrijk bijkomend voordeel van de nieuwe techniek voor patiënten
is dat er niet een groot litteken op de buik ontstaat. De vaatoperatie via de lies kan
echter niet bij iedere patiënt uitgevoerd worden; dit is afhankelijk van de
toegankelijkheid via de liesvaten en de omvang van het AAA.
Meer mensen te behandelen
Door de nieuwe operatietechniek kunnen meer mensen in aanmerking komen voor een
behandeling, concludeert Verhoeven. Hij onderzocht eveneens of de nieuwe techniek is toe
te passen bij acute bloedingen. `De resultaten van de toepassing van de endovasculaire
techniek bij een acute AAA zijn veelbelovend. De mortaliteit ligt ook hier aanmerkelijk
lager dan bij de open operatie'. Uit het onderzoek blijkt verder dat door de evolutie van
de ingebrachte protheses een nieuwe groep patiënten behandeld kan worden. Recent zijn
namelijk protheses ontwikkeld met zijtakken of met `zij-ingangen'. Deze zorgen ervoor dat
de bloedtoevoer naar vitale organen als de nieren gegarandeerd blijft. Met deze nieuwe
protheses kunnen nu mensen via de lies behandeld worden, die anders niet in aanmerking
kwamen voor een behandeling met de nieuwe techniek. Ook bij de nieuwe techniek zijn
complicaties mogelijk, maar door de snelle ontwikkeling van de protheses lijkt dit aantal
geleidelijk af te nemen.
Lokale verdoving
Verhoeven onderzocht ook de mogelijkheid om de nieuwe operatietechniek onder lokale
verdoving toe te passen. In het UMCG wordt meer dan negentig procent van de patiënten
niet meer in slaap gebracht of met een ruggenprik verdoofd. Opereren onder lokale
verdoving blijkt goed mogelijk. Dit is voor de veelal wat oudere patiënten een duidelijk
voordeel. Bij zeer zware patiënten of bij te zenuwachtige patiënten is lokale verdoving
niet goed toe te passen.
Terug naar het hoofdmenu