Nierstenen en voeding


logo.jpg (7231 bytes)

Google
Deze pagina is verouderd - ontvang onze nieuwtjes per email

Nierstenen en voeding

Migraine medicijn Topiramate (Topamax) kan kans op nierstenen vergroten

Volgens Amerikaanse onderzoekers (UT Southwestern Medical Center) kan het migraÔne medicijn Topamax de kans op nierstenen vergroten. Veel artsen die dit medicijn voorschrijven wijzen hun patiŽnten niet op dit risico dat toeneemt bij langdurig gebruik.

http://www.utsouthwestern.edu/utsw/cda/dept37389/files/325832.html


Resium voor gal- en nierstenen ?

Ik heb al van meerdere mensen de tip gekregen om nier- en galstenen te vergruizen met het
kruidenmiddel Resium. Wie heeft hier ervaring mee?

Informatie van de Spaanse producent:

  • Lithiasis; lost alle soorten van stenen in het organisme op;
  • Lost nier. blaas- en galstenen op tot fijn gruis waarna dit zonder enige pijn door het organisme uitgescheiden wordt;
  • Zuivert gal- en urinairstelsel;
  • Chronische aandoeningen van nieren of lever;
  • Teveel urinezuur

Resium werd voor het eerst geproduceerd in Spanje {1927} door de grootvader van de huidige producent.

Studie die ik heb gevonden:

A herbal preparation Resium in symptomatic gallstones. A preliminary study of the effect

Larsen B, Pernille H, SkejÝ PB, Jacobsen O, Mortensen J.
Medicinsk gastroenterologisk afdeling M, Aalborg Sygehus.

Resium, an old Spanish herb, is claimed to remove gallstone symptoms and to dissolve gallstones. Ten patients admitted for cholecystectomy because of intermittent bile cholics participated in a study for six months to evaluate the effects. None had had complications to their gallstone disease, and all had normal liver biochemistry and a normal well-functioning gallbladder before entry into the study. By ultrasonography minor changes in both directions in stone number and volume were seen. Five patients experienced some relief of symptoms, while the rest had unchanged, or worse symptoms. No adverse events to Resium were seen. In conclusion no effect of Resium upon gallstone size and volume was seen. The design of the study does not allow any conclusion about symptomatic effect to be drawn.

PMID: 781743

Tijdens het Google kwam ik ook nog dit middel tegen: Chanca Piedra

Link 1

Link 2

Link 3

Link 4

 

Ervaring? Email ons


Onderzoekers van Yale ontdekken gen dat tegen nierstenen beschermt

Onderzoekers van Yale hebben het gen ontdekt dat tegen nierstenen beschermt. Het onderzoek noemt de rol van een transport cel (SLC26A6) die door het ontdekte gen wordt geprogrammeerd om er voor te zorgen dat een overschot van oxaal zuur het lichaam verlaat. Nierstenen bestaan normaal uit calcium oxalaat en door dit via de maag af te voeren verklein je de kans op nierstenen. Als dit gen dus niet goed werkt dan absorbeer je dus teveel oxaal zuur uit je eten en vergroot je de kans op nierstenen. Als je deze transporteur cel door medicijnen kan sturen dan zou je in theorie de afvoer van oxaalzuur in de darm kunnen stimuleren en daarmee de kans op nierstenen kunnen verkleinen. (Nature Genetics (DOI)10.1038/Ng1762)

http://www.yalemedicalgroup.org/news/ymg_aronson.html

Als je gevoelig bent voor dit soort zuur of nierproblemen in de familie heb dan kun je beter oxaalzuurrijke voeding mijden:

- spinazie
- rabarber
- bieten
- bessen
- asperges
- noten
- chocolade
- thee
- koffie
- cola
- aardbeien
- tarwezemelen

Oxaalzuur kan giftig zijn voor de nieren. Lange of herhaalde blootstelling aan oxaalzuur kan schade aan de nieren toebrengen. Verder is het verstandig om 2-3 liter water per dag te drinken. Calcium inname (1000 - 1100 mg) kan een positeve rol spelen doordat dit zich bind aan het oxaalzuur.

Hoe kun je nierstenen voorkomen? Lees dit maar even:


Inleiding
Voeding speelt mogelijk een belangrijke rol bij het ontwikkelen van nierstenen. Met name de relatief grote hoeveelheid zout en dierlijk eiwit in de Westerse voeding lijkt verantwoordelijk voor de toename van het steenlijden (SchrŲder & Boevť 1996).
Daarnaast zijn vochtinname en/of transpiratie bij extreme lichamelijke inspanning belangrijke aandachtspunten wat betreft steenvorming. De laatste jaren is er veel onderzoek gedaan naar de rol van calcium, oxaalzuur, natrium, kalium, dierlijk eiwit en vitamine C vanwege het effect op de urine-excretie.

Het dieet is een onderdeel van de multidisciplinaire behandeling van nierstenen en heeft als doel:
- het voorkomen van recidief stenen door verlaging van de concentratie oxaalzuur, calcium, fosfaat en urinezuur in de urine
- het vergroten van de oplosbaarheid van de urine
- het remmen van kristallisatie

Het dieetadvies
Het dieet bestaat uit adviezen over vocht, calcium, oxaalzuur, dierlijk eiwit, natrium.

Vochtverrijkt
Bij patiŽnten met nierstenen moet een vochtinname van 2,5 - 3 liter geadviseerd worden. Een ruime vochtinname is van belang om de urine zoveel mogelijk te verdunnen. Het vocht dient goed verdeeld te worden over de dag (ook 's nachts of voor het slapen). De diurese dient minimaal 2 liter per dag te bedragen. Tijdens warm weer of in landen met warm klimaat moet extra aandacht besteed worden aan veel drinken.

Calcium
In het verleden werd een calciumbeperking geadviseerd in verband met de hoge incidentie van hypercalciurie bij nierstenen. Uit recent onderzoek blijkt echter dat een lage inname van calcium een hoger risico op recidiefstenen geeft in vergelijking met een normale calciuminname. Dit wordt veroorzaakt door een toename van oxaalzuur in de urine bij een calciumbeperking. Een lage calciuminname leidt namelijk tot een afname van binding van oxaalzuur aan calcium in de darm, zodat er meer oxaalzuur opgenomen wordt en uiteindelijk meer oxaalzuur in de urine terechtkomt. Daarnaast leidt een strikte calciumbeperking ook tot mogelijk botverlies door een negatieve calciumbalans en stimulatie van calciumabsorptie en botresorptie via overregulatie van vitamine D-receptoren. Dit is de reden dat de hoeveelheid calcium in het dieet gelijk is aan de algemene aanbevolen hoeveelheid calcium van de Gezondheidsraad, namelijk 1000 - 1100 mg. Dierlijk eiwit en natrium verhogen de calciumexcretie en dienen daarom beperkt te worden.
Belangrijkste bronnen: melk, karnemelk, yoghurt, kwark, vla, pudding, pap, kaas

Oxaalzuurbeperkt
Oxaalzuur speelt een rol bij de steenvorming bij patiŽnten met calciumoxalaatstenen. Het meeste oxaalzuur in de urine is afkomstig van oxaalzuur dat in het lichaam zelf gevormd wordt. Toch kan een oxaalzuurbeperking in het dieet de oxaalzuurexcretie in de urine verlagen, zeker bij patiŽnten met een hoge oxaalzuurinname. Het advies bestaat uit het zoveel mogelijk beperken van producten die rijk aan oxaalzuur zijn.
Belangrijkste bronnen: oxaalzuurrijk: spinazie, rabarber; in mindere mate in: bietjes, noten, chocola (cacao), sterke thee, postelein, boerenkool, knolselderij, cola

Dierlijk eiwitbeperkt
Een hoge inname van dierlijk eiwit is gerelateerd aan een verhoogde concentratie urinezuur in de urine als gevolg van het hoge purinegehalte. Urinezuur is het eindproduct van het metabolisme van purine in het lichaam. Dierlijk eiwit bevat veel purine. Bij verhoogde concentratie urinezuur in de urine kunnen urinezuurstenen gevormd worden. Daarnaast verhoogt dierlijk eiwit de excretie van oxaalzuur en calcium in de urine. Ook veroorzaakt een hoge inname van dierlijk eiwit hypocitraaturie vanwege de verhoogde tubulaire reabsorptie van citraat. Citraat is een kristalgroeiremmer en remt met name de vorming van calciumfosfaat- en calciumoxalaatstenen.

Beperking van dierlijk eiwit wordt gerealiseerd door het totaal eiwit te reduceren tot 0,8-1 gram eiwit per kg lichaamsgewicht. Dit is de normale aanbevolen hoeveelheid voor eiwit. Voor de meeste mensen is dat een beperking, omdat er in het algemeen meer eiwit geconsumeerd wordt door een hogere inname van melkproducten en vlees(waren) dan de aanbevolen hoeveelheden aangeven. Door deze dierlijke producten te minderen, wordt de hoeveelheid dierlijk eiwit vanzelf beperkt. PatiŽnten met urinezuurstenen dienen purinerijke produkten en alcohol zoveel mogelijk te vermijden.

Belangrijkste bronnen dierlijk eiwit: vlees, vleeswaren, kaas, vis, kip, ei, melk en melkproducten.

Belangrijkste bronnen purine: vis (ansjovis, sardines, krab, haring, makreel, hom, garnalen, sprot, wijting), orgaanvlees (lever, niertjes, zwezerik en hersenen), en in mindere mate vlees, wild en gevogelte, alcoholische dranken zoals bier en wijn.

Natriumbeperkt
Natrium is een onderdeel van zout (= natriumchloride). Een hoge natriuminname veroorzaakt een verhoogde calciumexcretie. Een natriumbeperking verhoogt de effectiviteit van de behandeling met thiazidediuretica bij hypercalciurie en verlaagt de concentratie calcium in de urine. Verder lijkt een hoge inname van natrium met de voeding de hoeveelheid citraat in de urine te verlagen. Dit is ongunstig, omdat citraat kristalvorming remt. Het advies bestaat uit het beperken van natrium tot 3600 mg per dag. (= is de gemiddelde natriuminname in Nederland). Bij hypercalciurie en thiazidediuretica dient de hoeveelheid natrium beperkt te worden tot 2000 mg per dag. Dit is een sterke beperking, waarbij zelden toegevoegd zout en ťťn van de onderstaande producten geconsumeerd kunnen worden.
Belangrijkste bronnen: zout dat over het eten gestrooid wordt of tijdens de bereiding toegevoegd wordt, bouillonblokjes, ketjap, kruidenmixen, soep, saus, kant- en klaarproducten, snacks, zoutjes, gezouten noten, zoute haring.

Megadoses vitamine C zou de oxaalzuur- en urinezuurexcretie in de urine kunnen verhogen en een verlaging van de pH van de urine kunnen veroorzaken. Dit bevordert steenvorming. Een megadosis vitamine D kan een verhoogde intestinae absorptie van calcium veroorzaken. Excessen van vitamine C en D moeten vermeden worden.

Kalium lijkt een gunstig effect te hebben. Een hoge kaliuminname is omgekeerd geassocieerd met het risico op nierstenen. Er is echter onvoldoende bewijs om patiŽnten met nierstenen extra kalium te adviseren.

Auteur: MariŽlle van Veen-Lievaart, diŽtist LUMC

Literatuur:
ß Dieetbehandelingsprotocol Urinewegstenen. Dieetbehandelingsprotocollen Elsevier gezondheidszorg, Maarssen 1997
ß Borghi L., Schianchi T, e.a.. Comparison of two diets for the prevention of recurrent stones in idiopathic hypercalciuria. N Engl J Med 2002; vol 346 (2)


Onmerkbaar eiwitverlies via urine voorbode nierproblemen

Van diabetespatiŽnten was al bekend dat een spoor eiwit in de urine voorspellend is voor de achteruitgang van de nierfunctie. Maar Jacobien Verhave ontdekte dat eiwitverlies voor iedereen een risico op nierproblemen vormt. Een verslechterde nierfunctie wordt vaak pas in een vergevorderd stadium ontdekt, omdat de patiŽnt er meestal in eerste instantie niets van merkt. Vroege opsporing van eiwitverlies is dus van belang om dialyse of niertransplantatie op termijn te voorkomen. De promovendus beveelt aan om te onderzoeken of screening van de gehele bevolking op eiwitverlies een effectief middel zou zijn om mensen met een risico op een verslechterende nierfunctie op te sporen.

Verhave gebruikte voor haar onderzoek de gegevens van de PREVEND studie (Prevention of Renal and Vascular End-stage Disease). Hiervoor zijn in 1997 alle inwoners van de stad Groningen gevraagd om een korte vragenlijst in te vullen en ochtendurine in te leveren. Van de 41.000 respondenten zijn 8.600 personen meteen uitgenodigd voor nader onderzoek en in 2001 opnieuw. De PREVEND studie heeft eerder al laten zien dat een verhoogd eiwitgehalte in de urine (microalbuminurie) niet zeldzaam is en bij 7,2 procent van de mensen voorkomt. Ook werd bekend dat dit verhoogde eiwitverlies samenhangt met een verhoogde kans op hart- en vaatziekten. En nu stelt Verhave vast dat microalbuminurie ook voorspellend is voor een verslechterende nierfunctie. Want ze ontdekte dat de mensen die bij de eerste screening een goede nierfunctie hadden maar een hoge eiwituitscheiding, vier jaar later een hogere kans hebben op een slechte nierfunctie.

Verder ontdekte de promovendus dat mannen een hogere eiwituitscheiding hebben dan vrouwen. Ook mensen die veel zout gebruiken, hebben een hogere eiwituitscheiding; met name degenen met overgewicht. Het is bekend dat het gebruik van veel zout de bloeddruk en de kans op hart- en vaatziekten verhoogt, maar Verhave stelt vast dat de relatie tussen zoutinname en albuminurie niet wordt verklaard door de bloeddruk. Dat betekent dat het gebruik van veel zout wellicht ook nog op een andere manier de vaatwand kan beschadigen dan via hoge bloeddruk alleen.

Risicofactoren voor hart- en vaatziekten zijn ook schadelijk voor de nier, maar de relaties ertussen blijken niet eenduidig. Zo gaat overgewicht gepaard met een hogere nierfunctie, hoog cholesterol met een lagere nierfunctie en gaan bloedsuiker en bloeddruk gepaard met zowel een hoge als met een lage nierfunctie. /ImK

Jacobien Verhave (Nijmegen, 1975) studeerde geneeskunde in Groningen. Ze verrichtte haar promotieonderzoek bij de vakgroep Nefrologie (Interne geneeskunde) en binnen de onderzoeksschool: GUIDE (Groningen University Institute for Drug Exploration). Het onderzoek is medegefinancierd door de Nierstichting. Momenteel doet Verhave gedurende een jaar onderzoek in het universiteitsziekenhuis van Montpellier. In maart 2005 begint zij aan de opleiding tot internist.

Bron: Rijksuniversiteit Groningen

 

 

Terug naar het hoofdmenu



 

 

 


View My Stats