Multiple sclerose (MS)
Vaccin Hepatitis B veroorzaakt
Multiple Sclerose !
14 jaar na de nationale vaccinatiecampagne
tegen Hepatites B, zijn de verantwoordelijken van 2 laboratoria aangeklaagd vanwege het
maken en verkopen van het vaccin dat Multiple Sclerose (sclerose en plaque) veroorzaakt.
Meer dan 20 miljoen Fransen (een derde van de bevolking) is gevaccineerd tussen 1994 en
1998 tegen het virus Hepatitus B, een ziekte die cirrhose of leverkanker kan veroorzaken.
Philippe Douste-Blazy 22 september 1994 in
Parijs in het kader van de lancering van de vaccinatiecampagne tegen hepatitis, en rechter
Marie-Odile Bertella-Geffroy, specialist in volksgezondheidszaken, september 2001 te
Parijs. 1.300 personen hebben secondaire neurologische effecten gekregen waarvan zo'n
duizend personen Multiple Sclerose, aldus de schattingen.
De verantwoordelijken van het laboratorium
(vandaag bekend onder de naam GlaxoSmithKline, GSK) en het bedrijf Pasteur Mérieux MSD -
Aventis Pasteur (vandaag bekend onder de naam Sanofi Pasteur MSD), die het vaccin hebben
gefabriceerd, worden vervolgd voor ' bedrog van de controles', risico's en substantiële
kwaliteiten van een product, gevaarlijk voor de gezondheid van de mens, dit volgens een
bron die dicht op het dossier zit.
De informatie over het vaccin is gegeven'
in het respect van de wetgeving en de lopende proceduren', onderstreept een woordvoerder
van GlaxoSmithKline. Ook het laboratorium Pasteur MSD is gedaagd als verantwoordelijke
morele persoon en voor onvrijwillige doodslag betreffende de dood van een patiente,
Nathalie Desainquentin, overleden in 1998 op de leeftijd van 28 jaar, aan MS ; de ouders
zijn de civiele partij in deze zaak. "Voor ons is het een voldoening'' ,
verklaard Me Bernard Fau aan Agence France Presse, civiel avocaat.
De campagne die in 1994 door de toenmalige
minister van Volksgezondheid Philippe Douste- Blazy is gelanceerd is in 1998 gestopt.
Vanaf 1997 verschillende klachten zijn ingediend, die vandaag de dag door rechter
Marie-Odile Berthela-Geffroy worden behandeld. Het dossier telt 29 civiele personen
waarvan er inmiddels 5 van zijn overleden. De vaccinatiecampagne, gestimuleerd door de
Overheid, betrof Hepatitis B en Aids; speeksel zou het virus doen uitbreiden, wat echter
niet waar is. De campagne heeft veel geld opgeleverd aan de laboratoria: 70 miljoen
vaccins zijn verkocht ! "De aanbevelingen voor een vaccinatie gingen veel verder dan
de risicogroep (verslaafden, professionelen in de gezondheidszorg
.) het betrof ook
de algemene vaccinatie op de scholen', bevestigt Me Fau.
Zoals in alle andere dossiers van de
volksgezondheid, de zekerheid van de link tussen de ongewenste oorzaak van het probleem en
het gebruikte product is moeilijk vast te stellen. In 2002 heeft een 1e expertise de
Overheid verantwoordelijk gesteld, aldus het rapport,; 'onjuiste berichtgeving en
verdraaiingen'. In september 2003 gaf de 'Cour de cassation' aan dat een link tussen
de vaccinatie en de sclerose en plaque (MS) niet als zodanig vermeldt kon worden. Maar in
2004 heeft een onderzoek in het Amerikaanse blad ' Neurology' gesuggereerd dat er wel een
verband was tussen het vaccin en de ziekte.
Sindsdien heeft de Raad van de Staat de link tussen vaccinatie en ziekte geaccepteerd
(2007); dit na het bekend worden van een geval van Multiple Sclerose bij een verpleegster,
ten gevolge van een verplichte vaccinatie tegen Hepatitis B.
© 2008 AFP 31 - 01 - 2008
http://www.tv5.org/TV5Site/info/article-Hepatite_B_des_responsables_de_laboratoire_mis_
en_examen_pour_tromperie_aggravee.htm?idrub=15&xml=newsmlmmd.88
Ditta
MS en roken - wie gelooft u ?
Bericht 1: USA > Cigarette
smoking may accelerate disability in those with MS
Persons with multiple sclerosis who smoke
risk increasing the amount of brain tissue shrinkage, a consequence of MS, and the
subsequent severity of their disease, new research conducted at the Buffalo Neuroimaging
Analysis Center (BNAC) at the University at Buffalo has shown.
http://www.buffalo.edu/news/8885
Bericht 2 : Nederland > Geen
verband tussen roken en ziektebeloop MS
Over de oorzaak van Multiple Sclerose (MS)
en de redenen waarom de ziekte bij de een snel en bij de ander traag verloopt, is nog
weinig bekend. Uit onderzoek uitgevoerd door de afdeling Neurologie van het UMCG en
ondersteund door MS Anders blijkt dat het roken van sigaretten geen invloed heeft op het
ziektebeloop van MS. De resultaten van het onderzoek werden onlangs gepubliceerd in het
gerenommeerde Amerikaanse wetenschappelijk tijdschrift Neurology.
http://www.umcg.nl/azg/nl/nieuws/persberichten/134447
Snapt u het nog ?
Ron
MS medicijn uit Iran ?
Onderzoekers van de Tehran University of
Medical Sciences claimen het eerste medicijn tegen MS te hebben op basis van een
synthetische versie van FTY 720, een immuunmodulator die het immuunsysteem helpt met de
strijd tegen Multiple Sclerosis.
http://www.mehrnews.ir/en/NewsDetail.aspx?NewsID=395562
Het bedrijf Novartis is ook in die richting bezig
http://www.novartis.com/downloads_new/investors/FTY720
In Japan waren ze er al mee bezig in 2003
http://jpet.aspetjournals.org/cgi/content/full/305/1/70
Belangrijkste spelers van
het groeiproces van zenuwcellen geïdentificeerd
Fouten in het groeiproces van
onze zenuwcellen liggen vaak aan de basis van hersen of zenuwziekten, zoals de ziekte van
Alzheimer of multiple sclerose. Wetenschappers van het Vlaams Interuniversitair Instituut
voor Biotechnologie (VIB) verbonden aan de K.U.Leuven onder leiding van Bassem Hassan,
hebben een belangrijke stap gezet in de ontrafeling van het groeiproces van axonen, de
uitlopers van zenuwcellen. Ze hebben de signaalcascades JNK, Wnt en FGF als belangrijkste
actoren geïdentificeerd en ook hun respectievelijke rol aangetoond. Uit hun onderzoek
blijkt dat de groei van axonen volledig onafhankelijk van de activiteit van
zenuwcellen gebeurt. Dit beter begrip kan in de toekomst leiden tot een beter inzicht in
verschillende zenuwziekten.
http://www.vib.be/NR/rdonlyres/BassemHassan_website.pdf
MS nu ook aantoonbaar in
"gezond" hersenweefsel
Bij multiple sclerose-patiënten zijn ook
in gezonde delen van de hersenen afwijkingen te vinden. De effecten van de
ziekte MS beperken zich daarmee niet tot de zichtbaar aangetaste delen, de zogenaamde
laesies. Dit blijkt uit het onderzoek van dr. ir. Hugo Vrenken van VU medisch centrum in
Amsterdam. Het onderzoek verschijnt in het septembernummer van het vooraanstaande
Amerikaanse blad Radiology.
Met een nieuwe MRI-techniek vergeleek
Vrenken hersenweefsel van MS-patiënten en gezonde personen. De effecten die Vrenken en
zijn collegas vonden zijn specifiek voor MS-patiënten. Bij gezonde proefpersonen
zijn deze afwijkingen niet aangetoond. De gevonden afwijkingen in hersenweefsel van
MS-patiënten zijn door het gehele weefsel te vinden en hebben grote klinische
impact, aldus Vrenken. Het is nog onduidelijk wat de relatie is tussen deze
afwijkingen in gezondogende gebieden en de zichtbare laesies. Nader onderzoek zal dit
moeten uitwijzen. Het onderzoek van Vrenken werd gefinancierd door de Stichting MS
Research.
Laesies in de hersenen van MS-patiënten
konden al langer zichtbaar gemaakt worden. Een verband tussen de grootte van deze laesies
en de ernst van de klachten kon echter niet gelegd worden. De resultaten uit de studie van
Vrenken laten zien dat er naast de zichtbare laesies nog meer afwijkingen optreden, die
ook aan de klachten zouden kunnen bijdragen.
Multiple sclerose
Multiple sclerose is een chronische, auto-immuunziekte, waarbij de beschermende laag om
zenuwen (myeline) afgebroken wordt. De ziekte begint meestal bij mensen tussen de 20 en 45
jaar. In Nederland hebben ongeveer 16.000 mensen MS. De symptomen zijn divers en vaak erg
vaag. Slecht zien, spraakproblemen, evenwichts- en coördinatiestoornissen,
geheugenstoornissen en vermoeidheid zijn enkele van de veel voorkomende klachten.
Nieuw ontdekt RNA virus speelt rol
bij MS, ME en Epilepsie
Amerikaanse viroloog Dr Steven J. Robbins
heeft een RNA virus ontdekt bij patiënten die leiden aan ME (Chronisch vermoeiheid
syndroom), Multiple Sclerose (aandoening van het zenuwstelsel) en epilepsie. Deze
onderzoeker ontdekte al eerder dat ME patiënten een bepaald eiwit (Stat 1) missen dan een
belangrijke rol in het immuunsysteem speelt. Zonder dit eiwit kan het lichaam heel
moeilijke virus- en bacterie infecties bestrijden.
Dr. Steven J. Robbins, virologist and
Chief Executive Officer of Cryptic Afflictions, LLC has discovered a major neuropathogen
identified as an RNA virus designated as Cryptovirus. Substantial clinical and molecular
evidence indicates that this virus is involved in the development of neurological
disorders that include Chronic Fatigue Syndrome (CFS), also known as Myalgic
Encephalomyelitis (M.E.) by the World Health Organization, Multiple Sclerosis (M.S.) and
Idiopathic Epilepsy of unknown cause.
According to the company, "This
previously undetected virus appears to be of significant importance to researchers looking
for a cure to Multiple Sclerosis and many other neurological illnesses. Antibodies to the
newly discovered virus were found in the cerebrospinal fluid and blood of over 90% of the
patients tested with Multiple Sclerosis. It is believed that this newly discovered virus
may prove to be responsible for a host of neurological disorders. Tests are currently
being prepared for tissue samples of lesions within the brains of patients with Multiple
Sclerosis. This will be the final round of tests before approaching the FDA for approval
of the diagnostic tests."
Meer
info hier
Fouten Britse artsen met MS
De diagnose multiple sclerose (MS) is bij
honderden patiënten in Groot-Brittannië ten onrechte gesteld, hoewel met een simpele
bloedtest had kunnen worden vastgesteld dat zij een ziekte hebben die lijkt op MS.
http://www.bndestem.nl/buitenland/article592824.ece
Goedaardig verloop multiple
sclerose te voorspellen
Het verloop van de ziekte multiple sclerose
(MS) is tot op zekere hoogte te
voorspellen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Geeta Ramsaransing,
uitgevoerd aan de afdeling Neurologie van het Universitaire Medisch Centrum
Groningen (UMCG). Een betrouwbare voorspelling van het ziekteverloop kan
gevolgen hebben bij het voorschrijven van medicijnen. De medicijnen om het
beloop van MS te beïnvloeden kunnen vervelende bijwerkingen hebben.
Ramsaransing promoveert op 24 april 2006.
Multiple Sclerose (MS) is een aandoening
van het centrale zenuwstelsel waarbij de omhulling van zenuwvezels wordt aangetast, met
uiteindelijk schade aan de zenuwen als gevolg. In Nederland zijn er ongeveer 15.000 mensen
met MS. De ziekte heeft drie verschijningsvormen die zich kenmerken door een verschillend
verloop:
1) primair progressief, waarbij de klachten
vanaf het begin gaandeweg toenemen
2) secundair progressief, waarbij verbeteringen en verslechteringen elkaar aanvankelijk
afwisselen
3) het benigne of goedaardig verloop, waarbij de ziekte zich na een periode met
verslechteringen en verbeteringen zo langzaam ontwikkelt dat de patiënt nauwelijks
beperkende klachten heeft.
Goedaardige vorm
Ramsaransing richt zich voornamelijk op de
goedaardige vorm van MS. Ze vergeleek in haar onderzoek onder meer gegevens
uit de Polikliniek Neurologie in het UMCG en deed uitgebreid literatuuronderzoek. Aan de
hand van de informatie formuleerde Ramsaransing vijf criteria die verband houden met het
ziekteverloop: geslacht, het aantal opflakkeringen van de ziekte in de eerste vijf jaar,
de periode tussen opflakkeringen, ontsteking van de oogzenuw en het optreden van
motorische beperkingen.
Daarbij maakte de onderzoekster bovendien
gebruik van de zogeheten EDSS-score, een veelgebruikte schaal waarin de ernst van de
ziekteverschijnselen met een cijfer van nul tot tien wordt weergegeven. Patiënten die
vijf jaar na de eerste symptomen nog steeds een score van minder dan twee hebben, blijken
in de meeste gevallen de volgende jaren nauwelijks achteruit te gaan. Mocht de EDSS-score
na 10 jaar nog
steeds kleiner dan twee zijn, dan is de kans groter om een goedaardig beloop te behouden.
Voorspellingen
Het maken van goede voorspellingen is van
belang bij het geven van medicatie, verklaart Ramsaransing. Middelen tegen MS kunnen
vervelende bijwerkingen hebben waardoor de patiënt zich beroerd kan voelen. Mensen met
een goedaardige vorm van MS hebben vaak geen medicijnen nodig die het beloop beïnvloeden.
In het laboratorium keek Ramsaransing naar
onder meer de productie van
stikstofoxide, de activiteit van myeloperoxidase, en de concentraties van
dehydro-epiandroteronsulfaat en homocysteine in het bloed. Uit eerder onderzoek was al
bekend dat deze stoffen bij MS een rol spelen, het bleek echter niet mogelijk om een
verband met het ziekteverloop te leggen.
Voeding
Vervolgens vroeg Ramsaransing een groep van
tachtig MS-patiënten twee weken lang op te schrijven wat zij allemaal aten en dronken.
Die gegevens werden met behulp van de computer geanalyseerd om een beeld te krijgen van de
inname van verschillende voedingsstoffen. Dergelijk uitgebreid onderzoek naar het
eetpatroon van mensen met multiple sclerose was nog nooit eerder gedaan.
Door de gegevens uit het voedingsonderzoek
te vergelijken met gegevens van TNO over de eetgewoontes van de gehele Nederlandse
bevolking, ontdekte Ramsaransing bovendien dat MS-patiënten significant minder foliumzuur
binnenkrijgen dan de rest van de bevolking. Daarbij wijst de promovenda er nog op dat
Nederlanders gemiddeld genomen ook al te weinig foliumzuur binnenkrijgen. Een opmerkelijke
bevinding was dat
patiënten met een secundair progressief beloop een sterk verminderde inname van calcium
en magnesium bleken te hebben. Ramsaransing benadrukt dat de resultaten van het
voedingsonderzoek zich niet direct laten vertalen naar een dieetadvies. Zij pleit er wel
voor om bij de behandeling van patiënten met chronische ziektes als MS meer aandacht te
geven aan voorlichting over uitgebalanceerde voeding.
Curriculum Vitae
Geeta Ramsaransing (Suriname, 1971)
studeerde geneeskunde aan de Rijkuniversiteit Groningen en verrichtte haar
promotieonderzoek bij de afdeling Neurologie van het Universitair Medisch Centrum
Groningen. Ze promoveert tot doctor in de Medische Wetenschappen bij prof.dr. J.H.A. de
Keyser. De titel van haar proefschrift is: Multiple Sclerosis with a benign course.
A clinical, laboratory and dietery study
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Flavonoïde beschermt mogelijk
tegen multiple sclerose
In dierproeven blijkt een type flavonoïde
de verlammingsverschijnselen te onderdrukken die gepaard gaan met multiple sclerose (MS).
Het gaat om de stof luteoline, die van nature voorkomt in onder andere tijm, peterselie en
artisjokken. De dagelijkse behandeling van de dieren met luteoline remde de
ziekteverschijnselen, door het binnendringen van immuuncellen in de hersenen en ruggenmerg
te voorkomen. Publicatie van de resultaten van het onderzoek van dr. Jerome Hendriks bij
het VU medisch centrum vindt plaats in het toonaangevende tijdschrift Journal of
Experimental Medicine van 20 december.
Multiple sclerose (MS) is een chronische
ontstekingsziekte van het centrale zenuwstelsel. Tijdens MS dringen cellen van het
immuunsysteem de hersenen en het ruggenmerg binnen, waar ze de isolatielaag van
zenuwcellen aantasten. Zonder deze isolatielaag kunnen de zenuwcellen niet meer met elkaar
en met spieren communiceren, waardoor er verlammingsverschijnselen ontstaan. In dit proces
spelen zuurstofradicalen een belangrijke rol. Al eerder was bekend dat flavonoïden een
sterke anti-oxidant capaciteit hebben, waardoor ze zuurstofradicalen onschadelijk kunnen
maken.
MS komt voor bij 1 op de 1000 mensen in
West-Europa en Noord-Amerika. Ongeveer twee keer zoveel vrouwen als mannen lopen het
risico door de ziekte te worden getroffen. Bij deze ziekte worden er door het
immuunsysteem lichaamseigen eiwitten herkend in de hersenen en wordt gepoogd deze te
verwijderen. Ondanks het feit dat er al veel onderzoek is gedaan naar MS, is de oorzaak
van de ziekte tot op heden onbekend.
Dr. Jerome Hendriks onderzocht het effect
van luteoline in twee verschillende diermodellen. De ratten hadden ziekteverschijnselen
die vergelijkbaar zijn met MS. Dit gebeurde binnen de onderzoeksgroep van de afdeling
moleculaire celbiologie en immunologie van het VU medisch centrum.
Natalizumab zeer effectief maar
risicovol middel tegen multipele sclerose
Het moleculair antilichaam natalizumab is
een zeer effectief maar risicovol middel tegen multipele sclerose. Dit concluderen
neurowetenschappers van onder andere VU medisch centrum in drie artikelen in de New
England Journal of Medicine (NEJM) van deze week. Natalizumab bleek het aantal aanvallen
bij een specifieke groep MS-patiënten met tweederde te verminderen en de progressie van
de ziekte tegen te gaan. Bij de nu gangbare middelen interferon-beta en glatirameracetaat
worden de aanvallen bij een derde van de patiënten onderdrukt.
Vanwege deze vermoede effectiviteit was
natalizumab een jaar geleden onder de merknaam Tysabri door de Federal Drug Association
(FDA) in een spoedprocedure voor de Amerikaanse markt geregistreerd. Hierna hebben drie
patiënten progressieve multifocale leukencephalopathie (PML ) gekregen. Dit is een
zeldzame, vaak dodelijke virale aandoening in de hersenen. Vanwege het aangetoonde verband
tussen PML en het gebruik van Tysabri is de toediening van het middel destijds wereldwijd
stopgezet. Over het mechanisme dat aan dit ontstaan van PML ten grondslag ligt, is nog
onvoldoende inzicht verkregen.
In het eerste artikel wordt de werking van
Tysabri beschreven bij MS-patiënten die geen ander middel tegen MS gebruikten. De
controlegroep werd een placebo voorgeschreven. Het onderzoek vond plaats onder 942
patiënten uit 99 klinieken over de hele wereld. Tysabri bleek de hoeveelheid aanvallen
(exacerbaties) met 68% te verminderen. Uit interpretatie van de MRI-scans bleek dat ook de
MS-afwijkingen in de hersenen afnamen. De studie werd uitgevoerd onder leiding van
MS-deskundige
prof. dr. Chris Polman van VU medisch centrum.
In het tweede onderzoek werd de werking van
Tysabri onderzocht onder 1171 patiënten die het middel interferon-beta al gebruikten en
desondanks nog ziekte-activiteit hadden. 124 Klinieken namen wereldwijd deel aan de
studie. Uit het onderzoek bleek dat de combinatie van Tysabri en interferon-beta de
activiteit van de ziekte meer remt dan gebruik van interferon alleen.
In het derde onderzoek werden bloed en
hersenvocht onderzocht en hersenscans geïnterpreteerd van meer dan 3000 patiënten met MS
of auto-immuunaandoeningen als de ziekte van Crohn en reumatoïde artritis die met Tysabri
waren behandeld. Dit onderzoek werd mede uitgevoerd door MRI-deskundige prof. dr. Frederik
Barkhof van VUmc. Er werden geen additionele gevallen van PML aangetoond, het onderzoek
leverde goede richtlijnen op voor monitoring van patiënten met MS aan wie Tysabri wordt
voorgeschreven en bood inzicht in het diagnosticeren van PML.
Multipele sclerose is een moeilijk te
behandelen progressieve neurologische aandoening. Het is een auto-immuunziekte van het
centraal zenuwstelsel, waarin de combinatie van ontsteking, demyelinisatie en axonale
schade leidt tot progressieve neurologische invaliditeit. Het is nog onduidelijk hoe
verdere registratie van Tysabri in Europa zal verlopen.
Bron: VU Medisch centrum
Multiple Sclerosis intl
The
Direct-MS website
provides science-based, nutritional recommendations for helping to control the
multiple sclerosis disease process.
http://www.direct-ms.org
The Best Bet Diet Group
We at the MSRC are great believers in the power of Self-help. We know of many
many cases of MS where the individual has changed their prognosis themselves. Many people
find Complementary Therapies or make lifestyle changes which help them to stabilise MS,
avoid relapses or even recover fully and keep MS at bay for good. For example many people
find Dietary change, good nutrition, exercise, Vitamin D, avoiding stress, getting enough
sleep, taking up yoga, or trying an MS drug of great help. Our philosophy is
"whatever works for you!" We are simply here help and support you in whatever
way we can.
http://www.ms-diet.org/
In het Journal of Rehabilitation Research
& Development journaal deze maand een special over de ziekte MS. Hieronder een korte
samenvatting van de artikelen (Engelstalig) die daarin te vinden zijn.
Use of medical informatics for
management of multiple sclerosis using a chronic-care model, pg. 1
The authors describe how the Multiple
Sclerosis (MS) Centers of Excellence use healthcare information technology to care for
veterans with MS. The approach is based on a chronic-disease model that was effective for
diabetes, asthma, and depression. In this model, the approach to healthcare delivery
focuses on two essential elements: "prepared, proactive, practice teams" who use
tools such as evidence-based guidelines, and patients who actively participate in their
healthcare. Through use of an organized healthcare information system, this model will
capitalize on the advantages of information technology and lead to improved healthcare
outcomes.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/hatzakis.html
Veterans Health Administration
multiple sclerosis surveillance registry: The problem of case-finding from administrative
databases, pg. 17
The authors discuss the development of a
Veterans Health Administration (VHA) multiple sclerosis (MS) surveillance registry.
Numerous VHA registries target specific patient populations as part of programs for
improving the quality and availability of veteran care. These registries are often
compiled from administrative data based on diagnostic codes that rarely precisely identify
veterans in the target patient population. In this study, the authors compare
classification of patients (not MS vs MS/possible MS) by chart review and by application
of a statistical database algorithm. Results suggest that the algorithm reliably
eliminates non-MS cases from the initial surveillance registry and is a reasonable
case-finding method.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/culpepper.html
Exploring educational needs of
multiple sclerosis care providers: Results of a care-provider survey, pg. 25
Multiple sclerosis (MS) care providers were
surveyed on ongoing professional education needs. At a national conference, providers from
various disciplines were queried about areas in which they needed clinical consultation
and continuing education; their preferred education modalities; and their confidence in
providing care related to disease-modifying agents (DMAs), fatigue, depression,
spasticity, and bladder management. Areas of greatest interest for clinical consultation
and continuing education were identical and included cognition, fatigue, DMA use,
spasticity, pain, sex, MS diagnosis, and depression. Participants preferred live and
interactive continuing-education modalities. Enhanced continuing medical education should
improve provider practice and facilitate better care of MS patients.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/turner.html
Quality of life for veterans with
multiple sclerosis on disease-modifying agents: Relationship to disability, pg. 35
Do current therapies for multiple sclerosis
(MS) improve quality of life? To answer this question, 204 veterans completed a widely
used quality-of-life scale, the Veterans Short Form 36 [VSF-36], and a standard
neurological examination (the Kurtzke Expanded Disability Status Scale [EDSS]) at the
start of therapy and every 6 months for 3 years. The study showed that the VSF-36
correlated well with the Kurtzke EDSS. Quality-of-life and EDSS scores did not change
significantly over the course of the study. The degree of switching or discontinuation of
therapy was also high. Although this study could not confirm the benefits of therapeutic
MS interventions, it suggests that quality of life is a worthwhile measurement in
pharmacological studies of MS.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/guarnaccia.html
Depression and multiple sclerosis:
Review of a lethal combination, pg. 45
The authors review published studies on
depression in patients with multiple sclerosis (MS). Assessment and treatment of
depression in MS are discussed. Depression is the most frequent psychiatric disorder in MS
patients. Proper diagnosis and severity assessment are critical prior to the initiation of
therapy. Patients with suicidal thoughts should be referred for immediate psychiatric
consultation and closely monitored. MS is the most common progressive neurological disease
of young adults and is an important cause of disability in the veteran healthcare system.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/page45.html
Cognitive dysfunction in multiple
sclerosis: Assessment, imaging, and risk factors, pg. 63
Assessment, imaging characteristics, and
risk factors of cognitive dysfunction in patients with multiple sclerosis (MS) are
reviewed. Neuropsychological test batteries have been developed for assessing cognitive
dysfunction in patients with MS. Modern imaging techniques provide a more complete picture
of MS-related central nervous system damage, a major cause of cognitive dysfunction.
Possible risk factors have been identified that may predict which patients will develop
cognitive dysfunction. Cognitive dysfunction can dramatically affect activities of daily
living, employment, and socialization. The cognition of patients with MS, therefore,
should be monitored. New risk factors and treatments should be identified so that
morbidity from cognitive dysfunction is minimized.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/page63.html
Correlations of Perceived Deficits
Questionnaire of Multiple Sclerosis Quality of Life Inventory with Beck Depression
Inventory and neuropsychological tests, pg. 73
Data from this study suggest that
self-perceived cognitive dysfunction relates more to depression than to objective
cognitive dysfunction. The Perceived Deficits Questionnaire (PDQ) is part of the Multiple
Sclerosis Quality of Life Inventory that assesses self-perceived cognitive difficulties.
In this study, investigators used baseline data from 49 MS subjects participating in a
clinical trial to evaluate the correlation of the PDQ with two cognitive impairment
measures (Paced Auditory Serial Addition Test and California Verbal Learning Test, 2nd
edition) and with a depression measure (Beck Depression Inventory-Amended).
http://www.vard.org/jour/06/43/1/lovera.html
Cognition and fatigue in multiple
sclerosis: Potential effects of medications with central nervous system activity, pg. 83
The influence of medications with central
nervous system (CNS) effects on cognitive function and fatigue in multiple sclerosis (MS)
was evaluated. Investigators compared assessments of cognitive function and fatigue for 70
volunteers. Results showed that MS patients widely used CNS-active medications and only 15
percent did not take any CNS-active medications. Of the participants, 29 percent were
taking a selective serotonin reuptake inhibitor, commonly used for depression, and 17
percent were taking an antiepileptic drug, usually to help control pain. Participants who
took CNS-active medications were more likely to have cognitive problems, especially with
cognitive functions dependent on speed. Ratings of fatigue were also greater in volunteers
taking CNS-active medications.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/oken.html
Some effects of multiple sclerosis
on speech perception in noise: Preliminary findings, pg. 91
This investigation examined the speech
perception in noisy backgrounds of adults with and without multiple sclerosis (MS).
Sentences were presented at a constant level from a loudspeaker located directly in front
of the listener. Multitalker babble was presented from four loudspeakers in the four
corners of the room. The level of babble was increased in 1 dB steps until the listener
could not correctly identify any keywords in the sentences. Compared with listeners
without MS, listeners with MS reported that they had greater difficulty hearing in
everyday listening environments and understanding speech in background noise.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/lewis.html
Complementary and alternative
medicine use in veterans with multiple sclerosis: Prevalence and demographic associations,
pg. 99
More than one-third of the veterans with
multiple sclerosis (MS) in this study reported using complementary and alternative
medicine (CAM). A total of 451 veterans with MS completed written self-report surveys. Of
these respondents, 37 percent reported current or past CAM use and 40 percent desired
interventions that they were not currently using. Although CAM may potentially reduce
symptoms, it may also introduce harm directly or through interactions with more
traditional therapies. Because so many veterans currently use CAM or express interest in
future CAM use, traditional care providers are encouraged to learn more about CAM and
routinely ask patients about CAM use.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/campbell.html
Voltage-gated potassium channels in
multiple sclerosis: Overview and new implications for treatment of central nervous system
inflammation and degeneration, pg. 111
In multiple sclerosis (MS), various immune
cells are mistakenly triggered to orchestrate an attack against the myelin wrapping on
nerve fibers, which leads to impaired nerve function. This review discusses how drugs that
block proteins known as potassium channels in the outer membranes of T cells, macrophages,
microglia, and dendritic cells may help regulate the detrimental inflammatory immune
response underlying MS. Two potassium channels are primary potential therapeutic targets:
the Kv1.3 potassium channel that is expressed in each of the fully activated immune cells
and the Kv1.5 channel that appears only in activated microglia and dendritic cells.
Research in this field focuses on the role of immune cell potassium channels in
inflammation and on better drugs for blocking these channels, which will lead to new or
improved clinical treatments for MS patients.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/judge.html
Oligodendrocyte cell death in
pathogenesis of multiple sclerosis: Protection of oligodendrocytes from apoptosis by
complement, pg. 123
In this article, investigators review the
development of multiple sclerosis (MS) lesions. They discuss myelin-forming cells called
oligodendrocytes and how death of these cells relate to the development of MS. They also
review how different cells (T and B cells, macrophages, microglia) and the complement
system promote demyelination of and injury to axons, which leads to oligodendrocyte death.
Sublytic activation of complement C5b-9 proteins may help preserve axons and promote
remyelination, thereby preventing oligodendrocyte death. The identification of this new
therapeutic target may lead to new strategies that promote oligodendrocyte survival and
enhance axonal remyelination in MS.
http://www.vard.org/jour/06/43/1/cudrici.html