Making A Killing - A $330 billion
psychiatric industry
Psychotropic drugs. It's the story of big
money--drugs that fuel a $330 billion psychiatric industry, without a single cure. The
cost in human terms is even greater--these drugs now kill an estimated 42,000 people every
year. And the death count keeps rising. Containing more than 175 interviews with lawyers,
mental health experts, the families of victims and the survivors themselves, this riveting
documentary rips the mask off psychotropic drugging and exposes a brutal but
well-entrenched money-making machine.
De hersenen van oorlogsveteranen die lijden
aan het posttraumatische stresssyndroom (PTSS) zien er na afloop van een missie anders uit
dan de hersenen van gezonde veteranen. Dat concludeert neuropsycholoog Elbert Geuze in
zijn promotieonderzoek dat hij uitvoerde in het Centraal Militair Hospitaal en het UMC
Utrecht. Veteranen met PTSS hebben een kleinere hippocampus, die hersenstructuur is
belangrijk voor het geheugen en bij stressverwerking. Ook hun hersenschors, de buitenste
schil van de hersenen is dunner. Bovendien blijken de PTSS-veteranen pijn minder intens
waar te nemen en verwerken hun hersenen pijn anders. Elbert Geuze promoveerde op 24
oktober 2006 aan de Universiteit Utrecht.
Met een MRI-scanner onderzocht Geuze
ex-soldaten die gediend hebben in Libanon, Bosnië en Cambodja. Tien procent daarvan heeft
last van posttraumatische stress: ze hebben nachtmerries, zijn extreem prikkelbaar en
proberen oorlogsherinneringen te vermijden. Hun hersenschors, een dun laagje hersenweefsel
dat om de hersenen gevouwen zit, blijkt met name in de frontale cortex verdund te zijn.
Dit deel van hersenen regelt onder andere het werkgeheugen en de impulsregulatie.
In zijn onderzoek ontdekte Geuze ook, via
een zogenaamde PET-scanner, dat een belangrijke receptor in de hersenen van veteranen met
PTSS minder actief is. Dit beïnvloed mogelijk de werking van de hele hersenen. Via
fMRI-onderzoek (functionele Magnetische Resonantie Imaging) laat Geuze zien dat
hersendelen betrokken bij het geheugen minder actief zijn bij veteranen met PTSS. Dit
verklaart waarschijnlijk het slechtere geheugen in deze groep.
[Universiteit Utrecht]
Kerrie kan mogelijk mentale
achteruitgang afremmen
Kerrie, de bekende gele kleur in veel
aziatische gerechten kan bij oudere mensen de mentale achteruitgang met 49% afremmen.
Interessant aspect is verder dat in Kerrie land India het percentage Alzheimer patiënten
onder mensen tussen de 70-79 jaar maar 1/4 is van dezelfde groep in Amerika.
De relatie tussen Alzheimer en Kerrie is al
eerder onderzocht op ratten en daar bleek dat kerrie de typische Alzheimer symptomen kon
afremmen en dat de ratten dan ook beter scoorden op geheugentesten.
Netwerk TV
: Fysieke klachten psychiatrische patiënten te veel verwaarloosd
Uitzenddatum:
Di. 24 oktober 2006, 19.25u
Mensen met een psychiatrische aandoening
krijgen vaak niet genoeg aandacht voor hun fysieke klachten. Veel psychiatrische
patiënten leiden ook aan fysieke problemen, die niet genoeg serieus worden genomen door
de behandelende instantie. Dat stelt professor Anton Loonen, bijzonder hoogleraar
Farmacotherapie bij psychiatrisch patiënten. Netwerk sprak met Magdalena Charlot. Haar
zoon overleed aan een hartinfarct, als gevolg van dichtgeslibde aderen. Zij verweet de
instantie die de jongen behandelde voor depressiviteit nalatigheid, omdat zij niets deden
aan de fysieke klachten van haar aan overgewicht lijdende zoon. Overgewicht dat werd
veroorzaakt door zelfverwaarlozing.
Geestelijke (on)gezondheid bedreigt
Nederlandse kenniseconomie
De Nederlandse kenniseconomie pleegt
roofbouw op haar belangrijkste grondstof (de
geestelijke gezondheid van werknemers)en hakt daarmee in de wortels van haar eigen
succes. Dat is de belangrijkste conclusie van het rapport Mental Capital (Mentaal
Kapitaal) dat de Commissie van Overleg Sectorraden (COS) morgen publiceert. Meer inzicht
in de psychologische aspecten van economische ontwikkeling moet volgens het rapport leiden
tot effectiever beleid. Een volgende regering moet niet alleen investeren in
onderwijs en innovatie, maar vooral in 'mentale duurzaamheid'.
Het economisch beleid in Nederland is
primair gericht op groei. Die groei heeft een
kostbare keerzijde: stress en geestelijke gezondheidsproblemen bij werknemers. Juist in
een kenniseconomie is het cruciaal om het hoofd gezond te houden. Dit gebeurt nu
onvoldoende. De kenniseconomie put zo haar belangrijkste grondstof uit, en ondermijnt
daarmee haar eigen succes. Dit roept de nodige vragen op met betrekking tot het huidige
groeibeleid, aldus het rapport.
Stress en werkdruk zijn nu al goed voor 29%
van het ziekteverzuim, en een derde van de arbeidsongeschiktheid. Ongeveer 30% van alle
zorgkosten is direct of indirect het gevolg van geestelijke problemen. De kosten van
geestelijke gezondheidsproblemen bedragen in Nederland volgens de World Health
Organization (WHO) naar schatting 4% van het bruto nationaal product (bnp). Inclusief
indirecte kosten, zoals productiviteitsverlies, liggen de kosten nog veel hoger.
Psychiatrie en de manipulatieve
propaganda van de farmaceutische industrie
In Artikel 33 van de 'Verklaring van de
Rechten van het Kind' opgesteld door de VN staat dat kinderen het recht hebben op
bescherming van het gebruik van ongeoorloofde narcotische en geestbeïnvloedende drugs. In
Artikel 17 staat dat de overheid de toegankelijkheid verzekerd van informatie en materiaal
uit een verscheidenheid van bronnen en dat het stappen onderneemt om het kind te
beschermen tegen schadelijke informatie. Nederland is één van de 200 landen die dit
hebben ondertekend.
Op http://antipsychiatrie.freepgs.com kun je relevante informatie vinden over de vele
wantoestanden binnen de psychiatrie en de manipulatieve propaganda van de farmaceutische
industrie. Tevens biedt het Forum ruimte voor discussie en vragen.
Kamervragen over banden psychiaters
en de farmaceutische industrie
Kamer pitbull Agnes Kant van de SP heeft
kritische vragen aan minister Hoogervorst gesteld over psychiaters en de farmaceutische
industrie, hieronder de vragen en antwoorden:
1
Wat is uw mening over het boek 'psychiaters te koop' dat handelt over onder meer de
pillencultuur binnen de psychiatrie? 1)
1
Ik vind het een goede zaak dat artsen het initiatief nemen om de marketingtechnieken van
de farmaceutische industrie in het openbaar aan de orde te stellen. Het boek 'psychiaters
te koop' is voor mij één van de voorbeelden die illustreren dat bewustwording onder
artsen toeneemt als het gaat om beïnvloeding door de farmaceutische industrie.
2
Wat vindt u van het feit dat volgens de auteurs bijna alle opinieleiders in de psychiatrie
verstrengeld zijn met de farmaceutische industrie?
2
Bij alle medische specialisaties zijn er medische opinieleiders: artsen die op hun
vakgebied als bijzonder bekwaam worden gezien. In die zin werkt het in de psychiatrie niet
anders dan in andere medische specialisaties. Het is logisch dat de farmaceutische
industrie samenwerkt met arts-onderzoekers in de praktijk omdat die toegang hebben tot de
patiëntengroep waar het geneesmiddel zich op richt. Ik vind dat voor de medewerking aan
dergelijk onderzoek een redelijke vergoeding beschikbaar moet zijn. Deze vergoeding moet
echter wel in verhouding staan tot de geleverde activiteit. Wanneer inschakeling van
medische opinieleiders binnen dit kader valt, is er naar mijn mening geen sprake van
ongeoorloofde marketing en reclame. Uiteraard moeten zowel de medische opinieleider als
het farmaceutisch bedrijf transparant zijn over hun onderlinge relatie door dit bij
publicaties of optredens te vermelden.
3
Wat vindt u van de stelling van de auteurs dat ook onderzoek in de psychiatrie wordt
gedirigeerd door de industrie?
3
Ik heb er geen bezwaar tegen dat een innoverende industrie zelf prioriteiten stelt over
welke geneesmiddelen zij wil ontwikkelen voor psychiatrische patiënten. Dat laat onverlet
dat het toe te juichen zou zijn als de beroepsgroep van psychiaters en de
patiëntenverenigingen door de industrie hierbij betrokken zouden worden. De ervaringen
van psychiaters en patiënten zijn tenslotte een belangrijke input voor de innoverende
industrie.
4
Wat is uw reactie op twee voorbeelden die psychiater Anne Speckens tijdens haar inaugurele
rede noemde, namelijk de 2000 euro die haar per patiënt werd beloofd als ze hen zover
kreeg mee te doen aan een door de farmaceutische industrie georganiseerd onderzoek en het
kunnen besteden van 140.000 euro aan een onderzoek, geeft niet wat, als het maar over
Efexor ging? 2)
4
Dr. Speckens noemt in haar inaugurele rede diverse voorbeelden. Ze geeft er net te weinig
details bij om hierover inhoudelijk een oordeel te kunnen hebben. Ik kan er in meer
algemene zin wel het volgende over opmerken. Ik ben tegen het koppelen van vergoedingen
aan het voorschrijven van geneesmiddelen wanneer dat tot doel heeft de omzet van
specifieke 'eigen producten' te vergroten. Ik vind wel dat er een redelijke vergoeding
beschikbaar moet zijn voor het verlenen van medewerking aan onderzoek. Deze vergoeding
moet echter wel in verhouding staan tot de geleverde activiteit. Wanneer de inschakeling
van medische opinieleiders binnen dit kader valt, is er naar mijn mening geen sprake van
ongeoorloofde marketing of reclame. Indien mevrouw Speckens van mening is dat het genoemde
aanbod in strijd is met het Reclamebesluit Geneesmiddelen of de normen van de Stichting
Code Geneesmiddelenreclame (CGR) dan kan zij daarover een klacht indienen bij de
Codecommissie van de CGR, die daarover een uitspraak kan doen. Mevrouw Speckens kan de CGR
ook om advies vragen. Ik zou het waarderen als mevrouw Speckens contact opneemt met de
CGR. Overigens stuur ik voorbeelden die ik zelf ontvang altijd door naar de CGR of de
Inspectie voor de Gezondheidszorg.
5
Bent u bereid de Inspectie onderzoek te laten doen naar de hierboven genoemde zaken? Zo
ja, heeft de Inspectie voldoende menskracht om deze en andere vragen over
onderzoeksrelaties met de industrie te onderzoeken?
5
De Inspectie voor de Gezondheidszorg zal begin 2007 een onderzoek doen naar zogenaamde
'seeding trials', niet-wetenschappelijke studies met een marketingdoel. In dat onderzoek
zal de Inspectie de nodige kennis vergaren over de relevante feiten. De Inspectie beschikt
over 2,8 fte op het gebied van reclametoezicht. Er hebben mij geen signalen bereikt dat
deze formatie niet voldoende zou zijn.
6
Heeft de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR) inmiddels de klacht behandeld die
psychiater Belgers heeft ingediend over symposia van Lilly waar volgens hem ongeoorloofde
promotie van geneesmiddelen van Lilly heeft plaats gevonden? 3) Kunt u de Kamer op de
hoogte stellen van de uitkomst? Zo ja, bent u ook bereid de Inspectie te vragen op te
letten en in te grijpen indien de CGR dit onvoldoende afhandelt?
6
De Codecommissie van de CGR heeft de klacht van dr. Belgers in behandeling genomen. Begin
november zal de mondelinge behandeling plaatsvinden. Aansluitend zal de Codecommissie
uitspraak doen. Deze uitspraak zal ik u toesturen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg
heeft zelfstandig beroepsrecht bij uitspraken van de Codecommissie. De Inspectie zal van
dit recht gebruikmaken wanneer daar aanleiding voor is.
7
Wat is uw reactie op het feit dat huisartsen bij 80 procent van de patiënten medicatie
voorschrijven, terwijl de multidisciplinaire richtlijn stelt dat bij lichte tot matig
ernstige depressie pillen en praten even effectief zijn? 4)
7
De arts bepaalt welke behandeling de patiënt nodig heeft conform de geldende medisch
inhoudelijke richtlijnen. Daarbij geldt als uitgangspunt dat de meest doelmatige
behandeling (therapie, medicatie etc) voor die patiënt gekozen zal worden. In de
richtlijn staat nu niet dat even vaak (50%) behandeld moet worden met gesprekken en met
geneesmiddelen. Vooralsnog kan gesteld worden dat het handelen van huisartsen niet
strijdig is met de richtlijnen. Het is aan de beroepsgroep zelf om nader onderzoek te doen
naar hun voorschrijfgedrag bij licht tot matig ernstige depressies. Het
Farmacotherapeutisch Overleg (FTO) is daarvoor een geëigend instrument. Via DGV,
Nederlands instituut voor verantwoord medicijngebruik, stimuleer ik dat binnen FTO verband
prescriptiecijfers worden teruggekoppeld en besproken.
8
Klopt het dat de Inspectie momenteel onderzoek doet naar 'de invloed van
ziekenhuisspecialisten op het voorschrijfgedrag van huisartsen'5); 'mogelijke
beïnvloeding van richtlijnen'6); het voorschrijfgedrag van artsen bij nieuwe
cholesterolverlagers 7), 'illegaal onderzoek in India door Occam' 8) en
'postmarketingonderzoeken getoetst door de industrie zelf of de CGR'? 9) Zo ja, kunt u per
onderwerp aangeven wanneer het onderzoek daadwerkelijk in gang is gezet en wanneer de
inspectie het denkt af te ronden?
8
VWS is bezig met een onderzoek naar de samenhang tussen prescriptie van geneesmiddelen in
de eerste en tweede lijn in Nederland. Afhankelijk van de uitkomsten van dit onderzoek zal
eventueel vervolgonderzoek plaatsvinden. De eenheid Reclametoezicht van de Inspectie is
momenteel bezig met:
een vooronderzoek naar de feitelijke en
formele totstandkoming van behandelrichtlijnen van voorschrijvers en de invloed die de
farmaceutische industrie hierop heeft (afronding 2006);
een onderzoek naar het voorschrijfgedrag van artsen bij nieuwe cholesterolverlagers
(afronding 2006).
Begin 2007 start de Inspectie met een onderzoek naar seeding trials:
niet-wetenschappelijke studie met een marketingdoel. Het onderzoek van de Inspectie naar
illegaal onderzoek in India door het bedrijf OCCAM heb ik u onlangs aangeboden (Kamerstuk
II, vergaderjaar 2006-2007, 30 800 XVI, nr. 8).
9
Onderschrijft u de aanbeveling van de auteurs van 'psychiaters te koop' om een openbaar
register, waarin de psychiaters hun banden met de industrie publiceren, op te zetten? 10)
Zo ja, op welke wijze gaat u dit stimuleren?
9
Ik ben een groot voorstander van meer transparantie in de geneesmiddelensector. In de op
het Reclamebesluit geneesmiddelen gebaseerde beleidsregels gunstbetoon is als eis gesteld
dat banden tussen sprekers (in casu medische opinieleiders) en de farmaceutische industrie
vooraf bekend dienen te worden gemaakt. Deze bepaling is opgenomen voor het bijwonen van
(wetenschappelijke) bijeenkomsten. In het verlengde van deze bepaling ligt het voor de
hand dat een dergelijke eis ook geldt voor publicaties als folders en artikelen. Voor
publicaties in medisch wetenschappelijke tijdschriften is het melden van
banden/belangenverstrengeling overigens vaak een vereiste voor publicatie. Een openbaar
register is naar mijn mening derhalve niet nodig. Een dergelijk register betekent een
administratieve last voor de sector en het lijkt mij bovendien erg onderhoudsgevoelig.
10
Bent u het eens met de aanbeveling van de auteurs dat de Nederlandse Vereniging voor
Psychiatrie het voortouw moet nemen door geen zwaar gesponsorde congressen meer te
organiseren? Zo ja, gaat de Inspectie de vereniging daar op aanspreken?
10
Sponsoring is onder bepaalde voorwaarden toegestaan. Volgens de beleidsregels gunstbetoon
zijn hierbij de volgende vier criteria van belang:
De gastvrijheid dient binnen redelijke
perken te blijven.
De gastvrijheid is ondergeschikt aan het hoofddoel van de samenkomst.
De gastvrijheid mag zich niet uitstrekken tot anderen dan de beroepsbeoefenaren.
De samenkomst heeft een wetenschappelijk karakter.
Wanneer overschrijding van één van deze vier criteria aan de orde was bij het congres
van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie dan kan de Inspectie voor de
Gezondheidszorg optreden. Voorafgaand aan een congres kan de beroepsvereniging advies
vragen bij de Stichting Code Geneesmiddelenreclame (CGR). Ik beveel iedere
beroepsvereniging dat van harte aan.
11
Onderschrijft u de aanbeveling om een onafhankelijk instituut op te zetten dat beoordeelt
waaraan industriegeld wordt besteed? Zo ja, bent u bereid dit te faciliteren?
11
Ik ben geen voorstander van deze aanbeveling. Bedrijven moeten zelf bepalen welke
producten zij onderzoeken en ontwikkelen. Zonder een zelfstandige, actieve en door
commerciële motieven gedreven farmaceutische industrie zou het allerminst vanzelfsprekend
zijn dat nieuwe behandelmethoden überhaupt zouden ontstaan. Voor onderzoek dat geen
commercieel belang dient, zijn universiteiten een belangrijke bron. De overheid kan ervoor
kiezen om voor specifieke onderwerpen onderzoek te stimuleren. Dit kan bijvoorbeeld door
publiek-private samenwerking. Dan is er sprake van een samenwerkingsverband tussen het
bedrijfsleven en de overheid. Het Topinstituut Pharma is een voorbeeld van publiek-private
samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en universiteit. Een vergelijkbaar initiatief
wordt op EU-niveau ontwikkeld. Dergelijke ontwikkelingen ondersteun ik graag.
12
Erkent u dat de roep om een onafhankelijk instituut steeds vaker klinkt? 11) Zo ja, wilt u
nog eens serieus ingaan op het verzoek van de initiatiefgroep Gezondheidswetenschappen?
12)
12
Voor zover ik kan overzien, klinkt de roep om een onafhankelijk instituut niet vaker dan
in het verleden het geval was. De huidige praktijk biedt voldoende mogelijkheden voor het
doen van onderzoek, evenals waarborgen om rechtstreekse banden tussen arts/onderzoeker en
industrie kritisch te kunnen bezien. Ik ben van mening dat geneesmiddelenonderzoek een
resultante kan zijn van vragen die leven in de praktijk en in de wetenschap. De vragen die
leven bij het bedrijfsleven kunnen gecombineerd worden met de wetenschappelijk
georiënteerde vragen die leven bij universiteit en medische centra. Ik heb er dan ook op
zichzelf geen problemen mee indien de onderzoeksagenda in gezamenlijkheid tot stand komt.
Overigens doet de Nederlandse wetenschap het zo slecht nog niet: 45% van de
onderzoeksprotocollen voor geneesmiddelenonderzoek wordt ingediend door academische
onderzoekers, het zogenaamde investigator initiated onderzoek.
Bovendien heb ik ZonMw opdracht gegeven voor uitbreiding van het programma
Doelmatigheidsonderzoek ten behoeve van geneesmiddelen. Dit om onafhankelijk onderzoek
naar de werkzaamheid van medicijnen te stimuleren.
1) Trouw, 14 september 2006
2) Inaugurale rede dr. Anne Speckens 21 april
3) Trouw, 30 augustus 2006
4) Aanhangsel Handelingen, nr. 1520, vergaderjaar 2005-2006
5) zie noot 4
6) Reactie op initiatiefnota SP en Boek Bouma, Kamerstuk 30 482, nr. 20, vergaderjaar
2005-2006
7) Aanhangsel Handelingen, nr. 1855, vergaderjaar 2005-2006
8) Aanhangsel Handelingen, nr. 1516, vergaderjaar 2005-2006
9) Toezegging tijdens AO d.d. 30 augustus over Farmaceutische industrie
10) zie noot 1
11) Aanhangsel der Handelingen, nr. 1909, vergaderjaar 2005-2006
12) zie noot 11
Psych Drug Pusher/Users,
Antidepressants, & School Shooters
Video - The
Truth About "Schizophrenia" & Fixing Chemical Imbalances
Boek: Mad in America
In de zomer van 1998 stuitte de Amerikaanse
onderzoeksjournalist Robert Whitaker op een curieus staaltje onderzoek: wetenschappers in
de Verenigde Staten gaven psychiatrisch patiënten chemische stoffen die niet bedoeld
waren om het tumult in hun hoofd tot rust te brengen, integendeel, het vermoeden leek
gewettigd dat de psychotische verschijnselen erdoor zouden verergeren.
Zo werden deze patiënten 'geschikt
gemaakt' voor de bestudering van schizofrenie. Industrie en artsen spannen onder één
hoedje om de nieuwste wonderpillen aan de man te brengen. Nog altijd worden de
behandelresultaten veel gunstiger voorgespiegeld dan ze in werkelijkheid zijn, en de
kwalijke bijwerkingen verdoezeld: de neurologische schade, het hoge percentage patiënten
dat ondanks medicijngebruik terugvalt.
Tot er weer een nieuwe pil op de markt komt
- dan heeft de industrie er immers belang bij de eerdere geneesmiddelen af te doen als
verouderd en schadelijk.
Chemische dwangbuis voor kinderen
in Amerikaanse pleegzorg
Een CBS uitzending over het drogeren van
jonge kinderen die in de pleegzorg terecht zijn gekomen en waarbij antipsychotica als een
chemische dwangbuis worden gebruikt....