De geschiedenis van de moderne landafbraak
"Alles begint bij de bodem"
-- Henk Koopman
Sinds de jaren 1950 is er in Nederland geen
landbouw meer, maar landafbraak. Een gezondheidscrisis van ongekende omvang is hiervan het
gevolg.
De moderne NPK-landbouw begon in Amerika en
was een uitvinding van de petrochemische industrie aldaar. De letters N, P en K staan voor
drie elementen: stikstof (N), fosfor (P) en kalium (K). Hoewel dit natuurlijke stoffen
zijn, worden ze synthetisch vervaardigd door van oorsprong petrochemische giganten als
Bayer, BASF, DuPont en Monsanto.
Na 1900 werd geëxperimenteerd met
zogeheten monoculturen. Hiermee wordt bedoeld dat je op een akker slechts een en hetzelfde
gewas teelt, bijvoorbeeld maïs of tarwe. Dit principe gaat tegen de natuur in, die juist
uitgaat van ecosystemen op basis van synergie en complexe gehelen, waarbij planten
samenwerken en elkaar ondersteunen. De wortels van de ene plant schieten dieper in de
grond dan die van de andere. Sommige planten zijn dus in staat om ook onder de toplaag van
de bodem mineralen op te nemen. Als deze planten afsterven, bevrucht hun rijke
mineraleninhoud weer de bodem. Op deze manier maakt de natuur haar eigen kringloop. Zo zul
je op natuurlijk grasland altijd klaver- en kruidensoorten tegenkomen. Klaver haalt
mineralen diep onder de grond en de kruiden vervullen een helende functie in het
ecosysteem.
Monoculturen betekenden het einde van de
gebruikmaking van natuurlijke ecosystemen in de landbouw. Om een nog grotere en snellere
opbrengst te bewerkstelligen, werd kunstmest ontwikkeld op basis van stikstof, gewonnen
uit aardgas. Aangemoedigd door de successen die geboekt werden met stikstofbommen in de
Eerste Wereldoorlog werden wetenschappers op het spoor gezet van het gebruik van stikstof
in de landbouw om een snelle groei van gewassen te bevorderen. De opdrachtgevers en
financiers waren petrochemische bedrijven die zichzelf tot doel hadden gesteld de
nationale en internationale economie afhankelijk te maken van aardolie en andere fossiele
brandstoffen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat deze machtige bedrijven warme banden
hebben met de wapenindustrie. Oorlog is een grootverbruiker van fossiele brandstof en
menige oorlog wordt gevoerd om olie. Denk hierbij aan de oorlog in Irak.
Dat chemisch wapentuig de inspiratie vormde
voor onze hedendaagse landbouw is in dit licht gezien eveneens niet vreemd meer. De
wetenschappers kregen de opdracht om te onderzoeken wat het minimale aantal elementen was
om plantengroei te bewerkstelligen. Het doel was met minimale middelen maximale winst te
behalen. De NPK-methode was het resultaat. Het bleek mogelijk om met slechts drie stoffen
niet alleen gewassen te telen, maar ook nog in een razend tempo. Door middel van een
uitgekiende propagandacampagne werd een afhankelijkheid gekweekt voor de uit fossiele
brandstoffen gewonnen synthetische varianten hiervan, waarop de chemische bedrijven het
patent hadden. Monoculturen en kunstmest werden met veel bombarie ingehaald als de
oplossing voor het wereldvoedselprobleem. Niemand zou meer honger hoeven lijden omdat we
nu grootschalig voedsel konden verbouwen. Wie wil dit niet? Anno nu zien we echter de
olie- en voedselprijzen stijgen en de olie- en voedselschaarste toenemen. Ook het
wereldhongervraagstuk is nooit opgelost, terwijl de petrochemische bedrijven alleen maar
rijker en machtiger zijn geworden.
Inmiddels weet iedereen wel dat onze bodems
uitgeput en verzuurd raken. Hoe dat precies in zijn werk gaat, weet echter niet iedereen.
Laten we doorgaan met onze geschiedenisles. Men had weliswaar een methode ontwikkeld om
met slechts drie elementen razendsnel en op grote schaal monogewassen te kweken, al snel
bleek dit ten koste te gaan van de gezondheid van deze gewassen. Snelle groei is nog niet
gezonde groei, zo bleek, want de gewassen werden op grote schaal aangevallen door de
opruimploeg van moeder natuur: insecten, schimmels, 'onkruid', virussen en andere
ziektekiemen, waaronder kanker. Moeder natuur staat namelijk niet toe dat grote
concentraties van zwakke organismes overleven.
Opnieuw werd naar de wapenindustrie gekeken
om iets te vinden waarmee 'ongedierte' en andere ongewenste vuilnismannen van moeder
natuur konden worden bestreden. Dit waren de beruchte pesticiden, fungiciden, herbiciden
en andere 'ciden'. De basis hiervan? Zenuwgas. Bestrijdingsmiddelen zijn van oorsprong
niets anders dan verdund zenuwgas (misschien verbaast het u nu ook niet meer om te weten
dat chemotherapie afkomstig is uit mosterdgas). Door boeren kunstmest te verkopen om het
land te 'bemesten' en bestrijdingsmiddelen om 'ongedierte' te 'bestrijden' werd een
desastreuze kringloop in gang gezet die zich het best laat omschrijven met alweer een
'cide': nutricide, het doden van voedingsstoffen. De gewassen die op deze manier geteeld
worden zijn niets meer dan hologrammen: van buiten zien ze eruit als voedsel, maar in
werkelijkeid voeden deze ernstig verzwakte, opgepompte gewassen niet meer.
De eenzijdige aard van zowel monoculturen
als kunstmest en de vernietigende aard van bestrijdingsmiddelen zorgden van het begin af
aan voor een ernstige uitputting van de mineraleninhoud van de bodem waarop deze gewassen
werden geteeld. Gewassen die eenzijdige, chemisch bewerkte 'voeding' krijgen waarbij de
natuurlijke mineralenrijkdom van moeder natuur in de bodem wordt vervangen door slechts
drie synthetische elementen en die in diverse stadia van hun groei 'behandeld' worden met
uiterst giftige bestrijdingsmiddelen, putten de bodem uit en vergiftigen haar. Mensen en
dieren die deze gewassen eten zullen dezelfde uitputting en vergiftiging ervaren.
We hadden het kunnen weten. Althans, de
Amerikanen. Het Amerikaanse Congres liet in de jaren 1930 een officieel onderzoek
verrichten naar de toenmalige landbouwpraktijken, destijds al op basis van NPK. Het
rapport uit 1936 had alarmerende conclusies en staat bekend als Senate Document 264.
Hierin werd gewaarschuwd voor een gezondheidscrisis van ongekende proporties als deze
praktijken doorgang bleven vinden. De oppermachtige chemische industrie had echter een
machtige lobby bij de politiek en wist door middel van financiële beloningen voldoende
senators aan zich te binden, waardoor document 264 opzij werd gelegd voor het grote geld.
De NPK-landbouw en de farmaceutische
industrie ontwikkelden zich daarna volop. Het aantal gevallen van kanker, hart- en
vaatziekte, diabetes en andere moderne 'welvaartsziektes' in Amerika heeft zich ook volop
ontwikkeld. Zo heeft de chemie een systeem geschapen waarbij mensen eerst ziek gemaakt
worden met niet-voedzame, giftige gewassen, waarna dezelfde bedrijven de 'oplossing'
bieden met medicijnen vervaardigd door hun farmaceutische takken. Van de wieg tot het graf
'verzorgd' door de chemie. Hoe hebben we het in honderd jaar tijd zover laten komen?
Na de Tweede Wereldoorlog brachten de
Amerikanen hun landbouw en medicatie naar Europa en sinds die tijd is ook hier het aantal
degeneratieve ziektes dramatisch toegenomen. Kortom, we leven nu in de gezondheidscrisis
waarvoor Senate Document 264 al in 1936 waarschuwde. Deze zelfde industrie heeft zich
sinds de jaren 1970 verdiept in het genetisch manipuleren van gewassen om via een
veranderde genetische structuur het patent op 'nieuwe' zaden te verkrijgen. Het bedrijf
Monsanto staat hierin voorop en werkt al jaren aan het opkopen van zoveel mogelijk zaden
om deze vervolgens te manipuleren en patenteren. Op de natuur bestaat geen patent, maar op
de bewerkte natuur wel. Deze genetische manipulatie is dan ook allesbehalve natuurlijk,
omdat men uitsluitend via ziektekiemen als virussen en kankercellen de celkern binnen kan
dringen om de gewenste genen aan te brengen.
Monsanto gaat zelfs nog enkele stappen
verder. De door Monsanto bewerkte zaden zijn bestand tegen het gevreesde
bestrijdingsmiddel uit hun koker, Roundup. Deze 'Roundup-ready' zaden zijn zelfs zodanig
gemanipuleerd dat de gewassen niet groeien zonder dat ze besproeid worden met Roundup. Het
bestrijdingsmiddel is hiermee de bemesting geworden! Daarnaast bezit Monsanto de techniek
om een zogenaamd 'zelfmoordgen' in te brengen, waardoor een boer slechts één oogst uit
deze zaden kan halen en gedwongen is elk jaar opnieuw zaden aan te kopen. Een grotere
afhankelijkheid is niet denkbaar van een industrie die naast onze energievoorraad nu ook
onze voedselvoorraad wil beheersen.
Dat dit allemaal weinig met landbouw te
maken heeft, mag inmiddels duidelijk zijn. Al voor de Tweede Wereldoorlog in Amerika en na
de Tweede Wereldoorlog in Europa zijn boeren afhankelijk gemaakt van monoculturen,
kunstmest en pesticiden, waarmee ze de mineraleninhoud van de bodem volledig leegroven en
uiteindelijk gedwongen worden om grote stukken land erbij te kopen, omdat op de gebruikte
akkers niets meer groeit en er in feite woestijnlandschap ontstaat. Er wordt dus niet
gebouwd, eerder vernietigd. Henk Koopman, diergeneeskundige en natuurgeneeskundige,
verwoordt het als volgt: "Toen de boeren zijn begonnen grote hoeveelheden stikstof te
gebruiken, zijn de micro-organismes in de grond veranderd. Schimmels maken stofjes aan,
mycotoxines genaamd. Deze stofjes worden opgenomen door de planten. Wij krijgen vervolgens
die stofjes binnen, wat kanker veroorzaakt. Alles begint bij de bodem."
Volgens Koopman liggen schimmels en
parasieten aan de oorsprong van kanker. Hij zou wel eens gelijk kunnen hebben. De Duitser
Günther Enderlein toonde al in 1925 aan dat menselijk bloed bestaat uit micro-organismes
zoals schimmels, parasieten, bacteriën en kankercellen en dat deze allemaal een
plantaardige genetische basis hebben. De Fransman Antoine Béchamp ontwikkelde het concept
van pleomorfisme (meervormigheid), waarbij hij onder de microscoop aantoonde dat deze
micro-organismen zelfs in staat waren om elkaars vormen aan te nemen. De Amerikaan Royal
Rife en de Oostenrijker Wilhelm Reich waren ook soortgelijke meningen toegedaan. De
Italiaanse ex-oncoloog Tullio Simoncini beweert eveneens dat kanker een schimmel is.
De theoriën van Enderlein, Béchamp, Rife,
Reich, Simoncini en anderen werden en worden stelselmatig genegeerd of geridiculiseerd en
kanker wordt nu al zo'n honderd jaar behandeld op dezelfde drie manieren: opereren,
bestralen of chemo. Wanneer we bedenken dat deze drie manieren steevast leiden tot
uitzaaiing van de kanker en het vaak de immuunsyteemonderdrukkende behandeling is die
zorgt voor een vroegtijdig overlijden van de patiënt alsmede een ernstige vermindering
van de kwaliteit van het leven, ligt het voor de hand om aan te nemen dat we te maken
hebben met micro-organismes die niet voor een gat te vangen zijn.
Henk Koopman legt een relatie met de bodem
waarop ons voedsel verbouwd wordt. Als we bedenken dat kunstmest en bestrijdingsmiddelen
een sterk verzurende werking hebben op de bodem en dat de ontwikkeling van schadelijke
micro-organismes in de hand werkt, is het dan niet logisch om de koppeling te leggen met
menselijke ziektes in het algemeen en kanker in het bijzonder? Wat nu als onze 'bodem'-
onze lever, onze darmen, ons bloed - verzuurd raakt door ongezond en giftig voedsel vol
met bewerkte suikers, zouten en vetten om ons een gevoel van 'smaak' te geven dat het
product uit zichzelf niet heeft? Om maar te zwijgen over chemische toevoegingen als
smaakstof of smaakversterker om te verhullen dat het geen smaak heeft, kleurstoffen om te
verhullen dat het geen kleur heeft, geurstoffen om te verhullen dat het geen geur heeft en
conserveermiddelen om te verhullen dat het product anders meteen op natuurlijke wijze
wordt opgeruimd.
Als dat ook bij ons schadelijke
micro-organismes in de hand werkt, waardoor schimmels, parasieten, bacteriën en
kankercellen vrij spel krijgen, hebben we dan niet te maken met hetzelfde mechanisme als
onze verzuurde en verziekte landbouwbodems? We weten dat ziekte verzuring is en
mineralentekorten daarbij een grote rol spelen. Toch wordt er over mineralen lang niet
zoveel gezegd en geschreven als vitamines. Het woord 'vitamine' zegt het al. 'Vita' is
'leven' en 'mine' staat voor 'mineraal'. Zonder mineralen dus geen leven. Het zijn de
mineralen die de vitamines activeren als een soort sleutel in het contactslot. Juist die
mineralen zitten niet meer voldoende in onze landbouwbodem en daarmee dus ook niet in ons
voedsel.
Tot overmaat van ramp moet in Nederland
sinds 1994 mest verplicht geïnjecteerd worden in de bodem in plaats van uitgereden. Dit
'ter bescherming van het milieu'. In een artikel in De Telegraaf van 16 april 2008 zegt
Paul Blokker, ingenieur Nederlandse Landbouw, over mestinjecties het volgende: "Een
op de drie Nederlanders krijgt tegenwoordig kanker. Dat is veel hoger dan waar ook ter
wereld. De gemiddelde Nederlander heeft een gebrek aan zink, ijzer, selenium, koper,
magnesium en heeft een fors tekort aan vitamine A. In veel groente zit tegenwoordig geen
vitamine C meer. Waarom neemt diabetes in Nederland explosief toe? Omdat we ondervoed
zijn. Diabetes is hard op weg om volksziekte nummer een te worden. Door mestinjectie en
door afname in het bodemleven wordt de onbalans in planten van vitaminen, mineralen en
spoorelementen vergroot. Zo zijn met name zink, mangaan en chroom nodig voor de
bloedsuikerregulatie."
De Consumentenbond deed in 2006 een
onderzoek naar het vitamine C-gehalte van diverse groentegewassen. De resultaten lieten
een dramatische daling zien ten opzichte van de NEVO-tabel (Nederlands
Voedingsstoffenbestand) van 2001: een daling in milligram per 100 gram groente van maar
liefst 100% bij witlof, 99% bij komkommer, 98% bij sla, 97% bij andijvie, 96% bij
ijsbergsla, 84% bij broccoli en 80% bij sperziebonen! Deze spectaculaire daling in alleen
al vitamine C is het directe gevolg van de demineralisering van de bodem als gevolg van
moderne landbouwmethoden, inclusief mestinjecties.
De oplossing zit in de oplossing. Hiervoor
moeten we, ironisch genoeg, kijken naar de zee. Maynard Murray was een Amerikaanse keel-,
neus- en oorarts die zich zorgen maakte over de alsmaar verslechterende gezondheid van de
doorsnee Amerikaan. Met name kanker was een alsmaar vaker voorkomende ziekte en hij stelde
zich tot doel te proberen om deze ziekte letterlijk bij de wortel aan te pakken. Hij kwam
op het ongewone idee om zeewater in verdunde vorm aan te brengen op de bodem. Zijn
redenatie was als volgt: in een onvervuilde zeeomgeving bestaat er geen ziekte en leeft
het planten- en dierenleven minimaal dubbel zo lang als op het land; er is geen
mineraalrijkere omgeving op deze planeet dan de zee, zij is de 'oersoep' van het leven.
Inderdaad zitten er in zeewater maar liefst 92 door de wetenschap geïdentificeerde
mineralen en spoorelementen en in zeezout zitten er 84. Bovendien is de voorraad
onuitputtelijk en rust er geen patent op. Nu weet u meteen waarom u hier niet eerder van
gehoord heeft.
Murray legde zich volledig toe op het
kweken van gewassen op basis van ofwel verdund zeewater of verdunningen op basis van
zeezout. Hij bereikte hiermee spectaculaire resultaten en proeven toonden aan dat zijn
groente en fruit inderdaad aanzienlijk meer vitamines en mineralen bevatte. In 1976
schreef hij er een boek over, Sea Energy Agriculture. Opnieuw waren de theoriën van een
briljante denker echter tegen dovemansoren gericht. Hetzelfde overkwam de verdund
zeewatertherapie van de Franse dokter René Quinton. Quinton ontdekte dat zeewater voor
98% identiek is aan bloed. Het enige verschil is dat bloed is opgebouwd rondom ijzer
(vandaar dat bloed rood is) en zeewater rondom magnesium. Magnesium wordt echter door het
bloed 'herkend' en omgezet in ijzer. De omzetting is dus 100% zodra zeewater in een
isotone oplossing geïnjecteerd wordt in een ader. Met isotoon wordt bedoeld een oplossing
waarvan het zoutgehalte identiek is aan dat van bloed, namelijk 0,9%. Ook Quintons
resultaten waren spectaculair en hij wist patiënten te genezen van de degeneratieve
ziektes van zijn tijd, zoals tuberculose en cholera.
De therapie van Quinton doet heel erg
denken aan die van Simoncini. Deze laatste gebruikte echter geen zeewaterverdunningen,
maar verdunningen op basis van natriumbicarbonaat, een lichaamseigen zout dat in de
voedingsindustrie gebruikt wordt als rijsmiddel en waarop eveneens geen patent berust.
Simoncini genas hiermee mensen van diverse vormen van kanker. Don Jansen, een leerling van
Maynard Murray, kweekte met zeemineralen tarwegras wat hij tot sap vermaalde en genas
daarmee zijn vader van kanker. Tarwegras bevat maar liefst 70% chlorofyl (bladgroen). De
Duitser Hans Fischer toonde aan dat chlorofyl opgebouwd is rondom magnesium en voor 98%
identiek is aan hemoglobine, een eiwit dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van rode
bloedlichaampjes en zuurstoftransport door het bloed. Interessant genoeg komt die 98%
terug en weer in relatie met bloed.
Door tarwegras te telen op basis van
zeemineralen en daar sap van te persen bied je dus twee bloedplasma's waarmee wij directe
genetische verwantschap vertonen aan je lichaam aan in vloeibare vorm. Net zoals zeewater
een enorme rijkdom aan mineralen heeft, zo is gras een plant die alle mineralen in zich
opneemt. Geef gras de 84 mineralen in zeezout of de 92 mineralen in zeewater en gras lust
ze allemaal. Van zeemineralen is bekend dat ze alkaliserend werken, ook wel basisch
genoemd. Chlorofyl heeft dezelfde eigenschap. Met graangrassen als tarwe, gerst, rogge en
haver geteeld op zeemineralen alkaliseer je jezelf en ga je verzuring tegen. Daarnaast
mineraliseer je jezelf. Zowel mineralen als chlorofyl zijn de bouwblokken van het leven,
waarmee je niet alleen levenscheppende zon- en waterenergie binnenkrijgt maar ook RNA- en
DNA-informatie. 70% van het aardoppervlak wordt bedekt door zeewater en de 30% landmassa
die wij bewonen wordt grotendeels bedekt door groene planten, met name gras. De natuur
biedt het ons op een presenteerblaadje aan, maar datgene wat je het meest ziet, zie je
vaak het meest over het hoofd.
Wat goed is voor de bodem is goed voor ons,
is goed voor planten, is goed voor dieren. We zijn allemaal één en delen meer genetische
informatie dan we denken. Zo blijken wij mensen meer genen te hebben die verwantschap
vertonen met schimmels dan dat we menselijke genen bezitten. En laten nu net de
polysacchariden in medicinale paddestoelen als reishi, shiitake, maitake en anderen
kankerwerende eigenschappen hebben! Het is daarom van wezenlijk belang dat we goed zijn
voor de natuur en met haar samenwerken. Moderne landbouw is uitsluitend roofbouw. Als we
niet goed zijn voor de bodem, zijn we ook niet goed voor de 'bodem' van ons eigen lichaam.
De parallel met de natuur is een rechtstreekse. Chemie en lichaamsvreemde stoffen genezen
nooit, alleen de natuur geneest.
Mike Donkers
mello_music@yahoo.com
Dit artikel was geschreven voor onderstaand
boek maar met toestemming ook geplaatst op fonteine.com, waarvoor mijn dank
Ron
Chemo? Of kan ik zélf kiezen?

Auteur: Henk Trentelman
Prijs: 29,95
321 pagina's
ISBN: 9079872016
ISBN13: 9789079872015
Wees blij dat de schrijver van dit boek
chemotherapie geweigerd heeft. U had anders dit bijzondere boek niet kunnen lezen, want
Henk Trentelman had al 12 jaar dood moeten zijn... volgens zijn toenmalige specialist.
Schokkende onthullingen in dit boek.
Meer dan één op de drie mensen krijgt
kanker.
Vrijwel iedereen wordt daar dus direct of indirect mee geconfronteerd. Dat maakt dit boek
lezenswaard, want wanneer u de specialist hoort zeggen: ndien u geen chemotherapie
ondergaat, dan zult u het ziekenhuis binnen zes maanden horizontaal verlaten, zoals in
1996 tegen Henk Trentelman werd gezegd, dan wacht u een zware keuze.Henk heeft gekozen
voor andere mogelijkheden en geen chemo, toentertijd... Zou hij dat wél gedaan hebben,
dan zou dit boek nu waarschijnlijk niet verschenen zijn. In dit boek vertelt hij u wat u
niet behoort te weten en hoe het komt dat u geen andere keus dan chemo of bestraling wordt
voorgelegd en de terminale patiënt geen therapievrijheid heeft. 80% van de ondervraagde
oncologen in Amerika wijst chemotherapie af als kanker bij henzelf of hun familie zou
worden vastgesteld. 75% van diezelfde ondervraagde oncologen beveelt chemotherapie ten
zeerste aan bij patiënten! De bijwerkingen en kans op genezing zijn in dit boek
beschreven.
Voor mij als arts is het beschamend, dat
dit boek niet door een arts is geschreven, maar door een kankerpatiënt. Eigenlijk
is het boek één grote schreeuw, die de gevoelens van tienduizenden patiënten
vertolkt: "Zou er eindelijk eens iemand willen luisteren naar wat wij, patiënten,
zélf willen?"
Dit boek brengt u op andere ideeën.
- Dr. H.C. Moolenburgh, arts en schrijver
Henk laat in zijn boek zien hoe de politiek
en de farmaceutische industrie bepalen hoe een patiënt behandeld dient te worden. Ik hoop
en wens, dat het lezen van dit boek een nieuwe vrijheid zal brengen: de vrijheid om
zélf te beslissen voor welke behandeling je kiest.
- Wieger Rekker, Heilpraktiker te Gronau, Duitsland