kwakzalverij


logo.jpg (7231 bytes)

Google

 

Kwakzalverij volgens Cees Renckens

Comeback van de heksenjacht


Bij mijn onderzoek naar alternatieve geneeswijzen stuit ik regelmatig op de website van ene Cees Renckens en zijn vereniging tegen kwakzalverij. Deze gynaecoloog heeft zich opgeworpen als de verdediger van de reguliere geneeskunde en wel om het volk beschermen tegen de kwade krachten van de alternatieve geneeswijzen, kwakzalverij en modeziektes.

Op zich niets mis mee als het kaf van het koren wordt gescheiden maar dit heerschap kent slechts 2 kleuren, zwart en wit. Dat er ook grijstinten zijn en genoeg interessante alternatieven zijn voor medicijnen en reguliere behandelingen of goede combinaties van regulier/alternatief kan er bij
deze vrouwenarts blijkbaar niet in.

De missie van Renckens blijkt te moeten zijn het uitroeien van de alternatieve geneeskunde, in zijn ogen een bedreiging voor de medische wereld en onze gezondheid. Het begint echter de vorm te krijgen van een moderne variant van de Spaanse inquisitie waar een aantal vooraanstaande personen bepaalde wat goed voor het volk was. Een ieder (ketters) die er andere denkwijzen op nahield werd hard aangepakt.

Je ziet dit nu ook terug in de gezondheidszorg. Men duldt geen kritiek uit eigen gelederen, kritiek op het vaccinatie beleid of samenwerking met de alternatieve geneeskunde. Een huisarts die zich verdiept in de voedingsleer wordt als overloper gezien. En dit terwijl er in Duitsland steeds meer wordt samengewerkt door de reguliere artsen en alternatieve artsen. Een gewone arts heeft ook niet altijd een oplossing voor chronische problemen en dan kan het nooit kwaad ook eens naar zaken als voeding te kijken. Deze kennis is vaak minimaal aanwezig waardoor de patiënt vastloopt en zelf naar een oplossing gaat zoeken.

Zou er een goede samenwerking zijn geweest tussen beide kampen dan had deze huisarts je kunnen helpen met het vinden van iemand die je verder zou kunnen helpen met zaken die veroorzaakt kunnen worden door voeding, electrostress etc. Doordat deze samenwerking ontbreekt bestaat het risico dat de patient inderdaad op een kwakzalver kan stuiten.

Verder uit dhr Renckens kritiek op het feit dat er in de alternatieve hoek onnodig veel supplementen worden voorgeschreven, onnodige onderzoeken plaats vinden en gevaarlijke missers worden gemaakt.

En laat dit nou dit precies mijn kritiek op de reguliere wereld zijn. Onnodig dure onderzoeken omdat men geen antwoorden heeft, een sterk groeiend medicijn gebruik met alle bijwerkingen van dien die men op de koop toe neemt, de nodige ruzies in diverse ziekenhuizen die ten koste zijn gegaan van patiënten en de nodige medische missers. Pak Google maar eens en zoek op medische missers en lees de schrijnende verhalen over de missers van erkende artsen en specialisten.

Als er kwakzalvers rondlopen in de alternatieve sectoren dan moet meteen de hele branche worden aangepakt. Dit zag je heel duidelijk na de dood van Sylvia Millecam maar als er een grove fout wordt gemaakt in een ziekenhuis dan is het een op zich zelf staand incident.

Misschien een idee voor dhr Renckens om eens kritisch naar de eigen sektor te kijken en daar eens de bezem door heen te halen. Kwakzalvers zijn er overal, niet alleen in de alternatieve sector. Ook ben ik niet de tijd vergeten van giften en luxueuze snoepreisjes. In een artikel op Skepsis vond ik hierover nog een opmerking:

Minder aan de oppervlakte ligt de invloed van de grote farmaceutische industrieën. Het is gebruikelijk dat bij de introductie van nieuwe medicijnen niet alleen artsen maar ook grote groepen journalisten vergast worden op snoepreisjes en op exotische plaatsen worden geïnformeerd over de zegeningen van de nieuwe middelen. Aandacht voor de gevaren van een te hoog cholesterol en bijpassende medicatie worden vervolgens in de media breed uitgemeten.

In een proefschrift van 2004 gaat de vrouwenarts nog een stapje verder en haalt hij ook uit naar de modoziektes zoals whiplash, postnatale depressie en bekkeninstabiliteit. Hij noemt deze nepziektes. Ik heb hieronder een stukje geplaatst naar aanleiding van een artikel in het UWV blad perspectief.

In dit artikel komt ook een tegenstander van dit heerschap aan het woord, hoogleraar Ivan Wolffers. Hij vind de gedachtengang simplistisch en ziet meer kwaad in de farmaceutische industrie.

Ik wil niet teveel tijd verdoen aan mensen die alleen zwart wit denken en die niet open willen staan voor nieuwe visies. De wereld verandert, de mensen worden slimmer en mondiger en de arts/specialist zal hierop moet inspelen. Toen de automatisering werd doorgevoerd waren er ook mensen die zich met hand en tand hebben verzet maar grote veranderingen houd je gewoon niet tegen. Moderne artsen zullen gaan inzien dat de toekomst zal bestaan uit een synergie van geneeswijzen en niet op een blind vertrouwen in de medicijnen of medische apparatuur. De mens is nu eenmaal een complex organisme waarbij men zal moeten inzien dat symptoom bestrijding achterhaald is, de echte oorzaak van problemen zal moeten worden gevonden.

Dat men een beetje aan het doorslaan is blijkt wel uit de nominaties voor 2005 waarin men zelfs de Telegraaf en Teleac nomineert

Lijst voor 2005

Academisch Centrum Tandheelkunde Amsterdam, ACTA. Prof.dr. A.J. Feilzer doet daar onderzoek naar metaalallergie met de zg. MELISA test.
Hogeschool van Utrecht. De Faculteit Gezondheidszorg biedt met de cursus CAM (Complementary and Alternative Medicine) een "gedegen oriëntatie" op o.a. antroposofie, homeopathie/acupunctuur, natuurgeneeswijzen, niet-reguliere manuele therapieën en traditioneel oosterse geneeswijzen.

Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Kinderen, NVFK. Deze vereniging werkt samen met de Nederlandse Vereniging voor Manuele Therapie en omarmt het volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij niet-bestaande KISS-syndroom.

Pharma Nord beveelt volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij waardeloze producten aan voor serieuze aandoeningen. Zo maakt het bedrijf reclame voor Q-10, een wondermiddel voor vele kwalen.

S.C. Heracles. Deze voetbalclub uit Almelo accepteerde Matthias Rath als hoofdsponsor. Deze verdiende met de internethandel van volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij nutteloze vitaminepreparaten geld en tracht de HIV-seropositieven in Zuid-Afrika wijs te maken dat zijn ‘cellulaire geneeskunde’ werkzaam is tegen aids.

Dier en Zorg, de dierenverzekering van PROTEQ, Dochter van de SNS Reaal Groep. Deze verzekering vergoedt kosten voor homeopathie en acupunctuur bij huisdieren.

TELEAC. In het voorjaar van 2004 zond Teleac 6 afleveringen van ‘Kruiden in de roos’ uit en wijdde een boek aan de genezende werking van kruiden en planten. In twee van de zes lessen werden alternatieve geneeswijzen als respectievelijk fytotherapie en homeopathie besproken, zonder dat werd gewezen op het feit dat deze behandelwijzen niet ‘evidence based’ zijn. Daardoor werd gesuggereerd dat deze behandelwijze op een lijn zouden staan met de reguliere geneeskunde.

Zeg nu zelf, is men niet een beetje aan het doordraaien in dat "anti alternatieve red de echte medicus" clubje? Lijkt meer op een hetze...

 

Ron

ps: lees ook eens dit artikel:


Alternatieve/complementaire geneeswijzen in gevaar

De Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg (BIG) wordt thans nader bekeken en beoordeeld in de Tweede Kamer. Indien geen erkenningsregel voor niet-conventioneel werkende artsen wordt doorgevoerd, zullen de homeopathisch werkende artsen, de artsen voor niet-toxische tumortherapie (Moerman-artsen), artsen voor acupunctuur en vele anderen op den duur verdwijnen uit de Nederlandse gezondheidszorg.  Het zal duidelijk zijn dat deze niet-conventioneel werkende artsen dan niet meer door verzekeraars zullen worden vergoed. Als  deze artsen hun registratie wordt ontnomen zullen vooral de minder draagkrachtige patiënten hiervan zeker als eersten de dupe worden. Bovendien is het dan niet onwaarschijnlijk, dat deze grote artsengroep in zijn geheel ophoudt te bestaan. Dan dus ook geen homeopathie, geen Moermantherapie, geen acupunctuur, enz. meer in onze gezondheidszorg!

In het kader van dit gegeven heeft dokter Moolenburgh een waarschuwend artikel geschreven om patiënten te informeren wat er op dit moment speelt. Tevens is een schrijven van zijn hand verschenen, dat de Vereniging tegen de Kwakzalverij aanvalt, omdat ze elke alternatief werkende arts een kwakzalver noemt. Het is zeer recent gepubliceerd in een grote streekkrant, Het Haarlems Dagblad. Het is de hoogste tijd dat ook de patiëntenverenigingen zich gaan roeren en actief worden.

Leest u zijn bericht.

Bob Th. Hornstra, arts

http://www.natuurlijk-welzijn.org/artikel/Gevaar169.html

Marion Koning


Oproep aan Journalisten van Nederland

(zowel, in de terminologie van Frits van Dam: de middelmatige, alsook de briljante),

Leent Uw oor niet meer voor de huiveringwekkende propaganda van de Vereniging tegen de kwakzalverij voor een totalitaire geneeskunde, die, met terzijdestelling van de publieke beschaving, tot stand moet komen door middel van een beroepsverbod voor complementair werkende artsen en therapeuten.

Zie de website http://www.iocob.nl waarop in den brede de heilloze toekomst van de geneeskunde wordt geschetst zoals Cees Renckens, Frits van Dam en Jan Willem Nienhuys c.s. die aan de Nederlandse samenleving dwingend willen opleggen.

Maakt U allen sterk voor een positieve berichtgeving over de urgentie van de spoedige totstandkoming van een waarlijk integratieve geneeskunde waarin het beste uit de reguliere geneeskunde en uit de (bewezen) complementaire geneeskunde- tot heil van de Nederlandse patient - wordt gecombineerd.  Doorziet, geachte journalisten, hoezeer U voortdurend dreigt te worden misleid door de Vereniging tegen de kwakzalverij bij haar eindeloze herhaling van de achterhaalde mythe als zou er voor een scala van complementaire geneeswijzen geen wetenschappelijke bewijs bestaan. De website van IOCOB bevat in dit opzichte alle relevante informatie.

Weest dus geen boodschapper van de Vereniging tegen de kwakzalverij welker verderfelijke ideeen de Nederlandse patient voor jaren op achterstand zetten.

Met de meeste hoogachting,

Mr N.H. de vries, oud-rechter


Kwakzalver Karadic ?

De Nederlandse Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft haar ware aard weer eens laten zien door de in ons land oprecht en integer werkende alternatief geneeskundigen te vergelijken met een van de grootste oorlogmisdadigers aller tijden. In een klap is nu voor iedereen duidelijk gemaakt hoe vies, voos en ziekelijk het denken van deze lieden is. Onaanvaardbaar, schandelijk en walgelijk tegelijk. Zo behoren fatsoenlijke mensen niet met elkaar om te gaan. Aan een dergelijke vereniging bestaat dan ook in onze maatschappij, naar mijn mening, geen enkele behoefte en kan dan ook met onmiddellijke ingang worden opgeheven.

De Kackadorisprijs is overigens een ding van niks en kan dan ook bij ontvangst direct in het vuilnisvat worden gekieperd. Maar er is hoop, want zij die met modder gooien verliezen terrein!

Dr.Th.H.L. Michiels (Doctor of Naturopathy)
Vinkeveen



Je kunt het ook anders uitleggen, zijn reguliere start was de basis van een oorlogsmisdadiger... Dus van psychiater naar massamoordenaar!

Ron


Renckens herschept "Berufsverbot" ...

Dr Cees Renckens slaat weer toe. In Medisch Contact van 27 juni 2008 schrijft Renckens een belachelijk artikel, met als kop: Strengere gedragsregels voor alternatieve artsen stap in de goede richting. Op naar een volledig verbod. Je denkt eerst, hij meent het niet. Die tijden van een Berufsverbot zijn toch achter ons.....Maar nee! Hij meent het wel!

http://www.iocob.nl/nieuws/renckens-uit-de-bocht-knmg-relativeert.html

Ditta


Wie zijn de kwakzalvers??

In het evangelie van Mattheus heeft Christus het gehele 23 e hoofdstuk nodig voor een furieuze scheld partij waarbij Geert Wilders nog een bescheiden beginneling is. De toenmalige hotemetoten kwamen vooral uit de vooraanstaande religieuze groeperingen van Farizeeën en Sadduceeën . Het voormalige Kerstkind klaagt de hypocriete, materialistische en vaak corrupte gevestigde orde aan, en nagelt die aan de schandpaal. Wee U, schriftgeleerden en Farizeeën, jullie huichelaars, jullie vreet de huizen van de weduwen op, terwijl jullie voor de schijnlange gebeden uitspreken. Jullie zijn blinde wegwijzers, slangen en addergebroed. Hoe zullen jullie ontkomen aan het oordeel van de hel? Jullie leggen zware lasten op de schouders van gewone mensen, maar zelf zijn jullie te beroerd om ook maar een vinger uit te steken om ze te helpen. Alles wat jullie doen dient alleen maar om bij iedereen op te vallen en om overal een erezetel te bezetten. Wee jullie huichelaars, want jullie lijken op fraai witgekalkte graven, die van buiten er wel mooi uitzien, maar van binnen vol rottigheid, doodsbeenderen en verderf zijn. En het allerbelangrijkste hebben jullie verwaarloosd; het recht, de barmhartigheid en de trouw (Matt 23:1-39)

Dat was niet de taal van een lieftallig Kerstkind, maar van een bevlogen en visionaire grootheid, die gesteld dat hij op aarde zou terugkeren, vermoedelijk bij een optreden in de politieke tempel de tweede kamer, meteen door het establishment de mond gesnoerd zou worden en een politiek cordon sanitaire om zich heen zou krijgen. Alsmede een proces wegens belediging. En hoe zou dan de Koninklijke kerstrede en democratie luiden ???? (Bron: prof.dr.B.Smalhout)

Als afgeleide hiervan kan over de klassieke geneeskunde en het farmaceutische bolwerk, en afspraken tussen overheid, media, zorgverzekeraars, farmacie en onderwijsinstellingen dezelfde parallel worden getrokken. Onze onderwijsinstellingen geven blijk van dogmatisch denken. Integratie van nieuwe gegevens, nieuwe inzichten zijn eens temeer een onoverkomelijke opgave, en worden afgedaan als kwakzalverij, of op een andere manier kapot en of belachelijk gemaakt. Daar waar universiteiten garant zouden moeten staan voor een niet vooringenomenheid ten opzichte van nieuwe denkwijzen, staan de meeste principieel tegenover elke vorm van geneeskunde die niet met de reguliere overeenstemt.

De hoogleraren (schriftgeleerden, Farizeeën ) die verbonden zijn aan de universiteiten, geven dat ook nog zonder blozen toe. De farmacie sponsort tegenwoordig veel onderzoek sponsort op universiteiten, bij gebrek aan voldoende financiële middelen vanuit de overheid. De uitslagen van deze onderzoeken, gefinancierd door de farmacie, geven natuurlijk voorspelbare uitslagen en publicaties. Aan de objectiviteit en juistheid kan men op zijn minst twijfelen. Dat daarbij principieel gezondigd wordt tegen een van de belangrijkste peilers van wetenschappelijkheid, namelijk het vrij denken en het vrij onderzoek, schijnt hen niet te storen. Het feit dat een aantal alternatieve geneeswijzen niet stroken met de farmacologische stompzinnig afgelijnde wetmatigheden die zij vooropstellen, doet hen deze geneeswijze verwerpen, de miljoenen patiënten die bij deze benaderingen baat hebben ten spijt.

Het feit dat een fenomeen niet past in bestaande wetten, is geen bewijs dat het op zich niet zou bestaan. Mocht dit wel zo zijn dan waren alle wetenschappers het er vandaag nog over eens dat de aarde vlak was, het licht zich door het heelal rechtlijnig voortplant en een zwart gat in de ruimte een vergetelheid van moeder natuur was bij het opvullen van het heelal. Deze nieuwe fenomenen worden bevestigd door de getuigenis van miljoenen mensen die met alternatieve geneeswijzen werden geholpen of genezen zijn. Publicaties in The British Medical Journal en The Lancet moeten volstaan om de wetenschappers tot open denken aan te zetten en hen bereid te maken het fenomeen te onderzoeken. Ze moeten bereid zijn het afgelijnde veld van hun verzekerde wetmatigheden te verlaten, bereid zijn nieuwe onderzoeksmethodes te ontwikkelen om in eerste instantie het verschijnsel te begrijpen, en in tweede instantie, indien het zich laat vatten, in aangepaste wetmatigheden vast te leggen.

Nieuwe onderzoek methodes zijn dus van kapitaal belang, omdat nu reeds duidelijk is dat de reguliere methodes niet in staat zijn bijvoorbeeld het fenomeen van homotoxicologie te omvatten, laat staan te begrijpen. Zo ook heeft men elektrische spanning nooit met een rolmaat kunnen meten. Men heeft daartoe een nieuwe meter, beantwoordend aan de nieuwe wetmatigheden (de voltmeter) moeten ontwikkelen. Een goed voorbeeld in de huidige tijd is het vetzuren en bloedbeeld op basis van eiwitten. Dat men elektrische spanning pas heeft kunnen meten na het ontwikkelen van een nieuw meetapparaat, betekend toch niet , dat het fenomeen elektriciteit op zich niet bestond voor dat dit toestel werd uitgevonden.

We lachen allicht om deze bedenking maar ze is wel duidelijk. De holbewoner zou in zijn tijd het fenomeen bliksem niet in Megavolt hebben verklaard. Elektriciteit was voor hem onbestaand. Hij zou de bliksem hebben verklaard als een mate van boosheid van een van de Goden die hij vereerde. Net zoals de huidige wetenschapper het niet wil en kan bevatten en met de klassieke diagnostiek het niet kan meten en begrijpen, en daardoor deze diagnostiek en geneeswijze afdoet als onbestaand.

Op deze manier tracht de (moderne) wetenschapper (gestuurd door zijn sponsoren?) effecten met de door hem gekende methodes te meten en boekt derhalve geen resultaat, omdat de klassieke diagnostische tests vaak onvoldoende zijn. Op deze manier komen we niet verder en houden de overheid en de farmacie de mensheid dom en tussen de gecontroleerde teugels . Wee U, schriftgeleerden en Farizeeën jullie huichelaars, jullie vreet de huizen van weduwen op, terwijl jullie voor de schijn lange gebeden uitspreken. Jullie leggen zware lasten op de schouders van gewone mensen. De bewust opgelegde meetmethoden beantwoorden niet aan de bestaande wetmatigheden en kan dus volgens de opgelegde farmacologische regels niet bestaan en wordt als zodanig op onjuiste gronden afgewezen. Hiermee probeert onze moderne gesponsorde wetenschapper het elektrisch potentiaal verschil te meten met een rolmaat en schieten we in de wetenschap niets op.

Deze onduidelijkheid kan bij de lezer en het grote publiek tot verwarring en onrust leiden. Toch blijkt het een noodzaak het reguliere en zogenaamde alternatieve vergelijkend naast elkaar te zetten. Dit is absoluut noodzakelijk. Nogal wat definities uit de reguliere geneeskunde zijn axioma"s ,stilzwijgende overeenkomsten, die door hun lange bestaan en hun respectabele leeftijd ontsnappen aan elke kritische beschouwing. De fundering van het klassieke geneeskundige huis is te zwak en onvoldoende en het zakt steeds schever. Neem bijvoorbeeld Hippocrates. Deze grootheid heeft reeds lang geleden opgeschreven: Een ziek lichaam hoort men eerst te ontgiften.

Met de in te zetten klassieke medicatie wordt door de arts en farmacie alleen maar de giffen verhoogd. En men legt de eed van Hippocrates af ????? Wee U schriftgeleerde, huichelaars en addergebroed.
Ze worden dagelijks ongenuanceerd in onze geneeskunde gebruikt, worden gehanteerd om diagnoses te stellen en therapieën te beoordelen. Ze geven echter geen verklaring voor het werkingsprincipe van de biofeedback systemen van het lichaam, die wel vast te stellen zijn in het eiwitten- en vetzuren onderzoek.

Bij toepassing van deze nieuwe inzichten is de kans groot dat de weg die men steeds als onbenullige zijweg heeft beschouwd, uiteindelijk een hoofdweg blijkt te zijn. We zullen te maken krijgen met mensen zoals Da Vinci uit de nieuwe Renaissance tijd, die zich momenteel inzetten in verschillende disciplines: filosofie, fysica, neurobiologie, kwantumfysica, geneeskunde. Het is noodzakelijk om ontwikkelingen met gewenste resultaten in deze wereld te laten geschieden en zo de nieuwe toekomst gestalte te geven in plaats van eenvoudigweg te reageren door de heersende krachten op een manier van onderlinge afspraken, roddel en achterklap en corruptie. Deze reis weerspiegelt de onvermijdelijke nauwe doorgangen die we tegenkomen, wanneer de mensen zelf leren en beseffen de eigen toekomst te creëren. Onze taal is nauwelijks toereikend om de fundamentele mentale verschuiving te beschrijven die ons in staat stelt te participeren in de zich ontvouwende nieuwe creatieve orde. Een verhaal vertellen is misschien de beste manier om dat te doe en eigenlijk de enige manier die ik weet. Het allerbelangrijkste hebben jullie verwaarloosd: het recht,de barmhartigheid en de trouw (Matt 23-1-39)

Daarbij gaat het niet om de macht van rangen en standen (hoogleraar, Minister President of arts),noch om prestaties Het gaat daarbij zelfs uiteindelijk niet om wat we doen. Het betreft het scheppen van een ruimte waarin menselijke wezens voortdurend hun opvattingen over de realiteit, van iedere dag bijstellen en zodoende beter in staat zijn te participeren in de manier waarop de wereld zich ontvouwt. Het is daarbij noodzakelijk geen macht meer over zich laten uitoefenen door politiek, media, en vaak verslavende klassieke medicatie, in stand gehouden door Farizeeën en zogenaamde schriftgeleerden.

Het placebo effect heeft bewezen dat overtuigingen machtig zijn, zelfs als ze niet kloppen. De placebo is ook een vorm van intentie, een voorbeeld van intentie bedrog. Als een arts zijn patiënt een placebo verstrekt, rekent hij erop dat de patiënt ervan overtuigd zal zijn dat de pil werkt. Het is overvloedig gedocumenteerd dat geloof in een placebo dezelfde fysiologische effecten kan oproepen als een werkzaam middel. Daarom is de wetenschappelijke bewijslast hierover bij onderzoek, een onjuist uitgangspunt, en een vermeende controle mogelijkheid, waarmee vernieuwingen worden ontkracht. Dit is zelfs zodanig dat de farmaceutische industrie bij het opzetten van klinische experimenten met medicamenten hierdoor op grote moeilijkheden stuit.

Er zijn zoveel patiënten die met een placebo evenveel pijnverlichting of zelfs dezelfde bijwerkingen krijgen als van het medicament zelf, dat de placebo geen geschikt controle instrument is. Het hele circus van registratie van geneesmiddelen, claims, is uiteindelijk bedoelt om grip te houden op de mensheid. Een middel dat geneest bestaat niet. Ons lichaam maakt domweg geen onderscheid tussen een chemisch proces en de gedachte aan een chemisch proces. Het betekend dus domweg dat de claim van de farmacie: Geneesmiddel, niet bestaat. De hele registratie en het circus er omheen heeft uitsluitend ten doel, de zaak economisch te beheersen en afhankelijkheid te bewerkstelligen. Het wetenschappelijk bewijs waarin het placebo onderzoek wordt geroepen, geeft dus geen enkel bewijs voor wat de werkzaamheid van geneesmiddelen betreft.

De mentale verwachting van genezing was voldoende om de geneesmechanismen van het lichaam zelf te activeren (biofeedback). De intentie teweeg gebracht door de verwachting brengt een lichamelijke verandering teweeg. Mijn bedrijf meet onder andere eiwitten en vetzuren, en maakt stoornissen hierin inzichtelijk. Daarnaast reactiveren de therapieën altijd de lichaameigen biofeedback processen, waardoor klachten zeer gunstig worden beinvloedt. Geen symptoom bestrijding dus. De dagen van de echte kwakzalvers in de politiek, zorgverzekeraars, farmacie, klassieke geneeskunde zijn geteld.!!! en het werd Tijd!!

Robin Hood


Geneeskunde mag geen speeltje zijn volgens Renckens

Dr Renckens, de voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij besprak in het NRC van 20 december zijn visie op al die vreselijke artsen die onzin verkopen. Renckens heeft het druk met schrijven, maar gelukkig hoefde hij vor het NRC alleen maar cut en paste te doen van passages, die hij ook gebruikte in het eigen blaadje van de vereniging. Daar, en in het NRC konden we genieten van zijn snedige opmerkingen, zoals: Evidence Based Medicine (EBM) is een pijnbank gebleken voor de reguliere geneeskunde, maar een brandstapel voor de alternatieve.

http://www.iocob.nl/maatschappij/renckens-over-alternatieve-geneeskunde.html

Ditta


Cees Renckens en Sylvia Millecam

Zoals de aanval op de twintowers George Debbayu en consorten mooi uitkwam, kwam de dood drie weken eerder van Sylvia Millecam voor dit antikwak exponent kennelijk óók als door de God van Bush geroepen.

Door extreem orthodoxe medici opgehitst, stortten de massaal gemobiliseerde media zich als een tsunami over dit tragisch sterfgeval. Sylvia Millecam was niet alleen doodziek van haar ziekte maar evenzeer van de reguliere medische bollebozen die het allemaal net zo goed menen te weten als Renckens. De door de pers verzonnen regels zoals "slachtoffer geworden van niets ontziende kwakzalvers" en "In handen gevallen van gewetenloze oplichters" moeten hem stellig kortstondig hebben opgemonterd. Op laffe wijze werd haar dood door de Inspectie voor Volksgezondheid en Renckens met trawanten volledig toegedicht aan het hele spectrum van alternatieve genezers en mevrouw Jomanda. Door haar rug naar de academisch gevormde en officieel erkende genezers te keren had Sylvia haar kans op genezing door de handen laten glippen was en is nog steeds hun krankzinnig betoog.

Over waaruit het succes van zo¹n genezing dan had moeten bestaan ben ik na vijf jaar nog steeds in het ongewisse. Voor de duizenden andere aan kanker bezweken al dan niet bekende Nederlanders
bestonden er in ieder geval géén succesvolle reguliere therapieën. Dat Sylvia zich tot de door de regulieren verketterde alternatieven (lees: concurrentie) wendde heeft alles te maken met die regulieren zelf.
Die presteerden het namelijk om op kwakzalveriaanse wijze een niet moeilijk te bestrijden infectie bij haar vader ten onrechte te diagnostiseren als kanker. Niet lang na een volslagen nutteloze toxische
chemotherapie bezweek deze dan ook.

Dat de dochter, door zo¹n ernstige medische misser wijs geworden, zich niet in de door Renckens bejubelde monopoliewet van Thorbecke tot stand gekomen medische slangenkuil begeeft is volkomen begrijpelijk. Deze officieel door de staat erkende kwakzalvers die haar vader de dood hebben ingejaagd zijn vreemd genoeg nooit door de Inspectie voor Volksgezondheid bij justitie voorgedragen en modderen onbestraft verder. Ook Renckens en zijn geleerde club houden zich stil. Doden uit het reguliere rijk zijn vele malen minder dood. Ophitserij door de zich zelf censurerende massamedia in de richting van deze reguliere onverlaten is begrijpelijkerwijs ook uitgebleven.

Zinloze, overbodige en dodelijke ingrepen zijn in het officieel erkende reguliere universum aan de orde van de dag en worden nonchalant afgedaan als ¹onvoorziene medische complicaties¹. In de publiciteitsdrang van sprookjesschrijver en verteller Renckens word ik hierover echter nooit iets gewaar. Dat is toch vreemd voor deze Donquichotte die zich op de borst klopt dat hij alle kwakzalverij met wortel en tak wil uitroeien.

Alleen goedwillende andersdenkenden diep kwetsen, verdacht maken, ongebreideld schofferen en natrappen draagt hij hoog in het vaandel. Ook kwaakt hij en zijn sekte nooit over de vier- tot vijfhonderd doden die jaarlijks ‹ alleen al in ons land ‹ vallen door het langdurig en middellang gebruik van goedgekeurde pijnstillers en ontstekingsremmers; de beruchte NSAID¹s. Bekende hier verkrijgbare strijdmiddelen uit dit rijtje zijn onder andere Diclofenac, Ibuprofen en Naproxen. Ook hoor ik hem nimmer verongelijkt kwaken over de doodsoorzaak ¹vermijdbare fouten¹ die alleen al in de VS met 98.000 doden op de vijfde plaats staat. Zou dit in verhouding in ons land veel anders zijn? Nooit en te nimmer iets over de tenminste 40 doden veroorzaakt door de cholesterolverlager Baycol. Niets over de honderd doden door de bloeddrukverlager Posicor en ook geen letter over het antibioticum Tequin, waarbij de teller voor zover bekend slechts op 20 doden bleef steken.

Nee, want ophef en oprechte smart over die duizenden goedgekeurde doden passen niet in Renckens reguliere steegje. Alleen kwaken over een achtergelaten verwoestend spoor in publieke opinie,
wetgeving en verzekeringspolissen. Alleen voortdurend citeren uit een boek van K. van het Reve en dat misbruiken voor zijn eigen ongelijk. Wel dwangmatig jammeren over beroepsgenoten wier reguliere
doktersjas hen ontgroeid is en verder durven kijken dan hun stetoscoop lang is. Wel tranen met tuiten om Sylvia. Natuurlijk niet om haar dood. Deze krokodillentranen dienen om de alternatieve en aanvullende medische sector zonder onderscheid des persoons weer eens over een kam te scheren en de grond in te trappen.

Sylvia kennende ben ik er van overtuigd dat ze in "Ook dat nog" op de haar magnifieke wijze zeker ook met hem de vloer zou hebben aangeveegd.

Theo Jonkhart 

"If people let government decide what foods they eat and what medicines they take, their bodies will soon be in as sorry a state as are the souls of those who live under tyranny." - Thomas Jefferson


Is laatste veroordeling nekschot Vereniging tegen de Kwakzalverij ?

( Door arts-bioloog E. Valstar)

Een finaal nekschot ? De Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) stelt op haar website bij monde van oud-huisarts C.P. van der Smagt, dat het doel der vereniging is : evaluatie van alternatieve geneeswijzen en bestrijding van kwakzalverij in de ruimste zin van het woord. Dit suggereert dat er eerst onderzoek wordt gepleegd voordat een behandelwijze kwakzalverij wordt genoemd en dat er ook kwakzalverij binnen de reguliere geneeskunde bestaat. Een geneeswijze is kwakzalverij volgens de VtdK indien van een behandelings- en/of onderzoeksmethode het nut niet is aangetoond. Kennelijk is eerst verder onderzoek vaak niet nodig (indien de behandeling volgens althans meestal een minderheid der beroepsbeoefenaren onlogisch in elkaar steekt).

Met die ruime definitie was/is het geven van hormonale suppletie (hormonal replacement therapy = HRT) om de kans op een hartinfarct te verlagen (terwijl het nut in deze onduidelijk was en er zeker al iets bekend was omtrent een hoger risico op borstkanker door de pil) dus kwakzalverij, zeker nu inmiddels reeds geruime tijd duidelijk is dat HRT niet de kans op een hartinfarct verlaagt, eerder het integendeel tot gevolg heeft en ook nog eens de kans op o.a. borstkanker fors verhoogt. Ook al is HRT volgens de definities van de VtdK kwakzalverij,
we horen de Vereniging er niet over.

Wel horen we ze overigens terecht over verdund zwangerschapshormoon dat in de complementaire geneeskunde door een enkeling ten onrechte als hulpmiddel om te vermageren wordt aanbevolen. Het is evenwel bij de VtdK nog erger. Een bewezen complementaire behandeling, zoals die met glucosamine van arthrose, wordt gekenschetst als feitelijk niet werkzaam. Suggereren onbevooroordeeld en onafhankelijk te zijn kan men bij de VtdK dus beter maar achterwege later. Reguliere kwakzalverij wordt niet benoemd en zelfs wat complementair goed onderbouwd is wordt soms zelfs nog expliciet kwakzalverij genoemd.

De VtdK gaat evenwel vaak ook juridisch en anders gezien vaak te ver in haar beweringen. Zo verloor de VtdK in 1975 een proces van de nestor van de Nederlandse orthomoleculaire geneeskunde Cornelis Moerman, omdat door het etiket kwakzalver zijn integriteit in twijfel werd getrokken. VtdK-coryfee (voor zover zoiets bestaat natuurlijk) Van der Smagt verloor bij de KNMG intern na hoger beroep een tuchtprocedure, die door
homeopathisch arts Robert Linschoten was aangespannen na belediging van de kant van Van der Smagt aan het adres van Van Linschoten.  Omstreeks 1995 verloor de VtdK na hoger beroep een proces van VSM, na
VSM verweten te hebben te ver te gaan met claims betreffende een hunner geneesmiddelen.

In 2000 publiceerde Renckens het boek 'Kwakzalvers op kaliloog'. Hierin schreef hij dat het Helen Dowling-instituut uit Rotterdam (inmiddels zit het ook in Utrecht) , dat kankerpatienten psychotherapeutisch behandelt, aan kankerfascisme doet. Helaas stapte het instituut niet naar de rechter wegens smaad (daar had het instituut volgens deskundigen zeker gelijk gekregen). In 2000 dolf de VtdK in hoger beroep juridisch het onderspit na internist Hans Houtsmuller ten onrechte van kwakzalverij en liegen over zijn eigen ziektegeschiedenis beschuldigd te hebben (in de rechtzaal werd toen nog geconstateerd, dat het juist Renckens was die in deze kwestie loog ! ).

En in 2001 hadden we de affaire Numico. Numico werd vanwege zogenaamde ongeoorloofde claims voor de Reclamecodecommissie gedaagd. Nadat Numico een overstelpende hoeveelheid bewijsmateriaal bij de VtdK op het bureau had gedeponeerd, werd de klacht ingetrokken met als argumentatie : d is te veel voor ons om op korte termijn door te kunnen nemen, maar de KNMP (een beroepsvereniging van apothekers) bestudeert een en ander ook, en als die vereniging iets vindt dienen we weer een klacht in. Het commentaar van Numico was vernietigend : 'Het is altijd verstandig om op basis van kennis tot een besluit te komen'.

De ook orthomoleculair werkende Belgisch psychiater Maes werd door de VtdK tijdelijk genomineerd voor hun kwakzalversprijs (de Kackadorisprijs) en hij werd door hen in verband gebracht met kwakzalverij door de effectiviteit van zijn behandelwijzen in twijfel te trekken. In kort geding vond de rechter dat dit in twijfel trekken etc. mocht. Maes ging niet in hoger beroep. Terecht want hij werd geen kwakzalver genoemd en discussie over geneeswijzen mag altijd. In een discussie bij Rond om Tien , heb ik in een discussie over voeding en kanker met Ten Bokkel Huinink uit het AVL (en toen in ieder geval bestuurslid van de VtdK) ruimschoots mogen scoren en dat was niet de enige keer ; ergens eind tachtiger/negentiger jaren van de vorige eeuw hebben 3 wetenschappers waaronder collega Kunst en Piet Vroon in een radiodebat met Renckens, met hem de vloer aangeveegd.

In de negentiger jaren was ik adviseur van een collega, die door de inspectie voor het tuchtcollege was gegooid ; bij de koffieautomaat kwam ik, in de pauze van de zitting van dit college, VtdK-bestuurslid (inmiddels ex-)hoogleraar farmacochemie Timmerman tegen, die getuige-deskundige van de inspectie was ; ik vroeg hem : weet u dat ozon de glutathion-produktie stimuleert ; hij zei : eh,eh. Rap repliceerde ik : ja,ja ik zie het al u weet het niet. Duidelijk was de VtdK hier steeds aanwezig. In eerste instantie werd deze collega toen geschorst. Bij de rechter werd echter mede door mijn toedoen met succes hoger beroep aangetekend. Alle klachten waren toen in appel volgens de rechters zelfs niet klachtwaardig.  Juridisch heeft de VtdK op essentiele punten telkenmale het onderspit gedolven en inhoudelijk gaat de VtdK indien de opponent kennis van zaken heeft ook stelselmatig onderuit.

Recent heeft de VtdK volgens Renckens een juridisch nekschot gekregen met het arrest van het Amsterdams Hof in een zaak van orthomanueel arts M.Sickesz versus de VtdK. In feite wordt alleen maar bevestigd dat de VtdK een complementaire arts niet zomaar een kwakzalver kan noemen. Ik ga door het arrest heen.

Op 14 oktober 2000 had de VtdK een bundel uitgegeven met als titel : "Kwakzalverij in de twintigste eeuw" met als ondertitel "DE TOPTWINTIG, zoals in oktober vastgesteld door de Vereniging tegen de Kwakzalverij". De publicatie bevat een lijst van de, volgens de VtdK, twintig grootste kwakzalvers van de twintigste eeuw met over ieder van hen een hoofdstuk. Overbodig te zeggen dat zeer velen van deze reeds overleden waren. Op de 7e plaats prijkte M. Sickesz, arts voor orthomanuele geneeskunde. Op een congres van de VtdK was de lijst door middel van een enquete vastgesteld. Criteria waren : opleidingsniveau, aard van de therapie, toegebrachte schade, agressie tegen de reguliere geneeskunde, duur carriere, materieel gewin, veroordelingen, aanwijzingen voor oplichting, publicaties, schoolvorming en politieke steun.

Als 'definitie' gaf de VtdK in dit boekwerkje aan : Kwakzalverij is: elk beroepsmatig handelen c.q. het verlenen van raad of bijstand in relatie tot de gezondheidstoestand van mens of dier - dat niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirische-houdbare hypothesen en theorieen - dat actief onder het
publiek worden verspreid ('overpromotion'), zonder dat toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en veiligheid heeft plaatsgevonden - dat (veelal) zonder overleg met medebehandelaars wordt toegepast.
De VtdK maakte ook expliciet wat 'kwakzalvers'betreft, onderscheid tussen artsen en niet-artsen ; de eerste categorie zou nog erger zijn. Ik zou willen opmerken dat hormonale suppletie voor de overgang in hoge mate aan deze criteria voldeed en nog voldoet. De genoemde lijst van twintig is in 2000 ook in de Volkskrant, de Panorama en in News.nl gepubliceerd , zonder echter de voornoemde definitie. De vereniging Skepsis heeft verder in 2001 een boekje van Renckens uitgegeven met als titel : "Genezen is het woord niet", met als
ondertitel "Biografische schetsen van de twintig meest notoire genezers van de twintigste eeuw". Dit boekje is vrijwel identiek aan de eerder genoemde bundel, inclusief lijst. In dit boekje vallen de termen 'kwakzalver'en 'notoire genezer' in semantische zin samen. Verder constateerde het Hof, dat 2 artsen zonder problemen op de orthomanuele methode van Sickesz waren gepromoveerd. Hun conclusie was positief voor de methode
Sickesz.

Ook memoreerde het Hof, wat Van Dale als betekenis van 'kwakzalver' geeft : "Iem. die nutteloze middelen toepast ter genezing van de een of andere ziekte of middelen beweert te kennen tegen alle mogelijke ziekten, ofwel iem. die zulke middelen, meestal met veel ophef, te koop aanbiedt ; -onbevoegd beoefenaar van de geneeskunst. (fig) iem. Die het publiek wat op de mouw wil spelden, syn. Boerenbedrieger, oplichter, knoeier." De VtdK heeft aanwijzingen voor oplichting expliciet als criterium genoemd, let wel dat hoeft voor hen niet bewezen te zijn! De definitie van de VtdK heeft ook nog eens duidelijk in hoge mate elementen van
de andere betekenissen in zich. Bijkomend was dat 'kwakzalver' voor het grote publiek een zeer negatieve betekenis heeft, temeer daar de definitie van de VtdK niet bij de publikatie in kranten en tijdschriften was vermeld en aan een club die behoorlijk veel artsen als lid heeft, een zeker gezag wordt toegekend.

Ik ben van mening dat Sickesz zelfs dan vrijuit gaat, omdat ze aan geen enkele subdefinitie dan wel aan een der criteria voldeed. Het Hof heeft overigens ook de boekjes defacto als onrechtmatig aangeduid, omdat de leek toch vooral op de negatiefste betekenissen van Van Dale afgaat. Ik ben zoals gesteld van mening dat de grote overlap tussen de beperkte definitie van de VtdK en alle betekenissen van Van Dale maakt dat de definitie van de VtdK nooit als verenigingsvijgenblaadje of -schaamlap kan dienen. Het Hof baseerde zich
derhalve mede terecht op Van Dale. Het Hof vond verder dat de promotie op de methode Sickesz van de 2 artsen , waardevol onderzoek was. De rechtbank stelt verder: "Niet in valt te zien dat voldoen aan EBM
(Evidence Based Medicine) de enige manier is om aan de kwalificatie van kwakzalverij te ontkomen". Hier mist het Hof iets essentieels : EBM kan beginnen met observationeel onderzoek op kleine schaal ; EBM is
evenwel ook ( en dat moet gewoon volgen) weten wat je niet en wel kunt concluderen plus verdergaan met groter en ingewikkelder/andersoortig onderzoek. Duidelijk is dat geen onderzoek willen doen niet EBM is.

Dat laatste geldt voor de VtdK in hoge mate, want veel complementaire methoden kunnen volgens de Vereniging niet werken en (nader) onderzoek hoeft dus niet. Het Hof acht het verder van belang dat veel ziektekostenverzekeraars de methode Sickesz vergoeden. Mijns inziens is dat niet van belang omdat de feiten al duidelijk zijn. Volgens het Hof speelt ook in het voordeel van Sickesz mee dat zij nooit veroordeeld is. Dat heeft weer wel gewicht vind ik. Terecht stelt het Hof, dat de VtdK en Renckens persoonlijk (hij heeft persoonlijk een van de twee boekjes uitgegeven) onrechtmatig jegens Sickensz hebben gehandeld. Een eerder vonnis in het nadeel van Sickensz werd derhalve door het Hof vernietigd en de VtdK en Renckens moeten in 2 grote dagbladen (de Telegraaf en de NRC) een rectficatie met de volgende tekst plaatsen : "Op grond van een arrest van het Gerechtshof Amsterdam verklaren de Vereniging tegen de Kwakzalverij en haar voorzitter C.N.M. Renckens hierbij dat zij mevr. M. Sickesz, orthomanueel arts te Den Haag, ten onrechte hebben opgenomen in het boekje 'Kwakzalverij in de twintigste eeuw' en het boekje 'Genezen is het woord niet'. De vereniging zal zodanige uitlatingen ten aanzien van Sickesz niet meer doen, nu niet kan worden gesteld dat de behandelmethoden van Sickesz en de orthomanuele geneeskunde geen (enkel) effect hebben".

Ook mogen geen der beide boekjes op straffe van een dwangsom van 100000 euro meer als zodanig uitgegeven worden. De VtdK en Renckens werden ook nog eens veroordeeld tot betaling van de proceskosten. Nee zowel juridisch als inhoudelijk verliest de VtdK bijna alles. In ieder geval is nu wel heel duidelijk dat de VtdK fout zit met haar criteria en definities betreffende kwakzalverij.

Dit arrest, door Renckens, zoals aangegeven, een nekschot genoemd, was en is volgens mij volkomen terecht. Ik betwijfel echter of dit nekschot finaal is. Slaafse paladijnen als wiskundige Nienhuys van Skepsis, Simon Rozendaal (wetenschapsjournalist bij Elsevier, die voor zijn journalistieke werk de Glaxo-award heeft ontvangen!!), Hans van Maanen (wetenschapsjournalist bij de Volkskrant ; ooit toen hij nog bij het Parool zat door een adviseur en mij gedwongen zaken te rectificeren ; de dreiging van een rechtzaak was toen voldoende) en Frits Abrahams (een columnist die wat geneeskunde aangaat totaal niet kan beoordelen wat inhoud heeft en wat niet) hebben de afgang van de VtdK niet kunnen keren.

Ik zou willen besluiten met 2 uitspraken van Einstein :

A)'Een vooroordeel is moeilijker te splitsen dan een atoomkern'

en

B) 'De mens die zich omringt met feiten, niet toestaat dat hij verrast wordt, geen flits van intuitie kent, geen veronderstellingen maakt, geen risico neemt, leeft in een afgesloten cel'

Vooral de laatste uitspraak is naar mijn mening, ook al is hun feitenkennis vaak zeer ondermaats, op Renckens en zijn VtdK-compagnons van toepassing.

 

Ik wil bij deze de heer Valstar bedanken voor toestemming om dit artikel te mogen plaatsen op onze site.

Ron


ZonMw verbaasd over nominatie Kackadorisprijs

ZonMw is zeer verbaasd over het feit dat zij genomineerd is voor de Meester Kackadorisprijs door de Vereniging tegen Kwakzalverij. Zij herkent zich ook niet in de argumenten die de vereniging voor de nominatie geeft. “De vereniging tegen Kwakzalverij en ZonMw hebben dezelfde doelstelling, namelijk de wetenschappelijke evaluatie van alternatieve behandelwijzen”, aldus Henk Smid, directeur van ZonMw.

De Meester Kackadorisprijs is bedoeld voor een persoon of instelling die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de bevordering van de kwakzalverij in Nederland. ZonMw is genomineerd vanwege het door haar gefinancierde onderzoek naar Complementaire Behandelwijzen en met name vanwege de samenstelling van de commissie die dit onderzoek begeleidt vanuit ZonMw. De vereniging stelt dat ZonMw hierdoor ‘de kwakzalverij in Nederland op ongekende wijze legitimeert’. ZonMw bestrijdt dit.

Doel van Complementaire Behandelwijzen, een opdracht van het ministerie van VWS aan ZonMw, is een wetenschappelijke evaluatie van acupunctuur, homeopathie en natuurgeneeswijzen in de toekomst te realiseren. Immers, pas na gedegen wetenschappelijk onderzoek kan met zekerheid gezegd worden of deze alternatieve geneeswijzen werken, of niet. Om dit onderzoek mogelijk te maken heeft ZonMw onder andere een cursus klinische epidemiologie gefinancierd voor een aantal artsen die tevens acupuncturist, homeopaat of natuurgenezer zijn. Deze scholing wordt verzorgd door het gerenommeerde en onafhankelijke Instituut voor Extramuraal Geneeskundig Onderzoek (EMGO Instituut) van de Vrije Universiteit te Amsterdam, dat bekend staat vanwege haar excellente klinisch epidemiologisch onderwijs.


Ik heb al eerder over dit dolgedraaide antikwak clubje van medisch fundamentalisten geschreven die eerst zeggen dat complementaire behandelwijzen niet wetenschappelijk bewezen zijn maar dan mensen die dit serieus willen onderzoeken als kwakzalvers worden afgeschilderd. Men kan beter eerst eens de eigen medische stal uitmesten want dit lijkt meer op een moderne Spaanse inquisitie dan het scheiden van het kaf van het koren. De club heeft helaas veel aanhang onder journalisten die beter ook eens zouden kijken naar de misstanden in het reguliere circuit, werk zat zullen we maar zeggen gezien de vele emails ik krijgen van slachtoffers. Of is de jacht op alternatieve therapeuten puur een bliksemafleider voor de vele kritiek op de farma en medische bolwerken en wil men de consument domhouden? Die tijd is helaas voorbij, de consument leert snel en wil zijn eigen keuzes maken, ook qua behandelwijze....... Er zijn meer wegen die naar Rome leiden en dat besef is langzaam groeiende, Nederland loopt helaas nog wat achter de feiten aan.


Reaktie van TNO op een nominatie door de antikwak club

De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft, naast 9 anderen, TNO-er Prof. dr. Jan van der Greef genomineerd voor de Kackadorisprijs 2006 voor het bevorderen van kwakzalverij, meer in het bijzonder omdat Prof. van der Greef onderzoek doet naar de werkzaamheid van Chinese kruiden.

TNO is verbaasd dat deze internationaal als zeer deskundig bekend staande TNO-medewerker hiervoor genomineerd is. Het beeld dat de organisatie in haar summiere en niet onderbouwende toelichting geeft, doet geen recht aan de status en het belang van het onderzoek dat Prof. van der Greef voor TNO doet.

TNO en Jan van der Greef doen al enkele jaren onderzoek op het gebied van de systeembiologie waaronder ook onderzoek naar de werkzaamheid van Chinese kruiden. Het gaat hier om wetenschappelijk onderzoek volgens de standaarden van de westerse wetenschap. Dhr. van der Greef is hoogleraar en publiceert de bevindingen van zijn onderzoek regelmatig in wetenschappelijke tijdschriften waaronder recentelijk nog in het gezaghebbende "Nature". Wellicht heeft de vereniging deze en andere publicaties over zijn onderzoek over het hoofd gezien.

Prof. dr. Jan van der Greef is voor de kwaliteit van zijn werk en de vernieuwende aanpak daarvan de afgelopen jaren door verschillende binnenlandse en buitenlandse wetenschappelijke organisaties geprezen. Afgelopen jaar ontving hij bijvoorbeeld de Scheele Award van de Zweedse Academy of Pharmaceutical Sciences.

TNO is dan ook trots dhr. van der Greef in de gelederen te hebben en staat voor 100% achter zijn werk.

Ik heb nog even contact gezocht met dhr van der Greef over deze amateuristische organisatie en kreeg deze reaktie:

Wij gaan gewoon enthousiast verder met ons wetenschappelijk onderzoek, het geen eigenlijk de kern zou moeten zijn van een vereniging die een wetenschappelijke opinie wil vormen in het belang van de patiënt. Maar als de wetenschappelijke resultaten dan blijkbaar niet overeenkomen met de door hen gewenste uitkomst ...........dan volgt een nominatie.

Zoals je ziet erkent deze antikwak club normaal wetenschappelijk onderzoek niet meer terwijl men steeds aanvoert dat juist alternatieve geneeswijzen niet wetenschappelijk aangetoond zijn....hoezo dubbele moraal?


Wetenschapper weerlegd dat bekkeninstabiliteit mode ziekte is

Bekkeninstabiliteit bij zwangere vrouwen omvangrijk en toch ernstig

Bekkeninstabiliteit is geen onzin of modegril. Dat blijkt uit promotie-onderzoek van Wu Wen Hua aan het VU medisch centrum. Eenderde van de zwangere vrouwen vertoont bekkeninstabiliteit. Ongeveer vijf procent van alle zwangere vrouwen heeft een ernstige vorm van bekkeninstabiliteit, bij minder dan één procent van hen ontstaat een chronische vorm die zeer pijnlijk en invaliderend is. Het gaat hierbij om duizenden vrouwen in Nederland.

Bekkeninstabiliteit komt in alle culturen voor en is van alle tijden, zo blijkt uit Wu Wen Huas literatuuronderzoek. Hij ontdekte dat ongeveer twintig procent van de vrouwen tijdens de zwangerschap en vijf procent van alle vrouwen na de bevalling zodanig ernstige klachten heeft, dat medische zorg nodig is.

De orthopedisch chirurg probeerde aan de hand van deze verschijnselen meer bewegingswetenschappelijk inzicht in de aandoening te krijgen. Hij ontdekte dat er een relatie bestaat tussen het falen van het centrale zenuwstelsel (het aansturen van spieren) en bekkeninstabiliteit. Vanwege relatieve zwakte van het bindweefsel (door hormonen) en de tijdens de bevalling of na de bevalling toegenomen belasting of ongelukkige bewegingen, kan weefselbeschadiging met mechanische ontsteking ontstaan. Deze ontsteking kan leiden tot bekkeninstabiliteit. Vrouwen die lijden aan bekkeninstabiliteit hebben ook een andere manier van lopen doordat de rompcoördinatie tijdens het lopen verstoord is. Dit vergroot het ongemak en de pijn als gevolg van de aandoening.

Ook wijst de onderzoeker erop dat vrouwen met een mechanische ontsteking in het bewegingsapparaat misschien nog wel alles kunnen, maar per dag minder werk kunnen verzetten door hun beperkingen. Dit kan betekenen dat de huidige WAO-wetgeving niet voldoet voor deze groep: de vrouw kan immers alles nog, maar is toch sterk beperkt.

Wu Wen Hua vindt dat de orthopedische chirurgie zich meer zou moeten richten op de problemen in de bewegingssturing en bewegingscoördinatie van zwangere vrouwen, zodat vrouwen met problemen die duiden op bekkeninstabiliteit snel herkend en geholpen kunnen worden.

Wu Wen Hua is afkomstig van Fuijan Medical University in China. Het VU medisch centrum, de faculteit bewegingswetenschappen en de Chinese universiteit hopen hun samenwerking de komende jaren intensiveren.

Bron: VU medisch centrum Amsterdam


Kritiek prof. dr Smalhout op dr Cees Renckens

Een kwalijke zaak is, dat vijf jaar geleden dr. Cees Renckens een lijst van de in zijn ogen ergste kwakzalvers heeft gepubliceerd. Daarop staan verscheidene uiterst toegewijde artsen die de moed hadden een eigen weg te volgen. Het blijkt echter dat er tussen de duizenden alternatieve therapeuten zich vele artsen bevinden. Die worden door dr. Renckens verketterd. Maar dat is veelal niet terecht.

http://www.hetalternatief.org/Aktueel2005.htm#rubriek91


De dwaalwegen van Cees Renckens

Onwetenschappelijk
Renckens kun je zonder overdrijven een fanatiek aanhanger van het geloof in de onbeperkte mogelijkheden van de wetenschap kunnen noemen. Tegelijk is het pijnlijk te zien hoe weinig wetenschappelijk Renckens zelf denkt. Hij die de wetenschap zo hoog in het vaandel draagt, heeft tegelijk zelf die wetenschap een slechte dienst bewezen met dit proefschrift. Het is in de ogen van velen een raadsel hoe deze man heeft kunnen promoveren. Zijn antwoorden op de vragen die hij zichzelf heeft gesteld aan het begin van zijn onderzoek, kwamen niet tot stand door zo objectief mogelijk onderzoek. Die antwoorden stonden al lang vast. De methoden waarvan hij zich bediende, waren willekeurig en werden selectief toegepast. De taal die hij gebruikte, is heftig en denigrerend. Kortom, Renckens voldeed in wetenschappelijk opzicht niet aan de hoge standaard die hij van anderen verwacht. Daarom kwam hij op dwaalwegen die hij anderen verwijt.

Volledige artikel hier


Reactie van de VHAN op aanvallen van Renckens

Woordvoerder Christien Klein van Artsenvereniging voor Homeopathie VHAN. "Wij kennen de verhalen van de Vereniging. Het is een club van oude mannen met een hobby, zeggen wij altijd. Hun verhalen zijn al jaren hetzelfde. Ze houden ons scherp, hoor. We zijn blij met ze." Wel stoort ze zich aan de manier waarop leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij over patiënten praten die alternatieve genezers bezoeken. "Dat ze ons als artsen kwetsen, okay. Maar dat je zo denigrerend doet over de medische klachten van patiënten, vind ik kwetsend."

Volgens Klein is het klimaat in Nederland op het moment inderdaad minder gunstig voor de homeopathie en andere aanvullende geneeswijzen. Zij wijt dat voor een deel aan minister Hoogervorst. "Onze achterban is stabiel. De homeopathie bestaat al tweehonderd jaar. Die overleeft heus wel. Er zijn altijd perioden met een dip en dan weer bloei.

Meer info


Ook Helen Dowling Instituut onder vuur

Op 6 en 11 februari jl. publiceerde Cees Renckens op de website van Care4Cure een column, respectievelijk een gecorrigeerde versie daarvan, over het Helen Dowling Instituut (HDI) - centrum voor psycho-oncologie te Utrecht. Als we de schrijver moeten geloven betreft het hier een dubieus instituut in de marge van de gezondheidszorg.

Renckens heeft als columnist de vrijheid zijn persoonlijke opinie te uiten, maar de moresprudentie schrijft voor dat deze gebaseerd moet zijn op ware feiten. En helaas is daarvan geen sprake. Beide columns zijn gebaseerd op aantoonbare onwaarheden, onwetendheid en kromme redeneringen.

Meer info


Eerherstel voor Dr. Houtsmuller

Renckens mag hem geen kwakzalver en geen leugenaar meer noemen

Op 19 oktober jl. heeft het Gerechtshof te Amsterdam arrest gewezen in het hoger beroep van een vonnis dd. 26 mei jl. van de Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, in een kort geding tussen dr. A.J. Houtsmuller (eiser) en T.C.N.M. Renckens c.s. (Vereniging tegen de kwakzalverij; gedaagde). In het geding tussen beide partijen had Houtsmuller geëist dat Renckens c.s. hem geen kwakzalver en geen leugenaar mocht noemen. Tot verbazing van velen had de lagere rechter echter geoordeeld dat Renckens c.s. het recht had zulks te doen. Nu, in hoger beroep, heeft de hogere rechter beslist dat Renckens dit niet mag. Een duidelijk eerherstel voor dr. Houtsmuller !

Volgens het hof heeft Renckens te lichtvaardig de woorden kwakzalver en leugenaar in de mond genomen. Renckens heeft onvoldoende zorgvuldig
onderzoek gedaan om deze bewoordingen te kiezen, vindt het hof. Tijdens de behandeling van het hoger beroep wees Houtsmuller op het grote aantal wetenschappelijke artikelen waarin de nuttige rol van voeding bij de preventie van kanker ! wordt aangetoond. Iedere keer dat Renckens of zijn vereniging Houtsmuller nu nog kwakzalver of leugenaar noemt, moet een dwangsom van 10.000 gulden worden betaald, met een maximum van een ton. Ook moet Renckens bijna 8000 gulden aan proceskosten betalen.

Meer info


Ook Dr Rath en Linus Lauling onder vuur

In de jaren negentig kwam de Duitse arts en wetenschapper Matthias Rath - volgens de kranten een 'mysterieuze vitamineprofessor' en volgens orakel Renckens een 'zogenaamde wetenschapper met paranoïde inslag' - met een boek waarin hij de koppeling legde tussen de evolutietheorie en hart- en vaatziekten. Het heette "Waarom dieren geen hartinfarct krijgen maar mensen wel". Rath laat daarbij zien hoezeer verhoogd cholesterol een ondergeschikte risicofactor is, terwijl dit in de reguliere geneeskunde als fundamenteel wordt gezien.

Cholesterol is echter een doodnormale, voor het lichaam zelfs onmisbare stof die door de lever wordt aangemaakt. Een te hoog gehalte aan cholesterol is alleen dan gevaarlijk als er reeds beschadiging van de bloedvaten is ontstaan. Anders gezegd: het is een 'symptoom', terwijl de oorzaak elders ligt. Cholesterol vormt namelijk een zelfreparatiemechanisme van het lichaam om de minuscule scheurtjes die in de loop der jaren in de bloedvaten ontstaan, te dichten. De reguliere geneeskunde probeert dus een stof terug te dringen van plaatsen waar deze uit zichzelf nooit naar toe zou gaan, tenzij de bloedvaten beschadigd zijn. En in het laatste ligt de oorzaak.

Men zie de beren die ter winterslaap gaan: zij vreten zich vóór die tijd te barsten en verhogen hun cholesterolniveau gigantisch, maar leven na verdiende rust vrolijk verder. Geen beer die cholesterolverlagers hoeft te slikken; andere dieren trouwens ook niet. Vitamine C levert de verklaring: deze stof heeft het vermogen om de bloedvatwanden stevig te houden en doorbloedingsstoornissen te voorkomen. Aankoeking van cholesterol aan de (slag)aderwanden wordt door vitamine C tegengegaan.

Intussen wordt het voorschrijvingsbeleid gebaseerd op de verkeerde veronderstellingen rond cholesterol. Terwijl extra vitamine C kan bijdragen aan een aanpak van het werkelijke probleem maar nog altijd weinig steun vindt, wordt de halve wereld overspoeld met cholesterolremmers om de symptomen te lijf te gaan. Deze middelen zijn niet zonder risico (van een aantal is bij dieren vastgesteld dat ze kankerverwekkend zijn), maar bedienen een zeer lucratieve afzetmarkt.

Meer info


Gentech voedsel volgens Renckens "best veilig"

De voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij de heer Renckens deelde mede dat gentech voedsel best veilig zou kunnen zijn. 'Voor de rest zal de tijd het wel leren wie er gelijk heeft' zo schrijft Renckens, en daar moeten we het dan volgens deze strijder tegen de kwakzalverij mee doen.

Meer info


De laffe aanval op Dokter Moerman

Dokter Moerman, Kwakzalver van de eeuw?

Volgens de Vereniging tegen de Kwakzalverij was dokter Cornelis Moerman de grootste kwakzalver van de afgelopen eeuw. "Met zijn Moermandieet misleidde hij talloze kankerpatiënten en gaf hij hen valse hoop' (Trouw van 16 oktober.) Behalve flauw (na-aperij van 'de slechtste architect van het jaar', en 'het onnozelste onderzoek van het jaar' ) is de toekenning van deze titel ook laf: de inmiddels overledene kan zich er niet meer tegen verdedigen, evenmin als zijn lotgenoten die op de tweede en derde plaats eindigden: dr. Samuels en Johan Borgman.

Dokter Houtsmuller stond ook op de kandidatenlijst, maar die kan zich gelukkig nog wél verdedigen, en deed dat inmiddels met succes. Het Gerechtshof in Amsterdam stelde hem onlangs in het gelijk (Trouw van 20 oktober): het is de Vereniging tegen de Kwakzalverij verboden dokter Houtsmuller nog langer voor kwakzalver of leugenaar uit te maken, op straffe van een boete van ƒ 10.000,= per keer. Volgens het Gerechtshof heeft de heer Renckens, voorzitter van genoemde vereniging, te lichtvaardig de
woorden kwakzalver en leugenaar in de mond genomen, en heeft hij onvoldoende zorgvuldig onderzoek gedaan om deze bewoordingen te kiezen.

Wat en wie was dokter Moerman dan wel?
In 1988 schreef ik over dokter Moerman en de strijd die hij voerde een artikel in het (Nederlands) Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde onder de titel:
'Dokter Cornelis Moerman - verguisd en vereerd'. (*1) Daarin beschreef ik onder andere de wijze waarop Moerman zijn speciale kankertherapie ontwikkelde, enkele verschillen tussen de reguliere en alternatieve visies op
kanker, de Moermantherapie als zodanig, de resultaten van zijn behandeling, alsook de controversie die rond dokter Moerman ontstond en de verkettering die hem uiteindelijk ten deel viel van de zijde van de reguliere artsenstand. Uit een en ander blijkt duidelijk dat niemand vanuit het reguliere kamp ooit de moeite heeft genomen op eerlijke en onbevangen wijze de opvattingen en resultaten van Moerman te evalueren, ook niet de auteurs van het zogenoemde officiële Delpratrapport. (*2). De eerlijkheid gebiedt overigens te zeggen dat wie beweert 'de oplossing voor het kankervraagstuk' te hebben gevonden, toch wel een beetje zelf vraagt om moeilijkheden.

Bij zijn overlijden stelde ik desondanks: "Wat resteert is een gevoel van schaamte: hoe kon een zichzelf respecterende medische stand zo omgaan met een van haar (dissidente) leden?" Men moet hierbij bedenken dat Moerman zich baseerde op een systemische benadering van kanker. Dat wil zeggen. Dat wil zeggen: hij ging ervan uit dat in een lichaam dat
langdurig overbelast wordt met allerlei chemicaliën of andere schadelijke prikkelingen, en dat tegelijkkertijd onvolwaardig voedsel tot zich neemt, het terrein rijp is gemaakt voor het ontstaan van kanker. In therapeutische zin heeft hij getracht dit proces te keren door juist extra voedingsmiddelen en supplementen aan de kankerpatiënt toe te dienen. In de praktijken van Moermanartsen, of ruimer gesteld artsen voor niet-toxische tumortherapie, zijn verrassende resultaten gezien met deze benadering. Wereldwijd lijkt ook steeds meer erkenning te komen voor het belang van een ondersteuning van de eigen afweerprocessen bij de kankerpatiënt. Enige waardering voor de baanbrekende gedachten van dokter Moerman zou dus langzamerhand wel op zijn plaats zijn. Te meer daar ook in de reguliere geneeskunde 'de
oplossing van het kankervraagstuk' nog niet werd gevonden en dat dit de eeuw zou moeten zijn waarin oude controversen in wetenschappelijke en praktische zin worden overwonnen.

(*1) Nederlands Tijdschrift voor Integrale Geneeskunde 5(1988) pag. 139-145

(*2) C.W. Aakster, J.A. Wiese, M. van Kampen-Donker, O.G. Meijer en G. Becht: 'Hoe een kankertherapie geen kans kreeg'. Intermediair 15(1979)
pag. 25-33

Auteur: Dr C.W. Aakster, medisch socioloog onderzoeker/adviseur gezondheid- en welzijnszorg, Sambrestraat 34, 9406 PC Assen. Telefoon: 0592 398488 Fax: 0592 398901 Email: cor.aakster@geneeswijzen.net

Uit een krant uit die periode:

Dieet
De Belg Cornelis Moerman vestigde zich in 1929 als huisarts in Vlaardingen en kreeg landelijke bekendheid toen hij zich in de jaren veertig opwierp als kankertherapeut. Hij veronderstelde dat kanker het gevolg is van onvolwaardige voeding. Zijn patiënten schreef hij een speciaal dieet voor, dat vooral bestond uit verse groenten en vers fruit, aangevuld met extra vitamines en mineralen.

Naar de werkzaamheid van het Moermandieet werden diverse onderzoeken uitgevoerd. Het laatste onderzoek, dat tot stand kwam na een motie in de Tweede Kamer, dateert van 1991. Het leverde 21 gevallen op waarbij de genezing toe te schrijven viel aan het Moermandieet. Volgens de Vereniging tegen! de Kwakzalverij was dit onderzoek niet betrouwbaar. Het Moermandieet zou niet meer zo populair zijn en volgens Renckens zijn verdrongen door het zogeheten Houtsmullerdieet.

Verbijsterend
De Moermanvereniging, een organisatie met enkele tienduizenden leden, noemt het uitroepen van de Vlaardingse kankerarts tot de grootste kwakzalver van de twintigste eeuw „verbijsterend.” Voorzitter C. Spinnewijn wijst erop dat Moerman een weg heeft gewezen in de kankerbestrijding die veelbelovend is gebleken. „Internationale onderzoeken hebben aangetoond dat er een onlosmakelijk verband is tussen voeding en kanker. Renckens en de zijnen lijken hier volledig blind voor te zijn. Ze zijn bevangen door een ziekelijk fanatisme. Dit heeft niets met de bestrijding van kwakzalverij te maken.” Spinnewijn noemt het frappant dat uitgerekend vorige week een actie van de Nederlandse Kankerbestrijding van start is gegaan waarin het belang centraal staat van verse groenten en vers fruit. „Maar de
Vereniging tegen de Kwakzalverij blijft roepen dat het allemaal onzin is. Ze minachten de internationale literatuur die het ene bewijs na het andere levert voor de juistheid van Moermans inzichten.”


Whiplash, bekken instabiliteit, postnatale depressies - nepziektes

Iedereen die in de WAO zit, kan er over meepraten:ziekte. Toch zijn er op de vraag "wat is ziek?" verschillende antwoorden te geven. Het ligt er bijvoorbeeld maar aan of je patiënt of arts bent. Of econoom die de financiele gevolgen van ziekte becijfert. Uit welk gezin of cultuur je komt, kan dan ook meespelen. Zeker is dat veel factoren invloed op de defenitie en vooral op onze omgang met ziekte hebben. In deze eerste aflevering komen twee medici aan het woord, die ieder zo hun eigen opvatting over ziekte hebben.

Als iemand weet wat ziekte is, is het een arts, zou je denken. Maar ook onder medici verschillen de antwoorden op die schijnbaar eenvoudige vraag. De Hoornse gynaecoloog Cees Renckens, tevens voorzitter van de vereniging tegen kwakzalverij, en arts en hoogleraar Ivan Wolffers bijvoorbeeld zijn het met elkaar oneens als het gaat om de defenitie van "ziekte"

En hoe staat de verzekeringsarts van UWV tegenover de vraag wat ziekte is? Het ziektebegrip is door de tijd heen ontwikkeld en verbreed, antwoordt Herman Kroneman namens UWV. Hij is verzekeringsarts en als medisch adviseur nauw betrokken bij het beleid van UWV. Ook binnen onze beroepsgroep zijn er soms verschillende opvattingen over wat wel en wat niet als gezien moet worden gezien. Een diagnose stellen is niet altijd eenduidig, dat je een bepaalde ziekte hebt wil niet zeggen dat je daardoor beperkingen ondervindt en niet alle beperkingen leiden op hun beurt tot minder mogelijkheden om te werken. Maar voor verzekeringsartsen is de defenitie van ziekte eigenlijk niet relevant. De verzekeringsarts heeft een andere rol dan bijvoorbeeld de huisarts. hij heet niet voor niets verzekeringsarts. net als bij iedere andere verzekering moet de verzekeringsarts een claim op een uitkering beoordelen van iemand die premie heeft betaald. Om te kunnen bepalen of iemand dat recht heeft, is voor ons alleen van belang welke beperkingen die persoon heeft en in welke mate hij of zij daarmee nog kan functioneren in arbeid. Niet de klachten maar die mogelijkheid om te functioneren staat centraal. En of beperkingen dan door een bekende ziekte worden veroorzaakt of door een onbekende aandoening, maakt voor ons in feite niet uit'

Het proefschrift waarop C.Renckens in 2004 promoveerde, gaat ondermeer over de opkomst en ondergang van "modoziektes"in de afgelopen eeuw.Het manuscript is één lange aanklacht tegen wat renckens pseudo-wetenschap, aanstellerij en modegevoelige docktoren noemt. Als voorzitter van de vereniging tegen de kwakzalverij staat renckens een wetenschappelijke benadering voor als het om de geneeskunde gaat. Hij trekt dan ook fel van leer tegen 'nepziektes' 'ziekte is voor mij een biologische afwijking. Als iemand ziekte verschijnselen heeft, maar er is geen lichamelijke oorzaak te vinden, dan is nemand niet ziek.

Er is wel iets met deze persoon aan de hand, maar een ziekte in de traditionele zin van het woord is het niet. Daarom moeten we die persoon ook niet als zieke behandelen.Rencekens ie er van overtuigd dat een officieel ziekte-etiket ertoe leidt dat juist meer mensen last van de aandoening krijgen."Erkenning of zelfs maar aandacht voor een modeziekte trekt patiënen aan. In de 25 jaar dat ik nu gynaecoloog ben, heb ik twee modeziektes meegemaakt. In de jaren tachtig zat mijn wachtkamer vol met vrouwen die last hadden van een postnatale depressie. In de jaren negentig was het bekkeninstabiliteit; vrouwen kwamen zelfs in rolstoellen naar mijn praktijk, terwijl ze niets mankeerden."

Het proefschrift sterkte Renckens in de gedachte dat je modeziektes vooral zo weinig mogelijk ruimte moet geven, anders krijgen ze de werking van een olievlek. Dit standpunt draagt hij actief uit in woord en geschrift, wat hem niet in dank wordt afgenomen."Ach ja", zo reageert Renckens gelaten."Mensen willen begrepen worden, dat is heel normaal. Ze hebben lichamelijke klachten en denken dat er een lichamelijke oorzaak is. Want dát ze klachten hebben,dat ontken ik niet, wel dat de oorzaak lichamelijk is. Maar mensen willen nu eenmaal niet horen dat ze een psychisch probleem hebben in plaats van een lichamelijke kwaal. Op psychische aandoeningen rust nog altijd een taboe.

Simplistisch
Arts en hoogleraar Ivan Wolffers, tevens auteur van de bestseller Medicijnen en een bekend columnist, zegt in zijn werk de patiënt centraal te stellen en is het niet met Renckensvisie eens."het lichaam drukt de toestand uit van de bezitter. Ziekte is wat de patiënt ervaart als ziekte. Iedere huisarts weet dat 70 % van alle klachten niet echt een duidelijke biologische oorzaak heeft, maar een manier is van mensen om andere problemen te verwoorden. " Mensen zijn ongelukkig en drukken dat bijvoorbeeld uit door vreselijke rugklachten te krijgen. Je moet dat serieus nemen en de oorzaak wegnemen, Anders ben je als arts geen knip voor de neus waard."Hij noemt aandoeningen als whiplach bijvoorbeeld "repelsteeltje-ziektes" Repelsteeltje is de naam van het mannetjedat in het sprookje de koningin dreigde haar kind aftenemen als zij er niet in slaagde zijn naam te raden. "mensen hebben vage klachten en die willen ze benoemen. Het is vreselijk om ïets"te hebben en daarover niet te kunnen praten omdat je er geen naam voor hebt. Dus hangen we er weer een labeltje aan om houvast te hebben; dat princiepe is zo oud als de geneeskunst zelf."

Depressie, zegt Wolfers, is bijvoorbeeld ook een Repelsteeltje ziekte. "ondanks jarenlange onderzoeken zijn we er helemaal niet zeker van dat een depressie wordt veroorzaakt door een serotoninetekort, zoals lang werd beweerd. We weten niet hoe mensen aan een depressie komen en nog minder hoe we ze eraf kunnen helpen. Alleen de symptomen kunnen we onderdrukken. Toch lopen er in Nederland honderdduizenden mensen rond met een depressie en worden ze heel serieus genomen door de geneeskunde. Dat moet ook, want die mensen zijn duidelijk ziek."Als het gaat om mensen een modeziekte aanpraten, ziet Wolfers veel meer kwaad in de farmaceutische industrie.

Dat die voor vrouwen een seksueel syndroom 'bedacht' om ook aan de andere helft van de bevolking een soort Viagra te kunnen verkopen, vindt hij een teken aan de wand.'Er wordt nog veel te veel van de geneeskunst uitgegaan en niet vanuit de patiënt.Als je als arts niets kunt vinden, ga je verder zoeken dan je neus lang is. Veel artsendenken beperkt, alleen maar in termen van hun medische opleiding. De mens als machine en de dockter als reperateur. De vraag waarom patiënten bepaald gedrag vertonen, zou centraal moeten staan in ons vak.'

Bron: Dit is een uitgave van UWV het artikel staat in de perspectief van september 2005.


Antikwak site

Er is nu een tegenhanger van deze club die juist de kwakzalvers in de reguliere sector wil aanpakken. Bij het 125 jarig bestaan van de anti-kwakzalver club stond deze club boekjes aan de bezoekers uit te delen want tot de nodige consternatie heeft geleidt onbder de congresgangers.

Url: www.antikwak.com

Misschien een idee om ook eens de "zwakke broeders" aan te pakken die zich voor het karretje laten spannen bij wetenschappelijke onderzoeken naar medicijnen en voedingsmiddelen ?


KWF lijnrecht tegenover fundamentalist Renckens

Vrijdag 10 november 2001 stond er in de bijlage van het Algemeen Dagblad Diagnose een zeer opmerkelijk interview met KWF-directeur van der Poll. In een tweegesprek, de ander is onze bekende populist Renckens van de Vereniging tegen Kwakzalverij, wordt het gewijzigde standpunt van het KWF ten aanzien van aanvullende therapiën toegelicht.

Enkele citaten uit het interview met van der Poll:

"de heer Renckens is een fundamentalist, die extreme consequenties uit het gelijk van de wetenschap trekt. De Kankerbestrijding (KWF red.) kiest in deze niet voor verkettering en ontkenning, maar erkent het recht van mensen om ook buiten de reguliere zorg hulp te zoeken."

"Aanvullende behandelaars zijn in de regel medici die zich in hun behandeling baseren op ten minste enige wetenschappelijke logica en die hun werk beschouwen als aanvullend op of in combinatie met reguliere geneeswijzen. En van gevaar kun je nauwelijks spreken."

"Renckens zegt heel gemakkelijk; gaat u maar naar huis, eet een lekkere biefstuk, wij kunne niets meer voor u betekenen. Op zo'n moment ga je er immers vanuit dat de patiënt de situatie accepteert. Maar dat is niet het geval. De patiënt wil knokken, vechten, wil een handvat om verder te gaan. Mensen zijn nu eenmaal mondiger geworden. Daarbij vind ik de houding van Renckens bepaald betuttelend; mag iemand alstublieft zelf uitmaken wat hij wil." Het 'bij voortduring polariseren en het ridiculiseren van het alternatieve circuit' door Renckens leidt volgens van der Poll tot een ondoorzichtige situatie voor de patiënt, aldus het AD.

Van der Poll weer: "ik meen dat je de patiënt deze informatie (over aanvullende behandelingen, red.) niet mag onthouden, maar wel met de toevoeging dat allerminst is bewezen dat dergelijke voedselvoorschriften een kans op genezing bieden".

Een laatste citaat uit dit interview met van der Poll: " Op grond van die gegevens (dat huisartsen zouden moeten worden gepeild hoeveel behoefte er is bij de Nederlndse burger aan informatie over alternatieve/aanvullende behandelingen bij kanker, red.) zou je wellicht moeten besluiten om gedegen informatie over aanvullende behandelingen als deel van de opleiding mee te nemen."

Bron: Kanker Actueel


Mr Hoogervoorst loopt ook blind achter de fanfare aan

Toespraak van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, H. Hoogervorst, bij de het congres van de Vereniging tegen de Kwakzalverij op zaterdag 12 november 2005 in Noordwijkerhout

Laat ik beginnen met uw vereniging geluk te wensen met haar verjaardag.
U heeft alle reden om trots te zijn. De Nederlandse organisatie van bestrijders van de kwakzalverij is de grootste ter wereld. De strijd tegen de kwakzalverij wordt nergens zo serieus genomen als hier. Nederlanders hebben de naam nuchtere mensen te zijn. Mensen die zich niet snel laten verleiden door wonderdokters, gebedsgenezers en “kackedorusse! n”. Misschien klopt dat vooroordeel dus wel een beetje. Feit is dat in Nederland per jaar niet meer dan 11 procent van de bevolking een beroep doet op alternatieve geneeswijzen, terwijl dat in Duitsland 65 procent is, in Frankrijk 50 procent en in België 30 procent. Buiten de huisarts om ligt het bezoek aan alternatieve genezers in Nederland zelfs maar op zo’n zes procent. Ik
ben daar blij om. Ik sta, dat is algemeen bekend, uitgesproken sceptisch tegenover de alternatieve geneeswijzen. Ik vermoed ook dat uw verzoek of ik op deze bijeenkomst wilde spreken daar wel iets mee te maken heeft. Maar die kritische houding betekent niet, dat ik het onderwerp wil simplificeren. Ik wil vanmiddag dus graag wat dieper ingaan op de mogelijke
achtergronden van de keuze voor een alternatief genezer en daarna op de vraag, wat we daar aan zouden kunnen doen.

Om te beginnen staat voor mij vast, dat geneeskunde aan de hoogste wetenschappelijke eisen moet voldoen. Het is in dit gezelschap natuurlijk “preaching for the converts”, maar ik benadruk het toch nog maar eens: mijn uitgangspunt is dat bewezen resultaten en aantoonbare werkzaamheid de basis moeten zijn van elk medisch handelen. Ik heb drie redenen om daar zo bij voortduring aandacht voor te vragen. Ten eerste: de reguliere geneeskunde heeft nog veel te doen. Hoe groot de vooruitgang in het medisch wetenschappelijk onderzoek ook is, er zijn nog veel ziektes waarvoor geen medicijn of behandelmethode is gevonden. En dat braakliggend terrein is zeer uitnodigend voor alternatieve genezers. Juist het gebied waar de reguliere gezondheidszorg nog geen vaste
grond onder de voeten heeft, biedt ruimte aan de wonderdokters. Maar medisch terra incognita moet niet geëxploreerd worden door charlatans, maar door wetenschappers. De enige weg naar een antwoord op de grote vragen op het gebied van bij voorbeeld kankeronderzoek is de weg van gedegen wetenschappelijk onderzoek. Ten tweede: de reguliere geneeskunde is, als het om evidence-based handelen gaat, bepaald nog niet onfeilbaar. In veel Europese landen is het bij voorbeeld bijna vanzelfsprekend dat de patiënt nooit zonder recept de spreekkamer uitgaat; vooral antibiotica worden er kwistig voorgeschreven. In Nederland zijn we gelukkig wat spartaanser, maar ook hier kent de spreekkamer vreemde geheimen. Ook hier zijn artsen die geen weerstand willen of durven bieden aan de patiënt die ten onrechte een behandeling of geneesmiddel probeert af te dwingen.
Onlangs ! nog kwam hierover in de krant een specialist aan het woord en hij zei: “soms wilde ik dat ik een placebo-operatie kon uitvoeren” – kennelijk zou hij bereid zijn dat dan ook te doen. Van evidence based handelen staat dat wel érg ver af.  Ten derde: In de reguliere geneeskunde worden nog veel – te veel - fouten gemaakt. De Inspectie van de Gezondheidszorg heeft daar de afgelopen tijd regelmatig aandacht voor gevraagd. Medische missers hebben helaas in veel gevallen een dodelijke afloop. En voor sommige mensen is een dergelijke ervaring in de omgeving aanleiding om hun heil te zoeken bij
kwakzalvers. Ik kan hen dat eigenlijk moeilijk verwijten. Maar medische fouten opsporen en bestrijden, ook dat kan alleen goed in een wetenschappelijke context.

Buiten de sfeer van de wetenschap zijn goed en fout immers nauwelijks van elka! ar te onderscheiden. Voortdurende aandacht voor de wetenschappelijke basis van het medisch handelen is dus noodzakelijk.
Elke patiënt heeft er recht op dat de behandeling die hij ondergaat veilig en doeltreffend is en ik hecht er zeer aan dat die claim wetenschappelijk wordt onderbouwd. Zonder die basis zullen we er niet in slagen de patiënten een zo groot mogelijk vertrouwen te schenken in de medische wetenschap en het regulier medisch handelen. Afwijken van die basis, samen met verwijtbare medische missers, kan mensen aanleiding geven hun toevlucht te zoeken tot de alternatieve sector. Datzelfde geldt voor de klacht, dat reguliere artsen zo veel minder tijd bested! en aan een goed gesprek met de patiënt dan de alternatieve genezer. Ik weet het, dat verwijt hoort u al jaren van aanhangers van de alternatieve sector, maar daarmee is het nog niet minder waar.  Hoe kan het anders, dat veel hoogopgeleide mensen zich tot de kruidendokter of de paranormale genezer wenden? Hoe kan het anders, dat volgens Amerikaans onderzoek 70 procent vande mensen zegt dat ze óók naar de alternatieve praktijk zouden gaan als er geen énkel bewijs voor de werking van zijn middeltjes zou zijn? Het zou goed zijn als patiënt-onvriendelijk gedrag van de reguliere arts geen rol meer zou spelen bij de beslissing van patiënten om hun heil elders te zoeken. Ik ben er van overtuigd, dat dat het doel van uw vereniging zeker dichterbij zou brengen.
Kortom: reguliere artsen kunnen er zelf veel aan doen om de aantrekkingskracht van de alternatieve genezer danig te beperken. Maar dat geldt ook voor andere spelers in het veld. Zoals de apothekers. Volgens cijfers van de Stichting Farmaceutische Kengetallen is er vrijwel geen enkele apotheek in Nederland die géén homeopathische middelen in de schappen heeft. In 2002 – de laatste keer dat dit geteld is – ging er bij de apothekers 1,8 miljoen keer een homeopathisch product over de toonbank, voor een totaalbedrag van 20 miljoen euro. Hoe kan ‘t, dat iemand die acht jaar gestudeerd heeft middeltjes verkoopt, waarvan hij weet dat ze niet werken en vaak nauwelijks meer bevatten dan water? Ik vraag mij af hoe apothekers dit kunnen rijmen ! met hun wens niet als pillenverkoper beschouwd te worden, maar als volwaardig zorgverlener. Ik vraag mij af wat zo’n apotheker in zijn rol van zorgverlener dan zegt tegen klanten die om zulke middelen vragen. Maar ook de verzekeraars spreek ik aan. Zolang de kruidendrankjes en de homeopathische middelen niet echt schadelijk zijn, kan ik verzekeraars het vergoeden ervan niet verbieden. Wel vind ik dat zij hun klanten altijd de keuze moeten bieden voor een aanvullend pakket zonder vergoeding voor alternatieve medicijnen of geneeswijzen. Voor zover mij bekend heb je die
mogelijkheid nu maar bij drie verzekeraars en dat vind ik wel erg weinig.

Tenslotte.
Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid op dit terrein.
Ik vind het primair mijn verantwoordelijkheid om te zorgen voor goede, degelijke en betrouwbare consumentenvoorlichting. Eén van de pijlers van mijn beleid is versterking van de positie van de patiënt. Niet om te zorgen dat hij de arts nog meer onder druk kan zetten, maar juist om te zorgen dat hij zich degelijk en betrouwbaar kan informeren over wat hij wel en niet van
zijn arts kan verwachten. Betrouwbare informatie geven, geen fabels vertellen, en hem of haar serieus nemen – daar gaat het om in het contact met de patiënt. Internet is daarbij in toenemende mate hét communicatiemiddel. Gezondheid is daar - op sex na - het meest gezochte onderwerp. De overheid speelt daarop in met de site KiesBeter.nl.
Nu al biedt die site informatie over zorgverzekeraars en ziekenhuizen, maar dat gaan we uitbreiden. Zo is daar binnenkort ook informatie te vinden over wat het BIG-register inhoudt en hoe je kunt vinden of een arts wel geregistreerd staat. Bovendien gaan we meer informatie geven over waar mensen kunnen klagen tegen ongeoorloofd medisch handelen en
kwakzalverij.

Overreding en goede voorlichting, daar zie ik meer in dan in verbod. Daarover verschillen wij van mening, zo kan ik uit de geschriften van uw vereniging wel opmaken. Dat zij dan zo. Ik denk overigens dat u als vereniging niet zo erg te klagen heeft. Ik refereerde in het begin van mijn speech al aan de gunstige positie van Nederland in vergelijking met ons omringende
landen. En de Nederlandse overheid heeft de laatste tien jaar al veel veranderd in de positie van de alternatieve genezers. Sinds 1993 worden homeopathische en antroposofische geneesmiddelen niet meer vergoed in het basispakket. Ook mogen deze middelen alleen nog worden verkocht als ze veilig zijn en van een constante en controleerbare kwaliteit. Tenslotte wil ik een verbod op onterechte claims over de werking van deze middelen en daarvoor bereid ik een wijziging! voor van de nieuwe Geneesmiddelenwet. Op grond van Europese regels kan de overheid een disclaimertekst op de verpakking (zo’n tekst als: de werking van homeopathie is niet bewezen) – niet verplichten.  Maar wat wel kan is het bewijs voor de werking verplicht stellen, voordat een fabrikant op de verpakking mag zetten waarvoor het middel gebruikt zou moeten worden. Die verplichting wil ik dan ook invoeren. Dat geldt dus ook voor eenvoudige omschrijvingen als “te gebruiken bij pijn of koorts”.

Dames en heren. Ik vat samen.
Er zijn veel manieren om de aantrekkingskracht van de alternatieve genezers te beperken. Wettelijk verbod hoort daar volgens mij níet bij. Overtuiging op basis van argumenten wel. Verder wil ik als minister van Volksgezondheid niet gaan.  Behalve dan spreken op uw verjaardagsfeest. “Management by speech”, zal ik maar zeggen. En een erkend liefhebber van Willem Frederik Hermans zoals uw voorzitter hoef ik vast niet uit te leggen wat de kracht van woorden is.  Ik dank u voor uw aandacht.

 

Weet u meteen aan welke zijde de minister staat.


Antroposoof wil op proefschrift promoveren

Promoveren op het proefschrift van Cees Renckens. Dit verzoek deed antroposoof Dr. Hugo S. Verbrugh vorige maand aan Renckens’ promotiecommissie van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Het verzoek is een reactie op de veelbesproken promotie van de voorzitter van de Vereniging tegen Kwakzalverij, in oktober vorig jaar. In zijn boek 'Dwaalwegen in de geneeskunde' geeft Renckens forse
kritiek op de alternatieve geneeskunde. Dit schoot Verbrugh, arts in ruste, in het verkeerde keelgat. In een proefschrift (het zou zijn tweede worden) wil hij reflecteren op hetgeen Renckens heeft geschreven.

Het zit Verbrugh vooral dwars dat een academische instelling toeliet dat Renckens kon promoveren hoewel zijn conclusie (‘Alternatieve geneeskunde is kwakz! alverij’) al bij voorbaat vaststond. ‘Een
academisch probleem vraagt om een onbevooroordeelde instelling. Het is schandalig dat een promotiecommissie dergelijk pseudo-onderzoek accepteert en een doctorstitel waardig vindt’. Volgens Verbrugh
wordt een tegenstem in deze discussie tot nu toe te weinig gehoord.

Renckens’ promotor en commissielid Frits van Dam legt de kritiek naast zich neer. ‘Een bepaalde bias is niet erg, zolang je deze maar goed kan onderbouwen. Het proefschrift van Renckens bleek goed
verdedigbaar, volgens de geldende regels van de reguliere geneeskunde.’
Van Dam heeft het verzoek van Verbrugh geen moment serieus overwogen. ‘Naar de letter is het wellicht mogelijk op een dergelijk onderwerp te promoveren, maar het is zeker niet gebruikelijk. Verbrugh
kan er ook gewoon een kritisch artikel over schrijven.’

De afwijzing komt voor Verbrugh niet helemáál als een verrassing. ‘Ik ga in beraad en zal elders op adequate wijze de dis! cussie rondom Renckens’ promotie en de rol van de universiteit hierbij proberen
voort te zetten.’ . Dit verzoek deed antroposoof Dr. Hugo S. Verbrugh vorige maand aan Renckens’ promotiecommissie van de Universiteit van Amsterdam (UvA).

Het verzoek is een reactie op de veelbesproken promotie van de voorzitter van de Vereniging tegen Kwakzalverij, in oktober vorig jaar. In zijn boek 'Dwaalwegen in de geneeskunde' geeft Renckens forse
kritiek op de alternatieve geneeskunde. Dit schoot Verbrugh, arts in ruste, in het verkeerde keelgat. In een proefschrift (het zou zijn tweede worden) wil hij reflecteren op hetgeen Renckens heeft geschreven.

Het zit Verbrugh vooral dwars dat een academische instelling toeliet dat Renckens kon promoveren hoewel zijn conclusie (‘Alternatieve geneeskunde is kwakzalverij’) al bij voorbaat vaststond. ‘Een
academisch probleem vraagt om een onbevooroordeelde instelling. Het is schandalig da! t een promotiecommissie dergelijk pseudo-onderzoek accepteert en een doctorstitel waardig vindt’. Volgens
Verbrugh wordt een tegenstem in deze discussie tot nu toe te weinig gehoord.

Renckens’ promotor en commissielid Frits van Dam legt de kritiek naast zich neer. ‘Een bepaalde bias is niet erg, zolang je deze maar goed kan onderbouwen. Het proefschrift van Renckens bleek goed
verdedigbaar, volgens de geldende regels van de reguliere geneeskunde.’
Van Dam heeft het verzoek van Verbrugh geen moment serieus overwogen. ‘Naar de letter is het wellicht mogelijk op een dergelijk onderwerp te promoveren, maar het is zeker niet gebruikelijk. Verbrugh
kan er ook gewoon een kritisch artikel over schrijven.’

De afwijzing komt voor Verbrugh niet helemáál als een verrassing. ‘Ik ga in beraad en zal elders op adequate wijze de discussie rondom Renckens’ promotie en de rol van de universiteit hierbij proberen
voort te zetten.’

Bron: onbekend


Renckens en Orthomoleculaire geneeskunde

Ton Geurtsen's artikel over de orthomoleculaire geneeskunde in Kleintje Muurkrant nummer 373 laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Het hierover bij Renckens en Nienhuys ontstane misnoegen (gepubliceerd op de achterpagina van het vorige Kleintje) lag in de lijn der verwachting. Daar ik in hun duo-commentaar uitsluitend de pen van Renckens herken, laat ik zijn mede-ondertekenaar maar buiten beschouwing en heb ik het verder alleen over de eerste. 

Door Theo Jonkhart
In zijn blinde woede tegen alles wat afwijkt van de dogma's van 'de reguliere leer' kan Renckens in het geval van de orthomoleculaire/cellulaire medische wetenschap bitter weinig inbrengen. Dus haalt hij er zaken bij die niets met de inhoud te maken hebben. Met suggestieve en niet terzake doende zinnen als "deze Duitse arts, die zijn vitamineverzendbedrijf in Nederland vestigde, omdat zijn praktijken in Duitsland verboden zijn" en dat "de rechter er aan te pas moest komen", toont hij zijn gebrek aan steekhoudende argumenten.

Het eerste is, zoals ieder weten kan, uitsluitend een gevolg van het feit dat in Duitsland - dankzij haar farmaceutische industrie - voedingssupplementen boven een zekere concentratie als geneesmiddel (!?) worden beschouwd en in Nederland niet. Het tweede had slechts te maken met Dr. Rath's, soms ietwat te enthousiaste wijze van actie voeren. Renckens eigen veroordeling door het gerechtshof, om dr. Houtsmuller nog langer te bestempelen als kwakzalver en leugenaar, op straffe van een dwangsom van 4500 euro voor iedere overtreding noem ik daarom dus niet.

Hiermee zijn we aangekomen bij waar Renckens en zijn antikwakers, als exponent van het inmiddels volledig door het farmaceutisch kartel ingelijfde reguliere medische circuit, staan. Deze medische tak heeft zich, sinds haar ontstaan uit de middeleeuwse aderlaters, altijd met hand en tand verzet tegen iedere nieuwe zienswijze. Tientallen in het verleden door hen eerst verketterde of vervolgde onderzoekers worden heden ten dage net zo makkelijk door hen geprezen. Met zijn altijd alles over een kam scherend - en badinerend commentaar, etaleert hij keer op keer, zonder enige schroom, geen snars van de werking van essentiële voedingsstoffen te weten. Zelfs tegen de uiteindelijke capitulatie door zijn orthodoxe confrères ten aanzien van het belang van extra toediening van foliumzuur blijft hij fulmineren (door de 'kwakzalvers' trouwens al in 1965 aangetoond en niet pas 10 jaar geleden zoals hij vrolijk beweert).

Maar wellicht kan ik hem dit gebrek aan kennis niet euvel duiden, want onderricht in de complexe werking en onderlinge werking van voedingsstoffen is in de medische opleidingen bewust ten grave gedragen door invloed van het farmaceutisch industrieel complex en haar slippedragers. Dit ten faveure van hun onbetaalbare gepatenteerde lichaamsvreemde middeltjes. Van deze waardeloze spullen is 98% bewezen onwerkbaar en het gebruik ervan vormt inmiddels, na hart- en vaatziekten, kanker en beroerten, de vierde doodsoorzaak ('Journal of the American Medical Association' 1998; 279:1200-1205).

Renckens noemt extra vitaminen intake gevaarlijk, en dat terwijl nergens klinisch bewijs bestaat voor ook maar één sterfgeval. Renckens verlangt van anderen steeds maar bewijzen en geeft ze zelf niet. Renckens en zijn reguliere receptenschrijvers beschouwen al die honderdduizenden slachtoffers zelfs niet als een soort bedrijfsrisico. Zijn 'Vereniging tegen Kwakzalverij' vindt zelfs dat "ongewenste nevenwerkingen bij goedgekeurde medicijnen in een zodanige verhouding staan tot het gunstige effect, dat de toepassing verantwoord is te achten". Je moet maar durven.

Renckens en zijn antikwakers hebben het altijd weer over "dat behoorlijk onderzoek moet aantonen dat er genezende werking van uit gaat" en "wetenschappelijke bewijzen die in de daartoe bestemde media gepubliceerd dienen te worden." Alsof het medisch kartel de publicist dán pas juichend op de schouders neemt en de zieke mensheid wederom van een ziekmakende gesel verlost is. Dat dit een drogreden is maken de twee volgende historische voorbeelden pijnlijk duidelijk.

Hij heeft het nu wel zo quasi deskundig over scheurbuik, maar nog kort geleden kwaakten zijn reguliere soortgenoten van een paar generaties eerder er nog lustig op los dat scheurbuik te wijten was aan (lach niet) 'zuurvergiftiging'. In 1916 legden zij nog verband met 'duivelse bacillen' en daarna kwam 'constipatie' aan de beurt. Tenslotte kwamen twee Duitse dokters die in 1942/1943 te maken hadden met het toezicht op Russische krijgsgevangenen met de theorie dat scheurbuik iets te maken had met luizen.

En dát terwijl James Lind er toch al 200 jaar eerder - in 1750 - middels een simpel voedingsexperiment achter was gekomen dat gebrek aan 'iets' (wat we nu vitamine C of ascorbinezuur noemen) er mee te maken moest hebben. Overigens was dit zelfs al weer vóór zijn ontdekking door dokter Thomas Willis vastgesteld en in zijn schotschrift over "De werking van medicijnen in het menselijk lichaam" verwoord. Maar dat was ook maar onbewezen onzin waar maar beter niet naar geluisterd diende te worden.

Jarenlang dacht de reguliere ziekenkaste dat pellagra een besmettelijke tropische bacil was, verwant aan de slaapziekte en de tsetse vlieg in plaats van een gebreksziekte. Nadat militaire experimenten met inentingen de gele koorts overwonnen hadden dacht ze dat alle tropische ziekten wel even door inentingen overwonnen konden worden. Arsenicum en andere gifstoffen waren zelfs het proberen waard, maar pellagra bleef een eeuw lang(!) de grote medische bollebozen van Europa verbazen.

Al die tijd beweerden veel boeren uit Italië en Spanje - waar de ziekte een epidemie geworden was - dat, als je iemand die aan pellagra leed goed te eten gaf, hij weer vlug gezond zou worden. Maar dat was te eenvoudig voor het medisch vernuft dat op zoek was naar entstoffen, tsetse vliegen, proefschriften en Nobelprijzen.

In 1914 was pellagra (voornamelijk een vitamine B2 tekort dat ontstaat door het raffineren en bewerken van granen, met name rijst) een epidemie geworden in het zuiden van de VS. Vooraanstaande geleerden hadden al jaren vergeefs geëxperimenteerd en waren overtuigd dat het besmettelijk was. Joseph Goldberger toonde na diverse voeding