Kuur tegen AIDS
Door Johan J. van Dongen
Deze Kuur tegen AIDS en de werkzame
medicijnen tegen aids die bewust uit de handel zijn genomen om het vraagstuk van de
overbevolking op te lossen, is een diepgravend verhaal uit de catacomben van de
versluierde politieke-, farmaceutische- en medische wereld. En uit dit (criminele) circuit
heb ik gepoogd om het grootste schandaal uit de medische geschiedenis aan de oppervlakte
te brengen.
Bijna 100% van alle slachtoffers van deze
wereldwijde samenzwering die besmet zijn met het virus dat AIDS veroorzaakt, zijn
opzettelijk besmet met een omgebouwd paardenaidsvirus. Zij zijn kunstmatig voor het
aidsvirus ontvankelijk gemaakt door gebruik te maken van controleerbare ziekten. Het gros
van de besmettingen vindt plaats in donker gekleurd Afrika, de Verenigde Staten en het
Caribisch gebied, waaronder Brazilië. In de geïndustrialiseerde landen betreft het
vooral druggebruikers, homoseksuelen, straatslijpers en een allegaartje van allochtonen
die vanuit de Derde Wereld gekomen zijn op zoek naar een betere wereld.
De verborgen AIDS genocide
AIDS is een blank complot, zoveel is zeker volgens de Zuid Afrikaanse president Thabo
Mbeki. En met deze bewering staat hij niet alleen. Bijna 100% van alle aids-patienten zijn
volgens hem en vele wetenschappers, waaronder de schrijver dezes, opzettelijk besmet met
een omgebouwd paardenaidsvirus. Zij zijn kunstmatig voor het aidsvirus ontvankelijk
gemaakt door gebruik te maken van controleerbare ziekten. Het gros van de besmettingen
vindt plaats bij donkergekleurde mensen in Afrika, de Verenigde Staten en het Caribisch
gebied, waaronder Brazilië. In de geïndustrialiseerde landen betreft het vooral
druggebruikers, homoseksuelen, straatslijpers en een allegaartje van allochtonen die
vanuit de Derde Wereld gekomen zijn op zoek naar een betere wereld.
Diepgaand onderzoek heeft aangetoond dat
het niet alleen duidelijk, maar ook hoogst verdacht is dat de drie hoofdrolspelers in het
aids mysterie, Hillary Koprowski, Robert Gallo en Luc Montagnier, altijd geweten hebben
dat het juist kankerverwekkende virussen zijn die aids veroorzaakt hebben. Bijvoorbeeld
door virussen uit bacteriofagenfabrieken die als biologisch wapen kunnen worden aangewend
en die ook daadwerkelijk ingezet zijn. Een gegeven dat zeker wordt ondersteund als men
bedenkt, dat de basis voor dit soort wandaden in de vroegere laboratoria van de nazi's
ligt.
Reeds vanaf de start van het Duits
nationaal socialisme werd duidelijk waar de moffen mee bezig waren. Door
nazi-wetenschappers zijn talloze publicaties geschreven over kankerverwekkende en
genetisch gemanipuleerde en zelfs ingebouwde virussen in bacteriën. Kunstmatig
gefabriceerde micro-organismen die als een infectieus biowapen kan worden ingezet tegen
joden en zwarten zonder dat de op en top blanke ariërs zelf besmet worden, dat was hun
doel. Na de tweede Wereldoorlog is dit onderzoek door een grote diversiteit aan
wetenschappers verfijnd en toegepast.
De fabriek van kameraden
Voor technische details omtrent de bewering om met genetische manipulatie aidsvirussen
specifiek te richten op de genetische eigenschappen van zwarten en joden verwijs ik naar
het HLA-A, B, C, DR3 en DR5 loci onderzoek van de nazi's onder leiding van Otmar
Verschuer, die in 1956 lid werd van de Amerikaanse Eugenics Society, en die werkzaam was
op de door Rockefeller gefinancierde afdeling van het Kaiser Wilhelm Instituut.
Referenties:
van Baur en Danilovs; Enlow; Prince; DePaoli; Raffoux en Pollack.
Dat deze berichtgeving u wellicht shockeert
kan ik euvel duiden, maar het moet bij insiders toch vrij algemeen bekend zijn dat
duizenden zwarten in de concentratiekampen van Hitler Duitsland zijn omgekomen om
eugenistische redenen. Zwarten die tijdens de oorlog ook vanuit Nederland op transport
worden gesteld om zowel voor- als tijdens de oorlog in dierentuinen, circussen en in shows
als de Zulu Kafirs niet alleen tentoongesteld te worden maar ook om als proefmens te
dienen.
De halfjoodse arts dokter Fransz J.
Kallmann, die na de oorlog toetreedt tot de Eugenics Society en daarvan lid is van 1954
tot 1965, voerde een van zijn misdadigste acties uit door Otmar von Verschuer te helpen
ontsnappen door tijdens de denazificatie voor hem te pleiten. Kallmann richtte vervolgens
de American Society of Human Genetics op die als eerste item het Human genome Project HUGO
onder handen nam om de menselijke genetische identiteit in kaart te brengen. Deze society
kreeg drie miljard dollar van het Rockefeller instituut om uit te zoeken en in kaart te
brengen hoe het bij ieder ras gesteld is met de ontvankelijkheid voor bepaalde ziektes.
De achterkant van het gelijk van Thabo
Mbeki
Voor de bewijsvoering van Thabo Mbeki, voor zijn uitspraak dat aids een westers complot is
zijn vooral de HLA-DR3 en HLA-DR5 loci (HLA= Histocompatibility Locus Antigen of Human
Leucocyte Antigen) in het onderzoek van belang. Bij mensen die het bloedgroep type HLA-DR3
hebben komt aids namelijk veel minder voor dan bij mensen die het HLA-DR5 type hebben. In
het kader van het nazi-onderzoek is het dus belangrijk te weten dat nu juist het HLA-DR5
type voornamelijk bij joden en hemofilie (bloederziekte) patiënten
voorkomt. Het HLA-DR3 type daarentegen komt vooral voor bij donkergekleurde Afrikanen. In
zijn algemeenheid kun je dus zeggen dat het voor zwarten moeilijker is om aids te krijgen
dan voor blanken.
De werkelijkheid van vandaag toont ons
echter een totaal ander beeld: de overgrote meerderheid van de aids-patiënten zijn juist
donkergekleurd! Bij zwarten is blijkbaar het knopje in hun erfelijke eigenschap die hen
juist tegen aids moet beschermen kennelijk omgedraaid door verkeerde- of genetisch
gemanipuleerde vaccinaties, (verlopen) antibiotica, cortisol, radioactiviteit et cetera.
En deze merkwaardige discrepantie wordt nog eens geaccentueerd als al het wetenschappelijk
onderzoek, van verkeerde Duitsers dat vlak voor- in- en na de nazi-periode samen met
westerse mogendheden werd voortgezet onder het Apartheidsregime van Zuid Afrika, onder de
loep wordt gelegd.
Pas dan blijkt dat zwarte mensen ineens wel
bevattelijk zijn voor eenvoudige ziektekiemen die bij ons slechts een lichte griep zouden
veroorzaken. Zo was er tussen 1911 en 1947 niet één geval van het Kaposi sarcoom in Zuid
Afrika ontdekt, maar na 1949 was dit in grote clusters donkergekleurde personen plotseling
wel het geval. Zodra de Nasionale Partij van Zuid Afrika aan het bewind kwam waren de
eerste vijfentwintig pagina's van het Zuid Afrikaanse medische tijdschrift South African
Journal of Clinical Science aan deze ziekte gewijd. Opvallend in vergelijking hiermee is
het feit dat, toen aids begin tachtig officieel de kop opstak, er van de eerste dertig
publicaties over aids er tweeëntwintig van het Amerikaanse Centrum van Volksgezondheid
waren.
Via informatie uit de respectievelijke
archieven en uit niet nader genoemde bronnen kan ik een behandeling tegen een HIV-infectie
en bijbehorende opportunistische infecties beschrijven. Een behandeling die de ziekte
neutraliseert en wellicht in sommige gevallen zelfs geneest. Daar komt nog bij dat aids,
in tegenstelling tot wat vele medici beweren, absoluut niet fataal hoeft te zijn omdat
inmiddels bekend is dat HIV niet per definitie tot aids leidt.
Virussen in mensen kunnen alleen in
symbiose met hun drager bestaan, zij kunnen alleen overleven en reproduceren als de drager
ervan in leven blijft. Des te sneller een virus zichzelf vermenigvuldigd des te sneller
wordt het ook besmettelijker. En des te besmettelijker het virus wordt des te sneller zal
zijn drager ziek of vernietigd worden en daarmee vernietigd het virus uiteindelijk ook
zichzelf.
Na het lezen van duizenden
wetenschappelijke artikelen kwam ik tot de conclusie dat men ons wil doen geloven dat aids
op termijn altijd dodelijk is, maar dit is niet het geval. Er zijn wel degelijk mensen,
hoe weinig ook, die antilichamen tegen het aidsvirus in het bloed hebben. In ieder geval
vond ik een artikel uit 1988 van Burke waarin hij een proef, waarbij 135.000 patiënten
betrokken waren, beschrijft, dat in de meeste bloedmonsters van deze mensen antilichamen
tegen het aidsvirus te vinden was.
Er bestaan zelfs buitengewoon succesvolle
remedies tegen aids, maar deze medicamenten werden tot mijn verbijstering categorisch uit
de handel genomen. Het viel mij op dat zelfs tot in het recente verleden goedwerkende
middelen tegen aids werden afgedaan als laboratorium errors. Maar het moment is nakende
dat onschuldige burgers gaan inzien dat de medische-, politieke- en militaire
verantwoordelijken hierop kunnen worden aangesproken.
Bewuste doelgroepen voor aids
Als je wereldwijd de besmetting met het aidsvirus onder de loep legt, dan kun je alleen
maar concluderen dat meer dan 90% van alle aidspatiënten bestaat uit zeer specifieke
groeperingen in onze samenleving namelijk:
- donkergekleurde mensen
- homoseksuelen
- joden
- gevangenen
- druggebruikers
- weeskinderen
- gehandicapten
-geïnterneerden in concentratiekampen
De overige aidspatiënten zijn per ongeluk of door foutieve medische behandelingen besmet
geraakt, zoals hemofiliepatiënten en kinderen en partners van mensen uit de
risicogroepen.
Mensen zijn ondeskundig gehouden over het
feit dat honderden hoogstaande wetenschappers, die het bestuderen van aids als doel
hebben, er absoluut van overtuigd zijn dat het virus dat zogenaamd aids zou veroorzaken
dit eigenlijk helemaal niet doet. Wetenschappers als Leonard Horowitz, Peter Duesberg,
Brian Ellison, Ricardo Veronesi, Wolff Geisler en ondergetekende zijn er absoluut van
overtuigd dat het aidssyndroom een uitvinding is van wetenschappers.
In zijn algemeenheid kunnen we stellen dat
er een vijftiental ziektes heeft kunnen ontsporen die normaal gesproken redelijk tot goed
behandelbaar zijn. Deze behandelbare opportunistische infecties zijn:
-Influenza
-Candidiasis
-Cytomegalovirus infectie CMV
-Epstein-Barr virusinfectie
-Pneumocystis carinii pneumonia PCP
-Kaposi sarcoma
-Cerebrale toxoplasmosis
-Toxoplasmosis
-Cryptococcosis
-Isosporosis
-Herpes simplex
-Mycobacterium avium complex
-Progressieve multifocal leucoencephalopathie
-Tuberculosis
-Aspergillosis
AFCENT Brunsum the Netherlands
Tijdens een lezing die ik gaf over de oorsprong en verspreiding van aids op de American
Headquarters of the United States Army Forces Europe AFCENT Brunssum the Netherlands
confronteerde ik mijn toehoorders met een aantal vragen waarop de medische wereld tot op
heden nog geen antwoord heeft gegeven.
Worldwide politicians, the military
services, the CDC, the pharmaceutical industry and those who are medically responsible for
our healthcare claim that HIV, the virus causing aids, is said to be transferred in semen,
transplanted organs, and blood and to have originated in Africa. They also say that this
happened as a result of eating monkeys. But if we caught the HIV from monkeys, how does
one explain:
- Why HIV did not depopulate Africa at an
earlier stage?
- Why didn't it spread to Great Britain,
Germany, Belgium, France, Italy or Portugal, that colonized Africa?
Second:
- Why did AIDS spread via Haiti to
homosexual men in the USA?
- Why are only men infected by anal
intercourse?
- Why were male prostitutes in Sri Lanka,
the Philippines, and Bangkok not infected, whereas those in Los Angeles, San Francisco,
Washington, and New York were?
Third:
- Why are housewives in Africa infected, as
opposed to housewives and female prostitutes in USA and Europe? Why is HIV spread so
rapidly in Africa?
- Why is HIV transmitted among intravenous
heroin users but not among those who take? amphetamine?
- Why are mycotoxins found in drug users in
Amsterdam but not in Rotterdam, Den Haag, or Utrecht?
And finally:
- Why haven't animal keepers, scientists,
suppliers of monkeys, and medical analysts in our Military and University laboratories
ever caught the AIDS-causing virus?
- How is that possible when over 50 million
monkeys have been taken out of the wilderness for our investigations?
- Isn't it strange that over a thousand
medical analysts, scientists, healthcare workers, doctors, and nurses prick or cut
themselves daily with contaminated syringes, scissors, or blades and yet don't catch the
AIDS-causing virus? One thousand per day?
I will tell you and you would not like my
statements!
-The agent of the main AIDS diseases are
fifteen exceptionally rare and, to a certain extent, new microbes, which are intentionally
transmitted in the air, food, spraying, microbes and vaccines.
-HIV is developed out of several other
viruses
-Research work was predominantly carried
out in Germany and Japan until 1945 and since then mainly in the United States, South
Africa and France.
-The agent causing the AIDS -diseases were
mainly researched by scientists in military services and mainly tested in Uganda, South
Africa and Zaire.
-The majority of people affected by
AIDS/HIV are dark-skinned people in some states in Africa, in the USA and Caribbean as
well as homosexual men and persons using crack or heroin in some industrialised states.
- HIV-infections and out broken AIDS
diseases can be cured.
U zult begrijpen dat ik in het hol van de
leeuw geen antwoorden krijg, net zo min als ik ze krijg van hen die er verantwoordelijk
voor zijn. Hier ligt dus duidelijk een taak voor de media, want die hebben het tot op dit
moment schromelijk laten afweten. Uitgaande van de tot nu toe beschikbare gegevens kan ik
stellen dat aids hoofdzakelijk wordt geïnduceerd of geactiveerd, door toename van het
cortisol of stresshormoon, in de bloedspiegel.
Mede daardoor wordt er een directe invloed
uitgeoefend op het zink- en calciumgehalte in het lichaam die onmisbaar zijn voor de
opbouw van onze immunologische weerstand tegen vreemde micro-organismen. Vanuit dat
oogpunt blijken morfines direct tegen een verhoogd cortisol gehalte en dus indirect tegen
aids veroorzakende micro-organismen te werken. Angst stimuleert in ernstige mate het
ontstaan van de situatie die men aids noemt. Juist de antagonistische werking van rust
werkt genezend omdat het de natuurlijke processen in het lichaam bevordert.
Een van die effectieve medicamenten die
tegen aids veroorzakende micro-organismen werken en willens en wetens uit de handel zijn
genomen is het door Mirko Beljanski gevonden BP100, een middel waarmee de overleden Franse
president François Mitterand voor een prijs van ongeveer 180 Euro is behandeld. Een
medicament dat direct daarna door de Franse regering onder curatele is gesteld omdat het
een illegaal geproduceerd middel zou zijn.
Hoogleraar Mirko Beljanski, een moleculair
bioloog en jarenlang medewerker van het Pasteur Instituut te Parijs, kwam na een
officiële beschuldiging terecht in een spiraal van intriges, intimidatie en bedreigingen.
Voor de een was hij een wereldberoemde medicus die vele levens heeft gered van kanker
terwijl hij door zijn tegenstanders werd verguisd.
De in het voormalig Joegoslavië geboren
Beljanski trok zich in eerste instantie niets aan van het gekrakeel en ging door met te
verkondigen dat hij een antiviraal middel BP100 had ontdekt als behandeling tegen aids en
kanker. De behandeling is echter nooit geautoriseerd door de politiek laat staan door de
farmaceutische industrie, die het middel als bedreigend ervaart.
Later werd zelfs bekend dat een van
Mitterands' dokters het middel bij zichzelf voorschreef als een probaat middel tegen
prostaatkanker.
In 1994 werd Beljanski schuldig bevonden
voor het illegaal uitvoeren van de geneeskunst. Alle door hem vervaardigde producten
werden op de verboden lijst gezet.
Beljanski vertikte het echter om daar
gehoor aan te geven, dus verkocht hij zijn producten onder de tafel door, omdat hij er van
overtuigd was dat zijn remedie tegen kanker buitengewoon effectief is.
Niet lang daarna enterde de Franse politie
zijn laboratorium nadat de zogenaamd legale autoriteiten hem opnieuw beschuldigden van
illegale praktijken. Nadat alles in beslag was genomen, stelden diezelfde autoriteiten een
onderzoek in naar het middel. Bij monde van het officiële medische orgaan voor aids
research in Frankrijk werd uiteindelijk geconcludeerd dat het middel absoluut geen
antivirale werking had ondanks het feit dat meer dan duizend patiënten er mee behandeld
zijn. Navraag over de veronderstelde werkzame stof werd afgewimpeld en de autoriteiten
gaven aan dat de ingrediënten van het medicijn geheim waren.
BP100 blijkt nog steeds een stof te zijn
dat als antiviraal middel een buitengewoon groot effect heeft op HIV.
Beljanski werd na commotie rond zijn werk
volledig in de ban gedaan door collega's en de farmaceutische industrie. Het middel BP100
bleek zo effectief tegen virussen te zijn dat de dreiging voor de farmaceutische
industriële markt en de wetenschap, om onderzoek en miljarden mis te lopen, zo gigantisch
te zijn, dat deze samenzwering tegen Beljanski is ondernomen.
Eens temeer blijkt weer eens het enorme
verschil tussen geneeskunde voor de rijke en die voor de arme mensen op onze aardbol. Aan
macht en financiële argumenten wordt systematisch meer voorrang gegeven dan aan de
fundamentele rechten van de arme individu. Want de farmaceutische industrie heeft weinig
belang bij het ontwikkelen van een geneesmiddel tegen een ziekte die alleen mensen treft
die de behandeling toch niet kunnen betalen.
Aan aids en haar opportunistische infecties
wordt door de farmaceutische industrie en haar aanverwante bedrijven onvoorstelbaar veel
geld verdiend. En zolang het ultieme aids middel nog niet is gevonden, zal dat ook zo
blijven en zal de huidige behandeling nog altijd uitstel van executie zijn.
Sinds de eerste uitbraak van aids jagen
zogenaamd duizenden wetenschappers op dit ultieme middel. Inmiddels zijn er al zo'n kleine
honderd medicijnen tegen aids ontdekt waarvan de werking zeer slecht of op zijn minst
dubieus is te noemen en in ieder geval onbetaalbaar voor onze arme medemens.
Wat in ieder geval overeind blijft is het
voortdurende juridische gevecht om patenten. Alle pogingen om een vaccin tegen aids te
vinden zijn tot dusver op een fiasco uitgelopen en zullen dat ook blijven doen.
Er zal nooit een vaccin tegen aids komen
omdat dat ene virus simpelweg niet bestaat. Wat wel al minstens twaalf jaar bestaat zijn
goedkope medicijnen die op onoorbare wijze van de markt wordt gehouden, omdat het
goedkopere en werkzamere stoffen zijn waar meestal geen patenten op kunnen worden
aangevraagd.
Hoe meer we verzuimen de arme zieke te
verzorgen, hoe meer aids veroorzakende virussen weerstand zullen opbouwen tegen onze
(natuurlijke) medicamenten en mede daardoor zal de ziekte zich steeds sneller in een
ongeneeslijke vorm blijven verspreiden.
Kemron
Kemron is een synoniem voor interferon-alpha IFN-a dat is toegediend aan een groot aantal
aidspatiënten in Kenia en vervaardigd uit middelen die op de Japanse markt te koop zijn.
Dokter Davy Koch en zijn assistenten rapporteerden dat na het toedienen van deze stof het
aantal CD4+ cellen bij een aantal patiënten zelfs zo toenam dat er een conversie van
HIV-antilichaam positief naar HIV-antilichaam negatief ontstond.
Koch en zijn collega's van het Keniaans
instituut voor medische research publiceerde hierover een studie in het Journal of
Molecular Biotherapy in 1990.
Gedurende zes weken werden veertig
HIV-patiënten, met en zonder symptomen van de ziekte aids, behandeld met 2-2.5 i.e./kg
natuurlijk humaan IFN-a oraal, via de mond. De onderzoekers rapporteerden dat acht van de
veertig patiënten na de behandeling geen HIV-antilichamen meer in hun bloed hadden.
Een andere studie toonde bij dertienhonderd
aidspatiënten aan dat de stof IFN-a een helend effect had en dat bij vijf procent van de
patiënten de HIV-antilichamen uit het bloed verdween.
Het reeds eerder genoemde NIAID deed er
alles aan om te voorkomen dat Kemron in een positief daglicht werd geplaatst en wees er
fijntjes op dat de klinische onderzoeken tot dan toe verkeerd waren uitgevoerd en niet
konden worden gereproduceerd.
Suramine
Al voor de ontdekking van het aidsvirus heeft de Vlaming Eric De Clerq, een sterk middel
tegen dierlijke retrovirussen aangetoond. De Clerq heeft tal van medicamenten ontwikkeld
die de verdediging van het lichaam tegen virussen moeten stimuleren. En het door hem
herontdekte suramine, ook wel germanin genoemd dat oorspronkelijk een medicijn tegen de
Afrikaanse slaapziekte of trypanosomiasis was, bleek een buitengewoon sterke werking te
hebben op de produktie actievering van het menselijke hormoon interferon dat ons van
nature tegen ziekte moet beschermen.
Hoe dit precies gebeurde was hem nog
onbekend.
Direct nadat het reversed transcriptage was
ontdekt focuste De Clerq zijn aandacht nog intensiever op stoffen die actief waren tegen
dit enzym.
Aanvankelijk werd zijn pogingen bemoeilijkt
omdat het zogenaamde wondermiddel maar niet wilde doen wat er van verlangd werd, totdat
hij het suramine in 1974 losliet op het enzym van het aidsvirus. Tot zijn stomme verbazing
bleek de stof direct een krachtige werking te hebben.
De Clerq was inmiddels op de hoogte van
Gallos theorie dat leukemie, lees aids, door een retrovirus werd veroorzaakt en hij hoopte
dus dat suramine een geneesmiddel hiertegen zou kunnen zijn.
Ondanks het feit dat De Clerq het ei van
Columbus uitvindt vergeet hij plotseling deze zeer belangrijke stof verder te onderzoeken.
Of hij het vergeten heeft voor of nadat hij Gallo gesproken heeft weet ik niet. Wat ik wel
weet is, dat Gallo in 1978 bij De Clerq op het Rega instituut in Leuven langskwam om er
bij hem op aan te dringen zijn werk te publiceren hetgeen gebeurde en ook daarna vergeet
De Clerq het suramine opnieuw.
Vijf jaar later wordt De Clerq opgebeld
door de Amerikaanse wetenschapper Sam Broder die hem verteld dat suramine zeer sterk werkt
tegen het aidsvirus in een reageerbuis.
Tot op heden blijkt dat suramine het
allerbeste middel tegen het aids veroorzakend virus is geweest dat we ooit hebben
aanschouwd. Het moest alleen nog in het ziekenhuis uitgetest worden en tal van
industriële tests ondergaan.
Het middel is er nooit doorgekomen en dus
wordt suramine voorgoed vergeten. Het feit dat het medicament twintig keer zo goed werkt
tegen zowel met HIV besmette als niet besmette cellen en gedurende meer dan zeventig jaar
tegen vergelijkbare infecties als aids is gebruikt, speelde geen enkele rol meer en de
stof werd terstond door de Amerikaanse overheid verboden verklaard. Ook in Duitsland bleek
het middel in 1989 plotseling een zeer gevaarlijk medicijn te zijn.
Suramine, in 1916 ontdekt door de Duitse
fabrikant Bayer, verlaagt met name het cortisol gehalte of stresshormoon in het bloed,
doordat de cortex of schors van de bijnier degenereert. Een situatie die zeer sterk aan de
genezing van HIV-patiënten bijdraagt. Over stoffen die min of meer dezelfde werking als
suramine hebben en verlaging van het cortisol gehalte in het bloed bevorderen om te
voorkomen dat de interferon productie wordt gereduceerd, is uitvoerig geschreven en
gepubliceerd. Deze middelen zijn:
-Nimodipin
-Nifedipin en morphines als Beta-endorphine
-Methadon, dat de status van het immuunsysteem stimuleert
-Naltrexone, dat de hoeveelheid endorphine in het bloed doet stijgen
-Methionine-enkephaline
-Laudanum Tinctuur opii
-Ketaconazol syn. Nizoral
-Diphenylhydantion syn. Phenhydan -een medicijn tegen epilepsie-
-Rifabutin -een middel tegen tuberculose-
Antibiotica en cortisol slik je niet voor
de lol
Medici schrijven cortison te pas en te onpas voor bij voetschimmel of ontstekingen. Erger
nog is het feit dat bij mensen met venerische ziekten massaal en jarenlang grote
hoeveelheden cortison in combinatie met het antibioticum erythromycine wordt
voorgeschreven. Juist de combinatie van antibiotica en cortisol zorgt ervoor dat bepaalde
micro-organismen in ons lichaam gedood worden. Op het moment dat dit gebeurt krijgen
schimmels en ook de endotoxinen uit door antibiotica gedode bacteriën de kans om toe te
slaan.
Nieuwe ziektes verschijnen in de patiënt
en nieuwe chemische medicijnen worden aangewend om ze te bestrijden.
Vooral homoseksuelen zijn de klos, want zij ontvangen van hun behandelende artsen stoffen
als Flagyl en diiodroxyquin tegen diarree en darmparasieten en ontvangen bactrim en septra
om hen te behoeden voor een dodelijke longontsteking.
Middelen met soms dodelijke bijwerkingen,
zo blijkt uit een Japans rapport van Reisaku Kono die over de ziekte SMON -subacute myelo
optico-neuropathie- in 1975 een artikel schrijft in de Lancet. En SMON blijkt niets meer
of minder dan een in 1950 ontdekte voorloper van aids en kuru (BSE) te zijn.
Een ziekte die in het radioactieve Japan
massaal uitbreekt na de even zovele massale poliovaccinaties in de veertiger en vijftiger
jaren. Aids en stress gaan zeer nauw samen omdat het ziekmakende mechanisme van het
aidsvirus voortdurend de cortisol activiteit in de hersenen stimuleert. Als gevolg daarvan
wordt het adrenocorticotrope hormoon ACTH geproduceerd dat de bijnierschors aanzet tot
productie van cortisol. Aids en stress leven dus in symbiose met elkaar.
En het is juist deze constante toename van
het cortisol die aids veroorzaakt. Het cortisol blokkeert namelijk twee onmisbare
bestanddelen, zink en calcium, van de helpercellen binnen ons immuunapparaat. Het
geneeskrachtige effect van zink is uit en te na bewezen en het curatieve of genezende
effect ervan op wonden die slecht genezen is al langer dan honderd jaar bekent. Veel door
artsen voorgeschreven middelen zouden simpelweg met zinkzalf kunnen worden bestreden.
Sexhormonen doden aidsvirus
Het mannelijke sex-hormoon dehydro-epiandrosteron DHEA is de ruggengraat voor een goede
gezondheid. Lang is gedacht dat de invloed van DHEA ondergeschikt was tot aan zijn
conversie naar het hormoon testosteron, doch niets is minder waar.
Recente studies hebben uitgewezen dat dit
hormoon zelf is betrokken bij de DNA-transcriptie hetgeen een voor het leven zeer
essentieel proces is bij de reparatie en duplicatie van lichaamscellen. Dus DHEA is niet
simpelweg een groeistimulator, maar eerder een groeiregulator met een zeer krachtige en
controlerende werking tegen een abnormale celproliferatie. Sterker nog, de specifieke
enzymen die nodig zijn voor het metabolisme van DHEA wordt in praktisch elk weefsel van
het menselijke lichaam gevonden.
Het feit dat dit hormoon een sekshormoon
wordt genoemd is dan ook zeer tegenstrijdig te noemen en zelfs fout. Het is zelfs zo, dat
de anabole werking van DHEA vergezeld gaat van een significante toename van de
insulinegevoeligheid in het lichaam. Tevens heeft dit hormoon, naast talloze andere
functies in het lichaam van man en vrouw, een parerende werking tegen schadelijke effecten
van het stresshormoon cortisol. Beschermende DHEA-receptors zijn zelfs gevonden op immuun
competente cellen in het gehele lichaam inclusief die in de hersenen.
Sociale en fysieke stress heeft met name
een dramatisch slecht effect op de hippocampusfunctie en dit sikkelvormige verhevenheidje
in de mediale wand van de hersenkamers dat ook deel uitmaakt van het limbische systeem, is
betrokken bij het gedragspatroon van het individu. Juist voor aidspatiënten is een goede
werking van dit systeem van cruciaal belang bij zijn genezing en het verbeteren van zijn
of haar gemoedstoestand.
Voor een natuurlijke bestrijding van het
aidsvirus is DHEA onontbeerlijk en in een juiste dosis gegeven, induceert het een
verbetering van de anabolische groeifactor, toename van de spierkracht, en het activeert
het immuunsysteem in hoge mate. Ook verhoogd het de kwaliteit van het leven heeft het
hormoon een zeer krachtige werking tegen het aidsvirus.
Tot mijn verbijstering moest ik ontdekken
dat DHEA door de Amerikaanse regering in 1985 als middel tegen het vermaledijde aidsvirus
werd verboden, ondanks het feit dat het een gewoon menselijk hormoon is dat ons beschermd
tegen ziektes als aids.
Suiker en zwavel als remedie tegen aids
Een scheikundige verbinding tussen suiker en zwavel, dextran-sulphate, veroorzaakt een
buitengewoon sterke blokkering van het aidsvirus.
Dit middel met codenaam UA001, dat bekend
staat om zijn anticoagulerende en antilipemische werking is gek genoeg al sinds 1963 vrij
te koop in Japan en wordt in het westen onder de toonbank door, dus in het illegale
circuit verkocht. In Italië en Groot-Brittannië wordt dextran-sulphate in tabletvorm
aangewend bij patiënten met een te hoog cholesterolgehalte in het bloed.
Eveneens is het middel wereldwijd
verkrijgbaar als infusievloeistof om het bloed te verdunnen en als bloedvervangend middel
om de bloedcirculatie te stimuleren.
Plotseling wordt in 1985 door de
farmaceuten Mëlling en Diringer ontdekt dat dextran-sulphate zeer effectief is in de
bestrijding van het aidsvirus en prompt vragen ze een patent aan. Dit patent wordt hen in
1985 verleent door het Duitse Max-Planck-Gesellschaft.
In de zomer van 1986 vinden de Japanse
onderzoeker S. Kueno en de Amerikaanse wetenschapper D.I. Abrams het bewijs van het
werkzame effect van dextran-sulphate tegen het aidsvirus.
In augustus 1987 bespraken
vertegenwoordigers van de Amerikaanse regering, namens het Drug Development Committee bij
de National Institute of Health NIH, de experimenten die Kueno samen met Abrams in de
Abrams-Clinic in het generale ziekenhuis van San Francisco exclusief bij "blanke
homoseksuelen hadden opgestart. Reeds na acht weken bleek de helende werking van
dextran-sulphate.
Ondanks dit fenomeen verstoorde Abrams het
onderzoek naar deze onschadelijke medicatie tegen het aids veroorzakende virus met de
woorden: Lymphocyte subset analyses were not significantly affected. Sindsdien wordt niets
meer vernomen over een behandeling met dextran-sulphate.
Toch steekt nog één keer een licht
protest op tegen de handelwijze van de Amerikaanse officials als de viroloog Mëlling het
volgende zegt over de chemisch-fysische werking van dextran-sulphate in het Deutches"
teblatt, het officiële Duitse medische journaal: ....activities which have been taken
place for several months now in the USA. A male nurse - a Black from San Francisco
nicknamed the "Dextran man" - is crossing the country selling the substance
which can be obtained through the black market in Canada or legitimately from pharmacies
in Japan. This is the ends of any controlled study on the efficacy of the substance.
Een ander middel dat hetzelfde lot
onderging was AL 721 dat lecithine bevat, een extract van de karmozijnbes (Phytolacea
americana). Dit medicament bleek buitengewoon effectief tegen het aidsvirus te zijn, omdat
het antivirale eiwit volgens de onderzoeker J.M. Zarling de CD4+ als een specifiek
monoklonaal antilichaam beschermt.
Publicaties over deze bevindingen vindt u
in Nature 1990: 347; 92-5 en in het Dtsch artzebl. 1989: 86: A529-34. Ook in de Wall
Street Journal verschenen er over deze merkwaardige geschiedenis twee artikelen op 29
april en 16 juni in het jaar 1988 van de stafreporter Marilyn Chase
(http://www.aidsinfobbs.org/articles/wallstj/88/142 en 197)
Duitse medicijnen tegen HIV verboden
Om onbekende redenen werden de door de Duitse farmaceutische giganten Hoëchst en Bayer de
polysaccharide sulphaten Hoëchst-Bayer 946, L661, RU-486, Imreg-1 en AL-721, bekend onder
de namen Arteparon en Arumalon, in 1988 in Duitsland op de verboden lijst gezet.
Een ander vreemd fenomeen was de
stopzetting van de productie van Bayolin. Al deze stoffen hebben een krachtige werking
tegen HIV. Ditzelfde gebeurde ook met de stoffen Ampligen door de chemiereus Du Pont en
L661 door Merck Sharpe & Dome MSD.
De Duitsers verboden een stof als methadon.
De Hoëchst fabriek weigerde zelfs om methadon die was voorgeschreven in de staat
Nortrhein-Westfalen om intraveneuze druggebruikers van hun verslaving af te helpen.
Hetzelfde gebeurde met de medicamenten diethylcarbamate, inosinpranobex, ribavarin,
pentamidine, dehydroandrosterone en hypericine.
Antimonium wolframate (HPA-23)
Genoemde stof HPA-23 is in staat het HIV aan te pakken en de groei ervan te stoppen. De
werkzame stof Heteropolyanion-23 is reeds in 1954 en 1969 beschreven als een stof die
buitengewoon goed werkzaam is tegen het retrovirus dat de ziekte Creutzfeld-Jacob (BSE en
Kuru) veroorzaakt.
Ook de stoffen Polyvinylsulphate, sulphate
poeder extracten van algen en dextran sulphaten zijn werkzaam tegen het HIV-virus.
(S)-1(3-hydroxy-2-phosphonyl)cytosine
(HPMPC) begrijpt U?
Eric DeClerq heeft niet alleen met suramine
een stof geproduceerd dat uitstekend werkt tegen het HIV. Ook op het gebied ter
bestrijding van de cytomegalo-virusinfectie CMV heeft hij zijn sporen verdiend. Zo
bestudeerde hij uitvoerig de stof (S)-1(3-hydroxy-2-phosphonyl)cytosine HPMPC dat
buitengewoon goed werkt tegen CMV infecties.
Prostatin
Door zijn soortenrijkdom is de kans groot dat in het tropische regenwoud duizenden soorten
planten leven die stoffen bevatten waarvan het de moeite waard is om na te gaan of er
geneesmiddelen uit kunnen worden bereid. Vooral traditionele genezers gaan daarbij zeer
gericht te werk als het gaat om het zoeken naar een middel tegen aids. Deze etno-botanici
leven bij voorkeur in gebieden waar een grote diversiteit aan planten bestaat, terwijl hun
kennis geworteld moet zijn in de traditie van het eigen volk.
Hun geneeswijze is door de generaties heen
van genezers op hun kinderen of leerlingen overgedragen en heeft in die lange periode
ongetwijfeld zijn waarde bewezen. Ondanks veel kritiek op deze etno-botanici kunnen deze
toch bogen op een aantal klinkende
successen. En een van die succesnummers is het middel prostatin, een stof die wordt
gewonnen uit een boom in de regenwouden van Samoa, een eiland in de Stille Oceaan. Op
traditionele wijze wordt een extract van deze boom gebruikt tegen gele koorts.
Bij nader onderzoek in de Verenigde Staten
vond men grote activiteit tegen HIV. Prostatin behoort tot een groep chemicaliën die
forbolen wordt genoemd en waarbij men nooit naar een geneesmiddel had gezocht omdat deze
stoffen juist kankerverwekkend zijn.
Bij nader inzien bleek dat prostatin het
enige forbol is dat dit niet is, zodat een belangrijke hindernis voor een adequaat
medicijn tegen aids was weggenomen. Prostatin is nooit op de markt verschenen omdat het
onderzoek in de Amerikaanse laboratoria bleef steken.
Sambucol
In mijn grootmoeders tijd stond er in de tuin altijd die goeie ouwe vlierbessenboom
waaruit wijn, stroop en een medicament tegen griep werd vervaardigd. Elk jaar weer bogen
de takken onder de grote dikke trossen zwarte glanzende bessen en wie toen in de
wintermaanden ook maar het minste teken van verkoudheid of griep vertoonde moest eraan
geloven. En het hielp als geen ander middel of vaccin dan ook. Vlier is rijk aan
B-vitamines, calcium en fosfor en daarvan is wetenschappelijk aangetoond dat het sterke
antivirale eigenschappen
heeft.
Behandeling van HIV-infecties en AIDS
gerelateerde ziektes
De volgende medicamenten, acties en voedingsmiddelen zijn absoluut verboden:
-Isoniazide en Sulfadiazide
-Behandeling met bestralingsmethodieken en cortisol moeten uiterst zorgvuldig worden
overwogen. Eigenlijk moeten ze worden vermeden.
-Bloedverlies in welke vorm dan ook, chirurgische operaties, bepaalde medicijnen die het
afweermechanisme van het lichaam aanvallen en antibiotica induceren de aanmaak van HIV.
-Voedingsstoffen die diarree kunnen veroorzaken moeten worden vermeden en dat geldt ook
voor voedingsmiddelen die de maag en/of darm irriteren.
Bij behandeling van aidspatiënten dient
ten eerste:
-Reduceer de cortisol spiegel in het bloed
-Gebruik die middelen die de situatie in het lichaam voor HIV verslechteren en de zenuwen
te versterken die stoffen zijn: Hypericin, Tryptophan en Diphenylhydantoin.
-Gebruik alleen de volgende antidotes: Zink, Lidocaine, Procaine, Nifedipin, Cimetidine,
opiaten als Methadon, Natrexone peptide T. en Thalidomide (Softenon).
-Individueel dient naar behoefte voorgeschreven te worden: Suramine, Ketaconazol en
Rifabutin.
Ten tweede:
Verhoog de sekshormonen door:
a. Het instandhouden en in overeenstemming
brengen van de zintuiglijke waarnemingen.
b. Vitamine E (Spondyvit, Sanavitan).
c. Dehydroepiandrosterone DHEA, Testosteron, Megestrolacetate, Oestrogeen, RU486,
Trichosantin.
Ten derde:
Verbeter of vernieuw de thymusfunctie door:
Thymusmedicaties (Thym-Uvocal, Thymoject, TP-1 Serono, Thymopentin, Timunox), Arborvitae
extracten, Inosinpranobex (Inosin, Delimmum, Isoprinosine), Diethylthiocarbamate
(Imuthiol, Disulfiram, Antabus) Tuftsin, Tacridin.
Ten vierde:
Verbeter het interferon mechanisme met Kemron.
Ten vijfde:
Geef de patiënten antilichamen om de infecties te bestrijden door middel van intraveneuze
injecties met gammaglobulinen genaamd IgA, IgD, IgE, IgG, en IgM.
Ten zesde:
Breng het HIV onder controle door:
Dextran-sulphate (Sklerogamma, Asuro,
Bicibon; komt voor in zeeproducten, vis, schaaldieren, algen en kraakbeenextracten), AL
721 (Essentiale Forte, Lipostabil 300, Ovothin 120; eigeel, noten, lechitine, zaadolie) en
HPA-23. Additioneel kunnen de opportunistische infecties als volgt worden behandeld:
-candidiasis: bovenmatige luchtdruk,
Phaseoline, Ketaconazol (Nizoral), Amphotericine-B (Moronal); honing.
-cytomegalovirus infectie: Transfer factor, Ribavirin, Foscarnet, HPMPC (Stals)
-Epstein-Barr- virusinfectie: Procaine, Lidocaine. Gorgel driemaal per dag 10 minuten met
zonnebloem olie.
-Pneumocystis carinii pneumonia: TMS en pentamidine.
-Kaposi sarcoma: Toevoering van elektrische stroom aan het badwater.
-Toxoplasmosis: TMS.
-Cryptococcosis: Amphothericin B (Moronal).
-Isosporosis: Ketaconazol (Nizoral), Fluconazol, TMS.
-Herpes simplex type 1 en 2: Zovirax zalf of injecties.
-Tuberculosis: Rifabutin.
De behandeling van geïnfecteerde
patiënten moet worden aangepast aan de symptomen en de klinische resultaten. De volgende
medicamenten kunnen vrij gemakkelijk verkregen worden en zijn bruikbaar als basistherapie
voor praktisch alle aidspatiënten of seropositieve:
3x1 tablet Hypericin (Hyperforat,
Psychotonine, Aristoforat, Esbericum)
3x1 tablet Zinkorotrat
3x1 tablet Thym-Uvocal
2x1 tablet Pentosanpolysulfat SP 54
1x1 tablet Spondyvit
Voor mannen: 3x1 tablet Andriol
Voor vrouwen: 1x1 capsule Oestrofeminal
Literatuur:
Dongen van J.J. (1997) Pleidooi voor de aap. De waarheid achter aids en andere
virusinfecties. Nog beperkt, gesigneerd, te bestellen bij de auteur.
Dongen van J.J. (2002) AIDS. De grootste
misdaad in de medische geschiedenis. Uitgeverij Elmar B.V., Rijswijk (ISBN 90389 1300 1)
Dongen van J.J. et al (1990) Manual of
Microsurgery on the Laboratory Rat. Elsevier Science Publishers, Amsterdam (ISBN
0-444-81139-7
Achtergrond auteur
Johannes Jacobus van Dongen werd geboren op
15 mei 1946 te Rotterdam. Na
het gebruikelijke voortgezette onderwijs volgde hij van 1969 tot 1973 de
opleiding Biotechniek bij de Vakgroep Experimentele Chirurgie aan de
Universiteit van Leiden, waar zijn mentor dr. H. Stol hem in 1973 zijn
diploma uitreikte. De opleiding tot 'alround' experimenteel microchirurg
ontving hij bij de Algemene Heelkunde in het Academisch Ziekenhuis en
aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam. De vakgroep stond onder
leiding van prof. dr. D.L. Westbroek en de Experimentele Microchirurgie
onder leiding van dr. W.J. Kort.
Na zijn voltooide opleiding in 1976 werd
hij hoofd van de Experimentele
Microchirurgie bij de vakgroep Pathologie /Immunologie aan de
Universiteit van Maastricht onder leiding van prof. dr. P.L.M. van Breda
Vriesman waar hij duizenden hart-, nier-, lever- en totale
darmtransplantaties uitvoerde, alsmede sera vervaardigde om de
immuniteit van proefdieren te manipuleren. Van 1978 tot 1982 was hij
docent aan de Verpleegkundige Opleiding van het St. Annadal Ziekenhuis
te Maastricht, waar hij het vak Transplantatie Biologie doceerde onder
leiding van prof. dr. H. Jeekel. Van 1980 tot 1989 was hij docent,
organisator en hoofd van de 'First National and International Individual
Post Graduate Course', eerst onder leiding van prof. dr. H. Jeekel en
later respectievelijk onder leiding van prof. Dr. G. Kootstra en prof.
dr. P. Soeters van de Universiteit van Maastricht. Van 1989 tot 1993
werkte hij als Research Assistant' bij de Vakgroep Anatomie/Embryologie
en ontwikkelde hij daar mede de intra-uterine operatie, de
bottransplantatie en het driedimensionale beeld van de achterpoot van de
rat onder leiding van prof. dr. J. Drukker van de Universiteit van
Maastricht. Van 1989 tot 1997 was hij lecturer and cordinator van de
'National and International Experimental Course in Microsurgery' bij de
Vakgroep Proefdierkunde aan de Universiteit van Utrecht onder leiding
van prof. dr. L.F.M. van Zutphen.
Van 1987 tot 1993 was hij
universiteitraadsbestuurder en bekleedde hij
als fractievoorzitter en oprichter van de fractie Frontaal functies in
praktisch alle universitaire commissies waaronder de
vertrouwenscommissie. In 1990 publiceerde hij het boek 'Manual of
Microsurgery on the Laboratory Rat' bij Elsevier Science Publishers. In
1993 ontwikkelde hij de 'anastomose simulator' en verschillende nieuwe
operatietechnieken waaronder de extra corporale heterotope
harttransplantatie en de intra-abdominale heteretope harttransplantatie
met uitgang op de vena porta voorzien van een osmose minipomp. Voor zijn
vele uitvindingen en zijn handvaardigheid op het gebied van de
experimentele microchirurgie ontving hij tijdens het jaarlijks congres
voor biotechnici te Arnhem van de toenmalige Staatssecretaris van
Welzijn Volksgezondheid en Cultuur, uit handen van de Veterinaire
Hoofinspecteur drs. H. Verburg en de Voorzitter van de Commissie
Alternatieven voor Dierproeven prof. Dr. L.F.M. van Zutphen, de 'Prijs
Alternatieven voor Dierproeven'. Van 1995 tot 1997 werkte hij als
Research Assistant bij de farmaceutische afdeling van Solvay Duphar te
Weesp aan het project 'Artificial Rat' onder leiding van prof. dr. R.
Remie.
Hij gaf cursussen op het gebied van de
Experimentele Microchirurgie aan
de Universiteiten van Stuttgart, Heidelberg en Mannheim in Duitsland, de
Universiteit van Aarhuss, in Denemarken en aan de Universiteit van
Mexico City in Mexico. In 1997 voltooide en publiceerde hij zijn derde
boek 'Pleidooi voor de aap. De waarheid achter aids en andere
virusinfecties'. Sinds 2001 schrijft hij korte verhalen in het
tijdschrift 'Mens & Wetenschap'.
Naast vele (sociale) bestuurlijke functies
is hij sedert 1989 oprichter
en voorzitter van het Microchirurgisch Educatief Instituut en werkte hij
mee aan de totstandkoming van meer dan vijftig wetenschappelijke
proefschriften bij de vakgroepen immunologie, chirurgie, farmacologie,
anatomie, biochemie, microbiologie, pathologie, fysiologie en
proefdierkunde.
In 1990 was hij secretaris en oprichter van
de 'Microsurgical
Development Foundation'. Zelf, of met vele andere wetenschappelijke
auteurs, schreef hij tientallen biotechnische of wetenschappelijke
publicaties van uiteenlopende aard. Ook vervaardigde hij mede een
twaalftal onderwijs videofilms op het gebied van de experimentele
microchirurgie.