Kokosolie, voeding of medicijn?
In deze scriptie wordt de vraag
Kokosolie, voeding of medicijn? onderzocht aan de hand van twee
vraagstellingen. Getracht is middels literatuuronderzoek antwoord op deze vraagstellingen
te vinden.
a. De overtuiging dat kokosolie als
verzadigd vet schadelijk voor hart - en bloedvaten (HVZ) zou zijn en daardoor geen plaats
heeft in gezonde voeding, heerst al jaren.
De eerste vraagstelling komt hieruit voort
en luidde :
* leidt het verzadigde vet in kokosolie tot verhoging van het cholesterolgehalte in het
bloed, daardoor tot vorming van plaques in de vaatwanden en daardoor uiteindelijk tot hart
en vaatziekten?*
Deze vraagstelling bevatte echter zoveel
verschillende factoren, dat, om tot een juiste conclusie te kunnen komen, alle factoren in
hun relatie onderling onderzocht werden.
Uit de vraagstelling werden uiteindelijk de
zeven subvraagstellingen als volgt geformuleerd :
1. Verhoogt verzadigd vet het bloedcholesterolgehalte?
2. Leidt verzadigd vet tot plaquevorming?
3. Leidt verzadigd vet tot HVZ?
4. Leidt cholesterol tot plaquevorming?
5. Leidt cholesterol tot HVZ?
6. Verhoogt kokosolie het bloedcholesterolgehalte?
7. Leidt kokosolie tot HVZ?
De conclusie en aanbeveling uit de eerste
vraagstelling (a) was dat :
- op geen enkele manier uit onderzoek bevestigd kan worden dat kokosolie, of andere
verzadigde vetten, direct of indirect leiden tot verhoging van het risico op hart - en
vaat
ziekten.
- integendeel, kokosolie leidt tot een
verlaging van het risico op hart en vaatziekten door verbetering van de ratio
totaal cholesterol : HDL-cholesterol
- kokosolie in die zin een vast onderdeel van de voeding dient te zijn.
b. De tweede vraagstelling komt voort uit
de vermeende antimicrobiële werking van kokosolie, waarvan bevestiging immers zou
betekenen dat kokosolie eigenlijk moet in gezonde voeding.
De tweede vraagstelling luidde :
* heeft kokosolie een antimicrobiële
werking?*
Uit de onderzoeken is duidelijk naar voren gekomen dat het laurinezuur en caprinezuur in
kokosolie een antimicrobiële werking hebben voor virussen, bacteriën, schimmels, gisten,
parasieten en protozoën.
De conclusie en aanbeveling van de tweede
stelling (b) was dat :
- kokosolie een antimicrobiële werking
heeft.
- gezien de toename van antibiotica-resistentie, het aantal HIV-geïnfecteeerden,
SOAs en ziekten die samenhangen met een verlaagde weerstand, kokosolie in een gezond
voedingspatroon thuis hoort en een aanvulling dient te zijn op de reguliere therapie.
De vraag of kokosolie nu wel of niet
onderdeel zou moeten uitmaken van een gezonde voeding bleek een overbodige.
Uit beide conclusies kwam naar voren dat
kokosolie de kans op hart en vaatziekten verlaagt.
Download
scriptie
Tip: Petra Vendelmans
Kokosolie.com
1.
Kokosolie is rijk aan middellange
vetzuurketens. Deze worden snel afgebroken en
hebben weinig energie en enzymen nodig om
opgenomen te worden.
2. Ze
hebben geen enzymen van de pancreas nodig, noch tussenkomst van lever en gal. Dit is nuttig bij mensen met
spijsverteringsproblemen, oudere mensen, kleine kinderen, nerveuze mensen.
3. Nuttig
bij mensen met spastische darm, colitis ulcerosa, gastritis, diverticulosis, chronische
darmontsteking, ziekte van Crohn, constipatie, glutenallergie omdat voedingsstoffen dan
minder worden opgenomen en het lichaam belast wordt met toxische stoffen uit de zieke
darm. MCTs uit kokosolie doen
voedingsstoffen zelfs beter opnemen bij mensen met een gedeeltelijk of geheel verwijderde
dikke darm.
4. MCTs
worden eerder als brandstof gebruikt dan als vet opgeslagen. Ze worden 3 keer sneller afgebroken dan lange
vetzuurketens. Lange vetzuurketens zoals in
visolie en veel plantaardige olieën worden eerder als vet opgeslagen en slechts in tweede
instantie als energie gebruikt. MCTs
kunnen het metabolisme met 12% doen stijgen tegenover 4% met lange vetzuurketens en
bevatten 10% minder calorieën dan andere vetten. Dit
betekent dat ze goed zijn bij de strijd tegen overgewicht.
5. Bevat
ontstekingswerende bestanddelen
6. Bevat
bestanddelen werkzaam tegen bacteriën, virussen, schimmels, protozoa, gisten. Het gaat om laurinezuur, capronzuur, caprinezuur,
caprylzuur, myristinezuur die samen meer dan 70% uitmaken van de vetzuren van kokosolie. Normaal bestaat 18% van moedermelk uit laurine- en
caprinevetzuren die de baby helpen beschermen tegen infecties van schimmels, bacteriën,
virussen en protozoa. Voor moeders tijdens de
zwangerschap is het dus ook erg nuttig om te gebruiken.
7. Laurinezuur beschermt de lever en helpt ontsteking tegen te
gaan.
Lees verder