Kankerwerende voedingsmiddelen
De meeste onderzoeken naar de relatie
tussen voeding en kanker tonen aan dat het eten van fruit, groente, hele granen en bonen
het risico op het krijgen van kanker verlagen. Geen enkel individueel voedingsmiddel kan
je beschermen tegen kanker, maar de juiste combinatie van hoofdzakelijk plantaardige
voedingsmiddelen kan dat wel. Er zijn alsmaar meer aanwijzingen dat de mineralen,
vitaminen en fytochemische stoffen in veel plantaardige voedingsmiddelen samenwerken om
extra bescherming tegen kanker te bieden. Deze samenwerking wordt synergie genoemd. Het is
om die reden dat wetenschappers aanbevelen dat tenminste tweederde van je bord gevuld moet
zijn met groente, fruit, hele granen en bonen.
Hier is een lijst met kankerwerende voedingsmiddelen met een beschrijving van hun
kankerwerende werking:
Bonen en peulvruchten
Onder bonen en peulvruchten vallen o.a. linzen, erwten en vele andere
boonvarianten. (Sojabonen vallen hier ook onder maar de kankerwerende eigenschappen
daarvan worden beschreven onder 'Soja'.) De actieve ingrediënten in bonen die een rol
spelen in kankerpreventie zijn o.a. saponine, proteaseremmers en fytinezuur. Deze
fytochemische stoffen beschermen cellen tegen het soort genetische schade dat tot kanker
kan leiden. Bonen zijn ook rijk aan vezels en vezelrijke voeding wordt herhaaldelijk in
verband gebracht met een verlaagd risico op darm-, alvlees- en borstkanker.
Uit laboratoriumonderzoek blijkt dat
saponine het vermogen heeft om de reproductie van kankercellen en de groei van tumoren in
diverse weefsels af te remmen. Proteaseremmers remmen de deling van kankercellen en helpen
het afgeven van stoffen die omringende cellen vernietigen (proteases) door tumoren te
voorkomen. Fytinezuur heeft als eigenschap dat het de ontwikkeling van tumoren aanzienlijk
afremt. Een recente gecontroleerde studie van 3.237 mannen van uiteenlopende ethnische
komaf heeft aangetoond dat diegenen die de meeste bonen aten een verlaagd risico van 38%
hadden op prostaatkanker ten opzichte van hen die de minste bonen aten.
Bessen
Van bessen is bekend dat ze goede bronnen zijn van vitamine C en vezels. Voeding
die veel van beide substanties bevat wordt consequent in verband gebracht met een verlaagd
risico op kanker. Maar alle bessen, vooral aardbeien en frambozen, zijn vooral rijk aan
ellaginezuur, waarvan in laboratoriumonderzoek is aangetoond dat het huid-, blaas-, long-,
slokdarm- en borstkanker kan voorkomen. Deze fytochemische stof maakt gebruik van vele
verschillende anti-kankermethoden tegelijk: het treedt op als antioxidant, het helpt het
lichaam specifieke kankerverwekkende stoffen te deactiveren en het helpt de reproductie
van kankercellen af te remmen.
Aardbeien bevatten een uitgebreide reeks
andere flavonoïdes die allen een soortgelijke brede reeks anti-kankerstrategieën
hanteren. Bosbessen bevatten een familie van fenologische bouwstoffen die anthocyanosides
worden genoemd. Deze worden tot de meest krachtige antioxidanten gerekend die tot nu toe
zijn ontdekt.
Kruisbloemige groente
Kruisbroemige groente is o.a. broccoli, bloemkool, andere kolen, spruitjes en
paksoi. Deze groentefamilie bevat vele componenten die in verband worden gebracht met een
verlaagd risico op kanker, waaronder glucosinolaten, crambene, indole-3-carbinol en met
name isothiocyanaten (afgeleiden van glucosinolaten). Verschillende laboratoriumstudies
tonen aan dat kruisbloemige groente een complex systeem van kankerwerende lichaamsenzymen
helpt reguleren. Componenten van deze groente bezitten de eigenschap om de groei van
kankercellen in diverse cel-, weefsel- en dierenmodellen tot stilstand te brengen,
waaronder tumoren in de borst(en), het baarmoederslijmvlies, de longen, lever, darmen en
baarmoederhals.
Uitgebreide studies op mensen brengen een voedingspatroon dat rijk is aan kruisbloemige
groente in verband met een verlaagd risico op long-, maag- en darmkanker. De bewijzen
voortkomend uit deze studies zijn minder consequent met betrekking tot eierstok-,
baarmoederslijmvlies- en prostaatkanker. Onderzoeken die de voedingsgewoontes van vele
individuen volgen over een langere tijdsperiode tonen echter aan dat voeding rijk aan
kruisbloemige groente in verband gebracht wordt met een drastisch lager aantal gevallen
van prostaat- en blaaskanker. Klinische studies naar de rol van kruisbloemige groente in
de ontwikkeling en herontwikkeling van kanker staan nog in de kinderschoenen, maar
voorlopige resultaten laten zien dat kruisbloemige groente gunstige effecten heeft op
cellulaire stofwisseling wat zich vertaalt in een verlaagd risico op kanker.
Donkergroene bladgroente
Spinazie, kolen, romeinsla, bladsla, mosterbladeren, boerenkool, witlof en
snijbiet zijn uitstekende bronnen van vezels, folaat en een uitgebreide reeks
carotenoïden zoals luteïne en zeaxanthine, maar ook van saponine en flavonoïden.
Carotenoïden helpen om kanker te voorkomen door op te treden als antioxidanten die het
lichaam uitkammen op zoek naar gevaarlijke 'vrije radicalen' en ze te verwijderen voordat
ze schade aan kunnen richten. Grootschalige studies brengen consequent bloedniveaus die
laag zijn in carotenoïden met een verhoogd risico op kanker. Onderzoeken tonen aan dat
carotenoïden in donkergroene bladgroente de groei van bepaalde types borstkanker-,
huidkanker-, longkanker- en maagkankercellen kunnen afremmen.
Uit de resultaten van verschillende studies blijkt dat folaat in verband gebracht wordt
met een verlaagd risico op zowel darmpoliepen als darmkanker. Twee grote onderzoeken tonen
een verband aan tussen folaatinname uit voeding en een vermindering van het risico op
borstkanker bij vrouwen die alcohol drinken. Bij mannen geven de resultaten van twee
studies aan dat voeding die veel groene bladgroente en andere folaatbronnen bevat het
risico op longkanker vermindert, vooral bij rokers. Uit een onderzoek gedaan onder vrouwen
bleken vrouwen die de meeste groene bladgroente aten 44% minder risico op eierstokkanker
te hebben dan vrouwen die de minste groene bladgroente aten.
Lijnzaad
Lijnzaad is verkrijgbaar als lijnzaadbloem, lijnzaadmeel, lijnzaadolie en hele
lijnzaden. De hele zaadjes zijn onverteerbaar en moeten dus gemalen worden om er voedings-
en gezondheidsvoordeel uit te halen. Lijnzaad is de beste voedingsbron voor een substantie
genaamd lignaan. Lignanen worden gerangschikt onder de phytooestrogenen (plantaardige
oestrogenen) omdat ze de werking van oestrogeen in het lichaam lijken te imiteren. Dit
gedrag wordt in verband gebracht met een verlaagd risico op kanker. Lijnzaadolie bevat
geen lignanen maar sommige fabrikanten van lijnzaadolie voegen ze toe.
Lijnzaad bevat ook een hoge concentratie van een bepaalde soort omega-3 vetzuur. Omega-3
vetzuren worden onderzocht op hun kankerwerende en cholesterolverlagende werking.
Verscheidene laboratoriumonderzoeken hebben aangetoond dat lijnzaad de vorming van darm-,
borst-, huid- en longtumoren afremt. Er zijn echter aanwijzingen dat de anti-kankerwerking
van lijnzaad nogal varieert, afhankelijk van de soort lijnzaad en de omstandigheden waarin
deze gekweekt is.
Enkele laboratoriumstudies met ratten lijken aan te tonen dat het consumeren van lijnzaad
gedurende de zwangerschap hormonale veranderingen in het nageslacht teweegbrengen die een
gunstige uitwerking kunnen hebben op de remming van kanker. Deze bevindingen zijn pril en
moeten nader onderzocht worden. Uit enkele kortetermijnstudies blijkt lijnzaadconsumptie
het oestrogeenmetabolisme op zo'n manier te hebben veranderd dat het als een beschermende
werking tegen borstkanker kan worden gezien. Tot nu toe hebben de laboratoriumstudies en
klinische studies zich alleen geconcentreerd op oestrogeenreceptornegatieve borstkankers.
Het effect van lijnzaad op oestrogeenpositieve borstkankers is nog niet bestudeerd.
Het huidige bewijs dat lijnzaadconsumptie in verband brengt met bescherming tegen
prostaatkanker is minder sluitend. Sommige onderzoeken op mensen tonen een verhoogd risico
aan, sommigen een verlaagd risico en weer anderen vinden totaal geen verband. In een
recente klinische studie bleek dat vetarme voeding met een dagelijkse inname van lijnzaad
gedurende vijf weken een remmende werking had op verscheidene aspecten van prostaatkanker
bij een kleine groep prostaatkankerpatiënten.
Knoflook
Knoflook behoort tot een groentefamilie genaamd Allium, waartoe ook (bos)uien, sjalotten,
prei en bieslook behoren. Deze groentefamilie bevat vele substanties die momenteel worden
bestudeerd op hun anti-kankereffecten, waaronder allicine, allixine, allylsulfiden,
quercetine en een grote groep biozwavelcomponenten. Laboratoriumonderzoek toont aan dat
een onderdeel van knoflook genaamd diallyldisulfide een beschermend effect heeft op huid-,
darm- en longkanker. Bij een recent onderzoek bleek het zelfs leukemiecellen te doden. Een
andere verbinding afgeleid van knoflook genaamd ajoene liet een soortgelijke activiteit
zien. Componenten van knoflook zijn in staat om de groei van tumoren in prostaat-, blaas-,
darm- en maagweefsel te remmen of te stoppen.
Dierenstudies tonen aan dat stoffen in Allium-groente de ontwikkeling van kanker in
verschillende stadia en op verschillende plaatsen als de maag, borst, slokdarm, darmen en
longen afremmen. Twee grote onderzoeken in China en Italië brengen menselijke
knoflookconsumptie in verband met een verlaagd sterftecijfer als gevolg van maagkanker.
Een studie gedaan onder vrouwen gaf aan dat vrouwen die dagelijks knoflook aten een
verlaagd risico op darmkanker hadden. In een ander artikel wordt knoflookinname in verband
gebracht met een verlaagd risico op maagkanker in Korea. Gecontroleerde onderzoeken
brengen een veelvuldige knoflook- en Allium-groenteconsumptie in verband met een verlaagd
risico op maag-, baarmoederslijmvlies- en prostaatkanker.
Druiven en druivensap
Zowel druiven als druivensap zijn rijke bronnen van resveratrol, een bepaalde
soort natuurlijke plantstof die onderdeel uitmaakt van een veel grotere groep plantstoffen
genaamd polyfenolen. Het vel van de druif bevat de meeste resveratrol en rode en paarse
druiven bevatten aanzienlijk meer resveratrol dan groene druiven. Druivenjam en rozijnen
bevatten veel minder van deze fytochemische stof. Wijn bevat ook resveratrol maar alcohol
wordt consequent in verband gebracht met een verhoogd risico op borstkanker en andere
kankersoorten, dus wijn is geen aanbevolen bron.
Uit verscheidene onderzoeken blijkt dat polyfenolen in het algemeen en resveratrol in het
bijzonder krachtige antioxidant- en antiontstekingswerking bezitten. Resveratrol is in
staat het soort schade waarvan bekend is dat het het kankerproces in cel-, weefsel- en
dierenmodellen in werking zet te voorkomen. Aangetoond is dat resveratrol de groei van
kankercellen en tumorvorming in lymf-, lever-, maag- en borstcellen afremt. Resveratrol
brengt ook het afsterven van leukemie- en darmkankertumoren teweeg. In een serie
onderzoeken blokkeerde resveratrol de ontwikkeling van huidkanker, borstkanker en leukemie
in alledrie de stadia van de ziekte.
Groene thee
Al sinds de oudheid wordt groene thee gebruikt zowel als drank en als medicijn.
Zowel zwarte als groene thee bevatten talloze actieve ingredienten, waaronder polyfenolen
en flavonoïden. Dit zijn krachtige antioxidanten. Eén groep flavonoïden genaamd
catechines is recentelijk het onderwerp van wijdverbreid onderzoek vanwege hun
anti-kankerpotentieel. Thee is de beste bron van catechines in de menselijke voeding en
groene thee bevat driemaal de hoeveelheid catechines als die in zwarte thee te vinden is.
Laboratoriumstudies tonen aan dat groene thee kankerontwikkeling in darm-, lever-, borst-
en prostaatcellen afremt of zelfs volledig voorkomt. Andere onderzoeken naar groene thee
tonen een beschermend effect aan in weefsels van de longen, huid en
spijsverteringsstelsel. Studies die de voedingsgewoontes volgen van mensen gedurende
verschillende jaren, met name onderzoeken die in Azië zijn gehouden (waar consumptie van
groene thee veelvuldig voorkomt), brengen regelmatig gebruik van groene thee in verband
met een verlaagd risico op blaas-, darm-, maag-, alvlees- en slokdarmkanker.
Soja
Voedsel gemaakt van soja is onder andere tofu, sojamelk, sojabonen, sojanoten, miso
(sojapasta), tempeh, sojaburgers en sojaboter. Actieve kankerwerende ingrediënten in soja
zijn isoflavonen (deze zijn het meest onderzocht), saponinen, fenolinezuren, fytinezuur,
fytosterolen en proteïnekinaseremmers. Laboratoriumstudies van soja tonen een beschermend
effect op kanker in de cellen en het weefsel van de blaas, baarmoederhals, longen en maag.
Voorlopig bewijs lijkt te suggereren dat sojarijke voeding borst-, baarmoederhals-,
eierstok-, hoofd- en nekkankercellen gevoeliger helpt te maken voor de effecten van chemo-
en radiotherapie.
Soja bevat sommige componenten die lijken op zeer zwakke vormen van natuurlijke
lichaamshormonen. Sojavoeding kan doordoor de werking van hormonen onder bepaalde
omstandigheden imiteren en op andere momenten tegenwerken. Als gevolg van deze complexe
werking zijn de meeste onderzoeken naar de rol van soja bij de ontwikkeling van kanker
gericht op hormoongerelateerde kankersoorten zoals die in de borst en prostaat. Van soja
is aangetoond dat het de groei van prostaatcellen remt. In een grote studie op mensen
bleken mannen die zeiden twintig jaar lang meer dan eens per dag sojamelk te hebben
gedronken een verlaagd risico van 70% te hebben op prostaatkanker dan mannen die nooit
sojamelk dronken. Meer recente studies op mensen naar het effect van sojavoedsel op
hormonen die met prostaatkanker te maken hebben leveren niet voldoende sluitend bewijs.
Soja wordt in verband gebracht met de remming van borstkankercellen in sommige maar niet
alle laboratoriumexperimenten. Sojarijke voeding verandert aantoonbaar het metabolisme van
borstweefsel bij dieren op manieren die mogelijk te interpreteren zijn als extra
anti-kankerbescherming. Verschillende menselijke en laboratoriumonderzoeken suggereren dat
consumptie van soja op vroege leeftijd bescherming helpt bieden tegen borstkanker op
latere leeftijd. De resultaten zijn minder bemoedigend voor de rol van soja na de
menopause. Een recente analyse van beschikbare data concludeerde dat sojaconsumptie door
volwassen vrouwen waarschijnlijk weinig of geen effect heeft op zowel het risico op
borstkanker als de genezingskansen van borstkankerpatiënten.
Tomaten
De rode of roze kleur van verschillende fruitsoorten, tomaten, watermeloenen, papaya, roze
guave en roze grapefruit wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door een carotenoïde genaamd
lycopeen. Deze krachtige antioxidant laat, samen met een groep verwante stoffen die
collectief de 'rode familie' wordt genoemd, in diverse onderzoeken zien dat ze een
anti-kankerpotentieel hebben. Er is bewijs dat dit potentieel wordt versterkt als tomaten
worden genuttigd in een bewerkte vorm waardoor deze natuurlijke stoffen vrijkomen en
sneller kunnen worden opgenomen, zoals tomatensaus, tomatenpasta en tomatensap.
Antioxidanten kunnen helpen om bescherming te bieden tegen de soort van schade waardoor
kanker begint en de antioxidantwerking van stoffen in tomaten is al zeer lang bekend.
Recent bewijs uit laboratoriumonderzoek
suggereert dat tomaten kanker op nog andere manieren kunnen bevechten in latere stadia van
het proces. Stoffen in tomaten hebben de verspreiding van verscheidene kankercellen,
waaronder in de borst, longen en het baarmoederslijmvlies, tot stilstand gebracht. Tomaten
zijn specifiek onder de aandacht gekomen van onderzoekers naar prostaatkanker omdat
lycopeen en lycopeenverwante stoffen de neiging hebben zich te concentreren in
prostaatweefsel. Bij dierenmodellen is de consumptie van tomatenstoffen in verband
gebracht met een grote afname van het risico op prostaatkanker. Studies die de voedings-
en ziekteratios van verschillende populaties vergelijken, brengen herhaaldelijk
tomaatvoeding rijk in verband met een verlaagd risico op prostaat-, maag- en
alvleeskanker.
Een studie die zes jaar lang de
voedingsgewoontes volgde van een grote groep mannen toonde aan dat diegenen die de meeste
tomaatproducten aten (gekookte tomaten, tomatensaus, pizza en tomatensap) een verlaagd
risico van 35% op vroege prostaatkanker en een verlaagd risico van 53% op gevorderde
prostaatkanker hadden dan mannen die het minste van dit soort voedingsmiddelen aten. Een
aantal kleine klinische studies onderzoekt hoe tomatenstoffen (of tomaatrijke voeding) de
gezondheid van de prostaat van patiënten onder behandeling voor prostaatkanker
beïnvloeden. De resultaten zijn bemoedigend maar nog pril.
Hele granen
Onder 'hele graan' wordt verstaan dat alledrie de onderdelen van de graankorrel
(de kiem, het vlies en endosperm) worden gebruikt. Bij geraffineerde granen worden
gewoonlijk het vlies en de kiem verwijderd, waardoor alleen het zetmeelrijke endosperm
(kiemwit) overblijft. Bruine rijst is een heel graan, witte rijst is dat niet. Andere
hele-granenvoedingsmiddelen zijn tarweproducten, havermoutpap en wilde rijst. Hele granen
zijn rijk aan vezels, vitamines, mineralen en honderden fytochemische stoffen. Ze bevatten
diverse substanties die allemaal in verband worden gebracht met een verlaagd risico op
kanker, waaronder vezels (zowel oplosbaar als onoplosbaar), antioxidanten, fenolen,
lignanen, fytooestrogenen en saponine.
Vanwege haar uitgebreide reeks anti-kankeringrediënten verlaagt voedsel dat rijk is aan
hele granen het risico op kanker in zijn algemeenheid. Specifiek verlaagt het het
groeitempo van borstkanker door middel van diverse gelijktijdige en synergistische
methoden. Toen data van veertig recente studies naar hele granen en het risico op kanker
naast elkaar werden gelegd en geanalyseerd, bleek het risico op kanker met een gemiddelde
van 34% te zijn afgenomen bij mensen die grote hoeveelheden hele granen aten ten opzichte
van hen die kleine hoeveelheden aten.
Vertaald en samengevat van de volgende webpagina:
http://www.aicr.org/site/PageServer?pagename=dc_foods_home
Vertaling door Mike Donkers
Boek: "Eten tegen kanker
"
Een zeer informatief , leesbaar en rijk
geillustreerd boek "Eten tegen kanker ", de rol van voeding bij het ontstaan van
kanker. ISBN 10-902158185 X. 2006 Uitg.Kosmos-Z&K Utecht.
Het is geschreven door 2 Canadese
wetenschappers nl. Dr.Richard Béliveau en dr.Denis Gingras. Deze twee wetenschappers
staan wereldwijd bekend als zeer vernieuwend. Dit boek is meer dan een populair
wetenschappelijk verhaal. Het gaat diep in op de invloed van onze leefwijze , en dan
vooral die welke tegenwoordig heerst in de geindustrialiseerde landen , en op het risico
om kanker te krijgen. In een tijd van technologische hoogstandjes , waarin we al onze hoop
en energie steken in het vinden naar een medicijn tégen kanker , staan we wellicht té
weinig stil bij de vraag hoe we kanker kunnen voorkomen.Is het mogelijk , dat het steeds
stijgende aantal soorten kanker te maken kan hebben met onze hedendaagse leefwijze?
Steeds vaker zeggen ook specialisten ,
dat gezonde voeding belangrijk is om in conditie te blijven.In dit boek echter gaan de
schrijvers verder , en tonen aan , dat simpele voedingsmiddelen zoals bv. kool, knoflook
en bessen , waardevolle stoffen bevatten welke actief zijn tegen kanker. Deze stoffen
werken nl.de ontwikkeling van tumoren tegen. Eten is dus geen gewone bezigheid , maar een
actieve methode om je te wapenen tegen de zo geduchte en gevreesde ziekte,die kanker heet.
In begrijpelijke taal leggen de auteurs
uit , hoe een samenspel van genetische en cellulaire krachten ervoor verantwoordelijk zijn
,dat kanker zich via uitzaaiïngen (mestastases )door het lichaam verspreiden.Vervolgens
wordt uit de doeken gedaan hoe in natuurlijke voedingsmiddelen voorkomende stoffen een
remmende werking op de ontwikkeling hebben. Dokter Béliveau is er als eerste in geslaagd
om modern, zorgvuldig en gedetailleerd onderzoek uit te voeren naar het verband tussen
voeding en angiogenese. Terwijl biotechnologische bedrijven zich inspannen om
medicijnen te ontwikkelen, kunnen de lezers ontdekken hoe ze door de juiste voedingskeuze
de groei van tumoren kunnen beïnvloeden en zelfs teniet doen!
Tip: Nelly Janssen
www.Fitline-Nederland.nl