Hart-en vaatziekten
De rol van cholesterolremmers
(statines)
Op dit moment zijn hart-en vaatziekten
doodsoorzaak nr.1 in de Westerse samenleving (binnenkort zeer waarschijnlijk ingehaald
door kanker). De ontstaanswijze van hart-en vaatziekten is (nog) onbekend en onvoldoende
opgehelderd. Epidemiologisch onderzoek heeft echter wel een aantal risicofactoren
opgeleverd, veelal afkomstig uit de zogeheten Framingham studie (en allerlei
vervolgstudies hierop), zonder dat het mechanisme van deze factoren individueel en
onderling exact duidelijk is geworden (hoge bloeddruk, verhoogd cholesterol, diabetes).
Meer bij toeval hebben we opgemerkt, dat een van de belangrijkste oorzaken van vaatschade
ontstekingsprocessen in de wand van de slagaders lijkt te zijn.
Op plaatsen waar deze ontstekingen aanwezig
zijn (waarover later meer), ontstaan er onregelmatigheden in de vaatwand, en kunnen
allerlei substanties, waaronder ook cholesterol, gemakkelijk 'vastplakken'.
Cholesterol
Cholesterol komt van nature in een aantal
varianten in het lichaam voor. Het is een grondstof voor vele andere producten die in het
lichaam gevormd worden, waaronder hormonen, celmembraanbestanddelen etc.
Bij onderzoek aan beschadigde bloedvaten is
in het verleden opgemerkt dat in deze zogeheten plaques zeer vaak cholesterol voorkwam.
Dit heeft tot de ietwat simplistische gedachte geleidt dat cholesterol dus van belang moet
zijn bij vaatverstoppingen. Vanzelfsprekend zijn hieruit de farmaceutische
cholesterolremmers ontwikkeld (statines), die in grote getale werden en worden
voorgeschreven.
Uit meerdere (en ook recente) studies is
gebleken dat een 'verhoogd' cholesterol niet een echt belangrijke rol speelt bij het
ontstaan van hart-en vaatziekten. Om bijvoorbeeld in 3 jaar tijd bij 1 patiënt een
hartinfarct te voorkomen, moeten er in totaal 100 risicopatiënten behandeld worden
(numbers to treat). In dat geval worden er dus 99 patiënten overbodig behandeld. Het
grote nadeel is, dat van de 100 patiënten met 'risicofactoren' niet is vast te stellen
wie die ene is die het hartinfarct uiteindelijk gaat ontwikkelen. In dat geval dus liever
99 teveel behandelen
Even terug naar het uitgangspunt. Zoals
eerder benoemd lijkt het erop dat ontstekingen in de vaatwand aan de basis liggen van het
ontstaan van plaques in bloedvaten. Zou het dan niet veel meer voor de hand liggen om deze
ontstekingsverschijnselen tegen te gaan? Een beproefd middel hiertoe is bijvoorbeeld
acetylsalicylzuur, bekend als het 'kinderaspirientje'. Inderdaad is dit middel zeer
effectief gebleken. Eén nadeel: dit middel is zo verschrikkelijk goedkoop (onder andere
doordat het niet meer gepatenteerd is), dat er weinig geld mee verdient wordt, en op deze
wijze wat naar achteren geschoven is in de preventie van hart-en vaatziekten.
Het wordt meestal pas voorgeschreven als er
zich een incident heeft voorgedaan (infarct etc), maar ja, dan is de uiteindelijke
daadwerkelijke risicopatiënt 'door de mand gevallen', en heeft de voorgaande therapie
eigenlijk al gefaald
Het is niet aannemelijk dat een verlaging
van het cholesterol bij het bestaan van ontstekingsprocessen in de vaatwand leidt tot
verminderding van plaquevorming. Al is het cholesterol laag, wanneer er een ontsteking in
de vaatwand aanwezig is gaat zelfs bij deze lage cholesterolwaarde cholesterol aan de
vaatwand 'vastkleven'.
Algemeen wordt aangenomen dat een hart-of
herseninfarct ontstaat als er een scheurtje in een plaque ontstaat, de zogeheten plaque
ruptuur. Dit scheurtje zorgt ervoor dat er een stollingsreactie van het voorbijstromende
bloed optreedt, waarna het stolsel het bloedvat afsluit (infarct). Het is tot op heden
niet mogelijk te voorspelen waar en wanneer zo'n plaque ruptuur ontstaat. Sterker nog, er
is geen enkel verband tussen de mate van plaquevorming in slagaders en het risico op een
infarct aangetoond.
Het proteomics bloedonderzoek lijkt de
groep te kunnen identificeren die in sterke mate deze ontstekingsverschijnselen in de
bloedvaten aanwezig heeft (het zogeheten hepatovasculaire profiel). Dit zijn de patiënten
waarbij ontstekingen (en dus mogelijk versterkte plaquevorming) aanwezig is. Van de mensen
met de bekende risicofactoren maakt deze specifieke groep niet zo'n groot deel uit (dit is
ook waarschijnlijk de verklaring dat het eerder genoemde numbers to treat zo hoog is). Wat
bijzonder is, is dat we hebben kunnen vaststellen dat een groot deel van de onderliggende
mechanismen achter hart-en vaatziekten niet zozeer in de bloedvaten zelf ontstaat, maar in
de lever.
Mogelijk zal in de nabije toekomst blijken
dat hart-en vaatziekten beter te plaatsen zijn onder leverziekten. Bij de 'echte'
risicopatiënten worden in de lever ontstekingseiwitten gevormd, die het proces van
plaquevorming zelf (als gevolg van ontstekingen in de vaatwanden) en het uiteindelijk
vormen van een stolsel na de zogeheten plaque ruptuur in de hand werken.
House
Verklarende woordenlijst
Epidemiologisch onderzoek:
Bij epidemiologisch onderzoek wordt nagegaan wat het verband is tussen het vóórkomen van
een bepaalde ziekte en factoren die daar de oorzaak van kunnen zijn.
Cholesterol:
Vetachtige substantie. Wordt in verschillende weefsel van het lichaam gevormd en in het
bloed gekoppeld aan bepaalde eiwitten getransporteerd.
Hepatovasculair
Kenmerken eiwitprofiel dat optredende vaatschade inzichtelijk maakt. In het 'normale'
laboratorium bloedonderzoek is er een samenhang aangetoond, waarbij de bepaling CRP en
y-GT slechts licht verhoogd zijn (echter blijkbaar wel duiden op schade aan bloedvaten!)
CRP verhoging door
tandvleesontstekingen
Brush your teeth, save your life?
A substance produced in the body called
high-sensitivity C-reactive-protein (hs-CRP) is suspected to play a role in the link
between gum disease and heart disease. Acute gum disease increases the amount of hs-CRP in
the bloodstream, which is a natural response to inflammation caused by injury or
infection.
Lees verder