fatale vetten -
Dr. Erasmus rekent af met
'supermarktolie'
Vitale vetten en fatale vetten
Door W. van Hengel
Alle margarines, halvarines, mayonaises,
dressings en bak- en braadoliën worden vervaardigd van 'supermarktolie'. Deze olie is zo
bewerkt en chemisch versleuteld, dat ze niets meer met de oorspronkelijke oliën uit
planten en zaden van doen heeft. Alle, maar dan ook alle waardevolle stoffen zijn in
supermarktolie vernietigd. Wel bevat de olie giftige verbindingen (mutagenen) die onze
genen, het erfelijk materiaal, kunnen beschadigen.
Dat stelde Udo Erasmus, doctor in de
biochemie en de voedingsleer in zijn boek Fats and Oils onder de Nederlandse
titel Vitale vetten, fatale vetten.
Erasmus promoveerde in 1986 in het
Canadese Vancouver op onderzoek naar vetten en oliën. In de jaren daarna heeft hij
internationaal bekendheid gekregen als onafhankelijke autoriteit op dit gebied.
Erasmus maakt zich zorgen over het
voedingspatroon in de westerse wereld en in het bijzonder over de vetconsumptie. We eten
de verkeerde vetten. En dat heeft gevolgen. Grote onderzoeken in de VS hebben aangetoond
dat meer dan 60 procent van de bevolking gebrek heeft aan een of meer essentiële
vetzuren. In de studies is dan nog slechts uitgegaan van de minimale behoefte van gezonde
volwassenen en niet van de optimale hoeveelheden voor de gezondheid.
Vetzuren zijn de elementaire bouwstenen
van oliën en vetten. Ze spelen een hoofdrol in de opbouw en het onderhoud van alle
gezonde cellen. Vetzuren vormen ook de belangrijkste hoofdbestanddelen van de
celmembranen, de 'huid' die alle cellen omgeeft. Ze worden essentieel genoemd als ze van
vitaal belang zijn voor de gezondheid en het lichaam ze niet zelf kan aanmaken.
Degeneratieve ziekten
De goede (vitale) vetten krijgen we volgens Erasmus niet of nauwelijks binnen, maar wel
dagelijks de verkeerde door de auteur aangeduid als fatale vetten en veel
suikers. Ze leiden tot tekorten aan levensbelangrijke stoffen.
Op termijn kan dat, aldus Erasmus, leiden
tot hart- en vaatziekten (hartinfarct, beroerte, vernauwing van hals-, beenslagaders en
aorta), kanker, ouderdomssuiker, premenstrueel syndroom en tal van andere 'degeneratieve'
aandoeningen zoals (voedsel)allergieën, auto-immuunziekten (onder andere multiple
sclerose) waarbij het lichaam eigen weefsels aantast, astma, colitis (ontsteking van de
dikke darm), gewrichtsklachten (artritis), spierpijnen, psychische aandoeningen en
gedragsstoornissen.
Volgens Erasmus is het nodig de bakens te
verzetten, want de meerderheid van de bevolking in de westerse welvaartsstaten lijdt
aan degeneratie of heeft al een degeneratieve ziekte ontwikkeld.
Degeneratie is een proces dat gelukkig
omkeerbaar is voorzover de genezende mechanismen in het lichaam of organen niet
onherstelbaar zijn beschadigd. Erasmus: Van geen enkele ziekte weten we waar dit
point of no return ligt. Met de juiste voedingsmaatregelen, aangevuld met
veelal natuurlijke middelen en behandelwijzen onder leiding van een biologisch arts, is
een keer ten goede mogelijk. Door de jaren heen heb ik daar talloze voorbeelden van
gezien.
Vroeger en nu
De Canadese biochemicus kent de wereld van de moderne voedingsmiddelenindustrie van
binnenuit. Hadden vroeger de dorpen en steden hun eigen kleine oliepersen, waarin de
oliehoudende zaden en planten koud werden geperst waarna de ongeraffineerde en
hoogwaardige olie vers aan de deur werd verkocht, tegenwoordig ondergaan deze oliehoudende
producten bij Unilever en andere grote voedselindustrieën een hele keten van bewerkingen.
Erasmus gaat er in zijn boek in detail op
in. In gigantische persen wordt de olie uit de zaden geperst, waarbij de temperaturen
gewoonlijk oplopen tot zo'n 90 graden. Een andere efficiënte methode is het toevoegen van
oplosmiddelen zoals hexaan, heptaan of benzine die de olie uit de zaden verwijderen. Door
verdamping wordt het oplosmiddel later van de olie gescheiden, al kunnen er volgens
Erasmus wel sporen van achterblijven.
Vervolgens wordt de dan verkregen, nog
ongeraffineerde, olie ontgomd. Gommen, eiwitachtige bestanddelen, en samengestelde
koolhydraten worden verwijderd. Maar tevens ook alle fosfolipiden (waaronder het voor de
celmembraanfunctie zo belangrijke lecithine), vitamine E en de mineralen calcium,
magnesium, ijzer en koper.
Dan volgt het raffinageproces. De oliën
worden gemengd met natronloog of een vergelijkbare stof, gemixt en weer gescheiden. Doel
is verwijdering van bepaalde vetzuren.
De volgende fase is het bleken. Via
speciale filters worden pigmenten, kleurstoffen zoals bètacaroteen en chlorofyl,
verwijderd. Het proces vindt plaats bij een temperatuur van 110 graden Celsius. Tijdens
het bleken vormen zich volgens Erasmus giftige peroxiden en geconjugeerde vetzuren uit de
enkelvoudig onverzadigde vetzuren die in de olie zitten.
Dan vindt deodorisering of ontgeuring
plaats via destillatie met behulp van stoom. Vrije vetzuren en moleculen die een sterke
geur en onprettige smaak veroorzaken worden erdoor verwijderd, alsmede de tijdens het
raffineren en bleken gevormde peroxiden en restanten van in de olie aanwezige pesticiden.
Hier zit overigens een omvangrijk probleem achter. Residuen van bestrijdingsmiddelen komen
veelvuldig voor in oliën. Uiteindelijk zullen alleen biologisch geteelde producten een
alternatief kunnen bieden. De huidige massaproductie van landbouwgewassen is daar evenwel
niet op ingesteld.
Mutagenen
Erasmus wijst op de vorming van mutagenen, stoffen die onze genen kunnen beschadigen. Ze
ontstaan als onverzadigde vetzuren worden verhit tot temperaturen boven de 150 graden.
Deodorisering vindt plaats bij zeer hoge temperaturen (240-270 graden Celsius) gedurende
30 tot 60 minuten. Daardoor ontstaan tal van afbraakproducten van vetzuren en
onnatuurlijke bindingen tussen vetzuren, veranderde moleculen die volgens Erasmus niet in
de natuurlijke oliën worden aangetroffen.
Ten slotte moet de olie lang houdbaar
worden gemaakt. Dat gebeurt met synthetische antioxidanten zoals gebutyleerd
hydroxytolueen (BHT) en gebutyleerd hydroxyanisol (BHA).
De supermarktolie die aan het eind van
deze bewerkingsketen overblijft, is volgens Erasmus smakeloos en geurloos en niet meer
herkenbaar aan de oorspronkelijke kleur, ongeacht of het nu gaat om saffloer-,
zonnebloem-, soja-, sesam-, pinda-, noten-, of amandelolie. Ze worden op de markt gebracht
met etiketvermeldingen zoals zuiver plantaardig, cholesterolvrij
en rijk aan meervoudig onverzadigde vetzuren.
Supermarktolie is volgens Erasmus te
vergelijken met geraffineerde witte suiker en witmeel. Alle vitaminen, mineralen en
waardevolle microvoedingsstoffen zijn eruit verwijderd. Ze bevatten door verhitting wel
mutagene stoffen. Erasmus: Gebruik deze oliën nooit.
Olijfolie
Maar wat dan wel? Olijfolie van extra virgine kwaliteit, dat wil zeggen
afkomstig van goede olijven uit de eerste persing (virgine betekent letterlijk:
maagdelijk), is volgens Erasmus de enige ongeraffineerde olie die in massaproductie
en daardoor goedkoop wordt vervaardigd, algemeen verkrijgbaar is en de toets
der kritiek kan doorstaan. De Canadese biochemicus benadrukt dat er virgine op
het etiket moet staan. Staat het er niet op, dan gaat het om geraffineerde olijfolie die
volledig is bewerkt en even waardeloos is als de andere supermarktoliën.
Roomboter
En hoe zit het met de margarines en halvarines die allemaal van de goedkoopste tot
de duurste op basis van de supermarktolie worden vervaardigd? Ze ondergaan nog een
extra stap in de bewerking: hydrogenisatie. Dit is een hardingsproces om op basis van
supermarktolie smeerbare producten te maken. Daarbij wordt gebruikgemaakt van een
katalysator die bestaat uit nikkel en aluminium.
Erasmus ontraadt het gebruik van
margarines en adviseert matig gebruik van (biologische) roomboter. Roomboter is nauwelijks
industrieel bewerkt en bevat weinig toxische stoffen. Boter bevat wel verzadigde vetzuren.
Deze hebben in de darm volgens Erasmus echter een positieve werking. Bovendien zijn in
roomboter de waardevolle bestanddelen van vetten (de micronutriënten) die uit producten
vervaardigd met supermarktolie zijn verwijderd, wel aanwezig.
En hoe zit het dan met het
cholesterolgehalte? Erasmus: Roomboter bevat inderdaad cholesterol, maar ons lichaam
heeft ook cholesterol nodig. Wel moeten we ons zorgen maken om geoxideerd cholesterol.
Antioxidanten in roomboter zorgen er echter voor dat de cholesterol niet oxideert.
Er zijn overigens ook plantaardige
alternatieven om brood smeuïger te maken: notenboters en avocado.
Becel
Erasmus oordeelt overigens tamelijk mild over dieethalvarines als Becel. In kleine
hoeveelheden is het volgens hem geen probleem om het op je brood te smeren. Feit blijft
dat Becel en andere vergelijkbare producten van supermarktolie zijn vervaardigd. Een ander
minpunt is dat ze veel linolzuur bevatten (een zogeheten omega-6-vetzuur) en geen
alfalinoleenzuur (een omega-3-vetzuur). Dit zijn twee essentiële vetzuren die een sterk
cholesterolverlagend effect hebben en die het lichaam zelf niet kan aanmaken. We moeten ze
dus uit het voedsel halen. Omdat de voedingsmiddelenindustrie uitsluitend linolzuur
gebruikt en geen alfalinoleenzuur, is er een wanverhouding ontstaan tussen beide vetzuren.
Onze huidige voeding bevat nog maar 16 procent van de hoeveelheid alfalinoleenzuur die
onze voorouders in de vorige eeuw naar binnen kregen. Bovendien kan het grote aanbod van
linolzuur ertoe leiden dat alfalinoleenzuur in het lichaam niet goed kan worden omgezet
omdat de beschikbare enzymen al door linolzuur zijn 'verbruikt'.
Inmiddels doet prof. dr. G. Hornstra,
verbonden aan de vakgroep humane biologie van de Universiteit van Maastricht, onderzoek
naar linolzuur en alfalinoleenzuur. Er zijn volgens hem belangrijke aanwijzingen dat de
wanverhouding tussen beide vetzuren bij baby's en jonge kinderen resulteert in een
kleinere schedelomvang en een lager hersengewicht. Volgens Erasmus kan het tekort aan
alfalinoleenzuur bij volwassenen leiden tot de al eerder genoemde degeneratieve ziekten.
Ongeraffineerde lijnzaad- en hennepolie is rijk aan alfalinoleenzuur. In de olie
vervaardigd op basis van Erasmus' eigen voorschriften is de hoeveelheid linolzuur en
alfalinoleenzuur met elkaar in evenwicht.
Suikers
Erasmus schrijft in zijn boek niet alleen over vetten, maar ook over geraffineerde suikers
en zetmeel. Waarom? Omdat ons lichaam geraffineerde suikers zeer snel verteert en in het
bloed opneemt. Cellen die meer suikers krijgen dan ze voor hun energiehuishouding nodig
hebben en dat is al snel omdat vele mensen in onze maatschappij nauwelijks beweging
hebben maken er vervolgens vetzuren van. Deze vetmoleculen worden afgezet op
plaatsen waar ze niet horen in onze cellen en in organen zoals lever, hart, nieren en
bloedvaten (atherosclerose!) of opgeslagen in het vetweefsel. Sommige vetzuren kunnen
oxideren en de bloedvatwanden beschadigen als we onvoldoende antioxidanten (onder andere
vitaminen A, C, E en het mineraal selenium) tot ons nemen. En helaas: geraffineerde
suikers bevatten zelf geen antioxidanten meer. Die zijn eruit gehaald bij het raffineren
en bewerken. Hetzelfde geldt voor geraffineerd zetmeel, dat immers bestaat uit aan elkaar
verbonden glucosemoleculen.
Suikers spelen dus een belangrijke rol
bij wat Erasmus aanduidt als vettige degeneratie. Daar blijft het echter niet
bij. De Canadese biochemicus wijst verder op de negatieve invloed van suikers op het
afweersysteem. Het remt de immuunfuncties en dwarsboomt het transport van vitamine C.
Verwekkers van infectieziekten, griep en verkoudheid krijgen daardoor een grotere kans.
Suikers bevorderen daarnaast de ontwikkeling van voedselallergieën, een probleem dat
vandaag de dag welhaast epidemische vormen aanneemt.
Erasmus vat het allemaal als volgt samen:
Ook suikers spelen een belangrijke rol bij het veroorzaken van degeneratieve
ziekten. Ze verhogen de hoeveelheid vet en cholesterol in het lichaam. Ze putten de
voorraden vitaminen en mineralen uit, ze dwarsbomen de functies van essentiële vetzuren,
de bijnieren en het afweersysteem.
Leefadviezen
Voor de praktijk van alledag komt Erasmus dan ook tot de volgende adviezen:
Gebruik voedzame
volkorenproducten, vers fruit en vruchtensappen die rijk zijn aan mineralen, vitaminen en
enzymen en de juiste vetten.
Geraffineerde suikers dienen te
worden vermeden. Ze zitten bijvoorbeeld in frisdranken, snoepgoed, gezoete vruchtensappen,
ijs, jam, vla, zoete drinkyoghurts en in ketchup. Daarnaast ook in cakes, koekjes, gebak
en chocolade, producten die bovendien vol zitten met fatale vetten.
Ook geraffineerde zetmeelproducten
kunnen we beter laten staan en inruilen voor volkorenvarianten. Het gaat om onder meer
witte bloem (witbrood), witte rijst, pasta's (macaroni, spaghetti, pizzabodems), maïzena,
tapioca, cornflakes enzovoorts.
Daarnaast wijst Erasmus op het
belang van een juiste leefwijze (dagelijks voldoende lichaamsbeweging) en bestrijding van
milieuvervuiling, binnen- en buitenshuis.
Verbijsterend
Het boek Vitale vetten, fatale vetten is een verbijsterend boek over voeding
dat gerust een standaardwerk mag worden genoemd. In dit artikel kunnen slechts de
belangrijkste zaken uit deze pil van 500 bladzijden worden aangestipt. De onkunde en
verwarring rond het gebruik van goede en slechte vetten en suikers is groot.
Reclameslogans gaan aan de belangrijkste zaken voorbij. Weinigen weten van de hoed en de
rand. Udo Erasmus is een van hen. In heldere en begrijpelijke taal neemt hij zijn lezers
mee in de wereld van de vetten en suikers. Ook wie niets van scheikunde of biochemie
afweet, begrijpt waar het over gaat. Dit boek is dan ook een must' voor iedereen die
serieus met zijn gezondheid wil omgaan.
Gezondheid is een door God gegeven goed.
Laten we dat allereerst en vooral beseffen. Dat neemt niet weg dat we onze
verantwoordelijkheid hebben. Niemand zal het in zijn hoofd halen zijn auto vol te tanken
met gewone benzine, als super vereist is. Dat is vragen om problemen. Maar hoe voeden we
onszelf en onze kinderen? Stoppen we ze vol met verkeerde vetten en suikers met alle
negatieve gevolgen voor onze gezondheid? Wie dit boek heeft gelezen, zal zich wel twee
keer bedenken.
Mede n.a.v. Vitale vetten, fatale
vetten, door Udo Erasmus; uitg. United Ideaz, Den Haag, ISBN 90 75888 06 6; 512 blz;