Dotteren
Insuline na dotteren kan levens sparen
Een dotterbehandeling geldt als de beste
behandeling van een acuut hartinfarct. Toch overlijdt ongeveer 6 procent van de gedotterde
patiënten nog binnen enkele weken aan de gevolgen van het infarct. Een eenvoudig infuus
met glucose (suiker) en insuline kan dat sterftecijfer echter verder terugbrengen. Dat
blijkt uit onderzoek waarop Iwan van der Horst op 31 januari 2005 aan de Rijksuniversiteit
Groningen promoveert.
Van der Horst baseert zich op de Glucose
Insulin Potassium Study (GIPS-1), een grootschalig onderzoek onder 940 gedotterde
hartinfarctpatiënten in de regio Zwolle. De helft van hen kreeg rondom de
dotterbehandeling een infuus met glucose, insuline en kalium (GIK) infuus, de andere helft
werd alleen gedotterd. Het is een van de grootste onderzoeken ter wereld naar deze
combinatiebehandeling.
Lager sterftecijfer
Een acuut hartinfarct wordt veroorzaakt door een afsluiting van een of meerdere
kransslagaders. Het achterliggende weefsel krijgt daardoor te weinig voeding en zuurstof
en sterft af. Cardiologen zijn erop gebrand om deze afsluiting zo snel mogelijk op te
heffen. Dat kan met bloedverdunners (trombolyse), maar beter nog door het verstopte
bloedvat te dotteren. Sinds de invoering van de dotterprocedure is de sterfte gedaald tot
ongeveer 6 procent. Van der Horst laat zien dat dit cijfer verder kan dalen door
stofwisseling van de nog levende hartspiercellen te verbeteren. Die daling wordt
waargenomen bij patiënten die het ziekenhuis bereiken zonder hartfalen. Bij deze groep
daalde het aantal sterfgevallen door de combinatie van dotteren en infuus van 4,2 naar 1,2
procent. "Dat betekent dat er maar 33 infusen nodig zijn om het leven van één
patiënt te redden", aldus Van der Horst.
Stofwisseling verbeteren
Tijdens een hartinfarct neemt het glucosegehalte van het bloed door pijn, zuurstoftekort
en stresshormonen weliswaar toe maar niet in de cellen. De spiercellen gaan dan
noodgedwongen andere producten verbranden, zoals vrije vetzuren. Daarbij komen allerlei
schadelijke stoffen vrij. De hartspiercellen zouden het glucose dan ook goed kunnen
gebruiken. Verbranding van glucose levert meer energie op, waardoor deze cellen beter
kunnen overleven. Door extra glucose en insuline te geven, wordt de opname van het glucose
in de cellen bevorderd. De hartspier zou daardoor minder schade oplopen. Dat laatste kon
Van der Horst niet bevestigen. Wel werd de hartspier beter doorbloed. Ook bleef de
pompfunctie van het hart beter behouden.
Scherp instellen
De toediening van glucose brengt echter ook risicos met zich mee, constateert Van
der Horst. Ruim 70 procent van de patiënten die een GIK-infuus kregen, hadden nadien
teveel glucose in hun bloed (hyperglykemie). Uit het onderzoek van Van der Horst blijkt
dat deze patiënten een grotere kans hebben om te overlijden dan patiënten met een
normale bloedsuikerspiegel. Het is goed mogelijk dat de gunstige effecten van het
GIK-infuus hierdoor lager uitvallen. Van der Horst pleit daarom voor een scherpe
regulering van de bloedsuikerspiegel. Uit eerder onderzoek bij ernstig zieke patiënten op
een intensive care was al bekend dat dit de kans op sterfte en complicaties fors
vermindert.
Hartfalen extra aandacht
Niet alle patiënten profiteren van het GIK-infuus. Bij patiënten die het ziekenhuis
bereiken met tekenen van hartfalen kan het zelfs averechts werken. Volgens Van der Horst
komt dit niet door het glucose of de insuline, maar door water waarin deze bestanddelen
zijn opgelost. Patiënten die 8 tot 12 uur aan het infuus liggen, krijgen zo'n anderhalve
liter vocht binnen. Bij hartfalen heeft het hart blijkbaar moeite om dit extra vochtvolume
te verwerken. Een GIK-infuus toedienen is mogelijk, mits de patiënten nauwkeurig
gemonitord worden en plaspillen krijgen.
Alleen insuline
Volgens Van der Horst is er meer onderzoek nodig voor deze nieuwe behandeling ingevoerd
kan worden. Twee vervolgstudies (GIPS-2 en GIPS-3) moeten uitwijzen welke patiënten baat
hebben bij de behandeling, en welke samenstelling van het infuus het meest effectief is.
Zo is het bijvoorbeeld de vraag of een extra glucosegift wel nodig is. Mogelijk is alleen
insuline al afdoende.
Curriculum vitae
J.C.C. van der Horst (Wageningen, 1971) studeerde geneeskunde aan de Rijksuniversiteit
Leiden. Hij verrichtte zijn onderzoek grotendeels bij de afdeling Cardiologie van de Isala
klinieken, locatie De Weezenlanden in Zwolle, voor een klein deel bij de afdelingen
Cardiologie en Interne Geneeskunde van het Universitair Medisch Centrum Groningen. Zijn
promotores zijn prof.dr. F. Zijlstra en prof.dr. R.O.B. Gans. De titel van zijn
proefschrift luidt 'Metabolic interventions in acute myocardial infarction'. Het onderzoek
is financieel mogelijk gemaakt door de Nederlandse Hartstichting. Van der Horst vervolgt
per 1 februari zijn opleiding tot cardioloog bij het Universitair Medisch Centrum
Groningen.
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Terug
naar het hoofdmenu