De lekkende vetcel


logo.jpg (7231 bytes)

Google

Deze pagina is verouderd - ontvang onze nieuwtjes per email

 

De lekkende vetcel


Overgewicht is maar ten dele het gevolg van een overdadige voedselinname.

Uit onderzoek onder een grote populatie (850 mensen) binnen 4 van onze praktijken is gebleken dat er een veelheid aan oorzaken ten grondslag liggen aan overgewicht. Een aantal van deze factoren zijn: stress (cortisolsynthese stoornissen), aantallen actieve vetcellen (leptine productie), leverontgiftingscapaciteit, opname capaciteit van de dunne darm, hoeveelheid endogene en exogene toxines ('afvalstoffen') in het vet-en bindweefsel en de onderlinge verhouding van vetzuren in de celmembraan (membraanfluiditeit en insulineresistentie)

Stress:
Bij langdurig aanwezig biochemische stress (niet te verwarren met de door de persoon ervaren (= subjectieve) stress), kunnen er verstoring ontstaan op het niveau van de hypothalamus/hypofyse en daarbij het feedback systeem waar de bijnier onderdeel van uitmaakt. Gebleken is dat een verstoring in de bijnierfunctie een aantal fysiologische verschijnselen in gang zet: centrale obesitas (een soort van milde of pseudo Cushing), verstoring van de leverdetoxificering en een sterke verlaging van de cellulaire afweer en de anti-lichaamvorming (afhankelijk van de duur van de verstoring).

Doordat de lever in deze situatie onvoldoende in staat is via tal van enzymatische processen, endogene en exogene (van buiten het lichaam afkomstige) toxinegroepen te neutraliseren of aan gal te binden, slaan deze niet geconjugeerde of geneutraliseerde toxinegroepen zich op in vetcellen en in bindweefsel. Om ervoor te zorgen dat vitale organen als hart, zenuwstelsel, nieren etc niet door deze stoffen belast worden, zal het lichaam er via verschillende neurohumorale processen voor zorgen dat de concentratie van deze toxines in de vetcellen constant blijft. Dit wordt behaald door meer triglyceriden in de deze vetcellen op te slaan, zodat de concentratie gehandhaafd blijft en er geen toxinegroepen uit de vetcellen 'weglekken'.   Bij de groep patiŽnten waar dit mechanisme een rol speelt, zorgt een relatief karig en beperkt aanbod van voeding ervoor, dat zij al sterk in gewicht (lees: vetpercentage) toenemen. Gekscherend wordt gezegd dat zij al van een glas water dik worden. Als deze groep mensen probeert af te vallen door bijvoorbeeld een caloriearm dieet, zie je in eerste instantie een afname van de inhoud van de verschillende vetcellen. Op het moment dat er weer een normaal voedingspatroon gevolgd wordt, zit 'het gewicht' er binnen mum van tijd weer aan. Dit is een beschermingsmaatregel. Om ervoor te zorgen dat de concentratie toxines in de vetcellen niet te groot wordt, en dat er geen (gevaarlijke) gifstoffen 'weglekken', kiest het biofeedbacksysteem van het lichaam er direct voor om deze vetcellen weer te voorzien van triglyceriden.

Aantal actieve vetcellen:
Het aantal vetcellen staat bij de geboorte vast. Uitsluitend de vulling en de activiteit van de diverse vetcellen is bepalend voor het ontstaan van overgewicht (beter is te spreken van een hoog vetpercentage) op latere leeftijd. Gebleken is dat vetweefsel onder bepaalde condities een hormoon genaamd Leptine produceert. Dit is een hormoon dat signalen afgeeft aan onder andere het hongercentrum in de hersenen. Op deze wijze geven vetcellen aan dat er nog voldoende ruimte aanwezig is om zich te vullen ('hongerige' vetcellen). Door nu een deel van de actieve vetcellen te verwijderen (met behulp van liposuctie of met ultrageluid), vervalt een deel van deze Leptine terugkoppeling. Gebleken is dat de patiŽntgroep waarbij dit werd uitgevoerd, er nagenoeg geen recidief was in gewichtstoename na ruim 1 jaar, en dat het gewicht langdurig gehandhaafd kon worden. Zeer waarschijnlijk is deze Leptine terugkoppeling een basis van ernstige obesitas.

De activiteit van de diverse vetcellen is zeer verschillend. Er zijn vetcellen waarbij de onderlinge verhouding in essentiŽle vetzuren dusdanig uit balans is, dat er geen uitwisseling van bouw-en afvalstoffen meer mogelijk is. Dit heet: de membraanfluiditeit is nagenoeg nul. Dit zijn de gevaarlijke vetcellen. Ze zijn er wel, maar nemen geen deel aan de stofwisseling. Echter, deze vetcellen hebben de vervelende eigenschap om schadelijke stoffen te produceren genaamd interleukines en cytokines. Dit zijn de vetcellen die ervoor zorgen dat er allerlei ontstekingsreacties in de verschillende weefsel ontstaan. Een goed en bekend voorbeeld hiervan zijn de vetcellen die net onder de huid zijn gelegen, en bij veel vrouwen het bekende cellulite beeld geven. In de volksmond wordt dit verschijnsel ook wel aangeduid met cellulitis (medisch gezien is dat iets totaal anders). Toch heeft het 'volk' hierin ook ten dele gelijk, want in deze vetcellen treden wel degelijk ontstekingsreacties op. Sommige vrouwen ervaren deze cellulite gebieden ook als pijnlijk.

Leverontgiftingscapaciteit:
De lever heeft tal van functies en is een zeer complex orgaan. Een groot voordeel is dat het regenererend (zelfherstellend) vermogen onwaarschijnlijk groot is. Vroegtijdige stagnaties in de detoxificeringscapaciteit zijn vast te stellen met behulp van een proteomics onderzoek. Onderzoek met klinisch chemische parameters als y-GT, ASAT, ALAT laten pas in een ver gevorderd stadium van schade afwijkingen zien (is gebleken in ons gecombineerde onderzoek) en geeft schijnzekerheid als deze klinisch chemische waarden binnen de norm zijn. PatiŽnt is moe en heeft 'vage klachten', maar de leverwaarden zijn goed. 'Vage klachten' geven echter maar al te vaak de beperking van de klinisch chemische bepalingen aan. Er kunnen zich twee situaties voordoen: de belasting van de lever is te hoog, er worden meer toxines aangeboden dan er enzymatisch verwerkt kunnen worden of er is een intrinsiek verwerkingsprobleem (virale infecties van de lever, alcoholgebruik schade etc.). In beide gevallen worden de toxinegroepen die niet verwerkt kunnen worden door deze hoogwaardige fabriek in het magazijn geplaatst (=vetcellen). Dit leidt tot een volumetoename van het vetweefsel, er worden weer meer triglyceriden in de vetcellen opgeslagen om de concentratie in stand te houden, en het gewicht (lees: vetpercentage) neemt toe. Omkeren van deze situatie is in de praktijk meermalen op relatief eenvoudige wijze mogelijk gebleken. Indien het volume van het vetweefsel niet toereikend is, de darmopname capaciteit gering en de immuniteit laag, treden er in de praktijk bij deze mensen ernstige klachten op (reumatische afwijkingen, astma, eczeem etc). Dit is het gevolg van aantasting van de verschillende weefsels door vetoplosbare toxinegroepen (synovia in de gewrichten, longparenchym, bindweefsel in de huid), en een humorale respons waarbij onder andere histamines gesynthetiseerd wordt.

Onderlinge verhouding van essentiŽle vetzuren in de celmembraan:
De (vet-)celmembraan bestaat voor het grootste gedeelte uit vetzuren en complexe eiwitstructuren (receptoren). Bij een verschuiving in de verhouding van de essentiŽle vetzuren, verandert de zogeheten membraanfluiditeit. Met andere woorden, het omhulsel van de cel 'verhard', waardoor de uitwisseling van bouw-en afvalstoffen bemoeilijkt wordt. Tevens neemt hierdoor de gevoeligheid voor insuline van de cel af, en ontstaat er insulineresistentie, met uiteindelijk een diabetes tot gevolg. Een verminderde inname van de essentiŽle vetzuren uit de omega 3, 6 en 9 groepen in de voeding, en een toename van de sterk ongewenste transvetzuren en verzadigde vetzuren in diezelfde voeding, werkt de verstoring van dit evenwicht in de hand. De vermindering in inname van deze essentiŽle vetzuren ten nadele van de eerder genoemde trans-en verzadigde vetzuren, is een van de belangrijkste oorzaken van de heden ten dage volop aanwezig cognitieve en gedragsstoornissen, waaronder ADHD, autisme en aan autisme verwante contactstoornissen, bipolaire stoornissen en zelfs dementie (verlies of beter gezegd de onttrekking van HUFA's aan ondermeer de hersenschors). Daarbij moet opgemerkt worden dat er bij deze stoornissen al een aangeboren tekort aanwezig moet zijn geweest, veelal ontstaan in het derde trimester van de zwangerschap, waarin het in omvang sterk groeiende brein van het kind, door een relatief tekort aan de eerder genoemde essentiŽle vetzuren via de placenta, verhoogd gevoelig raakt. Dit zien we in de praktijk frequent, kind met een te laag geboortegewicht, moeder met een postnatale depressie (door het onttrekken van de eerder genoemde HUFA's aan het brein van deze moeder!), een kind dat zich ontwikkeld als een 'huilbaby' en later symptomen vertoond uit de groep gedrags-en ontwikkelingsstoornissen. Deze aandoeningen blijken hoogst zelden erfelijk bepaald te zijn, maar vallen vaak te classificeren als een gecombineerde aangeboren/verworden tekort.

Samenvattend:
De oorzaken van het ontstaan van overgewicht in de huidige westerse samenleving zijn complex en overwegen multifactorieel van aard. Om bij mensen met overgewicht de daadwerkelijke oorzaak te achterhalen verdient een individuele analyse de voorkeur. Het zich richten op een caloriearm dieet of meer gaan bewegen of sporten is bij lange na niet voldoende om enig (duurzaam) effect te sorteren, en is volstrekt achterhaald. Het huidige overgewicht wordt ondermeer veroorzaakt door tekorten van de juiste voedingsstoffen (omega-3, anti-oxidanten, spoorlementen). Als we de inzichten van de huidige beleidsmakers blijven toepassen om het overgewicht een halt toe te roepen, zal er wederom veel geld verspild worden en zullen de resultaten van deze interventies op zeker uitblijven. Daarnaast zal de toename van de aan overgewicht gerelateerde ziekten als diabetes type 2, hart-en vaatziekten onbeheersbaar blijken, en zal onze gezondheidszorg onbetaalbaar worden. Zo is het voorstel vanuit de EU om schoolkinderen dagelijks van fruit te voorzien (nog meer suikers?) in dit kader ronduit lachwekkend maar tevens triest te noemen, omdat het getuigt van onkunde maar hopelijk onwetendheid, die je in 2008 niet meer zou verwachten.

Auteur: House


Overgewicht door vervuiling

Volgens onderzoeker Tremblay kan een mens dik worden door de hoeveelheid gifstoffen uit de vervuilde leefomgeving. Vetweefsel neemt toe door diverse chemische verbindingen. Onderzoeker Tremblay lanceerde in 2000 een nieuwe hypothese over overgewicht en obesitas. Volgens Tremblay is deze epidemie mogelijk een aanpassingsmechanisme van de mens om te overleven in een door chemische toxines vervuilde omgeving. Er zijn steeds meer aanwijzingen dat een groot aantal chemische verbindingen al in lage concentraties gewichtstoename kunnen geven door o.a. hun negatieve effecten op schildklier, geslachtshormonen, hersenen, sympathisch zenuwstelsel en het immuunsysteem. De chemische stoffen worden in het lichaam vooral in vetweefsel opgeslagen.

Lees verder

 


Ontvang nu het gratis Leefbewust Eboek + nieuwsbrief


Gratis ebook + nieuwsbrief


     


    Deze pagina is verouderd - ontvang onze nieuwtjes per email

    Uw email adres wordt niet aan derden verstrekt en de nieuwsbrief
    kan ieder moment weer gestopt worden.


     

     


     


    View My Stats