darmkanker - gezonde voeding - het geheim
om af te vallen en een betere weerstand te krijgen
Darmkanker
Waarom geen darmspoeling voor een
colonoscopie?
Mensen die voor een darmonderzoek in
het ziekenhuis moeten een dag ervoor Cleanprep of een andere middel drinken waardoor je de
dikke darm schoonspoelt. Naast al het ongemak en de belasting van de nieren mag er niet
gegeten worden. Waarom wordt er niet gewoon voor het onderzoek een hoge darmspoeling
gedaan zoals op het filmpje ? Waarom zoeken we in Nederland altijd de minst onvriendelijke
manier voor de patiënt en draait dit systeem keer op keer op een soort automatische
piloot waarbij de patiënt niet meer dan een nummer is?
Stikstofvorming in de darm
veroorzaakt darmkanker
Researchers long ago established a link
between inflammation, cancer and the compound nitric oxide, which may be produced when the
immune system responds to bacterial infections, including those of the colon. However, the
exact nature of the relationship was unknown -- until now. Scientists from MIT's Division
of Comparative Medicine and Department of Biological Engineering have found that nitric
oxide produced by inflammatory cells during bacterial infection can cause colon cells to
become cancerous. The finding suggests that blocking the compound may help prevent or
treat colon cancer, the third most common form of cancer in the United States. The
researchers, led by James Fox, director of the Division of Comparative Medicine (DCM),
report their findings in the Jan. 19 online edition of the Proceedings of the National
Academy of Sciences. Many years ago it was discovered that gastrointestinal infection by
H. pylori is often linked to cancer in humans; a related bacteria called H. hepaticus has
similar effects in mice. Nitric oxide is produced during the inflammatory response to such
bacterial infection, but it has been unclear whether it was damaging cells or protecting
them. By studying mice, the MIT team found that nitric oxide produced by different types
of cells has different effects.
Barbara Ann Karmanos Cancer Institute,
Department of Pathology, School of Medicine, Wayne State University, Detroit, Michigan
48201, USA.
Curcumin (diferuloylmethane) is the major
active ingredient of turmeric (Curcuma longa) used in South Asian cuisine for centuries.
Curcumin has been shown to inhibit the growth of transformed cells and to have a number of
potential molecular targets. However, the essential molecular targets of curcumin under
physiologic conditions have not been completely defined. Herein, we report that the tumor
cellular proteasome is most likely an important target of curcumin. Nucleophilic
susceptibility and in silico docking studies show that both carbonyl carbons of the
curcumin molecule are highly susceptible to a nucleophilic attack by the hydroxyl group of
the NH(2)-terminal threonine of the proteasomal chymotrypsin-like (CT-like) subunit.
Consistently, curcumin potently inhibits the CT-like activity of a purified rabbit 20S
proteasome (IC(50) = 1.85 micromol/L) and cellular 26S proteasome. Furthermore, inhibition
of proteasome activity by curcumin in human colon cancer HCT-116 and SW480 cell lines
leads to accumulation of ubiquitinated proteins and several proteasome target proteins,
and subsequent induction of apoptosis. Furthermore, treatment of HCT-116 colon
tumor-bearing ICR SCID mice with curcumin resulted in decreased tumor growth, associated
with proteasome inhibition, proliferation suppression, and apoptosis induction in tumor
tissues. Our study shows that proteasome inhibition could be one of the mechanisms for the
chemopreventive and/or therapeutic roles of curcumin in human colon cancer. Based on its
ability to inhibit the proteasome and induce apoptosis in both HCT-116 and metastatic
SW480 colon cancer cell lines, our study suggests that curcumin could potentially be used
for treatment of both early-stage and late-stage/refractory colon cancer.
Cancer Res. 2008 Sep
15;68(18):7283-92
Suikerspiegel en darmkanker
Mensen die verhoogde insuline / glucose
levels hebben lopen meer kans om darmkanker te krijgen blijkt uit deze nieuwe studie:
Patients who presented with the highest
levels of both insulin and glucose had an approximately 50 percent increased risk of
colorectal tumor recurrence. The Polyp Prevention Trial found a recurrence for colorectal
tumors of 39.6 percent over four years, meaning the recurrence rate in this subset of
patients represents a large increase in absolute risk. Patients who had a high
concentration of glucose experienced more than 2.4 times increased odds of advanced tumor
recurrence. The subjects with the highest glucose concentration also tended to be slightly
older and have higher body mass index (BMI) and waist to hip ratios. Additionally, they
were more likely to be male, current smokers, a member of a minority group and less likely
to have advanced beyond a high school education. For those without a family history of
colorectal cancer, researchers observed an even greater risk with elevated concentrations
of insulin and glucose compared to the overall study population.
Terwijl zwangere vrouwen extra foliumzuur
moeten slikken in het begin van de zwangerschap blijkt nu juist brood met toegevoegd
foliumzuur weer darmkanker aan te jagen. Dit is nu precies de ellende met al die
toevoegingen/verbeteringen aan ons eten. Men manipuleert onze voeding en gewassen en wij
dienen als een goedkoop proefkonijn voor volgende generaties. Zelfde verhaal met
genetische manipulatie, men wil grotere Tilapia vissen maar wat doet dit doen bij iemand
die kanker bij zich draagt, we hebben die ellende al gezien bij groeihormoongebruik in de
VS. Als je de goede dingen aanjaagt dan jaag je later ook de slechte aan !
Ik pas ervoor, ik wil gewoon een puur
natuurlijk produkt zonder al die kunstgrepen......
Een tot dusver obscure groep verbindingen in plantaardige producten halveert de kans op
darmpoliepen. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van dr. Anneleen Kuijsten aan
Wageningen Universiteit. De door Kuijsten onderzochte stoffen zijn lignanen. Ze zitten in
meergranenbrood, thee, groenten en fruit. Ze vallen onder de polyfenolen, een grote groep
verbindingen in plantaardige voedingsmiddelen waarvan onderzoekers vermoeden dat ze
beschermen tegen ziekten. Of lignanen dat ook doen is nog steeds niet duidelijk, maar op
basis van Kuijstens onderzoek zou je dat wel verwachten.
In dit filmpje kun je goed zien wat voor
effect je voeding heeft op je darmen. Kijk maar eens wat het typisch Westerse dieet doet
met je darm en gezondheid. Ook voorbeelden van darmen die last hebben van constipatie.
Poolse onderzoekers hebben ontdekt dat de
kans op darmkanker bij mannen 73% hoger is dan bij vrouwen. Op iedere 17 mannen tussen de
50-54 had 1 man tumoren, bij de vrouwen was dit 1 op de 28.
Hoge dosis vitamine B6 per dag kunnen de
kans op darmkanker met 58% remmen. Hadden we het hier over een medicijn gehad dan de
kankerstichting en de FDA dit al lang geadviseerd. Maar nu het om een vitamine gaat is er
weinig interesse en noemt men de studie interessant. De reden waarom B6 zo interessant is,
is dat het schade aan DNA kan remmen we weten allemaal waar schade aan de DNA toe kan
leiden.
Research has shown that cooking certain
meats at high temperatures creates chemicals that are not present in uncooked meats. A few
of these chemicals may increase cancer risk. For example, heterocyclic amines (HCAs) are
the carcinogenic chemicals formed from the cooking of muscle meats such as beef, pork,
fowl, and fish. HCAs form when amino acids (the building blocks of proteins) and creatine
(a chemical found in muscles) react at high cooking temperatures. Researchers have
identified 17 different HCAs resulting from the cooking of muscle meats that may pose
human cancer risk. Research conducted by the National Cancer Institute (NCI) as well as by
Japanese and European scientists indicates that heterocyclic amines are created within
muscle meats during most types of high temperature cooking.
Adamson RH, Thorgeirsson UP. Carcinogens in
foods: Heterocyclic amines and cancer and heart disease. Advances in Experimental
Medicine and Biology 1995; 369:211-220.
Adamson RH, Thorgeirsson UP, Snyderwine EG,
et al. Carcinogenicity of 2-amino-3-methylimidazo[4,5-f] quinoline in nonhuman primates:
Induction of tumors in three macaques. Japanese Journal of Cancer Research 1990;
81(1):10-14.
Bjeldanes LF, Morris MM, Felton JS, et al.
Mutagens from the cooking of food. II. Survey by Ames/Salmonella test of mutagen formation
in the major protein-rich foods of the American diet. Food and Chemical Toxicology
1982; 20(4):357-363.
Bjeldanes LF, Morris MM, Timourian H, Hatch
FT. Effects of meat composition and cooking conditions on mutagen formation in fried
ground beef. Journal of Agricultural and Food Chemistry 1983; 31(1):18-21.
Bogen KT. Cancer potencies of heterocyclic
amines found in cooked foods. Food and Chemical Toxicology 1994; 32(6):505-515.
Dolara P, Commoner B, Vithayathil A, et al.
The effect of temperature on the formation of mutagens in heated beef stock and cooked
ground beef. Mutation Research 1979; 60(3):231-237.
Esumi H, Ohgaki H, Kohzen E, Takayama S,
Sugimura T. Induction of lymphoma in CDF1 mice by the food mutagen,
2-amino-1-methyl-6-phenylimidazo[4,5-b] pyridine. Japanese Journal of Cancer Research
1989; 80(12):1176-1178.
Felton JS, Fultz E, Dolbeare FA, Knize MG.
Effect of microwave pretreatment on heterocyclic aromatic amine mutagens/carcinogens in
fried beef patties. Food Chemical Toxicology 1994; 32(10):897-903.
Felton JS, Knize MG, Shen NH, et al.
Identification of the mutagens in cooked beef. Environmental Health Perspectives
1986; 67:17-24.
Felton JS, Knize MG, Wood C, et al.
Isolation and characterization of new mutagens from fried ground beef. Carcinogenesis
1984; 5(1):95-102.
Hayatsu, H. Mutagens in food: detection
and prevention. Florida, CRC Press, 1991.
Knize MG, Sinha R, Rothman N, et al.
Heterocyclic amine content in fast-food meat products. Food and Chemical Toxicology
1995; 33(7):545-551.
Layton DW, Bogen KT, Knize MG, et al. Cancer
risk of heterocyclic amines in cooked foods: An analysis and implications for research. Carcinogenesis
1995; 16(1):39-52.
Murray S, Gooderham NJ, Boobis AR, Davies
DS. Detection and measurement of MelQx in human urine after ingestion of a cooked meat
meal. Carcinogenesis 1989; 10(4):763-765.
Muscat JE, Wynder EL. The consumption of
well-done meat and the risk of colorectal cancer. American Journal of Public Health
1994; 84(5):856-858.
Nader CJ, Spencer LK, Weller RA. Mutagen
production during pan-broiling compared with microwave irradiation of beef. Cancer
Letter 1981; 13(2):147-152.
Pariza MW, Ashoor SH, Chu FS, Lund DB.
Effects of temperature and time on mutagen formation in pan-fried hamburger. Cancer
Letter 1979; 7(2-3):63-69.
Sinha R, Rothman N, Brown ED, et al. High
concentrations of the carcinogen 2-amino-1-methyl-6-phenylimidazo[4,5-b]pyridine (PhIP)
occur in chicken but are dependent on cooking method. Cancer Research 1995;
55(20):4516-4519.
Snyderwine EG. Some perspectives on the
nutritional aspects of breast cancer research. Food-derived heterocyclic amines as
etiologic agents in human mammary cancer. Cancer 1994; 74(3
Supplement):1070-1077.
Stavric B. Biological significance of trace
levels of mutagenic heterocycylic aromatic amines in human diet: A critical review. Food
and Chemical Toxicology 1994; 32(10):977-994.
Wakabayashi K, Ushiyama H, Takahashi M, et
al. Exposure to heterocyclic amines. Environmental Health Perspectives 1993;
99:129-134.
Voor patiënten met endeldarmkanker is de
chirurgische verwijdering van de endeldarm met de omliggende vetkolom, de beste
behandeling om terugkeer te voorkomen. De operatie kan via de buik, maar ook kan gekozen
worden voor een minder belastende kijkoperatie. Uit promotieonderzoek van Stephanie
Breukink blijkt dat de kortetermijnresultaten van de kijkoperatie beter zijn dan de
resultaten van de buikoperatie. Er is minder bloedverlies, een snellere hervatting van het
normale dieet en een kortere ziekenhuisopname. De kwaliteit van leven was in de eerste
maanden na een kijkoperatie verminderd. Eén jaar na de operatie was de kwaliteit van
leven gelijk aan of zelfs hoger dan het preoperatieve niveau.
Bron: Rug
Driedimensionale colonoscopie is
minder pijnlijk
Delftse onderzoekers hebben virtuele
endoscopie waarmee een arts een virtuele darmreis kan maken, geschikt gemaakt voor
grootschalig bevolkingsonderzoek. Niet alleen heeft de arts daarbij een 360°-film van de
darm en kan hij in minder dan de helft van de tijd zn diagnose stellen, de patiënt
loopt bovendien minder straling op. Ook zijn de onderzoekers voor het eerst erin geslaagd
de darmfilm op een digitale manier te ontdoen van achtergebleven fecale resten, die
normaliter het zicht op de darmwand ontnemen. Niet alleen vermindert het virtuele
darmonderzoek de belasting voor de patiënt, ook verbetert de poliep-opsporing drastisch.
In de toekomst kan herkenning van een menselijke poliep zelfs worden ondersteund door
automatische patroonherkenning. Een kijkje achter de plooien: dankzij een detectiemethode
waarbij kankerpatiënten zich niet meer in alle bochten hoeven te wringen.
Resveratrol in rode wijn vermindert
kans op darmkanker met 68%
Goed nieuws voor wijnliefhebbers, drink je
3 keer per week een glas rode wijn dan heb je 68% minder kans op darmkanker volgens
onderzoekers van het Stony Brook University in New York. Bijna alle donkere wijnen
bevatten deze stof, enkele voorbeelden: merlot, cabernet, zinfandel, shiraz en pinot noir.
Maar alles met mate, mensen die iedere dag een paar glazen nemen hebben een veel grotere
kans op een hartaanval....
Onderzoekers in de VS zijn een klinische
studie gestart waarbij wordt gekeken of superaspirine (nitric oxide-donating aspirine) kan
helpen bij het voorkomen van darmkanker.Studies bij dieren en celkweken hebben al laten
zien dat deze superaspirine duizenden keren sterker is dan gewone aspirine mbt het
tegenhouden van darmkanker. Vorig jaar toonde Dr Rigas al bij muizen aan dat deze speciale
aspirine darmkanker kon tegenhouden.
Een 3d kijkje in de darmen met
nieuwe colonoscopy methode
Nieuwe 3d onderzoeksmethode voor
vervelend darmonderzoek
Virtuele colonoscopy is een
nieuwe
methode op basis van 3D tomografie
op de darmen op darmkanker / poliepen
te controleren zonder dat men met een
colonoscoop via de anus de darm hoeft
in te gaan.
Volgens een nieuwe studie
in het Radiology
Journal is deze methode een zeer goed
alternatief om mensen die nu niet worden
gecontroleerd alsnog te controleren. Er
kunnen dus meer mensen worden
gecontroleerd op deze ziekte die nr 2 staat
op de lijst van doden door kanker in Amerika.
Nog een alternatief voor een
vervelend darmonderzoek
American BioOptics is a medical
technology company focused on commercializing a suite of ground breaking cancer diagnostic
technologies. The companys core technology uses a novel optical backscattering
technology developed at Northwestern University and Evanston Northwestern Hospital to
detect in vivo the earliest nanoscale changes in cellular makeup of otherwise normal
tissue. Clinical data on hundreds of patients to date suggests the technique is far more
informative than what can be seen with todays standard techniques such as histology
or endoscopy, and the simple test holds broad promise for low-cost, widespread cancer
screening and diagnosis. Andrew Cittadine: andrew_cittadine@yahoo.com
Lijnzaad en darmkanker
Chemopreventieven effecten van lijnzaadolie
op darmkanker ontwikkeling
Chemopreventive effects of dietary flaxseed
oil on colon tumor development.
* Dwivedi C,
* Natarajan K,
* Matthees DP.
Department of Pharmaceutical Sciences, South Dakota State University, Brookings, SD 57007,
USA. Chandradhar.Dwivedi@sdstate.edu
The results indicate that dietary flaxseed
oil, containing high levels of omega-3 fatty acids, is effective in preventing colon tumor
development when compared with dietary corn oil containing omega-6 fatty acids in rats.
Nierfalen door orale laxativa (voor
oa coloscopie) op basis van fosfaten
Voorbeelden: Fleet Phospho Soda® en
Prepacol®.
Laxativa op basis van fosfaten oefenen hun
werking uit door een osmotisch eneen stimulerend effect, en hebben dezelfde nadelen als de
contactlaxativa
[zie Folia juli 2006].
Ze worden vooral gebruikt ter voorbereiding
van een coloscopie of een bariumlavement. Laxativa op basis van fosfaten, rectaal of oraal
toegediend, kunnen leiden tot dehydratie en elektrolytenstoornissen, zoals
hyper-natriëmie en hyperfosfatemie.
De Amerikaanse Food and Drug Administration
(FDA) waarschuwde recent i.v.m. het optreden van acute fosfaatnefropathie, een
zeldzame, maar ernstigeen vaak irreversibele vorm van nierfalen door orale laxativa op
basis van fosfaten, gebruikt in het kader van coloscopie [via www.fda.gov/cder/drug/infopage/OSP_solution/
default.htm]. Dergelijke laxativa zijn in België gecommercialiseerd onder de benamingen
Fleet Phospho Soda® en Prepacol®.
Aanleiding van de waarschuwing door de FDA
is de publicatie van 21 gevallen van acutefosfaatnefropathie bij gebruik van orale
laxativa op basis van fosfaten in hetkader van coloscopie, die over een periode van 5 jaar
werden verzameld door onderzoekers verbonden aan een New-Yorks ziekenhuis [J Am Soc
Nephrol 2005;16:3389-96]. De nierbiopten toonden de typische afzetting van
calcium-fosfaatkristallen t.h.v. de niertubuli.
Het nierfalen trad bij 18 van de 21
patiënten op binnen de 2 maand na het eenmalig gebruik van het fosfaatlaxativum (d.w.z.1
dosis de avond vóór het onderzoek, en 1 dosis de ochtend van het onderzoek). Alle
patiënten ontwikkelden chronisch nierfalen, en bij een aantal van hen was hemodialyse
nodig.
De onderzoekers identificeerden een aantal
mogelijke risicofactoren voor het optreden van de acute fosfaatnefropathie: gevorderde
leeftijd, onvoldoende hydratatie tijdens het laxativagebruik, behandeling meteen
ACE-inhibitor, sartaan, diureticum of NSAID, en bestaan van hypertensieof arteriosclerose.
Daarenboven worden in de waarschuwing van de FDA ook patiënten met verminderd
intravasculair volume ten gevolge van hartfalen,cirrose of nefrotisch syndroom als
risicopersonen vermeld.
Het is aangewezen om bij patiënten met
risicofactoren, zeker de patiënten met nierlijden, dehydratie of elektrolytenstoornissen,
orale fosfaatlaxativa te vermijden. In ieder geval is bij gebruik van fosfaatlaxativa
adequate hydratie belangrijk, en lijkt het zinvol een behandeling met ACE-inhibitoren,
sartanen, NSAIDs of diuretica tijdelijk trachten te stoppen. Het is niet duidelijk
of deze voorzorgen ook gelden voor de rectale fosfaatlaxativa.
Bron: Centrum voor
Geneesmiddelenbewaking België
Celdood kankercellen in voorstadium
te bespoedigen
Het is momenteel niet mogelijk om het
risico op darmkankerontwikkeling effectief met medicatie te verlagen. Mogelijk kunnen
middelen die specifiek kankercellen kunnen doden hier verandering in brengen. Mathilde
Jalving onderzocht of deze middelen ook in een voorstadium van darmkanker ingezet kunnen
worden. TNF-related apoptosis inducing ligand (TRAIL) is een cytokine die de kankercel kan
aanzetten tot celdood. Zij ontdekte dat het mogelijk is om met TRAIL in het voorstadium
van darmkanker, de darmpoliep, de celdood te induceren. Verder bleek uit haar onderzoek
dat de gevoeligheid van darmkankercellen voor TRAIL verhoogd kan worden en dat de
resistentie van cellen tegen TRAIL kan worden opgeheven door gelijktijdig met aspirine te
behandelen.
Bron: Rijksuniversiteit Groningen
Rood vlees, dna mutaties en
darmkanker
Engelse onderzoekers van de Open University
department of chemistry in Milton Keynes, UK komen nu naar buiten met hun bevindingen dat
bij het verteren van rood vlees er bepaalde chemische stoffen vrijkomen die zich kunnen
hechten aan het
dna en daardoor mutaties kunnen veroorzaken wat weer tot darmkanker kan leiden.
Onderzoeker Ah-Ng Tony Kong (The State
University of New Jersey) heeft onderzoek gedaan naar de stof sulforaphane die voorkomt in
broccoli en bloemkool. Deze onderzoeker heeft zich met name gericht op erfelijke vormen
van darmkanker.
Bij deze mensen is er een bepaald gen (Apc)
uitgezet waardoor poliepen ontstaan. Bij muizen is nu aangetoond dat de stof uit broccoli
en bloemkool een bijzondere positieve rol kan spelen. Bij muizen die een hoge dosis
sulforaphane binnenkregen zag je met 3 weken al een reductie van poliepen met maar liefst
47%.
Met behulp van zogenaamde biomarkers die
gelinkt worden aan celdood werd aangetoond dat de stof sulforaphane bepaalde enzymen /
kinases onderdrukken die veel voorkomen bij patiënten met darmkanker. Met name deze rol
is blijkbaar de basis voor de chemopreventieve effecten van SFN.
Lichaamsbeweging beschermt tegen
darmkanker, benadrukt hoogleraar Maag-, Darm- en Leverziekten Joep Bartelsman van het AMC
in zijn inaugurele rede die hij 9 juni uitsprak. Mensen die veel aan sport doen hebben
veertig tot vijftig procent minder kans om de ziekte te krijgen dan mensen die nauwelijks
bewegen. Bovendien blijkt lichamelijk activiteit in de jaren voorafgaand aan de diagnose
een gunstig effect te hebben op de overleving van patiënten die toch darmkanker
ontwikkelen. In vergelijking met inwoners van andere Europese landen zijn Nederlanders
echter slecht op de hoogte van het positieve effect van bewegen.
In Nederland krijgen jaarlijks circa 10.000
mensen darmkanker. Bijna 4500 patiënten overlijden elk jaar aan de ziekte. De kans op
darmkanker is gerelateerd aan leefstijl: factoren als vetzucht, dieet en de hoeveelheid
lichaamsbeweging zijn van invloed. Uit recente studies blijkt dat lichaamsbeweging daarbij
veel meer gewicht in de schaal legt dan dieetfactoren als energie-inname en de consumptie
van eiwitten, vezels en vet. Mensen die lichamelijk zeer actief zijn hebben zon 40
tot 50 procent minder kans op darmkanker dan mensen die bijna niet aan lichaamsbeweging
doen. De mate van bescherming blijkt afhankelijk van duur, frequentie en intensiteit van
de inspanning. Op grond van deze gegevens wordt een kleine vier uur intensieve
sportbeoefening per week aanbevolen, ten minste een half uur per dag. Waarom beweging een
beschermend effect heeft is niet bekend.
De meeste Nederlanders weten niet dat
lichaamsbeweging de kans op darmkanker kan verminderen. In 2004 bleek uit een groot
onderzoek in 21 Europese landen dat Nederlanders het slechtst scoorden op vragen over het
verband tussen fysieke activiteit en darmkanker. Overigens gold dat ook voor andere vragen
over de ziekte. Hier ligt een belangrijke taak voor maag-, darm- en leverartsen, stelt
Bartelsman dan ook in zijn oratie.
Nederlandse studie wijst op belang
van groene groente bij preventie van darmkanker onder rood vlees eters
Uit Nederlandse onderzoek blijkt dat mannen
die meer vlees eten dat haem bevat (ijzer) en die minder groene groentes eten een
verhoogde kans op darmkanker hebben. Het ijzer werkt als een pro-oxidant en mogelijk
verandert bladgroen (chlorofyl) de werking daarvan zodat de kans op darmkanker daardoor
verlaagd wordt.
Tumor marker in ontlasting kan
darmkanker aantonen
Onderzoekers hebben ontdekt dat in de
faeces - ontlasting - van mensen met darmkanker een bepaald stofje -enzym met de naam
M2-PK oververtegenwoordigd is in de faeces in vergelijking met mensen die geen darmkanker
hebben. Deze eenvoudig uit te voeren test zou vroegtijdig kunnen vaststellen of iemand
darmkanker ontwikkelt ja of nee.
[Bron] British Journal of Cancer.
Onderzoek in Nederland naar dit enzym wordt
gedaan door:
Laboratorium Pro Health bv
Schoutlaan 4A
6002 EA Weert
Telefoon 00 31 495 / 545 000
Of via Internet: www.prohealth.nl
Celebrex vermindert kans op
darmkanker maar is
ook risico voor het hart
Een populair medicijn voor artritis die
voor extra hartproblemen kan zorgen blijkt
ook een remmende invloed hebben op darmkanker. Dit zorgt voor een nieuw
dilemma. In de praktijk zal dit medicijn dan ook alleen worden gebruikt voor
zeer ernstige vormen van darmkanker en mensen met slechte genen.
Dat de schil van een appel darmkanker kan
voorkomen blijkt oa uit het onderstaande onderzoek gedaan op dieren.
According to a new study presented at
the American Association for Cancer Research Third Annual International Conference on
Frontiers in Cancer Prevention Research here, a class of polyphenols called procyanidins
found in apples was shown to significantly reduce the number of precancerous lesions in
the colons of laboratory animals.
Other work showed that these
polyphenols exerted their anti-cancer influence by altering specific cell signaling
pathways leading to apoptosis, or programmed cell death.
These studies not only offer
insights into the mechanisms of the chemopreventive properties of these polyphenols, they
also offer proof of their potential to prevent colon cancer,
said Francis Raul, Ph.D., the studys lead investigator and Research Director of the
French National Institute for Health and Medical Research (INSERM) in Strasbourg, France.
Medical practitioners and creators of
old adages have long recognized the health benefits of apples but, in recent years,
scientists have been homing in on specific antioxidants like polyphenols concentrated
largely in the apples skin. An antioxidant is one of many chemicals that reduce or
prevent oxidation, thus preventing DNA, cell and tissue damage triggered by free radicals
in the body.
90% van kankerpatiënten zijn niet
op de hoogte van anti-angiogenesis
De makers van het kanker medicijn Avastin
claimen dat het grootste deel van de kankerpatiënten niet op de hoogte is van de
zogenaamde anti-angiongenesis therapie die al meer dan 1 jaar beschikbaar is. Deze
behandeling zorgt ervoor dat de bloedtoevoer van de tumor wordt afgesneden waardoor de
tumor niet verder kan groeien. De grootste winsten zijn te behalen bij darmkanker,
borstkanker en non-small cell longkanker. Het onderzoek stelt dat zeker de mensen die niet
tevreden zijn over de mogelijkheden van chemotherapie op de hoogte moeten worden gehouden
van nieuwe mogelijkheden zoals deze vorm van kankerbehandeling.
New studies suggested once again that
citric fruits including oranges, tangerines, and grapefruits help fight cancer, high
cholesterol, and obesity. Studies both at Texas A&M University and Kanazawa
Medical University in Japan showed that compounds in citric fruits can help reduce the
risk of colon cancer. Researchers at Texas A&M University found that freeze-dried
grapefruit, similar to the whole grapefruit, can reduce the incidence of early colon
cancer lesions in animals. The Japanese researchers found anti-colon cancer properties in nobiletin
- a compound found in tangerines.
Knoflook en darmkanker
Zowel het eten van rauwe als van gekookte
knoflook biedt bescherming tegen de ontwikkeling van maag- en darmkanker (Lancet
2000;356:1249).
Biefstuk en darmkanker wat blijkt uit een promotie-onderzoek aan de RUG? Juist het
ijzerhoudende, zogenoemde haem in rood vlees verhoogt het risico op darmkanker.
Onderzoeker Aloys Sesink heeft gezien hoe dat haem in rood vlees de dikke darm van ratten
irriteert. De geprikkelde darmwand kan reageren met explosieve celgroei: darmkanker.
Of dat effect ook bij mensen optreedt, wordt nog onderzocht, maar dat is heel
waarschijnlijk, zegt hij. Niet vet of aangebrand vlees, maar rood vlees is dus een
risicofactor. Jaarlijks overlijden in Nederland 4400 mensen aan darmkanker. Het
risico is te verkleinen door het vlees goed gaar te sudderen of door er een glas melk of
bakje yoghurt bij te drinken of eten, vertelt Sesink in Adams Appel. Kalk
beschermt namelijk tegen haem. Meer info
Sinaasappel goed voor darm, sap
niet
Citrusvruchten verhogen de activiteit van
een enzym in darmcellen dat beschermt tegen kanker. Dat schrijven Wageningse onderzoekers
van de afdeling Humane voeding in Carcinogenesis. Het sap van hetzelfde fruit dat je in de
winkel kunt kopen, beschermt echter niet.
De laatste meters van de het
spijsverteringskanaal, de dikke darm en het rectum, zijn gevoeliger voor kanker dan de
rest van de darm. Dat komt, vermoeden onderzoekers, omdat de groep enzymen van de
glutathion-S-transferase-familie (GST) daar niet zo actief is. De enzymen maken
schadelijke stoffen onschadelijk die anders het erfelijk materiaal zouden beschadigen.
Uit praktisch alle studies blijkt dat een
hoge inname van vlees de kans op darmkanker drastisch verhoogt. Onderzoekers van het WCFS
en het Edese onderzoeksinstituut Nizo hebben nu ontdekt dat groente met veel bladgroen dit
schadelijke effect van vlees volledig tenietdoet. Dat schrijven ze in het tijdschrift
Carcinogenesis.
Wie veel rood vlees eet zoals varkens- en
rundvlees, of processed meat zoals Smac, salami en knakworsten, heeft meer kans om
darmkanker te krijgen. In Westerse samenlevingen, waar vlees nog steeds het hart van de
maaltijd vormt, is darmkanker dan ook één van de meest voorkomende vormen van kanker.
Hoe vlees darmkanker veroorzaakt is niet
duidelijk. Een populaire theorie zoekt de oorzaak in stoffen die ontstaan bij het bakken
van vlees, de heterocyclische amines. Dat die verbindingen werkelijk zo gevaarlijk zijn,
is minder waarschijnlijk geworden nadat onderzoekers ontdekten dat die verbindingen in
hogere concentraties ontstaan bij het bakken van kip dan bij het bakken van rundvlees.
Daarom onderzoekt WCFS een andere verdachte stof in rood vlees: de organische
ijzerverbinding haem (spreek uit: heem).
De onderzoekers beschrijven in hun
publicatie dat ze ratten een dieet gaven dat lijkt op dat wat de gemiddelde westerling
binnenkrijgt. Een controlegroep kreeg voer zonder haem. De darminhoud van ratten die haem
hadden gekregen beschadigde de darmwand, ontdekten de onderzoekers, zodat de cellen van
die darmwand zich vaker moesten delen. Daardoor stijgt waarschijnlijk de kans dat er
afwijkende darmcellen ontstaan, die zich ontwikkelen tot kankercellen.
Toen de onderzoekers de proeven herhaalden
met voer waaraan ze ook spinazie hadden toegevoegd, verdween het effect volledig. De keuze
voor spinazie was niet toevallig. Uit epidemiologische studies blijkt dat een hoge
consumptie van groene groenten, en vooral van bladgroenten, de kans op het ontstaan van
darmkanker verkleint. Werkzame stof is waarschijnlijk het bladgroen of het chlorophyl,
ontdekten de Wageningers toen ze de spinazie vervingen door pure chlorophyl en daarmee
dezelfde resultaten behaalden.
Wat het bladgroen precies doet, werd
duidelijk toen de onderzoekers de uitwerpselen van hun proefdieren analyseerden. In de
keutels van de ratten die haem en spinazie of puur bladgroen kregen, vonden de
onderzoekers meer onveranderde haem terug dan in de keutels van ratten die alleen haem
hadden gekregen. Kennelijk voorkomt bladgroen dat het organische ijzer wordt omgezet in
een andere stof en is het die andere, nog onbekende stof, die in de darmen de
cellen aantast. Pogingen van de Wageningers om de structuur van die stof te achterhalen
zijn mislukt. Ze noemen hem voorlopig haem factor.
De onderzoekers vermoeden dat het gevonden
verband tussen haem, bladgroen en darmkanker ook geldt voor mensen. Ze merken daarbij wel
op dat hun ratten meer bladgroenten kregen dan mensen doorgaans op hun bord vinden. Als de
proefdieren mensen waren geweest, dan hadden ze dagelijks bijna een halve kilo spinazie
genuttigd. De onderzoekers gaan nu werken aan proeven met minder chlorophyl.
Opmerking: bronnen van chlorophyl zijn oa
spinazie, chlorella, spirulina, tarwegras, kiwis, alfafa, gerstegras, kamutgras.
Rood vlees, yoghurt en
dikke-darmkanker
Feit: In 1996 stierven in West-Europa en de Verenigde Staten meer dan 200.000 mensen aan
dikke- darmkanker
Kanker aan de dikke darm is een van de
meest voorkomende soorten kanker in de westerse wereld. Recente onderzoeken legden een
verband tussen dikke-darmkanker en het eten van rood vlees. Maar tot nu toe wisten
wetenschappers niet hoe dat in zijn werk gaat. Nederlands onderzoek maakt duidelijk hoe
rood vlees de kans op dikke-darmkanker verhoogt, en dat zuivelproducten bescherming kunnen
bieden.Dikke-darmkanker is de op een na belangrijkste doodsoorzaak van kankerpatiënten in
het westen, na longkanker bij mannen en borstkanker bij vrouwen. Wetenschappers vermoeden
al tientallen jaren dat er een verband bestaat tussen onze eetgewoonten en een verhoogde
kans op dikke-darmkanker. Als voorbeeld halen ze Japan aan, waar het aantal gevallen sinds
de jaren vijftig dramatisch is gestegen. In die tijd gingen de Japanners meer westers
voedsel eten en minder vis. En vlees is altijd de hoofdverdachte geweest.
Rood versus wit vlees
Uit ander recent onderzoek blijkt dat het eten van kip en ander gevogelte geen
risicofactor is bij het ontstaan van dikke-darmkanker, in tegenstelling tot rood vlees
zoals rund-, lams- en varkensvlees. Daarom besloot Dr. Aloys Sesink, onderzoeker aan de
Rijksuniversiteit van Groningen, uit te zoeken hoe rood vlees kanker van de dikke darm kan
veroorzaken. Het meest in het oog springende verschil tussen rood en wit vlees is de kleur
en wat rood vlees rood maakt is haem', dezelfde substantie die ons bloed rood
kleurt. "Haem is een van de vormen van ijzer in rood vlees; je hebt het gewone,
anorganische ijzer en ijzer in de vorm van haem dat heel specifiek is voor rood vlees. Als
je de hoeveelheden haem vergelijkt in verschillende soorten vlees, zie je dat rood vlees
ongeveer tien keer zoveel haem bevat als wit vlees."
Risico´s
Hoewel ijzer en vooral de soort die in haem voorkomt heel belangrijk is voor
het menselijk lichaam, heb je er niet veel van nodig. In feite wordt maar een klein
gedeelte door het lichaam opgenomen. "De hoeveelheid haem die door de dunne darm
wordt opgenomen, is zeer beperkt. Hooguit tien procent van wat je verteert. De andere 90
procent komt terecht in de dikke darm."
Dr. Sesink wilde weten welk effecten extra
haem heeft op het darmslijmvlies. Hij onderzocht dat door ratten pure haem te geven.
"We ontdekten dat bij ratten die een hoeveelheid haem hadden gegeten die gelijk staat
aan de consumptie van 130 à 150 gram rood vlees per dag, een hogere celdeling plaatsvond
in het slijmvlies van de dikke darm. En een hogere celdeling is natuurlijk een voorbode
van een verhoogd risico op kanker."
Hoe haem precies een hogere celdeling in de
hand werkt, is nog onduidelijk, maar het lijkt erop dat haem zich bindt aan een andere
nog onbekende stof in de dikke darm. Op een of andere manier beschadigt deze
nieuwe verbinding de darmwand, waardoor die als het ware lek raakt. De dikke darm probeert
de schade te herstellen door celdeling.
Bescherming
Het onderzoek van dr. Sesink had nog een vervolg, waarin werd onderzocht welk effect de
consumptie van zuivelproducten heeft op het risico op dikke-darmkanker. "Zuivel bevat
veel calcium. Dat bindt zich aan andere stoffen in ons voedsel en vormt grotere
verbindingen. Op hun beurt binden deze calciumcomplexen zich aan bijvoorbeeld vetzuren en
galzuren. Daarvan weten we dat ze een rol spelen bij de ontwikkeling van kanker in de
dikke darm. We dachten dat deze calciumcomplexen zich misschien aan haem zouden binden.
Daardoor zouden ze kunnen voorkomen dat de darmwand beschadigt en het risico op
dikke-darmkanker verminderen."
En inderdaad bleek uit de proeven van dr.
Sesink dat toevoeging van grote hoeveelheden calcium aan het dieet van ratten die haem
hadden gegeten, de kans op dikke-darmkanker verminderde. Dus misschien is het wel zo
verstandig voortaan een glas melk te drinken bij je T-bone steak!
[Bron: Anne Blair Gould (Wereldomroep)]
Groenten goed voor darm
Een dieet met veel groenten vermindert ook de kans op de variant van darmkanker waarbij er
beschadigingen zijn ontstaan in het APC-gen. Dat gen beschermt cellen tegen ontregeling.
Dat ontdekte een Wageningse promovenda. Drs Brenda Diergaarde van de afdeling Humane
Voeding en Epidemiologie publiceerde een deel van haar promotieproject in de
februari-editie van Carcinogenesis.
Diergaarde keek naar 184 mensen bij wie artsen dikke darmkanker hadden geconstateerd.
Afgezien van hun ziekte waren het normale mensen. ,,Ze hadden niet één of
andere aangeboren genetische afwijking waardoor ze meer kans op darmkanker
hadden, zegt Diergaarde. ,,Ze hadden dezelfde kans om ziek te worden als jij
en ik. Bij ongeveer 35 procent van de tumoren was het APC-gen beschadigd, bij
de overige tumoren niet. Toen Diergaarde de eetgewoonten van haar proefpersonen vergeleek
met die van een controlegroep ontdekte ze dat groenten beschermden tegen beide soorten
kanker. Alcohol verhoogde alleen de kans op tumoren met een intact APC-gen, terwijl een
dieet met veel vlees, vet en vis de kans op tumoren met een kapot APC-gen verhoogde.
Boosdoeners in het laatste geval zijn misschien de giftige stoffen die ontstaan bij het
bakken en braden van vlees en vis, de heterocyclische amines. Jaarlijks constateren artsen
in Nederland achtduizend nieuwe gevallen van darmkanker, meestal bij mannen en vrouwen
tussen de zestig en zeventig jaar. Het onderzoek van Diergaarde is betaald door de
Nederlandse Kankerbestrijding.
Effect vet op darmkanker niet aangetoond
Hoewel steeds meer onderzoekers ervan
overtuigd zijn dat een dieet met veel vetten uit vis de kans op darmkanker vermindert,
bleek dat niet uit de proeven van drs Yvonne Dommels. Dommels, die op de leerstoelgroep
Toxicologie werkt aan haar promotieonderzoek, ontdekte echter dat darmcellen net zo goed
op plantaardige vetten reageren als op vetten uit vis. Maar dat komt waarschijnlijk omdat
de onderzoeksmethode niet deugt.
Dommels deed proeven met kankercellen die
ooit uit een 72-jarige kankerpatiënt zijn gehaald. ,,Het zijn darmcellen die in drie
weken veranderen van tumorcel naar meer gezonde cellen'', aldus de onderzoekster. ,,Ik heb
geprobeerd dat proces in het laboratorium te beïnvloeden door de cellen verschillende
soorten vetten te geven. Uit de proeven bleek geen verschil in uitwerking tussen de
vetzuren uit vis en die uit plantaardige oliën. We vragen ons nu af of de gebruikte
onderzoeksmethode wel geschikt is om dit soort studies mee te doen. De resultaten zijn
tegenstrijdig aan onze bevindingen uit dierproeven'', aldus de promovenda. Uit die
dierstudies blijkt dat een dieet met veel vetzuren uit vis en niet met vetzuren uit
plantaardige olie beschermt tegen darmkanker. De resultaten zijn echter nog niet
gepubliceerd.
,,Vroeger dachten we dat bij darmkanker de verzadigde vetten 'slecht' waren en de
onverzadigde vetten 'goed', zegt Dommels. ,,Maar we begrijpen steeds beter dat we ook
moeten kijken naar het sóórt onverzadigde vetzuren. De onverzadigde vetzuren uit vis
zijn 'goed', de vetzuren uit planten niet.'' Dommels publiceerde haar bevindingen in het
tijdschrift Nutrition and Cancer.
[Bron: Universiteit Wageningen]
Soja versnelt groei kankercellen in
darm
Voedselgoeroes bezingen soja in alle toonaarden. Stoffen in de sojaboon zouden de kans op
allerlei soorten kanker verminderen en het menselijk hormoonsysteem verjongen.
Onderzoekers van het Rikilt ontdekten echter dat een stof in soja de groei van
kankercellen juist versnelt.
Hoewel mensen die veel soja eten - zoals vegetariërs en Aziaten - minder vaak kanker
krijgen, zijn wetenschappers al vaker op ziekmakende eigenschappen van soja gestuit. Welke
stof de effecten veroorzaakte, was onduidelijk. In de jaren tachtig ontdekte het Nizo
bijvoorbeeld dat proefdieren die veel soja-eiwit binnenkregen vaker kanker ontwikkelden.
Ander onderzoek wees echter naar een andere verdachte, een stof die vastzit aan het
soja-eiwit: de isoflavonoïde genisteïne. Bij vrouwen die de overgang achter de rug
hebben, imiteert deze stof de werking van het vrouwelijke hormoon estradiol. Bij jonge
mannen blokkeren stoffen als genisteïne estradiol juist. Sporters gebruiken ze om sneller
vet te verliezen.
Volgens dr. Huub Noteborn van het Rikilt is nu duidelijk dat genisteïne de boosdoener is.
Noteborn en zijn Britse collega's van het Institute for Food Research gaven ratten een
dieet dat veel soja-eiwit, of veel 'losse' genisteïne bevatte. In beide gevallen kregen
de dieren evenveel genisteïne binnen. Na enkele weken injecteerden ze de ratten met een
stof die darmkanker veroorzaakte.
Ratten die veel soja-eiwit binnenkregen,
hadden in hun darmen twee keer zoveel gezwellen. Bij ratten die het geïsoleerde
isoflavoon aten, was het aantal gezwellen vier keer zo hoog.Verontrustende resultaten,
maar ze betekenen niet dat soja-consumenten zich zorgen moeten maken. De ratten in deze
studie kregen omgerekend ongeveer tien keer zoveel genisteïne binnen als mensen die
dagelijks soja eten. Bedrijven dachten al voorzichtig aan producten die zijn verrijkt met
sojabestanddelen. Noteborn durft nog niet te zeggen of zulke functional foods met
sojacomponenten nu van de baan zijn. ,,Daarvoor is meer onderzoek nodig.'' Bij Rikilt
lopen die onderzoeken al. In een EU-project en gezamenlijke studie met TNO kijken
wetenschappers met DNA-chips wat genisteïne op celniveau precies doet.
[Bron: Universiteit Wageningen]
Preventieve screening van
dikke-darmkanker
In veel landen bestaat al een nationaal
screeningsprogramma voor dikke darmkanker, gefinancierd door overheid of
ziektekostenverzekeraar. Nederland zet hierin momenteel pas de eerste stappen; in een
aantal proefregios wordt binnenkort gestart met een eenvoudige test die een
sterftereductie van 15 tot 20 procent bewerkstelligt. De Maag-, Darm- en Leverartsen van
Atrium MC pleiten voor een verdergaande manier van screenen: door middel van
colonoscopieën. Tijdens het minisymposium Verschuivende grenzen in de Maag-, Darm-
en Leverziekten, dat de MDL-vakgroep onlangs organiseerde, hield ook prof. dr. Chris
Mulder, hoogleraar MDL-ziekten in het VUMC in Amsterdam, hier een vurig betoog voor.
Het aantal gevallen van dikke darmkanker
stijgt de laatste jaren duidelijk. Dikke- darmkanker is de op één na meest voorkomende
vorm van kanker in Nederland. Longkanker zorgt voor de meeste sterfgevallen, gevolgd door
dikke-darmkanker. Voorkomen is ook in dit geval beter dan genezen. Kanker in de dikke darm
ontstaat uit darmpoliepen. Een poliep doet er tien tot twintig jaar over om zich te
ontwikkelen tot kanker. Verwijder je de poliep, dan heeft de patiënt een grote kans
vijftien jaar geen darmkanker te ontwikkelen, zegt MDL-arts Peter van der Schaar.
Begrijpelijk dat de druk op Den
Haag toeneemt om ook in Nederland te beginnen met een screeningsprogramma voor
dikke-darmkanker. Binnenkort wordt in een aantal proefregios in Nederland gestart
met een Faeces Occult Bloed Test (FOBT). De patiënt houdt zelf een soort papiertje in
zijn ontlasting waarmee microscopische hoeveelheden bloed aangetoond kunnen worden. Is de
test positief, dan volgt een colonoscopie in een screeningscentrum. De
sterfte-reductie is 15 tot 20 procent, vertelt Peter van der Schaar, wat heel
mooi is, maar 80 procent van de patiënten gaat nog steeds dood aan darmkanker. De test is
relatief ongevoelig en reageert niet bij elke poliep of elk gezwel.
Duurder Met een colonoscopie, waarbij met een camera de hele dikke darm inwendig
onderzocht wordt, zie je praktisch geen poliep over het hoofd en kanker al helemaal niet.
Het is een vele malen gevoeligere methode en dus kan het aantal sterfgevallen ten
gevolge van dikke darmkanker flink teruggebracht worden, zegt de MDL-arts. Helaas
zijn er echter nog geen grote wetenschappelijke studies die dit bevestigen. De overheid
vreest dat deze methode duurder is dan eenvoudigere screenings. Prof. dr. Chris Mulder
betoogde op het symposium dat voor de prijs van twee jaar levensverlenging voor één
patiënt met uitgezaaide dikke-darmkanker ook 750 mensen op dikke-darmkanker gescreend
kunnen worden met colonscopie. Ook zou volgens studies in het buitenland zon
screeningsprogramma goedkoper zijn dan bijvoorbeeld het huidige programma voor
baarmoederhalskanker.
Verder heerst er landelijk wat
koudwatervrees bij de MDL-artsen voor de toename van het aantal onderzoeken wanneer er
gescreend zou worden middels colonoscopieën. Binnen Atrium MC is het aantal
colonoscopieën de afgelopen jaren echter flink gestegen en wij kunnen ook een verdere
uitbreiding prima aan, stelt de MDL-arts. Wij zijn bereid en in staat om
zon screeningsprogramma aan te bieden.
De screening middels FOBT zal de komende
jaren geëvalueerd worden en de resultaten worden meegenomen bij de ontwikkeling van een
screeningsprogramma voor dikke-darmkanker dat een grote sterftereductie bewerkstelligt,
patiëntvriendelijk is en niet duur. De MDL-artsen van Atrium MC pleiten voor Zuid-Limburg
als proeftuin voor een screeningsprogramma met colonoscopieën. Als alledrie de
ziekenhuizen in deze regio meedoen, heb je een mooi afgesloten gebied, waarin je de
resultaten goed kunt volgen. Een bijkomend voordeel van deze methode is, dat de poliepen
tijdens het dikke-darmonderzoek direct verwijderd kunnen worden, aldus Peter van der
Schaar, waarna hij de praktijk demonstreert bij een patiënt die een kleine poliep heeft.
Per jaar worden momenteel 3.800 colonoscopieën uitgevoerd in Atrium MC, een groot deel
daarvan op direct verzoek van de huisartsen. Het lijkt een beetje op lopende
bandwerk, maar zo is Ford ook ooit begonnen en die maakte toch de beste autos,
besluit Peter van der Schaar lachend.
(Bron: Atrium MC)
Organisch ijzer gevaarlijk
bestanddeel in rood vlees
Onderzoekers weten al lang dat er een verband is tussen rood vlees en darmkanker. Lange
tijd geloofden voedingsdeskundigen dat stoffen in de bakranden van vlees daarvoor
verantwoordelijk waren, maar die theorie heeft zijn langste tijd gehad. Drs. Aloys Sesink
onderzocht voor het Wageningen Centre for Food Sciences een nieuwe kandidaat: haem.
Rood vlees, zoals varkensvlees of rundvlees, bevat veel tien keer zoveel van de organische
ijzerverbinding haem (spreek uit: heem) als kip. Haem is een onderdeel van het
hemoglobine, de stof waardoor rode bloedcellen zuurstof kunnen vervoeren. Wie veel rood
vlees eet, heeft meer kans op darmkanker. Is dat het werk van haem?
Om dat te achterhalen, gaf Sesink ratten net zoveel haem als - omgerekend - mensen
binnenkrijgen als ze dagelijks meer dan honderdvijftig gram rood vlees op hun bord hebben
liggen. Na enkele weken onderzocht Sesink de darmcellen van de dieren en analyseerde hij
hun uitwerpselen. De cellen in de darmwand waren zich sneller gaan delen dan normaal. Dat
betekent dat de kans op kanker is verhoogd. Dat bleek ook uit de analyse van de
uitwerpselen. Sesink haalde het water uit de rattenkeutels, en bracht de fecale vloeistof
in contact met lichaamscellen. In het fecale water van de haemratten liepen de cellen meer
schade op dan in het vocht van de controledieren.
Hoewel Sesink op basis van onderzoek naar ratten nog niet durft te zeggen of rood vlees
ook voor mensen schadelijk is, ontdekte hij wel dat er misschien een manier is om de
gevaren in de kiem te smoren: calcium. Sesink: ,,Haem kan alleen de darmwand irriteren als
het oplost in het fecale water in de darm. Calcium verhindert dat. Calcium verbindt zich
in de maag tot calciumfosfaat, en die stof laat het haem neerslaan. Dan is het organisch
ijzer onschadelijk geworden.'' Zuivelproducten kunnen dus wellicht de kans op darmkanker
verminderen. Nog nooit was roomijs na de maaltijd zo gezond.
Aloys Sesink verrichtte zijn onderzoek bij het instituut voor zuivelonderzoek Nizo in Ede.
Daar beginnen binnenkort onderzoeken naar de effecten van rood vlees op mensen. Pas als
die afgerond zijn, vindt Sesink, kunnen wetenschappers adviseren om minder rood vlees te
eten. Of meer roomijs.
[Bron: Universiteit Wageningen]
Zwavelbacteriën in darm verdacht
Wie meent dat hij alleen maar dik wordt van
junkfood, moet zich nog even bedenken. Het zou best eens kunnen zijn dat u een hongerige
massa vreemde darmbacteriën aan het vetmesten bent, die na verloop van tijd een
darmaandoening of zelfs kanker kan veroorzaken.
Wat is het verschil tussen de inhoud van
onze darm en de stinkende zwarte modder op de bodem van een riviermonding? Niet al te veel
misschien, en zeker niet voor wie leeft van junkfood. Dezelfde zwavelminnende bacteriën
die zorg dragen de rotte-eierenlucht van riviermodder zouden zich wel eens in uw darmen
kunnen bevinden. In de zee zijn zij beruchte veroorzakers van problemen. Ze tasten bij
voorkeur de wanden van pijpleidingen aan. Hun werking op de menselijke darmen zou echter
wel eens even vernietigend kunnen zijn.
Alles wat deze micro-organismen nodig
hebben om zich prettig te voelen in uw darmen is een flinke dosis zwavelhoudende
producten. En die komt uit uw voedsel. Eet grote hoeveelheden dierlijke eiwitten en
kant-en-klaarproducten en zwavelminnende micro-organismen hebben alles wat ze nodig hebben
om te overheersen ten koste van de normale darmbacteriën.
Calcium wordt genoemd in de preventie van
kanker van de dikke darm, één van de belangrijkste vormen van kanker in de westerse
landen. In 1994 werd de incidentie van colorectale kanker in België geschat op ongeveer
40/100.000 (Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur, 1999). Hoewel
de vijfjaarse overleving stijgt bij vroege diagnostiek, wordt er in de nabije toekomst
geen belangrijke vooruitgang op het gebied van de behandeling verwacht. Preventie van deze
vorm van kanker is dan ook van zeer groot belang.
Hoewel dit thema meer onderzoek behoeft,
blijkt het beschermende effect van calcium onder meer uit een groot aantal
epidemiologische onderzoeken, zoals de studie van Garland et al (8). In deze studie werden
2000 mannen gedurende 19 jaren gevolgd. Tijdens deze periode kregen 49 personen kanker van
de dikke darm. De resultaten geven aan dat het risico van dikke darmkanker drie maal zo
groot was in het kwartiel met de laagste calciuminname (minder dan 700 mg per dag) dan in
het kwartiel met de hoogste inname (meer dan 1100 mg per dag). Daarnaast zijn er echter
ook enkele epidemiologische studies die geen relatie vinden of zelfs een verhoogd risico
op dikke darmkanker bij een hoge calciuminname.
Experimentele studies hebben een
beschermend effect van calcium aangewezen.
Lipkin et al (9) publiceerden een interventiestudie bij tien personen met een verhoogd
risico op colonkanker omdat deze kanker frequent voorkwam in de familie. Uit onderzoek van
biopten van deze personen bleek een versnelde deling van de cellen in het colonepitheel.
Na een calciumsuppletie gedurende 3 maanden was de delingssnelheid van de cellen in het
colon afgenomen met 60 %, namelijk tot een niveau dat ook bij personen met een laag risico
op colonkanker wordt waargenomen.
In een recent gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek werd het effect van een
calciumsuppletie op het risico van het terugkrijgen van poliepen in de dikke darm
(voorstadium van colonkanker) onderzocht bij personen die reeds een poliep hadden laten
verwijderen. Ook hier bleek een calciumsuppletie duidelijk een beschermend effect te
hebben (10).
In een andere studie werden als gevolg van een voeding rijk aan magere zuivelproducten
gunstige veranderingen vastgesteld inzake biomarkers van coloncelproliferatie en normale
celdifferentiatie (20). De mechanismen zijn nog niet volledig duidelijk. Verschillende
hypothesen doen de ronde. Onoplosbaar calciumfosfaat dat in de darm wordt gevormd, zou
cytotoxische substanties zoals secundaire galzuren en vetzuren doen neerslaan en daarmee
de damtoxiciteit belemmeren. Dankzij dit mechanisme zouden melkproducten eveneens
bescherming bieden tegen darminfecties door Salmonella. Dit blijkt althans zo voor ratten.
Na toediening van melk en in het bijzonder yoghurt werd niet alleen minder schade
toegebracht aan de barrièrefunctie van het darmslijmvlies, maar werd ook de beschermende
darmflora gestimuleerd, waaronder de lactobacillen. Analoog aan het effect op de
lactobacillen in de darm is het niet ondenkbaar dat calcium in de voeding ook de
overleving van probiotica in het maagdarmkanaal verbetert en daardoor ook de
funcionaliteit ervan. De werkzaamheid van prebiotica zou eveneens kunnen verbeteren door
toevoeging van extra calcium aan de voeding (15).
Terwijl de enen de gunstige effecten van
zuivelproducten tegen darmkanker vooral toeschrijven aan calcium sluiten anderen niet uit
dat ook andere voedingsstoffen aanwezig in zuivelproducten een rol kunnen spelen zoals
boterzuur, sfyngolipiden, geconjugeerd linolzuur (CLA), weiproteïnen en
melkzuurbacteriën.
Kenmerken
Familiale Adenomateuse Polyposis (FAP) wordt gekenmerkt door het vóórkomen van honderden
tot duizenden poliepen in de dikke darm (colon en rectum). De eerste poliepen ontstaan
meestal vanaf de leeftijd van tien jaar, maar soms ook veel later. Wanneer men niet
ingrijpt, zullen deze poliepen over een tijdsspanne van 10 tot 20 jaar kwaadaardig worden
en ontstaat dus dikdarmkanker. Bij de meerderheid van de FAP-patiënten treden er op
latere leeftijd ook poliepen op in de dunne darm en in de maag; deze worden echter slechts
bij een minderheid kwaadaardig. In sommige families treden er ook symptomen op buiten het
maag-darmkanaal: het gaat hier vooral om goedaardige bindweefseltumoren. FAP komt voor bij
1 op 7000 individuen en ligt aan de basis van ongeveer 1% van alle dikdarmkankers.
Erfelijkheid
Bij de grote meerderheid van patiënten met FAP wordt een mutatie in het APC-gen op de
lange arm van chromosoom 5 vastgesteld. FAP wordt meestal overgeërfd van een ouder die de
aandoening heeft. Alle nakomelingen van een FAP-patiënt hebben 50% kans om eveneens de
karakteristieke poliepen te ontwikkelen. Deze manier van overerving wordt 'autosomaal
dominant' genoemd. Ongeveer één derde van de FAP-patiënten hebben geen aangetaste
ouder: zij zijn zelf de eerste aangetaste persoon in hun familie. Men spreekt dan van een
nieuwe mutatie bij deze persoon. Zij kunnen de ziekte wel doorgeven aan hun kinderen.
Preventie
Aan alle nakomelingen van een FAP-patiënt wordt aangeraden om jaarlijks hun dikke darm te
laten onderzoeken (coloscopie) en dit vanaf de leeftijd van twaalf jaar. Zodra de
karakteristieke darmpoliepen gevonden worden, wordt aangeraden de dikke darm op termijn
preventief te laten verwijderen. Het tijdstip waarop deze operatie (colectomie) uitgevoerd
wordt, is afhankelijk van het aantal en de omvang van de gevonden poliepen en situeert
zich meestal tussen 15 en 25 jaar. Vanaf de leeftijd van 30 jaar wordt ook aanbevolen om
de twee jaar een onderzoek van de maag (gastroduodenoscopie) te laten uitvoeren.
Kanker is een veel voorkomende ziekte:
ongeveer 1 persoon op 3 in onze bevolking krijgt in de loop van zijn leven één of andere
vorm van kanker. Meestal gebeurt dit op oudere leeftijd: kanker is een opeenstapeling van
foutjes in de cel. Daarom noemt men kanker soms een ouderdomsziekte.
Ook dikdarmkanker is meestal een
ouderdomsziekte. De gemiddelde leeftijd waarop dikdarmkanker ontdekt wordt, is 70 jaar. De
kans om deze ziekte te krijgen wordt groter naarmate men ouder wordt.
In België heeft de gemiddelde persoon
ongeveer 2 à 3% kans om in de loop van zijn leven dikdarmkanker te ontwikkelen (Nationaal
Kankerregister, cijfers van 1995). Hierdoor neemt dikdarmkanker zowel bij mannen als bij
vrouwen een belangrijke plaats in op de lijst van frequent voorkomende kankers (na
longkanker en prostaatkanker bij mannen en borstkanker bij vrouwen).
Dikdarmkanker heeft, in tegenstelling tot
andere kankers, een voorstadium: de poliep. Poliepen zijn paddestoel-achtige uitgroeisels
in de dikke darm die op zich niet kwaadaardig zijn maar na verloop van tijd (dit proces
kan wel 10 jaar duren) toch kunnen ontaarden in kanker.
Via een darmonderzoek (coloscopie) kan men
deze poliepen opsporen. Hiervoor moet de darm eerst volledig schoongemaakt worden, door
middel van een vloeibaar dieet en laxeermiddelen. Dan brengt men langs de aars een dunne
buigzame buis, waarop een lichtje en een minuscuul cameraatje bevestigd zijn, in de darm.
Op deze manier kan men de dikke darm volledig onderzoeken. Eventuele poliepen worden
tijdens de coloscopie met een fijn tangetje weggehaald en worden daarna in het labo
onderzocht.
Als deze poliepen tijdig opgespoord en
verwijderd worden, kan men dikdarmkanker voorkómen. Daarom wordt aan iedereen aangeraden
om zich rond de leeftijd van 60 jaar te laten onderzoeken op poliepen.
Een verhoogd risico op
dikdarmkanker
Meestal komt er in een familie slechts één patiënt met dikdarmkanker voor: men spreekt
dan van sporadische dikdarmkanker. Bij ongeveer één vijfde van de patiënten met
dikdarmkanker blijken echter één of meer verwanten soortgelijke problemen (gehad) te
hebben. Soms komt dikdarmkanker ook op jongere leeftijd voor. In beide gevallen vermoedt
men dat er mogelijk een erfelijke aanleg bestaat voor het ontwikkelen van poliepen.
Vitamine D (bv. zonlicht,
levertraan en vette vis) in combinatie met een calciumkuur beschermt tegen dikke
darmkanker
Blijkens veschillende studieresultaten
gepubliceerd in Science d.d. 17 mei 2002, beschermt vitamine D tegen het krijgen van dikke
darmkanker. Overigens is al langer bekend dat vitamine D in combinatie met een calciumkuur
ook beschermt tegen borstkanker en prostaatkanker. Vitamine D activeert een enzym dat
bescherming biedt tegen het giftige galzuur lithocholzuur, dat algemeen als
kankerverwekkend wordt gezien. Lithochozol ontstaat als afbraakproduct van afbraak van
vetten en hiermee bewijzen indirect de onderzoekers volgens een artikel in de NRC van d.d.
18 mei 2002 dat een vetrijk dieet de kans op dikke darmkanker vergroot. Het is al veel
langer bekend dat hoe hoger de aanwezigheid van vitamine D in het bloed hoe groter de kans
op het krijgen van dikke darmkanker afneemt. Ik citeer een paar zinnen uit de NRC om
duidelijk te manen hoe dit proces werkt.
"De onderzoekers tonen aan dat de
receptoren voor vitamine D ook van belang zijn voor de bescherming tegen het
kankerverwekkende lithocholzuur. Deze receptoren zijn eiwitten op darmcellen waarmee
vitamine D een binding kan aangaan. Als zo'n binding tot stand komt, ontstaat in de cel
een soort kettingreactie die lithocholzuur afbreekt. Lithocholzuur blijkt zich aan deze
receptor te kunnen binden. Het bewerkstelligt daarmee zijn eigen afbraak. De receptor
functioneert daarom volgens de onderzoekers als een sensor die ervoor zorgt dat er in
aanwezigheid van lithocholzuur meteen een mechanisme in werking treedt om dit schadelijke
zuur af te breken."
Een 15-30 minuten met blote armen en benen
in de zon zitten/lopen is al voldoende voor een volledige dagdosis vitamine D. Als
Noord-Europeaan wel oppassen in zuidelijke landen omdat de zon daar een te sterke straling
heeft en een zonnebrandmiddel noodzakelijk is. Het risico op huidkanker wordt anders
namelijk verhoogd. Ook te lang in de felle zon met zonnebrandmiddel is gevaarlijk. Dus
gedoseerd genieten van de zon. Aanvullend kunt u ook levertraan of vette vis eten. Zie ook
het Houtsmullerdieet waarvan beide ingrediënten onderdeel zijn. Drie keer per week vette
vis, een eetlepel levertraan per dag en bakken in olijfolie bv. is erg goed voor uw
gezondheid en lijkt kankerremmend zo niet genezend te kunnen werken.
Bron: Science d.d. 17 mei 2002
Vogelvirus wekt afweer tegen dikke
darm kanker op
Leidse onderzoekers gaan een
kanariepokkenvirus gebruiken om een afweerreactie op te wekken tegen dikke darmkanker. Het
vogelvirus dat ze bij een selecte groep uitbehandelde patiënten zullen inspuiten is
voorzien van het gen voor het menselijke 'kankereiwit' p53. Hoewel het virus in kwestie
bekend staat als ongevaarlijk voor de mens, liegen de veiligheidsmaatregelen er niet om.
De voorbereidingstijd van het onderzoek was er dan ook naar: ruim drie jaar, vooral gevuld
met het wachten op toestemming. Nu is het wachten op de eerste geschikte patiënt.
Dat kanaries pokken kunnen krijgen weet
bijna niemand. Nog minder mensen weten waarschijnlijk, dat de veroorzaker van dit
kanarieleed na enig biotechnologisch geknutsel ingezet kan worden tegen kanker. Bij
mensen, welteverstaan. Op de afdeling Heelkunde van het LUMC zal er binnenkort een proef
mee gedaan worden. "In de wereld van de gentherapie is dit kanariepokkenvirus een
bekend hulpmiddel", vertelt onderzoeker dr. P.J.K. Kuppen. "De wilde vorm
veroorzaakt dodelijke ziekten bij allerlei vogelsoorten, maar is voor zoogdieren
ongevaarlijk. Wij gaan uitbehandelde darmkankerpatiënten behandelen met een afgezwakte
vorm van het virus, waarin een menselijk gen is ingebouwd. Niet om dat gen in de cellen
van de patiënt te brengen, zoals bij 'gewone' gentherapie, maar om het immuunsysteem te
stimuleren. Welbeschouwd is dit dus geen gentherapie, maar een nieuwe vorm van
immuuntherapie ter behandeling van kanker".
De hooggespannen verwachtingen die
gentherapie enkele jaren geleden losmaakte, zijn inmiddels enigszins getemperd. De
bedoeling van een dergelijke therapie is, om met behulp van een virus stukjes erfelijk
materiaal binnen te smokkelen in lichaamscellen. Zo'n stukje erfelijk materiaal kan dan
als vervanger dienen van een missend of afwijkend gen in de cellen van de patiënt, zo was
de gedachte. Mensen met een erfelijke afwijking zouden op die manier definitief genezen
kunnen worden. Inderdaad lukte het wetenschappers soms om de nieuwe genen in de cellen van
hun proefpersonen te krijgen. Het bleek echter niet eenvoudig om voldoende cellen te
bereiken. Bovendien waren de positieve effecten slechts van korte duur, doordat
geïnfecteerde cellen al snel opgeruimd werden. Kuppen: "Door een virus in te spuiten
roep je een afweerreactie op. Dat is erg vervelend in het geval van gentherapie, omdat
juist de cellen waarbij je in je opzet geslaagd bent daardoor om zeep geholpen worden. Je
kunt hetzelfde principe echter ook in een voordeel omzetten: als je het gebruikt om het
afweersysteem te manipuleren. Dat is wat wij nu gaan proberen".
Afweerreactie tegen kankereiwit
Het idee is vrij simpel: vind een kenmerk
dat kankercellen wel hebben en gewone cellen niet. Bouw een virus om, zodat het de
erfelijke informatie voor dat kenmerk heeft en spuit het in bij de patiënt. Het virus zal
door antigeenpresenterende cellen van het immuunsysteem onderschept worden, waarna die de
erfelijke informatie vertalen in een eiwit. Vervolgens instrueren ze hun celdodende
collega's om voortaan op de betreffende eigenschap te letten. De kankercellen zullen dan
te lijden krijgen van aanvallen door immuuncellen, die hen aan de hand van dit kenmerk
identificeren. In het gunstigste geval leidt dat tot het verdwijnen van al het
tumorweefsel. Met andere woorden: tot genezing van de patiënt.
Het kenmerk waar de onderzoekers hun virus
van hebben voorzien, is paradoxaal genoeg een eiwit dat in elke menselijke cel voorkomt.
Het draagt de naam p53 en speelt een sleutelrol bij het herstel van DNA-schade. Is de
schade te groot om nog te herstellen, dan wordt in een normale cel een zelfmoordmechanisme
in werking gezet. Alweer is p53 daarbij onmisbaar. In kankercellen is de genetische
informatie zodanig gewijzigd, dat dit systeem niet meer werkt. De structuur van p53 is er
veranderd, waardoor het zijn taken verzaakt. Toch is het eiwit in de normale vorm in het
virus ingebouwd. Waarom willen de onderzoekers de agressie van het immuunsysteem eigenlijk
richten op een overal voorkomend eiwit? Kuppen: "In een normale cel is p53 zo
instabiel, dat er bijna niets van aanwezig is. De vorm die bij de kankercellen voorkomt,
is veel stabieler, waardoor het zich ophoopt in de cel. Een van de verschillen tussen de
kankercellen en gezonde cellen is dus de hoeveelheid p53. Door nu een afweerreactie tegen
cellen met dat eiwit op te roepen, denken we de kankercellen te laten opruimen. We hopen
dat het afweersysteem de gezonde cellen, die maar nauwelijks p53 bevatten, met rust zal
laten". Hij vertelt er bij, dat het deel van het eiwit waar de afweer zich op zal
richten ook bij de kankercellen niet gewijzigd is. Alle vormen zullen dus in gelijke mate
door de celdodende T-cellen worden herkend; het is alleen de hoeveelheid die voor een cel
het verschil tussen leven en dood zal betekenen. Kuppen: "Een vaccinatie specifiek
tegen een gewijzigde vorm van p53 is niet haalbaar, omdat de fouten die in het eiwit
voorkomen bij iedere patiënt weer anders zijn. Dan zou je dus voor elke patiënt een
nieuw virus moeten bouwen. Dat duurt veel te lang en is heel duur. Bovendien is het niet
nodig. Onderzoek van een promovendus bij de afdeling immunohematologie, drs. Vierboom,
heeft dat althans heel aannemelijk gemaakt. Hij spoot muizen in met gekweekte celdodende
T-cellen, die gericht waren tegen onveranderd p53. De muizen hadden tumoren met
eenoverexpressie van p53, die volledig opgeruimd werden door de T-cellen. En, heel
belangrijk, dat gebeurde zonder dat de normale weefsels schade opliepen".
Overigens zitten niet bij alle patiënten
de tumorcellen vol met p53. In sommige gevallen is de genetische informatie van de
kankercellen zodanig in de war geraakt, dat het eiwit juist helemaal niet meer gemaakt
wordt. Patiënten waarbij dat het geval is, kunnen aan het onderzoek niet meedoen, vertelt
Kuppen.
Bedrijfsleven onmisbaar
Het initiatief voor dit onderzoek, dat nu
op het punt staat te starten, kwam ongeveer drie jaar geleden van prof. dr. C.J.M. Melief,
het hoofd van de afdeling Immunohematologie en Bloedbank van het LUMC. Na contact met het
Franse bedrijf Pasteur Mérieux, dat gespecialiseerd is in de productie van vaccins,
klopte hij bij de afdeling Heelkunde aan. Prof. C.J.H. van de Velde van deze afdeling was
enthousiast en besloot in zee te gaan met de fabrikant. Kuppen: "Voor dit soort
trials zijn we gebonden aan samenwerking met het bedrijfsleven. Op eigen houtje is zoiets
vanwege de hoge kosten absoluut niet haalbaar. De Fransen betalen in dit geval het hele
onderzoek. Ze hopen uiteraard dat ze dat geld in de toekomst terug kunnen verdienen met
een succesvol vaccin". Dat vaccin zou gebruikt kunnen worden om mensen na operatief
verwijderen van de tumor verder te behandelen. Kuppen ziet ook een mogelijke toepassing
als preventieve behandeling van mensen die tot een genetische risicogroep behoren:
"Bijvoorbeeld mensen met een mutatie in het recent ontdekte APC-gen. Die hebben een
heel grote kans om al op jonge leeftijd colorectale kanker te ontwikkelen. In zo'n geval
werkt de methode dus ongeveer net zo als een inenting tegen besmettelijke ziekten".
Heelkunde lijkt misschien niet de meest
voor de hand liggende afdeling om een onderzoek naar immuuntherapie tegen kanker te
starten. Toch is dat niet zo vreemd, verklaart Kuppen: "Chirurgen hebben veel met
kanker te maken, want het wegsnijden van de tumor is bijna altijd de meest effectieve
behandeling. Dat gaat vrijwel zonder uitzondering in combinatie met andere therapieën.
Een combinatie van chirurgie en vaccinatie als uiteindelijke behandelingsvorm is heel goed
voorstelbaar. Vandaar dat we hier veel belangstelling hebben voor immuuntherapie".
Veiligheid getest op apen
Zelf is Kuppen geen arts, maar een
onderzoeker die speciaal bij Heelkunde is aangesteld om immuuntherapie tegen kanker te
ontwikkelen. Het idee van Melief was een kolfje naar zijn hand. Onderzoek doen vereist
echter meer dan een idee. In dit geval veel meer: gentherapie is een gevoelig onderwerp en
de regelgeving eromheen staat nog in de kinderschoenen. Bij het regelen van de benodigde
vergunningen hadden de onderzoekers vooral te maken met de ministeries van VROM en van
VWS. "De communicatie tussen die twee verliep niet altijd even vlekkeloos",
vertelt Kuppen met een ironische glimlach. "De COGEM (Commissie Genetische
Modificatie - EV) houdt namens het ministerie van VROM toezicht op de milieuveiligheid.
Bij VWS hadden we te maken met de KEMO, de Kerncommissie Ethiek Medisch Onderzoek. Er is
veel overlap in de eisen die ze stellen. Je kunt je wel voorstellen dat het lang kan duren
voor je toestemming hebt als je steeds je onderzoeksplan heen en weer moet sturen, telkens
aangepast aan het commentaar van één van de commissies. Mevrouw. Kampert van de dienst
Veiligheid, Straling en Milieu van het LUMC heeft ons daar erg goed in bijgestaan. Dat we
toestemming van de KEMO nodig hadden was overigens wel een tegenvaller; aan het begin van
het traject bestond die nog helemaal niet. Minister Borst vond echter dat ze het toetsen
aan ethische normen in het geval van gentherapie niet aan de lokale medisch-ethische
commissies kon overlaten, omdat die te weinig specifieke kennis in huis hadden. We moesten
dus toestemming zien te krijgen van een commissie die nog in de opstartfase verkeerde. Dat
heeft de boel flink vertraagd". Overdreven dus, zoveel regelgeving? Nee, die woorden
wil Kuppen niet in de mond nemen. De veiligheidseisen zijn weliswaar erg streng en kunnen
misschien later versoepeld worden, maar hij kan wel begrijpen dat men het zekere voor het
onzekere wil nemen, ook met het oog op het publiek. Dat staat nogal huiverig tegenover
alles wat met genetische modificatie te maken heeft.
Uiteindelijk hebben alle commissies versie
6.0 van het onderzoeksvoorstel goedgekeurd. Daar ging niet alleen een halve meter
correspondentie aan vooraf, zegt Kuppen, maar ook onderzoek. De veiligheid van het
gewijzigde virus is getest op gezonde resusapen in het Primatencentrum te Rijswijk.
"Die kregen een tien keer hogere dosis ingespoten dan we bij de komende
patiëntenstudie van plan zijn. Daarna zijn ze helemaal uit elkaar gehaald op zoek naar
negatieve gezondheidseffecten van het virus. Die zijn niet gevonden. Uit studies met
muizen bleek bovendien dat tumoren kleiner kunnen worden na toediening van het virus.
'Genezing is nog geen doel'
Nu is dus de tijd gekomen voor de eerste
toepassing op mensen. Sinds 1 juni is drs. A.G. Menon bij het onderzoek betrokken als
'studiecoördinator'. De eerste maanden hield hij zich vooral bezig met het schrijven van
het definitieve onderzoeksprotocol (hij laat een vuistdikke stapel papier zien), maar
straks zal hij de arts zijn die het patiëntengedeelte van het onderzoek voor zijn
rekening neemt. In totaal zullen vijftien patiënten de experimentele therapie ondergaan.
Het eerste doel is uitdrukkelijk niet genezing, maar het vaststellen of er schadelijke
effecten optreden. Dat krijgen de patiënten die voor het onderzoek benaderd worden ook
duidelijk te horen, zegt Menon. "Het gaat om patiënten met dikke darmkanker, bij wie
een standaardbehandeling geen soelaas meer biedt. Vaak hebben ze uitzaaiingen, vooral in
de lever en de longen. Die categorie patiënten zal misschien geneigd zijn om zo'n
onderzoek als laatste strohalm aan te grijpen. Dat mogen en willen we niet stimuleren. We
zeggen dat we een genezend effect niet verwachten, maar ook niet kunnen uitsluiten. Ik kan
me dus wel voorstellen dat patiënten meedoen met de gedachte: 'je weet maar
nooit...'". Kuppen vult aan: "Vaak doen mensen ook aan zo'n onderzoek mee om een
bijdrage te leveren aan de vooruitgang in het onderzoek. 'Is het niet voor mezelf, dan wel
voor degenen die na mij komen', dat idee". Menon verwacht dat er in principe
voldoende kandidaten zullen zijn voor deze studie. Dikke darmkanker is een vorm van kanker
die veel voorkomt: het is bij mannen en vrouwen de tweede kankergerelateerde doodsoorzaak.
Deelnemende patiënten worden in drie
groepen verdeeld, die een oplopende hoeveelheid virus in hun bloedbaan ingespoten zullen
krijgen. Ondertussen wordt nauwkeurig in de gaten gehouden hoe hun lichaam daarop
reageert. Menon: "Voor elke patiënt vullen we een heel boek in. Voor de toediening
moet er al veel gebeuren, anders kun je natuurlijk niet vaststellen dat er iets veranderd
is. De deelnemers krijgen in totaal drie maal het virus toegediend, waarbij ze telkens een
etmaal opgenomen zullen worden. Daarnaast zullen ze een aantal keren op de polikliniek
onderzocht worden". De begeleiding van de patiënten is in handen van
researchverpleegkundige M.G. Kallenberg. Researchverpleegkundige? Kallenberg: "Ik ben
speciaal aangesteld voor dit soort onderzoek, met name om als intermediair te dienen
tussen artsen, onderzoekers, patiënten en verpleegkundigen. Verder ben ik samen met de
studiecoördinator verantwoordelijk voor het opzetten en uitvoeren van het
onderzoek".
Menon en Kallenberg zullen de
veiligheidsmaatregelen tijdens het onderzoek aan den lijve ondervinden. Om verspreiding
van het virus te voorkomen dragen ze een schort met lange mouwen, met daaroverheen nog een
oranje jas. Een bril, een baret en een mondkapje maken de bescherming af. Voor de
patiënten zal het een vreemde aanblik bieden: de onderzoekers hebben zo aangekleed veel
weg van reusachtige kanaries.
[Bron: Lumc.nl]
Internationaal
Is the Government Increasing Your Risk
for Colon Cancer?
Plea by co-author of JAMA report that folic acid supplements do not prevent colon cancer
but may increase risk
Uveal melanoma patients at higher
risk for colon cancer
Uveal melanoma is the most common intraocular cancer in adults. This study involved 130
uveal melanoma patients who provided their extended family medical histories. Results
showed that a small, but significant, number of uveal melanoma patients and their families
are at higher risk for development of other cancers, most significantly colon cancer.
A treatment which slows the growth
of colon and liver cancers
Leire García Navarro, a researcher at the School of Pharmacy of the University of
Navarra, has developed a new treatment which slows the growth of colon and liver cancers.
The Womens Health Initiative Randomized Controlled Dietary Modification Trial was
designed to study a low-fat diet, a nutritional approach to prevention of chronic diseases
that was considered promising. The negative findings from the trial were both unexpected
and disappointing to nutrition authorities. The authors public responses to the
findings articulated an unwillingness to believe the finding that a low-fat diet did not
prevent breast or colon cancer or heart disease. The negative results should stimulate
work on alternate hypotheses, and reconsideration of the long-standing proscription
against dietary fat.
The use of bran (cereal fibre) for the treatment of colon cancer must be one of the most
perverse aspects of 'healthy eating' as it appears that bran may actually be a major cause
of the complaint.
Low Intake of Vitamin B-6 Is
Associated with Increased Risk of Colorectal Cancer in Japanese Men
Our results support previous evidence that low vitamin B-6 intake is associated with an
increased risk of colorectal cancer. In particular, a higher intake of vitamin B-6 appears
beneficial in men with higher alcohol intake.
New technique effective in closing
accidental colonoscopy wounds
In a series of animal studies, researchers at the University of Texas Medical Branch at
Galveston have developed a technique for closing colonoscopy-caused perforations promptly
after they are recognized by using clips or sutures that can be inserted through the anus
via endoscope, thus avoiding invasive surgery.
Study reveals aspirin's colorectal
cancer prevention mechanism
Aspirin therapy's ability to reduce the risk of colorectal cancer, seen in a large number
of studies, appears to depend on the drug's inhibition of the COX-2 enzyme, the action
that also underlies aspirin's usefulness for treating pain and inflammation. Investigators
from Massachusetts General Hospital, Dana-Farber Cancer Institute and Brigham and
Womens Hospital have found that regular aspirin intake only reduced the incidence of
colorectal tumors that overexpress COX-2.
Colon cancer is the second leading cause of cancer death in the United States, and the No.
1 cause of cancer death among non-smokers. More than 150,000 Americans will be diagnosed
with colon cancer this year, and 52,000 will die from the disease.
Study calls virtual colonoscopy most
cost-effective colon cancer screening test
A new study says targeting smaller (¡Ü5 mm) lesions does little to significantly reduce
the incidence of colorectal cancer (CRC) and, in fact, results in extremely high financial
costs and a large proportion of adverse events. Published in the June 1, 2007 issue of
CANCER, a peer-reviewed journal of the American Cancer Society, a cost-benefit analysis
study says the low malignancy rate among so-called diminutive polyps gives virtual
colonoscopy with removal of lesions 6 mm or greater the best estimated value per life year
gained and with fewer complications.
Effective screening through increased use of any of several available tests is the key to
reducing deaths from colorectal cancer, the third leading cause of cancer death in both
men and women. Despite the availability of effective screening tests, screening rates
remain low and CRC-related deaths remain high.
Optical colonoscopy (OC) and flexible sigmoidscopy (FS) have been the primary screening
tools for the last few decades but are associated with complications ¨C from abdominal
pain to life-threatening bowel perforation and bleeding. Virtual colonoscopy, or CT
colonography (CTC), has arisen as a potentially effective CRC screening tool. Using x-rays
and imaging software to develop two- and three-dimensional images of the gastrointestinal
tract, it has fewer adverse effects and is better tolerated by patients. Recent studies
using new methods have demonstrated that the test is very sensitive for CRC and could be
an effective screening option for patients.
Researchers believe they have discovered by chance a new way to fight colorectal cancer,
and potentially cancers of the esophagus, liver and skin. Early work shows that a group of
compounds called peroxisome proliferator-activated receptor-gamma (PPAR?) inhibitors may
have an unexpected cancer-fighting effect, according to research published today in the
journal International Cancer Research. Furthermore, the new studies suggest that PPAR?
inhibitors act through some of the same mechanisms as the blockbuster chemotherapy Taxol,
but with key differences.
Genetic analysis enables
personalising of treatment of cancer of the lung and colon and of certain sarcomas
Genetic analysis has enabled the personalising of the pharmaceutical treatment of patients
with cancer, enhancing thereby therapeutic efficacy and minimising possible toxicity. In
concrete, the Biotechnology Laboratory team at the University Hospital (University of
Navarra), in close collaboration with the Pharmacogenomics laboratory at the Centre for
Applied Medical Research (CIMA) of the same University, undertook these analyses
predictive of responses to pharmaceutical drugs in patients with cancer of the lung, the
colon and certain types of sarcoma.
Research into the mutations of a gene known as EGFR that can be found altered in lung
cancer may help to determine the response of a new group of pharmaceutical the
tyrosine quinase inhibitors of the epidermic growth factor receptor. Also, the presence of
genetic changes in specific fragments of PDGFR-alfa genes as well a sin the c-kit gene can
pinpoint which treatment is likely to be more efficacious in certain gastrointestinal
sarcomas. In this respect, the Department of Oncology at the University Hospital
(University of Navarra) and the Centre for Applied Medical Research (CIMA) of the same
University are collaborating in the identification of these genetic changes based on the
study of the tumour prior to the application of treatment in the patient.
We are currently analysing genetic changes which will help us define the parameters needed
to interpret what the best set of pharmaceutical drugs might be to act on certain tumours,
particularly cancers of the lung, of the colon and sarcomas.
1 surgery better than 2 for some
colorectal cancer patients
A single surgery to remove cancer from both the colon and the liver to which it has spread
may be better in some cases than the current standard treatment of two separate surgeries
with chemotherapy in between, according to a study led by Duke University Medical Center
researchers.
Bleeding during endoscopy - Do
anti-inflammatories play a role?
Does an aspirin-a-day increase the risk of bleeding during invasive diagnostic procedure?
This is an important concern for many patients who take these and other antiplatelet
agents in an effort to reduce heart attacks or strokes. Researchers at the MUHC have shown
that antiplatelet drugs do not contribute to post-endoscopic bleeding. Their findings are
published in this month's issue of Alimentary Pharmacology and Therapeutics.
In a study to be published in the Proceedings of the National Academy of Sciences, {PNAS
Online Edition Feb. 20-23, 2007} led by Zhenghe John Wang, Ph.D., Assistant Professor,
Department of Genetics at Case Western Reserve University School of Medicine and Case
Comprehensive Cancer Center, researchers have identified a cell pathway which plays a
critical role in the development of colon cancer. This pathway may also play a role in the
development of lung and stomach cancers.
Improved Stool-Based Test Could
Boost Colon Cancer Screening
More convenient and less invasive tests are needed in order to increase colorectal cancer
screening rates in the United States, researchers say, and a type of fecal sampling test
may be ideal. The fecal sampling test, called I-FOBT, was approved by the U.S. Food and
Drug Administration in 2001, but is used infrequently by doctors, said Dr. Thomas
Imperiale.
Omega-3 again linked to lower
colorectal cancer risk
Increased intake of omega-3 fatty acids may cut the risk of colorectal cancer in men by a
whopping 66 per cent, but only in men not taking aspirin, suggests new research.
Estrogen study provides new impetus
for development of colon cancer drugs
The female hormone estrogen may hold important clues for scientists working on new
therapies for colon cancer, a study by Dana-Farber Cancer Institute researchers suggests.
Using data from a long-running study of women's health, the investigators found that
postmenopausal women with colon cancer lived longer and had less likelihood of dying of
the disease if they had been taking estrogen supplements within five years of their
diagnosis. In this new study, published in the Dec. 20 issue of the Journal of Clinical
Oncology, investigators examined the effect of estrogen use on the survival of older women
already diagnosed with the disease.
The rate of new or missed colorectal cancers in patients undergoing colonoscopy is
influenced by where the screening procedure takes place and by who performs the exam,
Canadian researchers report. Cancers are more likely to be missed when the colonoscopy is
performed in an office setting, instead of a hospital, and by an internist or family
physician, instead of a gastroenterologist or surgeon.
Rates of New or Missed Colorectal
Cancers After Colonoscopy and Their Risk Factors
Because having an office colonoscopy and certain patient, procedure, and physician
characteristics are independent risk factors for new or missed CRC, physicians must inform
patients of the small risk (2% to 6%) of these cancers after colonoscopy. The influence of
type of physician and setting on the accuracy of colonoscopy, potentially modifiable risk
factors, warrants further study.
Blueberries Contain Chemical That
May Help Prevent Colon Cancer
A compound found in blueberries shows promise of preventing colon cancer in animals,
according to a joint study by scientists at Rutgers University and the U.S. Department of
Agriculture. The compound, pterostilbene, is a potent antioxidant that could be developed
into a pill with the potential for fewer side effects than some commercial drugs that are
currently used to prevent the disease. [Ben Licher]
Study identifies a common genetic
risk factor for colorectal and prostate cancer
A study led by researchers at the Keck School of Medicine of the University of Southern
California has found that one of seven genetic risk factors previously identified as
increasing the probability of developing prostate cancer also increases the probability of
developing colorectal cancer.
Israeli scientists report major
advance in search for genes associated with colon cancer
An international team of researchers is reporting on a 10-year study of colon cancer among
Israeli Jews and Arabs. The researchers, led by a team from the University of Michigan
Comprehensive Cancer Center, discovered a genetic marker that increased a person's risk of
colon cancer by 23 percent. At the same time, three other research teams are reporting
similar findings involving the same gene, strengthening the likelihood that this
particular marker plays a role in colon cancer.
To avoid colon cancer, eat more
fruit, study finds
The people who recalled eating large or moderate amounts of meat were 70 percent more
likely to have had a polyp than those who said they ate a lot of fruit but little meat.
Jefferson Scientists Uncover Gene
Mutation that Cuts Colon Polyps, May Suppress Cancer
Cancer biologists at the Kimmel Cancer Center at Jefferson have found a gene mutation that
can dramatically reduce the number of colon polyps that develop, and in turn, potentially
cut the risk of cancer. In experiments with mice genetically prone to develop polyps,
researchers discovered that animals carrying one copy of the damaged gene, Atp5a1, had
about 90 percent fewer polyps in the small intestine and colon. Because people with large
numbers of such polyps are at significantly higher risk to develop colon cancer, the
finding may provide new ways to diagnose, prevent and treat colon cancer, the scientists
say. They report their findings March 22, 2007 online in the journal Genome Research.
Type of fat important in reducing
colorectal cancer risk
Greater intake of omega-3 fatty acids, EPA, and DHA were dose-dependently associated with
reduced colorectal cancer risk. Participants whose omega-3 intake was in the top
one-fourth of participants experienced a 37 percent lower risk of colorectal cancer than
those who intake was in the lowest quarter, while having EPA and DHA in the top fourth was
associated with a 41 and 37 percent lower risk.
Long-term physical activity decreased colon cancer risk for postmenopausal women in
California Teachers Study. Los Angeles, Calif-Life-long physical activity may reduce colon
cancer risk for postmenopausal women who have never used hormone therapy, a USC-led study
suggests.
Scientists identify a gene that may
suppress colorectal cancer
In Genome Research, a husband-and-wife research team from Thomas Jefferson University
report the discovery of a gene that, when mutated, may suppress colorectal cancer. To
conduct the study, the researchers used a strain of mice that develop polyps, or small
growths of tissue, in the digestive tract -- the harbingers of cancer. When these mice
possessed one copy of the mutated gene, the incidence of small intestinal and colon polyps
were reduced by about 90 percent.
People who consume relatively high levels of calcium and dairy products and take vitamin D
supplements seem to be protected to some degree against colorectal cancer, researchers
have found. [Ben Licher]
Prebiotic Inulin Boosts Bacteria and
Reduces Colon Cancer Linked Enzyme Study
The double-blind, randomized, placebo-controlled study, found that after four weeks of
consuming 2.5 grams of inulin twice daily, there was a 10-fold increase in counts of
beneficial Bifidobacteria among healthy volunteers.
Eating blueberries slashes colon
cancer risk by 57 percent
A compound found in blueberries shows promise of preventing colon cancer, according to a
new study. Scientists at Rutgers University and the U.S. Department of Agriculture
conducted a joint study on animals, and found that the compound -- called pterostilbene --
lessened pre-cancerous lesions and inhibited genes involved in inflammation. Researchers
presented the study at the American Chemical Society's annual meeting in March.
Scientists develop new drugs to
fight colon and breast cancer more effectively
A new technique called "microarrays" was used in this study, which enables the
identification of the specific effects produced by drugs on each human gene. The study,
conducted in the Department of Human Anatomy and Embryology at the University of Granada,
looked at six new compounds which reduce the side effects of cancer treatment. Results
available in Tetrahedron.
Common cancer gene sends death order
to tiny killer
Scientists at Johns Hopkins have discovered one way the p53 gene does what it's known for
-- stopping the colon cancer cells. Their report will be published in the June 8 issue of
Molecular Cell.
CT colonoscopy has 90 percent
agreement rate with optical colonoscopy
Nearly 90 percent of colon polyps greater than or equal to six mm in size detected at CT
colonoscopy were demonstrated to represent true polyps at subsequent optical colonoscopy
(the traditional method of viewing the colon and removing precancerous growths), according
to a new study by researchers from the University of Wisconsin Hospital and Clinics in
Madison, Wis.
Physiological differences between men and women may contribute to differential tumor
development and progression in colon cancer patients, a study led by researchers at the
University of Southern California suggests.
Stanford researchers find stem cells
in colorectal tumors
Researchers at the Stanford University School of Medicine have identified the cancer stem
cells that propagate tumors in colon and rectal cancer, a discovery that could lead to
improved treatment of this deadly cancer.
Diet may influence survival after
treatment for stage III colon cancer, study suggests
Patients with stage III colon cancer who have undergone surgery and chemotherapy with the
goal of cure may have a higher risk of relapsing and dying early if they follow a
predominantly "Western" diet of red meat, fatty foods, refined grains and
desserts, according to research led by investigators at Dana-Farber Cancer Institute in
Boston. The findings were presented at the American Society of Clinical Oncology's annual
meeting in Chicago.
Scientists develop new drugs to
fight colon and breast cancer more effectively
A new technique called "microarrays" was used in this study, which enables the
identification of the specific effects produced by drugs on each human gene. The study,
conducted in the Department of Human Anatomy and Embryology at the University of Granada,
looked at six new compounds which reduce the side effects of cancer treatment. Results
available in Tetrahedron.
Researchers at the University of Michigan Comprehensive Cancer Center are beginning a
study to look at whether diet can impact a persons risk of developing colon cancer.
Specifically, the researchers will compare a Mediterranean diet high in olive oil,
nuts and fish with a standard healthy eating plan.
Diet May Influence Survival After
Treatment For Stage III Colon Cancer, Study Suggests
Patients with stage III colon cancer who have undergone surgery and chemotherapy with the
goal of cure may have a higher risk of relapsing and dying early if they follow a
predominantly "Western" diet of red meat, fatty foods, refined grains, and
desserts, according to research led by investigators at Dana-Farber Cancer Institute in
Boston. The findings were presented at the American Society of Clinical Oncology's annual
meeting in Chicago.
New findings from a study led by a Mayo Clinic rheumatologist indicate that men with knee
osteoarthritis who smoke experience greater cartilage loss and more severe pain than men
who do not smoke. Results will be published online this week in the Annals of the
Rheumatic Diseases. Knee osteoarthritis is one of the leading causes of disability in
elders. "This is a novel finding," says Shreyasee Amin, M.D., Mayo Clinic
rheumatologist and lead study researcher. "Previous studies showed no association
between cigarette smoking and knee osteoarthritis or even a protective effect of
smoking." The finding that cigarette smoking plays a role in the worsening of knee
osteoarthritis is important, says Dr. Amin, as it is a potentially modifiable risk factor.
Targeted lymph node examination
improves staging of colon cancer
Examining more carefully the lymph nodes to which colorectal cancer is most likely to have
spread may improve the accuracy of colon cancer staging and spare some patients the cost
and toxicity of chemotherapy.
One of the earlier indications that the international variation in colon cancer incidence
might be attributed to differences in dietary habits, especially meat and fat consumption
was given in the cross-sectional studies of Drasar and of Armstrong. At the population
level, colon cancer incidence was highly correlated to daily meat consumption. Later, a
possible association between meat consumption and colon cancer was assessed in analytical
epidemiological studies, which have the advantage that exposure to dietary variables and
responses can be individually related. In recent reviews of the case-control studies
concerning meat and colorectal cancer, it was reported that in the majority of these
studies a positive association between meat consumption and colon cancer risk was found.
Report calls for using heated
chemotherapy after colon cancer surgery to optimize patient survival
There is new hope for some of the most seriously ill colon cancer patients today,
following the release of a consensus statement by 72 leading oncology surgeons from 14
countries, including the United States. The Peritoneal Surface Malignancy Group (PSMG),
including doctors from the University of Pittsburgh Medical Center, Baylor University
Medical Center in Dallas; H. Lee Moffitt Cancer Center in Tampa; Walter Reed Army Medical
Center in Washington; and St. Agnes Hospital in Baltimore, has concluded that surgery,
followed by heated chemotherapy delivered through the lower abdomen of the patient before
leaving the operating room, may significantly increase the life expectancy for patients
with Stage IV colorectal cancer.
Low folate diets found to increase
risk of colorectal cancer
A new study by scientists at the MUHC has revealed that a diet low in folate may increase
the risk of developing colorectal cancer. Published in the scientific journal Cancer
Research today, the study not only illustrates a way to prevent the disease but also
provides further insight into the mechanisms of the disease, which could lead to novel
therapies. Using animal models, the MUHC study is the first to demonstrate directly that
diets low in folate cause colorectal cancer, and follows on the heels of earlier research
by the same team that revealed how high folate diets can protect against heart
disease."This research, which is consistent with previous epidemiological studies in
humans, demonstrates a clear link between low dietary folate and the initiation of
colorectal cancer in animal models," says Dr. Rima Rozen, Scientific Director of the
Montreal Children's Hospital, Deputy Scientific Director of the MUHC, and lead
investigator in the study. "None of the mice fed a control diet developed tumours
whereas 1 in 4 mice on the folate-deficient diet developed at least one tumour."
Arizona Cancer Center researchers
discovering how a high fiber diet may be more effective at preventing colon cancer in men
than in women
A collaborative effort between the Arizona Cancer Center and the National Cancer Institute
to understand the influence of diet on recurrence of colorectal adenomas - a precursor to
cancer - indicates that a high fiber diet may be more important for men than women.
Although the reason for a sex difference is unknown, researchers suggest that it may be
related to hormonal effects or the difference between the sexes in location of polyp
formation.
Johns Hopkins Kimmel Cancer Center scientists have completed the first draft of the
genetic code for breast and colon cancers. Their report, published online in the September
7 issue of Science Express, identifies close to 200 mutated genes, now linked to these
cancers, most of which were not previously recognized as associated with tumor initiation,
growth, spread or control. Just as sequencing the human genome laid the groundwork
for subsequent research in genetics, these data lay the foundation for decades of research
on colon and breast cancers, says Victor Velculescu, M.D., Ph.D., assistant
professor of oncology at the Johns Hopkins Kimmel Cancer Center.
Scientists at the Institute of Food Research have discovered that tissue that is
apparently normal in patients with bowel cancer behaves differently from that of healthy
people.
Bowel cancer is the third most common cancer and causes over 16,000 deaths in the UK each
year. These results, published today (1st July) in the US journal Cancer Research, have
important implications for how cancer research is carried out and could lead to a greater
understanding of how diet and environmental factors contribute to causing this type of
cancer, highlighting new strategies for prevention and treatment.
Whereas previous research in this area has tended to focus on the tumour itself, this
study in collaboration with researchers from Newcastle University and Wansbeck Hospital in
Northumberland, concentrates on changes found in the non-tumour bowel tissue in cancer
patients that appears normal.
This is a different approach to cancer research, with the emphasis being on
prevention rather than treatment says Prof Ian Johnson who led the research,
Previous studies compare tumour tissue with non-tumour tissue from the same patient.
This is the first study that has compared apparently normal tissue from cancer patients
with tissue from healthy subjects to see which factors predispose certain people to bowel
cancer. The next step is to find out how abnormal levels of particular proteins contribute
to the development of cancer.
The scientists compared the levels of proteins present in tissue taken from nine patients
with colorectal cancer, nine patients with polyps and thirteen healthy subjects. http://www.ifr.ac.uk/media/NewsReleases/060630cancer.html
Unlocking Colon Cancer with Key of
Prevention
An international team of scientists reports that a single 400-milligram daily dose of
celecoxib, commonly called Celebrex® and manufactured by Pfizer, significantly reduced
recurrence of adenomas, or pre-malignant colon tumors - within three years of previous
adenoma removal.
The New England Journal of Medicine today published findings from the Prevention of
Spontaneous Adenomatous Polyps (PreSAP) study, involving more than 1,550 participants at
107 sites in 32 countries on six continents. The study was led by Nadir Arber, M.D., chair
of the Integrated Cancer Prevention Center and professor of medicine and gastroenterology
at the Tel Aviv Sourasky Medical Center, and Bernard Levin, M.D., vice president of Cancer
Prevention and Population Sciences at The University of Texas M. D. Anderson Cancer
Center.
Online questionnaire helps determine
patients' probability of having gene mutations linked to colon cancer
Researchers at Brigham and Women's Hospital and Dana-Faber Cancer Institute have developed
an online questionnaire to help physicians determine whether patients at risk for colon
cancer are likely to carry mutations in two genes linked to the most common hereditary
form of the disease.
Study Finds Stool Testing Novel Technique
for Detecting Colon Cancer
Researchers at Mount Sinai School of Medicine have found that an improved version of the
non-invasive fecal DNA (fDNA) test to screen for colon cancer (CRC) demonstrates a higher
sensitivity for detecting cancers of the colon.
This is an exciting achievement for this technology. Fecal DNA testing has already shown
promise for non-invasive tool for colon cancer detection. But, we can now say this test is
more sensitive which ultimately means better results for the clinician and the patient.
Better tests mean greater detection and less loss of life, said Steven Itzkowitz,
M.D., Professor and Associate Director of Gastroenterology at The Mount Sinai Medical
Center. The fact that the new version of the test includes fewer markers makes the
new test even easier to perform.
Jefferson Researchers Uncover Genetic
Signature that Predicts Colon Cancer
Researchers at Jefferson Medical College in Philadelphia have uncovered a genetic
signature that accurately identifies colon cancer--a key, they hope, to better
understand how the cancer develops. Colon cancer may begin when processes that regulate
adult stem cells in the colon go awry. A handful of stem cells lie in the bottom of tiny
tube-like crypts in the epithelium (or lining) of the colon. Stem cells
produce daughter cells that proliferate, eventually making their way to the top of the
crypt, where they become specialized colon cells. Simply put, mutations in the stem cells
lead to mutant daughter cells and cancer.
Jefferson Scientists Reveal New
Mechanism That Causes Spread of Colorectal Cancer
Researchers have known for years that the enzyme MMP-9 plays a key role in the spread of
colorectal cancer. Now, scientists at Jefferson Medical College in Philadelphia have found
out how the enzyme helps initiate the process, known as metastasis. Their discovery of a
new molecular mechanism by which MMP-9 promotes cancer spread may provide a new target at
which to aim anti-metastasis drugs.
Meat Found to Elevate, Fish to Lower
Colorectal Cancer Risk
Those who like to eat ham and brats every day, significantly increase their risk of
getting colorectal cancer. In contrast, if fish is a regular part of ones diet,
colorectal cancer risk is lowered. Earlier investigation results had already suggested
these interrelations. The evaluation of a study with about half a million participants has
now confirmed the hypothesis.
Those who like to eat ham and brats every day, significantly increase their risk of
getting colorectal cancer. In contrast, if fish is a regular part of ones diet,
colorectal cancer risk is lowered. Earlier investigation results had already suggested
these interrelations. The evaluation of a study with about half a million participants has
now confirmed the hypothesis.
Study participants from ten European countries have been questioned about their dietary
habits and lifestyles since 1992 in a study named EPIC (European Prospective
Investigation into Cancer and Nutrition). These data are studied in relation to the
incidence of new cancer cases among participants. EPIC study centers in Germany are: the
German Cancer Research Center (Deutsches Krebsforschungszentrum, DKFZ), Heidelberg, and
the German Institute of Human Nutrition (Deutsches Institut für Ernährungsforschung
Potsdam-Rehbrücke, DIfE).
Epidemiologists of the International Agency for Research on Cancer (IARC) in Lyon, France,
which coordinates EPIC, jointly with colleagues from other EPIC study centers, have now
published results on the relationship between meat and fish consumption and colorectal
cancer risk. The analysis is based on 1.329 cases of rectal and colon cancer that have
been newly diagnosed among participants since the study was started.
Study subjects who had eaten a lot of what is called red meat (i.e., pork,
beef, veal, and lamb) or such meat products were diagnosed with colorectal cancer more
often than persons who ate only little of it. With fish, things are exactly opposite:
Those who ate a lot of fish were found to have a significantly lower colorectal cancer
risk compared to those with a low fish consumption. The consumption of poultry played no
role for colorectal cancer incidence.
Researchers estimate that the risk of colorectal cancer increases by 49% per 100 grams of
daily consumed red meat. An increase in daily sausage consumption by 100 grams
elevates the risk even by 70%. In contrast, 100 grams more fish daily reduce the disease
risk by one half.
Darmkanker - Algemene
informatie
Categorie: Darmkanker
Kanker van de dikke darm en de endeldarm is een ziekte waarbij de cellen van de dikke darm
en/of endeldarm niet meer normaal functioneren, maar zich ongecontroleerd
vermenigvuldigen. Indien onbehandeld zullen deze kankercellen uiteindelijk uitgroeien tot
een gezwel of tumor, die normaal functioneren van de dikke darm belemmert.
Bovendien kan de kanker uitzaaien naar andere organen, waar dan eveneens kankergezwellen
ontstaan. De dikke darm (colon) en de endeldarm (rectum) spelen een belangrijke rol bij de
vertering van het voedsel en de productie van afvalstoffen (faeces). Het colon is ongeveer
180 cm lang en het rectum 20-25 cm, eindigt bij de anus.
Darmkanker Informatief -
Medinet
Categorie: Darmkanker
Darmkanker, in het bijzonder dikke darm- of colonkanker, manifesteert zich doorgaans op
zeer discrete en weinig uitgesproken wijze. Drie tekenen zijn echter van kapitaal belang;
bloedverlies langs de anus, wijzigingen in de vastheid en het ritme van de stoelgang
(diaree, aanhoudende constipatie) en buikpijn. In het begin is pijn zelden een symptoom
van darmkanker. Het gaat meestal om een ongemak in de onderbuik dat gepaard gaat met een
gebrek aan eetlust of spijsverteringsproblemen.
Zoals men ziet doen de mogelijke symptomen zich ook bij andere ziektes voor.Een rectaal
onderzoek is de eenvoudigste manier om de diagnose van dikkedarmkanker te stellen. Bij dat
onderzoek kan men echter enkel de laatste centimeters van de dikke darm bekijken. Met de
colonoscopie, waarbij de arts via de anus een optisch buisje in de dikke darm steekt, kan
men de wanden bekijken en zo een eventuele kanker opsporen.
De radiografie van de dikke darm, met behulp van een ondoorschijnend contrastproduct en
met X-stralen, vervolledigt de colonoscopie. Wanneer een colonoscopie onmogelijk is,
opteert men altijd voor een radiografie van de dikke darm.
Darmkanker - Poliepen - Kwf
Categorie: Darmkanker
De afkorting FAP staat voor 'Familiaire Adenomateuze Polyposis'. Dit is een erfelijke
aandoening van de dikke darm waarbij honderden goedaardige gezwellen (poliepen) voorkomen.
Als de poliepen niet worden verwijderd, ontaarden enkele op den duur in dikke darmkanker.
Dikke darmkanker is een veelvoorkomende soort kanker. Elk jaar wordt bij ongeveer 8.500
mensen deze ziekte vastgesteld. Ongeveer 1% van alle mensen met dikke darmkanker heeft de
ziekte gekregen vanwege de erfelijke ziekte FAP.
Darmkanker - Dikkedarm -
Helendemeesters
Categorie: Darmkanker
Dikke darmkanker kan voorkomen in alle delen van de dikke darm. Het meest komt het voor in
de endeldarm, het sigmoïd en in het begin van de dikke darm (coecum). Grote goedaardige
poliepen kunnen ook in alle delen van de darm voorkomen. Als poliepen nog klein zijn
kunnen ze doorgaans via een endoscoop verwijderd worden en is een operatie niet nodig. Bij
grote poliepen moet wel een operatie gedaan worden. Het is van belang goedaardige poliepen
te verwijderen, omdat ze kwaadaardig kunnen worden als ze langer blijven bestaan.
Polyposis coli is een erfelijke aandoening van de dikke darm, waarbij honderden
goedaardige poliepen voorkomen. Als deze poliepen niet worden verwijderd, ontaarden enkele
op den duur in dikke darmkanker. Bij ongeveer één procent van de patiënten met dikke
darmkanker is deze ziekte het gevolg van polyposis coli. In verband met het hoge risico op
dikke darmkanker kan het, uit voorzorg, nodig zijn om de hele dikke darm te verwijderen.
De patiënt krijgt dan een kunstmatige uitgang voor de ontlasting, een zogeheten stoma, of
een constructie waarbij de dunne darm op de anus wordt aangesloten, en geen blijvend stoma
nodig is.
International
Duidelijk relatie tussen darmkanker
en zacht water
Colon cancer mortality and total hardness
levels in Taiwan's drinking water.
The possible association between the risk
of colon cancer and hardness levels in drinking water from municipal supplies was
investigated in a matched case-control study in Taiwan. All eligible colon cancer deaths
(1,714 cases) of Taiwan residents from 1989 through 1993 were compared with deaths from
other causes (1,714 controls) and the hardness levels of the drinking water used by these
residents were determined. Data on water hardness throughout Taiwan have been collected
from Taiwan Water Supply Corporation (TWSC). The control group consisted of people who
died from other causes and the controls were pair matched to the cases by sex, year of
birth, and year of death. The results show a significant negative relationship between
drinking water hardness and colon cancer mortality. Odds ratio and 95% confidence
intervals were 1.22 (1.04-1. 43) and 1.46 (1.22-1.75), respectively, for exposure to
moderately hard water and soft water compared with the use of hard water. Trend analyses
showed an increasing odds ratio for colon cancer with decreasing levels of hardness in
drinking water. This is an important finding for the Taiwan water industry and human
health.
Arch Environ Contam Toxicol. 1998
Jul;35(1):148-51
Yang CY, Hung CF. School of Public Health,
Kaohsiung Medical College, 100 Shih-Chuan 1st RD, Kaohsiung, 80708, Taiwan.
Onderzoekers bepalen specifieke
hoeveelheid Vitamine D nodig om darmkanker risico te halveren
Cancer Researchers Determine Specific
Amount of Vitamin D Needed to Cut Colon Cancer Risk in Half
Taking 1,000 international units (IU) of
vitamin D 3 daily appears to lower an individuals risk of developing colorectal
cancer by 50 percent, according to an extensive literature review led by cancer prevention
specialists at the Moores Cancer Center at the University of California, San Diego (UCSD)
Medical Center. The researchers call for prompt public health action to increase intake of
vitamin D 3 as an inexpensive, non-toxic prevention for a disease that claims 56,000 U.S.
lives each year.
Studies over the last 25 years have
shown that vitamin D is associated with preventing colon cancer, but we havent known
how much is needed to produce a benefit, said Edward D. Gorham, assistant adjunct
professor of Family and Preventive Medicine at UCSD School of Medicine and a cancer
epidemiologist affiliated with the Moores UCSD Cancer Center. This paper establishes
the target level of vitamin D that could reduce the incidence of colorectal cancer by
half.
Gorham added that this review, an invited
publication in the current issue of the peer-reviewed Journal of Steroid Biochemistry and
Molecular Biology, does not prove a causal relationship and further studies need to be
done.
The researchers conducted a cost/benefit
analysis of their recommendations and conclude with the following: Preventing
approximately half of colorectal cancer incidence by a program that would ensure vitamin D
adequacy could save an estimated $20 billion per year. Annual supplementation of all
Americans with 1,000 IU per day of vitamin D 3 would cost approximately $5 billion.
Although further economic investigation would be desirable, a gross estimate of the annual
return on investment, considering the cost of supplementation, would be $15 billion per
year, amounting to a nearly 40 percent per annum return on investment.
Selenium from High Selenium
Broccoli Protects Rats from Colon Cancer
John W. Finley2, Cindy D. Davis and Yi
Feng*
U.S. Department of Agriculture,,3
Agricultural Research Service, Grand Forks Human Nutrition Research Center, Grand Forks,
ND 58203-9034 and * Department of Pharmacology, Toxicology and Internal Medicine,
University of Louisville, School of Medicine, Louisville, KY 40292
Colon cancer is the third most common newly diagnosed cancer in the United States and the
third most common cause of cancer-related deaths. Previous supplementation studies have
demonstrated the efficacy of selenium (Se) for prevention of colon cancer in humans. The
metabolism of Se depends on its chemical form, and studies have shown that the chemical
form of Se in broccoli does not accumulate in the body as fast as other forms of Se and
may be especially beneficial for prevention of cancer. In the first experiment of the
present study, Fisher F-344 rats (n = 45) were allotted randomly to torula
yeastbased diets supplemented with the following: 1) no Se; 2) 0.1 µg Se/g diet as
selenate; 3) 1.0 µg Se/g diet as selenate; 4) 0.1 µg Se/g diet as selenized broccoli (Se
concentration of 500 µg/g); or 5) 1.0 µg Se/g diet as selenized broccoli. In Experiment
2, rats (n = 80) were allotted randomly to the same basal diet supplemented with the
following: 1) no added Se; 2) 2.0 µg Se/g diet as selenite; 3) 2.0 µg Se/g diet as
selenite + low Se broccoli; and 4) 2.0 µg Se/g diet as selenized broccoli.
Rats were fed the diets for 2 wk and
injected with a chemical carcinogen (3,2 dimethyl 4-amino biphenyl or dimethyl-hydrazine
in Experiment 1 or dimethyl hydrazine in Experiment 2; 2 rats/treatment were used as
vehicle controls). Supranutritional amounts of Se supplied as high Se broccoli
significantly decreased (P < 0.05) the incidence of aberrant crypts (AC) and aberrant
crypt foci (ACF; preneoplastic lesions indicative of colon cancer) compared with other
dietary treatments. Diets were controlled for the presence or absence of broccoli and for
the total amount of Se. The reduction in AC and ACF was a function of Se in high Se
broccoli and not a result of broccoli alone or Se alone.
Adequate dietary Se supplied as high Se
broccoli did not accumulate in tissues or increase glutathione peroxidase activity as well
as other forms and amounts of Se. Thus, Se from high Se broccoli may be metabolized in a
manner that diverts much of the Se into a pool that provides protection against colon
cancer.
Green or white tea might provide a
protection against colon tumors
A new study has found that consumption of
moderate amounts of green or white tea might provide a protection against colon tumors
about as well as a prescription drug, sulindac, that has been shown to be effective for
that purpose.
The research was just published in the
journal Carcinogenesis by scientists from the Linus Pauling Institute at Oregon State
University, in studies funded by the National Cancer Institute.
A new study from the Linus Pauling Institute at Oregon State University suggests that
consumption of green and white tea can be just about as effective as use of the
prescription drug sulindac in preventing colon tumors in a certain type of laboratory
mouse that is genetically predisposed to cancer. The control group of mice received no
treatments, and developed an average of about 30 tumors each. The most effective results
were obtained with a combination of tea and sulindac.
It may suggest some optional approaches to
cancer prevention or therapy, especially for people who have trouble with the side effects
that can be associated with regular use of non-steroidal anti-inflammatory drugs, or
NSAIDs, such as sulindac or aspirin.
The study also indicated that routine
consumption of green or white teas could be especially effective in combination with
NSAIDs, and provide more cancer protection than either of the products separately.
"Tea is one of the most widely
consumed beverages in the world, and recent upswings in the sales of green tea in the
United States can be attributed to reports of potential health benefits against cancer and
other chronic diseases," said Gayle Orner, an OSU research associate, in the report.
"Teas exert significant protective effects in experimental animal models of skin,
lung, esophageal, gastric, hepatic, small intestinal, pancreatic, colon, bladder and
mammary cancer."
Scientists at the International Agency for
Research on Cancer (IARC), the UK Medical Research Council and Cancer Research UK
announced today the publication in the Lancet of two articles reporting strong scientific
evidence linking high fibre diet with a reduced incidence of both cancer and pre-cancerous
polyps of the colon and rectum. For reference, colon and rectal cancers rank among the
most common cancers worldwide, with almost 1 million new cases every year. These tumours
are most prevalent in the economically developed world but their incidence is increasing
in developing countries as well. Incidence of colon cancer is fairly similar in men and
women while cancer of the rectum is more frequent in men than in women.