Darmflora-analyse
Door het boek van Saskia van As mbt
darmflora problemen veroorzaakt door bijvoorbeeld parasieten kwam ik op de site van MGlab
terecht die specifieke testen kan doen op het gebied van je darmflora. Ik heb hun om meer
informatie gevraagd en onderstaande informatie ontvangen.
Heb je net een antibiotica kuur achter de
rug kijk dan sowieso eens naar een goede probiotica, en dan bedoel ik niet al die dure
toetjes in de supermarkt maar een echte probiotica produkt zonder dat dat weer allerlei
toevoegingen bij zitten.
Er is behoorlijk verschil qua aantal
bacteriestammen en hoeveelheid bacteriën. Zelf gebruik ik VSL 3 die je via de apotheek
kunt bestellen maar die je wel in de koelkast moet bewaren. Deze bevat 8 stammen en maar
liefst 450 miljard bacteriën per zakje. Ik had eerder een ander merk maar die bevatte
maar 1 miljard bacteriën. Dus even goed rondkijken als je gaat shoppen.
Ron
Darmflora-analyses en aanvullende
screening bij chronische (darm)klachten.
Wat is een darmflora-analyse?
Door geavanceerde technieken kan MGlab
met grote nauwkeurigheid bacterie aantallen vaststellen. MGlab richt zich het aantonen van
bacterieel DNA. Naast klassieke kweken zijn deze technieken noodzakelijk, want bij
analyses van de darmflora komt veel kijken. Kweken is niet eenvoudig. Om te beginnen
overleven lang niet alle bacteriegroepen de verzending per post.
Het aantonen van pathogene bacteriën
kent veel beperkingen, zelfs bij gebruik van speciale verzend kits vindt overleeft slechts
de helft van Salmonella, Shigella en Yersinia het transport, en nog geen 10% van de
Campylobacter jejuni (2). Een tweede beperking zijn de kweekplaten. De voedingsbodem
waarop de bacteriën worden gekweekt, is vaak niet specifiek, waardoor er tal van
bacteriën op de groeien. Wetenschappelijke studies geven aan dat bacteriële herkenning
via een kweek lang niet altijd mogelijk is, dit maakt gebruik van gentechniek
noodzakelijk(1).
Een belangrijke beperking is dat een
groot deel van de flora niet te kweken is, zelfs de aërobe bacteriën zoals E.coli´s
zijn slechts voor 1% te kweken. Bacteriën kennen per soort een grote variatie. Zo zijn er
bijna 30 verschillende Lactobacillen. Zo groeit L.casi alleen bij 37ºC en L.rhamnosus ook
bij 43º C. Niet alle Lactobacillen verdragen zuurstof en groeien beter onder anaëroob
omstandigheden (1). MGlab houdt hiermee rekening en kweekt onder verschillende
omstandigheden, wanneer dat niet gebeurd krijgt me te lage waarden.

Anaërobe flora: De ontlasting bevat bij
benadering 10 (11) bacteriën per gram, deze zijn bijna allemaal anaëroob: meer dan 99,9%
van de darmbacteriën verdraagt geen zuurstof. Het grootste deel van de anaërobe bestaan
uit Bacteroïdes, Clostridia, Eubacteriën en Bifidobacteria. Tijdens de darmpassage
verliezen deze bacteriën hun vitaliteit en afsterven af bij contact met de zuurstofrijke
buitenlucht. Slechts een deel overleeft de 24 uur die verstrijkt voordat de ontlasting het
laboratorium bereikt, zelf wanneer er een anaerooob transport medium wordt gebruikt.
Publicaties geven aan dat Bacteroïden
vrij goed overleven, 10 - 36% is levensvatbaar na 24 uur bij anaëroob transport. Van de
50 verschillende Bifidobacteriën bereiken lang niet soorten het laboratorium: B. longum
and B. infantis blijken altijd aanwezig te zijn (in aantalen van 103) terwijl de grootse
groep B. adolescentie meetstal geheel is afgestorven (7).
Gentechniek toont aan dat ontlasting
gemiddeld 107-8 per gram B. adolescentie bevat, door het wegvallen van deze groep zal een
kweek altijd te lage waarden leveren. Clostridia soorten vormen een van de grootse
bacteriegroepen en behoren tot de normale flora; zelfs wanneer er gebruik wordt gemaakt
van anaërobe verzendmateriaal bereikt 1 tot 10% bacteriën. Clostridia verdragen contact
met de lucht slecht, er is dan ook slechts een fractie aanwezig is wanneer het transport
in gewone buisjes plaats vindt (3).
Gentechniek toont aan dat de waarden voor
Clostridia rond de 109-10 per gram ontlasting liggen, en dus in veel groter aantallen
aanwezig zijn dan een gewone kweek doet vermoeden. Sommige Clostridia types zijn
schadelijke. Bij patiënten met diaree kan MGlab - op aanvraag - de toxines van Clostridia
difficile worden bepaald. MGlab gebruikt de gentechnieken in eerste instantie op het
aantonen en kwantificeren van de anaërobe flora. In een later stadium ook aërobe
bacteriën groepen via DNA herkenning worden bepaald.
Aanvullende testen: Het totaal pakket maakt de diagnostiek van darmpathologie niet alleen
breder, het geeft de patiënt sneller uitsluitsel over de aard van de klachten.
a. Calprotectine: een gevoelige test
waarmee de ziekte van Crohn, colitis ulcerosa en irritatie van de darmwand door gebruik
van NSAID pijnstillers kan worden aangetoond. De test kan ook positief zijn bij
carcinomen.
b. M2PK test op coloncarcinoom, al of
niet aan te vragen in combinatie met de occult bloedtest.
c. T-transglutaminase, fecestest op
glutenallergie.
d. Giardia lamblia en Cryptosporidia spp.
eencellige darmparasieten.
Cryptosporidium is voor sommige een minder bekende parasiet. Beknopte informatie vindt u
op de homepage van de MGlab-website en uitgebreide informatie als advies. Er zijn
niet veel medicijnen waarmee deze parasieten kunnen worden bestreden en MGlab heeft daarom
op basis van literatuurstudie, in overleg met Chinese artsen, een Chinese kruidenformule
samengesteld.
Wanneer vraagt men testen aan?
Veel mensen hebben een dunne of brijige
ontlasting, dit kan duiden op infectie, allergie, te veel zetmeel in het dieet of een
verteringsprobleem.
Diagnostische vragen:
- Wanneer zijn de klachten begonnen?
- Eencellige darmparasieten:
- Plotseling begonnen en een wisselend patroon.
- Is er jeuk, een opgezette buik, misselijkheid, vermoeidheid?
- Is er een relatie met bezoek aan het buitenland?
- Zijn er andere familieleden met klachten?
- Is er een risico beroep?
> TFT en ontlasting onderzoek op eencellige parasieten.
> MGlab onderzoek op Giardia lamblia en Cryptosporidia.
Ook is bij een wisselende ontlasting vooral bij ouderen een onderzoek op darmkanker te
overwegen.
Bacteriële infectie:
Een bacteriële infectie kan acuut beginnen, soms na een zg. voedselvergiftiging. Infectie
met Shigella, Salmonella of Campylobacter kan chronisch worden. Dit kan in in MGlab en in
een regulier microbiologisch laboratorium worden getest. Overgroei van pathogene darmflora
na gebruik van antibiotica.
Zijn er voedselallergieën?
Heeft men ooit een relatie bemerkt met voedsel, is er hooikoorts of eczeem? Komt er
coeliakie voor in de familie? serum en fecestest op gluten.
Is melk een probleem?
ademtest voor lactose intolerantie
Uitproberen eliminatiedieet
Medicijngebruik.
Zijn de klachten begonnen of toegenomen na het gebruik van een nieuw medicijn? De
bijsluiter kan hierover ook informatie verstrekken.
Aanvragen. Artsen en therapeuten kunnen Darmflora Analyses aanvragen bij MGlab. Aanmelden
als aanvrager kan via de website.
Uitslagen ontvangt men via post en website. De uitslagen worden per post naar de aanvrager
verstuurd. Daarnaast biedt MGlab de mogelijkheid om via de beveiligde website www.mglab.nl
de uitslagen te ontvangen. Elke aanvrager krijgt een unieke persoonlijke code plus een
wachtwoord, waarmee kan worden ingelogd.
Adviezen. De uitslagen die via de website worden aangeboden, zijn gekoppeld aan
achtergrondartikelen en adviezen. Deze adviezen mogen worden uitgeprint en meegegeven aan
de patiënt onder behoud van copy right van MGlab.
Referenties:
1 .Ballongue J. Technical problems related to in vitro study of colon flora. Scand J
Gastroenterol Suppl. 1997;222:14-6
2. Weese JS, Staempfli HR, Prescott JF.Survival of Clostridium difficile and its toxins in
equine feces: implications for diagnostic test selection and interpretation. J Vet Diagn
Invest. 2000 Jul;12(4):332-6
3. Perry JL.Assessment of swab transport systems for aerobic and anaerobic organism
recovery. J Clin Microbiol. 1997 May;35(5):1269-71.
4. Mundy LS, Shanholtzer CJ, Willard KE, Peterson LR.An evaluation of three commercial
fecal transport systems for the recovery of enteric pathogens. Am J Clin Pathol. 1991
Sep;96(3):364-7.
5 .Wilkins TD, Anaerobic specimen transport device.Jimenez-Ulate F.. J Clin Microbiol.
1975 Nov;2(5):441-7.
6. Wells JG, Morris GK.Evaluation of transport methods for isolating Shigella spp. J Clin
Microbiol. 1981 Apr;13(4):789-90.
7. Ben-Amor K, Heilig H, Smidt H, Vaughan EE, Abee T, de Vos WM. Genetic diversity of
viable, injured, and dead fecal bacteria assessed by fluorescence-activated cell sorting
and 16S rRNA gene analysis. Appl Environ Microbiol. 2005 Aug;71(8):4679-89.