CHEMOTHERAPIE GEPROJECTEERD OP DE EED VAN
HIPPOCRATES
'Ik heb geen kanker, ik heb alleen de
diagnose kanker'
(bron: Grenzen aan de geneeskunde; Ivan Illich)
Om dit onderwerp op een verantwoorde manier
te behandelen, is het noodzakelijk om terug te vallen op de enig betrouwbare bron. In dit
specifieke geval de samenwerking tussen de Nederlandse faculteiten Geneeskunde en de
Koninklijke Nederlandse Maatschappij tot bevordering der Geneeskunde (KNMG), die de wens
hebben uitgesproken, om aan alle universiteiten bij de uitreiking van de artsenbul een
ogenblik van reflectie in te lassen op normen en waarden. Daar kunnen we immers niets
tegen hebben! Of misschien in onze verdere beschouwingen straks toch wel? In dat geval
wijkt onze interpretatie van de huidige normen en waarden wezenlijk af!
Voor die beoogde reflectie wordt dan
gebruik gemaakt van een nieuwe versie van de eed, die ik u straks zal aandragen. Als ik
daarbij markeringen aangeef, dan zijn deze door mijzelf aangebracht en dus niet in de
oorspronkelijke tekst terug te vinden. Er wordt door bovenvermelde initiatiefnemers nog
dapper gesteld, en ik citeer nu: Die Nederlandse eed moet aansluiten bij de veranderingen
in de uitoefening van het beroep, in de maatschappij en in de manier waarop men tegen de
geneeskunde en artsen aankijkt. Er is een aantal wetten waaraan artsen zich
vanzelfsprekend moeten houden. Het zélf uitspreken van een eed of belofte is iets anders.
Het markeert het moment van toetreding tot de beroepsgroep, en doet de kandidaat zich
realiseren welke hoogstaande principes hij voor ogen heeft.
U ziet dus, we gaan niet over één nacht
ijs.
Nu volgt de Nederlandse Artseneed:
Ik zweer/beloof, dat ik de geneeskunst zo
goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken,
gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van
mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de
samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
Alhoewel de aanleiding tot het maken van
markeringen in deze beloften niet gering is, heb ik mij beperkt tot enkele, te weten:
" het lijden verlichten;
" de opvattingen van de patiënt eerbiedigen en hem geen schade toebrengen;
" de toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Voortbouwend op reeds eerder gedane
uitspraken in de internationale pers over de vermeende resultaten bij toepassing van
chemotherapie, gaan we nog even te rade bij Ulrich Abel. Dr. Ulrich Abel, een Duitse
epidemioloog van de Heidelberg/Mannheim Tumor Clinic, heeft van alle belangrijke
onderzoeken naar en klinische experimenten met chemotherapie die ooit zijn uitgevoerd, een
uitgebreid overzicht gemaakt, geanalyseerd en kritisch bekeken. Om zich ervan te
vergewissen dat hij ook alles wat ooit gepubliceerd is over chemotherapie in zijn
conclusie zou betrekken, zond Abel brieven naar meer dan 350 medische centra over de
gehele wereld met de vraag hem alles te sturen wat door hun wetenschappers ooit
gepubliceerd is. Hij bestudeerde duizenden artikelen en het is nauwelijks denkbaar, dat
iemand meer kennis over chemotherapie heeft vergaard dan hij. De analyses kostten hem
verscheidene jaren en de resultaten waren teleurstellend. Hij ontdekte dat het totale,
wereldwijde aantal positieve 'resultaten' als gevolg van chemotherapie schokkend was,
omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke bewijzen beschikbaar waren voor het feit
dat chemotherapie (!) erin slaagt om 'het leven van patiënten met de meest voorkomende
typen organische kanker op noemenswaardige wijze te verlengen'. Hij benadrukte, dat
chemotherapie er zelden in slaagt om de levenskwaliteit te verbeteren, bestempelt de
therapie als een financiële verspilling, beschrijft haar als een wetenschappelijke kommer
en kwel en stelt dat ten minste 80% van de chemotherapie die in de wereld wordt toegepast
geen enkel nut heeft. Maar ook al bestaat er geen enkel wetenschappelijk bewijs dat
chemotherapie werkt, noch de artsen, noch de patiënten zijn bereid om ervan af te zien.
(Lancet).
Geen van de belangrijke media heeft dit
uitgebreide onderzoek ooit geciteerd: 'het is volledig in de doofpot gestopt.' (Tim
O'Shea, 'Chemotherapy - An unproven procedure') Zoals bekend, is de Raad van State het
belangrijkste adviesorgaan van de regering. Ze toetst niet alleen de
wetgevingsvoorstellen, maar is tevens de hoogste bestuursrechter van ons land. Formeel is
koningin Beatrix de voorzitter van de Raad van State, doch de facto is het de
vicepresident Herman Tjeenk Willink (sinds 1997). Waarom meld ik dat hier? Omdat Tjeenk
Willink tijdens een interview medio april 2008 uitspraken deed waaruit bleek dat voor hem
zuiverheid, duidelijkheid en geloofwaardigheid van bestuurders -vooral richting burgers
(patiënten zijn ook burgers)- sleutelwoorden zijn.
Ik citeer uit dat interview:
Ik vind, dat de professionals verantwoording moeten afleggen. Niet alleen voor het geld
dat ze uitgeven, maar ook wat betreft hun professionaliteit. Medici hebben verantwoording
af te leggen voor de wijze waarop ze hun patiënten behandelen.
Tijdens het schrijven van dit boek en het
verzamelen van de daartoe benodigde informatie is bij geestverwanten en mij de behoefte
ontstaan ons te beraden over een proefproces met als doel de toetsing van de Eed van
Hippocrates op het door medici toepassen van chemotherapie en ik acht mij daarbij met
Tjeenk Willink dus in goed gezelschap! Het kan toch niet zo zijn, dat de met kanker
geconfronteerde Nederlander verplicht kan worden, vanwege een daartoe strekkend vaststaand
medisch protocol, een behandeling met chemo te accepteren, waarvan op voorhand vaststaat
dat deze niet alleen niet tot een gewenst resultaat leidt, doch bovendien uiterst
mensonwaardige bijwerkingen tot gevolg heeft!
Sterker nog, de uitbehandelde patiënt die
-na op zichzelf terug geworpen te zijn- in arren moede nog voor een alternatieve
behandeling opteert, deze uit eigen middelen financiert en graag wil kunnen vaststellen
wat daarvan het bereikte resultaat is, krijgt een afwijzend antwoord op zijn verzoek tot
bijvoorbeeld een scan. Hij blijkt daar geen recht meer op te hebben, want dat medisch
protocol voorziet daarin niet!
Waarom sprak ik zojuist over de met kanker
geconfronteerde Nederlander?
Vanwege onze teleurstellende achterstand in dezen vergeleken met de buurlanden Duitsland
en Engeland.
Duitse artsen genieten reeds jaren een in
de grondwet verankerde therapievrijheid, waardoor zij niet beperkt zijn tot
standaardbehandelingen als opereren, bestralen of chemotherapie. De twaalf rechters van
het hoogste juridische gerechtshof in Karlsruhe besloten unaniem, dat bevoegde artsen bij
ernstig zieke patiënten volledige vrijheid van handelen hebben én (!)
dat
verzekeringsmaatschappijen de voorgeschreven therapie dienen te vergoeden. In Duitsland
worden dus nieuwe, maar ook klassieke geneeswijzen volop ingezet en naast elkaar gebruikt!
Saillante details zijn daar ook: volledig vrije keus met betrekking tot de huisarts;
sterker nog, men kan daar zonder enig probleem van dag tot dag van huisarts wisselen.
Ingeval van behoefte aan een second opinion worden nimmer vragen gesteld met betrekking
tot de aard van het eerste consult. Medisch specialisten hebben vrijwel altijd ook
praktijk aan huis en zijn daardoor niet gebonden aan regels in het desbetreffende
ziekenhuis.
En, nu we het toch hebben over Duitsland,
heb ik de moeite genomen om eens een kostenvergelijking te maken met betrekking tot de
plaatsing van een port-a-cath in Duitsland en in ons land. In Duitsland (Gronau, dus vlak
over de grens bij Enschede) kost dit nog geen 600 en in het ziekenhuis in Enschede
3.030 (poliklinisch). Zou hier één van de verklaringen liggen voor de hoogte van
onze ziektekostenverzekering?
Gegeven de in Nederland geldende
afstandelijkheid van specialisten ten aanzien van in hun ogen complementaire of
alternatieve behandelingen, met als gevolg de weigering tot medewerking bij een gewenste
scan of MRI, doe ik u in dat verband de volgende suggestie. Voor verder diagnostisch
onderzoek zoals scan of MRI adviseer ik u graag dr. Eich, hoofd van de afdeling radiologie
in het St. Antoniusziekenhuis in Gronau. Hij spreekt uitstekend Nederlands en patiënten
die hem consulteerden zijn zeer tevreden over zijn warmmenselijke benadering. Meer
informatie treft u aan op de sites www.prescan.nl en www.roosmed.nl.
Consulten via info@prescan.nl.
Wellicht voor u een detail, maar mocht u in
Duitsland telefonisch een afspraak willen maken met een specialist dan krijgt u een
meldtekst, die de mogelijkheid aangeeft om niet op een reactie te wachten, doch slechts
met 'ja' te reageren op het daarvoor geprogrammeerde moment, waarna u zo snel mogelijk
wordt teruggebeld. Dát is in Nederland wel anders.
In Engeland zag het Ministerie van
Volksgezondheid (helaas moest het initiatief vanuit de overheid komen) het licht pas dit
jaar, getuige de krantenberichten van 22 maart 2008. Ik citeer enkele krantenkoppen van
gezaghebbende Engelse bladen en de BBC. Let daarbij met name op de door mij onderstreepte
zinsdelen, mede gegeven de tweezijdige doelstelling van dit boek!
Daily Mail: Terminale patiënten krijgen
laatste kans met experimentele medicijnen
Experimentele medicijnen zullen getest worden op terminale kankerpatiënten als een
laatste kans voor hen, zo werd gisteren bekend. Het Britse Ministerie van Volksgezondheid
(Department of Health) heeft het plan goedgekeurd in een poging om de huidige
ontwikkelingstijd van tien jaar van
nieuwe medicatie te halveren.
Telegraph: Kankerpatiënten krijgen
experimentele medicijnen
Terminale kankerpatiënten zullen gebruikt worden als menselijke proefkonijnen om
experimentele medicatie te testen die hen mogelijk een laatste kans op genezing biedt. De
officiële goedkeuring van deze niet geteste medicijnen zou anders wel tien jaar op zich
kunnen laten wachten.. .
BBC: Niet geteste medicijnen voor terminale
patiënten
Artsen hopen het goedkeuringsproces te versnellen. Kankermedicijnen die niet op mensen
zijn getest, zullen worden verstrekt aan terminale patiënten door het Britse nationale
ziekenfonds, de National Health Service (NHS). Het St. Barthomolew's Ziekenhuis in Londen
gaat dit als eerste doen.
Guardian Unlimited: Medicijnen voor
terminale patiënten
Niet geteste medicijnen zullen verstrekt worden aan terminale patiënten in een poging om
hun leven te verlengen en de ontwikkeling van nieuwe medicatie gedurende de behandeling te
verfijnen. Het Britse Ministerie van Volksgezondheid (Department of Health) heeft haar
goedkeuring verbonden aan een negentiental gespecialiseerde centra.
CTV: Britse kankercentra gaan medicijnen
testen op terminale patiënten
In Engeland hebben artsen een radicale nieuwe benadering om kanker te bestrijden met
gebruikmaking van niet bewezen en niet goedgekeurde medicijnen voor terminale patiënten
in experimentele centra.
Ik citeer nog graag professor John Gribben,
hoofd van het Barts Experimental Cancer Medicine Centre: 'We gaan niet bezuinigen op de
veiligheid van patiënten. De wachttijd van tien jaar is te lang voor kankerpatiënten en
we moeten ernaar streven deze periode zoveel mogelijk naar beneden te brengen.
Bloedmonsters van patiënten zullen binnen één dag geanalyseerd worden in interne
laboratoria en de behandeling zal alleen worden voortgezet als deze effectief blijkt. We
hoeven niet langer te wachten op volledig onderzoek om te zien wat er met de kanker
gebeurt. We kunnen in een vroeg stadium al aanwijzingen krijgen om te zien of het medicijn
doet wat wij willen. We zijn op zoek naar medicatie die de kanker doodt, maar de patiënt
intact laat.'
Het zal u duidelijk zijn dat John Gribben
hier verwijst naar chemotherapie als hij zegt dat de hem voor ogen staande medicijnen de
kankercel moeten doden, maar de patiënt dienen te sparen!
Wat zijn de mogelijke effecten?
1. De opzienbarende winst voor de terminale patiënt. Niet alleen geeft het hem -na de
alarmerende uitspraak door zijn behandelend specialist, 'terminaal' en onbehandelbaar te
zijn- nieuwe hoop, maar bovendien verkrijgt hij nu de zo broodnodige support van een
medicus, die gelooft in een behandeling met bijvoorbeeld DCA, natriumbicarbonaat of
anderszins. Tevens kan de patiënt nu vragen om bijvoorbeeld een scan of een
bloedonderzoek om van die nieuwe hoop ook een bevestiging te krijgen tijdens en na de
nieuw gekozen weg. In ons geval is zo'n behandeling nauwelijks experimenteel te noemen als
we kijken naar de reeds beschikbare resultaten (op internet), bereikt met DCA en
natriumbicarbonaat.
2. De gebruikelijke testtijd voor nieuwe medicijnen en therapieën wordt -bij benadering-
gehalveerd, hetgeen zeer in het belang geacht kan worden van toekomstige patiënten.
3. Geen onnodige slachtoffers, waarbij ik onder meer verwijs naar de hiervoor besproken
fatale ongelukken in de testfase van diverse nieuwe medicijnen.
4. Zo snel mogelijk afstand kunnen nemen van de, zoals hierboven uitvoerig aangegeven,
heilloze weg via chemotherapie.
1. Inhakend op een bericht van de journaliste Sonja Crielaard (juni 2008): 'Er doen te
weinig mensen mee aan klinische studies, waarin middelen tegen kanker worden getest.
Hierdoor duurt het te lang voordat wetenschappelijke inzichten worden vertaald in
behandelmethodes. Dat zegt KWF Kankerbestrijding. Patiënten kunnen er baat bij hebben om
zich op te geven als proefpersoon. Ze kunnen er mogelijk beter van worden. Maar ook als
dat niet zo is, heeft het nut: ze kunnen zo een bijdrage leveren aan de strijd tegen
kanker.' Niet wetend of dit laatste komt uit de pen van Sonja dan wel eveneens ontleend is
aan uitspraken van het KWF, voor ons is het glashelder dat bij overname van het Britse
concept in ieder geval dit probleem voor het KWF is opgelost!
Als suggestie voor ons Ministerie van
Gezondheid en het KWF een citaat van professor Herbie Newell (director of translational
research at the charity, who will oversee the running of the network of 17 centres in
England, Wales, Scotland and Northern Ireland): Dit initiatief zal de vitale
infrastructuur mogelijk maken om wetenschappers in laboratoria, clinici en verplegend en
ondersteunend personeel versneld onderzoek te laten verrichten ten behoeve van de
patiënt. Het netwerk wordt gefinancierd door zowel het goede doel Brits Kankeronderzoek
(Charity Research UK) als het Ministerie van Volksgezondheid (Department of Health).
Bij het schrijven van dit laatste deel van
mijn boek werd ik langs verschillende wegen geattendeerd op een interview van 25 juni 2008
door Ana Karadarevic van Wim Huppes. Dat kan beslist geen toeval zijn; kosmische krachten
zijn wonderlijk. Ik citeer niet het gehele gesprek, doch de voor ons onderwerp en beoogde
doelstelling relevante delen. Uiteraard accentueer ik hier de trefwoorden die het meest
vermeldenswaard zijn binnen ons bestek. Wim Huppes kreeg in april 2007 te horen dat hij
prostaatkanker had in een vergevorderd stadium. 'Ik heb slechts een dag gehuild en daarna
ging ik uitzoeken hoe ik in leven kon blijven'.
Zijn prostaat werd, conform het daarvoor
geldende protocol, operatief verwijderd, en wat hem betrof stopte de reguliere behandeling
daar. Met zijn kennis van de geneeskunde, hij werkte tot 1989 als internist in een
ziekenhuis, ging Huppes experimenteren met medicijnen. Na twee experimenten met andere
middelen probeerde hij chloorazijn (de DCA die ik in eerder verband al noemde). Het werkte
bij hem meteen. 'Het verminderde de pijn'. Belangrijker is, dat hij nog leeft. Waar met
reguliere bestraling en chemotherapie de dood volgens hem misschien enkele maanden zou
zijn tegengehouden, is hij inmiddels ruim een jaar na de diagnose kanker nog steeds in
leven en weer aan het werk.
Zijn ziekte bleek, ironisch genoeg, een
voorbeeld te zijn van wat er mis is in de reguliere zorg. De manier waarop hij zichzelf
heeft genezen mogen artsen niet toepassen op anderen met kanker. Testen of het ook voor
anderen zou werken, zit er zelfs niet in. Los van de patiënt heeft geen enkele partij
volgens Huppes belang bij testen, omdat chloorazijn een goedkoop middel is. De kosten van
het onderzoek kunnen niet worden terugverdiend. 'Je moet weten, dat het door alle
overheidsregels 850 miljoen euro kost en een tiental jaren duurt om een nieuw medicijn op
de markt te brengen'. Volgens Huppes, kennismedewerker bij het College voor
Zorgverzekeringen, is het gevolg, dat de zorg geen innovatieve sector is en dat dus
iedereen een standaardbehandeling krijgt. Die is voor zo'n 85 procent van de zieken niet
optimaal. Sterker nog: 'Artsen werken volgens richtlijnen en schrijven patiënten
behandelingen voor, die zij vaak niet op zichzelf zouden toepassen'. Bij mannen met
uitgezaaide prostaatkanker wordt het bekken bestraald, ook als hun levensverwachting nihil
is. 'De patiënten hebben daardoor 13 procent minder kans op pijn in het bekken, maar
moeten er wel vaak voor naar het ziekenhuis en ervaren vervelende bijwerkingen, zoals pijn
en bloed bij de ontlasting en tijdens het plassen. Bovendien staat de uitkomst vast: deze
mensen gaan hoe dan ook dood.'
Verder draagt Wim Huppes nog een suggestie
aan, die zeer dicht ligt bij de voornoemde Engelse benadering. Hij stelt een zogenaamde
Kennisbank voor. Het doel van de door hem voorgestelde Kennisbank is te komen tot een
individuele, op maat gemaakte behandeling van patiënten. Anders gesteld: het geeft
aansluiting met de visie dat ieder mens uniek is; niet alleen zijn fysieke gestel, doch
ook de interactie tussen zijn lichaam en geest, zoals ik uitvoerig mocht aanstippen in
mijn eerste boek, 'Voor en na de diagnose'. Huppes wederom citerend:
'Als bestaande medicijnen of behandelingen
weinig soelaas bieden, vind ik dat patiënten experimentele middelen en methoden mogen
uitproberen. Zij moeten dan wel de effecten en bijwerkingen bijhouden en zij moeten deze
gegevens invoeren in nieuw op te zetten kennisbanken. Patiënten weten vaak zelf het best
wat werkingen en bijwerkingen van een behandeling zijn; zeker als hen verteld wordt waarop
ze moeten letten.'
Deze manier van vernieuwing van de
gezondheidszorg, waarbij het initiatief bij de patiënt ligt, leidt tot snellere invoering
van nieuwe behandelingen. 'De kosten komen dan op ongeveer 17 miljoen euro per nieuw
geneesmiddel en de ontwikkelingstijd gaat terug naar twee jaar.' Mocht ik al zo pedant
mogen zijn, dan zou ik -in het kader van dit boek- aan zijn benadering willen toevoegen,
dat het deze patiënt moet zijn toegestaan om de steun en het advies te kunnen vragen van
een door hem gekozen specialist, die zich kan en wil voegen in de gekozen behandeling van
de desbetreffende patiënt. Ik geef u twee argumenten voor deze uitbreiding van zijn
voorstel voor de invoering van de kennisbank:
Een patiënt vraagt waarom DCA bij sommige
patiënten niet helpt terwijl het bij anderen, zoals bij Wim Huppes, werkelijk fantastisch
werkt. Uitgangspunt voor DCA is (conform een artikel in de New Scientist), dat chloorazijn
het enzym pyrovaatkinase -waar de kankercel de energie uit haalt- lam legt en de kanker
dus geen mogelijkheid meer heeft terug te vallen op energieleverantie door de
mitochondriën. Een aanvulling daarop zou volgens Wim Huppes (zoals eerder gemeld:
internist en biotechnoloog) kunnen zijn, dat de mitochondriën (energiecentrales) in de
kankercellen bij genezing zijn stopgezet (in het gunstigste geval) of 'weg' (niet meer te
zien) moeten zijn. In het geval van Wim viel met behulp van de microscoop te zien dat zijn
kanker geen mitochondriën meer heeft. Wim stelt terecht, dat we wat dat betreft vérder
komen als alle kankerpatiënten die DCA gebruiken aan hun arts dan wel aan de
patholoog-anatoom vragen of in hun kanker nog mitochondriën te zien zijn. Als deze
patiënten naast de uitslag aan de Kennisbank ook melden of DCA bij hen werkt of niet, dan
kan worden vastgesteld of Wim Huppes gelijk heeft. In dat geval kunnen die patiënten bij
wie nog mitochondriën zijn vastgesteld hun pogingen met DCA verder staken. Mijns inziens
pleit deze benadering voor de begeleiding door artsen bij 'alternatieve' therapieën.
Verder merk ik met mijn kritische
instelling nog op, dat -als de oncoloog Tullio Simoncini gelijk heeft, dat kanker en
candida dezelfde eigenschappen hebben- het met de gebruikelijke microscoop niet valt vast
te stellen of er nog hyfen aanwezig zijn; deze zijn niet met dit type microscoop te zien
en het verklaart dat veelal snijvlakken (bij operaties) ten onrechte als 'schoon' worden
aangemerkt, hetgeen dan door latere uitzaaiingen bevestigd wordt. Wellicht wordt deze
benadering -in ieder geval voor een deel- ondersteund door berichten in de pers medio juli
2008 met als teneur, gegeven de kop van het desbetreffende artikel, 'Borstoperaties moeten
snel beter worden', dat snel ingegrepen dient te worden! Ik citeer: Ziekenhuizen die vaak
een extra operatie nodig hebben bij de behandeling van borstkanker, moeten hun diensten
snel verbeteren. Afgelopen weekeinde bleek uit onderzoek dat veel ziekenhuizen niet
voldoen aan de norm dat 90 procent van de zogenaamde borstsparende operaties in één keer
moeten slagen. Honderden vrouwen blijken terug te moeten keren voor een tweede ingreep.
Een andere opmerking in dit verband: tot
voor kort was het gemeengoed onder chirurgen om bij borstkanker tevens de lymfklieren te
verwijderen; het okselkliertoilet. Gelukkig is inmiddels het gezond verstand gaan werken.
Deze lymfklieren zijn immers uiterst zinvol en zijn bedoeld, in samenwerking met de
NK-cellen, om het lichaam te beschermen. Als de lymfklieren kankercellen hebben
tegengehouden, dan hebben zij hun werk uitstekend gedaan. Ga je deze klieren nu operatief
verwijderen, dan moet die beschermingstaak worden overgenomen door de volgende
verdedigingslinie, hetgeen een betreurenswaardige gang van zaken is. Gelukkig is er een
andere benadering onder behoud van deze ultieme verdedigingsfunctie. Voor het belang en de
functie van lymfklieren wijs ik op het sympathieke boek, gebaseerd op metaforen, van de
arts Henk Fransen, onder de titel 'Bondgenoot'.
Een tweede argument voor begeleiding door
artsen, wederom geprojecteerd op DCA, ligt in het feit dat toepassing van deze therapie
vraagt om simultane inname van supplementen (zoals: magnesiumchloride, Q10, vitamine B
forte, alfaliponzuur, Probiomax.(www.universalmedical.nl) en het gevaar van neuropathie.
Mijn argumentatie voor begeleiding door
artsen kreeg op 31 juli 2008 nog een extra dimensie door de ontvangst van een bericht met
bijlage van Wim Huppes, waaruit naast zijn deskundigheid mede zijn integriteit en
betrokkenheid blijkt. Hij blijkt inmiddels met ongeveer tachtig kankerpatiënten
regelmatig contact te hebben gehad, van wie zes een bruikbaar en medisch helder verslag
hebben gedaan. Zij hebben het dichloorazijnzuur (DCA) meerdere malen ingenomen in voldoend
hoge doses om een krachtig effect te mogen verwachten, doch helaas kreeg geen van hen de
volledige genezingsreactie, die hijzelf heeft mogen ervaren. Volgens verschillende experts
zou dit grote verschil wellicht te verklaren zijn door Huppes' eerdere gebruik van HAART
(Highly Active Anti-Retroviral Therapy; een verzamelnaam voor combinatieschema's van
middelen tegen AIDS). Deze experts stellen dat HAART nog niet was uitgewerkt tijdens de
eerste weken van zijn gebruik van DCA. Huppes breekt dan ook een lans voor het combineren
van DCA met HAART.
Wim stelt verder nog dat hij, op grond van het feit dat hij internist is, zélf zijn
recept kon uitschrijven en dat zijn apotheker, evenals zijn huisarts, er trots op waren
hem te helpen.
Een soortgelijke ontwikkeling trad in
augustus 2008 op met betrekking tot de therapie op basis van natriumbicarbonaat (kortweg
bica), geïntroduceerd door Tullio Simoncini. Via mij toegezonden informatie blijkt het
zeer doelmatig te zijn om bica te combineren met ahornsiroop, waarbij deze toevoeging doet
denken aan de u bekende strategie onder de aanduiding 'Paard van Troje'. U kunt daarover
meer lezen in appendix III van dit boek. Waarom ga ik hier zo uitvoerig op in en noem ik
dit gebeuren een extra dimensie voor een begeleiding door artsen in plaats van de in
Nederland heersende gang van zaken bij terminale patiënten?
Stelt u zich eens voor zélf die terminale patiënt te zijn. Zou u zich dan niet veel
liever in Engeland wanen, teneinde voor een 'alternatieve' therapie steun en begeleiding
te mogen verwachten van de specialist, die zich verdiept heeft in een nieuwe, doch nog
niet in het medisch protocol opgenomen behandelwijze? Het lijkt mij een retorische vraag!
Daarom moet er iets veranderen; en dat zult u, lezer, moeten bewerkstelligen door uw
politieke partij daaromtrent te benaderen en daar verantwoording voor te vragen. Wat in
Engeland en Duitsland reeds kan, moet in Nederland ook zo snel mogelijk worden ingevoerd!
De invoering van de Kennisbank, dan wel een
benadering conform de recente doorbraak in Engeland (een aantal speciale klinieken met
bijbehorende financiering door overkoepelde organisaties als onder meer KWF), zou in ieder
geval een geweldige verlichting vormen voor mijn dagelijkse bezigheden, die voor 95
procent bestaan uit het psychisch begeleiden van terminale patiënten, die door de
reguliere zorg met lege handen zijn komen te staan.
Wat poog ik nu met dit boek te bereiken?
Ik hoop u te kunnen mobiliseren om de voor de kankerpatiënt heilloze weg van volgens het
protocol verplichte chemotherapie ter discussie te stellen. Als u zich in deze materie zou
verdiepen, kunt u niet tot een andere conclusie komen. Enerzijds zijn de voor ons
toegankelijke statistieken uiterst misleidend. Anderzijds worden gemelde successen vrijwel
steeds ten onrechte aan chemotherapie toegeschreven.
Ik geef u daarvan een voorbeeld: als borstkanker tijdig wordt vastgesteld en wordt
behandeld met operatie, gevolgd door chemo, dan is een genezing niet toe te wijzen aan de
behandeling met chemo, doch aan het feit, dat de snijvlakken volledig schoon waren. De
daarop volgende chemokuur was volmaakt onnodig, betekent een forse aanslag op het daarna
functioneren van de patiënt en leidt tot een onjuiste statistiek!
Verder breng ik u hier nog eens in herinnering dat drie van de vier oncologen na het
vaststellen van de diagnose niet bereid bleken voor hun genezing of voor die van hun
dierbaren te kiezen voor de behandeling met chemo. Uiteraard staan in dat specifieke geval
wél wegen open voor een alternatief.
Als wij voldoende druk uitoefenen moet het
toch alleszins mogelijk zijn om de terminale patiënt op zijn verzoek en onder de
deskundige leiding van een arts of specialist, in navolging van de procedure in Duitsland
en Engeland, en in navolging van het idee van Wim Huppes een alternatief te bieden, waarin
derden hem reeds zijn voorgegaan.
Medio juli 2008 las ik in een landelijk
dagblad:
'Vijf jaar geleden kreeg ze de diagnose terminale kanker, maar ietwat triomfantelijk zit
ze er nog. Dankzij experimentele behandelingen, uitstekende artsen en niet in de laatste
plaats haar ongelooflijk optimisme. 'Het beangstigt me wel eens, dat ik bijna een
voorbeeld ben geworden van een goed aflopen. Maar wat nou als het toch fout gaat?'
De accenten in bovenstaand citaat zijn door
mij aangebracht en de cursivering betreft een uitspraak van de desbetreffende patiënte.
Een, zoals dat heet, 'Bekende Nederlander'. We gunnen het haar uiteraard méér dan graag!
Echter, de strekking van een en ander is nu exact de essentie van mijn pleidooi. Deze
gegeven kans aan een terminale patiënt dient voor iedereen beschikbaar te zijn analoog
aan het hierboven geschetste concept in Engeland, alwaar 17 kenniscentra beschikbaar zijn
voor terminale patiënten, die conform het strakke, in Nederland geldende protocol niet
meer behandeld kunnen worden, doch bij een alternatieve benadering kansen hebben.
Als tv en pers hierin betrokken worden, kan
resultaat niet uitblijven ook al valt felle tegenstand te verwachten vanuit de
farmaceutische industrie en vanuit de gevestigde orde in de oncologie. Het is dan ook om
die reden, dat een proefproces bij dat mobiliseren van de publieke opinie, mede een rol
kan spelen. Ik geef u een voorbeeld waaruit moge blijken, dat we via pers en tv
onderwerpen ter discussie kunnen stellen, die in een harmonieuze samenleving en een goed
functionerende democratie onze aandacht verdienen en bijstelling vragen. U herinnert zich
misschien nog het particuliere initiatief van een ondernemer, die dit schooljaar
(2008/2009) een privéschool startte voor hoogbegaafde kinderen, omdat deze in het huidige
onderwijssysteem niet voldoende gemotiveerd bleken om zich voldoende in te zetten. Hij
besloot het interview met de opmerking, dat hij -na de opgedane ervaringen van dit
schooljaar- over het gehele land dit type privéscholen zou introduceren. En, wat las ik
op 25 augustus in de Gelderlander: 'Extra miljoenen voor les aan hoogbegaafden'.
Staatssecretaris Sharon Dijksma van Onderwijs steekt de komende drie jaar 10 miljoen euro
in het onderwijs aan hoogbegaafden.
De begeleiding van terminale patiënten
heeft mij sterk gemotiveerd om op het verzoek van de uitgever tot het schrijven van dit
boek in te gaan. Honderden dossiers, ontstaan tijdens de jarenlange correspondentie,
pleiten voor een zo snel mogelijk resultaat bij de behandeling van kanker. Nu worden al
decennia lang gigantische bedragen geïnvesteerd in de doodlopende weg van chemotherapie.
Als ik mij een samenvatting mag
veroorloven:
" Chemo ondermijnt de nog resterende gezondheid van de patiënt en leidt in slechts
enkele specifieke situaties tot -veelal tijdelijk- resultaat (zie daarvoor het onderzoek
van Huib Caron in het kinderziekenhuis); en dan nog zou datzelfde resultaat met een andere
benadering ook zijn bewerkstelligd. (zie de met toestemming van patiënten geselecteerde
berichten daaromtrent)
" Chemo dient slechts het belang van de farmaceutische industrie. Alleen al in een
land als Italië bedragen de kosten van deze therapie jaarlijks 3 miljard euro.
" Chemo leidt tot een niet meer te verdedigen niveau van de maandelijkse premie
ziektekosten.
" De aanwijzing -conform de hiervoor geschetste recente benadering in Engeland- van
één of meer gespecialiseerde ziekenhuizen, alwaar voor terminale kankerpatiënten de
mogelijkheid bestaat deel te nemen aan behandelingen die nog niet wetenschappelijk zijn
geaccepteerd, doch op basis waarvan elders in de wereld resultaten gemeld zijn. De
financiering daarvan kan mede plaatsvinden door via het KWF ter beschikking te stellen
fondsen. Het desbetreffende vermogen wordt immers door het Nederlandse volk door collectes
en legaten aangedragen.
Nog even terugkomend op het proefproces met
als invalshoek de eed van Hippocrates, geprojecteerd op de toepassing van chemotherapie.
Na een oriënterend gesprek met de advocaat is er ten behoeve van de 'bodemprocedure'
onder meer behoefte aan inzage in en toekomstige overdracht van informatie, ontleend aan
berichtgeving van (terminale) patiënten ter zake van hun bevindingen met chemotherapie,
de al dan niet daarmee bereikte resultaten, de al dan niet ontvangen adviezen om de
consequenties en bijwerkingen van chemo zoveel mogelijk te voorkomen, de al dan niet
daarna verkregen steun bij het opteren van andere benaderingen dan chemo en bestraling als
de reguliere weg helaas geen uitkomst bracht.
Mocht u het belang daarvan inzien, dan kunt
u deze informatie inbrengen via de website www.mijnervaringmetchemo.nl.
Ik kan tot slot niet aan de verleiding
weerstaan de hiervoor geciteerde Nederlandse Artseneed, de eed die door de
initiatiefnemers 'moet aansluiten bij de veranderingen in de uitoefeningen van
het beroep, in de maatschappij en in de manier, waarop men tegen de geneeskunde en artsen
aankijkt' nog eens op enkele punten de revue te laten passeren.
Daartoe eerst dan nogmaals de eed zelf:
Ik zweer/beloof, dat ik de geneeskunst zo
goed als ik kan zal uitoefenen ten dienste van mijn medemens. Ik zal zorgen voor zieken,
gezondheid bevorderen en lijden verlichten.
Ik stel het belang van de patiënt voorop en eerbiedig zijn opvattingen.
Ik zal aan de patiënt geen schade doen. Ik luister en zal hem goed inlichten.
Ik zal geheim houden wat mij is toevertrouwd.
Ik zal de geneeskundige kennis van mijzelf en anderen bevorderen. Ik erken de grenzen van
mijn mogelijkheden.
Ik zal mij open en toetsbaar opstellen, en ik ken mijn verantwoordelijkheid voor de
samenleving.
Ik zal de beschikbaarheid en toegankelijkheid van de gezondheidszorg bevorderen.
Ik maak geen misbruik van mijn medische kennis, ook niet onder druk.
Ik zal zo het beroep van arts in ere houden.
Zo waarlijk helpe mij God almachtig.
Het enige dat ik u nu vraag is slechts
enkele van de hiervoor in dit boek aangedragen gegevens nu op deze eed te toetsen, waarbij
ik met name uw aandacht vraag voor de vetgemaakte passages uit de eed.
" Jaarlijks overlijden naar schatting
alleen al in ziekenhuizen 1.700 patiënten door medische fouten. Over de hele
gezondheidszorg lopen de schattingen over het aantal doden door medische missers uiteen
tussen de 5.000 en 8.000. Daarnaast lopen ieder jaar circa 30.000 mensen onnodig letsel op
door fouten tijdens de behandeling.
" 90% van de huidige geneesmiddelen is
slechts bij 30 tot 50% van de patiënten effectief, dus bij 50 tot 70% hebben deze
middelen wél bijwerkingen, doch geen enkel positief effect!
" Ruim 80% van de geënquêteerde
oncologen in de VS wijst chemotherapie beslist af, als de diagnose kanker zou worden
vastgesteld bij henzelf of hun familieleden!
" 75% van diezelfde beroepsgroep
beveelt de kankerpatiënt met nadruk chemo als therapie aan. Voor de daaraan verbonden
bijwerkingen en de kans op genezing verwijs ik u naar de voorgaande gegevens.
" Het door specialisten weigeren van
enige begeleiding aan terminale kankerpatiënten wanneer zij in uiterste nood alsnog heil
zoeken bij 'alternatieve' therapieën. Zelfs aan het verzoek om bijvoorbeeld een scan ter
verificatie van een mogelijk verkregen behandelingsresultaat door derden wordt hooghartig
voorbijgegaan.
" Blijkens het onderzoek van de
hoogleraar kinderoncologie Huib Caron van het Emma Kinderziekenhuis lijdt 40% van de
overlevenden van kinderkanker aan ernstige of levensbedreigende ziekten als gevolg van de
behandelingen, 75% van de voormalige kinderkankerpatiënten krijgt één of meer problemen
met de gezondheid als gevolg van de behandeling en 25% heeft zelfs vijf of méér
gezondheidsproblemen tegelijk. Niets dan lof voor Huib Caron en het door hem geïnitieerde
onderzoek!
" Het jarenlange onderzoek van Ulrich
Abel geeft aan, dat het totale, wereldwijde aantal positieve resultaten als gevolg van
chemotherapie schokkend laag was, omdat er eenvoudigweg nergens wetenschappelijke bewijzen
beschikbaar waren voor het feit dat chemotherapie erin slaagt om het leven van patiënten
met de meest voorkomende typen organische kanker op noemenswaardige wijze te verlengen.
Hij benadrukt dat chemotherapie er zelden in slaagt de levenskwaliteit te verbeteren,
bestempelt de therapie als een financiële verspilling, beschrijft haar als een
wetenschappelijke kommer en kwel en stelt, dat ten minste 80% van de chemotherapie die in
de wereld wordt toegepast geen enkel nut heeft. Maar ook al bestaat er geen enkel
wetenschappelijk bewijs, noch de artsen, noch de patiënten zijn bereid om ervan af te
zien.
" 'Hoe het nu is, bijna twee jaar na
de diagnose? Belazerd! Van de chemo werd ik een zombie, van de Herceptin depressief en dat
laatste is nog niet over. Mijn hart bonkt van anderhalf jaar zware medicijnen, mijn nagels
zijn broos als knäckebröd. Wondjes hebben weken nodig om te genezen, mijn neus is
chronisch ontstoken. Mijn hoofd wil te weinig wat ik wil, ik ben snel moe, mijn
concentratie is vaak weg.' Bron: www.opzij.nl>dossiers en het bijzonder informatieve
boek 'Open en bloot. Borstkanker zonder opsmuk'.
Ter afsluiting nog dit: in het voorgaande
zult u nauwelijks een pleidooi gevonden hebben voor chemotherapie. Mijn pleidooi voor
therapievrijheid (en de vergoeding daarvan door de ziektekostenverzekeraar) geldt
uiteraard evenzeer voor de goedgeïnformeerde patiënt, die opteert voor chemo, doch dat
valt binnen het geldende protocol nauwelijks een keuze te noemen.
Mijn pleidooi ligt in de vrijheid voor de
terminale patiënt -aan wie in Nederland de mogelijkheid wordt ontzegd om zich in zijn
situatie alsnog in volledige vrijheid te oriënteren op alternatieve mogelijkheden- die
daarbij zelfs op steun mag rekenen van een door hem gekozen arts of specialist. Einstein
citerend: 'One thing I have learned in a long life: that all our science, measured against
reality, is primitive and childlike'.
Ik dank u voor uw aandacht.
Henk Trentelman
Chemo? Of kan ik zélf kiezen?

Auteur: Henk Trentelman
Prijs: 29,95
321 pagina's
ISBN: 9079872016
ISBN13: 9789079872015
Wees blij dat de schrijver van dit boek
chemotherapie geweigerd heeft. U had anders dit bijzondere boek niet kunnen lezen, want
Henk Trentelman had al 12 jaar dood moeten zijn... volgens zijn toenmalige specialist.
Schokkende onthullingen in dit boek.
Meer dan één op de drie mensen krijgt
kanker.
Vrijwel iedereen wordt daar dus direct of indirect mee geconfronteerd. Dat maakt dit boek
lezenswaard, want wanneer u de specialist hoort zeggen: ndien u geen chemotherapie
ondergaat, dan zult u het ziekenhuis binnen zes maanden horizontaal verlaten, zoals in
1996 tegen Henk Trentelman werd gezegd, dan wacht u een zware keuze.Henk heeft gekozen
voor andere mogelijkheden en geen chemo, toentertijd... Zou hij dat wél gedaan hebben,
dan zou dit boek nu waarschijnlijk niet verschenen zijn. In dit boek vertelt hij u wat u
niet behoort te weten en hoe het komt dat u geen andere keus dan chemo of bestraling wordt
voorgelegd en de terminale patiënt geen therapievrijheid heeft. 80% van de ondervraagde
oncologen in Amerika wijst chemotherapie af als kanker bij henzelf of hun familie zou
worden vastgesteld. 75% van diezelfde ondervraagde oncologen beveelt chemotherapie ten
zeerste aan bij patiënten! De bijwerkingen en kans op genezing zijn in dit boek
beschreven.
Voor mij als arts is het beschamend, dat
dit boek niet door een arts is geschreven, maar door een kankerpatiënt. Eigenlijk
is het boek één grote schreeuw, die de gevoelens van tienduizenden patiënten
vertolkt: "Zou er eindelijk eens iemand willen luisteren naar wat wij, patiënten,
zélf willen?"
Dit boek brengt u op andere ideeën.
- Dr. H.C. Moolenburgh, arts en schrijver
Henk laat in zijn boek zien hoe de politiek
en de farmaceutische industrie bepalen hoe een patiënt behandeld dient te worden. Ik hoop
en wens, dat het lezen van dit boek een nieuwe vrijheid zal brengen: de vrijheid om
zélf te beslissen voor welke behandeling je kiest.
- Wieger Rekker, Heilpraktiker te Gronau, Duitsland