baarmoederhalskanker


logo.jpg (7231 bytes)

Google

Deze pagina is verouderd - ontvang onze nieuwtjes per email

 

Baarmoederhalskanker


De Gevaren van de HPV-vaccins Gardasil & Cervarix (Baarmoederhalskanker vaccinatie Meidenprik)


De Gevaren van Vaccins

Met dank aan HealthRanger7

Voor meer video's van HealthRanger7 klik hier.


Risico's bij preventieve aanpak van baarmoederhalskanker

Bij vrouwen die abnormale celgroei hebben in de baarmoederhals kan preventief weefsel worden verwijdererd via oa de LLetz methodes (lisexcisie). Uit onderzoek blijkt nu dat dit niet zonder risico's is voor vrouwen die nog zwanger willen worden. Bij de Lletz methode verdubbelt de kans op vroeggeboortes maar liefst terwijl er bij ingreep met de scalpel de kans met 150% toeneemt. Voor jonge vrouwen die nog zwanger willen worden kan dit een reden zijn om de ingreep uit te gaan stellen of andere methodes te gaan gebruiken. Bij laserbehandelingen was er bijvoorbeeld geen verhoogd risico.

http://www.newscientist.com/article.ns?id=dn8708

Journal reference: The Lancet (vol 367, p 489)

Lisexcisie wordt ook in Nederland toegepast:

Met behulp van een gloeiende lis wordt het afwijkende weefsel weggeschraapt. Meestal gebeurt dit onder plaatselijke verdoving. De behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving, algehele narcose of met een ruggenprik. De behandeling met plaatselijke verdoving gebeurt poliklinisch en duurt ongeveer een kwartier. De patiënt moet plaats nemen in de gynaecologische onderzoekstoel en krijgt een plakker op het been om elektrische stroom te geleiden. Nadat een speculum in de schede is gebracht, geeft de arts een plaatselijke verdoving met een dunne naald. De baarmoederhals wordt gekleurd met azijnoplossing of jodium. Daarna neemt de gynaecoloog met het verhitte lisje weefsel weg.


Hormoonsuppletietherapie en het risico op baarmoederslijmvlieskanker

Het College ter beoordeling van geneesmiddelen is geïnformeerd over een publicatie die vandaag in de Lancet is verschenen. De publicatie rapporteert over het risico van kanker van het baarmoederslijmvlies bij gebruik van verschillende soorten van hormoonbehandeling na de menopauze (hormoonsuppletietherapie). Het betreft nieuwe resultaten van een al beschreven groot Britse onderzoek (Million Women Study).

In het onderzoek is het risico van het gebruik van hormoonsuppletietherapie (HST) bestaande uit uitsluitend een oestrogeen, oestrogeen gecombineerd met progestageen en het hormoon tibolon (de werkzame stof van Livial) vergeleken ten opzichte van geen gebruik. De resultaten tonen dat het risico van baarmoederslijmvlieskanker is verhoogd bij gebruik van alleen een oestrogeen en bij gebruik van tibolon. Dit verhoogde risico hangt samen met de duur van gebruik: het risico wordt groter naarmate het middel langer wordt gebruikt.. Bij gebruik van oestrogenen in combinatie met een progestageen is het risico niet verhoogd.

Dat het gebruik van alleen een oestrogeen kan leiden tot een verhoogd risico van baarmoederslijmvlieskanker was reeds bekend uit vele eerder gepubliceerde onderzoeken. Daarom dienen vrouwen met een baarmoeder een oestrogeenbehandeling te combineren met een progestageen. Dat deze combinatie het verhoogde risico doet verdwijnen, wordt ook door de resultaten van dit onderzoek bevestigd. Dat een behandeling met tibolon leidt tot een verhoogd risico van baarmoederslijmvlieskanker, is een nieuwe bevinding. Livial is in Nederland alleen geregistreerd voor de behandeling van vrouwen met overgangsklachten. Deze nieuwe bevindingen zijn een reden tot zorg en het College zal na bestudering van het artikel op korte termijn nadere informatie geven over de zonodig te nemen maatregelen. Zij zal dit doen in overleg met de geneesmiddelenautoriteiten van de andere EU lidstaten waar Livial geregistreerd is.

In de productinformatie en bijsluiter van Livial wordt al melding gemaakt van vermoedens van abnormale groei van het baarmoederslijmvlies of een kwaadaardig gezwel van het baarmoederslijmvlies bij vrouwen die Livial gebruiken, maar er was tot op heden is geen verband aangetoond met de behandeling van Livial. De fabrikant van Livial, Organon, heeft in 2002 een groot onderzoek gestart waarin mogelijke bijwerkingen op het baarmoederslijmvlies ten gevolge van Livial gebruik nader onderzocht worden. De resultaten van dat onderzoek komen eind 2005 beschikbaar.

Gebruiksters en artsen worden gewezen op het advies in de huidige productinformatie van alle HST producten dat de behandeling zo kort mogelijk dient te worden gehouden bij een zo laag mogelijke dosering. Bij langdurig gebruik dient periodiek, op zijn minst jaarlijks, een zorgvuldige afweging van de voor- en nadelen van hormoonsuppletietherapie gemaakt moet worden om te bepalen of de behandeling moet worden voortgezet.


Registratie aangevraagd in Europa voor vaccin tegen baarmoederhalskanker

Sanofi Pasteur MSD heeft bij het Europese bureau voor geneesmiddelen beoordeling (European Medicines Agency, EMEA) een registratieaanvraag ingediend voor GARDASIL(r) , een quadrivalent vaccin tegen het humaan papillomavirus type 6,11,16 en 18 van Sanofi Pasteur MSD en Merck. GARDASIL(r) biedt bescherming tegen de vier meest voorkomende types van het humaan papillomavirus (HPV) die baarmoederhalskanker, voorstadia van baarmoederhalskanker en genitale wratten veroorzaken.

Baarmoederhalskanker is in Europa de op één na belangrijkste doodsoorzaak
door kanker onder jonge vrouwen tussen 15 en 44 jaar. Dagelijks overlijden er in Europa 40 vrouwen en jaarlijks in Nederland 200 vrouwen aan deze vorm van kanker.

In Europa wordt GARDASIL(r) op de markt gebracht door Sanofi Pasteur MSD. Vorige week heeft Sanofi Pasteur MSD bekend gemaakt dat Merck op 1 december 2005 een registratieaanvraag heeft ingediend voor het vaccin bij de U.S. Food and Drug Administration (FDA). Daarnaast heeft Merck aangekondigd in december 2005 en begin 2006 voor GARDASIL(r) registratie aan te vragen in Australië en in andere landen.

GARDASIL(r) bevindt zich, samen met nog twee andere vaccins, in de laatste fase van de ontwikkeling. In april 2005 heeft Sanofi Pasteur MSD een registratieaanvraag ingediend bij de EMEA voor ROTATEQ(r), een vaccin tegen het rotavirus dat uitdroging door ernstige diarree bij kinderen veroorzaakt, en in mei 2005 voor ZOSTAVAX(r), een vaccin voor de preventie van gordelroos en daarmee geassocieerde pijn.


Baarmoederhalskanker blijft voorkomen ondanks screeningsprogramma

Ondanks het nationale screeningsprogramma voor baarmoederhalskanker ('het uitstrijkje') wordt in Nederland jaarlijks nog bij 700 vrouwen deze vorm van kanker vastgesteld. Belangrijke redenen hiervoor zijn dat meer dan 30% van de vrouwen uit de risicogroep niet deelnemen aan het onderzoek en dat voorstadia van baarmoederhalskanker niet altijd effectief worden opgespoord. Primaire preventie, voorkoming van het ontstaan, van baarmoederhalskanker door vaccinatie kan helpen om de levens te redden van vele vrouwen die nog steeds aan deze ziekte overlijden. Daarnaast wordt de druk verlaagd die de ziekte op het zorgstelsel legt omdat minder patiënten met baarmoederhalskanker moeten worden behandeld.

Tot deze conclusie kwamen vooraanstaande Europese deskundigen op het gebied van baarmoederhalskanker samen met ongeveer 100 Europese journalisten gedurende een door Sanofi Pasteur MSD georganiseerde persconferentie tijdens een vooraanstaand Europees kankercongres (European Cancer Conference, ECCO) in Parijs. Om de impact van de ziekte aan te geven wordt gewezen op het feit dat in Nederland jaarlijks meer dan 200 vrouwen aan baarmoederhalskanker overlijden. Ondanks recente medische vooruitgang en screening blijft baarmoederhalskanker de op één na belangrijkste doodsoorzaak door kanker (na borstkanker) onder jonge vrouwen (15-44 jaar) in Nederland. Veel vrouwen ondergaan behandelingen (zoals operatief ingrijpen, chemotherapie en radiotherapie) die schadelijke effecten kunnen hebben: steriliteit bijvoorbeeld of een verhoogd risico op late spontane abortus bij vrouwen die na de behandeling zwanger worden. Op internationaal niveau werden de gevolgen van de ziektelast besproken in het licht van recente resultaten. Deze wijzen uit dat een quadrivalent humaan papillomavirus-vaccin (type 6, 11, 16, 18) in een grootschalig fase III klinisch onderzoek een bescherming biedt van 100% (1) tegen voorstadia van baarmoederhalskanker en niet-invasieve baarmoederhals kanker die worden geassocieerd met humaan papillomavirus 16 en 18.

Primaire preventie door vaccinatie als eerste verdedigingslinie
Aangezien baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door het humaan papillomavirus, is door Sanofi Pasteur MSD een quadrivalent vaccin tegen humaan papillomavirus (type 6, 11, 16, 18) ontwikkeld om primaire preventie van vroege celafwijkingen tot en met baarmoederhalskanker mogelijk te maken. De aangetoonde bescherming van het vaccin tegen vergevorderde voorstadia van baarmoederhalskanker (2) wijst erop dat het quadrivalente vaccin baarmoederhalskanker effectief kan voorkomen en derhalve een belangrijke doorbraak in de oncologie is. 'Vaccinatie zal screening echter niet vervangen, maar zal worden gebruikt voor primaire preventie, terwijl screening een rol zullen blijven spelen bij secundaire preventie (3)', aldus professor Ole-Erik Iversen van het Haukeland ziekenhuis dat verbonden is aan de universiteit van Bergen (Noorwegen). 'Vaccinatie vormt een bijzonder interessante nieuwe methode om deze zeer agressieve ziekte te voorkomen', aldus professor Roland Bugat van het Franse INCa (Institut National du Cancer). Hij sloot de conferentie af met de woorden: 'Gezondheidsautoriteiten dienen adequate vaccinatieprogramma's in overweging te nemen omdat vaccinatie tot een aanzienlijke vooruitgang kan leiden door zowel de incidentie als de mortaliteit van baarmoederhalskanker te verlagen'.

(1) Met een 96,97% betrouwbaarheidsinterval (CI) van [76 - 100]. 12,167 vrouwen namen deel aan het onderzoek

(2) Om ethische redenen werd het ongepast geacht om baarmoederhalskanker zelf als het eindpunt te kiezen om werkzaamheid tegen baarmoederhalskanker aan te tonen. Dit zou betekenen dat men vrouwen in het klinische onderzoek het stadium van baarmoederhalskanker zou laten bereiken. Daarom werden vergevorderde voorstadia van baarmoederhalskanker gekozen als geschikte eindpunten voor de klinische ontwikkeling van het quadrivalente
vaccin tegen humaan papillomavirus.

(3) Secundaire preventie in dit verband doelt op de vroege detectie van diverse voorstadia van baarmoederhalskanker.

Over Sanofi Pasteur MSD
Sanofi Pasteur MSD is een joint venture van Sanofi Pasteur, de vaccindivisie van
Sanofi-Aventis, en Merck & Co. Inc. Sanofi Pasteur MSD is het enige bedrijf in Europa dat zich uitsluitend op vaccins richt, waarbij innovatie en expertise worden gecombineerd. Sanofi Pasteur MSD is in staat de onderzoeksexpertise van Sanofi Pasteur en Merck & Co. Inc., samen met hun teams over de hele wereld, in te zetten voor de ontwikkeling van nieuwe vaccins voor Europa, met als doel de bescherming tegen andere ziekten uit te breiden en bestaande vaccins te perfectioneren voor een betere acceptatie, werkzaamheid en verdraagbaarheid van vaccinatie.


Internationaal

Human papillomavirus tests could decrease deaths from
cervical cancer

Cancer technology researchers say that more lives might be saved cost-effectively by applying human papillomavirus testing to women with borderline cervical smear results. The researchers, from the University of Oxford and the Institute of Cancer Research in London, published the results of their study in the 14 January edition of the British Medical Journal.

The researchers caution, however, that the gain in life would need to be balanced against more frequent visits to hospital for follow-up investigations with a microscopic camera known as a coloscope.

There are almost 3,000 new cases of cervical cancer in the UK each year according to the charity Cancer Research UK, and it is the second most common cancer in women under the age of 35. A simple treatment can usually prevent the disease from developing if the abnormal cells which produce it are caught early.

‘The gain in life expectancy which we observed with the papillomavirus testing is related to referring patients that test positive for the virus, and are therefore at higher risk of developing cervical cancer, for immediate follow-up investigation at the hospital’ said Rosa Legood, a senior researcher with the Oxford Health Economics Research Centre. ‘It is also related to stemming the loss of women from the programme who fail to attend after borderline cytology results because of the number of follow-up tests.’

Currently the UK Cervical Cancer Screening Programme asks women with mildly abnormal or borderline cervical smear results to submit to tests every six months untiltwo to three consecutive tests do not reveal any abnormalities. This can be costly for the patients and the NHS and can still miss the lesions leading to cancer, while some women may neglect to return for the follow-up screenings.

Testing for the presence of the sexually transmitted human papillomavirus, which causes genital warts, could instead help to determine whether to order an immediate hospital investigation. Some strains of the virus are thought to be the major cause of the cancer.

‘Tumor-causing human papillomavirus has been detected in almost all invasive cancers, and its prevalence in precancerous lesions varies from about eighty to ninety percent,’ said Ms Legood. ‘However, human papillomavirus can often regress naturally and does not necessarily lead to cervical cancer.’

The researchers analyzed data from three laboratories which the Department of Health chose in 2001 as pilot sites for the use of human papillomavirus testing and of Liquid Based Cytology, with which the NHS is gradually replacing the Pap smear. They calculated the additional cost to the government of each year of patient life saved based upon the predicted gain in life expectancy and costs including that of screening, hospital investigation and cancer treatment.

The researchers included health economists Rosa Legood, Professor Alastair Gray and Dr Jane Wolstenholme from the Health Economics Research Centre in the Oxford Department of Public Health, and Dr Sue Moss from the Institute of Cancer Research in London.


 

 


 


View My Stats