Baarmoederhalskanker
Risico's bij preventieve aanpak
van baarmoederhalskanker
Bij vrouwen die abnormale celgroei hebben
in de baarmoederhals kan preventief weefsel worden verwijdererd via oa de LLetz methodes
(lisexcisie). Uit onderzoek blijkt nu dat dit niet zonder risico's is voor vrouwen die nog
zwanger willen worden. Bij de Lletz methode verdubbelt de kans op vroeggeboortes maar
liefst terwijl er bij ingreep met de scalpel de kans met 150% toeneemt. Voor jonge vrouwen
die nog zwanger willen worden kan dit een reden zijn om de ingreep uit te gaan stellen of
andere methodes te gaan gebruiken. Bij laserbehandelingen was er bijvoorbeeld geen
verhoogd risico.
http://www.newscientist.com/article.ns?id=dn8708
Journal reference: The Lancet (vol
367, p 489)
Lisexcisie wordt ook in Nederland
toegepast:
Met behulp van een gloeiende lis wordt
het afwijkende weefsel weggeschraapt. Meestal gebeurt dit onder plaatselijke verdoving. De
behandeling vindt plaats onder plaatselijke verdoving, algehele narcose of met een
ruggenprik. De behandeling met plaatselijke verdoving gebeurt poliklinisch en duurt
ongeveer een kwartier. De patiënt moet plaats nemen in de gynaecologische onderzoekstoel
en krijgt een plakker op het been om elektrische stroom te geleiden. Nadat een speculum in
de schede is gebracht, geeft de arts een plaatselijke verdoving met een dunne naald. De
baarmoederhals wordt gekleurd met azijnoplossing of jodium. Daarna neemt de gynaecoloog
met het verhitte lisje weefsel weg.
Hormoonsuppletietherapie en het
risico op baarmoederslijmvlieskanker
Het College ter beoordeling van
geneesmiddelen is geïnformeerd over een publicatie die vandaag in de Lancet is
verschenen. De publicatie rapporteert over het risico van kanker van het
baarmoederslijmvlies bij gebruik van verschillende soorten van hormoonbehandeling na de
menopauze (hormoonsuppletietherapie). Het betreft nieuwe resultaten van een al beschreven
groot Britse onderzoek (Million Women Study).
In het onderzoek is het risico van het
gebruik van hormoonsuppletietherapie (HST) bestaande uit uitsluitend een oestrogeen,
oestrogeen gecombineerd met progestageen en het hormoon tibolon (de werkzame stof van
Livial) vergeleken ten opzichte van geen gebruik. De resultaten tonen dat het risico van
baarmoederslijmvlieskanker is verhoogd bij gebruik van alleen een oestrogeen en bij
gebruik van tibolon. Dit verhoogde risico hangt samen met de duur van gebruik: het risico
wordt groter naarmate het middel langer wordt gebruikt.. Bij gebruik van oestrogenen in
combinatie met een progestageen is het risico niet verhoogd.
Dat het gebruik van alleen een oestrogeen
kan leiden tot een verhoogd risico van baarmoederslijmvlieskanker was reeds bekend uit
vele eerder gepubliceerde onderzoeken. Daarom dienen vrouwen met een baarmoeder een
oestrogeenbehandeling te combineren met een progestageen. Dat deze combinatie het
verhoogde risico doet verdwijnen, wordt ook door de resultaten van dit onderzoek
bevestigd. Dat een behandeling met tibolon leidt tot een verhoogd risico van
baarmoederslijmvlieskanker, is een nieuwe bevinding. Livial is in Nederland alleen
geregistreerd voor de behandeling van vrouwen met overgangsklachten. Deze nieuwe
bevindingen zijn een reden tot zorg en het College zal na bestudering van het artikel op
korte termijn nadere informatie geven over de zonodig te nemen maatregelen. Zij zal dit
doen in overleg met de geneesmiddelenautoriteiten van de andere EU lidstaten waar Livial
geregistreerd is.
In de productinformatie en bijsluiter van
Livial wordt al melding gemaakt van vermoedens van abnormale groei van het
baarmoederslijmvlies of een kwaadaardig gezwel van het baarmoederslijmvlies bij vrouwen
die Livial gebruiken, maar er was tot op heden is geen verband aangetoond met de
behandeling van Livial. De fabrikant van Livial, Organon, heeft in 2002 een groot
onderzoek gestart waarin mogelijke bijwerkingen op het baarmoederslijmvlies ten gevolge
van Livial gebruik nader onderzocht worden. De resultaten van dat onderzoek komen eind
2005 beschikbaar.
Gebruiksters en artsen worden gewezen op
het advies in de huidige productinformatie van alle HST producten dat de behandeling zo
kort mogelijk dient te worden gehouden bij een zo laag mogelijke dosering. Bij langdurig
gebruik dient periodiek, op zijn minst jaarlijks, een zorgvuldige afweging van de voor- en
nadelen van hormoonsuppletietherapie gemaakt moet worden om te bepalen of de behandeling
moet worden voortgezet.
Registratie aangevraagd in Europa
voor vaccin tegen baarmoederhalskanker
Sanofi Pasteur MSD heeft bij het Europese bureau voor geneesmiddelen beoordeling (European
Medicines Agency, EMEA) een registratieaanvraag ingediend voor GARDASIL(r) , een
quadrivalent vaccin tegen het humaan papillomavirus type 6,11,16 en 18 van Sanofi Pasteur
MSD en Merck. GARDASIL(r) biedt bescherming tegen de vier meest voorkomende types van het
humaan papillomavirus (HPV) die baarmoederhalskanker, voorstadia van baarmoederhalskanker
en genitale wratten veroorzaken.
Baarmoederhalskanker is in Europa de op
één na belangrijkste doodsoorzaak
door kanker onder jonge vrouwen tussen 15 en 44 jaar. Dagelijks overlijden er in Europa 40
vrouwen en jaarlijks in Nederland 200 vrouwen aan deze vorm van kanker.
In Europa wordt GARDASIL(r) op de markt
gebracht door Sanofi Pasteur MSD. Vorige week heeft Sanofi Pasteur MSD bekend gemaakt dat
Merck op 1 december 2005 een registratieaanvraag heeft ingediend voor het vaccin bij de
U.S. Food and Drug Administration (FDA). Daarnaast heeft Merck aangekondigd in december
2005 en begin 2006 voor GARDASIL(r) registratie aan te vragen in Australië en in andere
landen.
GARDASIL(r) bevindt zich, samen met nog
twee andere vaccins, in de laatste fase van de ontwikkeling. In april 2005 heeft Sanofi
Pasteur MSD een registratieaanvraag ingediend bij de EMEA voor ROTATEQ(r), een vaccin
tegen het rotavirus dat uitdroging door ernstige diarree bij kinderen veroorzaakt, en in
mei 2005 voor ZOSTAVAX(r), een vaccin voor de preventie van gordelroos en daarmee
geassocieerde pijn.
Baarmoederhalskanker blijft
voorkomen ondanks screeningsprogramma
Ondanks het nationale screeningsprogramma
voor baarmoederhalskanker ('het uitstrijkje') wordt in Nederland jaarlijks nog bij 700
vrouwen deze vorm van kanker vastgesteld. Belangrijke redenen hiervoor zijn dat meer dan
30% van de vrouwen uit de risicogroep niet deelnemen aan het onderzoek en dat voorstadia
van baarmoederhalskanker niet altijd effectief worden opgespoord. Primaire preventie,
voorkoming van het ontstaan, van baarmoederhalskanker door vaccinatie kan helpen om de
levens te redden van vele vrouwen die nog steeds aan deze ziekte overlijden. Daarnaast
wordt de druk verlaagd die de ziekte op het zorgstelsel legt omdat minder patiënten met
baarmoederhalskanker moeten worden behandeld.
Tot deze conclusie kwamen vooraanstaande
Europese deskundigen op het gebied van baarmoederhalskanker samen met ongeveer 100
Europese journalisten gedurende een door Sanofi Pasteur MSD georganiseerde persconferentie
tijdens een vooraanstaand Europees kankercongres (European Cancer Conference, ECCO) in
Parijs. Om de impact van de ziekte aan te geven wordt gewezen op het feit dat in Nederland
jaarlijks meer dan 200 vrouwen aan baarmoederhalskanker overlijden. Ondanks recente
medische vooruitgang en screening blijft baarmoederhalskanker de op één na belangrijkste
doodsoorzaak door kanker (na borstkanker) onder jonge vrouwen (15-44 jaar) in Nederland.
Veel vrouwen ondergaan behandelingen (zoals operatief ingrijpen, chemotherapie en
radiotherapie) die schadelijke effecten kunnen hebben: steriliteit bijvoorbeeld of een
verhoogd risico op late spontane abortus bij vrouwen die na de behandeling zwanger worden.
Op internationaal niveau werden de gevolgen van de ziektelast besproken in het licht van
recente resultaten. Deze wijzen uit dat een quadrivalent humaan papillomavirus-vaccin
(type 6, 11, 16, 18) in een grootschalig fase III klinisch onderzoek een bescherming biedt
van 100% (1) tegen voorstadia van baarmoederhalskanker en niet-invasieve baarmoederhals
kanker die worden geassocieerd met humaan papillomavirus 16 en 18.
Primaire preventie door vaccinatie als
eerste verdedigingslinie
Aangezien baarmoederhalskanker wordt veroorzaakt door het humaan papillomavirus, is door
Sanofi Pasteur MSD een quadrivalent vaccin tegen humaan papillomavirus (type 6, 11, 16,
18) ontwikkeld om primaire preventie van vroege celafwijkingen tot en met
baarmoederhalskanker mogelijk te maken. De aangetoonde bescherming van het vaccin tegen
vergevorderde voorstadia van baarmoederhalskanker (2) wijst erop dat het quadrivalente
vaccin baarmoederhalskanker effectief kan voorkomen en derhalve een belangrijke doorbraak
in de oncologie is. 'Vaccinatie zal screening echter niet vervangen, maar zal worden
gebruikt voor primaire preventie, terwijl screening een rol zullen blijven spelen bij
secundaire preventie (3)', aldus professor Ole-Erik Iversen van het Haukeland ziekenhuis
dat verbonden is aan de universiteit van Bergen (Noorwegen). 'Vaccinatie vormt een
bijzonder interessante nieuwe methode om deze zeer agressieve ziekte te voorkomen', aldus
professor Roland Bugat van het Franse INCa (Institut National du Cancer). Hij sloot de
conferentie af met de woorden: 'Gezondheidsautoriteiten dienen adequate
vaccinatieprogramma's in overweging te nemen omdat vaccinatie tot een aanzienlijke
vooruitgang kan leiden door zowel de incidentie als de mortaliteit van
baarmoederhalskanker te verlagen'.
(1) Met een 96,97%
betrouwbaarheidsinterval (CI) van [76 - 100]. 12,167 vrouwen namen deel aan het onderzoek
(2) Om ethische redenen werd het ongepast
geacht om baarmoederhalskanker zelf als het eindpunt te kiezen om werkzaamheid tegen
baarmoederhalskanker aan te tonen. Dit zou betekenen dat men vrouwen in het klinische
onderzoek het stadium van baarmoederhalskanker zou laten bereiken. Daarom werden
vergevorderde voorstadia van baarmoederhalskanker gekozen als geschikte eindpunten voor de
klinische ontwikkeling van het quadrivalente
vaccin tegen humaan papillomavirus.
(3) Secundaire preventie in dit verband
doelt op de vroege detectie van diverse voorstadia van baarmoederhalskanker.
Over Sanofi Pasteur MSD
Sanofi Pasteur MSD is een joint venture van Sanofi Pasteur, de vaccindivisie van
Sanofi-Aventis, en Merck & Co. Inc. Sanofi Pasteur MSD is het enige bedrijf in Europa
dat zich uitsluitend op vaccins richt, waarbij innovatie en expertise worden gecombineerd.
Sanofi Pasteur MSD is in staat de onderzoeksexpertise van Sanofi Pasteur en Merck &
Co. Inc., samen met hun teams over de hele wereld, in te zetten voor de ontwikkeling van
nieuwe vaccins voor Europa, met als doel de bescherming tegen andere ziekten uit te
breiden en bestaande vaccins te perfectioneren voor een betere acceptatie, werkzaamheid en
verdraagbaarheid van vaccinatie.
Internationaal
Human papillomavirus tests could
decrease deaths from
cervical cancer
Cancer technology researchers say that
more lives might be saved cost-effectively by applying human papillomavirus testing to
women with borderline cervical smear results. The researchers, from the University of
Oxford and the Institute of Cancer Research in London, published the results of their
study in the 14 January edition of the British Medical Journal.
The researchers caution, however, that
the gain in life would need to be balanced against more frequent visits to hospital for
follow-up investigations with a microscopic camera known as a coloscope.
There are almost 3,000 new cases of
cervical cancer in the UK each year according to the charity Cancer Research UK, and it is
the second most common cancer in women under the age of 35. A simple treatment can usually
prevent the disease from developing if the abnormal cells which produce it are caught
early.
The gain in life expectancy which
we observed with the papillomavirus testing is related to referring patients that test
positive for the virus, and are therefore at higher risk of developing cervical cancer,
for immediate follow-up investigation at the hospital said Rosa Legood, a senior
researcher with the Oxford Health Economics Research Centre. It is also related to
stemming the loss of women from the programme who fail to attend after borderline cytology
results because of the number of follow-up tests.
Currently the UK Cervical Cancer
Screening Programme asks women with mildly abnormal or borderline cervical smear results
to submit to tests every six months untiltwo to three consecutive tests do not reveal any
abnormalities. This can be costly for the patients and the NHS and can still miss the
lesions leading to cancer, while some women may neglect to return for the follow-up
screenings.
Testing for the presence of the sexually
transmitted human papillomavirus, which causes genital warts, could instead help to
determine whether to order an immediate hospital investigation. Some strains of the virus
are thought to be the major cause of the cancer.
Tumor-causing human papillomavirus
has been detected in almost all invasive cancers, and its prevalence in precancerous
lesions varies from about eighty to ninety percent, said Ms Legood. However,
human papillomavirus can often regress naturally and does not necessarily lead to cervical
cancer.
The researchers analyzed data from three
laboratories which the Department of Health chose in 2001 as pilot sites for the use of
human papillomavirus testing and of Liquid Based Cytology, with which the NHS is gradually
replacing the Pap smear. They calculated the additional cost to the government of each
year of patient life saved based upon the predicted gain in life expectancy and costs
including that of screening, hospital investigation and cancer treatment.
The researchers included health
economists Rosa Legood, Professor Alastair Gray and Dr Jane Wolstenholme from the Health
Economics Research Centre in the Oxford Department of Public Health, and Dr Sue Moss from
the Institute of Cancer Research in London.