Attention Deficit Disorder (ADD)
Attention Deficit Disorder (ADD). door:
Richard Vogel
Attention Defecit Disorder (ADD; Ned:
Aandachtstekortstoornis) is de samenvattende aanduiding van een aantal kwalen, die gemeen
hebben de goede werking van de hersenen te belemmeren. Vroeger bekend als Minimal Brain
Disorder, later M.B.Dysfunction. Korte tijd (DSM II, 1968) heeft het ook nog als HRC
(Hyperkinetic Reaction of Childhood) bekend gestaan. De laatste tijd wordt ADD ook wel als
Attention Difference aangeduid.
Kenmerk van ADD is een selectieve
combinatie van:
-moeilijkheden om ergens de aandacht bij te
houden,
-overspontaan, overactief en onnadenkend optreden ("Hyperactiviteit"),
-van alles beginnen maar moeilijkheden om dingen af te maken,
-problemen met het beheer van het geheugen,
-onhandig bewegen en slecht handschrift ("gestoorde motoriek"),
-wollig, onscherp denken,
-gemakkelijk af te leiden,
-moeilijkheden om georganiseerd te werken en tijd in te delen,
-moeilijkheden om dingen in proportie te zien en prioriteiten te stellen,
-moeilijkheden om uit ervaringen lering te trekken,
-Daardoor ook: zelfoverschatting of, minder vaak, zelfonderschatting.
ADD is niet van vandaag of gisteren. Al in de werken van Hippocrates (plm.460-377 v.Chr.)
zijn beschrijvingen te vinden, die doen vermoeden dat het over ADD ging. Ook bij latere
Griekse en Romeinse schrijvers zijn zulke beschrijvingen te vinden en een diepgaand
onderzoek zal zeker nog meer aan het licht brengen. In de Middeleeuwen lag de zaak
eenvoudiger: mensen met afwijkend gedrag werden eenvoudig voor "gek" verklaard
en voor zover ze problemen voor hun omgeving opleverden opgesloten in een rasphuis of
dolhuis of zelfs, omdat "de duivel in ze gevaren was" geëxecuteerd (de
oorspronkelijke betekenis van de woorden "gek" en "dol" was "de
juiste richting kwijt zijnd" vgl. het tegenwoordige "gedesoriënteerd").
Pas in de 17e eeuw begonnen schrijvers weer hun aandacht te richten op rationele
verklaringen en eventueel genezing maar veel verder kwam men toen nog niet. Pas na het
midden van de 19e eeuw kwam de zaak weer meer in de belangstelling. Zo schreef Théodule
Ribot (1839 - 1916) in 1881, 1883 resp.1888 drie boeken, "les Maladies de la
Mémoire", "Les Maladies de la Volonté" en "Psychologie de
l'Attention", waarvan de titels niets aan duidelijkheid te wensen overlaten.
In Maart 1902 gaf G.F.Still voor the Royal
College of Physicians of London een serie van drie lezingen over "Some Abnormal
Psychical Conditions in Children". Deze serie lezingen, gereproduceerd in The Lancet
van 12,19 & 26 april 1902, wordt algemeen aangezien als het begin van de moderne
aandacht voor wat wij tegenwoordig ADHD noemen.
In de jaren twintig en dertig verschenen, met name in Duitsland (b.v. Gerling, Rado (ps.))
en Amerika (b.v.Pellman) stapels populaire boeken en cursussen over verbetering van het
geheugen en versterking van de wilskracht, die duidelijk aangeven hoezeer volwassenen zich
ook toen al bewust waren van ADD-achtige problemen (het Instituut Pellman had zelfs een
filiaal in Nederland). In Frankrijk was het vooral de "School van Nancy" van de
wetenschappelijke hypnose, met Émile Coué als grote popularisator, die oplossingen voor
(o.a.) problemen met geheugen en wil bood (ook Coué had veel navolgers in Nederland en
zelfs Amerika; met name in Franssprekende landen zijn zijn theorieën de laatste tijd weer
sterk "terug van weggeweest").
In de jaren na de oorlog trok vooral de
variant met hyperactiviteit bij kinderen de aandacht. Oorspronkelijk werd die als Minimal
Brain Disorder aangeduid, later M.B.Dysfunction. Korte tijd (DSM II, 1968) werd van HRC
(Hyperkinetic Reaction of Childhood) gesproken. Later kwam de term ADHD in gebruik. De
laatste tijd wordt ADD ook wel als Attention Difference aangeduid. De constatering, dat
ouders van kinderen met ADHD vaak zelf ook in hun kindertijd ADHD hadden vertoond, waarbij
de hyperactiviteit weliswaar op latere leeftijd verdween maar de overige klachten bleven
had tot gevolg dat ADD als een variant van ADHD beschouwd werd. Nog steeds wordt, vooral
in kringen van psychiaters, ADD vaak als "ADHD zonder H" beschouwd. Zo
behandelen het Amerikaanse DSM IV (waarvan helaas ook een Nederlandse vertaling bestaat)
en het bij medische studenten welbekende leerboek van Kaplan en Saddok ADD in hun nieuwste
uitgaven nog steeds als een voetnoot bij ADHD, met alle gevolgen van dien.
Twee factoren hebben vooral de hernieuwde
belangstelling voor ADD bevorderd. De ontdekking van de neurotransmitters in het begin van
de jaren zeventig maakte duidelijk, dat de klassieke tweedeling in lichaam en ziel
definitief achterhaald was en dat "zielsziekten" een net zo materiële basis
hebben als lichamelijke ziekten.Weliswaar werden voordien al medicijnen gebruikt bij
psychische klachten maar dat was op goed geluk en had vooral tot doel de maatschappelijke
problemen, die psychiatrische patienten veroorzaakten te verminderen (het bekende
"platspuiten"). Nu het duidelijk was, dat een onevenwichtigheid in de
neurotransmitters een van de oorzaken was kon gericht naar medicijnen gezocht worden,
waarvan Prozac, ironischerwijze juist door zijn negatieve bijwerkingen, het meest bekend
is geworden.
Belangrijker nog was de opkomst, midden jaren tachtig, van diverse hersenscanmethoden.
Daarmee werd het mogelijk hersenonderzoek niet meer alleen tot kadavers te beperken maar
de hersenen van levenden in functie te onderzoeken. Door deze methode kon worden
aangetoond, dat ADDers een afwijkende bouw en functinering van de hersenen hebben en
konden, e passant, alle beweringen dat ADD slechts inbeelding en aanstellerij was naar het
rijk der fabelen worden verwezen.
Hoewel ADD momenteel nog als één kwaal
beschreven wordt lijkt het waarschijnlijk dat het in werkelijkheid om (minstens) drie
verschillende complexen van oorzaak, gevolg en therapie gaat. Sommigen spreken zelfs al
van twaalf. Die complexen kunnen afzonderlijk of in elke combinatie voorkomen. Vandaar dat
aan ADD zoveel schijnbaar tegenstrijdige symptomen (b.v. hyperactiviteit <->
hyperpassiviteit ("uitstel en afstel")) worden toegeschreven). Het vaak tezamen
voorkomen (hoewel in verschillende mate) van de drie complexen doet vermoeden dat er een
gemeenschappelijke oorzaak of een verband is maar die zijn nog niet bekend. Genetische
aanleg wordt verondersteld en daarmee ook erfelijkheid. Erfelijkheid is echter geen
vereiste.
Het feit dat ADD juist zoveel bij hoogintelligenten schijnt voor te komen heeft
waarschijnlijk een omgekeerde oorzaak: door hun gebrek zijn ADD-ers van kindsbeen af
genoodzaakt hun intelligentie en intuitie extra te ontwikkelen net zoals blinden hun
gehoor en gevoel ter compensering bovengemiddeld ontwikkelen. Het ontstaan van een extra
hoog Dopaminegehalte (zie Complex III) ter verhoging van de "denksnelheid" kan
daarvan misschien een gevolg zijn, met hyperactiviteit als onaangenaam bijverschijnsel.
Anderzijds is het natuurlijk ook zo, dat ADD bij hoogintelligenten meer opvalt en ze er
meer last van hebben, dan minder intelligenten.
Complex I
Oorzaak: te geringe doorbloeding, dus te
gering zuurstof- en glucosegehalte en te geringe electrische activiteit van de
frontaalkwabben (het deel van de hersenen direkt achter het voorhoofd). Meest aangeboren
maar kan ook later onstaan, b.v. door ondervoeding. Op latere leeftijd als
"ouderdomskwaal" vrijwel algemeen. De frontaalkwabben beheren de
informatieverwerking in de hersenen.
Een bijzondere vorm van deze kwaal is als de functiestoring juist optreedt op het moment
dat ergens extra aandacht aan moet worden besteed. De functie wordt a.h.w. geblokkeerd.
Oorzaak nog onbekend.
Een f-MRI, PET of SPECT scan kan functiestoringen aan het licht brengen.
Een goede zelfdiagnose van onvoldoende doorbloeding is korte tijd op de hurken te gaan
zitten en dan snel op te staan. Veroorzaakt dit een korte duizeligheid, dan is dit een
aanwijzing voor doorbloedingsstoornis en zuurstoftekort (hypoxie). Zo nodig snel weer
hurken en opnieuw, nu langzamer opstaan!
Gevolg: geheugenproblemen, zowel het
wilsafhankelijk geheugen (het opzettelijk zoeken naar een gegeven, b.v. iemands naam), als
het onbewust geheugen (b.v. het op tijd ergens aan denken, z.g. prospectief geheugen).
Hierdoor chaotische levenswijze. Gebrekkig vermogen om levenservaring in praktijk te
brengen. Problemen met het onbewust geheugen ("verstrooidheid") worden wel voor
concentratieproblemen aangezien maar zijn het eigenlijk niet.
Therapie: het bekendste officiële medicijn
is Hydergine (Sandoz) (in NL, D en F receptdwang; in België vrij verkrijgbaar). Aan de
effectiviteit ervan, althans voor dit doel, wordt de laatste tijd getwijfeld maar het
heeft wel andere positieve eigenschappen o.a. de afbraak van lipofuscine (de bruine
ouderdomsvlekken op de handen maar ook op de hersenschors). Eventuele verbetering treedt
soms pas na drie à zes maanden gebruik op. Het generieke (merkloze) middel heeft de
reputatie beduidend minder goed te werken dan het merkartikel (hierop berust mogelijk de
twijfel aan de werking bij het geheugen).
Naast Hydergine heeft ook Piracetam (zie verder) een doorbloedings-bevorderende werking.
Als alternatieve medicijnen zijn extracten van Vinca Maior (Maagdenpalm, o.a. Dr.Vogel) en
Ginko Biloba (Maagdenhaar, o.a. VSM) bekend (NB: deze middelen worden op de verpakking ten
onrechte als "homeopathisch" aangeduid. De Consumentenbond heeft in augustus
1995 vastgesteld, dat alleen de merken Bio-Biloba en Idoloba in enigermate werkzame
hoeveelheden Ginkoextract bevatten.). Ook gedroogd verkrijgbaar als kruidenthee (o.a.
Jacob Hooy). Vinca helpt waarschijnlijk beter dan Ginko. De Hongaarse firma Gedeon Richter
brengt Vinpocitine, een van Vinca afgeleid preparaat, onder de naam Cavinton in de handel,
dat nog beter zou werken; niet in NL, B, F verkrijgbaar. In België en Frankrijk zijn wel
enkele officiële medicijnen op basis van Vinca verkrijgbaar, merkwaardigerwijze onder
receptdwang. Aan Ginseng worden soortgelijke eigenschappen toegeschreven maar de kwaliteit
van de in de handel zijnde Ginseng is zeer ongelijk, de werking twijfelachtig en de prijs
hoog. Volgens de nieuwste berichten zou het extract van Hypericum Perforatum
(St.Janskruid, ook als kruidenthee) een SSRI-werking (zie verder) hebben en tegen
depressie helpen (niet bij manisch-depressiviteit. Niet in combinatie met MAO-A remmers
(zie verder) gebruiken!)
Alcohol werkt vaatverwijdend, dus komt de doorbloeding ten goede. Tabak werkt
vaatvernauwend.Sommigen rapporteren goede resultaten van het innemen, om de paar uur, van
wat glucose; anderen rapporteren juist een negatief effect. Dit hangt waarschijnlijk van
de mate van afgifte van insuline af. Het is in ieder geval geboden het bloedsuikergehalte
goed in de gaten te houden om de risico's van hyperglycæmie (suikerziekte) of het
overcompenseren van hypoglycæmie te voorkomen. De tegen ADD gebruikelijke medicijnen,
Ritalin inbegrepen, verhogen echter niet de glucoseopname.
Bij blokkering van het geheugen op een bepaald moment kan een trucje helpen: heel even aan
iets volstrekt anders denken. Het vergt enige oefening (en moed, als wat we ons willen
herinneren zeer urgent is) maar werkt wel en en werkt ook "lerend": naarmate je
het vaker toepast komt blokkering minder voor en heb je het minder nodig. Het bekende
verschijnsel dat kandidaten in kwissen plotseling het goede antwoord te binnen schiet als
de gong klinkt en het te laat is berust hierop.
Een andere goede geheugenoefening is "achteruitherinneren": probeer je bij een
samenhangende reeks gebeurtenissen de laatste te herinneren, dan wat direkt daarvoor
gebeurde en daarvoor en daarvoor enz.. De meeste mensen realiseren het zich niet maar de
gebruikelijke manier om je iets te herinneren is bij de eerste gebeurtenis in de reeks te
beginnen en dan in chronologische volgorde vooruit te denken.
Complex II
Oorzaak: Aangeboren onevenwichtige
ontwikkeling van de basale ganglia, met name de nucleus caudatus en het corpus callosum en
verlaagde doorbloeding en stofwisseling ervan. De basale ganglia zijn verantwoordelijk
voor de coördinatie tussen de beide hersenhelften. Tegenwoordig door met name MRI-scans
maar ook door PET, SPECT en (beperkt) EEG-studies objectief vast te stellen.
Gevolg: Ongecoördineerd en onbeheerst
denken en handelen. Onhandigheid. Slecht handschrift. Harkerige bewegingen (Houterig en
stijf bewegen is waarschijnlijk een compenserende reactie daarop), soms: dyslexie.
Concentratiestoringen (daardoor: van alles beginnen maar niets afmaken; leerproblemen).
Overigens moet niet over het hoofd gezien worden, dat naast het vermogen om zich te
concentreren ook het vermogen om juist de aandacht bij veel heterogene zaken tegelijk te
hebben - bij uitstek een vermogen van ADDers!- onder omstandigheden even waardevol zo niet
waardevoller kan zijn dan een hoog concentratievermogen. Dit verklaart tevens waarom
ADDers, ook al zijn ze vaak geneigd dingen te doen die door anderen als
"gevaarlijk" beschouwd worden, toch niet als notoire brokkemakers bekend staan,
integendeel.
De combinatie van ongecoördineerd denken en handelen met hyperactiviteit (zie Complex
III) levert de bekende "onhandelbare" ADHD-kinderen op. Ter kompensering van hun
tekort aan beheersing zouden ADDers eigenlijk een bovengemiddelde hoeveelheid Serotonine
(zie ook Complex III) nodig hebben, ze hebben echter meestal juist een tekort.
Therapie: Tegen de aangeboren afwijkingen
is nog niets te doen. Over 10 à 20 jaar misschien door transplantatie van ftaal
hersenweefsel of door groeibevorderende electrostimulatie van de onderontwikkelde delen.
In Valencia (binnenkort ook Utrecht) worden proeven genomen met electromagnetische
stimulatie (TMS). Tegen de gebrekkige doorbloeding bestaan enkele medicijnen, waarvan
methylfenidaat (Ritalin (Ciba Geigy)) het bekendste is. Het is verwant aan de amfetamines.
In Amerika staat Methylfenidaat op de alternatieve drugsmarkt bekend als
"Pellets" of "West Coast". Ritalin bevordert daarnaast de plaatselijke
afgifte maar niet de aanmaak van Dopamine en Norepinefrine (zie Complex III). Het werkt
daarom slechts korte tijd; als de aanwezige Dopamine en Norepinefrine op zijn, is het
uitgewerkt totdat het lichaam een nieuwe voorraad heeft aangemaakt. Het is dan ook een
typische symptoombestrijder die, behalve de doorbloeding, niets aan de oorzaak doet.
Daarnaast heeft Ritalin als bijwerking dat het de afgifte (maar alweer niet de aanmaak)
van Vasopressine door de pijnappelklier versnelt. Als de Vasopressine op is heeft dat
suffigheid (en verhoogde wateruitscheiding door de nieren met kans op dehydratie!) tot
gevolg, die uiteraard gemakkelijk voor kalmering kan worden aangezien. Alcohol beperkt de
afgifte van Vasopressine, wat uiteindelijk langs tegengestelde weg tot een soortgelijk
resultaat leidt. (Vasopressine is als medicijn (Diapid (Sandoz)) verkrijgbaar ter
aanvulling van een tekort).
Net als bij Hydergine heeft het generieke
methylfenidaat de reputatie minder goed te werken dan het merkartikel. NB: Ritalin moet
vóór de maaltijd worden ingenomen, liefst 30 à 45 minuten ervoor, ondanks het feit dat
het de eetlust vermindert. NB2: Ritalin werkt -als het aanslaat- bij kinderen en
volwassenen maar heeft gedurende de puberteit een averechts effect op hyperactiviteit. De
oude, gevestigde verklaring voor de schijnbare paradox dat een stimulerend middel als
Ritalin kalmerend werkt is dat het juist die delen van de hersenen stimuleert, die remmend
en regulerend werken en dat daaraan het kalmerend effect bij hyperactiviteit te danken is.
Een nieuwere en waarschijnlijker verklaring (Hartmann, 1995) is, dat ADD-ers juist
ondergestimuleerd zijn en dat hyperactiviteit een zoektocht is naar prikkels (het idee als
zodanig is niet nieuw (H.Selye,The Stress of Life,1956; M.Zuckerman, Sensation
Seeking,1979) maar pas nu tot ADD-kringen doorgedrongen). Ritalin verschaft dan tijdelijk
die stimulerende prikkels. Deze laatste zienswijze verklaart zowel het "uitstel en
afstel" syndroom (alles wat niet acuut in een crisissituatie verkeert is niet
voldoende stimulerend om aan de gang te gaan) alsook de hang van ADDers naar opwinding en
gevaar.
(Zie daarbij niet over het hoofd, dat
gevaar een relatief begrip is. Door hun hoge reactiesnelheid, hun vermogen om op alles
tegelijk te letten en hun hoge intelligentie zijn "gevaarlijke" activiteiten
voor ADDers vaak minder gevaarlijk dan voor anderen het doen van de dagelijkse
boodschappen). Wie deze onderstimulatie bij zichzelf herkent dient beslist géén SSRI's
(b.v.Prozac) te gebruiken daar dit door zijn dubbele werking als tegenwerker van Dopamine
en bevorderaar van Serotonine de zaak sterk verergert.
Een kenmerkend verschil tussen overstimulatie (ADHD) en hyperactiviteit ter compensering
van onderstimulatie (ADD+H) is dat in het eerste geval de hyperactiviteit chronisch is en
in het tweede geval periodiek, in vlagen optreedt.
Een andere aanwijzing of het gaat om een
overmaat of een tekort aan prikkels kan verkregen worden door naar de eetvoorkeuren te
kijken: voorkeur voor "zoet" duidt op overmaat aan prikkels; voorkeur voor
"hartig" op een tekort. Net als bij allergieën kan ook hier echter de
paradoxale toestand optreden dat men juist de voorkeur geeft aan datgene wat schadelijk
is. Overstimulatie kan leiden tot manisch gedrag, dat voor buitenstaanders sterk op
stimulatiezoeken kan lijken maar het tegenovergestelde is. Manisch gedrag kenmerkt zich
o.a. door sterke zelfoverschatting en onverantwoord gedrag. Maniakken handelen zonder
erbij na te denken (vandaar dat straf bij hyperactieve kinderen meestal niet helpt).
Stimulatiezoekers kenmeken zich door een grotere bereidheid om -na afweging- risico's te
nemen.
Piracetam (Nootropil (USB en vele andere
merken)) bevordert volgens onderzoek de coördinatie en gegevensuitwisseling tussen de
hersenhelften. Voor de werking is de aanwezighgeid van Choline (o.a. in boerenkaas (niet
in gepasteurizeerde fabriekskaas) en eigeel; ook als suplement verkrijgbaar) en vitamine
B5 vereist. Piracetam en Hydergine versterken elkaars werking aanmerkelijk (doses
verminderen!). Piracetam is nog nauwelijks tot de ADD-gemeenschap doorgedrongen.
Er bestaan tegenwoordig
computerprogramma's, ook voor huiscomputers (o.a.Braintracer), waarmee door terugkoppeling
("biofeedback") de coördinatie tussen de beide hersenhelften functioneel te
verbeteren is maar de resultaten zijn nog niet overtuigend en vaak slechts tijdelijk.
Bovendien nog erg duur.
Daarnaast is coördinatie te verbeteren
door oefening. Jongleren, messenwerpen of gewoon proberen een prop papier van enige
afstand in een prullenbak te gooien zijn goede oefeningen mits je je niet laat ontmoedigen
als het de eerste 99 keer fout gaat. Met beide handen oefenen! Ook proberen te schrijven
en andere activiteiten met de linkerhand kunnen helpen (linkshandigen natuurlijk rechts).
Aangezien de problemen met doorbloeding
enz. vooral betrekking hebben op de rechter hersenhelft is het mogelijk aanbevelenswaardig
op de rechterzijde te slapen zodat de zwaartekracht wat extra bloed aan de rechterhelft
kan toevoeren.
INTERMEZZO:
de electrische werking van de hersenen, zoals die d.m.v. een EEG gemeten wordt, vertoont
een sinusgolfbbeweging. Hersengolven hebben dan ook een bepaalde frequentie. De laagste
frequentie (1,5 tot 3,5 Hz) wordt Deltagolf genoemd en treedt op bij diepe, droomloze
slaap. Thêtagolven (3,5 tot 7 Hz) treden op bij droomslaap (ook wel REM (Rapid Eye
Movement) genoemd) en bij zeer diepe meditatie. Alphagolven (7 tot 14 Hz) zijn kenmerkend
voor de tussenfase tussen waken en slapen en ook bij dagdromen; het zijn tevens de golven
waarbij het onderbewuste zich manifesteert. Ze zijn te vergelijken met de automatische
piloot in een vliegtuig. Bêtagolven (14 tot 28 Hz) zijn kenmerkend voor het volle
bewustzijn en het rationeel en logisch denken en handelen. In het dagelijks wakend leven
vertonen de hersenen steeds een combinatie van Alpha en Bêta (met een verwaarloosbaar
klein percentage thêta en delta) maar dit percentage kan individueel zeer sterk
verschillen. Bij zenuwachtige, (hyper)active mensen en bij rokers ligt het percentage
Bêta zeer hoog en bevindt zich bovendien overwegend in het hoogste
Bêta-frequentiebereik.
Net zoals bij computers de taktfrequentie
bij verdere ontwikkeling steeds groter wordt is ook bij de dierlijke en menselijke
evolutie de taktfrequentie van de hersenen toegenomen. Kleine kinderen, tot plm. 5 jr.
hebben weinig Alpha en nog nauwelijks Bêtatagolven. Het lijkt waarschijnlijk dat bij een
verdere evolutie van de mens of zijn opvolger de frequentie nog verder toe zal nemen naar
een frequentie van 28 tot 56 Hz (noem ze maar Gammagolven). Nu doet zich het opmerkelijke
verschijnsel voor, dat een klein aantal mensen (5 à 10 %), nauwelijks alpha vertoont maar
(in wakende toestand) vrijwel uitsluitend Bêta. Tot op heden is aan deze groep mensen
nauwelijks speciale aandacht gegeven maar het lijkt waarschijnlijk dat dit tevens de
mensen zijn die de hoogste intelligentie bezitten en ook de voornaamste zo niet
uitsluitende groep is die ADD vertoont. Bewezen is in ieder geval dat hyperactieve
kinderen een abnormaal grote hoeveelheid bêtagolven hebben.Tevens zijn dit waarschijnlijk
de mensen die beweren zich dingen uit hun allervroegste jaren (0-3 jr.) te kunnen
herinneren ondanks het feit dat algemeen wordt aangenomen dat mensen zich niets van voor
hun derde jaar kunnen herinneren.
Door hun hogere percentage Bêtagolven
hebben ze die jaren waarschijnlijk bewuster meegemaakt dan anderen. Ook zouden deze mensen
wel eens de groep van ca. 10% kunnen zijn, die niet of nauwelijks hypnotiseerbaar is. Dit
zou betekenen, dat ADD niet een gebrek is maar juist een teken van superioriteit. De
problemen die ADDers hebben zouden dan te wijten zijn aan het feit dat bepaalde andere
eigenschappen van de hersenen nog niet aangepast zijn aan deze hogere frequenties (vgl.
computers waarbij wel de taktfrequentie opgevoerd is maar de andere apparatuur en
programmatuur die hogere frequentie nog niet goed aankunnen). Het feit dat de nucleus
caudatus en omringende delen van de hersenen van ADDers aan beide kanten even groot zijn
terwijl de linkerzijde bij "normale" mensen kleiner is wijst ook in de richting
van een ontwikkeling die bij ADDers verder gevorderd is dan bij anderen. Dat een hogere
hersenfrequentie tot superactiviteit leidt is wel vanzelfsprekend (vgl. de kenmerken van
hyperactiviteit hierboven, die uitdrukkelijk van doelgerichte superactiviteit, als hier
bedoeld, onderscheiden moeten worden). Voor een verband tussen Dopamine (zie complex III)
en Bêta enerzijds en Serotonine en Alpha anderzijds zijn al enige aanwijzingen gevonden
maar het is nog niet duidelijk of de neurotransmitters de oorzaak en de hersenfrequenties
het gevolg zijn of omgekeerd; het eerste lijkt echter waarschijnlijk.
De nieuwste ontwikkeling is, dat het, door
de hersenen via de oorleletjes aan zeer lichte electrische stromen te onderwerpen (in het
milli- en microampèrebereik) mogelijk zou zijn de aanmaak van neurotransmitters te
bevorderen, een soort omgekeerde EEG dus. Stromen van bepaalde vorm (sinus, blokgolf e.d.)
en bepaalde frequenties zouden specifiek bepaalde neurotransmitters bevorderen. Zo zou een
frequentie van 10 Hz Serotonine bevorderen. Deze techniek, Transcutaneous ElectroNeural
Stimulation (TENS) is echter nog zeer experimenteel.
Een Amerikaans onderzoek uit 1995 heeft
aangetoond, dat mensen met een overmaat aan alphagolven in de frontaalkwabben voor bijna
90 % gunstig reageren op antidepressiva terwijl mensen met een overmaat aan thêtagolven
voor 100% gunstig reageren op stimulerende middelen. Tezelfdertijd werd gevonden, dat er
geen enkel verband bestond tussen deze reacties en de kriteria van DSM-III-R (!).
Onderzoekingen hebben aangetoond, dat
mensen met een tekort aan Boron relatief weinig alpha en thêtagolven vertonen.
De konkluzie die uit het voorgaande
getrokken kan worden zou zijn dat ADDers vooroplopen bij de hogere ontwikkeling van de
hersenen en daardoor activer en intelligenter zijn dan anderen maar door het achterblijven
van de aanpassing van Alpha/Serotonine nog niet hun hoger evenwicht hebben gevonden. Ze
zijn dan te vergelijken met een ultramodern vliegtuig waarvan de automatische piloot
verouderd is.
(NB: de in dit Intermezzo genoemde feiten
zijn algemeen bekend; de interpretatie ervan is een hypothese die ik voor eigen rekening
neem. De preoccupatie van "New Age" aanhangers e.d. met Alpha-golven beschouw ik
dan ook als een teken van culturele degeneratie, aansluitend bij andere culturele
degeneratieverschijnselen zoals de desindividualisering van de maatschappij).
Complex III
Oorzaak: onevenwichtigheid in de verhouding
van de neurotransmitters, met name Dopamine en Serotonine. Bij ADD-ers van het
hyperactieve type is meestal sprake van een overmaat aan Dopamine bij een gelijktijdig
tekort aan Serotonine; bij niet-hyperactieven van een tekort aan beiden. De meeste ADDers
hebben een verhoogd Dopaminegehalte, ook als het niet zo hoog is dat het tot uitgesproken
hyperactiviteit leidt. Kan aangeboren zijn maar meestal gevolg van psychische oorzaken,
voedingsgewoonten, tekort of overmaat aan vitamines, mineralen, enzymen enz. Daarnaast kan
er een genetische oorzaak zijn: bij 60% van de ADD-ers is een defect aan de
Dopaminereceptoren gevonden. Dat zelfde gebrek is ook bij verslaafden gevonden, wat zou
kunnen verklaren dat veel ADD-ers makkelijk verslaafd raken, met name aan
Dopaminebevorderaars als koffie, tabak en cocaïne. Door extra Dopamineproductie wordt het
defect aan de receptoren gecompenseerd maar dat leidt gemakkelijk tot overcompensatie en
daarmee hyperactiviteit en verslaving (vgl. de "bibbers" die veel mensen na
teveel koffie krijgen). Ook kan het leiden tot uitputting van de ter compensatie verhoogd
afgegeven Serotoninevoorraad; dit is met name bij XTC het geval. (N.B: een tijdelijke
blokkering van de Dopaminereceptoren d.m.v. bêta-blokkers kan daarentegen bij fobieën,
plankenkoorts enz. gunstig werken. Met name Propanolol (Inderal) heeft daarvoor een goede
naam. Het werkt "lerend"; na enkele malen op deze kunstmatige manier over een
bepaalde angst heengeholpen te zijn verdwijnt die angst en heb je het niet meer nodig. Let
op: de combinatie van Prozac e.d.met bêta-blokkers kan een fatale hartstilstand
veroorzaken! Daarentegen worden Ritalin e.a. stimulantia soms met bêta-blokkers
aangevuld.
Psychische oorzaken: een omgeving met
teveel prikkels ("stress") kan een verhoogde aanmaak van Dopamine veroorzaken
(nodig voor de "vecht of vlucht" reactie); een omgeving met te weinig prikkels
(waar vindt je die nog?) kan een verhoogde aanmaak van Serotonine veroorzaken. Negatieve
reacties van de omgeving op het gedrag veroorzaken psychische spanningen, die de Dopamine
opvoeren, die het gedrag nog meer negatief beinvloeden; een vicieuse cirkel, die soms door
psychotherapie (of Propanolol) doorbroken kan worden. Serotoninetekort komt tegenwoordig
ook buiten kringen van ADD-ers zeer veel voor. Het is zelfs de vraag of het gehele complex
van onevenwichtigheden in de neurotransmitters wel deel van ADD uitmaakt of een apart
probleem vormt. De oorzaak is niet duidelijk. Mogelijk heeft een tekort aan bepaalde
enzymen, veroorzaakt door pasteurizatie, sterilizatie en andere "bederfwerende"
behandeling van voedsel er iets mee te maken. Een andere oorzaak zouden verschillende
vormen van inenting kunnen zijn. Ook bepaald vormen van milieuvervuiling komen als oorzaak
in aanmerking. Het essentieêle aminezuur Lysine bevordert speciaal de enzymen die in de
hersenen werkzaam zijn en kan bij geheugen- en concentratiestoringen zeer opmerkelijke
resultaten boeken. Het is nog niet door ADD-ers ontdekt maar in ieder geval proberen! (Als
suplement te koop, dosering 1 gram per dag).
Na verloop van tijd treedt gewenning op en
wordt het in verhouding te hoge gehalte aan Dopamine of Serotonine chronisch. Verandering
van het voedingspatroon kan hierin verbetering brengen maar het duurt enige tijd voor de
neurotransmitterhuishouding zich hieraan aangepast heeft (Adenyl Cyclase, een enzym, is de
"aanpasser" die de efficientie van neurotransmitters bepaalt), vandaar
"afkick" symptomen die verbetering moeilijk maken. Deze duren meestal zo'n drie
weken, daarna blijft echter nog geruime tijd kans op terugval bestaan.
(Paradox I: Adenyl Cyclase werkt in feite
contra-productief voor wie zijn gedrag veranderen wil. Wie b.v. verlangt naar meer energie
zal verlangen naar Dopamine-bevorderende voeding en activiteiten. Als dan het
Dopaminegehalte omhoog gaat zorgt Adenyl Cyclase, dat de efficientie van de verhoogde
hoeveelheid Dopamine zover teruggeschroefd wordt, dat de oorspronkelijke, lagere
uitwerking ontstaat. Het gevolg kan zijn dat zo iemand naar nog meer Dopamine-bevorderende
voeding en activiteiten gaat verlangen enzovoort. ADD-ers kanaliseren soms dit effect door
"riskant" geachte aktiviteiten als motorrijden, parachutespringen en
bergbeklimmen, soms ook door gokverslaving en koopziekte om op die manier een teveel aan
Dopamine kwijt te raken. Op deze wijze kunnen schijnverslavingen aan bepaalde soorten
voedsel (chocolade!) of activiteiten ("workaholics"!) ontstaan ; bij Serotonine
kan op deze wijze lethargie ontstaan, mogelijk ook narcolepsie). De werking van Adenyl
Cyclase laat zich goed vergelijken met een thermostaat in een verwarmingsinstallatie).
Gevolg: gedragsstoringen, dwanghandelingen,
depressies, angsten, paniek, slaapstoringen. Pathologisch: schizofrenie; ziekte van
Parkinson door Dopaminegebrek.
Therapie: Onafhankelijk van elkaar kunnen
zowel een overmaat als een tekort aan Dopamine en Serotonine bestaan. Een tekort aan
Dopamine (relatief t.o.v. Serotonine) uit zich in lusteloos gedrag; een overmaat in
hyperactief, zenuwachtig, soms agressief gedrag en concentratieproblemen. (NB: niet alle
bovengemiddeld energiek gedrag is hyperactiviteit. Sommige mensen zijn van nature
energieker en temperamentvoller dan anderen (roodharigen!). Ter onderscheiding spreken we
hier dan van superactiviteit. Om van hyperactiviteit te kunnen spreken moet de activiteit
ongecoördineerd zijn en niet tot het gestelde doel kunnen leiden of zelfs geheel doelloos
zijn, behalve tot het opgebruiken van overmatige energie/Dopamine). Een absoluut tekort
aan Serotonine laat zich vaststellen d.m.v. de "wodkaproef": drink gedurende de
late namiddag en de avond met tussenpozen in totaal ongeveer een halve fles (35 cl.) wodka
of andere sterke drank (40%). Wie zich de volgende dag extra alert en ondernemend voelt
(na soms enige hoofdpijn voor het ontbijt) kan er vrij zeker van zijn dat dat komt omdat
de alcohol zijn tekort aan Serotonine tijdelijk heeft opgeheven (personen met een
alcoholprobleem wordt deze proef uiteraard ontraden). Alcohol verlaagt tevens Dopamine.
Wakkerworden, na voldoende slaap, zonder zich echt uitgerust te voelen is een ander
kenmerk van Serotoninetekort. Ook als je kouwelijk bent en je eigenlijk pas goed voelt bij
een temperatuur van 23 à 25 graden wijst dat op Serotoninetekort (zie Melatonine).
Overigens moet bedacht worden, dat terwijl
er meestal, als het over neurotransmitters gaat, slechts vijf genoemd worden er inmiddels
al zo'n 60 bekend zijn. Het lijkt waarschijnlijk dat sommigen daarvan, die tot nu toe niet
de aandacht getrokken hebben in de toekomst ook zeer belangrijk zullen blijken te zijn als
sleutel tot het oplossen van ADD-problemen..
De meeste medicijnen geven weliswaar
direkte symptoomverbetering, maar geen genezing. Vaak kunnen echter symptoomverbeteringen
net als psychotherapie een psychisch duwtje in de goede richting betekenen, waardoor het
lichaam zelf langzamerhand de wanverhouding tussen neurotransmitters herstelt maar als het
medicijngebruik te lang duurt gaat dat effect weer teloor. Het is daarom zaak al vrij
vroeg te proberen of het zonder teloorgaan van de verbeteringen mogelijk is het
medicijngebruik af te bouwen (half tabletje, tabletje om de andere of derde dag enz.).
Heeft medicijnvermindering de eerste keer geen bevredigend resultaat, dan verdient het
aanbeveling het later opnieuw te proberen totdat het na verloop van tijd vast komt te
staan dat het zonder medicijnen niet gaat. Vooral bij Ritalin is dit belangrijk.
Psychische en materiële factoren
beinvloeden elkaar. Psychische factoren kunnen het voedingspatroon veranderen en
verandering van voedingsgewoonten kan psychische gevolgen hebben. Vandaar verlangen naar
b.v. Dopamineverhogende voedings- en vooral genotmiddelen bij psychische spanningen;
omgekeerd kan wie eenzijdig eet psychische problemen krijgen. De gedachte dat ADD-ers
"Jagers in een wereld van landbouwers" zijn (Hartmann) vindt hier zijn
wetenschappelijke basis: jagers eten veel vlees, dat Dopamine opstuwt en de voor de jacht
nodige psychische energie levert; landbouwers eten veel granen, die de Serotonine leveren
die nodig is voor de rust en geduld vragende landbouw .
DOPAMINE (»norepinefrine = noradrenaline)
is gaspedaal; geeft energie ("doping").
Bij overmaat: zenuwachtigheid, angst, paniek; in extreme gevallen schizofrenie.
(Dopamine en Norepinefrine zijn verschillende stoffen met verschillende functies maar
worden zeer eenvoudig (door het enzym Dopamine ß-Hydroxylase) in elkaar omgezet (ze
verschillen slechts één zuurstofatoom), vandaar dat hier alleen over Dopamine gesproken
wordt (het zou echter kunnen zijn, dat deze omzetting onder bepaalde omstandigheden niet
of slechts beperkt plaatsvindt; daarover is echter niets te vinden)).
SEROTONINE (Officieel: 5-hydroxytryptamine
(5HT)) is rempedaal; geeft rust en tevredenheid, zelfvertrouwen.
Bij overmaat: passiviteit en geremdheid.
Merk op dat Serotonine een tweesnijdend zwaard is: net als bij een auto is een rem
noodzakelijk om verantwoord te rijden maar als je teveel remt komt je wagen niet vooruit.
Het gedrag van hyperactieven laat zich vergelijken met een auto met de motor van een
Maserati en de remmen van een lelijk eendje.
(Paradox II: neiging tot uitstel en afstel ("procrastination") en het
"alles beginnen, nooit iets afmaken"-syndroom komen niet altijd voort uit gebrek
aan energie, dus Dopamine maar soms juist door relatieve overmaat aan Dopamine, die
zenuwachtig en angstig maakt. Daardoor: verlangen naar rust, dus naar Serotonine. Uitstel
en afstel zijn dan een gevolg van een (relatief) Serotoninetekort. Veel mensen
interpreteren hun "energiegebrek" verkeerd en grijpen naar Dopaminebevorderaars
als koffie, thee, cola en cocaïne, wat de zaak in dit geval alleen maar verergert).
MEDICIJNEN
Vier groepen psychofarmaca:
-Monoamineoxydase(MAO)-remmers.
Monoamineoxydase, een enzym, breekt Dopamine en Serotonine af. MAO-remmers gaan die
afbraak tegen. (NB: bij z.g. MAO-A remmers ernstige bijwerkingen in combintie met tyrosine
bevattend voedsel ("kaaseffect") en een aantal populaire medicijnen (ook Prozac
en Seroxat!): plotselinge levensgevaarlijk verhoogde bloeddruk! Worden daarom weinig meer
toegepast).Werking bij langer gebruik onomkeerbaar. Een nieuwere generatie MAO-remmers,
ter onderscheiding MAO-B genaamd, heeft deze bijwerking niet. Het nieuwste modemiddel is
Moclobemide (Aurorix (Roche)); is ook een MAO(B)-remmer maar zonder bijwerking met
tyrosine en omkeerbaar. Wordt tegenwoordig veel toegepast als verlegenheidsmiddel als
andere middelen niet helpen en psychiaters het ook niet meer weten. Enkele gebruikers (in
doses ver onder wat de fabrikant aangeeft) zijn er echter zeer lovend over maar dat zegt
weinig want een vervelende bijwerking van Aurorix is dat het de gebruikers zelf de
subjectieve indruk geeft dat hun problemen over zijn terwijl de omgeving daar weinig van
merkt. NB: MAO-remmers gaan de afbraak van Dopamine en Serotonine gelijkelijk tegen en
herstellen dus niet een wanverhouding tussen beiden! Een uitzondering hierop vormt
Selegiline (Endepryl, Deprenyl) dat alleen de afbraak van Dopamine tegengaat en wel alleen
in de Materia Nigra, niet systematisch (d.w.z.in de rest van het lichaam). Het wordt
momenteel nog uitsluitend gebruikt om het ontstaan van Parkinson te vertragen. Ook dit
middel is nog niet door de ADD-gemeenschap ontdekt maar het zou in de toekomst wel eens
Ritalin kunnen gaan vervangen, vooral bij hyperactiviteit gekombineerd met het Uitstel
& Afstel-syndroom. In ieder geval proberen! ( 5mg. om de dag; beter: 2 1/2 mg. (half
tablet) elke ochtend. NB: dit is ver beneden de dosis (30-60 mg.) die bij Parkinson wordt
voorgeschreven). Geeft het een bibberig gevoel, net als bij teveel koffie, dat langer dan
enkele dagen aanhoudt, dan stoppen of dosis verminderen. Ook kan het als bijwerking
vlekken voor de ogen (migraine ophtalmique) veroorzaken.
-Specifieke Serotonine-heropnameremmers
(SSRI's): Fluoxetine (Prozac), Sertaline (Zoloft). Door het afremmen van de heropname
blijft de Serotonine langer voor gebruik beschikbaar. (NB: in veel literatuur (ook
wetenschappelijke!) wordt de werking van SSRI's verkeerd beschreven.). Speciaal Prozac
maar ook veel andere psychofarmaca hebben de bijwerking dat ze libidoverlagend werken. In
Amerika wordt daartegen Bethanechol (Urechol (Merck)) voorgeschreven. (nog) Niet in NL
verkrijgbaar. (Uitzonderingen: Selegiline en Bromocryptine werken meestal
libidoverhogend). Door de bedenkingen van sommigen tegen Prozac is het modemiddel in deze
kategorie momenteel Paroxetine ( in Europa Seroxat (Smith Kline), in Amerika Paxil). Sinds
kort wordt het als "anti-verlegenheidspil" aangeprezen. Hoewel Prozac algemeen
als de eerste SSRI beschouwd wordt was er al eerder een: Fluvoxamine (Fevarin; V.S:
Luvox). Recent weer in het nieuws gekomen omdat het tegen gokverslaving zou werken maar
dat doen de andere SSRI's waarschijnlijk ook, ze vormen immers een tegenwicht tegen
Dopamine. SSRI's schijnen minder goed te werken bij specifieke concentratieproblemen. Een
bijwerking van SSRI's, met name Paroxetine, is dat ze trekking in de benen ("restless
legs") kunnen veroorzaken; ook geven SSRI's, met name Fluoxetine, vaak aanleiding tot
verhoogd alcoholgebruik.
-Tricyclische Antidepressiva (TCA's).
Blokkeren de heropname van neurotransmitters, zodat er meer beschikbaar blijven. Daarnaast
blokkeren ze de receptoren voor acetylcholine. Door de vele bijwerkingen worden ze weinig
gebruikt. De blokkering van Acetylcholine lijkt voor ADD-ers ook niet aangewezen, want die
vermindert de werking van het geheugen en verlaagt het IQ (Acetylcholinetekort is een
kenmerk van Alzheimer!). TCA's werken goed bij hyperactiviteit en depressieachtige
toestanden maar helpen niet bij concentratieproblemen.
-Benzodiazepines (de bekende -zepam
medicijnen en Valium, Librium). Werken door bevordering van de werking van
Gamma-aminoboterzuur (GABA). GABA werkt vertragend op de werking van neurotransmitters en
heeft anti-cholinergische werking, daarom voor acute angsttoestanden goed maar voor ADD
contra-productief omdat het ook Serotonine remt. Bovendien zijn ze verslavend.
Daarnaast is er als geval apart nog Lithium. Niemand weet hoe het werkt maar het wordt met
succes gebruikt bij bepaalde gevallen van hyperactiviteit en de manische fase van
manisch-depressiviteit. De Lithium die als voedingssuplement vrij verkrijgbaar is bevat
slechts een vijftigduizendste van de werkzaam geachte hoeveelheid! Let op: er zijn een
aantal contra-indicaties! Langdurig Lithiumgebruik verwoest de nieren.
Een ander geval van een medicijn dat zich nergens bij in laat delen is Venlafaxine
(Efexor). De werking lijkt op die van Prozac maar het remt niet alleen het hergebruik van
Serotonine maar ook van Norepinefrine, echter slechts zeer beperkt van Dopamine. Dit zou
een ondersteuning zijn van de veronderstelling dat in bepaalde gevallen de omzetting van
Dopamine in Norepinefrine en v.v. gestoord kan zijn. Over de werking doen enthousiaste
verhalen de ronde; er zijn echter weinig concrete gegevens over te vinden en het wordt in
NL weinig voorgeschreven maar is in Amerika in opkomst, ook bij ADD.
Een andere benadering van een tekort aan neurotransmitters is het ontvankelijker maken van
de receptoren. Een middel dat de ontvankelijkheid van dopaminereceptoren verhoogt is
Bromocriptine (Parlodel (Dld:Pravidel) (Sandoz)). Ook dit middel is nog niet door de
ADD-gemeenschap ontdekt. Net als Selegiline wordt het bij beginnende Parkinson gebruikt
(niet tegelijkertijd gebruiken; minstens 14 dagen tussen beiden!). Het heeft als
bijwerking dat het de moedermelkproductie tegenwerkt en de menstruatie weer op gang kan
brengen (contraceptiva niet vergeten!). Een soortgelijke werking op de dopaminereceptoren
heeft Pergolide (Permax).
De werking van alle psychofarmaca vertoont
een omgekeerd U patroon, d.w.z. dat er een optimale dosis is binnen vrij scherpe grenzen
en dat zowel een grotere als een kleinere dosis tot een minder resultaat leidt. Die
optimale dosis verschilt van geval tot geval en kan in het ene geval vele malen groter
zijn dan in het andere. Alleen zelf experimenteren kan daarover uitsluitsel geven. Geen
dokter kan daarover iets zinnigs zeggen; een dokter kan alleen zeggen wat de gemiddelde
dosis is die voor anderen helpt en wat als een overdosis beschouwd moet worden op grond
van de bijwerkingen. Die bijwerkingen kunnen overigens ook weer van geval tot geval sterk
uiteenlopen.
Al deze medicijnen vallen in NL en
omringende landen (zelfs België) onder receptdwang; daarnaast is er een vrij verkrijgbaar
doch zwakker middel: Gerovital H3 (ook: KH3, Gerontex H3, Zell-H3, Sex-ex).
Hoofdbestanddeel: Procaine maar de toevoegingen zijn essentieel; Procaine alleen helpt
niet (De verschillende merken hebben verschillende toevoegingen; het loont dus te
experimenteren). Procaïne is verwant aan cocaïne maar niet verslavend. Tandartsen
gebruiken het als verdoving. Gaat de afbraak tegen van Dopamine en Serotonine alsmede
Acetylcholine (een andere belangrijke neurotransmitter). Bevordert de spierfunctie, de
werking van het geheugen en het werkbare IQ. Werkt tevens als MAO(B)-remmer maar zonder de
gevaarlijke bijwerkingen en omkeerbaar. (NB: KH3 enz. worden niet officieel tot de
psychofarmaca gerekend). Is in Amerika (behalve, na lang procederen, in Nevada) verboden
maar in Europa vrij verkrijgbaar; staat ook bekend als het Aslan-preparaat. Dit in
Roemenië geproduceerde preparaat wordt in Nederland verkocht als Gerovital H3. Tamelijk
goedkoop.
VOEDING EN NEUROTRANSMITTERS
Proteine ("eiwit") (Vlees, vis, gevogelte, zuivel, bonen) -> tyrosine ->
Dopamine.
Koolhydraten (granen, brood) -> tryptofaan. -> Serotonine.
Tyrosine en Tryptofaan zijn beide
aminozuren. Tryptofaan is "essentieel", d.w.z. dat het niet door het lichaam
aangemaakt kan worden maar van buitenaf moet worden aangevoerd. Tyrosine kan wel door het
lichaam worden aangemaakt.
Als tyrosine en tryptofaan in één maaltijd gebruikt worden verdringt de tyrosine de
tryptofaan bij de strijd om een plaatsje in de hersenen. Pas als het tyrosine-aanmakend
voedsel is verteerd komt tryptofaan aan de beurt. Dit wordt echter gedeeltelijk
goedgemaakt doordat tyrosine-aanmakend voedsel sneller verteert, zodat tryptofaan dan toch
nog aan de beurt komt, zij het beduidend minder dan bij een voeding van alleen
koolhydraten ( Vlees en aardappelen bevatten zowel proteine als koolhydraten maar in een
zodanige verhouding dat de tyrosine het tryptofaan vrijwel geheel verdringt; de meeste
groenten en het meeste fruit zijn neutraal; de proteolytische (eiwitverterende) enzymen in
verse ananas en papaya (die in potjes en blikjes zijn door pasteurizering onwerkzaam)
versnellen de eiwitvertering zodat er meer tijd voor de vorming en verwerking van
tryptofaan overblijft. Ook verdient het aanbeveling eerst koolhydraten en dan pas eiwitten
te eten. Tyrosine en Tryptofaan zijn als suplement vrij verkrijgbaar. Amerikaanse
onderzoekingen hebben echter aangetoond, dat Tyrosine- en Tryptofaansuplementen geen
invloed op de hersenen hebben (Tryptofaansuplementen zijn momenteel in Amerika verboden,
Tyrosinesupplementen niet). Bij tryptofaan speelt mogelijk een rol dat spanningen
("stress") leiden tot een verhoogde cortisolproductie, die op zijn beurt een
enzym in de lever aanmoedigt tryptofaan af te breken zodat het niet eens beschikbaar komt
om tot de herrsenen door te dringen en als grondstof voor Serotonine te dienen. Hier is
duidelijk sprake van een paradoxale situatie: spanningen verhogen cortisol, dat er voor
zorgt dat er minder Serotonine vrijkomt om die spanningen te kalmeren. Mogelijk is dit het
mechanisme dat tot het verschijnsel paniek leidt. De keerzijde van de "vecht of
vlucht"-medaille.
DOPAMINE bevorderend:
Voedsel: Eiwitrijk, zie boven, plus noten en zaden.
Genotmiddelen: caffeïne (ook in thee, chocolade, cola-dranken enz.), nicotine, cocaïne,
amfetamines ("speed" (Dexedrine)), XTC (is tevens een Serotonine-heropname
remmer, zie SSRI's) (NB: al deze stoffen verhogen de afgifte maar niet de productie van
Dopamine, vandaar dat er, als de voorraad uitgeput is een vaak scherpe terugval ontstaat.
Met name cocaïne staat hierom bekend). De zoetstof Canderel bevat Fenylalanine, een
voorloper van tyrosine en Dopamine, dus aan ADDers met neiging tot hyperactiviteit
ontraden.
Activiteiten: Alles wat opwindend is: intensief werk, intensieve (wedstrijd-)sport
(tijdens het beoefenen), sex (voor het orgasme), opwindende films, marsmuziek. NB: er is
hier sprake van een vicieuze cirkel: enerzijds bevordert Dopamine het verlangen naar
activiteit, anderzijds bevordert activiteit de aanmaak van Dopamine.
SEROTONINE bevorderend:
Voedsel: Koolhydraten, zie boven.
Genotmiddelen: Alcohol (de Serotoninebevorderende werking is de oorzaak van het gebruik
als "slaapmutsje"), heroine, marihuana ("genot" hier niet al te
letterlijk nemen!). De z.g. "ontremmende" invloed van alcohol berust op een
misverstand. Door de remmende werking van Serotonine ontstaat juist een groter (soms
overmatig) zelfvertrouwen dat de angsten van een teveel aan Dopamine tegengaat. Ook het
feit dat alcoholisten eerst een borrel nodig hebben om hun trillende handen tot rust te
brengen berust op de rustgevende invloed van Serotonine (De bewering van sommigen, dat ze
juist beter rijden als ze een paar borrels op hebben wordt veelal afgedaan als grootspraak
van onverantwoordelijke lieden, ingegeven door een door alcoholgebruik verminderd kritisch
vermogen maar bevat om de geschetste redenen weldegelijk een kern van waarheid). De
bijwerkingen van alcohol, zoals een negatieve invloed op het geheugen en de vernietiging
van neuronen maken het overigens bepaald niet tot een aangewezen middel voor het opheffen
van een Serotoninetekort.
Activiteiten (hier beter: passiviteiten): Lezen, luieren, recreatieve sport als wandelen,
fietsen, zwemmen enz. sex (na het orgasme), televisie kijken, rustige muziek. Ook
intensieve sport na afloop. Ook hier is sprake van de vicieuze cirkel zoals bij Dopamine
geschetst.
Merkwaardig maar wetenschappelijk
vastgesteld: als apen binnen hun groep in status vooruitgaan gaat hun Serotonine omhoog en
omgekeerd terwijl kunstmatige Serotoninestijging door medicijnen (o.a. Prozac) een
stijging van de status veroorzaakt; een verklaring is niet bekend. Bij mensen zijn
vergelijkbare resultaten gevonden, zij het dat bij een subgroep van mensen met een passief
karakter het resultaat juist omgekeerd was: hoe lager de sociale status, hoe hoger de
Serotonine. Blijkbaar werkt Serotonine hier rolbevestigend. Mogelijk is dit een verklaring
waarom zoveel leidinggevenden stugge innemers zijn. In ieder geval verklaart dit, waarom
ADDers zoveel behoefte aan aanmoediging hebben. Succes verhoogt status verhoogt Serotonine
en omgekeerd. De 18e en vroeg-19e eeuwse succescultus van het liberalisme werkte
waarschijnlijk door de hele maatschappij heen Serotoninebevorderend terwijl de laat-19e en
20e eeuwse hulpbehoevendheidscultus van het socialisme een verklaring voor het vrijwel
algemene Serotoninetekort (en daarmee de populariteit van Prozac!) zou kunnen zijn (het
huidige Amerika heeft weliswaar ook een succescultus maar die is van heel andere aard dan
de 18e eeuwse. Als je niet de eerste bent, ben je een mislukking en aangezien maar een
beperkt aantal mensen in enigerlei opzicht de eerste kan zijn...). Overigens mag daarbij
niet vergeten worden, dat onze voorouders 100 jaar geleden nog ca. 140 kilo graan p.p.p.j,
bijna geheel als volkorenproduct, aten terwijl die consumptie tegenwoordig nog maar 75 kg.
bedraagt, waarvan 65% in gedenatureerde vorm als wit meel (Duitse cijfers).
Tabak stimuleert de werking van de
bijnieren, die neurotransmitters produceren, vandaar het grote aantal rokers onder
ADD-ers. Daarnaast versnelt roken de hartslag, wat de doorbloeding van de hersenen ten
goede komt. Anderzijds verlaagt roken, vooral inhalerend roken, het zuurstofgehalte van
het bloed wat de doorbloeding juist nadelig beinvloedt. Koolmonoxyde
("kolendamp") uit de rook verbindt zich in de longen met aan het bloed
onttrokken zuurstof tot kooldioxyde.
Alcohol (en Insuline) sturen de in het
bloed aanwezige tyrosine naar de spieren, waar deze in energie (ATP) wordt omgezet.
Daardoor heeft tryptofaan minder concurrentie om tot de hersenen door te dringen zodat er
meer beschikbaar is om tot Serotonine verwerkt te worden. NB: voor de vorming van
Serotonine uit tryptofaan is de aanwezigheid van vitamine B6 en C noodzakelijk). Ook het
bedrijven van intensieve sport bevordert op deze manier, na een aanvankelijke
Dopamineverhoging, de Serotonineproductie. NB: er is dus een fundamenteel verschil tussen
alcohol en Prozac. Alcohol bevordert de productie van Serotonine, Prozac het efficiënte
gebruik. (Paradox: Prozac leidt vaak tot verhoogd alcoholgebruik; mogelijk gaat Prozac als
het ware op zoek naar meer serotonine om op in te werken). Overigens is de werking van
alcohol bij ADD nog een raadsel. Daar alcohol de werking van Dopamine tegengaat en van
Serotonine bevordert zou het theoretisch bij ADD negatief moeten werken. In de praktijk
hebben veel ADDers echter baat bij alcoholgebruik en zijn dan ook vaak stevige drinkers.
Naar de reden van deze paradox wordt nog ijverig gezocht; voorlopig zonder resultaat.
Hormonen, met name steroiden zijn sterk
verwant aan neurotransmitters. Aan sommigen wordt bevordering van de hersenfuncties
toegeschreven, met name aan Pregnenolone en Dehydroepiandrosterone (DHEA). Beide vallen in
NL nog niet onder receptdwang maar daar wordt hard aan gewerkt. In Amerika is de
receptdwang juist opgeheven. Aangezien de lichaamseigen productie (vnl. in bijnieren en
hersens) met het vorderen van de leeftijd snel afneemt lijkt het risico van suppletie
gering en de resultaten zijn opmerkelijk. Ze zijn in Nederland hier en daar discreet
verkrijgbaar (NB: niet alle steroiden behoren tot de beruchte anabolica! Anabole
(spieropbouwende) steroiden zijn de middelen die bodybuilders gebruiken om kunstmatig
massa te kweken en boeren om vee meer vlees te laten produceren). DHEA heeft als bijkomend
voordeel, dat het de vetstofwisseling sterk bevordert. Het is een ideaal afslankmiddel.
Eveneens tot de hormonen behoort Melatonine
(N-acetyl-5-methoxytryptamine). Als het donker wordt begint het lichaam Melatonine te
produceren uit Serotonine. Als de dagen lang zijn en het warm en licht is (vakantie, dagje
naar het strand!) produceert het lichaam dan ook minder Melatonine, vandaar dat we dan
door het verminderde Serotonineverbruik extra goed slapen en uitgerust wakker worden.
Melatonine werkt de pigmentvorming (het bruin worden) van de huid tegen. Door Melatonine
als supplement in te nemen blijft er meer Serotonine beschikbaar, wat de werking
verklaart. Verkoop in NL is sinds enige tijd verboden, hoewel er nog geen receptdwang voor
bestaat. Het is hier en daar nog verkrijgbaar. (Let op! Het meest bekende merk,
Ultra-Snooze, is sinds het Melatonineverbod ongemerkt van samenstelling gewijzigd. Het is
nu een slap mengsel van rustgevende kruiden. Er zit nauwelijks nog Melatonine in. Vroeger
2,5 mg. nu 0,1 mg.). Merkwaardigerwijze werkt Melatonine niet in combinatie met alcohol
(misschien ligt hier een sleutel tot de alcoholparadox?).
VITAMINEN EN MINERALEN
Bij veel van de processen, die tot vorming van neurotransmitters leiden en bij de overige
stofwisseling in de hersenen spelen Vitaminen en Mineralen een belangrijke rol. Het is dus
zaak voor voldoende vitaminen te zorgen. "Voldoende" is echter niet de
hoeveelheid, waarbij je net geen scheurbuik of beri-beri krijgt maar vele malen meer. De
optimale hoeveelheid ligt daar nog weer vele malen boven en voor ADD-ers ligt deze nog
weer hoger dan gemiddeld. Laat je niets wijsmaken door officiële
"voorlichting"; die is nog steeds op net-geen-scheurbuik gebaseerd!! Vooral de
B-vitamines en C zijn voor ADD-ers belangrijk. Een multi-vitamine en mineralentablet en
een flinke mespunt C kunnen op zich al een deel van de ADD klachten wegnemen. (Let op:
pyridoxine (B6) is aanmerkelijk duurder dan de andere B-vitaminen. Derderangspreparaten
zijn te herkennen aan het feit dat er van B6 minder in zit dan van de overige B's). Een
goede tablet is die van het merk Solgar VM 75, met 75 mg. van alle B's en een waslijst van
overige vitaminen en mineralen. Koop vitamine C-poeder in kiloverpakking, op bestelling
bij de drogist (of apotheek maar die is meestal duurder). Dat kost plm ¦70,- per kg
terwijl het in sommige tabletten met een smaakje tot ¦ 1100,- per kg. kan oplopen!
Sommige mensen, ook niet-ADDers, hebben een constitutioneel bepaalde extra behoefte aan
een bepaalde vitamine, soms ook mineraal. Het verdient dus aanbeveling te experimenteren
met extra afzonderlijke vitamines, met name B3, B5, B6 en C, bovenop de algemene
aanvullingstablet. Rokers dienen extra vitamine C te gebruiken. Een pakje sigaretten
verbruikt 250 mg.C (vijf flinke sinaasappels!). Alleen van de z.g. vetoplosbare vitamines
(A&D) kun je teveel binnenkrijgen. Dat merk je direkt aan droge, schilferende lippen
al zit je dan nog lang niet in de gevarenzone. Kwalijke gevolgen van een teveel aan E, ook
vetoplosbaar, zijn niet bekend.
SCHIJN-ADD
Veel verschijnselen, die op ADD lijken (met name "wollig", onscherp
denkvermogen) kunnen, naast verkeerde voeding, ook veroorzaakt worden door andere
oorzaken: Candida Albicans (een hardnekkige gist-besmetting); hypoglycæmie (tekort aan
glycose in het bloed door overmaat aan insuline); hyperglycæmie (Suikerziekte);
Myalgetische Encefalitis (ME); onvoldoende vertering en voedingsmiddelenopname door gebrek
aan maagzuuur (daartegen: zoutzuurtabletten; vrij bij de apotheek); allergieën (wijzen
vaak op een magnesiumtekort (daartegen: een half glas 2% MgCl of MgS ("Engels zout,
Epsom Salts") oplossing op de nuchtere maag); bij allergie voor mosselen, oesters
e.d.: zinktekort. Ook maagzuurtekort kan allergieën veroorzaken); afwezigheid van een
bepaald enzym; onjuiste (meestal: te geringe) werking van sommige klieren, met name
hypofyse (de "regelkamer" voor de aanmaak van veel hormonen) en schildklier
(daartegen: aanvulling met de betreffende hormoonpreparaten); potentiaalverschillen door
het gebruik van verschillende metalen in één mond (niet alleen amalgaam!); neurale
storingen doordat bij ongeval of operatie zenuwen zijn doorgesneden en niet juist genezen
(daartegen: procaïneinjecties in en rond de lidtekens, z.g. neuraaltherapie); chronische
inwendige ontsteking van de amandelen, vaak na operatie (ook daartegen vaak
procaïneinjecties); chronische diarrhee (scheidt voedingsmiddelen uit voordat ze
opgenomen kunnen worden. Daartegen: enige dagen Norit slikken; helpt vaak maar niet
altijd); onverwerkte posthypnotische suggesties; langdurig contact met aluminium, lood,
verfoplosmiddelen en andere metalen en chemicaliën; diëet en andere vormen van
eenzijdige voeding (ook onopzettelijk, b.v. in bedrijfskantines); langdurige lichte
koolmonoxydevergiftiging door slechte gas- of kolenkachel; langdurig blootstaan aan
ritmisch geluid, ook boven of onder de gehoorgrens (airconditioning, computerventilatie,
machines, dwangmuziek in winkels, horeca enz.) of ritmische lichtflitsen (TL-buizen, TV!
Werken bij TL-verlichting veroorzaakt ook een tekort aan vitamine A, behalve bij z.g.
volspectrum buizen). (De bewering van Hallowell dat ritmische stampmuziek goed zou zijn
voor ADDers berust waarschijnlijk op een omkering van oorzaak en gevolg. Wie meent
"ritme" nodig te hebben kan waarschijnlijk beter experimenteren met een
nauwelijks hoorbare metronoom, afgesteld op 1 Hz. (één tik per seconde)); langdurig
blootstaan aan elektromagnetische velden (hoogspanning, zendmast); geraniums in huis;
enz.enz. Het verdient aanbeveling dit alles vooraf te onderzoeken. Let OP: het feit dat
een van deze zaken zich voordoet wil natuurlijk niet zeggen dat je niet óók ADD kunt
hebben!
ADD is aangeboren. Je hebt het, bij wijze
van spreken, vanaf negen maanden voor je geboorte. Veelal wordt dan ook aangenomen, dat
beslissend voor de vraag of het om echte ADD gaat is, dat de klachten zich op z'n laatst
reeds op een leeftijd van ca. 7 à 8 jaar geopenbaard moeten hebben (zo staat het o.a. in
DSM IV). Dit is een misverstand. Bij ADHD zal het inderdaad meestal zo zijn, dat de
omgeving uiterlijk zo tegen het zevende jaar doorkrijgt dat er iets mis is. ADHD-kinderen
zijn immers de bekende ongezeglijke ettertjes waar geen land mee te bezeilen is en dat
loopt uiterlijk zo tegen een jaar of zes, zeven wel in de gaten, meestal al veel eerder.
Niet-hyperactieve ADD-ers zijn echter in staat, juist omdat ze meestal hoogintelligent
zijn, hun problemen lange tijd voor anderen en vaak ook voor een belangrijk deel voor
zichzelf verborgen te houden. Daardoor zal het vaak zo zijn dat hun problemen ze pas op
het einde van de basisschool of zelfs pas het midden van de middelbare school of nog later
zodanig boven het hoofd groeien, dat de klachten duidelijk worden. Het meest kenmerkende
verschil tussen ADHD en ADD is, dat ADHDers meestal een laag tot zeer laag IQ hebben,
terwijl ADDers juist bijna zonder uitzondering hyperintelligent zijn. Het
"zeven-jaars-criterium" berust op de klakkeloze en onwetenschappelijke aanname,
vooral populair onder psychiaters en andere professionals , dat ADD "ADHD zonder
H" is. Bij de gebruikelijke diagnosering d.m.v. vragenlijsten lopen ADDers dan ook
grote kans als niet-ADDer gediagnoseerd te worden omdat ze de problemen, waar ze als ADDer
last van zouden moeten hebben verregaand hebben weten te compenseren waardoor ten onrechte
wordt aangenomen dat die problemen er niet zijn (aan iemand met een goede prothese merk je
ook weinig, maar hij is wel degelijk invalide!).Bovendien heeft Hollowell er op opmerkzaam
gemaakt, dat juist de spanning van een testsituatie een omstandigheid vormt waarbij ADDers
bovengemiddeld goed kunnen presteren.
Er is nog een andere reden waarom de
DSM-criteria vriendelijk gezegd twijfelachtig zijn. Er wordt gesteld dat, om de diagnose
AD(H)D te kunnen stellen ten minste zes eigenschappen (uit een lijst van slechts acht!)
aanwezig moeten zijn. Dit zou inhouden dat iemand die zes criteria in lichte mate heeft
wél als ADDer gediagnoseerd wordt en iemand die er één of twee in ernstigen mate heeft,
zelfs zo ernstig dat het functioneren belemmerd wordt, niet. Die valt dus buiten de boot
en kan verder als "aansteller" door het leven.
Anderzijds kunnen sommige symptomen, met
name hyperactiviteit (ADHD) en andere gevolgen van een relatieve overmaat aan bepaalde
neurotransmitters en hormonen, met het vorderen van de leeftijd verminderen of zelfs
geheel verdwijnen omdat de productie van neurotransmitters met het vorderen van de
leeftijd afneemt, de productie van de "tegenwerker" MAO echter niet. Een
toenemen van de klachten met het vorderen van de leeftijd is echter ook geenszins
uitgesloten als er toch al een tekort aan een of meer neurotransmitters was (ADD+H).
RECHT EN WET
Zoals uit het voorgaande blijkt zijn veel middelen, ondanks de pretentie dat we in een
vrij land leven niet vrij verkrijgbaar. Iedere arts heeft echter het recht elk middel voor
te schrijven. Psychofarmaca kunnen dus niet alleen door psychiaters worden voorgeschreven
maar ook door b.v. huisartsen. Voorts heeft elke arts het recht buitenlandse, niet in
Nederland verkrijgbare geneesmiddelen voor te schrijven na het laten tekenen van een
bewustzijnsverklaring. Ziekenfondsen en de meeste verzekeringen vergoeden die echter niet.
Voor persoonlijk gebruik (daaronder wordt verstaan een hoeveelheid voor één persoon voor
drie maanden) heeft iedereen het recht in het buitenland verkrijgbare middelen mee te
nemen of te bestellen (behalve als ze onder de Opiumwet vallen), via Internet bijvoorbeeld
maar ook gewoon over de post. Er wordt momenteel echter op gestudeerd hoe ook dat recht de
burger ontnomen kan worden. Soms weigert de douane echter toch zulke zendingen vrij te
geven. Dreigen met een proces op grond van het ontbreken van Wettelijke grondslag wil
meestal wel helpen. In België is veel wat in Nederland onder receptdwang valt vrij
verkrijgbaar, niet echter de psychofarmaca als Ritalin (dat in B.en Fr.een iets andere
naam heeft), Piracetam (in Fr.wel vrij) en Prozac. Ook in Italië is veel vrij, in Spanje
nog meer en in Thailand en Mexico bijna alles. In Amerika is in de staat Nevada veel vrij
dat er elders niet vrij is (maar het mag niet naar andere staten verzonden worden). In
Zwitserland is veel voor export te bestellen (ook particulier, ook niet-Zwitserse
preparaten), dat in het land zelf onder receptdwang valt.
(Ambtenaar: Als lachen de beste medicijn
is, wordt het dan niet hoog tijd er receptplicht voor in te stellen?).
NB:
het voorgaande is geschreven op basis van literatuuronderzoek en eigen ervaring. Het is
uitsluitend informatief bedoeld ten behoeve van degenen die geconfronteerd worden met het
feit dat er in Nederland en Europa nog nauwelijks iets aan ADD diagnose en behandeling
gedaan wordt en deskundigheid vrijwel ontbreekt en er dus nauwelijks een andere
mogelijkheid is dan zelfdiagnose en zelfbehandeling. Dat houdt in: toepassing op eigen
risico!
Verdere ideeën, tips, ervaringen,
commentaar enz. worden zeer op prijs gesteld ten einde dit verhaal steeds te kunnen
actualiseren.
Richard Vogel
ADD
coach
In Nederland wordt ADD steeds vaker door hulpverleners herkend en
gediagnosticeerd. Toch bestaan er nog weinig coaches die zich gespecialiseerd hebben in
het coachen van mensen met ADD. Door gebrek aan informatie, maar ook door onjuiste
informatie over ADD wordt vaak nog wel eens de plank misgeslagen bij de begeleiding van
mensen met ADD.
Harvard Researchers Show Specially
Formulated High EPA Omega-3 Supplement Effective as a Stand-Alone Treatment for Children
with Bipolar Disorder, ADD
A recently published study by researchers at Harvards Massachusetts General
Hospital shows that a specially formulated high EPA Omega-3 fatty acid supplement should
be the first-line treatment for children with ADD, ADHD, bipolar disorder, and other
educational and behavioral problems. The OmegaBrite supplement of Omega-3 fatty
acids was tested for effectiveness and safety on 20 boys and girls with bipolar disorder,
6 to 17 years old, over an eight-week period. Half of these participants experienced a
rapid 30 percent reduction in symptoms with no side effects.
http://home.businesswire.com/portal/site/google/index.jsp?ndmViewId=
news_view&newsId=20070404005297&newsLang=en